1. Internationale standaarden voor tekstrepresentatie en -opmaak

Deze digitale editie werd ontwikkeld in overeenstemming met gangbare internationale standaarden voor tekstrepresentatie en -opmaak. Hierdoor is (editie)wetenschappelijke integriteit gegarandeerd in alle fasen van de realisatie, van representatie (transcriptie en annotaties) tot presentatie. Deze aanpak biedt bovendien mogelijkheden om diverse technologieën in te schakelen voor de uiteindelijke presentatie.
Deze digitale editie vertrekt van dezelfde theoretische uitgangspunten als elke andere tekstkritische editie. Voor deze editie werden alle bewaarde documentaire bronnen uit de drukgeschiedenis van De trein der traagheid tot 1977 gecollationeerd. Alle varianten tussen de 19 verschillende geselecteerde versies werden geïnventariseerd en gedocumenteerd. Na tekstkritische evaluatie van de basistekst (waarvoor de eerste aparte uitgave van 1963 werd genomen) werd een leestekst geconstitueerd. Al deze informatie werd opgenomen in één elektronisch brondocument. Voor de opmaak van dit brondocument werden internationale standaarden voor tekstrepresentatie en -opmaak gehanteerd. Wat betreft tekstrepresentatie werd gekozen voor het eXtensible Markup Language (XML) formaat. Dit is een internationale standaard die ontwikkeld werd door het World Wide Web Consortium (W3C), een internationaal consortium (met ongeveer 400 ledenorganisaties waaronder grote informaticabedrijven als IBM en Microsoft) dat zich richt op de ontwikkeling van standaard webtechnologieën. XML documenten bestaan uit platte tekst waarin allerlei meta-informatie kan worden opgenomen. Die meta-informatie bestaat hoofdzakelijk uit elementen en attributen, zoals bijvoorbeeld:
<?xml version="1.0"?>
<tekst>
<paragraaf nummer="1">Paragraaf één van <titel>De trein der traagheid</titel>. </paragraaf>
<paragraaf nummer="2">Paragraaf twee van <titel>De trein der traagheid</titel>. </paragraaf>
</tekst>
Dit voorbeeld bevat 5 elementen, waarvan het bereik wordt aangegeven door tags. Tags worden gemarkeerd door punthaken (< >) en duiden ofwel het begin (starttag) van een element aan, ofwel het einde (eindtag). In starttags wordt binnen de gepunte haakjes de naam van het element opgenomen. In eindtags wordt de naam van het element binnen de gepunte haakjes voorafgegaan door een schuine streep (/). Er kan verdere informatie worden gegeven voor elementen, door gebruik van attributen in hun starttag. Attributen bestaan uit een attribuutnaam, gevolgd door een gelijkheidsteken (=) en attribuutwaarde tussen enkele (') of dubbele (") aanhalingstekens. In dit voorbeeld wordt de eigenlijke tekst omsloten door een <tekst> element. Daarbinnen worden twee <paragraaf> elementen onderscheiden. Die worden verder getypeerd door verschillende waarden voor het @nummer attribuut. Verder komen er in de tekst (en dus ook binnen de <paragraaf> elementen) nog 2 <titel> elementen voor. Om aan te geven dat het om een XML document gaat, begint het document met een XML declaratie (in het voorbeeld: <?xml version="1.0"?>), met een aanduiding van de versie van de XML standaard waaraan het document beantwoordt. Merk op dat in dit voorbeeld gebruik wordt gemaakt van inzichtelijke elementnamen, maar dat evengoed alle elementen de naam "x" hadden kunnen dragen. De XML standaard bepaalt enkel de syntactische regels waaraan de opmaak voor documenten moet voldoen. Het biedt de volgende voordelen:
  • technologische neutraliteit: omdat XML documenten in wezen platte tekst zijn, is de toegankelijkheid niet afhankelijk van bepaalde software, waardoor duurzaamheid wordt gegarandeerd.
  • scheiding van structurele representatie en visuele presentatie: omdat XML documenten niet meer zijn dan platte tekst met structurele meta-gegevens, wordt het mogelijk om de tekst inzichtelijk te beschrijven en pas in latere instantie te bepalen hoe die beschrijving door de computer moet worden geïnterpreteerd.
  • semantische uitbreidbaarheid: omdat XML syntactische regels voorschrijft voor de opmaak van teksten, kunnen daarmee verschillende inzichtelijke codeerschema's worden ontwikkeld.
XML voorziet mogelijkheden om de logische structuur van documenten vast te leggen in een schema. Dat bevat een structuurgrammatica (definities van de namen, inhoud en distributie van elementen en attributen) waaraan alle documenten van dat type moeten voldoen. Hiermee kunnen dus definities formeel worden vastgelegd voor de opmaak van verschillende teksttypes. De documentstructuur van het vorige voorbeeld zou als volgt kunnen worden beschreven in een schema:
<element xmlns="http://relaxng.org/ns/structure/1.0" name="tekst">
<oneOrMore>
<element name="paragraaf">
<optional>
<attribute name="nummer">
<text/>
</attribute>
</optional>
<zeroOrMore>
<interleave>
<element name="titel">
<text/>
</element>
<text/>
</interleave>
</zeroOrMore>
</element>
</oneOrMore>
</element>
Zonder in detail te treden [1], biedt dit voorbeeld een illustratie van hoe een documentstructuur kan worden beschreven in een Relax NG schema. In dit geval moet een document bestaan uit een <tekst> element dat een @nummer attribuut kan hebben en één of meer <paragraaf> elementen moet bevatten. Die kunnen op hun beurt platte tekst en <titel> elementen bevatten, en die laatste bestaan uit platte tekst. Een dergelijk schema kan niet enkel descriptief worden gebruikt voor de beschrijving van bestaande documentstructuren, maar ook prescriptief voor de formele controle van nieuwe documenten. Er bestaat immers software die de structuur van XML bestanden kan controleren ten opzichte van wat in een schema als geldige structuur wordt bepaald. Door XML bestanden op een dergelijke manier te valideren ten opzichte van een schema, kan de consistentie van de codering en dus uitwisselbaarheid van de bestanden worden verhoogd.
