<Resultaat 190 van 2159

>

p1
My Dear Father

I cannot let this good opportunity pass of sending a line to you through the kindness of this young Gentleman, he is going to Mr Robinson in Bruges, now my dear Mr Gezelle when do you think you will be in England will it be long or short before you can come, you know that whenever it may be, the same welcome awaits you in my House, How are you now getting on, are you more comfortable than when I sawp2you, I hope so, How are your good Father, and Mother poor Brother I hope better, Sisters[1] all well I hope, I have not been well of late, I have been suffering from Pleurisy[2] and Erysiplas[3] for seven weeks, but now seem better again thank God, my Children[4] are all very well, except Charles, he has not been quite so well lately, in fact over worked, you will know that Canon Benoit is in Rome so is Mr Vermeulen, our good Bishop has left the House in which he lived, and gone to live alonep3except his secretary Canon Benoit, so you see there are some Changes here, last Sunday we opened a new Church[5] about 2 3/4 miles from us at Stretford built by sir Humpry de Trafford,[6] it is really beautiful, and an offering for Almighty God having Given him a Son and Heir, when you come, we must go and see it, George William will be of age, or 21, this Christmas, How nice it would be if you could come and enjoy it with us, he is in great joy about it, I suppose we shall have to kill the fatted Calf and make merry in his Fathersp4House, I am sure you will give him one Prayer on the feast of Holy Innocents[7] his Birthday, Lizzy and her good Husband and Baby are coming from London, and some of his Gentlemen-friends also for his feast, you may think we shall be rather busy,

Well now when you see your good Father, and Mother, give to them all that is kind from me please, and to your own dear self the love of a fond
Mother.
Cornbrook Park

30th November 1863

Noten

[1] Louise en Florence Gezelle.
[2] Pleuritis (longvliesontsteking).
[3] Foutief voor ’erysipelas‘ (huidaandoening, wondroos).
[4] George William, Elisabeth (Lizzy) en Anne.
[5] St Ann's Church, Stretford kerk werd gebouwd tussen 1862 en 1863, aan de oostkant van de A56 Chester Road. De parochie functioneerde onder de jurisdictie van het rooms-katholieke bisdom Salford. De kerk werd ontworpen door E.W. Pugin in neogotische stijl voor Sir Humphrey de Trafford, als huwelijksverjaardagscadeau voor zijn vrouw Lady Annette. De aannemer was Glaistor uit Liverpool, Hardman & C° uit Birmingham maakte de ramen en het koperwerk, en Richard Lockwood Boulton uit Worcester was de steenhouwer. De kerk werd op zondag 22 november 1863 geopend door bisschop William Turner. (Wikipedia)
[6] Humpry foutief voor Humphrey.
[7] 28 december.

