<Resultaat 53 van 2182

>

p1
Much esteemed and kind Father

I direct my letter to my beloved Boy to you, that you may prepare him before he reads it of the hopeless state of our much valued and dearest friend Mr Pollard, I am sure I need not ask you to pray for our friend. I know my Edmund will grieve very much but you will comfort him my father. I hope you and all continue to feel every satisfaction with my Edmund I thank you all from myp2heart for what you have ever done for him, if the will of Almighty God may I live to see him a holy Priest. Do pray very often for me kind Father I always remember you in my poor prayers after Holy Communion. Time will not allow me to say more.

With sincere gratitude believe me your Grateful Child
Fanny George

Noten

[1] Het huis van haar zus Agnes Mary Christophers en haar schoonbroer Charles Joseph Pagliano in Brook Green, Hammersmith, Londen.

Register

Correspondenten

NaamChristophers, Francesca Ursula; George, Fanny; Sister Mary Girtrude
Datums° Saint-Pancras, Londen, 1816 - ✝ Elham, 01/1889
GeslachtVrouwelijk
Beroepnaaister
VerblijfplaatsEngeland
BioFanny George, in werkelijkheid Francesca Ursula Christophers, werd geboren als dochter van John Christophers en Mary Elizabeth Crowch. Haar ouders John Christophers en Mary Crowch trouwden op 24 oktober 1811 in Saint-Pancras Old Church te Londen. Fanny George werd gevormd door de bisschop van het Londense district Dr. James Yorke Bramston (een benedictijn) op 25/11/1832. Ze huwde te Southampton op 29/04/1840 met de chirurgijn John Hicks (°21/02/1790) in de Saint-Josephs Chapel, Bugle Street, Southampton. Ze was Johns tweede vrouw en het koppel kreeg samen één zoon: de bekende Edmund Benedict Hicks, gedoopt op 11/01/1842 in Brockhampton, Hampshire. John stierf kort daarop in 1844. Fanny George overleefde ook haar zoon Edmund, die overleed in Frankrijk in 1869. Op 05/02/1848 kwam haar vader haar intrede in het noviciaat van de benedictinessen te Hammersmith regelen. Ze was toen 30 jaar en haar zesjarig zoontje zou bij zijn grootvader verblijven. Op 09/03/1848 trad ze in, maar binnen de maand moest ze wegens haar zwakke gezondheid het klooster verlaten. Ze ging toen bij haar zuster Agnes inwonen in The Lodge, Brook Green, Londen. Ze trad in 1861 toe tot de lekenorde van de Sisters of Penance of Saint Dominic als 'Sister Girtrude' en werd er tertiaris, een lid van de Derde Orde van de Dominicanessen. Ze was arm en verrichte borduurwerk (van o.m. onderrokken) om in haar onderhoud en dat van haar zoon te voorzien. Toen haar zus na de dood van haar man in 1863 naar Brighton verhuisde om te hertrouwen verliet ze op 17 juli 1863 The Lodge. Ze verbleef vanaf 18 juli 1863 even bij haar zus te Brighton waar ze zwaar ziek werd door ontstekingen aan vinger en been, waardoor ze met een kruk moest lopen. In september 1863 woonde ze bij haar stiefdochter Augusta Hicks te Portsea, Hanover Street, 61. Augusta was protestants van geloof, waardoor Fanny niet lang bij haar wilde verblijven. Toen het huwelijk van haar zus niet doorging kwam Fanny in januari 1864 terug naar Brighton. In maart-april 1864 ging ze er bij haar zus wonen in de nieuwe woonst, 39 Montpellier Road. Ze stierf in Elham, Kent in januari 1889.
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamChristophers, Francesca Ursula; George, Fanny; Sister Mary Girtrude
Datums° Saint-Pancras, Londen, 1816 - ✝ Elham, 01/1889
GeslachtVrouwelijk
Beroepnaaister
VerblijfplaatsEngeland
BioFanny George, in werkelijkheid Francesca Ursula Christophers, werd geboren als dochter van John Christophers en Mary Elizabeth Crowch. Haar ouders John Christophers en Mary Crowch trouwden op 24 oktober 1811 in Saint-Pancras Old Church te Londen. Fanny George werd gevormd door de bisschop van het Londense district Dr. James Yorke Bramston (een benedictijn) op 25/11/1832. Ze huwde te Southampton op 29/04/1840 met de chirurgijn John Hicks (°21/02/1790) in de Saint-Josephs Chapel, Bugle Street, Southampton. Ze was Johns tweede vrouw en het koppel kreeg samen één zoon: de bekende Edmund Benedict Hicks, gedoopt op 11/01/1842 in Brockhampton, Hampshire. John stierf kort daarop in 1844. Fanny George overleefde ook haar zoon Edmund, die overleed in Frankrijk in 1869. Op 05/02/1848 kwam haar vader haar intrede in het noviciaat van de benedictinessen te Hammersmith regelen. Ze was toen 30 jaar en haar zesjarig zoontje zou bij zijn grootvader verblijven. Op 09/03/1848 trad ze in, maar binnen de maand moest ze wegens haar zwakke gezondheid het klooster verlaten. Ze ging toen bij haar zuster Agnes inwonen in The Lodge, Brook Green, Londen. Ze trad in 1861 toe tot de lekenorde van de Sisters of Penance of Saint Dominic als 'Sister Girtrude' en werd er tertiaris, een lid van de Derde Orde van de Dominicanessen. Ze was arm en verrichte borduurwerk (van o.m. onderrokken) om in haar onderhoud en dat van haar zoon te voorzien. Toen haar zus na de dood van haar man in 1863 naar Brighton verhuisde om te hertrouwen verliet ze op 17 juli 1863 The Lodge. Ze verbleef vanaf 18 juli 1863 even bij haar zus te Brighton waar ze zwaar ziek werd door ontstekingen aan vinger en been, waardoor ze met een kruk moest lopen. In september 1863 woonde ze bij haar stiefdochter Augusta Hicks te Portsea, Hanover Street, 61. Augusta was protestants van geloof, waardoor Fanny niet lang bij haar wilde verblijven. Toen het huwelijk van haar zus niet doorging kwam Fanny in januari 1864 terug naar Brighton. In maart-april 1864 ging ze er bij haar zus wonen in de nieuwe woonst, 39 Montpellier Road. Ze stierf in Elham, Kent in januari 1889.
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamLonden

Naam - persoon

NaamChristophers, Agnes Mary
Datums° Saint-Pancras, Londen, 1822 - ✝ 14/12/1899
GeslachtVrouwelijk
VerblijfplaatsEngeland
BioAgnes Christophers was de zus van Francesca Ursula Christophers (Fanny George). Op 15 november 1848 huwde ze met Charles Joseph Pagliano in de Saint-Josephs Chapel, Bugle Street, Southampton, Hampshire. Tijdens de volkstelling van 1851 woonde het gezin Pagliano-Christophers in The Lodge, Brook Green, Hammersmith, Londen. In het huis verbleven op dat moment ook Caroline Hicks, 20 jaar, geboren in 1830 in Emsworth, ongetrouwde gouvernante en dochter van John Hicks en zijn eerste vrouw Mary Ann Walker, en Constance Christophers, 5 jaar, geboren in 1846, Marylebone, Middlesex, vermoedelijk een dochter van John Crowch Christophers en Laura Cuerton. Het gezin was welstellend, met meiden en knechten. In 1861 woonde het gezin nog altijd op dit adres. Zus Fanny verbleef er in 1861 ook. Op 17 augustus 1861 overleed Charles Pagliano. Daarna verhuisde Agnes in 1863 naar Brighton. Ze was van plan daar opnieuw te huwen en zich in Ierland te vestigen, maar dit ging niet door. Ze betrok in maart-april 1864 een nieuwe woonst, 39 Montpellier Road te Brighton. Zus Fanny trok bij haar in. Agnes was met de volkstelling van 1871 49 jaar oud. Ze woonde toen in het subdistrict van Saint-Mary Paddington, Londen.
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamChristophers, Francesca Ursula; George, Fanny; Sister Mary Girtrude
Datums° Saint-Pancras, Londen, 1816 - ✝ Elham, 01/1889
GeslachtVrouwelijk
Beroepnaaister
VerblijfplaatsEngeland
BioFanny George, in werkelijkheid Francesca Ursula Christophers, werd geboren als dochter van John Christophers en Mary Elizabeth Crowch. Haar ouders John Christophers en Mary Crowch trouwden op 24 oktober 1811 in Saint-Pancras Old Church te Londen. Fanny George werd gevormd door de bisschop van het Londense district Dr. James Yorke Bramston (een benedictijn) op 25/11/1832. Ze huwde te Southampton op 29/04/1840 met de chirurgijn John Hicks (°21/02/1790) in de Saint-Josephs Chapel, Bugle Street, Southampton. Ze was Johns tweede vrouw en het koppel kreeg samen één zoon: de bekende Edmund Benedict Hicks, gedoopt op 11/01/1842 in Brockhampton, Hampshire. John stierf kort daarop in 1844. Fanny George overleefde ook haar zoon Edmund, die overleed in Frankrijk in 1869. Op 05/02/1848 kwam haar vader haar intrede in het noviciaat van de benedictinessen te Hammersmith regelen. Ze was toen 30 jaar en haar zesjarig zoontje zou bij zijn grootvader verblijven. Op 09/03/1848 trad ze in, maar binnen de maand moest ze wegens haar zwakke gezondheid het klooster verlaten. Ze ging toen bij haar zuster Agnes inwonen in The Lodge, Brook Green, Londen. Ze trad in 1861 toe tot de lekenorde van de Sisters of Penance of Saint Dominic als 'Sister Girtrude' en werd er tertiaris, een lid van de Derde Orde van de Dominicanessen. Ze was arm en verrichte borduurwerk (van o.m. onderrokken) om in haar onderhoud en dat van haar zoon te voorzien. Toen haar zus na de dood van haar man in 1863 naar Brighton verhuisde om te hertrouwen verliet ze op 17 juli 1863 The Lodge. Ze verbleef vanaf 18 juli 1863 even bij haar zus te Brighton waar ze zwaar ziek werd door ontstekingen aan vinger en been, waardoor ze met een kruk moest lopen. In september 1863 woonde ze bij haar stiefdochter Augusta Hicks te Portsea, Hanover Street, 61. Augusta was protestants van geloof, waardoor Fanny niet lang bij haar wilde verblijven. Toen het huwelijk van haar zus niet doorging kwam Fanny in januari 1864 terug naar Brighton. In maart-april 1864 ging ze er bij haar zus wonen in de nieuwe woonst, 39 Montpellier Road. Ze stierf in Elham, Kent in januari 1889.
