<Resultaat 2044 van 2182

>

p1
Weleerwaarden Heere Guido Gezelle
Weleerwaarde Heer!

Ik heb de eer, noch het geluk, U persoonlijk te kennen, hoewel mij Uwe lieve dichtstukken — althans vele, - niet vreemd zijn. Uw ijver en liefde voor onze schoone moedertaal mij daaruit gebleken zijnde, neem ik de eerbiedige vrijheid, weleerwaarde Heer! U een verzoek, daartoe eenigszins betrekkelijk, te doen.

Het Willemsfonds, van Gent, heeft mij gelast de Vlaamsche Bibliographie in 1856 door Dr. Snellaert uit gegeven, te completeeren en voort te zetten tot 1866. (zie achterstaande stuk[1]). Ik wenschte, in dit werk al het belang en de bedrijvigheid van den katholieken boekhandel te doen uitschijnen, bij gevolg, het bewijs te leveren, dat de katholieke zaak, wel verre van uit te sterven, zooals wij dagelijks in de ministeriëele gazetten lezen, krachtiger dan ooit, onsterfelijk bloeit. Te dien einde heb ik zeer vele navorschingen gedaan, om maar alles, wat, door een katholiek gedacht ingegeven, gedrukt werd, in de Bibliographie te kunnen opnemen, maar over West Vlaanderen, waar het geloove zoo krachtig is, bezit ik schier niets. Er zijn daár, zoals elders, evenwel eene macht kleine boekskens gedrukt, over geestelijke broederschappen, levens van heiligen, devotieboekskens en wat dies meer zij, die ik volgaarne wenschte te mogen vermelden. In Uwe hoedanigheid van priester, zullen u soortgelijke werkskens wel, voor een zeker getal, bekend zijn; en daarom, in 't belang der zaak, welke wij beide verdedigen, bid ik U, weleerwaarde Heer, mij in deze taak een beetje te helpen? Zeerweleerwaarde heer Kanunnik Andries, van Brugge, met wie ik sedert eenige tijd in betrekking ben, heeft mij reeds een groot getal Westvlaamsche uitgaven (onder ander al de boekskens van de eerwaarde heer Tanghe) medegedeeld.

Ik ben zoo vrij, weleerwaarde Heer! U hierbij eene proeve toe testuren van de eerste bladzijden der Bibliographie, en U te bidden die, waar het U zoude mogelijk te zijn, te recht te wijzen, ofte volledigen.

Zoo gij het noodig vinden moogt, uwe mededeelingen per brief te doen, ik zal U voor al de gebezigde postzegels vergoeden.

Aanvaard, weleerwaarde Heer! de verzekering mijner hoogachting en van mijnen diepen eerbied.
Uw ootmoedige Dienaar
Frans dePotter
Redacteur der Beurzen Courant
Gent, Visscherij 64

p1

VLAAMSCHE BIBLIOGRAPHIE,

OF

LIJST DER NEDERDUITSCHE BOEKEN

in België van 1856 tot 1865 uitgegeven.

(ook die van 1830-55)

Het Bestuur van het Willems-Fonds heeft besloten, een vervolg uit te geen op de Vlaamsche Bibliographie van 1830 tot 1855, bepaaldelijk voor het laatste tienjarige tijdvak.

De nutigheid van zulk werk zal aan niemand ontgaan. Dient het, eenerzijds, tot statistiek der verstandelijke beweging in de nederduitsche gewesten van België, het is, van den anderen kant, een bij uitstek gemakkelijk en gewenscht middel van publiciteit voor Schrijvers en Uitgevers. Het toont onzen letterkundigen rijkdom aan, en tevens ieder gemis op het kunst- en wetenschappelijk-literarisch gebied; levert stoffe tot verblijding voor al hetgeen reeds tot stand is gekomen, en wakkert mogelijk eenige schrijvers aan om te pogen de nog weinig beoefende vakken tot de hoogte der andere te brengen. In het kort, eene verzameling van zulken aard leert ons de strekkingen en behoeften, de zedelijke waarde onzer letterkunde kennen, is een onoverwinnelijk wapen tegen de onbedachten, die het ernstig bestaan, den bloei onzer letterkunde zouden durven loochenen, en strekt tot onmiskenbaar bewijs der levenskracht, der onsterfelijkheid van den Nederduitschen stam.

