<Resultaat 306 van 2052

>

p1
Zeer eerwaarde Heer,

Het is mij aangenaam te zien dat ik, door mij tot U te wenden, mijne toevlugt tot een' bekendef heb genomen: ik herinnerde mij echter niet meer U bij Prof. David te hebben ontmoet; maar uw naam was mij uit uwe gedichten[1] bekend, en ook heb ik in Holland dikwijls over u gesproken met den Dichter Mr. Bogaers, die uw schrijven naar verdienste schatte, vooral om al het rijke der West-Vlaamsche streekspraeke.

Ik dank u zeer, eerwaarde Heer, voor de vriendelijke toezending der Gazette van Brugge en van den Standaert, maar, zoo als mijn eerste schrijven[2] t u meldde, er ontbreekt nu nog: Burgerwelzijn, 't jaar 30, de Katholijke Zondag en de Westvlaming, dus nog vier bladen, om de collectie te volledigen. Ik durf rekenen op uwe welwillendheid om mij ook één afdruk van die vier bladen over te maken; 't komt er niet op aan welke numéro. Ik moet zoo spoedig mogelijk de collectie naar Holland opzenden[3]

Uwen "Rond den Heerd", die mij onbekend was, heb ik met aandacht en met genoegen gelezen. Het komt mij voor dat het blad met opzet is opgesteld voor land- en werklieden, voor menschen van eenigzins minderen stand, en geschreven met inzigt om hen op het regte pad te houden. De titelplaat[4] en de inhoud (Jan onraedt[5] enz.,) p2getuigen van die strekking. Ook wegens betere verstaanbaarheid hebt gij de plaatselijke dialectiek in acht genomen en hierin wel gehandeld. Ik, die met het Brugsche bekend[6] ben, versta dat alles; maer voor een' Noordnederlander komt daarin veel onbegrijpelijks voor.

Ongelukkig bezit ik geene West-vlaamsche bescheeden[7] die u van dienst konden zijn, anders stond ik ze u gaarne af; mogt ik echter eens een stukje schrijven, proza of poëzij, dat met de volksstrekking van "Rond den Heerd" instemt, zoo wil ik dat u ter plaatsing gaarne afstaan.

Ik had mij, ter bekoming van de gevraagde dagbladen kunnen wenden tot den Gouverneur van Brugge of diens secretaris den heer Versnaeijen. Doch ik deed het niet, omdat ik die personen geenen dank wil schuldig zijn. (haec inter nos[8]). Van mijnen vriend den gouverneur van Limburg, ontving ik al de dagbladen dier provincie.

In afwachting van het hierboven gevraagde beveel ik mij in uw vriendelijk aandenken mij intusschen noemende, Zeer eerwaarde Heer,
Uwe gewilligen Dienaar,
dr J. Nolet de Brauwere van Steeland.
Brussel, 1 februarij 1869.

Noten

[1] In 1869 zijn alleen verschenen: Vlaemsche Dichtoefeningen (1858), Kerkhofbloemen (1858) en Gedichten, gezangen en gebeden (1862).
[2] onbekende brief
[3] De reden waarom deze bladen naar Holland opgestuurd moeten worden is niet bekend.
[4] Tekening van een gezin, dat bij de haard zit. 5 kinderen, vader, moeder en grootvader. Het (Vlaamse) gezin als hoeksteen van de samenleving.
[5] Jan Onraedt is een verhaal dat in afleveringen in Rond den Heerd verschijnt.
[6] DBvS heeft, nadat zijn moeder hertrouwd was, een deel van zijn humaniora in Brugge gevolgd.
[7] Ander woord voor BESCHEID. Het lijkt erop, dat DBvS geen (oude?) documenten kan sturen in ruil voor de gevraagde kranten.
[8] Vertaling (Latijn): tussen ons gezegd en gezwegen

