opdracht,1-
Aan JEAN VAN KALCK die ’Met 13 aan tafel’ uitgaf en ontijdig aan onze vriendschap werd ontrukt. Doch de Trein keert altijd terug, traag maar zeker.
(leestekst)
I
,7- wonderlijkheid van de aanblik (Pm48)
V
,4- Moest ik het odium mijner leerlingen niet vrezen (Pm48)
- Indien ik het odium mijner leerlingen niet vreesde (leestekst)
XIII
,13- deden beter niet hierboven op de spoorbaan te (Pm48)
- moesten liever niet hierboven op de spoorbaan (leestekst)
XVII
,1- begonnen we vermoeid en hongerig te geraken (Pm48)
- waren we vermoeid en hongerig geworden (leestekst)
XVII
,1- Persoonlijk brandde een heerlijke, ofschoon nog duistere vlam in mij ; (Pm48)
- In mij brandde een heerlijke ofschoon nog duistere vlam; (leestekst)
XIX
,2- naar zijn woorden zoekend, een beetje (Pm48)
- een beetje naar zijn woorden zoekend, (leestekst)
XX
,7- moesten we alleen maar verdwaald zijn (Pm48)
- indien we alleen maar verdwaald waren (leestekst)
XXV
,5- moesten we als allereerste ongetwijfeld (Pm48)
- dienden we als allereerste ongetwijfeld te (leestekst)
XXVI
,3- en er met de vinger naar wijzend, de bovendste kaart van een (Pm48)
- en met de vinger ernaar wijzend, de bovenste kaart van een (leestekst)