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamHicks, Edmund Benedict Edward; Teddy
Datums° Emsworth, 27/12/1841 - ✝ Nantes, 05/02/1869
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; kapelaan
VerblijfplaatsEngeland
BioEdmund Hicks werd gedoopt op 11/01/1842 in de St. Joseph's Church te Havant. Hij was de zoon van dokter John Hicks (° 21/02/1790, Langton) die in 1840 tot de katholieke Kerk terugkeerde toen hij op 29/04/1840 huwde met Francesca Ursula Christophers, alias Fanny George (1816-1889). Kort na het huwelijk overleed John Hicks. Edmund was de beschermeling van de Pagliano's uit Rouen. Hij kwam in het schooljaar 1854-1855 aan in het Sint-Michielsinstituut. Gedurende het schooljaar 1855-1856 (vierde klas) kreeg hij van Gezelle bijzonder onderricht zodat hij op één jaar de leerstof van het lager middelbaar voldoende onder de knie had om in oktober 1856 de derde Latijnse aan te kunnen. In mei 1857 moet hij lid en leider geworden zijn van de Engelse Confraternity, waarvan hij de statuten schreef. Hij volgde de derde klas (1856-1857), de poësis (1857-1858) en de retorica (1858-1859) en begon zijn eerste jaar filosofie te Roeselare (1859-1860) waar hij samen met Deneve in 'La Petite Association du Très Saint Sacrément' de regeling van de aanbidding op zich nam. In 1860 werd hij leerling aan het Engels Seminarie te Brugge en ontving er de tonsuur op 21/12/1861 en de lagere orden op 09/07/1862. In november 1862 ging hij aan het Engels college te Rome studeren, waar hij stilaan vervreemdde van Gezelle. Op 05/03/1865 werd hij tot priester gewijd en werd hij kapelaan van St. Patrick's in Londen. Toen hij ziek werd, werd hij vervangen door de latere kanunnik Vere.
Relatie tot Gezelleoud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity; correspondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamPagliano, Charles Joseph
Datums° Londen, 1798 of 1799 - ✝ Londen, 12/08/1861
GeslachtMannelijk
Beroephuiseigenaar; zakenman; aandeelhouder
VerblijfplaatsItalië; Engeland
BioCharles Joseph Pagliano werd in 1798 of 1799 geboren in Londen. Hij was de zoon van Jean Baptiste Pagliano (°1774 in Piemonte (Italië) en Sarah Bargman, die omstreeks 1803 het Sablonière Hotel aan de Leicester Square te London openden. Rond 1825 werkte Charles in het hotel van zijn ouders. Hij huwde op 26 juli 1830 een eerste keer met Mary Famenias Floris (Londen, 1 november 1809 - 18 april 1846) in St. James, Westminster, Londen. Zij was de dochter van Juan Matgi Famenias Sabater Floris (1756-1836), een Spanjaard uit Minorca, en Elizabeth Hodgkiss. Mary was een zeer goede partij want de firma Floris ontwierp en vervaardigde in Londen parfums. Het echtpaar was een vermaard, steenrijk, katholiek koppel. Charles was ondertussen eigenaar van het befaamde Sablinière Hotel, Leicester Square, Londen waar heel wat Italiaanse expats over de vloer kwamen. In het hotel werd in januari 1844 de St. Vincent de Paul Society opgericht. Hij was ondertussen zakenman en aandeelhouder en eigenaar van huizen Pagliano was een filantroop die heel wat katholieke initiatieven