Register

Correspondenten

NaamHill, Anne; Gadd, Anne
Datums° Pendleton, 19/02/1811 - ✝ Barton-on-Irwell, 05/02/1879
GeslachtVrouwelijk
Beroepbedrijfsleider
VerblijfplaatsEngeland
BioAnne Hill werd op 19 februari 1811 geboren in Pendleton, Salford, Manchester als dochter van William Jerome Hill en Sarah Hill (°1790). Ze trouwde op 29 juni 1835 in Eccles, Salford, Manchester met de jonge ingenieur en machinebouwer Thomas Gadd (Salford, Manchester, 04/11/1810 - Salford, Manchester, 05/12/1859) die in 1843 een eigen machinebouwbedrijf oprichtte, eerst zelfstandig, daarna met de financiële steun van zijn schoonbroer Richard Hill (Pendleton, Salford, Manchester, 1808 – Eccles, Salford, Manchester, 16/091857), de broer van Anne. Het echtpaar woonde volgens de censussen van 1841 en 1851 in de Garden Street in Eccles, Salford, Manchester. Na de dood van haar man woonde Anne, volgens de census van 1861, met haar gezin in Cornbrook Park, Princess Street, Hulme, Manchester. Dit gezin telde zes zonen en drie dochters: Elizabeth Alice (Pendleton, Salford, Manchester, 1835 of 1836 - Elham, Kent, 24/08/1901), Charles Joseph (Salford, Manchester, 17/05/1838 - Manchester, 01/07/1907), James (Pendleton, Salford, Manchester, 12/1840 - 08/03/1842), Georges William (Pendleton, Salford, Manchester, 28/12/1842 - Zanesville, Muskingum, Ohio, VS, 12/06/1921), Anne Maria (°Pendleton, Salford, Manchester, 09/1845), Edward Thomas (°Hulme, Manchester, 10/1847), Frances Mary (°Pendleton, Salford, Manchester, 1850), Joseph (°Pendleton, Salford, Manchester, 1851) en Jerome Alphonsus (Salford, 10/1852 - Chorlton, 12/03/1855). Verder had het koppel een adoptiefzoon, Michael, die priester werd in Londen. Na de dood in 1857 van haar broer Richard Hill, medeaandeelhouder, en in 1859 van haar man Thomas Gadd zette Anne Gadd het machinebouwbedrijf ‘Gadd & Hill’ (Regent Ironworks, 1 Regent Road, Salford) verder. Tussen 5 december 1859, de dag dat haar man stierf, en 30 juni 1865 leidde ze het bedrijf samen met landbouwer William Proctor, de schoonbroer van Richard Hill, en haar zoon, priester Charles Joseph Gadd die door haar broer aangeduid waren als de beheerders van zijn aandeel. De firma Gadd en Hill was ook internationaal actief. Toen het partnerschap op 30 juni 1865 afliep, zette Anne Gadd als testamentuitvoerder van haar overleden echtgenoot het bedrijf alleen verder onder de naam ‘Thomas Gadd’. Intussen waren haar zonen, de ingenieurs Georges William Gadd, oud-leerling van Gezelle in het kleinseminarie van Roeselare, en Edward Thomas Gadd in het bedrijf gekomen. Ze namen het bedrijf later zelf in handen. De firma ‘Thomas Gadd’ bouwde in die tijd machines voor de textielindustrie, stoommachines, hydraulische machines, draaibanken enz. In 1876 nam het deel aan de US Centennial Exhibition met een machine die in acht kleuren op textiel kon drukken. De samenwerking met Edward Thomas Gadd werd met wederzijdse toestemming stopgezet in 1884, waarna Georges William Gadd het bedrijf verderzette. In 1891 kwam er een wijziging in het management. In 1895-1896 werd het bedrijf definitief overgenomen door de nabijgelegen machinebouwer Hulse & Co. Anne Gadd onderhield een uitgebreide correspondentie met Gezelle. Ze overleed op 5 februari 1879 in Barton-on-Irwell, Salford, Manchester in de woning van haar zoon, priester Charles Joseph Gadd. Ze werd begraven op St. Mary the Virgin Church Yard, Eccles, Salford, Manchester.
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; https://www.myheritage.nl/names/anne_gadd; https://www.familysearch.org/ark:/61903/1:1:M7DZ-F3S
