< >

1914-10-09 (1 bericht)

> | Vrijdag 9 October.
De nacht is kalm zooals de avond was, koel en maneklaar, geen windje suist; de daken blinken als verzilverd; enkele starren tintelen heel zwak uit den bleekblauwen hemelkoepel. Wie het venster opent hoort kanongedommel in de verre verten. Frankrijk zendt aan ons leger hulp: soldaten van de marine, met de ronde wollen kuifmuts, in 't donkerblauw gekleed: aan hen is niets meer frisch, tenzij hun meerendeels jong, verbruind, gezond aangezicht, arme, moedige jongens! De censuur is streng; weinig vertrouwbaar nieuws staat in de dagbladen; maar dit wordt toch geweten: de forten van Antwerpen hielden geen stand; de stad werd gebombardeerd, de inwoners vluchtten — velen naar Nederland.
De Waalsche vluchtelinge uit mijn straat komt mij bezoeken. Zij is blootshoofds, geen hoed is ze rijk. Al de kleederen, die ze draagt, zijn haar gegeven. Ze heeft haar kindje mede. Het is heden juist vier weken oud, zegt ze: het heet Paul. Wat is het groot en kloek voor een hier in ballingschap geborene! Het is gewikkeld in een witwollen bussel en heeft een muts op met een roze strikje versierd, alles liefderijke gift van een kinderlooze, jonge dame. De vluchtelinge is een groote, zichtbaar verzwakte, mooie vrouw van vijf en twintig jaar. Zij heeft een overvloed van fijne, zwartglimmende haren, een ronden blanken, laag ontblooten hals. Haar gelaat is vol uitdrukking met een schaduw van weemoed, vaak verhelderd door een innemenden glimlach. Dat gelaat houdt u geboeid, ge kunt er de blikken niet van afslaan. Haar stem is melodieus; gebaren doet ze niet of heel weinig. Haar man was handelsreiziger. Hun oudste kind is vier jaar oud. Ze waren zoo gelukkig in hun gezellig huisje, met een bloementuintje. In de week ging ze nooit uit. De komst van het tweede kind werd met vreugde tegemoet gezien; er stond een nieuw wiegje onder een wit behang in een hoek van de slaapkamer. Ze woonden te Angleur, dicht bij Luik. Onverhoeds kwam het ontzettend nieuws, dat de brug over de Vesdre ging opgeblazen worden. In hun verslagenheid liepen de buren radeloos heen op 't alarm. Het leven redden! Dat was de eenige bekommernis. Haar man had echter het in huis zijnde geld medegenomen; maar ze vermoedden niet, dat hun verblijf van langen duur zou wezen, toen ze tot bezinning gekomen, met groote benden zwervers te Brussel aanlandden. Daar smolt hun geldvoorraad heel gauw en ze vloden verder naar Gent. Het oogenblik was daar om haar intrek te nemen in 't Moederhuis. Met het laatste wat ze bezaten huurde haar man een zolderkamertje, waar hij in armoede vertoefde met het oudste kind. Toen zij na veertien dagen met den nieuwgeborene het Moederhuis verliet, wist ze niet, wat de dag van morgen en overmorgen hun brengen zou. In de bakkerij, waar ze schier met het allerlaatste geld een brood ging koopen, ontmoette zij een belangstellende dame, die naar het kindje keek, haar uitvroeg over hare herkomst en haar lot en ze in haar huis opnam, met heel de familie, zonder zelfs hun naam te kennen: "Wat zijn de menschen hier braaf en medelijdend," besluit ze met haar bekoorlijken glimlach.
< >
Lettergrootte: [-a] [standaard] [A+] Stijl: [L<-R][L- >R]

Kalender

1914
<< oktober >>
Zo Ma Di Wo Do Vr Za
        1 2 3
4 5 6 7 8 9 10
11 12 13 14 15 16 17
18 19 20 21 22 23 24
25 26 27 28 29 30 31
             
logo CTB