<Resultaat 136 van 2036

>

p1
Wel Eerwaarde Heere en Vriend,

Hoe menigmaal had ik mij toch al gezegd en afgevraagd, wanneer zult ge toch eens andwoorden aan het lieve geschenk der Vlaemsche Dichtoefeningen?[1] Met al dat uitstellen heb ik er alleen bij verloren, niet UEerwaarde, dan, de herinnering’ aan de vriendschap die mij door een' alle eere en achting waardigen priester bewezen werd, kwaam des te dringender voor mijn geest, en bij gevolg ook, in mijne gebeden. Meer dan ooit p2zijn mijne bezigheden druk geweest. Wij hebben dezen winter een Vondelsfeest[2] gehad, het eerste dat in Nederland, buiten Amsterdam gegeven werd, en het is, zegt men algemeen, allerbest afgeloopen. In Amsterdam zelf is uw dienaar en vriend geweest: hij heeft voor een uitgelezen aristocratisch-protestansch genootschap twee uren gesproken over Milton en Vondel[3] Een woord in het generaal en dan het IX boek van Milton[4] Mijnheer, onze vriend, Alberdingk was, er dan ook, gelijk ook alle gazetten zeer te vrede: ik draag dit zielsgenoegen er van mede: dat toen de eerste keer, in Holland, een priester, en soutane [5]p3in een letterkundig genootschap verschenen is; en dat in een aristocratisch protestansch genootschap; en wat meer, is, wat UEerwaarde meer genoegen zal geven, aan u, die met al te veel verplichtende goedheid, waarvoor ik u honderdmaal dank zeg en u mijne nederige gebeden beloof, boven een stuk heerlijke verzen hebt geschreven[6] pro Christo legatione fungimur[7] mij werd gezegd door Dr. Kramer dat hij een zoo ontzettend plezier had gehad ook daarin, dat ik verscheiden hoofdleerpunten van het katholicisme tegen het (protestansch =) ondichterlijke van Milton, met zoo veel kracht en omzichtigheid had doen gevoelen.

Het is ook welzeker de p4eerste keer dat ik in dezer voege spreek over iets wat mij zoo persoonlijk aangaat, ik doe zulks, uit ware vriendschap en overtuiging dat het eene vreugde is voor uw goedgunstig en warm priesterlijk hart en tevens het zekerste middel om een aandeel in uwe heilige gebeden te verkrijgen voor hem, die met de meeste hoogachting hoopt te verblijven,

Wel Eerwaarde Heere,
Uw nederige dienaar en vriend,
J. W. Brouwers
Roermond, feestdag van S. Bonaventura 1862

Noten

[1] Brouwers had Gezelles bundel in 1859 positief besproken in: De Tijd: (16/03/1859) op verzoek van J.A. Alberdingk Thijm. Hij ontmoette Gezelle voor het eerst op 23 augustus 1861 bij een bezoek aan Brugge in het gezelschap van James Weale, J.A. Alberdingk Thijm, P. Cuypers en Klaus Groth. Dit gebeurde in de marge van het Antwerps Kunstcongres, waar Brouwers enkele dagen eerder een vurige rede gehouden had over het christelijk beginsel in de kunst. Waarschijnlijk bezorgde Guido Gezelle hem een opdrachtexemplaar van Dichtoefeningen naar aanleiding van deze ontmoeting.
[2] Het Vondelfeest werd gehouden op 5 februari 1862 in de kunstwerkplaats Brouwers vriend Cuypers te Roermond dit in het kader van de oprichting van een standbeeld voor Vondel. In: De Vlaamsche School: 8 (1862) p.26 verscheen een verslag van het Vondelfeest en de lezing van Brouwers.
[3] Brouwers verkondigde dat Milton aan Vondel veel te danken had en eigenlijk een “navolger” van Vondel was.
[4] Het gedicht “Paradise Lost” gaat over de opstand van Lucifer tegen God, zijn val in de hel en zijn komst als slang in het paradijs met verdrijving van Adam en Eva.
[5] De uitdrukking “en soutane” is Frans en wil zeggen “in priestertoga”, “in priesterkleed”.
“In ‘Felix Meritis’ te Amsterdam trad hij, gekleed in priestertoog, 't geen wellicht aan den Amstel nog niet geschied of gedurfd was, ten jare 1862 met dit onderwerp op “: Jacques L.H. Vrancken, Levensbericht van Jan Willem Brouwers. In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde (1898) p.129
[6] Brouwers reageert op het verschijnen van Gedichten, Gezangen en Gebeden eind juni 1862 (twee weken voor deze brief). Gezelle droeg daarin het gedicht Pro Christo Legatione Fungimur op aan zijn Nederlandse vriend met een verwijzing naar het Antwerps Kunstcongres van 1861, waarop Brouwers een lezing hield, die zeer in de smaak viel bij Gezelle. Het gedicht zelf dateert uit de Roeselaarse periode (1859). De aanleiding was dat de Belgische liberale regering de kerk dreigde te benadelen en dat de Pauselijke staten in Italië in gevaar kwamen door de politieke evolutie in Italië.
[7] Vertaling Paul Thoen (Latijn): Het is het begin van 2 Korinthiërs 5, 20 en wordt door Gezelle zelf in het eerste vers van zijn gedicht vertaald als: “Voor Christo zijn wij boden” of vrijer vertaald “wij zijn gezanten van Christus”.