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamHill, Anne; Gadd, Anne
Datums° Pendleton, 19/02/1811 - ✝ Barton-on-Irwell, 05/02/1879
GeslachtVrouwelijk
Beroepbedrijfsleider
VerblijfplaatsEngeland
BioAnne Hill werd op 19 februari 1811 geboren in Pendleton, Salford, Manchester als dochter van William Jerome Hill en Sarah Hill (°1790). Ze trouwde op 29 juni 1835 in Eccles, Salford, Manchester met de jonge ingenieur en machinebouwer Thomas Gadd (Salford, Manchester, 04/11/1810 - Salford, Manchester, 05/12/1859) die in 1843 een eigen machinebouwbedrijf oprichtte, eerst zelfstandig, daarna met de financiële steun van zijn schoonbroer Richard Hill (Pendleton, Salford, Manchester, 1808 – Eccles, Salford, Manchester, 16/091857), de broer van Anne. Het echtpaar woonde volgens de censussen van 1841 en 1851 in de Garden Street in Eccles, Salford, Manchester. Na de dood van haar man woonde Anne, volgens de census van 1861, met haar gezin in Cornbrook Park, Princess Street, Hulme, Manchester. Dit gezin telde zes zonen en drie dochters: Elizabeth Alice (Pendleton, Salford, Manchester, 1835 of 1836 - Elham, Kent, 24/08/1901), Charles Joseph (Salford, Manchester, 17/05/1838 - Manchester, 01/07/1907), James (Pendleton, Salford, Manchester, 12/1840 - 08/03/1842), Georges William (Pendleton, Salford, Manchester, 28/12/1842 - Zanesville, Muskingum, Ohio, VS, 12/06/1921), Anne Maria (°Pendleton, Salford, Manchester, 09/1845), Edward Thomas (°Hulme, Manchester, 10/1847), Frances Mary (°Pendleton, Salford, Manchester, 1850), Joseph (°Pendleton, Salford, Manchester, 1851) en Jerome Alphonsus (Salford, 10/1852 - Chorlton, 12/03/1855). Verder had het koppel een adoptiefzoon, Michael, die priester werd in Londen. Na de dood in 1857 van haar broer Richard Hill, medeaandeelhouder, en in 1859 van haar man Thomas Gadd zette Anne Gadd het machinebouwbedrijf ‘Gadd & Hill’ (Regent Ironworks, 1 Regent Road, Salford) verder. Tussen 5 december 1859, de dag dat haar man stierf, en 30 juni 1865 leidde ze het bedrijf samen met landbouwer William Proctor, de schoonbroer van Richard Hill, en haar zoon, priester Charles Joseph Gadd die door haar broer aangeduid waren als de beheerders van zijn aandeel. De firma Gadd en Hill was ook internationaal actief. Toen het partnerschap op 30 juni 1865 afliep, zette Anne Gadd als testamentuitvoerder van haar overleden echtgenoot het bedrijf alleen verder onder de naam ‘Thomas Gadd’. Intussen waren haar zonen, de ingenieurs Georges William Gadd, oud-leerling van Gezelle in het kleinseminarie van Roeselare, en Edward Thomas Gadd in het bedrijf gekomen. Ze namen het bedrijf later zelf in handen. De firma ‘Thomas Gadd’ bouwde in die tijd machines voor de textielindustrie, stoommachines, hydraulische machines, draaibanken enz. In 1876 nam het deel aan de US Centennial Exhibition met een machine die in acht kleuren op textiel kon drukken. De samenwerking met Edward Thomas Gadd werd met wederzijdse toestemming stopgezet in 1884, waarna Georges William Gadd het bedrijf verderzette. In 1891 kwam er een wijziging in het management. In 1895-1896 werd het bedrijf definitief overgenomen door de nabijgelegen machinebouwer Hulse & Co. Anne Gadd onderhield een uitgebreide correspondentie met Gezelle. Ze overleed op 5 februari 1879 in Barton-on-Irwell, Salford, Manchester in de woning van haar zoon, priester Charles Joseph Gadd. Ze werd begraven op St. Mary the Virgin Church Yard, Eccles, Salford, Manchester.
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; https://www.myheritage.nl/names/anne_gadd; https://www.familysearch.org/ark:/61903/1:1:M7DZ-F3S

