<Resultaat 327 van 1751

>

p1
Eerw. Heer & Confrater:

Gelief in mijnen naam den Heer Dr Soenens te bedanken voor zijne verhandeling[1] over Palfijn, mij zoo bereidwillig & ongevraagd medegedeeld, en hem te zeggen, dat ik Cesar geven zal, wat Cesar[2] toekomt. Hij zal evenwel begrijpen, dat het mij volstrekt onmogelijk is, eene zoo uitvoerige biographie mede te deelen, want dan zou ik evenveel moeten doen voor de andere beroemdheden van Kortrijk, en ik liep tot 8 of 9 boekdeelen, waarvoor ik terug schrik.

Mijn Geschiedenis van Kortrijk moet niemand bevallen, aangezien niemand daarover eén woordeke rept.... De Patrie & de Bien public hebben ieder een exemplaar ontvangen, maar zwijgen, dat ze zweeten[3] Sedert vier maanden aarzel ik, om 't werk voort te zetten[4] want ik kan bewijzen, dat ik er mijne beurs aan scheur, niettegenstaande de milde bijdrage van de gemeente. Ik mag zeggen, dat ik werk ter eere van den "Koning van Pruisen"[5] en dat is mij dubbel leed! —

Gij vraagt mij, eerw. confrater, of ik niet bevreesd ben voor het geweldig steken van de Gentsche zon[6] Ja wel, zoo een beetje, maar ik ben voorzichtig, zelfs des avonds, want men heeft mij tusschen vier oogen verzekerd, dat men een middel zoekt om ze, bij mirakel, 's avonds ook eens op mijn hoofd te laten schijnen.... God betere 't!

Heil & Zegen in Christus
Uw. dienstwillige
FDePotter.

Noten

[1] Dokter Soenens maakte in 1874 een studie over het leven en werk van de Kortrijkse geneeskundige Jan Palfijn als antwoord op een prijsvraag van de Société médicale de Courtrai. Via Gezelle werden zijn opzoekingen gebruikt voor de Geschiedenis van Kortrijk van Frans De Potter. Pas in 1887 werd zijn studie over Palfijn gedrukt, vermoedelijk omwille van zijn controversiële geneesmethodes zoals homeopathie.
[2] De passende hoeveelheid informatie over Palfijn opnemen in de Geschiedenis van Kortrijk.
[3] De verschijning van het eerste deel van de Geschiedenis van Kortrijk is aangekondigd in De eendracht op zondag 5 april 1874. Het werk moet verschenen zijn in de tweede helft van maart 1874. De brief is geschreven enkele maanden na de publicatie van deel 1.
[4] De volgende delen van de Geschiedenis van Kortrijk.
[5] Letterlijke vertaling van de Franse uitdrukking: travailler pour le roi de Prusse = nutteloos werk verrichten.
[6] Wellicht informeerde Gezelle of De Potter als notoir katholiek geen last had van het liberale gedachtegoed in Gent. Daarom moet hij zelfs “des avonds” voorzichtig zijn, heeft men hem verzekerd, antwoordt De Potter.

