<Resultaat 624 van 2896

>

p1
Geloofd zij Jesus-Christus
Aan den Westvlaemschen Dichter-priester Here ende Meester Guido Gezelle.

Meester, het zij mij gelaten,[1] Student,
U, Dichter, nen feestdag te wenschen;
en wenschtet Gij, 't nieuwjaer, mij Vlaming te zijn,
Ú, wensche ik nu lange ende veelvoude jaren
het goed, dat gij Vlaenderen steeds deedt met uw woord,
nog voort te doen zetten in laaiende herten;
en 'k voege daarbij, lijk voor Meester Verriest,
een dichtjen dat Ú, -mochte 'et aangenaam wezen, -
een dichtjen dat Ú en dat Hém is gewijd.

p2

Den Dichteren Meester Guido Gezelle en

meester Hugo Verriest, eerbiedig opgedregen,

op hun Naamfeeste.[2]

31 Maert - 1 April.

1878.

Herleven![3]

Hebt dank, O meesters, die mijn Jongelingen borst
naast God herleven en hersijn deedt, men[4] den dorst
er in te gieten om het werk voor 't Lieve Vlaendren;
Hersijn, want ja ik leefde, en lévend toch 'k was dóód
daar ik den spot niet voelde al vier lange eeuwen bloot
in 't aanzichte gespogen van ons Schoone Vlaendren!
ik leefde dóód, en lacy - God vergeve 'et mij! -
'k stool méé reeds van den schat van Vlaendrens eigen zijn,
'k stool méé! Maar, Meesters, dank! Gij kwaamt het mij verandren:
U leerde ik in uw boek, U leerde ik in uw woord,
en deur uw woord en boek ic kwam waar elk behoort
te komen die een lijf en ziele ontvonk in Vlaendren,
ik kwam in 't Vlaemsche kamp geplant rond uwe vaan!
ik las en hoorde U, en uw grootsche beeld voortaan,
Mijn Vlaendren, blijft mij bij, en géén zal 't mij verandren!
p3Mijn Vlaendren, 't Reuzenland van 't machtig groot verleden!
zoo rijk, manhaftig en zoo edel, en op heden
zoo diep verdrukt! O tijden van 't verleên, wanneer
in handel en in wandel elkendeen zijne eer
in eigen-Vlaemsch-zijn stelde, en elkendeen zijn herte
voor Vlaendren voelde slaan, hetzij der vreugd, tzij smerte
in woelde[5] in voorspoed en in nood! wanneer elks taal
zijn Vlaemsch in Vlaendren was, hetzij de knodse[6] op 't staal
het strijdend lied geleidde, op Groeninghe of ten lande
van over-zee, hetzij de waren allerhande
verkocht en uitgewisseld wierden vrij en vrank
op Vlaendrens wéreld-markten! als het Vlaemsch gezang
weerklonk in hutte en burcht, op straat, bij arme en rijke,
ten heerd, lijk als men sprak den Waelsche Koningrijke!
Mijn Vlaendren van weleer, het land van Leeuwenmoed,
van Openheid en Fierheid! 't land waar 't Vlaemsche bloed
voor Roomen's kerke vloeide! 'et land der Martelaren
en Heiligen! het land wiens éigen kunstenaren
Bij Dante en Raphaël te pralen kunnen staan!
Mijn Christen land dat voor géen land moet achter gaan,
zoo groot en fier en edel eertids, en op heden
zóo diép verdrúkt, van nu verzaak ik mijn verleden
voor altijd!... God vergeve 'et mij zoo 'k twintig jaar

p4Schier, U verraadde in onverschilligheid en naar
het vreemde om grootheid vroeg: Voortaan - 'k hebbe 'et gezworen! -
Ú zal 'k mijn werk besteên en léven! Dat God 't hoore,
en, - Meesters, zijt gij mij getuige van mijn eed, -
Verlamme eer tonge en hand vóór dat ik anders deed,
verstijve 't dravend bloed, verstale mij mijn herte
zoo 'k immer, lijk voordezen lacy! U verterdte,[7]
Mijn Vlaenderen, en dat mij Gods schietend vier verslind'
en mijn gebeente in 't graf vervolge, en op den wind
ten voorbeelde verstrooi', mijn katholieke Vlaendren:
Ú drage ik mêe waar 'k ga, en niemand zal 't verandren!