Om dergelijke uitwisselbaarheid van onderzoeksbestanden te verbeteren, zijn ook op het vlak van documentdefinities internationale inspanningen tot standaardisering ontstaan. De belangrijkste inspanning op het gebied van tekstopmaak voor humane wetenschappen werd geleverd door het Text Encoding Initiative (TEI), een onderzoeksproject dat werd opgericht in 1987 en sinds 2000 is ondergebracht in een consortium. Het heeft als opzet een interdisciplinair en internationaal opmaakschema te ontwikkelen voor de representatie van allerlei types van teksten voor onderzoek en onderwijs. Sinds 1990 zijn verschillende generaties van TEI codeerschema's en bijhorende richtlijnen gepubliceerd. De laatste grote editie dateert van 2005 (al wordt ze continu bijgewerkt), en is gedocumenteerd in Guidelines for Electronic Text Encoding and Interchange (TEI P5). Daarin worden enkele honderden structuurelementen gedefinieerd waarmee opmaakmodellen kunnen worden samengesteld voor zeer uiteenlopende tekstgenres zoals proza, poëzie, drama,... Voor praktische tekstcodering volgens de TEI richtlijnen wordt aanbevolen om een schema te definiëren dat een selectie bevat van de beschikbare TEI elementen en attributen, en waar nodig nieuwe elementen of attributen definieert. Dat gebeurt in een zogenaamd ODD (One Document Does it All) document. Dat is een TEI document waarin met behulp van een specifieke subset van het TEI vocabularium wordt gedocumenteerd welke TEI elementen en attributen al dan niet worden geselecteerd voor opname in een schema, en hoe eventuele nieuwe elementen en attributen zich verhouden tot het bestaande TEI model. Het meest bijzondere kenmerk van een ODD bestand is dat het de mogelijkheid biedt om een formele specificatie van een TEI schema meteen te documenteren. Door deze eigenschap kunnen van ODD bestanden zowel schema's (in verschillende schema-talen) als documentatie worden afgeleid. Daarvoor werd door het TEI consortium een webtoepassing beschikbaar gesteld: Roma.
Voor de codering van de teksten van deze editie en de begeleidende teksten werd een beperkte selectie van TEI elementen vastgelegd in een ODD bestand, waarvan via de Roma webapplicatie een schema en begeleidende HTML documentatie werd afgeleid. Deze bestanden zijn hier toegankelijk:
  • daisne.odd: een bestand dat de selectie van TEI elementen vastlegt voor de codering van de teksten en begeleidende documentatie van deze editie
  • daisne.rnc: een Relax NG schema waarmee de teksten en begeleidende documentatie van deze editie werden gevalideerd
  • daisne_doc.html: HTML documentatie van de TEI elementen die in de teksten en begeleidende documentatie van de editie werden gebruikt
In de volgende secties wordt toegelicht hoe de verschillende versies van De trein der traagheid in deze digitale editie werden gecodeerd met TEI. [2]

2. Algemene tekststructuur

De verschillende versies van De trein der traagheid die in deze digitale editie zijn opgenomen, werden gecodeerd in één TEI brondocument. Alvorens op de specifieke codering van de verschillen tussen de tekstversies over te gaan, wordt eerst de algemene tekststructuur belicht.
In het TEI opmaakmodel worden teksten opgevat als zelfbeschrijvende eenheden, met naast de tekst zelf ook uitgebreide voorzieningen voor meta-informatie over het document. TEI teksten worden opgenomen in een <TEI> element, dat tot de TEI namespace ("http://www.tei-c.org/ns/1.0") behoort [3]. Daarbinnen moeten minimaal een header-gedeelte met meta-informatie in een <teiHeader> element, en een tekstgedeelte in een <text> element voorkomen:
<TEI xmlns="http://www.tei-c.org/ns/1.0">
<teiHeader>
<!--...-->
</teiHeader>
<text>
<!--...-->
</text>
</TEI>
Binnen het header gedeelte worden volgende onderdelen gebruikt:
  • <fileDesc>: bevat een volledige bibliografische beschrijving van het elektronische bestand.
  • <encodingDesc>: documenteert de relatie tussen de elektronische tekst en de bron(nen) waarvan die is afgeleid.
  • <revisionDesc>: documenteert de wijzigingen die sinds het ontstaan van het bestand zijn aangebracht.
De beschrijving van het elektronische document in <fileDesc> bestaat uit titelgegevens (<titleStmt>), publicatiegegevens (<publicationStmt>) en een bibliografische beschrijving van de bronnen waarop de elektronische tekst is gebaseerd (<sourceDesc>). Volgend voorbeeld toont het <fileDesc> element uit het bronbestand van De trein der traagheid [4]:
<fileDesc>
<titleStmt>
<title>De trein der traagheid</title>
<title type="sub">een machineleesbare versie</title>
<author xml:id="JD">Johan Daisne</author>
<editor xml:id="XR">Xavier Roelens</editor>
<editor xml:id="EV">Edward Vanhoutte</editor>
<principal>Edward Vanhoutte</principal>
<respStmt>
<resp>Editie en codering</resp>
<name>Xavier Roelens</name>
<name>Edward Vanhoutte</name>
</respStmt>
<respStmt>
<resp>Encoding design en realisatie</resp>
<name xml:id="RvdB">Ron Van den Branden</name>
<name>Edward Vanhoutte</name>
</respStmt>
<funder>
<name>Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (CTB-KANTL)</name>
<address>
<addrLine>Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde</addrLine>
<addrLine>Koningstraat 18</addrLine>
<addrLine>b-9000 Gent</addrLine>
<addrLine>(België)</addrLine>
<addrLine>tel: +32 (0)9 265.93.50</addrLine>
<addrLine>fax: +32 (0)9 265.93.49</addrLine>
<addrLine>email: ctb@kantl.be</addrLine>
</address>
</funder>
</titleStmt>
<publicationStmt>
<publisher>Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde</publisher>
<pubPlace>Gent</pubPlace>
<date>2012</date>
<availability>
<p>© 2012, CTB - KANTL</p>
</availability>
</publicationStmt>
<sourceDesc>
<!--...-->
</sourceDesc>
</fileDesc>
De methodes en editieprincipes die gevolgd werden voor de transcriptie en codering van de tekst worden beschreven in <encodingDesc>. Daarin kan informatie over de projectspecifieke context worden gegeven in <projectDesc>, en een gedetailleerde beschrijving van de gevolgde codeerpraktijk in <editorialDesc>. In <tagsDecl> wordt informatie over het specifieke gebruik van TEI elementen in de tekst gegeven, en <variantEncoding> wordt gebruikt om aan te geven welk systeem werd gebruikt voor de codering van tekstvariatie (zie 3. Codering van tekstvariatie).