Register

Correspondenten

NaamDe Potter, Frans
Datums° Gent, 04/01/1834 - ✝ Gent, 15/08/1904
GeslachtMannelijk
Beroepjournalist, publicist; geschiedschrijver; bibliograaf
BioDe Potter genoot alleen lager onderwijs en studeerde verder op eigen kracht. Hij begon als redacteur bij de dagbladpers (1856-1870) en schopte het daarna tot hoofdredacteur van het katholieke Fondsenblad (1871-1878). In 1886 werd hij de eerste vast secretaris van de toen opgerichte Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Aanvankelijk publiceerde hij bij het Willemsfonds, maar vanaf begin jaren 1870 kiest hij de kant van de katholieke partij. Hij stond mee aan de wieg van het Davidsfonds in 1875 en was er vanaf 1878 tot aan zijn overlijden de eerste algemene secretaris, en bovendien ook voorzitter van de afdeling Gent van 1885 tot 1904. Hij publiceerde tal van werken: eerst verhalen en geschriften over folklore, daarna op het terrein van de geschiedenis, in het bijzonder van de Vlaamse gemeenten. Te vermelden zijn vooral zijn Vlaamsche Bibliographie in 4 delen (1893-1902) en een aantal delen van een Geschiedenis van de Gemeenten van Oost-Vlaanderen (samen met Jan Broeckaert).
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
Bronnen https://nevb.be/wiki/De_Potter,_Frans ; J. Broeckaert, Frans de Potter en zijne werken. In: Jaarboek van de Kon. Vl. Academie voor Taal- en Letterkunde, 1906; W. Rombauts, De Koninklijke Academie voor Taal- en Letterkunde, Gent 1979, p. 53-54
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamDe Potter, Frans
Datums° Gent, 04/01/1834 - ✝ Gent, 15/08/1904
GeslachtMannelijk
Beroepjournalist, publicist; geschiedschrijver; bibliograaf
BioDe Potter genoot alleen lager onderwijs en studeerde verder op eigen kracht. Hij begon als redacteur bij de dagbladpers (1856-1870) en schopte het daarna tot hoofdredacteur van het katholieke Fondsenblad (1871-1878). In 1886 werd hij de eerste vast secretaris van de toen opgerichte Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Aanvankelijk publiceerde hij bij het Willemsfonds, maar vanaf begin jaren 1870 kiest hij de kant van de katholieke partij. Hij stond mee aan de wieg van het Davidsfonds in 1875 en was er vanaf 1878 tot aan zijn overlijden de eerste algemene secretaris, en bovendien ook voorzitter van de afdeling Gent van 1885 tot 1904. Hij publiceerde tal van werken: eerst verhalen en geschriften over folklore, daarna op het terrein van de geschiedenis, in het bijzonder van de Vlaamse gemeenten. Te vermelden zijn vooral zijn Vlaamsche Bibliographie in 4 delen (1893-1902) en een aantal delen van een Geschiedenis van de Gemeenten van Oost-Vlaanderen (samen met Jan Broeckaert).
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
Bronnen https://nevb.be/wiki/De_Potter,_Frans ; J. Broeckaert, Frans de Potter en zijne werken. In: Jaarboek van de Kon. Vl. Academie voor Taal- en Letterkunde, 1906; W. Rombauts, De Koninklijke Academie voor Taal- en Letterkunde, Gent 1979, p. 53-54

