<Resultaat 1528 van 2896

>

p1
Eerw Heer en Vriend

De uitgever Siffer is onverduldig omdat hy de handschriften van de redenaars[1] niet krygt; het zullen vygen achter Paaschen zyn, zegt hy.

Wy verwachten altyd uw voorwoord om hem alles byéén te zenden;[2] wy zullen ons gelasten met ze te verbinden en een verslag te geven op het feestmaal en de toasten. Zend ons het hoofd en de intrede van de brochure en wy zullen de steert eraan zetten -

Zeg my ook nog of ik myn p2aansprake er mag of moet inlyven.[3]

Wy zullen een antwoorde voor morgen of overmorgen verwachten.

Hertelyken groet van uw toegenegen,
L Vander Heyde

P.S. E.H Verriest zwygt lyk vermoord op ons schryven en vragen achter geld.

VH

Noten

[1] Het was de bedoeling om een brochure te maken met de redevoeringen en het verslag van het inhuldigingsfeest van het praalgraf voor L.L. De Bo te Poperinge op 28/09/1887.
[2] De brochure bevat geen formeel voorwoord. Het is niet duidelijk in hoeverre Gezelle effectief betrokken was bij het schrijven of redigeren van de tekst. De taal voelt in elk geval wel Gezelliaans aan en er wordt gebruik gemaakt van de teksten die Gezelle schreef om inschrijvers te werven voor het gedenkteken.
[3] De redevoering van Dr. Vander Heyde is volledig opgenomen op p.11-13.

Register

Correspondenten - personen

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamVander Heyde, Louis
Datums° Alveringem, 08/04/1841 - ✝ Poperinge, 29/04/1913
GeslachtMannelijk
Beroeparts
BioLouis Vander Heyde (of Vanderheyde) werd op 8 april 1841 geboren te Alveringem als zoon van brouwer Petrus Carolus Ludovicus Vanderheyde en Amelia Rosalia Demolder. Hij studeerde aan het kleinseminarie te Roeselare van 1856 tot 1861 en was er lid van Gezelles Confraternity. In 1868 kwam Louis als geneesheer naar Poperinge. Op 3 april 1869 huwde hij in Oudenburg met Maria Labrique (1849-1926), met wie hij 8 kinderen kreeg, van wie er twee jong stierven. Van 1879 tot 1907 was hij voorzitter van het Davidsfonds. In die functie was hij samen met Guido Gezelle initiatiefnemer voor de oprichting van een gedenkteken in neogotische stijl voor Leonard Lodewijk De Bo (1826-1885) en voor de feestelijke inwijding ervan op 28 september 1887. Sinds 1880 was hij tevens voorzitter van de Katholieke Kring van Poperinge. Hij stierf op 29 april 1913 en werd begraven op de gemeentelijke begraafplaats van Poperinge in een familiegraf waar zijn echtgenote en drie van zijn kinderen (Clemence, Elvire en Achille, priester van het bisdom Brugge) hun laatste rustplaats vonden. De Poperinghenaar van 4 mei 1913 vermeldt de strijd voor ‘onzer miskende moedertaal’, de principiële houding ‘Katholiek in alles, boven alles,’ naast de inzet voor de ware belangen van het volk van deze geëerde dokter."
Relatie tot Gezelledokter; oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity; Davidsfonds Poperinge
Bronnen https://historischekranten.be/issue/DPO/1913-05-04/edition/null/page/2?query=heyde&period=1913&sort=issuedate%20ascending; https://nl.geneanet.org; https://bel-memorial.org/books/gezondheidszorg_in_de_onbezette_Westhoek.pdf; J. de Mûelenaere, Over Gezelles Confraternity. in: Gezelliana: 5 (1874) 1-4

Briefschrijver

NaamVander Heyde, Louis
Datums° Alveringem, 08/04/1841 - ✝ Poperinge, 29/04/1913
GeslachtMannelijk
Beroeparts
BioLouis Vander Heyde (of Vanderheyde) werd op 8 april 1841 geboren te Alveringem als zoon van brouwer Petrus Carolus Ludovicus Vanderheyde en Amelia Rosalia Demolder. Hij studeerde aan het kleinseminarie te Roeselare van 1856 tot 1861 en was er lid van Gezelles Confraternity. In 1868 kwam Louis als geneesheer naar Poperinge. Op 3 april 1869 huwde hij in Oudenburg met Maria Labrique (1849-1926), met wie hij 8 kinderen kreeg, van wie er twee jong stierven. Van 1879 tot 1907 was hij voorzitter van het Davidsfonds. In die functie was hij samen met Guido Gezelle initiatiefnemer voor de oprichting van een gedenkteken in neogotische stijl voor Leonard Lodewijk De Bo (1826-1885) en voor de feestelijke inwijding ervan op 28 september 1887. Sinds 1880 was hij tevens voorzitter van de Katholieke Kring van Poperinge. Hij stierf op 29 april 1913 en werd begraven op de gemeentelijke begraafplaats van Poperinge in een familiegraf waar zijn echtgenote en drie van zijn kinderen (Clemence, Elvire en Achille, priester van het bisdom Brugge) hun laatste rustplaats vonden. De Poperinghenaar van 4 mei 1913 vermeldt de strijd voor ‘onzer miskende moedertaal’, de principiële houding ‘Katholiek in alles, boven alles,’ naast de inzet voor de ware belangen van het volk van deze geëerde dokter."
Relatie tot Gezelledokter; oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity; Davidsfonds Poperinge
Bronnen https://historischekranten.be/issue/DPO/1913-05-04/edition/null/page/2?query=heyde&period=1913&sort=issuedate%20ascending; https://nl.geneanet.org; https://bel-memorial.org/books/gezondheidszorg_in_de_onbezette_Westhoek.pdf; J. de Mûelenaere, Over Gezelles Confraternity. in: Gezelliana: 5 (1874) 1-4

