<Resultaat 69 van 2159

>

p1
Carissime Domine[2]

Confisus[3] vestra[4] caritate, haec ad vos scribo ut petam pro fratre Domini Stolpaert[5] familiaris & amici a longo jam tempore, quem et vos novistis, uti mihi dixit, & ad quem misistis opus vestrum kleengedichtjes, aliquas lectiones, vel si non posses propter defectum temporis, ad minus duas vel tres, pro lingua germanica; nam frater iste, qui vos litteras meas afferet, in eo est ut examen subeat Bruxellis in quo circa illam linguam respondere debebit. Ipsi pergratum feceritis, & opus vestrum caritatis adaugebit merita vestra jam p2praeclarissima.

Addictissimus vester in Christo Jesu
F De Grendele

Noten

[1] Heilige Laurentius van Rome = 10 augustus
[2] Vertaling Paul Thoen (Latijn):

Dierbare Mijnheer,

Vertrouwend op uw genegenheid schrijf ik u dit (briefje) met een verzoek ten voordele van de broer van Mijnheer Stolpaert - een vertrouwde vriend van lange tijd al, die u ook kent zoals hij me zei, en aan wie u uw werk kleengedichtjes toegezonden hebt - om (die broer) enkele lessen (te geven), of als u dit door tijdsgebrek niet zoudt kunnen, ten minste toch twee of drie, voor de Duitse taal. Inderdaad, die broer, die u mijn brief zal brengen, bevindt zich in de situatie dat hij te Brussel een examen moet afleggen waarin hij omtrent die taal zal moeten antwoorden. Hem zal u een groot genoegen doen en die weldaad van u zal uw al zo vermaarde verdiensten nog doen toenemen.

De u in Christus heel toegewijde

F De Grendele

[3] Had Gezelle wellicht De Grendele bijgestaan voor zijn Latijnse vorming en de voorbereiding op de humanioraproef en schrijft de leerling daarom als een vorm van respons die enkele briefjes nog in de oude taal?
[4] De schrijver haalt de beleefdheidsvorm (tweede persoon meervoud) van de moderne talen binnen in het Latijn en houdt dit toch niet vol: “posses”.
[5] Onzeker of het over Leo Stolpaert van Beveren gaat.

Register

Correspondenten

NaamDe Grendele, Felix; De Grendel
Datums° Beveren (Roeselare), 05/01/1836 - ✝ Beveren, 11/12/1917
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; directeur; onderpastoor; pastoor; auteur
BioFelix De Grendele was de zoon van Ferdinandus De Grendele, wever, en Coleta Degrendele. Hij werd laureaat in de gemeenteschool van Ardooie (1849) en de normaalschool te Torhout (1854). In de personeelslijst van het kleinseminarie te Roeselare staat hij vermeld als onderwijzer aan het Sint-Michielsinstituut (1853-1858). In de "palmares" is hij pas te vinden voor de retorica (1858) en het filosofiejaar (1859). Hij werd leraar aan het college van Tielt op 27/12/1861. Hij werd tot priester gewijd te Brugge op 18/12/1862 door bisschop Delebecque van Gent, die de wellicht zieke Mgr. Malou verving. De Grendele verliet Brugge al na anderhalf jaar theologie. Hij was toen halfweg de twintig en zeker ouder dan de meesten van zijn medestudenten. Waarschijnlijk had hij in Roeselare al bewezen dat hij als onderwijzer in staat was de humaniora in te halen. Vermoedelijk mocht hij nu hetzelfde doen met de theologie. In het college van Tielt heerste een pionierssfeer rond een klein en hecht korps, geïnteresseerd in Engels en de Engelsen en betrokken in de persstrijd. De Grendele kende niet alleen Engels, maar uit de correspondentie van Aloïs Vandemaele met Guido Gezelle blijkt dat hij ook actief was als journalist. Hij had Gezelle daarbij als mentor en was als schrijver een voorbeeld voor Aloïs Vandemaele. Mogelijk heeft Mgr. Malou hem dus in die gespannen jaren omwille van zijn talent en betrouwbaarheid al vroeg in de strijd gegooid. Vervolgens werd hij directeur van de Xaverianenschool te Wervik (23/07/1869), onderpastoor te Anzegem (14/09/1876), pastoor te Koolkerke (19/09/1881), Gijzelbrechtegem (27/06/1884) en Oostkerke bij Diksmuide (10/10/1894).
Links[odis]
Relatie tot Gezelleoud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity; correspondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamDe Grendele, Felix; De Grendel
Datums° Beveren (Roeselare), 05/01/1836 - ✝ Beveren, 11/12/1917
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; directeur; onderpastoor; pastoor; auteur
BioFelix De Grendele was de zoon van Ferdinandus De Grendele, wever, en Coleta Degrendele. Hij werd laureaat in de gemeenteschool van Ardooie (1849) en de normaalschool te Torhout (1854). In de personeelslijst van het kleinseminarie te Roeselare staat hij vermeld als onderwijzer aan het Sint-Michielsinstituut (1853-1858). In de "palmares" is hij pas te vinden voor de retorica (1858) en het filosofiejaar (1859). Hij werd leraar aan het college van Tielt op 27/12/1861. Hij werd tot priester gewijd te Brugge op 18/12/1862 door bisschop Delebecque van Gent, die de wellicht zieke Mgr. Malou verving. De Grendele verliet Brugge al na anderhalf jaar theologie. Hij was toen halfweg de twintig en zeker ouder dan de meesten van zijn medestudenten. Waarschijnlijk had hij in Roeselare al bewezen dat hij als onderwijzer in staat was de humaniora in te halen. Vermoedelijk mocht hij nu hetzelfde doen met de theologie. In het college van Tielt heerste een pionierssfeer rond een klein en hecht korps, geïnteresseerd in Engels en de Engelsen en betrokken in de persstrijd. De Grendele kende niet alleen Engels, maar uit de correspondentie van Aloïs Vandemaele met Guido Gezelle blijkt dat hij ook actief was als journalist. Hij had Gezelle daarbij als mentor en was als schrijver een voorbeeld voor Aloïs Vandemaele. Mogelijk heeft Mgr. Malou hem dus in die gespannen jaren omwille van zijn talent en betrouwbaarheid al vroeg in de strijd gegooid. Vervolgens werd hij directeur van de Xaverianenschool te Wervik (23/07/1869), onderpastoor te Anzegem (14/09/1876), pastoor te Koolkerke (19/09/1881), Gijzelbrechtegem (27/06/1884) en Oostkerke bij Diksmuide (10/10/1894).
Links[odis]
Relatie tot Gezelleoud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity; correspondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamBrugge
GemeenteBrugge