<encodingDesc>
<projectDesc>
<p>gecreëerd voor het CTB project 'digitale editie van Johan Daisne, De Trein der traagheid'.</p>
</projectDesc>
<editorialDecl>
<correction>
<p>Op grond van tekstkritisch onderzoek werd voor de constitutie van de leestekst op deze CD-ROM een reeks emendaties doorgevoerd op de leestekst. Die zijn opgenomen als aparte varianten met siglum 'leestekst', naast de gewone varianten. De lijst van emendaties ten opzichte van de basistekt kan in de elektronische editie gegenereerd worden door de leestekst te vergelijken met de versie D63, de eerste afzonderlijk verschenen druk uit 1963.</p>
</correction>
<normalization>
<p>Er werden geen normaliseringen doorgevoerd.</p>
</normalization>
<quotation>
<p>Doorheen de drukken zijn verschillende systemen gehanteerd voor de aanduiding van dialogen. Die zijn diplomatisch getranscribeerd als varianten.</p>
</quotation>
<hyphenation>
<p>Geen afbrekingen</p>
</hyphenation>
</editorialDecl>
<tagsDecl>
<namespace name="http://www.tei-c.org/ns/1.0">
<tagUsage gi="app" occurs="1765"/>
<tagUsage gi="back" occurs="1"/>
<tagUsage gi="body" occurs="1"/>
<tagUsage gi="div" occurs="34"/>
<tagUsage gi="front" occurs="1"/>
<tagUsage gi="gloss" occurs="44"/>
<tagUsage gi="head" occurs="33"/>
<tagUsage gi="hi" occurs="76"/>
<tagUsage gi="lb" occurs="1"/>
<tagUsage gi="link" occurs="67"/>
<tagUsage gi="linkGrp" occurs="1"/>
<tagUsage gi="note" occurs="70"/>
<tagUsage gi="p" occurs="373"/>
<tagUsage gi="q" occurs="196"/>
<tagUsage gi="rdg" occurs="4129"/>
<tagUsage gi="term" occurs="44"/>
</namespace>
</tagsDecl>
<variantEncoding location="internal" method="parallel-segmentation"/>
</encodingDesc>
Het header element <revisionDesc> bevat een logbestand van alle wijzigingen die aan het elektronische document zijn aangebracht, met een beschrijving van de wijziging, wie voor de wijziging verantwoordelijk is, en het tijdstip.
<revisionDesc>
<change when="2012-08-26" who="#RvdB">Bijwerking</change>
<change when="2012-08-26" who="#RvdB">
<list>
<item>
<gi>listWit</gi>
verplaatst naar
<gi>sourceDesc</gi>
</item>
<item>opdracht verplaatst naar <gi>front</gi></item>
</list>
</change>
<change when="2012-08-10" who="#EV">Verbetering 48P en 48Pm</change>
<!--...-->
</revisionDesc>
De meta-informatie in de header wordt gevolgd door de codering van de tekst in het <text> element. Voor de tekst wordt een unieke identificatiecode geven in een @xml:id attribuut, en door de waarde nl voor het @xml:lang attribuut wordt aangegeven dat de gebruikte taal in de tekst Nederlands is. Binnen het <text> element wordt de eigenlijke inhoud weergegeven in een <body> element, dat wordt voorafgegaan door een <front> element waarin de opdracht is opgenomen. Het <back> element bevat informatie over variatie met betrekking tot paragraafgrenzen (zie 3. Codering van tekstvariatie).
<text xml:lang="nl" xml:id="Tdt">
<front>
<!--voorwoord-->
</front>
<body>
<!--hoofdstukken-->
</body>
<back>
<!--informatie over paragraafvariatie-->
</back>
</text>
De grote tekststructuren die voorkomen in de verschillende tekstversies van De trein der traagheid zijn vrij uniform: een opdracht (in sommige versies) en 33 hoofdstukken. Deze grote tekststructuren zijn gecodeerd met <div>. Elk <div> element heeft een @type attribuut waarmee het tekstdeel verder wordt getypeerd (dedication of chapter), een @xml:id attribuut met een unieke identificatiecode (div + rangnummer) en een @n attribuut met een genormaliseerde benaming voor het tekstdeel. De titel van elk hoofdstuk wordt opgenomen in een <head> element vóór de eigenlijke inhoud. Omdat De trein der traagheid een prozatekst is, wordt die georganiseerd in paragrafen, die gecodeerd worden in <p> elementen. Het volgende voorbeeld illustreert hoe de opdracht en de eerste paragrafen van het eerste hoofdstuk zijn gecodeerd [5]:
<front>
<div n="0" type="dedication" xml:id="div1">
<p xml:id="p1">
<hi rend="italic">Aan JEAN VAN KALCK die ’Met 13 aan tafel’ uitgaf en ontijdig aan onze vriendschap werd ontrukt. Doch de Trein keert altijd terug, traag maar zeker.</hi>
</p>
</div>
</front>
<body>
<div n="1" type="chapter" xml:id="div2">
<head xml:id="head1">1</head>
<p xml:id="p2">Toen ik de ogen weer opende, bemerkte ik dat de gehele coupé sliep. Het meisje over me, met haar niet onaardige gezicht maar rouwige nagels, zat nog met haar haakwerkje in de hand. Het rustte nu roerloos – in zover iets ooit zonder beweging kan zijn in een rijdende trein – op de smoezelige zakdoek in haar schoot. Aan de knapjes aangerode pruillippen van het kind bemerkte ik een nog niet weggelikte chocoladevlek. Wat had ze wellustig langzaam op de partjes zitten zuigen, die ze geniepig, één voor één van de reep in haar tas had afgebroken en in haar mond gestopt!</p>
<p xml:id="p3">De jongeman in zijn schelle lentepak naast haar – blijkbaar ook een forens – zat nu tegen haar verzakt. Zijn hoofd knikkebolde en raakte soms haar schouder en haar rossig, uitstaand haar. Maar nu trok ze zich niet meer terug, op haar onvriendelijke, eenzelvige manier, zoals ze dat gedaan had toen hij een eerste maal was ingedut. Aldus was gebeurd, herinnerde ik me, heel even voor het ogenblik toen de conducteur was gekomen om onze kaartjes te vragen.</p>
<!--...-->
</div>
</body>
Het is belangrijk om te weten dat bij de transcriptie van De trein der traagheid de logische structuureenheid paragraaf werd gecodeerd; niet de fysieke verschijningsvorm. Regeleindes zijn dus niet opgenomen in de transcriptie.