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamHulme (Manchester)

Naam - persoon

Naamonbekend
NaamBenoit, Pieter
Datums° Kuurne, 02/11/1820 - ✝ Salford, 05/09/1892
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; pastoor; vicaris-generaal; rector
VerblijfplaatsEngeland
BioPieter Benoit was van 1834 tot 1840 leerling aan het kleinseminarie te Roeselare en tot 1842 student aan het grootseminarie te Brugge. Van oktober 1842 tot augustus 1846 was hij klasseleraar van de vijfde Latijnse aan het Duinencollege, annex van het grootseminarie langs de Potterierei, later Sint-Leocollege, waar hij Gezelle nog als leerling heeft gekend. Toen het Duinencollege in oktober 1845 onder de naam Sint-Lodewijkscollege naar de Noordzandstraat in Brugge verhuisde, bleef Benoit in het grootseminarie om zich voor te bereiden op zijn priesterschap. Hij werd op 29 mei 1847 tot priester gewijd en vertrok op 27 september 1847 naar Salford, Manchester. Hij was eerst onderpastoor en later pastoor van de St.-Augustinuskerk te Salford. In 1851 was hij kanunnik-penitencier en secretaris van Mgr. Turner, bisschop van Salford, in 1854 vicaris-generaal en in 1855 grootvicaris van het bisdom Salford. In 1872 volgde hij Herbert Vaughan op als rector van het missiehuis Holcombe House te Mill Hill bij Londen. Voor de Gezellestudie is hij vooral van belang, omdat hij er rond 1860 diverse keren bij Gezelle op aandrong, naar Engeland te komen. Gezelle aarzelde en Benoit schakelde monseigneur Turner in, een goede vriend van de Brugse bisschop Malou. Hij moest Malou ervan overtuigen, dat Gezelle een uitstekende missionaris voor Engeland zou zijn. Faict echter liet Gezelle niet vertrekken, maar stuurde hem samen met Algar naar het Engels College in Brugge (september 1860).
Links[odis]
Relatie tot Gezelleadressenlijst Cordelia Van De Wiele; adressenlijst Ons Oud Vlaemsch; correspondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; J. De Muelenaere, Canon Pieter Benoit, In: Handelingen van het Genootschap voor Geschiedenis Brugge: 105 (1968) 1
NaamDe Vriese, Monica
Datums° Wingene, 31/03/1804 - ✝ Heule, 30/04/1875
GeslachtVrouwelijk
BioGuido Gezelles moeder was een boerendochter, die opgroeide op een kleine boerderij, het 'Walleke' te Wingene. Via haar zus Clara, die als religieuze werkte in het Gentse Bijlokehospitaal, leerde Monica De Vriese Pieter-Jan Gezelle kennen, die er werkzaam was als tuinman. Ze trouwden op 2 juni 1829 en woonden in de Rolweg te Brugge. Als huwelijkscadeau kreeg ze zestien cent mee en de stam van een kriekenboom om er meubels uit te zagen. Guido Gezelle werd elf maanden na hun huwelijk geboren op 01/05/1830. Voor de bevalling had ze haar testament opgemaakt, dat zich nu nog in het Gezellearchief bevindt. Na Guido kregen Monica en Pieter-Jan nog zeven kinderen waarvan er slechts vier in leven bleven. Ze verhuisde in januari 1849 naar de overkant van de de Rolweg (nr. 43). In 1871 verhuisde ze samen met haar tachtigjarige, zieke man naar Heule en nam er haar intrek bij hun dochter Louise. Ze stierf er op 30 april 1875.
Relatie tot Gezellefamilie: moeder van Guido Gezelle
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamHill, Anne; Gadd, Anne
Datums° Pendleton, 19/02/1811 - ✝ Barton-on-Irwell, 05/02/1879
GeslachtVrouwelijk
Beroepbedrijfsleider
VerblijfplaatsEngeland
BioAnne Hill werd op 19 februari 1811 geboren in Pendleton, Salford, Manchester als dochter van William Jerome Hill en Sarah Hill (°1790). Ze trouwde op 29 juni 1835 in Eccles, Salford, Manchester met de jonge ingenieur en machinebouwer Thomas Gadd (Salford, Manchester, 04/11/1810 - Salford, Manchester, 05/12/1859) die in 1843 een eigen machinebouwbedrijf oprichtte, eerst zelfstandig, daarna met de financiële steun van zijn schoonbroer Richard Hill (Pendleton, Salford, Manchester, 1808 – Eccles, Salford, Manchester, 16/091857), de broer van Anne. Het echtpaar woonde volgens de censussen van 1841 en 1851 in de Garden Street in Eccles, Salford, Manchester. Na de dood van haar man woonde Anne, volgens de census van 1861, met haar gezin in Cornbrook Park, Princess Street, Hulme, Manchester. Dit gezin telde zes zonen en drie dochters: Elizabeth Alice (Pendleton, Salford, Manchester, 1835 of 1836 - Elham, Kent, 24/08/1901), Charles Joseph (Salford, Manchester, 17/05/1838 - Manchester, 01/07/1907), James (Pendleton, Salford, Manchester, 12/1840 - 08/03/1842), Georges William (Pendleton, Salford, Manchester, 28/12/1842 - Zanesville, Muskingum, Ohio, VS, 12/06/1921), Anne Maria (°Pendleton, Salford, Manchester, 09/1845), Edward Thomas (°Hulme, Manchester, 10/1847), Frances Mary (°Pendleton, Salford, Manchester, 1850), Joseph (°Pendleton, Salford, Manchester, 1851) en Jerome Alphonsus (Salford, 10/1852 - Chorlton, 12/03/1855). Verder had het koppel een adoptiefzoon, Michael, die priester werd in Londen. Na de dood in 1857 van haar broer Richard Hill, medeaandeelhouder, en in 1859 van haar man Thomas Gadd zette Anne Gadd het machinebouwbedrijf ‘Gadd & Hill’ (Regent Ironworks, 1 Regent Road, Salford) verder. Tussen 5 december 1859, de dag dat haar man stierf, en 30 juni 1865 leidde ze het bedrijf samen met landbouwer William Proctor, de schoonbroer van Richard Hill, en haar zoon, priester Charles Joseph Gadd die door haar broer aangeduid waren als de beheerders van zijn aandeel. De firma Gadd en Hill was ook internationaal actief. Toen het partnerschap op 30 juni 1865 afliep, zette Anne Gadd als testamentuitvoerder van haar overleden echtgenoot het bedrijf alleen verder onder de naam ‘Thomas Gadd’. Intussen waren haar zonen, de ingenieurs Georges William Gadd, oud-leerling van Gezelle in het kleinseminarie van Roeselare, en Edward Thomas Gadd in het bedrijf gekomen. Ze namen het bedrijf later zelf in handen. De firma ‘Thomas Gadd’ bouwde in die tijd machines voor de textielindustrie, stoommachines, hydraulische machines, draaibanken enz. In 1876 nam het deel aan de US Centennial Exhibition met een machine die in acht kleuren op textiel kon drukken. De samenwerking met Edward Thomas Gadd werd met wederzijdse toestemming stopgezet in 1884, waarna Georges William Gadd het bedrijf verderzette. In 1891 kwam er een wijziging in het management. In 1895-1896 werd het bedrijf definitief overgenomen door de nabijgelegen machinebouwer Hulse & Co. Anne Gadd onderhield een uitgebreide correspondentie met Gezelle. Ze overleed op 5 februari 1879 in Barton-on-Irwell, Salford, Manchester in de woning van haar zoon, priester Charles Joseph Gadd. Ze werd begraven op St. Mary the Virgin Church Yard, Eccles, Salford, Manchester.
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; https://www.myheritage.nl/names/anne_gadd; https://www.familysearch.org/ark:/61903/1:1:M7DZ-F3S
NaamGadd, Charles Joseph
Datums° Salford, 17/05/1838 - ✝ Manchester, 01/07/1907
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; hulppredikant; rector
VerblijfplaatsEngeland
BioCharles Gadd was de zoon van Thomas Gadd en Anne Hill. Hij ging naar het Engels college te Lissabon (01/08/1851) en ontving er de 'alumnus' (07/12/1859). Hij vertrok naar St. Cuthbert's college, Ushaw (02/01/1860) en werd door bisschop Turner op 22/12/1861 te Salford priester gewijd. Vervolgens werd hij hulppredikant aan St. John's Cathedral en in 1872 privé-secretaris van bisschop Vaughan. Hij vergezelde Vaughan en Pieter Benoit naar Amerika (1875). Hij reisde ook naar Spanje, Portugal, Canada en Zuid-Afrika. Hij werd monsignor (1880) en 'canon of Salford' (30/03/1884), rector van St. Chad's, Cheetham Hill (1891) en vicaris-generaal ( 1892 ). In 1899 werd hij rector van All Saints' te Barton-on-Irwell, Manchester. Hij was zeer actief, o.a. als lid van 'the Salford School Boards' en 'the Salford Board of Guardians'. Hij leidde een tijdlang de 'Dublin Review', was stichter van 'The Salford Diocesan Almanac' en een van de stichters van St. Bede's college, Alexander Park.
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; https://en.wikisource.org/wiki/Historical_account_of_Lisbon_college/Appendix_3/F-H
NaamGadd, George William
Datums° Pendleton (Salford), 28/12/1842 - ✝ Zanesville (Ohio), 12/06/1921
GeslachtMannelijk
Beroepingenieur
VerblijfplaatsEngeland; Amerika
BioGeorge William Gadd werd geboren op 28 december 1842 in Pendleton, Salford. Hij was leerling aan het kleinseminarie van 1856 tot en met 1859. Zijn naam komt niet voor op de bekende ledenlijsten van de 'Confraternity'. Toch is hij lid geweest. Dit bewijst de slotzin van Gezelles brief van 15/07/1857 (brief 45): "I remain ever your faithful confessor and fellow member of our little confraternity". In augustus 1859 verliet hij Roeselare om opgeleid te worden als ingenieur in 'The Regent Iron Works' van zijn vader. Al vroeg moest hij samen met zijn moeder Anne Gadd de leiding van het bedrijf overnemen toen zijn vader Thomas op 05/12/1859 overleed. In 1862 kwam hij nog eens naar Roeselare voor de proclamatie. Hij huwde op 11 september 1866 met Mary Jane Brennan. Hij week later uit naar de Verenigde Staten en overleed er op 12 juni 1921 in Zanesville, Muskingum, Ohio.
Relatie tot Gezellecorrespondent; confraternity; leerling kleinseminarie Roeselare