Jongen Klaeuaert,[8]
Leopold Beun
van Diksmude

Student in Rhetorika te Rousselaere, gezonden van den Huise van myne Ouders.[9]

Noten

[1] Toegelaten, toegestaan.
[2] 1 april is het naamfeest van de heilige Hugo van Grenoble.
[3] Op 26/12/1872 houdt Hugo Verriest een lezing voor de leden van De Westvlaamsche Bond voor Taal en Volk te Roeselare. Daarin spreekt hij de hoop uit, dat het Vlaamse Volk weer roemrijk zal worden zoals weleer en besloot zijn lezing met de zin: “Dat Vlaemsche volk, dat moet herleven.” De studentenbeweging gebruikte deze zinssnede als slogan. Deze rede zou aan de basis van de Blauwvoeterij in het kleinseminarie te Roeselare liggen. (zie: Michiel De Bruyne, Genesis van een studentenrevolte: de Groote Stooringe te Roeselare in 1875. Roeselare: s.n. ,1975, p.22).
De titel van Beuns gedicht verwijst wellicht naar de slogan. Beun is op dat ogenblik 20 jaar.
[4] Mogelijk is dit een schrijffout voor ’met‘. ’Met den dorst erin te gieten‘ zou dan betekenen ’door de dorst‘ (om het werk voor het Lieve Vlaenderen) in de borst te gieten en zo te doen herleven.
[5] Mogelijk een schrijffout voor ’weelde’.
[6] Mogelijk een andere schrijfwijze voor ’knots’.
[7] Vertrapte.
[8] ’Jongen Klaeuaert‘ zoals Beun zich bij de ondertekening typeert heeft veeleer betrekking op zijn politieke (door G. Gezelle en H. Verriest aangewakkerde) Vlaamse overtuiging dan op het lidmaatschap van een politieke groep, hoewel hij later aanhanger werd van het Daensisme, waar ’De Klauwaerts‘ aan de basis van lag. ’De Klauwaerts‘ was nl. oorspronkelijk een politieke beweging met sociale inslag.
[9] De ouders van Leopold Beun zijn Petrus Beun en Amelia Puydt.