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Naam - persoon

NaamDe Bo, Leonard Lodewijk; Leenaert
Datums° Beveren-Leie, 27/09/1826 - ✝ Poperinge, 25/08/1885
GeslachtMannelijk
Beroephulppriester; leraar; pastoor; deken; auteur; taalkundige; botanicus
BioLeonard Lodewijk De Bo werd geboren als enige zoon van Ludovicus De Bo, landbouwer, en Amelia Lemayeur. Na schitterende middelbare studies aan het College van Tielt begon hij in oktober 1846 zijn seminariestudies aan het grootseminarie te Brugge. Op 15 maart 1851 werd hij te Brugge tot priester gewijd. Van 11 april tot 1 oktober 1851 was hij coadjutor (hulppriester) in de parochie Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen te Ver-Assebroek. Op 1 oktober 1851 werd hij leraar in de poesis- en retoricaklassen van het Sint-Lodewijkscollege te Brugge, een functie die hij 22 jaar lang zou uitoefenen, tot 9 juli 1873, toen hij werd aangesteld als pastoor van de parochie Sint-Petrus en Sint-Paulus te Elverdinge (09/07/1873 – 27/09/1882). Nadien werd hij pastoor van de parochie Onze-Lieve-Vrouw te Ruiselede (27/09/1882 – 22/04/1884). Op 22 april 1884 werd hij, hoewel hij al ziek was, nog overgeplaatst naar de parochie Sint-Bertinus te Poperinge waar hij pastoor-deken was, een overplaatsing die hij niet echt zag zitten. Hij overleed overigens al het jaar nadien. Reeds als seminarist verzamelde De Bo de West-Vlaamse woordenschat. Zijn levenswerk, het West-Vlaamsch Idioticon, waarin meer dan 25.000 woorden en uitdrukkingen uit de West-Vlaamse taal verzameld en verklaard worden, verscheen van 1870 tot 1873, gevolgd door een tweede, bijgewerkte uitgave in 1890-1892. De Bo leerde Guido Gezelle in 1850 in het grootseminarie te Brugge kennen; zij werden goede vrienden en werkten hecht samen rond de studie van de West-Vlaamse taal. De Bo werkte actief mee aan o.a. Loquela en Rond den Heerd. Postuum verschenen nog Schatten uit de volkstaal (1887) en De Bo’s Kruidwoordenboek, het resultaat van zijn levenslange botanische activiteiten.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter (WDT); medewerker Rond den Heerd; medewerker Loquela; gelegenheidsgedichten
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamSiffer, Alfons
Datums° Zomergem, 21/03/1850 - ✝ Gent, 03/03/1941
GeslachtMannelijk
Beroepboekhandelaar; drukker; uitgever; politicus; volksvertegenwoordiger; auteur
BioAlfons Siffer deed zijn humaniorastudies aan het Bisschoppelijk College te Sint-Niklaas, en studeerde vervolgens rechten in Leuven. Deze studie moest hij om gezondheidsredenen stopzetten. In 1874 behaalde hij het diploma van kandidaat-notaris aan de universiteit van Gent. In 1875 was hij medestichter en eerste secretaris-penningmeester van het Gentse Davidsfonds en later bestuurslid van het nationale Davidsfonds (1878). In 1877 richtte hij samen met zijn vermogende schoonzus Sophie, de halfzus van zijn latere echtgenote, de NV Siffer-Leliaert op en werd hij boekhandelaar, drukker en uitgever in Gent op de hoek van het Sint-Baafsplein en de Lange Kruisstraat. Hij huwde met Marie Fierlefijn in 1879. Hij werd de vaste drukker van de Koninklijke Vlaamse Academie. Hij drukte ook heel wat tijdschriften waaronder ook Franstalige zoals Le magasin littéraire en Le Drapeau. In 1886 stichtte hij het tijdschrift Het Belfort, waarin hij zelf ook bijdragen publiceerde. Siffer was ook uitgever van heel wat katholieke auteurs zoals Karel de Gheldere, August Cuppens, Hugo Verriest, Alfons Moortgat, René De Clercq en Amaat Joos. Ook Gezelle liet werk bij hem drukken of uitgeven zoals de Duikalmanak (1888-1899). De eerste aflevering verscheen aanvankelijk bij Karel Beyaert-Storie, maar na een ruzie kwam Gezelle bij Siffer in Gent terecht. De druk gebeurde in de Sint-Augustinusdrukkerij. Vanaf 1895 was Siffer ook werkzaam in de politiek o.m. als volksvertegenwoordiger.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde; drukker/uitgever van werk van gezelle
Bronnen http://users.skynet.be/sb176943/AndriesVandenAbeele/druk_gezelle.htm
NaamVander Heyde, Louis
Datums° Alveringem, 08/04/1841 - ✝ Poperinge, 29/04/1913
GeslachtMannelijk
Beroeparts