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamGent
GemeenteGent

Naam - persoon

NaamDe Potter, Frans
Datums° Gent, 04/01/1834 - ✝ Gent, 15/08/1904
GeslachtMannelijk
Beroepjournalist, publicist; geschiedschrijver; bibliograaf
BioDe Potter genoot alleen lager onderwijs en studeerde verder op eigen kracht. Hij begon als redacteur bij de dagbladpers (1856-1870) en schopte het daarna tot hoofdredacteur van het katholieke Fondsenblad (1871-1878). In 1886 werd hij de eerste vast secretaris van de toen opgerichte Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Aanvankelijk publiceerde hij bij het Willemsfonds, maar vanaf begin jaren 1870 kiest hij de kant van de katholieke partij. Hij stond mee aan de wieg van het Davidsfonds in 1875 en was er vanaf 1878 tot aan zijn overlijden de eerste algemene secretaris, en bovendien ook voorzitter van de afdeling Gent van 1885 tot 1904. Hij publiceerde tal van werken: eerst verhalen en geschriften over folklore, daarna op het terrein van de geschiedenis, in het bijzonder van de Vlaamse gemeenten. Te vermelden zijn vooral zijn Vlaamsche Bibliographie in 4 delen (1893-1902) en een aantal delen van een Geschiedenis van de Gemeenten van Oost-Vlaanderen (samen met Jan Broeckaert).
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
Bronnen https://nevb.be/wiki/De_Potter,_Frans ; J. Broeckaert, Frans de Potter en zijne werken. In: Jaarboek van de Kon. Vl. Academie voor Taal- en Letterkunde, 1906; W. Rombauts, De Koninklijke Academie voor Taal- en Letterkunde, Gent 1979, p. 53-54
NaamPalfijn, Jan
Datums° Kortrijk, 28/11/1650 - ✝ Gent, 21/04/1730
GeslachtMannelijk
Beroepheel- en verloskundige
BioJan Palfijn kreeg het vak van chirurgijn aangeleerd van zijn vader. Na het vak beoefend te hebben in Kortrijk en Gent werd hij in Parijs assistent van Joseph-Guichard Duvernay. Hij vestigde zich in 1695 in Gent om er lector te worden in de osteologie en chirurgie. Hij schreef verschillende boeken en o.a. een verlostang werd naar hem genoemd. In 1727 werd hij tot leraar in de ontleed- en heelkunde benoemd. Hij was ook pestmeester van de stad en werkte in De Bijloke. Voor de Jan Palfijnfeesten op 19/08/1889 werd Gezelle gevraagd om een gedicht te schrijven voor de onthulling van het standbeeld van deze internationaal bekende arts. Gezelle schreef naast de cantate ook "Jan Palfyn opschriften" die in de stoet op de feesten werden meegedragen.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellegelegenheidsgedichten
NaamSoenens, Edmond Charles
Datums° Kortrijk, 14/01/1830 - ✝ Anderlecht, 04/12/1891
GeslachtMannelijk
Beroepdokter; auteur
BioEdmond Charles Soenens werd geboren te Kortrijk op 14 januari 1830. Hij was de broer van advocaat en volksvertegenwoordiger Gustave-Jean Soenens. Na zijn huwelijk in 1857 vestigde hij zich als arts te Oostende. Hij was tevens chirurg en verloskundige. Na het vroegtijdige overlijden van zijn eerste vrouw, hertrouwde hij in 1866 en vestigde zich te Kortrijk. Hij maakte in 1874 een studie over het leven en werk van de Kortrijkse geneeskundige Jan Palfijn als antwoord op een prijsvraag van de Société médicale de Courtrai. Via Gezelle werden zijn opzoekingen gebruikt voor de Geschiedenis van Kortrijk van Frans De Potter. Pas in 1887 werd zijn studie over Palfijn gedrukt. Hij speelde ook belangrijke rol in de organisatie van de Palfijnherdenking van 1889 waarbij ook Gezelle betrokken was. Daarnaast verschenen ook van hem ook een aantal andere studes in medische tijdschriften. Inmiddels was hij naar Anderlecht verhuisd waar hij in 1891 stierf.
Relatie tot Gezellecorrespondent

Naam - plaats

NaamGent
GemeenteGent
NaamKortrijk
GemeenteKortrijk

Titel - ander werk

TitelLe Bien Public (periodiek)
AuteurVerspeyen, Guillaume (redacteur)
Datum1853-[1940]
PlaatsGent
Uitgeverde Hemptinne, Joseph
Links[odis], [wikipedia]
TitelLa Patrie (periodiek)
Datum1848-1940
PlaatsBruges
UitgeverVan Hoorenbeke-De Vlieghere
TitelGeschiedenis der stad Kortrijk
AuteurDe Potter, Frans
Datum1873-1876
PlaatsGent
UitgeverC. Annoot-Braeckman

Indextermen

Briefontvanger

Gezelle, Guido

Briefschrijver

De Potter, Frans

Correspondenten

De Potter, Frans
Gezelle, Guido

Naam - persoon

De Potter, Frans
Palfijn, Jan
Soenens, Edmond Charles

Naam - plaats

Gent
Kortrijk

Plaats van verzending

Gent

Titel - ander werk

Le Bien Public
La Patrie
Geschiedenis der stad Kortrijk

Titelxx/[06-07/1874], [Gent], Frans De Potter aan [Guido Gezelle]
EditeurStefaan Maes; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
VerzenderDe Potter, Frans
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatumxx/[06-07/1874]
VerzendingsplaatsGent (Gent)
AnnotatieJaartal en adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie; verdere datering op basis van de briefinhoud: verschijning van dl.1 van de geschiedenis van Kortrijk aangekondigd in De eendracht op 05/04/1874. Het werk moet verschenen zijn in de tweede helft van maart 1874. De brief is geschreven enkele maanden na de publicatie van dl 1; plaats gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Fysieke bijzonderheden
Drager enkel vel, 278x215
blauw
papiersoort: 1 zijde beschreven, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden papiermerk: angoulème
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle; idem rechts: [+/- 1874] (inkt, hand P.A.); op blanco zijde 2 linksboven in de zijrand: [+/- 1874] (inkt, verticaal, hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief4987
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|11306
Inhoud
IncipitGelief in mijnen naam den heer Dr Soenens te bedanken voor zijne verhandeling
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.