Het Willems-Fonds durft de hoop voeden, dat Schrijver, Uitgevers, Boekdrukkers en Boekhandelaars er zich op toe zullen leggen, althans ieder wat hem betreft, al de inlichtingen mede te deelen om de Vlaamsche Bibliographie te kunnen volledig maken. Daarom verlangt het eene nauwkeurige lijst der boeken, tijdschriften, gazetten, vlugschriften, gelegenheidsverzen, liederen, hetzij oorspronkelijke of vertalingen – van den zwaarlijvigsten foliant tot het onbeduidendste brochuurken – om ‘t even over welk onderwerp, met de opgaven van titel, namenp2der Schrijvers en Drukkers, plaats en jaartal der editie, formaat, getal bladzijden en handelprijs. – Voor de volksliederen, op de markt verkocht, zal het volstaan het getal aan te geven.

In deze uitgave zullen, zooveel mogelijk, de leemten worden aangevuld die in de Bibliographie van 1830-1855 gebleven zijn; om deze reden noodigt het Bestuur van het Willems-Fonds allen, die belang stellen in het onderhavige werk, uit, de hun bekende gapingen te willen aanduiden.

Men wordt verzocht de inlichtingen vrachtvrij tegen de maan April eerstkomende, te willen overmaken aan den heer Fr. DE POTTER, Visscherij, 62, te Gent.

Het Bestuur van het WILLEMS-FONDS,

Fr. RENS, Voorzitter.
J. VUYLSTEKE, Secretaris-Schatmeester.
Gent, 1 Maart 1866.
p3

LIJST TER INVULLING.[2]

NAAM EN VOORNAAM

DES SCHRIJVERS.

TITEL DES WERKS.

PLAATS

DER UITGAVE.

NAAM

DES DRUKKERS.

JAARTAL

DER UITGAVE.

FORMAAT

EN

GETAL PAGES.

HANDELPRIJS.

Noten

[1] Bedoeld wordt de bijlage. Het is een overdruk van de inleidende tekst, geschreven door het bestuur van het Willemsfonds.
[2] Blanco lijst toegestuurd naar de drukkerijen, om de door hen gedrukte werken op te geven.

Register

Correspondenten

NaamDe Potter, Frans
Datums° Gent, 04/01/1834 - ✝ Gent, 15/08/1904
GeslachtMannelijk
Beroepjournalist, publicist; geschiedschrijver; bibliograaf
BioDe Potter genoot alleen lager onderwijs en studeerde verder op eigen kracht. Hij begon als redacteur bij de dagbladpers (1856-1870) en schopte het daarna tot hoofdredacteur van het katholieke Fondsenblad (1871-1878). In 1886 werd hij de eerste vast secretaris van de toen opgerichte Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Aanvankelijk publiceerde hij bij het Willemsfonds, maar vanaf begin jaren 1870 kiest hij de kant van de katholieke partij. Hij stond mee aan de wieg van het Davidsfonds in 1875 en was er vanaf 1878 tot aan zijn overlijden de eerste algemene secretaris, en bovendien ook voorzitter van de afdeling Gent van 1885 tot 1904. Hij publiceerde tal van werken: eerst verhalen en geschriften over folklore, daarna op het terrein van de geschiedenis, in het bijzonder van de Vlaamse gemeenten. Te vermelden zijn vooral zijn Vlaamsche Bibliographie in 4 delen (1893-1902) en een aantal delen van een Geschiedenis van de Gemeenten van Oost-Vlaanderen (samen met Jan Broeckaert).
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
Bronnen https://nevb.be/wiki/De_Potter,_Frans ; J. Broeckaert, Frans de Potter en zijne werken. In: Jaarboek van de Kon. Vl. Academie voor Taal- en Letterkunde, 1906; W. Rombauts, De Koninklijke Academie voor Taal- en Letterkunde, Gent 1979, p. 53-54
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamDe Potter, Frans
Datums° Gent, 04/01/1834 - ✝ Gent, 15/08/1904
GeslachtMannelijk
Beroepjournalist, publicist; geschiedschrijver; bibliograaf
BioDe Potter genoot alleen lager onderwijs en studeerde verder op eigen kracht. Hij begon als redacteur bij de dagbladpers (1856-1870) en schopte het daarna tot hoofdredacteur van het katholieke Fondsenblad (1871-1878). In 1886 werd hij de eerste vast secretaris van de toen opgerichte Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Aanvankelijk publiceerde hij bij het Willemsfonds, maar vanaf begin jaren 1870 kiest hij de kant van de katholieke partij. Hij stond mee aan de wieg van het Davidsfonds in 1875 en was er vanaf 1878 tot aan zijn overlijden de eerste algemene secretaris, en bovendien ook voorzitter van de afdeling Gent van 1885 tot 1904. Hij publiceerde tal van werken: eerst verhalen en geschriften over folklore, daarna op het terrein van de geschiedenis, in het bijzonder van de Vlaamse gemeenten. Te vermelden zijn vooral zijn Vlaamsche Bibliographie in 4 delen (1893-1902) en een aantal delen van een Geschiedenis van de Gemeenten van Oost-Vlaanderen (samen met Jan Broeckaert).
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
Bronnen https://nevb.be/wiki/De_Potter,_Frans ; J. Broeckaert, Frans de Potter en zijne werken. In: Jaarboek van de Kon. Vl. Academie voor Taal- en Letterkunde, 1906; W. Rombauts, De Koninklijke Academie voor Taal- en Letterkunde, Gent 1979, p. 53-54