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamGezelle, Florence; Florentina Constantia; (E.Z.) Maria-Columba
Datums° Brugge, 29/09/1847 - ✝ Heule, 19/03/1917
GeslachtVrouwelijk
Beroepkloosterzuster; lerares
BioFlorence Gezelle, dochter van Pieter-Jan Gezelle, hovenier, en Monica Devriese, was de jongste zus van Guido Gezelle. Ze woonde bij haar broer in toen hij onderpastoor was van St.-Walburga te Brugge (1865-1872). In Brugge zette ze zich ook in voor de Noordpoolmissie als lid van het ‘Comité des Dames Zélatrices de l’oeuvre des Missions du Pôle Nord’. Door conflicten met Gezelles meid Stéphanie Hendryckx verliet ze zijn woning en ging ze voor haar ouders zorgen in Heule, die in april 1871 bij hun dochter Louise waren ingetrokken. Uit de correspondentie met haar broer Guido blijkt dat Florence in september 1871 ook in hotel Aux Armes de France te Kortrijk werkte. In 1872 ging ze voor korte tijd werken bij de familie Smith in Brugge. Op 15/10/1873 trad ze in het klooster van de Zusters van Liefde van Maria te Heule en werd er geprofest op 25/08/1875. Ze nam de naam aan van Zuster Colombe en gaf les in de kostschool voor meisjes te Heule. Ze vervulde ook taken in diverse bijhuizen van het hoofdklooster, zoals Kortrijk, Zarren, Klemskerke, Esen en Passendale. Later kwam ze weer naar Heule terug.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellefamilie: zus van Guido Gezelle; zanter (WDT), correspondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamGezelle, Louise; Maria Catharina Ludovica
Datums° Brugge, 22/01/1834 - ✝ Steenbrugge, 12/02/1909
GeslachtVrouwelijk
Beroeplesgeefster; naaister
VerblijfplaatsFrankrijk
BioMaria Catharina Ludovica Gislena Gezelle, de oudste zus van Guido Gezelle ging door het leven onder haar derde naam Louise. In 1857 wilde ze toetreden tot de Congregatie van de Zusters van de H. Vincentius a Paulo te Lendelede. In juli 1858 gaf ze les in Ingelmunster. In oktober 1858 keerde ze terug naar huis en ging later bij haar tantes in Heule wonen. Uiteindelijk vond ze werk als naaister in Menen en in Roubaix, waar ze de zeven jaar jongere Camille Lateur (1841-1897) leerde kennen. Op 5 juni 1865 trouwden ze, en in dezelfde maand van haar huwelijk, op 30 juni, werd een dochtertje geboren, Marie-Louise, dat in juli al overleed. Op 21 mei 1866 werd Marie-Elise (‘Liseke’), ook Amandina, geboren. Een zoontje, Georges Camille, overleed anderhalf jaar na de geboorte (5.1.1869-23.6.1870). Ze woonden in de Rue des Récollets, later in de Rue du Fort, en nadien ook even in Tourcoing. Maar met het uitbreken van de Frans-Duitse oorlog (19 juli 1870) keerden ze in de winter van 1870-1871 terug naar België. Ze werden in Heule opgevangen in het gezin van Marie-Constance Gezelle, zus van Pier-Jan Gezelle en weduwe van Charles Dedeurwaerder, in de Krakeelhoek, volkse benaming voor de Peperstraat. In januari 1871 hadden ze al een nieuwe woonst aan de Leiaerde. Louise en Camille kregen nog drie kinderen waaronder Frank Lateur, die later als Stijn Streuvels een bekend auteur werd.
Relatie tot Gezellefamilie: zus van Guido Gezelle; correspondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; http://www.gezelle.be; J. Roelstraete, De voorouders van Stijn Streuvels. Handzame: Familia et Patria, 1971, p.2
NaamGezelle, Pieter-Jan
Datums° Heule, 29/09/1791 - ✝ Heule, 27/05/1871
GeslachtMannelijk
Beroephovenier
BioDe vader van Guido Gezelle was afkomstig van Heule en werkte aanvankelijk als tuinman in het kleinseminarie te Roeselare. Na de sluiting ervan door het Nederlandse bewind was hij werkzaam in de Bijloke te Gent. Op zevenendertigjarige leeftijd ging hij wonen in de Rolweg te Brugge waar hij hovenier werd van de familie Th. Van de Walle-Van Zuylen. Op 2 juni 1829 trouwde hij met Monica De Vriese. Om bij te verdienen was hij ook tuinman in het Brugse grootseminarie van Brugge, had hij een eigen boomkwekerij en werd hij ook opzichter bij een bebossingexperiment langs de kust. Na de dood van Theodoor Van de Walle in 1848 stelde de barones een andere tuinman aan. Zo verhuisde Pieter-Jan op 24 januari 1849 naar de overkant van de Rolweg. In 1871 verbleef hij met zijn vrouw bij zijn dochter Louise in Heule waar hij in mei overleed
Relatie tot Gezellefamilie: vader van Guido Gezelle; correspondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; http://www.gezelle.be
NaamGezelle, Romaan
Datums° Brugge, 13/01/1832 - ✝ Brugge, 01/01/1899
GeslachtMannelijk
Beroepvuurwerkmaker