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamNolet de Brauwere van Steeland, Jan
Datums° Rotterdam, 23/02/1815 - ✝ Vilvoorde, 21/06/1888
GeslachtMannelijk
Beroepauteur
VerblijfplaatsNederland
BioJan Nolet De Brauwere van Steelandt was een Belgisch-Nederlandse schrijver. Hij deed zijn humaniorastudies in Doornik en in Brugge. Later ging hij rechten studeren aan de Rijksuniversiteit Gent. Hij behoorde tot de vriendenkring van Jan Frans Willems (1832 -1838). Daarna studeerde hij verder aan de Katholieke Universiteit Leuven bij kanunnik Jan Baptist David. Hij was auteur van meerdere epische gedichten en medewerker aan diverse tijdschriften. Hij was ook lid van het Brussels Taal- en Letterkundig Genootschap, voorzitter van het Taalverbond en lid van de Koninklijke Academie voor Taal- en Letterkunde. Hij was voorvechter van het behoud van het Nederlands en nam nooit afstand van zijn Nederlandse nationaliteit. Hij was een vurig tegenstander van het taalparticularisme en van de verfransing in Vlaanderen. In polemische geschriften ging hij heftig tekeer ging het West-Vlaamse taalparticularisme.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde

Briefschrijver

NaamNolet de Brauwere van Steeland, Jan
Datums° Rotterdam, 23/02/1815 - ✝ Vilvoorde, 21/06/1888
GeslachtMannelijk
Beroepauteur
VerblijfplaatsNederland
BioJan Nolet De Brauwere van Steelandt was een Belgisch-Nederlandse schrijver. Hij deed zijn humaniorastudies in Doornik en in Brugge. Later ging hij rechten studeren aan de Rijksuniversiteit Gent. Hij behoorde tot de vriendenkring van Jan Frans Willems (1832 -1838). Daarna studeerde hij verder aan de Katholieke Universiteit Leuven bij kanunnik Jan Baptist David. Hij was auteur van meerdere epische gedichten en medewerker aan diverse tijdschriften. Hij was ook lid van het Brussels Taal- en Letterkundig Genootschap, voorzitter van het Taalverbond en lid van de Koninklijke Academie voor Taal- en Letterkunde. Hij was voorvechter van het behoud van het Nederlands en nam nooit afstand van zijn Nederlandse nationaliteit. Hij was een vurig tegenstander van het taalparticularisme en van de verfransing in Vlaanderen. In polemische geschriften ging hij heftig tekeer ging het West-Vlaamse taalparticularisme.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamBrussel
GemeenteBrussel