financieel steunde. Zo was hij een tijdlang actief als secretaris van de 'Aged Poor Society' en van het 'Alms House Fund'. Op 18 april 1846 overleed Mary Famenias Floris op 36-jarige leeftijd waarna Charles Joseph Pagliano op 15 november 1848 hertrouwde met Agnes Mary Christophers, de zus van Fanny George, in de St. Joseph's Chapel, Bugle Street, Southampton, Hampshire. Zo werd hij de schoonbroer van Fanny George en de oom van Edmund Hicks. Begin 1848 liet Pagliano zijn hotel over aan een vennoot. Tijdens de volkstelling van 1851 woonde het gezin Pagliano-Christophers in The Lodge, Brook Green, Hammersmith, Londen. In 1851 schonk Charles Joseph Pagliano 3200 pond voor de bouw van een House of Mercy palend aan het St. Edward's Convent van de Sisters of Mercy in Blandford Square. Om dit te vieren werd op 20 oktober 1851 ter ere van Pagliano in de kloosterkapel een mis voor de weldoener opgedragen. Pagliano overleed eind augustus 1861, een maand voor Gezelle in Londen arriveerde en in 'The Lodge' op bezoek kwam bij Edmond Hicks, zijn moeder en tante en er in de huiskapel een mis voor Pagliano opdroeg. De begrafenis van Pagliano werd voorgegaan door vicaris-generaal Edward Hearn, die nauw verbonden was met het klooster van de Sisters of Mercy in Blandford Square. Aanwezig op Pagliano's begrafenis waren Mother Superior van de Sisters of Mercy, acht zusters en een dertigal meisjes van de House of Mercy (The Tablet van 24 augustus 1861). Ter ere van Pagliano ontwikkelde zijn schoonfamilie voor hem het parfum 'Bergamotto di Positano'. Het bestaat nog altijd.
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Marc Carlier, Katholiek weldoener Charles Pagliano (1798-1861) of een parfum als link tussen Gezelle, prins Harry en Meghan Markle. In: Biekorf: (2024)
NaamPollard, James
Datums° 02/11/1797 - ✝ 20/11/1859
GeslachtMannelijk
VerblijfplaatsEngeland
BioJames Pollard was de schoonbroer van John Christophers, de vader van Fanny George, en bijgevolg de oom van Fanny. Zijn overlijdensbericht verscheen op 26 november 1859, exact dezelfde dag als de brief van Fanny George aan Guido Gezelle.
BronnenTestament van John Christophers

Naam - plaats

NaamLonden
NaamHammersmith

Titel26/11/1859, [Londen], Francesca Ursula Christophers (= Fanny George) aan [Guido Gezelle]
EditeurRik Van Gorp; Marc Carlier; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2024
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderChristophers, Francesca Ursula
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum26/11/1859
VerzendingsplaatsLonden
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie ; plaats gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens; Fanny George = Francesca Ursula Christophers.
Gepubliceerd inDe briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen 1854-1899 / door B. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, (o.l.v.) A. Deprez. - Gent : Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.I, p.174-175
Fysieke bijzonderheden
Drager enkel vel, 134x86
wit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Staat volledig: licht tekstverlies op zijde 2 door weggeknipte rechterzijrand
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief3966
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|10278
Inhoud
IncipitI direct my letter to my beloved
Tekstsoortbrief
TalenEngels
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.