Dialogen en citaten zijn getranscribeerd als quotaties binnen het <q> element. Voor de transcriptie van De trein der traagheid werd ervoor geopteerd om ook de gebruikte aanhalingstekens over te nemen en te coderen als varianten (zie 3. Codering van tekstvariatie) omdat in de verschillende bronnen verschillende systemen werden gehanteerd, waarin intern nog afwijkingen voorkomen. Volgend voorbeeld illustreert hoe dialogen zijn gecodeerd:
<p xml:id="p121"><q xml:id="q43">‘U bent zeker te laat gekomen om de machinist te ondervragen?’</q> begon Hernhutter vaderlijk.</p>
Wanneer een uiting in de directe rede onderbroken wordt, wordt de samenhang tussen de samenstellende delen in de codering geëxpliciteerd [6]. Daarvoor wordt aan elk fragment een waarde voor het @xml:id attribuut gegeven, die bestaat uit de letter q, gevolgd door een doorlopende nummering voor de verschillende citaten in de tekst. Die unieke identificatiecode wordt gebruikt om met de attributen @next en @prev te verwijzen naar de volgende, respectievelijk vorige fragmenten, zoals volgend voorbeeld illustreert:
<p xml:id="p303">
<q next="q150" xml:id="q149">‘Inderdaad,’</q>
vervolgde hij,
<q next="q151" prev="q149" xml:id="q150">‘zo zie ik ook haar mond. En,’ </q>
fluisterde hij met moeite ofschoon nog heel even een laatste restje van zijn glimlach in zijn trillende baardhaar bleef hangen,
<q prev="q150" xml:id="q151">‘als <hi rend="italic">u</hi> me verzekert dat ze een kleine, smalle mond heeft, in de vorm van het hart op die speelkaart van Val, wel... dan ziet u thans de schim van mijn jonge vrouw voor u, die een halve eeuw geleden is gestorven...’</q>
</p>
Tekst die typografisch gemarkeerd is, wordt in de transcriptie van De trein der traagheid aangeduid met het element <hi>. Het @rend attribuut geeft een omschrijving van de aard van de typografische markering:
  • italic: voor gecursiveerde tekst.
  • smallcaps: voor tekst in klein kapitaal.
  • space: voor tekst die een spatie tussen elke letter heeft om nadruk te visualiseren.
  • sup: voor tekst die supralineair geschreven is.
  • underline: voor enkel onderlijnde tekst.
Ten slotte werden ook annotaties en woordverklaringen gecodeerd in de teksten van De trein der traagheid. Voor beide fenomenen is het <note> element gebruikt, waaraan een aparte categorie wordt toegekend in het @type attribuut: ann voor annotaties en gloss voor woordverklaringen. Woorden die worden verklaard, worden binnen <term> geplaatst; de verklaring wordt met <gloss> aangeduid. Verder wordt het onderscheid tussen editeurs- en auteursnoten aangegeven via een @resp attribuut, waarin wordt verwezen naar de verantwoordelijke voor de annotatie. Auteursnoten krijgen de waarde #JD (Johan Daisne), editeursnoten hebben de waarde #XR (Xavier Roelens).
<div n="4" type="chapter" xml:id="div5">
<!--...-->
<p xml:id="p29">Dom zijn ze vast niet, maar zelfs voor letterkundige vakken is tegenwoordig<note resp="#XR" corresp="#Pm63" type="ann" xml:id="note10">Daisne verbeterde op de drukproef voor de uitgave van 1963 "is tegenwoordig" in "bestaat thans", maar heeft daarna zijn eigen verbetering geschrapt</note> niet meer dezelfde belangstelling, laat staan een gelijke geestdrift aanwezig als vroeger.
<!--...-->
</p>
<p xml:id="p30">Bijster literair was ik overigens die middag niet geweest. Ik had responsieles<note resp="#XR" type="gloss" xml:id="note11">
<term>responsieles</term>
<gloss>les waarbij de leraar aan de leerlingen vragen stelt</gloss>
</note> gehouden met het oog op het naderende examen, over het een en ander uit de fonetiek, wat we in de aanvang van het jaar hadden gezien.
<!--...-->
</p>
<!--...-->
<note resp="#JD" corresp="#Pm63" type="ann" xml:id="note12">uitwitten. Regel mag niet vol. Daarna nieuwe §.</note>
<!--...-->
</div>
Hierbij valt op te merken dat bij auteursnoten het @corresp attribuut wordt gebruikt om te verwijzen naar de specifieke versie van de tekst waarop de noot van toepassing is. De precieze werking van dat mechanisme wordt verder toegelicht (zie 3. Codering van tekstvariatie). In het voorgaande voorbeeld komen twee editeursnoten voor (een annotatie en een woordverklaring), en één auteursnoot (een instructie voor de vormgever). Door middel van het @corresp attribuut wordt aangegeven dat die noten enkel van toepassing zijn op de verbeterde drukproef voor de uitgave van 1963 (met als siglum Pm63).

