opdracht,1
  • Aan JEAN VAN KALCK die ’Met 13 aan tafel’ uitgaf en ontijdig aan onze vriendschap werd ontrukt. Doch de Trein keert altijd terug, traag maar zeker. (leestekst)
1,1
  • mijn hele (D50)
1,1
1,1
1,1
  • ooit iets (D50)
1,1
1,1
1,1
1,1
1,1
  • chocolavlek (D50)
1,1
  • één na één (D50)
1,2
  • jonge man (D50)
1,2
1,2
  • had gedaan (D50)
1,2
  • naar onze (D50)
1,3
1,3
1,3
1,3
  • iets minder (D50)
1,3
  • in een hele tijd alleen er (D50)
1,3
1,4
1,4
1,5
1,5
1,5
1,6
  • ruggevlakken (D50)
1,6
1,7
1,7
1,8
  • wonderlijkheid van de aanblik (D50)
1,8
  • ingevallen (D50)
1,9
  • verlichting (D50)
1,9
  • biezonder (D50)
1,9
1,9
1,9
1,9
  • aan gewend geworden, (D50)
1,9
2,1
2,1
  • diezelfde (D50)
2,1
2,2
  • voorbij was gereden (D50)
2,2
2,2
2,2
  • aan een dromerig (D50)
2,3
  • schoon te hebben gewreven (D50)
2,4
2,4
  • mijn oog heeft dat steeds (D50)
2,4
  • in gedachte namelijk (D50)
2,4
  • halverwegen (D50)
2,4
2,5
2,5
2,5
  • uitzicht en naam (D50)
2,5
  • dromerige (D50)
2,5
  • biezonderheid (D50)
3,1
  • wonderlijk (D50)
3,1
3,1
  • gesteld worden (D50)
3,1
3,3
  • omschrijven, (D50)
3,3
3,4
  • waar of ik (D50)
3,4
  • zijn Hiernamaals (D50)
3,4
  • wonderbare (D50)
3,4
3,4
  • geweldig instituut (D50)
3,4
3,5
3,5
  • chocolapartjes (D50)
3,5
  • binnen in mezelf (D50)
3,5
3,5
3,5
  • er zo dichtop (D50)
3,6
  • als wel in (D50)
3,6
3,7
  • afmatten; (D50)
3,7
3,8
3,8
3,8
3,8
3,8
3,8
3,9
3,9
  • voorgenomen, (D50)
3,9
3,9
  • werkprogram (D50)
3,10
3,10
3,10
  • kan, als werkbeest, (D50)
3,10
  • der deugdzaamheid (D50)
4,1
  • weer omhooggewerkt (D50)
4,1
4,3
  • die middag overigens (D50)
4,3
  • gehouden, (D50)
4,3
4,3
  • gezien en sedert meermaals herhaald (D50)
4,3
  • Toch kon weer (D50)
4,3
  • vertellen, (D50)
4,3
4,3
  • schrijft, (D50)
4,3
  • het articulatiepunt (D50)
4,3
  • ten onder gegaan (D50)
4,4
4,4
  • overnieuw (D50)
4,4
4,4
4,4
  • had genoemd (D50)
4,4
  • werktuigelijk (D50)
4,4
4,4
  • in begint (D50)
4,4
  • articulatiebasis (D50)
4,4
  • mededeling, (D50)
4,4
  • had gewijd (D50)
4,5
4,5
  • gewoonweg (D50)
4,5
4,5
4,5
  • afgesteld (D50)
4,5
  • psychisch (D50)
4,5
  • beginnen, (D50)
5,1
  • werkeloosheid (D50)
5,1
5,1
5,1
  • daarin heen (D50)
5,1
5,2
5,2
  • herfst voor het eerst (D50)
5,2
  • opgeschoten –, (D50)
5,2
5,2
  • bij laten opmerken (D50)
5,2
  • soort van (D50)
5,2
  • ten minste (D50)
5,2
  • Dààrmee (D50)
5,2
  • er achter (D50)
5,3
5,3
5,3
5,3
  • Indien ik het odium mijner leerlingen niet vreesde (leestekst)
  • Moest ik het odium mijner leerlingen niet vrezen (D50)
5,4
  • om me heen eigenlijk toch (D50)
5,4
  • tegenspoed en verveling (D50)
5,4
5,4
  • geweest zijn (D50)
6,1
6,1
  • bruizende (D50)
6,1
6,2
6,2
6,2
6,2
  • brutaal een weg er (D50)
6,2
6,2
6,2
  • in een oogopslag er (D50)
