<Resultaat 45 van 2155

>

p1+
Eerwaarde Heer, hooggeachte Vriend!

Indien ik tot heden nalatig ben geweest in de beantwoording uwer voorlaatste letteren - wijt dit dan alleen aan den drang van bezigheden, die zich voor mij hebben opgedaan in de behandeling en dagelijkschen dienst der ons-beider zoo dierbare zaak van de katholieke en dietsche hervorming der waereldlijke wetenschap - in zonderheid historie en aesthetiek.

Eerstdaags verschijnt N° 4 der "Warande", dat ik bijna alleen heb moeten volschrijven en de "Almanak" voor 1859, die weder ruim vierd'halfhonderd bladzijden beslaat. Er is geen bladzij in het bundeltjen, die de redakteur niet min of meer bewerken moet. Voeg daarbij vele familiezaken die mij op de handen liggen; mijne handelsbehartiging, en de talloze bezoeken, waar ik mij niet altoos aan onttrekken kan.

Geloof mij, ik tel mijne betrekking tot U en de instelling, die uw onderwijs geniet, tot mijne p2zoetste banden. Ik verwacht van het vaster strengelen dier banden de schoonste gevolgen. Als ons katholiek en nederlandsch zelfbewustzijn allengskens sterker wordt op het gebied van kunst en letteren, zal dit niet anders dan gunstig op het eene noodige kunnen terugwerken, en vaak heeft een schoone ogivale boog of een schoon stichtend XIIIe eeuwsch beeld warmer tot het ontvankelijk gemoed gesproken dan de korte bewijzen der dogmatische didaktiek of de vermaningen der door niemant betwiste zedeleer.

Ik kan U in de opgaven van hollandsche leerboeken weinig dienst doen - allerminst voor de klassieke studiën. Ik beweeg mij in een vrij grooten, mijne zwakke vermogens in aanmerking genomen zelfs al te ruimen kring: maar die kring is niet paedagogiesch en door mijn kanaal zoû men slechts met te grooten omslag tot de kennis der beste leerboeken kunnen komen. 't Is jammer dat wij hier eigenlijk geen een fikschen roomschen boekhandelaar hebben. vLangenhuysen is de beste nog; en ik noodig U uit aan hem de mij gedane vragen te herhalen. Niet-te-min doe ik U hier een paar kleine opgaven p3wegends de beste en "goedkoopste" duitsch-nederl. woordenboeken

I. Neues vollständiges Deutsch-Holl. Wörterbuch, nach den besten Quellen, Amsterdam, Tielkemeyer.. 1851 - 2 dln...[1] 4.10.-

II. Woordenb. der Nederd. fr. hoogd. & eng. Talen- S Gravenhage, K. Fuhri ... 1 dik deel.. 4.80

Hartelijk zeg ik U dank voor den ontvangen dichtbundel. Ik zal zeer zeker een goed woordtjen daarover in de "Warande" spreken. Gij, Eerwaarde vriend! breekt met alle geleerdheid, die zijn grond niet vindt in God en in het heerlijk volksleven! Dat verdient de luidste toejuiching aller Anti-akademisten. O, dat wij er nog eens in slagen konden een einde te maken aan "cette éducation payenne sapondrée de Christianisme", die nog bij zoo vele onderwijsinstellingen op den voorgrond staat. Dat men meer en meer onze eigen katholieke klassieken, de filosofen en dichters die men de Vaderen noemt, in beoefening nam, en eerst in later tijd met de Heidenen kennis maakte - als het oordeel genoeg gerijpt, het hart genoeg gesterkt is, om niet van mythologisme tot sensualisme en ongeloof te worden gebracht.

De brave Bisschop en dichter Vida, die een heldendicht op den Heiland zoû vervaardigen (de Christiade) liet zich zelf zoodanig door den geest der Renaissance meesleepen, dat hij de H. Eucharistie de "imago" van den "held" (Christus) noemde! Lees p4dit en aldergelijke schandalen bij Mgr Gaume in zijn werk La Renaissance, hetwelk, ondanks eenige overdrijving, bestemd schijnt de ogen aller weldenkenden over de horreurs deze zoo lang gevierde Renaissance te openen. Ik betreur dat mijn vriend Ph. Vander Haeghen zich heeft laten bewegen op zulke hoogst onvoegzame wijze de welgemeende argumenten van Mgr Gaume te bestrijden.