3. Codering van tekstvariatie

Om de verschillende versies van De trein der traagheid te coderen in één elektronisch bronbestand is gebruik gemaakt van een aantal tekstkritische elementen uit de TEI tagset. In de brontekst is een intern tekstkritisch apparaat aangelegd volgens de parallel segmentation methode, die het mogelijk maakt om alle plaatsen met tekstvariatie als gelijkwaardige varianten te beschrijven. Het type van apparaat en de manier waarop het is gecodeerd, worden aangeduid in het aparte header element <variantEncoding>. Met het attribuut @location kan worden aangegeven of het om een intern (internal) of extern (external) apparaat gaat; met het attribuut @method kan de gebruikte codeermethode worden aangegeven. Dit element maakt deel uit van het <encodingDesc> header element. In de brontekst van De trein der traagheid ziet dit er als volgt uit:
<encodingDesc>
<!--...-->
<variantEncoding location="internal" method="parallel-segmentation"/>
</encodingDesc>
De verschillende tekstversies die zijn opgenomen in deze editie, zijn bibliografisch beschreven in het <sourceDesc> element in de header. Om aan te geven dat de bronbeschrijving een lijst bevat van de verschillende tekstversies voor een kritische teksteditie, wordt daarbinnen het element <listWit> gebruikt. Daarbinnen wordt voor elke tekstversie een korte beschrijving gegeven in een <witness> element. Dat element bevat het attribuut @xml:id, dat een siglum vastlegt waaraan in het apparaat kan worden gerefereerd. In deze editie bestaan de sigla uit een aanduiding van de status van de tekstversie in de drukgeschiedenis, gevolgd door twee cijfers die het jaartal aanduiden. Volgende statuscodes worden onderscheiden voor de tekstversies:
  • P: drukproef
  • Pm: drukproef met verbeteringen
  • T: tijdschriftpublicatie
  • D: zelfstandige publicatie
Voorts bevat de beschrijving van de tekstversies binnen <witness> nog een beknopte omschrijving in een <label> element en een bibliografische beschrijving in <bibl>. Volgend voorbeeld illustreert de bronbeschrijvingen uit de brontekst:
<sourceDesc>
<listWit>
<witness xml:id="P48">
<label>1948: drukproef</label>
<bibl>Drukproef voor het Nieuw Vlaams Tijdschrift, Letterenhuis, D125/H (26), 37034/1-49, p. 31-79.</bibl>
</witness>
<witness xml:id="Pm48">
<label>1948: drukproef met correcties van Johan Daisne</label>
<bibl>Drukproef met correcties voor het Nieuw Vlaams Tijdschrift, Letterenhuis, D125/H (26), 37034/1-49, p. 31-79.</bibl>
</witness>
<witness xml:id="T48">
<label>1948: publicatie in het NVT</label>
<bibl>'<title level="a">De trein der traagheid</title>' in: <title level="j">Nieuw Vlaams Tijdschrift</title>, jg. 3, oktober 1948, p. 408-456.</bibl>
</witness>
<witness xml:id="P50">
<label>1950: drukproef</label>
<bibl>Drukproef van uitgeverij Electa voor <title level="m">Met dertien aan tafel</title>, AMVC-Letterenhuis, D125/H (27), 40736/77-120.</bibl>
</witness>
<witness xml:id="Pm50">
<label>1950: drukproef met correcties van Johan Daisne</label>
<bibl>Drukproef met correcties van uitgeverij Electa voor <title level="m">Met dertien aan tafel</title>, AMVC-Letterenhuis, D125/H (27), 40736/77-120.</bibl>
</witness>
<witness xml:id="D50">
<label>1950: publicatie in MET 13 AAN TAFEL</label>
<bibl>'<title level="a">De trein der traagheid</title>' in: <title level="m">Met dertien aan tafel, of Knalzilver met schelpgoud</title>. Electa: 1950, Brussel, p. 101-150.</bibl>
</witness>
<witness xml:id="D61">
<label>1961: publicatie in MODERNE VLAAMSE VERHALEN</label>
<bibl>'<title level="a">De trein der traagheid</title>' in: <title level="m">Moderne Vlaamse verhalen</title> (ed. André Demedts). Het Spectrum: 1961, Utrecht/Antwerpen (Prisma: 592), p. 96-138.</bibl>
</witness>
<witness xml:id="P63">
<label>1963: drukproef</label>
<bibl>Drukproef van uitgeverij Manteau voor <title level="m">De trein der traagheid</title>, Letterenhuis, D125/H (26), 69377/1-8, 117 p.</bibl>
</witness>
<witness xml:id="Pm63">
<label>1963: drukproef met verbeteringen van Johan Daisne</label>
<bibl>Drukproef met correcties van uitgeverij Manteau voor <title level="m">De trein der traagheid</title>, Letterenhuis, D125/H (26), 69377/1-8, 117 p.</bibl>
</witness>
<witness xml:id="D63">
<label>1963: eerste aparte uitgave</label>
<bibl><title level="m">De trein der traagheid</title>. Tweede, herziene druk. Manteau: 1963, Brussel/Den Haag (MP: 9).</bibl>
</witness>
<witness xml:id="D64">
<label>1964: identieke herdruk eerste aparte uitgave</label>
<bibl><title level="m">De trein der traagheid</title>. Derde druk. Manteau: 1964, Brussel/Den Haag (MP: 9).</bibl>
</witness>
<witness xml:id="P68">
<label>1968: drukproef</label>
<bibl>Drukproef van uitgeverij Manteau voor <title level="m">De trein der traagheid</title>, Letterenhuis, D125/H (26), 85943/1a-h, 122 p.</bibl>
</witness>
<witness xml:id="D68">
<label>1968: filmeditie</label>
<bibl><title level="m">De trein der traagheid, geïllustreerd met 16 foto's uit de film Un soir, un train...</title> Vierde druk. Manteau: 1968, Brussel/Den Haag (MP: 9).</bibl>
</witness>
<witness xml:id="D70">
<label>1970: identieke herdruk filmeditie</label>
<bibl><title level="m">De trein der traagheid, geïllustreerd met 16 foto's uit de film Un soir, un train...</title> Vijfde druk. Manteau: 1970, Brussel/Den Haag (MP: 9).</bibl>
</witness>
<witness xml:id="D72">