Naam - persoon

NaamDe Grendele, Felix; De Grendel
Datums° Beveren (Roeselare), 05/01/1836 - ✝ Beveren, 11/12/1917
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; directeur; onderpastoor; pastoor; auteur
BioFelix De Grendele was de zoon van Ferdinandus De Grendele, wever, en Coleta Degrendele. Hij werd laureaat in de gemeenteschool van Ardooie (1849) en de normaalschool te Torhout (1854). In de personeelslijst van het kleinseminarie te Roeselare staat hij vermeld als onderwijzer aan het Sint-Michielsinstituut (1853-1858). In de "palmares" is hij pas te vinden voor de retorica (1858) en het filosofiejaar (1859). Hij werd leraar aan het college van Tielt op 27/12/1861. Hij werd tot priester gewijd te Brugge op 18/12/1862 door bisschop Delebecque van Gent, die de wellicht zieke Mgr. Malou verving. De Grendele verliet Brugge al na anderhalf jaar theologie. Hij was toen halfweg de twintig en zeker ouder dan de meesten van zijn medestudenten. Waarschijnlijk had hij in Roeselare al bewezen dat hij als onderwijzer in staat was de humaniora in te halen. Vermoedelijk mocht hij nu hetzelfde doen met de theologie. In het college van Tielt heerste een pionierssfeer rond een klein en hecht korps, geïnteresseerd in Engels en de Engelsen en betrokken in de persstrijd. De Grendele kende niet alleen Engels, maar uit de correspondentie van Aloïs Vandemaele met Guido Gezelle blijkt dat hij ook actief was als journalist. Hij had Gezelle daarbij als mentor en was als schrijver een voorbeeld voor Aloïs Vandemaele. Mogelijk heeft Mgr. Malou hem dus in die gespannen jaren omwille van zijn talent en betrouwbaarheid al vroeg in de strijd gegooid. Vervolgens werd hij directeur van de Xaverianenschool te Wervik (23/07/1869), onderpastoor te Anzegem (14/09/1876), pastoor te Koolkerke (19/09/1881), Gijzelbrechtegem (27/06/1884) en Oostkerke bij Diksmuide (10/10/1894).
Links[odis]
Relatie tot Gezelleoud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity; correspondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamStolpaert
GeslachtMannelijk
BioStolpaert is een kennis van Felix De Grendele en Guido Gezelle. Gezelle stuurde hem zijn Kleengedichtjes. Hij had een broer.
NaamStolpaert
GeslachtMannelijk
BioDe broer van de kennis van Gezelle en Felix De Grendele. Hij deed in Brussel een examen Duits mee. Via Felix De Grendele vroeg zijn broer Gezelle om hulp.

Naam - plaats

NaamBrugge
GemeenteBrugge
NaamBrussel
GemeenteBrussel

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelKleengedichtjes
Links[gezelle.be]

Indextermen

Briefontvanger

Gezelle, Guido

Briefschrijver

De Grendele, Felix

Correspondenten

De Grendele, Felix
Gezelle, Guido

Naam - persoon

De Grendele, Felix
Stolpaert
Stolpaert

Naam - plaats

Brugge
Brussel

Plaats van verzending

Brugge

Titel - werk van Guido Gezelle

Kleengedichtjes

Titel10/08/1860, Brugge, Felix De Grendele aan [Guido Gezelle]
EditeurPaul Thoen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderDe Grendele, Felix
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum10/08/1860
VerzendingsplaatsBrugge (Brugge)
AnnotatieBriefversie van datering: St Laurentii 1860 ; adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Fysieke bijzonderheden
Drager enkel vel, 211x133
wit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden papiermerk: Bath
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle; idem rechtsboven bijgeschreven onder de datum: [10/8] (inkt, beide hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief4033
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|10350
Inhoud
IncipitConfisus vestra caritate, haec ad vos scribo ut
Tekstsoortbrief
TalenLatijn
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.