6,2
6,2
  • stemmen, dat (D50)
6,2
6,2
6,3
6,3
6,3
6,3
  • beschikte (D50)
6,3
7,1
7,1
7,1
7,1
  • binnengeslingerd (D50)
7,3
  • toch misschien (D50)
7,3
7,3
  • thans inderdaad (D50)
7,4
7,4
  • ten minste (D50)
7,4
7,4
  • bang, doch (D50)
7,4
  • in gekomen (D50)
7,4
  • soort van (D50)
8,1
  • eerste-klassewagens (D50)
8,2
  • ik ten laatste (D50)
8,3
8,4
8,5
9,2
  • met een prettige (D50)
9,4
9,4
9,4
  • Ten minste, (D50)
9,5
9,5
9,6
  • binnenstroomde (D50)
9,6
9,6
  • wijd uiteengestrooide (D50)
9,6
9,7
  • hebben gekozen (D50)
9,8
9,10
9,11
  • ’tzelfde (D50)
9,11
9,11
  • geweest zijn (D50)
9,11
  • gesloten hebt (D50)
9,11
9,12
9,12
  • duisternis, (D50)
10,2
10,2
10,2
10,2
10,5
  • weer alles (D50)
10,5
10,6
  • Christenen (D50)
10,6
10,8
  • verst uit elkaar (D50)
10,9
  • ’s Heren Hoede... ! (D50)
10,9
  • ons inderdaad (D50)
10,9
  • de ware etymologie nog steeds niet (leestekst)
  • nog altijd de ware etymologie niet (D50)
10,9
  • Oostelijke (D50)
11,1
  • heropvlammende (D50)
11,2
11,3
  • momentaan (D50)
11,4
11,6
11,6
11,7
11,7
11,8
11,8
  • halsoverkop (D50)
11,8
  • jonge man (D50)
11,8
11,8
11,9
11,9
11,9
  • jonge man (D50)
11,10
  • ... eindelijk ! » (D50)
11,11
11,12
11,13
11,13
  • had gesteld (D50)
11,13
  • een zeker opzicht (D50)
11,14
11,14
11,14
11,14
11,17
11,17
  • een auteur (D50)
11,17
12,1
  • We stapten (D50)
12,4
12,4
  • wat inderdaad (D50)
12,5
12,5
  • aanstalte (D50)
12,5
  • blijkbaar (D50)
12,5
  • welbewust voor (D50)
12,5
12,6
12,7
12,7
12,8
12,8
  • jonge man (D50)
12,8
  • niet meer de locomotief (D50)
12,8
  • verkrijgen (D50)
12,8
  • durven te (D50)
12,9
  • geheten worden (D50)
12,10
12,11
  • opgenomen te hebben (D50)
12,12
12,12
12,12
  • vrienden (D50)
12,12
13,1
  • vergist te hebben (D50)
13,1
  • jonge man (D50)
13,1
13,1
  • de lichtpunt (D50)
13,1
  • professor’s (D50)
13,1
13,1
13,3
13,6
13,7
13,7
  • blijgemoed (D50)
13,7
13,9
  • hier in de buurt (D50)
13,10
13,10
13,10
13,10
13,12
  • ter zijde (D50)
13,13
  • moesten liever niet hierboven op de spoorbaan (leestekst)
  • deden beter niet hierboven op de spoorbaan te (D50)
13,13
13,13
13,13
13,14
13,14
13,16
14,1
  • ruimtelijk (D50)
14,2
  • af waren gedaald (D50)
14,2
  • biezonder (D50)
14,2
  • bongerds, (D50)
14,3
  • natuurhistorie (D50)
14,3
14,4
14,4
14,4
  • « onze » (D50)
14,4
  • gebleven te zijn (D50)
14,4
  • toch niet (D50)
14,4
14,4
14,4
  • ten minste (D50)
14,4
14,5
  • verre-blijven (D50)
14,5
14,8
  • stil was blijven staan (D50)
14,8
14,8
14,8
  • de stuipjes (D50)
14,8
14,8
15,1
15,1
  • enigszins (D50)
15,2
15,2
  • criminalogie (D50)
15,2
15,2
15,2
  • klassieke (D50)
15,2
  • biezonderheden (D50)
15,2
15,2
  • het vuur aan het gebouw (D50)
15,2
15,2
  • nota bene (D50)
15,2
15,2
15,2
15,2
15,2