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamGent
GemeenteGent

Naam - persoon

NaamAndries, Jozef Olivier
Datums° Ruddervoorde, 23/06/1796 - ✝ Brugge, 09/03/1886
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor; subregent; volksvertegenwoordiger; kanunnik; cantor; historicus
BioJoseph Olivier Andries werd geboren als zoon van Joannes Andries, notaris en burgemeester, en Barbara Laros. In het college te Aalst was hij van 1818 tot 1823 leraar en subregent. Hij werd tot priester gewijd te Mechelen op 15/06/1820. Op 23/08/1823 startte hij als onderpastoor van Sint-Salvators te Brugge en op 27/09/1827 als pastoor te Middelburg. In Brugge werd hij later ook erekanunnik (21/08/1841) en titulair kanunnik (24/06/1859) van Sint-Salvators, en op 30/08/1872 cantor van Sint-Salvators en Sint-Donaas. Hij was ook politiek actief als lid van het Nationaal Congres, arrondissement Eeklo (sinds 1830) en als volksvertegenwoordiger, arrondissement Gent (1835-1839). Als historicus was hij medeoprichter en tweede voorzitter van het Genootschap voor Geschiedenis te Brugge (1863-1886). Hij publiceerde ook in de Handelingen van het genootschap.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent
NaamDe Potter, Frans
Datums° Gent, 04/01/1834 - ✝ Gent, 15/08/1904
GeslachtMannelijk
Beroepjournalist, publicist; geschiedschrijver; bibliograaf
BioDe Potter genoot alleen lager onderwijs en studeerde verder op eigen kracht. Hij begon als redacteur bij de dagbladpers (1856-1870) en schopte het daarna tot hoofdredacteur van het katholieke Fondsenblad (1871-1878). In 1886 werd hij de eerste vast secretaris van de toen opgerichte Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Aanvankelijk publiceerde hij bij het Willemsfonds, maar vanaf begin jaren 1870 kiest hij de kant van de katholieke partij. Hij stond mee aan de wieg van het Davidsfonds in 1875 en was er vanaf 1878 tot aan zijn overlijden de eerste algemene secretaris, en bovendien ook voorzitter van de afdeling Gent van 1885 tot 1904. Hij publiceerde tal van werken: eerst verhalen en geschriften over folklore, daarna op het terrein van de geschiedenis, in het bijzonder van de Vlaamse gemeenten. Te vermelden zijn vooral zijn Vlaamsche Bibliographie in 4 delen (1893-1902) en een aantal delen van een Geschiedenis van de Gemeenten van Oost-Vlaanderen (samen met Jan Broeckaert).
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
Bronnen https://nevb.be/wiki/De_Potter,_Frans ; J. Broeckaert, Frans de Potter en zijne werken. In: Jaarboek van de Kon. Vl. Academie voor Taal- en Letterkunde, 1906; W. Rombauts, De Koninklijke Academie voor Taal- en Letterkunde, Gent 1979, p. 53-54
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamSnellaert, Ferdinand Augustijn
Datums° Kortrijk, 21/07/1809 - ✝ Gent, 03/07/1872
GeslachtMannelijk
Beroeparts; auteur
VerblijfplaatsNederland
BioSnellaert studeerde aan het Theresiaans College in Kortrijk. Na de dood van zijn moeder ging hij in 1826 als "onbezoldigd kweekeling" gratis geneeskunde studeren aan de Universiteit van Utrecht. Hij werd arts in het Nederlandse leger (1830-1835). Daarna keerde hij terug naar België, en had er een huisartsenpraktijk in Gent. Ondertussen studeerde hij nog verder en zo werd hij in 1837 doctor in de geneeskunde aan de Rijksuniversiteit Gent. Snellaert was erg actief in de Vlaamse beweging. In Gent was hij medeoprichter van de Maetschappij van Vlaemsche Letteroefening De Tael is gantsch het Volk. In 1847 werd hij lid van de Koninklijke Belgische Academie in Brussel waar hij zich inzette voor de Vlaamse zaak. Hij was eveneens medestichter van het Willemsfonds en voorzitter (1855-1862). In 1848 gaf hij samen met zijn vriend Jan Frans Willems de bundel Oude Vlaemsche liederen uit, en in 1852 zijn Oude en nieuwe liedjes. Hij maakte edities van Middelnederlandse teksten en publiceerde andere literair-historische werken.