BioLouis Vander Heyde (of Vanderheyde) werd op 8 april 1841 geboren te Alveringem als zoon van brouwer Petrus Carolus Ludovicus Vanderheyde en Amelia Rosalia Demolder. Hij studeerde aan het kleinseminarie te Roeselare van 1856 tot 1861 en was er lid van Gezelles Confraternity. In 1868 kwam Louis als geneesheer naar Poperinge. Op 3 april 1869 huwde hij in Oudenburg met Maria Labrique (1849-1926), met wie hij 8 kinderen kreeg, van wie er twee jong stierven. Van 1879 tot 1907 was hij voorzitter van het Davidsfonds. In die functie was hij samen met Guido Gezelle initiatiefnemer voor de oprichting van een gedenkteken in neogotische stijl voor Leonard Lodewijk De Bo (1826-1885) en voor de feestelijke inwijding ervan op 28 september 1887. Sinds 1880 was hij tevens voorzitter van de Katholieke Kring van Poperinge. Hij stierf op 29 april 1913 en werd begraven op de gemeentelijke begraafplaats van Poperinge in een familiegraf waar zijn echtgenote en drie van zijn kinderen (Clemence, Elvire en Achille, priester van het bisdom Brugge) hun laatste rustplaats vonden. De Poperinghenaar van 4 mei 1913 vermeldt de strijd voor ‘onzer miskende moedertaal’, de principiële houding ‘Katholiek in alles, boven alles,’ naast de inzet voor de ware belangen van het volk van deze geëerde dokter."
Relatie tot Gezelledokter; oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity; Davidsfonds Poperinge
Bronnen https://historischekranten.be/issue/DPO/1913-05-04/edition/null/page/2?query=heyde&period=1913&sort=issuedate%20ascending; https://nl.geneanet.org; https://bel-memorial.org/books/gezondheidszorg_in_de_onbezette_Westhoek.pdf; J. de Mûelenaere, Over Gezelles Confraternity. in: Gezelliana: 5 (1874) 1-4
NaamVerriest, Hugo
Datums° Deerlijk, 25/11/1840 - ✝ Ingooigem, 27/10/1922
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; auteur; leraar; directeur kloostergemeenschap; schooldirecteur; pastoor
BioHugo Verriest was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare (1854-1859). Hij kreeg er gedurende negen maanden les van Gezelle. Hij volgde filosofie in 1860 en zijn priesterwijding volgde op 17/12/1864. Hij werd leraar aan het Sint-Lodewijkscollege (09/06/1864) en aan het kleinseminarie te Roeselare (19/09/1867). Hij onderwees zijn leerlingen in de geest van Gezelle. Hij figureerde als spilfiguur binnen de Blauwvoeterij, dit ook als redacteur van het studententijdschrift De Vlaamsche Vlagge, het medium van de Blauwvoeterij. Vervolgens was hij directeur van de Zusters van Liefde in Heule (25/08/1877) en superior van het college te leper (13/06/1878). Hij was pastoor te Wakken (19/09/1888) en Ingooigem (19/06/1895). In 1906 werd hij lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal-en Letterkunde. Hij was een spilfiguur in de Vlaamse Beweging en een zeer vurig spreker. Als auteur schreef hij romantisch-impressionistische gedichten, talrijke artikels en biografieën o.m. van Guido Gezelle, Stijn Streuvels en Albrecht Rodenbach.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellezanter (WDT); correspondent; medestichter van Biekorf; oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III

Titel - ander werk

TitelTer geheugenisse van het plechtig wijden van zaliger Deken De Bo's grafteeken tot Poperinghe op den 28 september 't jaer O.H. 1887
Datum1887
PlaatsGent
UitgeverLeliaert- Siffer

Titel02/11/1887, Poperinge, Louis Vander Heyde aan [Guido Gezelle]
EditeurKoen Calis; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2025
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenKoen Calis; Universiteit Antwerpen, Vander Heyde Louis aan Gezelle Guido, Poperinge (Poperinge), 02/11/1887. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2025 Available from World Wide Web: link .
VerzenderVander Heyde, Louis
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum02/11/1887
VerzendingsplaatsPoperinge (Poperinge)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 dubbel vel, 177 mm x 113 mm
papier, wit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden watermerk: [Antique] (schild met dierenmotief en kroon)
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief5921
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.11146
Inhoud
IncipitDe Uitgever Siffer is on-
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.