Register

Correspondenten - personen

NaamBeun, Leopold Joseph; Beun - De Beer, Leopold
Datums° Diksmuide, 29/03/1858 - ✝ Etterbeek, 13/06/1929
GeslachtMannelijk
Beroepvertaler; vakbondsleider
BioLeopold Beun werd geboren te Diksmuide op 29 maart 1859 als zoon van schilder Petrus Beun en Amelia Puydt. Hij studeerde aan het kleinseminarie van Roeselare. Na zijn studies huwde hij met Elodie De Beer, met wie hij een dochter kreeg, Luitgard. Elodie stierf in 1902 en uit een nieuw huwelijk kreeg hij nog twee kinderen: Lutger en Wilhelmina. Hij woonde in Brussel en werkte als vertaler bij het 'Beknopt Verslag van de Kamer'. Toch bleef hij contact houden met de West-Vlaamse familie Rodenbach en met Hugo Verriest. Hij was bevriend met dichters als Prosper Van Langendonck en Emmanuel Hiel. Vanaf 1894 sympathiseerde hij met het daensisme. Hij richtte in 1895 de Christene Volkspartij op en een daensistische steenbakkersvakbond, waarvan hijzelf de voorzitter en priester Daens erevoorzitter was. Daarnaast steunde hij de vernederlandsing van de Gentse universiteit en was hij lid van de Tweede Vlaamse Hogeschoolcommissie en van het Propagandacomiteit tot Vervlaamsching der Gentsche Hoogeschool.
Links[odis]
Relatie tot Gezelleadressenlijst Cordelia Van De Wiele; correspondent; studentenbeweging
Bronnen http://www.hetlandvanaalst.be/wordpress/wp-content/uploads/2019/01/LVA-JG-38-1986-4.pdfy; https://nevb.be/wiki/Beun-de_Beer,_Leopold
NaamVerriest, Hugo
Datums° Deerlijk, 25/11/1840 - ✝ Ingooigem, 27/10/1922
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; auteur; leraar; directeur kloostergemeenschap; schooldirecteur; pastoor
BioHugo Verriest was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare (1854-1859). Hij kreeg er gedurende negen maanden les van Gezelle. Hij volgde filosofie in 1860 en zijn priesterwijding volgde op 17/12/1864. Hij werd leraar aan het Sint-Lodewijkscollege (09/06/1864) en aan het kleinseminarie te Roeselare (19/09/1867). Hij onderwees zijn leerlingen in de geest van Gezelle. Hij figureerde als spilfiguur binnen de Blauwvoeterij, dit ook als redacteur van het studententijdschrift De Vlaamsche Vlagge, het medium van de Blauwvoeterij. Vervolgens was hij directeur van de Zusters van Liefde in Heule (25/08/1877) en superior van het college te leper (13/06/1878). Hij was pastoor te Wakken (19/09/1888) en Ingooigem (19/06/1895). In 1906 werd hij lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal-en Letterkunde. Hij was een spilfiguur in de Vlaamse Beweging en een zeer vurig spreker. Als auteur schreef hij romantisch-impressionistische gedichten, talrijke artikels en biografieën o.m. van Guido Gezelle, Stijn Streuvels en Albrecht Rodenbach.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellezanter (WDT); correspondent; medestichter van Biekorf; oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III

Briefschrijver

NaamBeun, Leopold Joseph; Beun - De Beer, Leopold
Datums° Diksmuide, 29/03/1858 - ✝ Etterbeek, 13/06/1929
GeslachtMannelijk
Beroepvertaler; vakbondsleider
BioLeopold Beun werd geboren te Diksmuide op 29 maart 1859 als zoon van schilder Petrus Beun en Amelia Puydt. Hij studeerde aan het kleinseminarie van Roeselare. Na zijn studies huwde hij met Elodie De Beer, met wie hij een dochter kreeg, Luitgard. Elodie stierf in 1902 en uit een nieuw huwelijk kreeg hij nog twee kinderen: Lutger en Wilhelmina. Hij woonde in Brussel en werkte als vertaler bij het 'Beknopt Verslag van de Kamer'. Toch bleef hij contact houden met de West-Vlaamse familie Rodenbach en met Hugo Verriest. Hij was bevriend met dichters als Prosper Van Langendonck en Emmanuel Hiel. Vanaf 1894 sympathiseerde hij met het daensisme. Hij richtte in 1895 de Christene Volkspartij op en een daensistische steenbakkersvakbond, waarvan hijzelf de voorzitter en priester Daens erevoorzitter was. Daarnaast steunde hij de vernederlandsing van de Gentse universiteit en was hij lid van de Tweede Vlaamse Hogeschoolcommissie en van het Propagandacomiteit tot Vervlaamsching der Gentsche Hoogeschool.
Links[odis]
Relatie tot Gezelleadressenlijst Cordelia Van De Wiele; correspondent; studentenbeweging
Bronnen http://www.hetlandvanaalst.be/wordpress/wp-content/uploads/2019/01/LVA-JG-38-1986-4.pdfy; https://nevb.be/wiki/Beun-de_Beer,_Leopold