In mijn "Almanak” heb ik uw "Kranke"[2] en het stukjen "Moed en betrouen"[3] geplaatst. Ik zal v.Langenhuysen opgeven wat Ge nog verlangt te ontvangen. Het beste voor uw bundel zoû zijn, dat uw uitgever aan v.Langenh. eenige exempl. in dépôt zond - ik zal het boek dan in ons kath. dagblad ter sprake brengen.

Vaarwel! Gedenk mij in uwe gebeden en geloof mij
Uw dienstwillige dienaar & vriend in Christo
Jos. Ad. Alberdingk Thijm

Noten

[1] 1851 - 2 dln.. staat erboven geschreven met een accolade
[2] Guido Gezelle, De Bedroefde, O! ‘t Ruischen van het ranke riet! In: Volks-almanak voor Nederlandsche Katholieken: 8 (1859) p.220-221. In voetnoot staat een verwijzing naar Jan Destoop: “Getoonzet door den Hr. Jan Destoop v. Brugge.”
[3] Eugeen Van Oye, Moed en Betrouen. In: Volks-almanak voor Nederlandsche Katholieken: 8 (1859) p.222-224.

Register

Correspondenten

NaamAlberdingk Thijm, Josephus Albertus; Egbertus Negovagus.
Datums° Amsterdam, 13/08/1820 - ✝ Amsterdam, 17/03/1889
GeslachtMannelijk
Beroephoogleraar; dichter; auteur; kunstcriticus; uitgever
VerblijfplaatsNederland
BioJozef Alberdingk Thijm was de oudste zoon van Joannes Alberdingk, koopman in Amsterdam, en Catharina Thijm. De twee familienamen werden bij KB van 20/01/1834 samengevoegd. Aanvankelijk kocht Alberdingk Thijms vader voor hem een handelszaak van koloniale voedingswaren. In 1851 nam Joseph het initiatief voor de Volks-Almanak voor Nederlandsche Katholieken (1852-1888) en in 1855 stichtte hij het tijdschrift Dietsche Warande, waarin hij zelf ook publiceerde onder verschillende pseudoniemen. In beide tijdschriften en uit zijn contacten met Gezelle blijkt zijn interesse voor Vlaanderen, hoewel hij van België niet hield. De eerste contacten met Gezelle startten in de Roeselaarse periode: in 1855 waren ze beiden corresponderende leden van het Leuvense genootschap Met Tyd en Vlyt. In 1863 nam hij de drukkerij Van Langenhuysen over en werd hij de uitgever van het katholieke dagblad De Tijd. Op 04/12/1876 werd hij hoogleraar in de kunstgeschiedenis en esthetica aan de rijksacademie voor beeldende kunsten te Amsterdam. Hij werd samen met Gezelle in 1887 eredoctor aan de Leuvense universiteit en in datzelfde jaar ook buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Als auteur schreef hij ook gedichten en historische novellen.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamAlberdingk Thijm, Josephus Albertus; Egbertus Negovagus.
Datums° Amsterdam, 13/08/1820 - ✝ Amsterdam, 17/03/1889
GeslachtMannelijk
Beroephoogleraar; dichter; auteur; kunstcriticus; uitgever
VerblijfplaatsNederland
BioJozef Alberdingk Thijm was de oudste zoon van Joannes Alberdingk, koopman in Amsterdam, en Catharina Thijm. De twee familienamen werden bij KB van 20/01/1834 samengevoegd. Aanvankelijk kocht Alberdingk Thijms vader voor hem een handelszaak van koloniale voedingswaren. In 1851 nam Joseph het initiatief voor de Volks-Almanak voor Nederlandsche Katholieken (1852-1888) en in 1855 stichtte hij het tijdschrift Dietsche Warande, waarin hij zelf ook publiceerde onder verschillende pseudoniemen. In beide tijdschriften en uit zijn contacten met Gezelle blijkt zijn interesse voor Vlaanderen, hoewel hij van België niet hield. De eerste contacten met Gezelle startten in de Roeselaarse periode: in 1855 waren ze beiden corresponderende leden van het Leuvense genootschap Met Tyd en Vlyt. In 1863 nam hij de drukkerij Van Langenhuysen over en werd hij de uitgever van het katholieke dagblad De Tijd. Op 04/12/1876 werd hij hoogleraar in de kunstgeschiedenis en esthetica aan de rijksacademie voor beeldende kunsten te Amsterdam. Hij werd samen met Gezelle in 1887 eredoctor aan de Leuvense universiteit en in datzelfde jaar ook buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Als auteur schreef hij ook gedichten en historische novellen.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamAmsterdam

Naam - persoon

NaamAlberdingk Thijm, Josephus Albertus; Egbertus Negovagus.
Datums° Amsterdam, 13/08/1820 - ✝ Amsterdam, 17/03/1889
GeslachtMannelijk
Beroephoogleraar; dichter; auteur; kunstcriticus; uitgever
VerblijfplaatsNederland
BioJozef Alberdingk Thijm was de oudste zoon van Joannes Alberdingk, koopman in Amsterdam, en Catharina Thijm. De twee familienamen werden bij KB van 20/01/1834 samengevoegd. Aanvankelijk kocht Alberdingk Thijms vader voor hem een handelszaak van koloniale voedingswaren. In 1851 nam Joseph het initiatief voor de Volks-Almanak voor Nederlandsche Katholieken (1852-1888) en in 1855 stichtte hij het tijdschrift Dietsche Warande, waarin hij zelf ook publiceerde onder verschillende pseudoniemen. In beide tijdschriften en uit zijn contacten met Gezelle blijkt zijn interesse voor Vlaanderen, hoewel hij van België niet hield. De eerste contacten met Gezelle startten in de Roeselaarse periode: in 1855 waren ze beiden corresponderende leden van het Leuvense genootschap Met Tyd en Vlyt. In 1863 nam hij de drukkerij Van Langenhuysen over en werd hij de uitgever van het katholieke dagblad De Tijd. Op 04/12/1876 werd hij hoogleraar in de kunstgeschiedenis en esthetica aan de rijksacademie voor beeldende kunsten te Amsterdam. Hij werd samen met Gezelle in 1887 eredoctor aan de Leuvense universiteit en in datzelfde jaar ook buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Als auteur schreef hij ook gedichten en historische novellen.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamVan der haeghen, Philippe
Datums° Bruxelles, 24/02/1825 - ✝ Paris, 1886
GeslachtMannelijk
Beroephistoricus; filoloog; polemist
VerblijfplaatsFrankrijk
BioPhilippe Van der Haeghen was de zoon van Guillaume Van der Haeghen en Marie-Anne-Antoinette-Sophie De Wez. Hij was tot 1855 ‘chef de bureau des propriétés’ bij de administratie van de armenhuizen van de stad Brussel. Van 1855 tot 1866 werkte hij als privé-bibliothecaris van de hertog van Arenberg. Hij verkreeg vele eretitels o.m. die van commandeur van de Orde van Isabella de katholieke en was lid van tal van geleerde genootschappen, o.m. van de Leuvense universiteit. Zijn interesse ging uit naar Oosterse studies en hij bezocht tientallen bibliotheken over heel Europa, Indië en Egypte. In 1850 had hij samen met Karel Frans Stallaert een werk geschreven over de geschiedenis van de opvoeding (vooral in de Middeleeuwen), als antwoord op een vraag van de Académie Royale de Belgique en bekroond met de Gouden Medaille. Daarna publiceerde hij diverse studies op het gebied van de filologie en de teksteditie en schreef en vertaalde hij talrijke bijdragen en polemieken in toenmalige tijdschriften. Daarin toonde hij zich een militant katholiek.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent
NaamVan Langenhuysen, Caspar Lambertus
Datums° s-Hertogenbosch, 05/06/1802 - ✝ Amsterdam, 19/05/1859
GeslachtMannelijk
Beroepboekhandelaar; uitgever
VerblijfplaatsNederland
BioC.L. Van Langenhuysen vestigde zich in 1826 als boekhandelaar en uitgever in Amsterdam "in den berg Tabor op het Singel". Na zijn dood zette zijn weduwe het bedrijf verder. Jozef Alberdingk Thijm liet er zijn "Volks-Almanak voor Nederlandsche Katholieken en De Dietsche Warande" drukken. In 1863 nam hij het bedrijf over met behoud van de oorspronkelijke naam. Zo kreeg het een belangrijke rol in de ontwikkeling van het Nederlandse katholicisme o.a. door de uitgave van dagblad "De Tijd".
Relatie tot Gezellecorrespondent
NaamVida van Cremona, Marcus Hieronymus; Marco Girolano
Datums° Cremona, ca. 1490 - ✝ Alba, 27/09/1566
GeslachtMannelijk
Beroepkanunnik; bisschop; dichter; humanist
VerblijfplaatsItalië
BioMarco Girolano Vida begon als kanunnik te Mantua, daarna werd hij Kanunnik van Lateranen en, vanaf 1532, bisschop van Alba. Hij nam deel aan het Concilie van Trente (1545-1563). Vida was een van de belangrijkste neo-Latijnse dichters van het humanisme. Hij schreef behalve lyrische en epische poëzie ook talrijke leerdichten. Hij werd de grondlegger van het religieuze barokepos door zijn Christiados (6 dln, 1535) en had ook veel invloed op de toenmalige literatuurtheorie en kritiek, o.m. door zijn De arte poetica (1517), geïnspireerd op Horatius en Vergilius.
Links[wikipedia]
NaamGaume, Jean-Joseph
Datums° Fuans (Franche-comté), 05/03/1802 - ✝ Parijs, 19/11/1879
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; professor; auteur; theoloog
VerblijfplaatsFrankrijk
BioGaume studeerde aan het seminarie van Besançon en werd priester gewijd in 1825. Twee jaar later werd hij professor in de theologie aan het Groot Seminarie van Nevers. In 1841 trok hij naar Rome en in 1854 werd hij apostolisch nuntius van Pius IX.Tot Monseigneur benoemd schreef hij in ultramontaanse geest talrijke invloedrijke werken over theologie, geschiedenis en opvoeding, o.m. over de kwestie van de klassieken in het religieus onderwijs. Beschermd door Pius IX propageerde Mgr. Gaume de ‘classiques chrétiens’ en beschouwde hij de renaissance als een heropleving van het antieke heidendom en het begin van alle kwaad (La révolution. Recherches historiques. L’origine et la propagation du mal en Europe, depuis la renaissance jusqu’à nos jours (12 vol. 1856)!
Links[wikipedia]