Register

Correspondenten

NaamBrouwers, Joannes Wilhelmus
Datums° Margraten, 01/01/1831 - ✝ Maastricht, 03/03/1893
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor; schrijver; letterkundige; redenaar; redacteur
VerblijfplaatsNederland
BioJoannes Wilhelmus (Jan Willem) Brouwers, geboren te Margraten, nabij Maastricht in Zuid-Limburg op 1 januari 1831, was een Nederlands rooms-katholiek priester en schrijver. Hij studeerde voor priester aan de seminaries van Rolduc en Roermond. Daarna was hij van 1854 tot 1863 leraar aan het seminarie van Rolduc, rector van het Sint-Bernardusgesticht te Amsterdam, en hoofdredacteur van het dagblad "De Tijd" (1863-1872). In dit dagblad verscheen in 1859 een gunstige bespreking van Gezelles "Vlaemsche Dichtoefeningen" van zijn hand op vraag van J.A. Alberdingk Thijm. In 1862 droeg Gezelle het gedicht "Pro Christo Legatione Fungimur" op aan Brouwers n.a.v. zijn redevoering op het kunstcongres te Antwerpen op 19 augustus 1861. Gezelle en Brouwers ontmoeten elkaar via Weale in Brugge na het Antwerps Congres. Brouwers was pastoor in Bovenkerk (gemeente Nieuwer-Amstel) bij Amstelveen vanaf 1 januari 1872 tot zijn dood in 1893. Onder meer als opdrachtgever van de bouw van de Sint-Urbanuskerk (1875-1888) door de architect Pierre Cuypers speelde Brouwers een rol bij het doorbreken van de neogotische bouwstijl in het westen en noorden van Nederland. In 1876 stichtte hij het weekblad "De Amstelbode", en in 1881 het halfmaandelijkse tijdschrift "De wetenschappelijke Nederlander". Hij is bekend als letterkundige, geschiedschrijver, journalist en vooral als redenaar. Hij gaf o.m. een aantal redevoeringen over Vondel en Milton. Hij overleed te Maastricht op 3 maart 1893 en werd begraven op het kerkhof bij "zijn" Urbanuskerk. Zijn grafmonument is sinds 2002 beschermd als rijksmonument. De schrijver Jeroen Brouwers is een verre nazaat van Jan Willem Brouwers.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamBrouwers, Joannes Wilhelmus
Datums° Margraten, 01/01/1831 - ✝ Maastricht, 03/03/1893
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor; schrijver; letterkundige; redenaar; redacteur
VerblijfplaatsNederland
BioJoannes Wilhelmus (Jan Willem) Brouwers, geboren te Margraten, nabij Maastricht in Zuid-Limburg op 1 januari 1831, was een Nederlands rooms-katholiek priester en schrijver. Hij studeerde voor priester aan de seminaries van Rolduc en Roermond. Daarna was hij van 1854 tot 1863 leraar aan het seminarie van Rolduc, rector van het Sint-Bernardusgesticht te Amsterdam, en hoofdredacteur van het dagblad "De Tijd" (1863-1872). In dit dagblad verscheen in 1859 een gunstige bespreking van Gezelles "Vlaemsche Dichtoefeningen" van zijn hand op vraag van J.A. Alberdingk Thijm. In 1862 droeg Gezelle het gedicht "Pro Christo Legatione Fungimur" op aan Brouwers n.a.v. zijn redevoering op het kunstcongres te Antwerpen op 19 augustus 1861. Gezelle en Brouwers ontmoeten elkaar via Weale in Brugge na het Antwerps Congres. Brouwers was pastoor in Bovenkerk (gemeente Nieuwer-Amstel) bij Amstelveen vanaf 1 januari 1872 tot zijn dood in 1893. Onder meer als opdrachtgever van de bouw van de Sint-Urbanuskerk (1875-1888) door de architect Pierre Cuypers speelde Brouwers een rol bij het doorbreken van de neogotische bouwstijl in het westen en noorden van Nederland. In 1876 stichtte hij het weekblad "De Amstelbode", en in 1881 het halfmaandelijkse tijdschrift "De wetenschappelijke Nederlander". Hij is bekend als letterkundige, geschiedschrijver, journalist en vooral als redenaar. Hij gaf o.m. een aantal redevoeringen over Vondel en Milton. Hij overleed te Maastricht op 3 maart 1893 en werd begraven op het kerkhof bij "zijn" Urbanuskerk. Zijn grafmonument is sinds 2002 beschermd als rijksmonument. De schrijver Jeroen Brouwers is een verre nazaat van Jan Willem Brouwers.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamRoermond

Naam - persoon

NaamAlberdingk Thijm, Joannes Franciscus
Datums° Amsterdam, 22/10/1788 - ✝ Amsterdam, 15/04/1858
GeslachtMannelijk
Beroepkoopman
VerblijfplaatsNederland
BioJoannes Franciscus Alberdingk Thijm was een Amsterdams koopman van katholieken huize, zoon van Fredericus Alberdingk en Catharina Been. Hij huwde op 4 maart 1810 met Elisabeth Reijdon (1788-1818) en na haar dood met Catharina Thijm op 28 oktober 1819. Uit dit huwelijk werden 5 kinderen geboren. De oudste zoon was Josephus Albertus Alberdingk-Thijm (1820-1889). Bij Koninklijk Besluit van 20 januari 1834 had Joannes Franciscus namelijk de toestemming gekregen om de naam van zijn vrouw aan die van hem en zijn kinderen toe te voegen.
Relatie tot Gezellecorrespondent
Bronnen https://www.genealogieonline.nl/stamboom-stoffels/I4188.php
NaamBrouwers, Joannes Wilhelmus
Datums° Margraten, 01/01/1831 - ✝ Maastricht, 03/03/1893
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor; schrijver; letterkundige; redenaar; redacteur
VerblijfplaatsNederland
BioJoannes Wilhelmus (Jan Willem) Brouwers, geboren te Margraten, nabij Maastricht in Zuid-Limburg op 1 januari 1831, was een Nederlands rooms-katholiek priester en schrijver. Hij studeerde voor priester aan de seminaries van Rolduc en Roermond. Daarna was hij van 1854 tot 1863 leraar aan het seminarie van Rolduc, rector van het Sint-Bernardusgesticht te Amsterdam, en hoofdredacteur van het dagblad "De Tijd" (1863-1872). In dit dagblad verscheen in 1859 een gunstige bespreking van Gezelles "Vlaemsche Dichtoefeningen" van zijn hand op vraag van J.A. Alberdingk Thijm. In 1862 droeg Gezelle het gedicht "Pro Christo Legatione Fungimur" op aan Brouwers n.a.v. zijn redevoering op het kunstcongres te Antwerpen op 19 augustus 1861. Gezelle en Brouwers ontmoeten elkaar via Weale in Brugge na het Antwerps Congres. Brouwers was pastoor in Bovenkerk (gemeente Nieuwer-Amstel) bij Amstelveen vanaf 1 januari 1872 tot zijn dood in 1893. Onder meer als opdrachtgever van de bouw van de Sint-Urbanuskerk (1875-1888) door de architect Pierre Cuypers speelde Brouwers een rol bij het doorbreken van de neogotische bouwstijl in het westen en noorden van Nederland. In 1876 stichtte hij het weekblad "De Amstelbode", en in 1881 het halfmaandelijkse tijdschrift "De wetenschappelijke Nederlander". Hij is bekend als letterkundige, geschiedschrijver, journalist en vooral als redenaar. Hij gaf o.m. een aantal redevoeringen over Vondel en Milton. Hij overleed te Maastricht op 3 maart 1893 en werd begraven op het kerkhof bij "zijn" Urbanuskerk. Zijn grafmonument is sinds 2002 beschermd als rijksmonument. De schrijver Jeroen Brouwers is een verre nazaat van Jan Willem Brouwers.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
NaamVondel, Joost
Datums° Keulen, 17/11/1587 - ✝ Amsterdam, 05/02/1679
GeslachtMannelijk
Beroepauteur
VerblijfplaatsDuitsland; Nederland
BioJoost van den Vondel wordt algemeen gezien als een van de belangrijkste schrijvers uit de Nederlandse geschiedenis. In Amsterdam trouwde hij met Mayke De Wolff (1586-1635), waarmee hij vijf kinderen kreeg Ondanks een protestantse opvoeding bekeerde hij zich in 1641 tot het rooms-katholieke geloof. Vondel staat voornamelijk bekend voor zijn toneelspelen en poëzie. Zijn bekendste toneelstukken zijn “Gijsbrecht van Aemstel” (1637), “Lucifer” (1654), “Adam in ballingschap” (1664) en “Noah” (1667), waarvan de laatste drie een trilogie over de zondeval vormen. In al zijn toneelstukken probeerde Vondel een klassieke tragedie te schrijven. Als dichter schreef hij tussen 1625 en 1632 onder meer een dertig hekeldichten, en later ook religieuze poëzie.
Links[wikipedia]
NaamMilton, John
Datums° Londen, 09/12/1608 - ✝ Chalfont St. Giles, 08/11/1674
GeslachtMannelijk
Beroepauteur; dichter
VerblijfplaatsEngeland
BioJohn Milton was een Engels schrijver en ambtenaar ten tijde van het Engelse Gemenebest. Milton kon zich vinden in de revolutionaire ideeën van Oliver Cromwell en in zijn prozawerk liet hij zich vaak in met politieke thema’s waaronder het afzetten van Karel I van Engeland en het afschaffen van de Anglicaanse Kerk. Op religieus gebied volgde hij de protestantse opvatting dat het geloof gestoeld dient te zijn op de Bijbel en niet op kerkelijke tradities. Later in zijn leven werd Milton blind, maar hij bleef aan de slag als ambtenaar, tot aan het herstel van de monarchie. Daarna focuste hij zich voornamelijk op het schrijven van poëzie. In deze periode schreef hij zijn bekendste en meest populaire werk, "Paradise Los"t (1667). Enkele jaren later verscheen het minder bekende vervolg "Paradise Regained" en "Samson Agonistes" (1671).
Links[wikipedia]
NaamCramer, Johannes Wilhelmus
Datums° Amsterdam, 29/07/1817 - ✝ Breukelen, 20/02/1884
GeslachtMannelijk
Beroeparts
VerblijfplaatsNederland
BioJohannes Wilhelmus Cramer promoveerde in 1840 aan de universiteit van Leiden tot arts. Hij vestigde zich in Amsterdam, waar hij drie jaar later trouwde met Celestine Wassink. Ze kregen 9 kinderen. Hij was een goede vriend van Alberdingk Thijm, met wie hij en enkele anderen in 1848 de letterkundige Vrijdagse Vereniging oprichtte. Verder was hij mederedacteur van “De Tijd” tussen 1846 en 1857, en maakte hij deel uit van de redactie van o.a. de “Spektator”.
Links[dbnl]
Bronnen http://www.biografischportaal.nl/persoon/63563867