BioRomaan ging samen met zijn broer Guido naar het Duinencollege in Brugge. Toen Guido Gezelle in 1846 naar het kleinseminarie te Roeselare ging, bleef hij thuis om te helpen. In 1862 woonde hij in het Brugse Genthof en werd er 'vuurwerkaansteker' bij een afbraakbedrijf. Tijdens dit jaar raakte hij zwaar gewond bij slopingswerken aan de Brugse Katelijnepoort. Een van zijn benen dreigde geamputeerd te worden tijdens zijn verzorging in het St.-Janshospitaal. Romaan bleef kreupel, maar werd na zijn herstel vuurwerkmaker. Hij zette ook vogels en andere kleine dieren op. Op 4 mei 1865 trouwde hij met Philomena De Smet en verhuisde in augustus van dit jaar naar de Sint-Jorisstraat 34. Op 1 januari 1899 overleed Romaan. Guido Gezelle, die toen nog te Kortrijk verbleef, werd door zijn neef Caesar op de hoogte gebracht via een telegram met het bericht “vader overleden”. Nog op dezelfde dag schreef Gezelle voor zijn overleden broer een gelijknamig gedicht. Het Gezellearchief bewaart zowel het telegram als een gedrukte versie van het gedicht. Het overlijden van zijn broer betekende voor Gezelle een zware slag en zo dichtte hij nog 'Requiescat in pace!' en 'Uit de diepten'.
Relatie tot Gezellefamilie: broer van Guido Gezelle; correspondent; gelegenheidsgedicht
Bronnen http://www.gezelle.be
NaamRobinson, Arthur
Datums° Newport, 30/09/1814 - ✝ Brugge, 30/07/1893
GeslachtMannelijk
VerblijfplaatsEngeland
BioArthur Robinson was de zoon van Henry Robinson en Françoise Clavering. Hij was een rijke katholieke Engelsman die in Engeland een tehuis wou stichten voor katholieke jongens die geloofstwijfels hadden. Het huis was niet enkel voor weeskinderen bedoeld. Omdat hij in Engeland geen geschikt huis vond, kwam hij naar Brugge. Hij vond steun bij Dr. Grant, kwam op 08/12/1854 te Brugge aan en stichtte St. Vincent's Orphanage in de St.-Jorisstraat, 27. Gezelle heeft er vermoedelijk na 1864 verschillende malen mis gecelebreerd en biecht gehoord. Robinson drukte de wens uit dat alles wat tot het weeshuis behoorde, zou overgelaten worden aan de bevoegdheid van het Genootschap van St. Vincentius à Paulo. Hij liet zich persoonlijk niet in met het onderwijs maar nam de organisatie en de leiding op zich. Het tehuis bleef bestaan tot 1914.
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamVermeulen, Pieter Lodewijk
Datums° Veurne, 27/10/1820 - ✝ Manchester, 31/12/1898
GeslachtMannelijk
Beroeppriester, leraar; pastoor
BioPieter Vermeulen ontving zijn priesterwijding te Brugge op 01/06/1844. Hij werd leraar aan de normaalschool te Roeselare (1843) en Brugge (1847). Hij vertrok op 12/10/1849 naar het bisdom Salford. Hij was er als pastoor verbonden aan de kerk van Our Lady of Mount Carmel, Old Road, Blackley, Manchester.
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamTurner, William
Datums° Wittingham, 25/09/1799 - ✝ Salford, 25/09/1872
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; prelaat; schooldirecteur; vicaris-generaal; bisschop
VerblijfplaatsEngeland
BioOp 2 september 1815 begon William Turner zijn opleiding als priester aan het St. Cuthbert's College, Ushaw. Op 3 november 1820 ging hij verder studeren aan het Engels College te Rome. Hij ontving er zijn priesterwijding op 17 december 1825. Op 9 oktober 1826 ging hij aan de slag in de arme parochies van Manchester. Hij werd er vicaris-generaal en principaal van St Chad's (1835-1842) en St Augustine's (1842-1853). Op 27 juni 1851 werd hij de eerste bisschop van Salford. Hij werd op 25 juli 1851 tot bisschop gewijd door Nicholas Wiseman in de kathedraal van Salford. Als bisschop had hij af te rekenen met vele problemen waaronder de immigratie van katholieke Ieren na de mislukte aardappeloogst. Veel van zijn priesters stierven na de verzorging van de vele zieken. Ondanks de vele tegenslagen slaagde Turner er in zijn bisdom te doen bloeien.
Links[wikipedia]
NaamGadd, Elizabeth Alice
Datums° Pendleton, 1835 of 1836 - ✝ Elham, 24/08/1901
GeslachtVrouwelijk
VerblijfplaatsEngeland
BioElizabeth Alice Gadd werd geboren in 1835 in Pendleton Lancashire (Manchester), als oudste dochter van Thomas Gadd en Ann Hill. Ze trouwde op 28 november 1862 in Chorlton, Lancashire, Engeland met machinemaker William Seed. Ze overleed op 24 augustus 1901 in Elham, Kent.
NaamSeed, Charles Joseph Thomas
Datums° Londen, 07-09/1863 - ✝ Leicestershire, 1950
GeslachtMannelijk
Beroepambtenaar
VerblijfplaatsEngeland
BioCharles Joseph Thomas Seed was de zoon van Elizabeth Alice Gadd en William Seed. Hij werd geboren in Islington, Londen, tussen juli en september 1863. Op 17-jarige leeftijd vinden we hem met de census van 1871 als ambtenaar terug in Greenwich, Londen. Hij overleed in 1950 in Leicestershire.