Links[wikipedia], [dbnl]
NaamTanghe, Guillaume François; Gulielmus
Datums° Izegem, 12/03/1802 - ✝ Brugge, 09/06/1879
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; geestelijk koster; missionaris; onderpastoor; rector; kanunnik
BioGuilielmus Tanghe, zoon van Jan-Baptist Tanghe, landbouwer, en Maria-Theresia de Brabandere, werd op 07/02/1826 te Mechelen tot priester gewijd door aartsbisschop de Méan. Hij was onderpastoor te Zwevegem (27/02/1826) en geestelijk koster te Kortrijk (10/1827). Op 1829 werd hij lid van de armenkamer te Kortrijk. Hij was de laatste rector van de Sint-Michielskerk te Kortrijk (10/1834-1844). Hij werd missionaris van het bisdom Brugge (1836), titulair kanunnik van de Brugse kathedraal en secretaris van het kapittel (06/1844). In 1855 werd hij boekkeurder van het bisdom Brugge. Hij schreef talrijke publicaties, waaronder heel wat parochieboeken met de geschiedenis van parochies in West-Vlaanderen.
Links[odis]
NaamVuylsteke, Julius
Datums° Gent, 10/11/1836 - ✝ Gent, 16/01/1903
GeslachtMannelijk
Beroeppoliticus; dichter; boekhandelaar; advocaat; auteur
BioJulius studeerde aan het Gentse atheneum en daarna rechten aan de Rijksuniversiteit van Gent (1853-1859). Al in het atheneum ontwikkelde hij zijn Vlaamsgezindheid: hij stichtte er in de poësis (1852) het studentengenootschap 't Zal Wel Gaan met als doel de Vlaamse literatuur te stimuleren. Aan de universiteit vormde hij 't Zal Wel Gaan om tot een Taalminnend Studentengenootschap. Ze gaven jaarlijks almanakken uit met gedichten en proza. De publicaties waren anti-clericaal. Zijn gedichten uit de studententijd getuigen van het beginnende realisme en van een zekere sociale bekommernis. Vuylsteke was een tijdje advocaat (1859-1875) en daarna in 1875 boekhandelaar. Hij was lid van het Willemsfonds en werd in 1862 algemeen secretaris. In 1867 was hij verantwoordelijk voor de publicatie van "Het Volksbelang", het lijfblad van de Gentse liberale flaminganten. Hij was actief als liberaal politicus maar hij verbond het liberalisme aan zijn flamingantisme. In oktober 1869 werd hij gemeenteraadslid in Gent. Hij zette zich in voor de culturele samenwerking met Nederland. Zijn politieke essays werden postuum gebundeld in "Klauwaard en Geus" (1905). Gezelle publiceerde in "Hekel en Luim" het hekeldicht "Aen Mynheer Julius" in het voorjaar 1856 onder het pseudoniem X.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellepolitiek gedicht
BronnenNieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging https://nevb.be/wiki/Vuylsteke,_Julius_P.
NaamRens, Frans
Datums° Geraardsbergen, 02/02/1805 - ✝ Gent, 19/12/1874
GeslachtMannelijk
Beroepbelastingambtenaar; inspecteur lager onderwijs; redacteur; auteur; dichter
BioFrans Rens werkte als belastingambtenaar en inspecteur lager onderwijs, maar werd bekend als letterkundige. Hij publiceerde al vanaf 1827 gedichten te Eeklo, maar na zijn verhuizing naar Gent in 1932 ook prozawerk. Daarnaast was hij (hoofd)redacteur voor een aantal vooraanstaande geschiedkundige en literaire tijdschriften. Hij was ook medestichter van het Vlaemsch Gezelschap (1846) en hij werd in 1851 lid en later voorzitter (1862-1874) van het Willemsfonds. Hij werd benoemd tot Ridder in de Leopoldsorde.
Links[wikipedia]
Bronnen https://www.willemsfonds.be/overzicht-onze-boeken-non-fictie/geschiedenis-van-de-familie-rens-uit-geraardsbergen-jean-louis-rens