<label>1972: identieke herdruk filmeditie zonder inleiding en filmstills</label>
<bibl><title level="m">De trein der traagheid</title>. Zesde druk. Manteau: 1972, Brussel/Den Haag (MP: 9).</bibl>
</witness>
<witness xml:id="D74">
<label>1974: identieke herdruk filmeditie zonder inleiding en filmstills</label>
<bibl><title level="m">De trein der traagheid</title>. Achtste druk. Manteau: 1974, Brussel/Den Haag.</bibl>
</witness>
<witness xml:id="D75">
<label>1975: indentieke herdruk filmeditie zonder inleiding en filmstills</label>
<bibl><title level="m">De trein der traagheid</title>. Negende druk. Manteau: 1975, Brussel/Den Haag (MR:4).</bibl>
</witness>
<witness xml:id="D76">
<label>1976: verbeterde editie</label>
<bibl><title level="m">De trein der traagheid</title>. Tiende druk. Manteau: 1976, Brussel/Den Haag (GMP: 123).</bibl>
</witness>
<witness xml:id="D77">
<label>1977: identieke herdruk verbeterde editie</label>
<bibl><title level="m">De trein der traagheid</title>. Elfde druk. Manteau: 1977, Brussel/Den Haag (GMP: 123).</bibl>
</witness>
<witness xml:id="leestekst">
<label>leestekst</label>
</witness>
</listWit>
</sourceDesc>
In de tekst wordt het systeem van 'parallel-segmentation' gebruikt om tekstvariatie te coderen. Dit systeem laat toe om de gemeenschappelijke tekst (die gedeeld wordt door alle tekstversies) slechts één maal te transcriberen. Enkel voor plaatsen waar tekstvariatie bestaat, worden alle verschillende varianten opgenomen in een <app> element. Elke afzonderlijke variante vorm wordt opgenomen in een <rdg> element, waarvoor in een @wit attribuut wordt aangegeven in welke versie(s) die voorkomt. Het @wit attribuut bevat dus een lijst van (één of meer) sigla uit de <listWit> lijst die hierboven werd beschreven. Op basis van deze lijst kan voor de presentatie van de editie die versie van de tekst gereconstrueerd worden die door de gebruiker wordt gevraagd. Voor de respectieve vergelijkende apparaten die zo kunnen worden gegenereerd, zijn niet noodzakelijk alle varianten relevant. Puur typografische en niet-betekenisvolle varianten krijgen daarom het attribuut @type, met als waarde ignore. Het volgende voorbeeld illustreert hoe dit er uit ziet in de brontekst:
<p xml:id="p2">
<app xml:id="app3">
<rdg wit="#P48 #Pm48 #T48 #P50 #Pm50 #D50 #D61 #D76 #D77 #leestekst" type="ignore">Toen ik de ogen weer opende, bemerkte ik dat</rdg>
<rdg wit="#P63 #Pm63 #D63 #D64" type="ignore">
<hi rend="smallcaps">toen ik de ogen weer opende, bemerkte ik dat</hi>
</rdg>
<rdg wit="#P68 #D68 #D70 #D72 #D74 #D75" type="ignore"><hi rend="smallcaps">toen ik de ogen</hi> weer opende, bemerkte ik dat</rdg>
</app>
<app xml:id="app4">
<rdg wit="#D61 #P63 #Pm63 #D63 #D64 #P68 #D68 #D70 #D72 #D74 #D75 #D76 #D77 #leestekst">de gehele</rdg>
<rdg wit="#P48 #Pm48 #T48 #P50 #Pm50 #D50">mijn hele</rdg>
</app>
coupé sliep.
<!--...-->
</p>
Dit voorbeeld toont hoe de eerste zin van de openingsparagraaf van het eerste hoofdstuk twee varianten bevat. De eerste betreft een typografische variant, waarvoor 3 verschillende variante vormen zijn gedocumenteerd. De tweede bevat een tekstvariant met 2 verschillende variante vormen. In de @wit attributen van de <rdg> elementen wordt aangegeven voor welke tekstversies de respectieve vormen van toepassing zijn. Wanneer bijvoorbeeld de eerste afzonderlijke drukversie van 1963, met siglum D63 wordt opgevraagd, wordt voor beide tekstvarianten de tekst van het juiste <rdg> element getoond. Omdat de eerste tekstvariant louter een verschillende lay-out in de verschillende tekstversies documenteert, wordt door middel van het type="ignore" attribuut aangegeven dat hiervoor geen ingang in het vergelijkend apparaat moet worden gemaakt. De tweede vorm komt wel in het vergelijkend apparaat terecht.
Naast tekstuele varianten zijn er in de verschillende versies van De trein der traagheid ook verschillen ontstaan op structureel niveau, met name de paragraafindeling. Daarbij gaat het om paragraafgrenzen die in de verschillende tekstversies soms anders zijn geïnterpreteerd, eerder dan paragrafen die zijn weggelaten of toegevoegd. Omdat dergelijke structurele variatie opereert op het logische structuurniveau dat TEI beschrijft, kan ze niet vanzelfsprekend worden gecodeerd binnen <app> elementen. Daarom is voor deze paragraafvariatie een apart systeem gebruikt. Bij de codering van de tekst werd voor een maximale paragraafindeling gekozen, waarbij in de basistekst voor de editie een nieuwe paragraaf wordt begonnen op elke plaats waar in eender welke tekstversie een paragraaf begint. Zo bevat de transcriptie van hoofdstuk 32 van De trein der traagheid 15 <p> elementen:
<div n="32" type="chapter" xml:id="div33">
<head xml:id="head32">32</head>
<p xml:id="p334">En hij rende weg. Ik dook naar zijn jas, rukte die van de haak, greep de fles op die voor mij stond en stormde hem achterna. Binnen voor de open deur bleef hij nog even staan en draaide zich om. Er was nu haast niemand meer in de herberg.</p>
<p xml:id="p335">
<q next="q176" xml:id="q175">‘Hier,’</q>
hijgde ik,
<q prev="q175" xml:id="q176">‘trek tenminste je jas aan, of je doet nog iets op! ’t Lijkt buiten nog wel altijd nacht te wezen. En neem die fles wijn mee, voor als je dorst krijgt of het koud hebt... Val, Val, wees toch voorzichtig! Ik...’</q>
</p>
<p xml:id="p336">
<q next="q178" xml:id="q177">‘Dank u,’</q>
stamelde hij, stopte de jas onder zijn arm en vatte de fles bij de hals vast.