Naam - plaats

NaamAmsterdam

Titel - gedicht van Guido Gezelle

TitelO! ' t Ruischen van het ranke riet!
PublicatieDichtoefeningen (Verzameld dichtwerk, deel I), p. 125

Titel - werk van Guido Gezelle

Titel(Vlaemsche) dichtoefeningen
Links[gezelle.be]

Titel - ander werk

TitelVolks-almanak voor Nederlandsche katholieken, ...
AuteurAlberdingk-Thym, Jos. Alb.
Datum1851-1890
PlaatsAmsterdam
UitgeverVan Langenhuysen
TitelDietsche Warande (periodiek)
AuteurAlberdingk Thijm, Jos.; Alberdingk Thijm, Paul
Datum1855-1874; 1886-1899
PlaatsAmsterdam; Gent
UitgeverVan Langenhuysen, C.L.; Leliaert
TitelNeues vollständiges Deutsch-Holl. Wörterbuch, nach den besten Quellen, und neuesten Quellen bearbeitet
AuteurCalisch, J.M.
Datum1851
PlaatsAmsterdam
UitgeverTielkemeyer
TitelNieuw volledig woordenboek der Nederduitsche, Fransche, Engelsche en Hoogduitsche talen : naar de nieuwste bronnen bewerkt door eene vereeniging van taalkundigen.
AuteurFuhri, K.
Datum1847
Plaatss-Gravenhage
UitgeverK. Fuhri
TitelLa révolution. Recherches historiques. L'origine et la propagation du mal en Europe, depuis la renaissance jusqu'à nos jours (12 vol.) (periodiek)
AuteurGaume, Jean-Joseph
Datum1856
PlaatsParis ; Bruxelles
UitgeverGaume ; Goemaert
TitelDe Tijd (periodiek)
AuteurSmits, Judocus (red); e.a.
Datum1845-1974
Plaatss Hertogenbosch; Amsterdam
UitgeverJudocus Smits
Links[wikipedia]
TitelChristiade
AuteurVida, Marco Girolamo
Datum1535
PlaatsCremona
Uitgever[s.n.]

Titel20/11/1858, Amsterdam, Josephus Albertus Alberdingk Thijm aan [Guido Gezelle]
EditeurRik Van Gorp; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderAlberdingk Thijm, Josephus Albertus
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum20/11/1858
VerzendingsplaatsAmsterdam
AnnotatieBriefversie van datering: St Felix v. V. 20 nov 1858 ; adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Gepubliceerd inDichtoefeningen, p.219 en p.245 (citaat); Brieven van Thym aan Gezelle / door Caesar Gezelle. - Jrg. 2 (1917), p.399-400
Fysieke bijzonderheden
Drager dubbel vel, 211x135
wit
papiersoort: 4 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden rouwpapier
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.); diverse notities, doorstrepingen en ingrepen ter voorbereiding van publicatie (potlood, hand C. Gezelle)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief3900
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|10221
Inhoud
IncipitIndien ik tot heden nalatig ben geweest
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.