Naam - plaats

NaamBrugge
GemeenteBrugge
NaamGent
GemeenteGent

Naam - instituut/vereniging

NaamWillemsfonds
BeschrijvingHet Willemsfonds is een Vlaams vrijzinnig sociaal-cultureel netwerk dat in februari 1851 gesticht werd te Gent, waar nog steeds het hoofdkwartier gevestigd is. Het draagt de naam van de toen net overleden schrijver Jan Frans Willems. Het fonds verdedigde de taal via het Vlaamse volkslied, taalwedstrijden, boekuitgaven en algemene bibliotheken. Zo gaf het tussen 1851 en 1868 de "Vlaemsche bibliographie, of Lyst der Nederduitsche boeken" uit (in België sedert 1830 uitgegeven) door F.A. Snellaert en F. De Potter. In de begindagen waren zowel katholieken als liberalen lid, maar later onderscheidde het zich van gelijkaardige organisaties, zoals het katholieke Davidsfond.
Datering1851-heden
Links[wikipedia]

Titel - ander werk

TitelVlaamsche bibliographie. Lijst der boeken, vlug- en tijdschriften, muziekwerken, kaarten, platen en tabellen, in België van 1830 tot 1890 verschenen.
AuteurDe Potter, Frans
Datum1893
PlaatsGent
UitgeverA. Siffer
TitelVlaemsche bibliographie, of Lyst der nederduitsche boeken, in Belgie sedert 1830 uitgegeven
AuteurSnellaert, Ferdinand Augustijn
Datum1857-1858
PlaatsGent
UitgeverEug. Vanderhaeghen
TitelDe Beurzen-Courant. Dagblad voor alle standen (periodiek)
Datum1856-1870
PlaatsGent
UitgeverAugust Daele

Titel[01/03/1866 t.p.q. - 01/04/1866 t.a.q.], Gent, Frans De Potter aan Guido Gezelle
EditeurStefaan Maes; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderDe Potter, Frans
OntvangerGezelle, Guido
Verzendingsdatum[01/03/1866 t.p.q. - 01/04/1866 t.a.q.]
VerzendingsplaatsGent (Gent)
AnnotatieT.p.q. en t.a.q. gereconstrueerd op basis van het gedrukte formulier.
Fysieke bijzonderheden
Drager dubbel vel, 260x210
wit
papiersoort: 1 zijde beschreven; zijden 2, 3 en 4 bedrukt; zijde 1 in twee richtingen beschreven; zijde 1 met adressaat, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden gedrukt bibliografisch formulier: Vlaamsche Bibliographie, // of // Lijst der Nederduitsche Boeken // in België van 1856 tot 1865 uitgegeven.
Toevoegingen op zijde 1 links in de benedenrand: B. [x]. 78. (potlood, omgekeerd)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief4777 G
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|11104
Inhoud
IncipitIk heb de eer, noch het geluk, U persoonlijk te kennen, hoewel mij Uwe
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.