<q prev="q177" xml:id="q178">‘U bent ontzettend lief voor me, net een oudere broer! Maar waarom maakt u zich ongerust?...<note resp="#XR" corresp="#Pm63" type="ann" xml:id="note64">Daisne verbeterde op de drukproef voor de uitgave van 1963 "...?" in "?...", maar heeft daarna zijn eigen verbetering geschrapt</note></q>
</p>
<p xml:id="p337">Hij lachte plotseling, kinderlijk overmoedig weer, maar het klonk toch enigszins gedwongen.</p>
<p xml:id="p338">
<q xml:id="q179">‘... Geen zorg, heus! In de slechtste veronderstelling zijn we hier in het land van de dood; welnu, wat zou het dan, als mij een ongeluk overkomt? Minus maal minus is toch plus! Als ik hier doodga, betekent dat niet precies dat ik dan het andere leven teruggeschonken word? Professor zou...’</q>
</p>
<p xml:id="p339">Eensklaps hield het schellen van de trem op.</p>
<p xml:id="p340"><q xml:id="q180">‘Adieu,’</q> riep Val me alleen nog toe en vloog naar buiten.</p>
<p xml:id="p341">Ik liep mee, tot over de stoep. Een vijftigtal meter van de herberg, in de nevelige duisternis, zag ik inderdaad een buurttrem staan, drie wagens, ros verlicht en tot barstens toe gevuld met de wriemelende schimmen van luidruchtige reizigers. Het treintje moest al goed bezet zijn geweest voor het hier aankwam, want zoveel mensen hadden bepaald niet bij elkaar gezeten in de herberg.</p>
<p xml:id="p342">In het donker hoorde ik het dravend geluid van Val’s stappen zich verwijderen. Verderop dook zijn schaduwbeeld weer op tegen het geelrode schijnsel van de wagens. Het treintje zette zich reeds in beweging. <q next="q182" xml:id="q181">‘Het andere leven!’</q> had ik nog willen roepen, <q prev="q181" xml:id="q182">‘maar welk ander leven, Val? Dat van gisteren, vóór ons avontuur? Dat van je thuis, je ouders, - ach, Val jongen! of het... wezenlijk andere?’...</q></p>
<p xml:id="p343">Maar de woorden waren in mijn keel bestorven.</p>
<p xml:id="p344">De trem reed weg. Hij kwam niet langs de herberg; natuurlijk niet – hier lagen immers geen rails. Licht ratelend verwijderden zich de wagens; snel begon hun kleine rosse sleep zich in de zwarte nevel op te lossen. Nog enkele ogenblikken, en alles zou weer duister en doodstil zijn alom.</p>
<p xml:id="p345">Ik stond nog steeds voor de stoep. En plotseling voelde ik dat zich iemand achter mij bevond. Ik draaide me om. Maar het was niet Hernhutter. In de deuropening, door de lantaarn erboven met een kroon van mistig licht omgeven, herkende ik de juffrouw. Zij was dus <hi rend="italic">niet</hi> meegegaan, ondanks de ‘afspraak’ met Val!</p>
<p xml:id="p346">Ik staarde haar sprakeloos aan. Het viel niet te zeggen of ze nog steeds aanminnig glimlachte, dan wel dromerig en droefgeestig. Misschien was dit ook geen glimlach meer, maar de ernst van een pijnlijk geluk. Onuitsprekelijke blik! Onweerstaanbare mond!...</p>
<p xml:id="p347">Voor ik het wist had ik haar armen, haar schouders vastgegrepen. Zij schrok niet. Ze had lichte, parelgrijze ogen, lippen als het rode hart op de speelkaart...</p>
<p xml:id="p348"><q xml:id="q183"><hi rend="italic">Wie bèn jij?</hi></q> kreet ik, met zulk een veranderde stem dat ikzelf ervan schrok.</p>
</div>
Toch is er geen enkele versie waarin die 15 paragrafen voorkomen (het werkelijke aantal paragrafen varieert van 11 tot 14). Dit systeem biedt de makkelijkste oplossing om later aan te geven dat bepaalde paragrafen in sommige tekstversies moeten worden samengevoegd. Dit is gedocumenteerd in het <back> gedeelte van de tekst, waarbinnen een lijst van links (<link>) is opgenomen binnen een <linkGrp> element. Om aan te geven dat die links samenvoegingen van paragrafen documenteren, krijgen ze de waarde join voor een @type attribuut. In het attribuut @targets wordt een opsomming gegeven van de @xml:id waarden van de paragrafen die moeten worden samengevoegd tot één paragraaf. Om aan te geven op welke tekstversies die samenvoeging van toepassing is, wordt in het @corresp attribuut een lijst gegeven van hun corresponderende sigla. De paragraafvariatie in hoofdstuk 32 wordt zo gedocumenteerd in volgende <link> elementen binnen <linkGrp>:
<back>
<linkGrp type="joins">
<!--...-->
<link type="join" corresp="#T48 #P50 #Pm50 #D50 #D61 #P63 #Pm63 #D63 #D64 #P68 #D68 #D70 #D72 #D74 #D75 #D76 #D77 #leestekst" targets="#p336 #p337"/>
<link type="join" corresp="#P50 #Pm50 #D50 #D61 #P63 #Pm63 #D63 #D64 #P68 #D68 #D70 #D72 #D74 #D75 #D76 #D77 #leestekst" targets="#p339 #p340"/>
<link type="join" corresp="#P48 #Pm48 #T48 #P50 #Pm50 #D50 #D61" targets="#p342 #p343"/>
<link type="join" corresp="#D61 #P63 #Pm63 #D63 #D64 #P68 #D68 #D70 #D72 #D74 #D75 #D76 #D77 #leestekst" targets="#p344 #p345"/>
<!--...-->
</linkGrp>
</back>
Bij het genereren van bijvoorbeeld de eerste publicatie van 1961, met als siglum D61, wordt nagegaan welke paragrafen moeten worden samengevoegd, door te controleren welke <link type="join"> elementen met dat siglum corresponderren. In dit voorbeeld zijn dat alle <link> elementen behalve het tweede. Voor elk van die <link> elementen worden vervolgens de paragrafen waaraan in het @targets attribuut wordt gerefereerd, samengevoegd tot één paragraaf. Omdat de paragrafen p336 en p337, p342 en p343, en p344 en p345 worden samengevoegd, zal hoofdstuk 32 van de gegenereerde editie voor tekstversie D61 volgende 11 paragrafen bevatten:
<div n="32" type="chapter" xml:id="div33">
<head xml:id="head32">32</head>