NaamSeed, William
Datums° Manchester, 1838 - ✝ Kingston, 09/1914
GeslachtMannelijk
Beroepambtenaar
VerblijfplaatsEngeland
BioWilliam Seed werd in 1838 te Manchester geboren. Hij huwde met Elizabeth Alice Gadd op 28 november 1862 in Cholton, Lancashire. Hij was ambtenaar bij het ministerie van Defensie. Het koppel vestigde zich in Greenwich, Londen. William Seed overleed in september 1914 in Kingston, Surrey.
Bronnen https://www.ancestry.co.uk/family-tree/person/tree/74544262/person/34297728512/facts?_phsrc=tbc2&_phstart=successSource
NaamGadd, Anne Maria; Gadd, Anne Maria; Annie
Datums° Pendleton, 09/1845 - ✝ Chorlton, 11/12/1885
GeslachtVrouwelijk
VerblijfplaatsEngeland
BioAnne Mary Gadd, de tweede dochter van Thomas Gadd en Anne Hill, werd in september 1845 geboren in Pendleton, Salford, Lancashire. Ze huwde op 20 augustus 1867 in St. Wilfrid’s, Hulme, Manchester met de handelsklerk Richard Seed uit Islington, Londen. Richard Seed was de drie jaar jongere broer van William Seed, met wie Anne Mary’s zuster Elisabeth Alice Gadd getrouwd was. Anne Mary Gadd en Richard Seed kregen 7 kinderen. Volgens de census van 1881 woonde het gezin in Chorlton. Anne Mary Gadd overleed op 11 december 1885 in Chorlton, Lancashire.
Bronnen https://www.familysearch.org/nl/
Naamde Trafford, Humphrey (2nd baronet)
Datums° Chorley, 01/05/1808 - ✝ Manchester, 04/05/1886
GeslachtMannelijk
Beroepgrootgrondbezitter
VerblijfplaatsEngeland
BioSir Humphrey de Trafford werd geboren op 1 mei 1808 in het landhuis Croston Hall bij Chorley, Lancashire. Bij de dood van zijn vader Sir Thomas de Trafford in 1852 werd hij de 2nd baronet de Trafford. Hij trouwde op 17 januari 1855 met Lady Annette Mary Talbot 1834-1922). Hij was een vooraanstaande katholiek en een grootgrondbezitter. In 1861 was hij High Sheriff of Lancashire. Sir Humphrey de Trafford liet op eigen kosten (24.000 pond) de St. Ann's Church in Stretford, Manchester, bouwen. De kerk werd gebouwd tussen 1862 en 1863 in neogotische stijl naar de plannen van E.W. Pugin. Het was een geschenk voor Lady Annette naar aanleiding van hun huwelijksverjaardag. Sir Humphrey overleed op 4 mei 1886 in Trafford Hall, Trafford Park, Manchester.
Links[wikipedia]
Bronnen https://www.ancestry.co.uk/family-tree/person/tree/159234589/person/192086941583/facts?_phsrc=tbc27&_phstart=successSource
Naamde Trafford, Humphrey (3rd baronet)
Datums° Manchester, 03/07/1862 - ✝ Eastbourne, 10/01/1929
GeslachtMannelijk
Beroepofficier; grootgrondbezitter
VerblijfplaatsEngeland
BioSir Humphrey de Trafford, 3rd Baronet was een Engels landeigenaar en renpaardenfokker. Hij werd op 3 juli 1862 geboren als zoon van Sir Humphrey de Trafford, 2nd baronet en Lady Annette Mary Talbot in Trafford Park, Manchester. Na de dood van zijn vader op 4 mei 1886 werd Humphrey de 3de baronet de Trafford. Later in datzelfde jaar trouwde hij met Violet Alice Maud Franklin. Zij kregen vier kinderen: Humphrey Edmund (1891-1971) die de vierde baronet zou worden, Violet Mary (1813-1868), Rudolph Edgar Francis (1894-1983), vanaf 1971 5de baronet) en tenslotte Raymond Vincent (1900-1971). In 1896 had hij het familiegoed Trafford Park te koop gesteld en verhuisde hij naar Hill Crest. Hij was officier van de Lancashire Hussars, en president van de Royal Lancashire Agricultural Society. Hij overleed in Eastbourne, Sussex, op 10 januari 1929, vier jaar na zijn echtgenote.
Links[wikipedia]
Bronnen https://www.ancestry.co.uk/family-tree/person/tree/159234589/person/192086941589/facts

Naam - plaats

NaamBrugge
GemeenteBrugge
NaamRome
NaamLonden
NaamManchester
NaamStretford
GemeenteManchester

Titel30/11/1863, Hulme (Manchester), [Anne Hill =] [Anne Gadd] aan [Guido Gezelle]
EditeurRik Van Gorp; Marc Carlier; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
Verzender[Hill, Anne]
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum30/11/1863
VerzendingsplaatsHulme (Manchester)
AnnotatieAdressant en adressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Gepubliceerd inDe briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen 1854-1899 / door B. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, (o.l.v.) A. Deprez. - Gent : Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.I, p.364-365
Fysieke bijzonderheden
Drager dubbel vel, 217x140
blauw
papiersoort: 4 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief4575
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|10859
Inhoud
IncipitI cannot let this good
Tekstsoortbrief
TalenEngels
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.