Naam - plaats

NaamAmsterdam
NaamRoermond

Naam - instituut/vereniging

NaamFelix Meritis
BeschrijvingFelix Meritis (Gelukkig door verdiensten) is de naam van een genootschap en het bijbehorende gebouw aan de Keizersgracht 324 te Amsterdam. De gegoede burgerij van Amsterdam richtte het genootschap op in 1777 met als hoofddoel "om, bij wijze van nuttige uitspanning, door het beoefenen van kunsten en wetenschappen verstand en deugd aan te kweeken, en het gezellig verkeer onder de Leden te bevorderen." De rijke leden hadden vaak economische belangen om toe te treden. Het genootschap verhuisde in 1782 van de Keizersgracht naar de Fluweelen Burgwal, maar bouwde later opnieuw een eigen pand aan de Keizersgracht. De leden van de Maatschappij waren christenen van diverse pluimage, van doopsgezinden en lutheranen tot katholieken en protestanten. Vrouwen en joden mochten geen lid worden.
Datering1777-1888
Links[wikipedia]

Titel - gedicht van Guido Gezelle

TitelVoor Christo zijn wij boden en
PublicatieGedichten, Gezangen en Gebeden (Verzameld dichtwerk, deel II), p. 107

Titel - werk van Guido Gezelle

Titel(Vlaemsche) dichtoefeningen
Links[gezelle.be]

Titel14/07/1862, Roermond, Joannes Wilhelmus Brouwers aan [Guido Gezelle]
EditeurAmpe Birgit; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderBrouwers, Joannes Wilhelmus
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum14/07/1862
VerzendingsplaatsRoermond
AnnotatieBriefversie van datering: feestdag van S. Bonaventura. 1862 ; adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Gepubliceerd inGedichten, gezangen en gebeden en Kleengedichtjes II, p.128-129
Fysieke bijzonderheden
Drager dubbel vel, 208x135
wit
papiersoort: 4 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle; idem rechts: [14/7] 1862 (inkt, beide hand P.A.); idem in de linkermarge: Afgedrukt in Gedichten Gezangen en Gebeden // Jubileumuitg. Bd II, bl.128-129 (inkt, verticaal, hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief4406
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|10694
Inhoud
IncipitHoe menigmaal had
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.