Naam - persoon

NaamBogaers, Adrianus
Datums° Gravenhage, 06/01/1775 - ✝ Spa, 11/08/1870
GeslachtMannelijk
Beroepadvocaat; rechter; auteur; dichter
VerblijfplaatsNederland
BioAdrianus Bogaers studeerde rechten en werd vicepresident van de Rotterdamse arrondissementsrechtbank, maar moest door toenemende doofheid in 1851 ontslag nemen. Bogaers deed zijn openbare intrede in de letterkunde in 1832, met zijn werk "Volharden". In 1856 gaf hij "Balladen en Romancen" uit en in 1862 kwam een tweede verrijkte uitgave onder de titel "Balladen en andere Dichtstukjes". In 1859 publiceerde hij de bundel "Gedichten". Een belangrijk werk is het door hem samengestelde "Woordenboek op de dichtwerken van W. Bilderdijk". Verder werkte hij eveneens mee aan taaltijdschriften, zoals "De Taalgids" en "Taal- en Letterbode". Bogaers was ook vaak te gast in de Vereniging van Vlaemsche Bibliophilen van Gent.
Links[dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent
Bronnen http://www.biografischportaal.nl/persoon/04166421
NaamNolet de Brauwere van Steeland, Jan
Datums° Rotterdam, 23/02/1815 - ✝ Vilvoorde, 21/06/1888
GeslachtMannelijk
Beroepauteur
VerblijfplaatsNederland
BioJan Nolet De Brauwere van Steelandt was een Belgisch-Nederlandse schrijver. Hij deed zijn humaniorastudies in Doornik en in Brugge. Later ging hij rechten studeren aan de Rijksuniversiteit Gent. Hij behoorde tot de vriendenkring van Jan Frans Willems (1832 -1838). Daarna studeerde hij verder aan de Katholieke Universiteit Leuven bij kanunnik Jan Baptist David. Hij was auteur van meerdere epische gedichten en medewerker aan diverse tijdschriften. Hij was ook lid van het Brussels Taal- en Letterkundig Genootschap, voorzitter van het Taalverbond en lid van de Koninklijke Academie voor Taal- en Letterkunde. Hij was voorvechter van het behoud van het Nederlands en nam nooit afstand van zijn Nederlandse nationaliteit. Hij was een vurig tegenstander van het taalparticularisme en van de verfransing in Vlaanderen. In polemische geschriften ging hij heftig tekeer ging het West-Vlaamse taalparticularisme.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
NaamDavid, Jan Baptist
Datums° Lier, 25/01/1801 - ✝ Leuven, 24/03/1866
GeslachtMannelijk
Beroepkanunnik; leraar; hoogleraar; directeur; auteur
BioJ.B. David werd in Lier geboren waar hij al vroeg in contact kwam met J.F. Willems die hem de liefde voor taal bij bracht. Hij was aanvankelijk een apothekersleerling maar koos toch voor een priesteropleiding. Zijn priesterwijding ontving hij op 20/08/1823. Hij studeerde letteren-en wijsbegeerte aan de universiteit van Leuven, waar hij ook doctoreerde (01/08/1842). Hij was er eveneens voorzitter van de katholieke Vlaamse studentenbond Met Tijd en Vlijt. Hij was werkzaam in het onderwijs als studiemeester aan het Koninklijk Atheneum van Antwerpen (1821-1822), leraar Latijn en Nederlands aan het kleinseminarie van Mechelen en als directeur van het Koninklijk Atheneum te Mechelen (1831-1836). Op 16/09/1834 werd hij docent Vlaamse Letterkunde en Belgische Geschiedenis aan de Leuvense universiteit tot 1865. Ondertussen was hij op 25 oktober 1833 ook erekanunnik geworden van het Sint-Romboutskapittel te Mechelen. In 1835 kreeg hij van de regering officiële steun voor het vastleggen van de schrijfwijze in de Nederlandse taal. Daartoe richtte hij samen met Willems de Maetschappy tot bevordering der Nederduitsche Tael- en Letterkunde op. In 1841 en 1850 werd hij verkozen tot voorzitter van de Taal- en Letterkundige Congressen. In 1856 werd hij benoemd tot lid van de Commissie der Taalgrieven en in 1864 van de spellingcommissie. In 1875 stichtte hij het Davidsfonds. Hij publiceerde tal van werken over spelling en spraakkunst zoals Nederduitsche Spraekkunst, bloemlezingen van prozaschrijvers en dichters, maar ook zijn schoolboeken werden gedurende tientallen jaren ruim verspreid. In de tijdschriften De Middelaer en De School- en Letterbode en zijn boek Tael- en Letterkundige Aenmerkingen uitte hij harde taalkundige en literaire kritiek op het werk van Vlaamse schrijvers. In 1862 sprak David zich in Brugge uit tegen het particularisme van Gezelle. Gezelle bezocht David in Leuven.
Links[odis], [wikipedia]
Bronnen http://theater.ua.ac.be/nevb/html/David,%20Jan-Baptist.html
NaamVrambout, Benoït
Datums° Poperinge, 16/05/1816 - ✝ Brugge, 01/08/1877
GeslachtMannelijk
Beroepadvocaat; gouverneur
BioBenoît Vrambout studeerde rechten aan de Katholieke Universiteit Leuven en werd in 1840 doctor in de rechten. Hij was aanvankelijk advocaat in Ieper maar was later werkzaam als politicus. In november 1857 werd hij gouverneur ad interim en op 25 december volgde zijn definitieve benoeming. Hij bleef gouverneur van West-Vlaanderen tot aan zijn overlijden.
Links[wikipedia]
NaamVersnayen, Karel
Datums° Gent, 25/03/1836 - ✝ Etterbeek, 06/08/1910
GeslachtMannelijk
Beroepschrijver; journalist; kunsthandelaar
BioKarel Versnaeyen groeide op in Gent en zette zijn eerste stappen in de literaire wereld in het studentengenootschap ‘t Zal wel gaen. In 1858 verhuisde hij naar Brugge. Samen met Emiel Moyson was hij medeoprichter van de Vlaamse Broederbond die een tijdelijke alliantie realiseerde tussen katholieken en Vlaamsgezinde progressieven tegen de doctrinaire liberalen. Hij was vrijmetselaar en uitgesproken Vlaamsgezind, sociaal radicaal en antiklerikaal. Dit blijkt ook uit zijn poëzie, proza en toneel. Als persoonlijk secretaris van gouverneur Vrambout was hij ook actief vanuit een officiële status. Zo organiseerde hij de Maerlanthulde van 1860 en het Nederlandsch Taal- en Letterkundig Congres te Brugge van 1862 in liberale en Groot-Nederlandse zin. Dit leverde hem veel kritiek op van Gezelle. Hij was ook mede-initiatiefnemer van de Breydelbeweging en de lokale afdeling van het Willemsfonds. In 1872 verliet hij Brugge om onduidelijke redenen, waarna hij zich te Parijs vestigde als kunsthandelaar om uiteindelijk berooid te eindigen als journalist te Brussel.
Links[dbnl]
Relatie tot Gezelletegenstander
Bronnen https://nevb.be/wiki/Versnaeyen,_Karel
Naamde T'Serclaes de Wommersom, Theodoor
Datums° Brussel, 28/08//1809 - ✝ Gent, 25/05/1880
GeslachtMannelijk
Beroepdiplomaat; ambtenaar; provinciegouverneur; volksvertegenwoordiger; burgemeester.
Biogouverneur van Limburg van 1857 tot 1871
Links[wikipedia]