<p xml:id="p334">En hij rende weg. Ik dook naar zijn jas, rukte die van de haak, greep de fles op die voor mij stond en stormde hem achterna. Binnen voor de open deur bleef hij nog even staan en draaide zich om. Er was nu haast niemand meer in de herberg.</p>
<p xml:id="p335">
<q next="q176" xml:id="q175">‘Hier,’</q>
hijgde ik,
<q prev="q175" xml:id="q176">‘trek tenminste je jas aan, of je doet nog iets op! ’t Lijkt buiten nog wel altijd nacht te wezen. En neem die fles wijn mee, voor als je dorst krijgt of het koud hebt... Val, Val, wees toch voorzichtig! Ik...’</q>
</p>
<p xml:id="p336"><q next="q178" xml:id="q177">‘Dank u,’</q> stamelde hij, stopte de jas onder zijn arm en vatte de fles bij de hals vast. <q prev="q177" xml:id="q178">‘U bent ontzettend lief voor me, net een oudere broer! Maar waarom maakt u zich ongerust?...<note resp="#XR" corresp="#Pm63" type="ann" xml:id="note64">Daisne verbeterde op de drukproef voor de uitgave van 1963 "...?" in "?...", maar heeft daarna zijn eigen verbetering geschrapt</note></q> Hij lachte plotseling, kinderlijk overmoedig weer, maar het klonk toch enigszins gedwongen.</p>
<p xml:id="p338">
<q xml:id="q179">‘... Geen zorg, heus! In de slechtste veronderstelling zijn we hier in het land van de dood; welnu, wat zou het dan, als mij een ongeluk overkomt? Minus maal minus is toch plus! Als ik hier doodga, betekent dat niet precies dat ik dan het andere leven teruggeschonken word? Professor zou...’</q>
</p>
<p xml:id="p339">Eensklaps hield het schellen van de trem op. <q xml:id="q180">‘Adieu,’</q> riep Val me alleen nog toe en vloog naar buiten.</p>
<p xml:id="p341">Ik liep mee, tot over de stoep. Een vijftigtal meter van de herberg, in de nevelige duisternis, zag ik inderdaad een buurttrem staan, drie wagens, ros verlicht en tot barstens toe gevuld met de wriemelende schimmen van luidruchtige reizigers. Het treintje moest al goed bezet zijn geweest voor het hier aankwam, want zoveel mensen hadden bepaald niet bij elkaar gezeten in de herberg.</p>
<p xml:id="p342">In het donker hoorde ik het dravend geluid van Val’s stappen zich verwijderen. Verderop dook zijn schaduwbeeld weer op tegen het geelrode schijnsel van de wagens. Het treintje zette zich reeds in beweging. <q next="q182" xml:id="q181">‘Het andere leven!’</q> had ik nog willen roepen, <q prev="q181" xml:id="q182">‘maar welk ander leven, Val? Dat van gisteren, vóór ons avontuur? Dat van je thuis, je ouders, - ach, Val jongen! of het... wezenlijk andere?’...</q> Maar de woorden waren in mijn keel bestorven.</p>
<p xml:id="p344">De trem reed weg. Hij kwam niet langs de herberg; natuurlijk niet – hier lagen immers geen rails. Licht ratelend verwijderden zich de wagens; snel begon hun kleine rosse sleep zich in de zwarte nevel op te lossen. Nog enkele ogenblikken, en alles zou weer duister en doodstil zijn alom. Ik stond nog steeds voor de stoep. En plotseling voelde ik dat zich iemand achter mij bevond. Ik draaide me om. Maar het was niet Hernhutter. In de deuropening, door de lantaarn erboven met een kroon van mistig licht omgeven, herkende ik de juffrouw. Zij was dus <hi rend="italic">niet</hi> meegegaan, ondanks de ‘afspraak’ met Val!</p>
<p xml:id="p346">Ik staarde haar sprakeloos aan. Het viel niet te zeggen of ze nog steeds aanminnig glimlachte, dan wel dromerig en droefgeestig. Misschien was dit ook geen glimlach meer, maar de ernst van een pijnlijk geluk. Onuitsprekelijke blik! Onweerstaanbare mond!...</p>
<p xml:id="p347">Voor ik het wist had ik haar armen, haar schouders vastgegrepen. Zij schrok niet. Ze had lichte, parelgrijze ogen, lippen als het rode hart op de speelkaart...</p>
<p xml:id="p348"><q xml:id="q183"><hi rend="italic">Wie bèn jij?</hi></q> kreet ik, met zulk een veranderde stem dat ikzelf ervan schrok.</p>
</div>

Notes

[1] Voor een uitstekende inleiding tot XML en schema's wordt verwezen naar A gentle introduction to XML.
[2] Om de documentatie overzichtelijk te houden, concentreert deze tekst zich op de codering van de teksten in de editie zelf. Uiteraard werd ook de begeleidende documentatie met TEI gecodeerd. Voor een algemene documentatie van de TEI elementen die kunnen voorkomen in de begeleidende documentatie wordt verwezen naar de documentatie van het gebruikte TEI schema, in daisne_doc.html. Uitgebreider informatie is te vinden in de volledige TEI Guidelines. Voor een praktische inleiding tot tekstcodering met TEI wordt verwezen naar TEI by Example.
[3] Uiteraard behoren alle TEI elementen tot de TEI namespace. Om XML codering niet nodeloos complex te maken, is bepaald dat namespace declarations worden geërfd. Door de TEI namespace te declareren in het <TEI> element, worden alle elementen die daarbinnen voorkomen automatisch tot die namespace gerekend. Om ook de verdere voorbeeldfragmenten niet nodeloos complex te maken, wordt in deze documentatie stilzwijgend verondersteld dat elk element tot de TEI namespace behoort.
[4] Voor een gedetailleerde documentatie van de bronbeschrijvingen in <sourceDesc>, zie 3. Codering van tekstvariatie.
[5] Om de documentatie overzichtelijk te houden, zijn de voorbeelden waar nodig vereenvoudigd. Enkel waar de codering van tekstvariatie in detail wordt besproken, wordt die informatie opgenomen in de voorbeelden.
[6] Hierbij moet worden opgemerkt dat voor deze digitale editie geen gebruik werd gemaakt van deze codering.