  • strottenhoofd (D50)
15,3
  • detective-stories (D50)
15,3
15,3
15,3
  • naartoe leidt (D50)
15,4
16,2
  • zal bedoeld (D50)
16,2
16,3
16,3
16,4
  • biezondere (D50)
16,4
16,4
  • professor’s (D50)
16,4
  • gehoord te hebben (D50)
16,5
16,5
16,5
  • waarschijnlijk dezelfde (D50)
16,5
  • zou gesteld (D50)
16,8
16,9
16,10
16,10
  • geschreven, (D50)
16,10
  • ‘ Witte Zeil ’ ? (D50)
16,11
  • op ’t ogenblik toch (D50)
16,12
  • kwam ik tussenbeide (D50)
16,12
16,12
  • moet wezen (D50)
16,12
  • onontbeerlijk, (D50)
16,13
  • wèrkelijk (D50)
16,14
16,14
17,1
  • waren we vermoeid en hongerig geworden (leestekst)
  • begonnen we vermoeid en hongerig te geraken (D50)
17,1
17,1
  • zonderling (D50)
17,1
  • In mij brandde een heerlijke ofschoon nog duistere vlam; (leestekst)
  • Persoonlik brandde in mij een heerlijke, ofschoon nog duistere vlam; (D50)
17,1
17,2
17,2
17,2
  • we alle drie (D50)
17,2
17,2
17,2
  • ‘ wonderen ’ (D50)
17,3
  • moeten bestaan (D50)
17,3
17,3
  • Gedachten, (D50)
17,4
17,4
  • weerhouden, (D50)
17,5
17,6
  • wandelen, (D50)
17,8
  • waaronder (D50)
18,1
18,1
  • herkennen (D50)
18,1
18,1
18,1
  • denkbeeld, (D50)
18,1
  • is geweest (D50)
18,1
18,1
18,1
18,1
18,1
  • dagelijks (D50)
18,1
  • mogen laten (D50)
18,1
18,1
  • mecanoleidraad (D50)
18,1
  • mecanostukken (D50)
18,1
18,2
  • wij ook gingen nu (D50)
18,2
18,2
18,3
  • biezondere (D50)
18,5
  • biezondere (D50)
18,5
  • terzelfdertijd (D50)
19,2
  • mecanostukken (D50)
19,2
  • een beetje naar zijn woorden zoekend, (leestekst)
  • naar zijn woorden zoekend, een beetje (D50)
19,3
  • ten gevolge (D50)
19,3
  • er vóór (D50)
19,4
19,5
  • we kunnen (D50)
19,5
  • mecanostuk (D50)
19,5
  • psychisch (D50)
19,6
19,6
  • mecanostukken (D50)
19,6
19,8
  • treinongeval (D50)
20,1
20,1
20,1
20,1
20,1
  • vreemd hoe (D50)
20,1
20,2
20,2
20,2
  • lopen ?... » (D50)
20,2
  • plotseling (D50)
20,3
20,3
  • professor ?! (D50)
20,3
  • uit, terwijl (D50)
20,3
20,4
20,4
  • durven te (D50)
20,4
  • àls... dàn (D50)
20,4
  • ten minste (D50)
20,4
20,4
20,4
  • halfdozijn (D50)
20,4
20,4
20,4
  • toe hebben geschenen (D50)
20,4
  • een of ander (D50)
20,5
20,5
  • weerschijn (D50)
20,6
20,6
  • verorberen (D50)
20,6
  • indien we alleen maar verdwaald waren (leestekst)
  • moesten we alleen maar verdwaald zijn (D50)
20,9
  • ten slotte, (D50)
20,9
20,9
20,9
20,9
  • soort van (D50)
20,9
  • moest ik weer eens alleen komen (D50)
20,10
21,1
21,1
21,1
21,1
21,1
21,1
  • kennelijk (D50)
21,2
21,2
21,4
21,4
21,4
21,5
  • kleine gemeente (D50)
21,5
  • rechts en links (D50)
22,1
  • hoofdgang, (D50)
22,1
22,3
  • millioenen (D50)
22,3
  • instellingen (D50)
22,4
22,4
  • dooreenmengeling (D50)
22,5
22,5
22,5
22,6
  • gezegd hebben (D50)
22,6
  • beter gestelden (D50)
22,7
22,8
22,8
22,8
22,8