Naam - plaats

NaamBrugge
GemeenteBrugge
NaamBrussel
GemeenteBrussel

Titel - werk van Guido Gezelle

Titelt Jaer 30 of politieke wegwyzer voor treffelyke lieden.
Links[gezelle.be]
TitelRond den Heerd. Een leer-en leesblad voor alle lieden.
Links[gezelle.be]

Titel - ander werk

TitelGazette van Brugge (periodiek)
Datum1795-1919
PlaatsBrugge
UitgeverJoseph Bogaert; Louis Bernard Herreboudt; Gustaaf Stock
TitelStandaerd van Vlaenderen (periodiek)
Datum1829-1898
PlaatsBrugge
UitgeverR. Boeteman-Janssens; A. Neut
TitelBurgerwelzijn: dagblad voor alle klassen (periodiek)
Datum1850-1980
PlaatsBrugge
UitgeverFockenier
TitelDe Katholyke Zondag : een wekelijksch blad, toegewijd aen godsdienst en zedeleer (periodiek)
Datum1854-1875
PlaatsBrugge
UitgeverDe Schryver-Van Haecke; Tremmery
TitelDe Westvlaming : nieuwsblad voor Brugge en de provincie Westvlaenderen (periodiek)
Datum1863-1890
PlaatsBrugge
UitgeverEveraert-De Vos; Van Hecke

Titel01/02/1869, Brussel, Jan Nolet de Brauwere van Steeland aan [Guido Gezelle]
EditeurStefaan Maes; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderNolet de Brauwere van Steeland, Jan
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum01/02/1869
VerzendingsplaatsBrussel (Brussel)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Fysieke bijzonderheden
Drager enkel vel, 216x137
wit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden rouwpapier
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle; idem rechtsboven: 1/2 1869 (inkt, beide hand P.A.); idem rechts in de bovenrand: 1 feb. (potlood)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief4857
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|11184
Inhoud
IncipitHet is mij aangenaam te zien dat ik, door mij tot U
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.