  • thuisbrengen (D50)
22,8
22,8
23,1
  • ten minste (D50)
23,1
  • inzoverre (D50)
23,2
23,2
23,2
23,2
23,2
23,2
23,2
23,2
23,2
23,2
  • ongedwongen (D50)
23,2
  • rechts en links (D50)
23,2
23,3
  • veronderstelling, (D50)
23,3
  • kon gehuwd (D50)
23,4
23,5
  • had gewerkt (D50)
23,6
23,6
23,6
23,7
  • met haar hoofd (D50)
24,1
24,2
24,3
  • biezonder (D50)
24,3
24,3
  • psychisch (D50)
24,3
  • gevonden worden (D50)
24,3
24,3
  • ten minste (D50)
24,3
24,3
24,3
  • zal het hier nacht blijven (D50)
24,3
24,4
  • Prachtig ! (D50)
24,4
24,5
  • aangestoken (D50)
24,6
24,7
24,7
24,7
24,8
24,8
  • sterren en cirkels (D50)
24,8
25,2
25,2
25,2
25,2
  • grote fijne (D50)
25,3
  • lichtgekleurd (D50)
25,3
25,3
  • al bekende (D50)
25,3
  • dienden we als allereerste ongetwijfeld te (leestekst)
  • moesten we als allereerste ongetwijfeld (D50)
25,4
25,4
25,4
25,4
25,4
25,5
25,5
25,5
  • gramofoon (D50)
25,5
25,5
  • amazonepak (D50)
26,1
26,1
26,1
26,1
26,2
26,2
26,2
  • even voor (D50)
26,3
  • en met de vinger ernaar wijzend, de bovenste kaart van een (leestekst)
  • en er met de vinger naar wijzend, de bovenste kaart van een (D50)
26,3
26,3
26,3
  • door scheen (D50)
26,4
  • Terugleggen ! (D50)
26,4
26,5
26,6
26,7
26,8
  • was, hem eveneens, (D50)
26,8
  • af had gebracht (D50)
26,8
26,9
26,9
26,9
27,2
27,2
27,2
27,3
27,3
27,3
27,3
27,4
27,4
27,5
27,5
27,6
27,6
27,7
27,8
27,9
  • zonder enige (D50)
27,9
27,9
27,10
27,10
  • hartendame (D50)
28,1
  • De kellner (D50)
28,2
  • de eerste aanstoot (D50)
28,3
28,3
28,3
28,3
  • dus heb ik (D50)
28,6
  • moeten bedenken (D50)
28,6
28,6
  • overigens heel (D50)
28,6
28,7
  • plebejisch (D50)
28,11
28,11
28,11
29,1
29,1
  • mee glimlachte (D50)
29,2
29,5
29,5
29,5
29,7
29,8
  • merkwaardig ! (D50)
29,9
  • zilveren sterretjes (D50)
29,10
  • ten minste (D50)
29,11
  • half lang (D50)
29,14
  • «Veertig ! » (D50)
29,14
29,14
  • vijf en twintig (D50)
29,14
  • zou gegeven (D50)
29,15
30,1
  • pauseerde (D50)
30,2
  • los had gemaakt (D50)
30,3
30,3
  • hartendame (D50)
30,4
30,5
  • zweetpareltjes (D50)
31,1
  • opgemerkt te hebben (D50)
31,3
  • habitué’s (D50)
31,3
  • overhoop haalde (D50)
31,6
31,6
  • aanstalte (D50)
31,6
  • hun regenjas over de (D50)
31,6
  • instrumenten (D50)
31,7
  • overigens (D50)
31,9
31,9
31,9
31,9
  • aanhoudend (D50)
31,9
31,10
31,12
31,12
  • een keer weer (D50)
31,15
  • hèèn !... (D50)
32,2
  • ’t Lijkt (D50)
32,2
  • voorzichtig ! (D50)
32,3
32,3
32,3
32,3
  • een oudste (D50)
32,3
32,4
32,5
  • nog alleen (D50)
32,7
32,7
32,7
32,7
32,9
32,9
32,9
32,10
32,12
  • Wie bèn jij ? (D50)
32,12
33,2
33,3
33,5
  • in de haast (D50)
33,6
33,7
33,9
33,9
33,9
  • miespelde (D50)
33,14
33,16
33,16
33,17
  • aanminnig (D50)
33,18
  • gegleden zijn (D50)
33,19
  • wonderbaarlijke (D50)