Briefontvanger

NaamVerriest, Hugo
Datums° Deerlijk, 25/11/1840 - ✝ Ingooigem, 27/10/1922
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; auteur; leraar; directeur kloostergemeenschap; schooldirecteur; pastoor
BioHugo Verriest was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare (1854-1859). Hij kreeg er gedurende negen maanden les van Gezelle. Hij volgde filosofie in 1860 en zijn priesterwijding volgde op 17/12/1864. Hij werd leraar aan het Sint-Lodewijkscollege (09/06/1864) en aan het kleinseminarie te Roeselare (19/09/1867). Hij onderwees zijn leerlingen in de geest van Gezelle. Hij figureerde als spilfiguur binnen de Blauwvoeterij, dit ook als redacteur van het studententijdschrift De Vlaamsche Vlagge, het medium van de Blauwvoeterij. Vervolgens was hij directeur van de Zusters van Liefde in Heule (25/08/1877) en superior van het college te leper (13/06/1878). Hij was pastoor te Wakken (19/09/1888) en Ingooigem (19/06/1895). In 1906 werd hij lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal-en Letterkunde. Hij was een spilfiguur in de Vlaamse Beweging en een zeer vurig spreker. Als auteur schreef hij romantisch-impressionistische gedichten, talrijke artikels en biografieën o.m. van Guido Gezelle, Stijn Streuvels en Albrecht Rodenbach.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellezanter (WDT); correspondent; medestichter van Biekorf; oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III

Naam - persoon

NaamBeun, Leopold Joseph; Beun - De Beer, Leopold
Datums° Diksmuide, 29/03/1858 - ✝ Etterbeek, 13/06/1929
GeslachtMannelijk
Beroepvertaler; vakbondsleider
BioLeopold Beun werd geboren te Diksmuide op 29 maart 1859 als zoon van schilder Petrus Beun en Amelia Puydt. Hij studeerde aan het kleinseminarie van Roeselare. Na zijn studies huwde hij met Elodie De Beer, met wie hij een dochter kreeg, Luitgard. Elodie stierf in 1902 en uit een nieuw huwelijk kreeg hij nog twee kinderen: Lutger en Wilhelmina. Hij woonde in Brussel en werkte als vertaler bij het 'Beknopt Verslag van de Kamer'. Toch bleef hij contact houden met de West-Vlaamse familie Rodenbach en met Hugo Verriest. Hij was bevriend met dichters als Prosper Van Langendonck en Emmanuel Hiel. Vanaf 1894 sympathiseerde hij met het daensisme. Hij richtte in 1895 de Christene Volkspartij op en een daensistische steenbakkersvakbond, waarvan hijzelf de voorzitter en priester Daens erevoorzitter was. Daarnaast steunde hij de vernederlandsing van de Gentse universiteit en was hij lid van de Tweede Vlaamse Hogeschoolcommissie en van het Propagandacomiteit tot Vervlaamsching der Gentsche Hoogeschool.
Links[odis]
Relatie tot Gezelleadressenlijst Cordelia Van De Wiele; correspondent; studentenbeweging
Bronnen http://www.hetlandvanaalst.be/wordpress/wp-content/uploads/2019/01/LVA-JG-38-1986-4.pdfy; https://nevb.be/wiki/Beun-de_Beer,_Leopold
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamVerriest, Hugo
Datums° Deerlijk, 25/11/1840 - ✝ Ingooigem, 27/10/1922
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; auteur; leraar; directeur kloostergemeenschap; schooldirecteur; pastoor
BioHugo Verriest was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare (1854-1859). Hij kreeg er gedurende negen maanden les van Gezelle. Hij volgde filosofie in 1860 en zijn priesterwijding volgde op 17/12/1864. Hij werd leraar aan het Sint-Lodewijkscollege (09/06/1864) en aan het kleinseminarie te Roeselare (19/09/1867). Hij onderwees zijn leerlingen in de geest van Gezelle. Hij figureerde als spilfiguur binnen de Blauwvoeterij, dit ook als redacteur van het studententijdschrift De Vlaamsche Vlagge, het medium van de Blauwvoeterij. Vervolgens was hij directeur van de Zusters van Liefde in Heule (25/08/1877) en superior van het college te leper (13/06/1878). Hij was pastoor te Wakken (19/09/1888) en Ingooigem (19/06/1895). In 1906 werd hij lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal-en Letterkunde. Hij was een spilfiguur in de Vlaamse Beweging en een zeer vurig spreker. Als auteur schreef hij romantisch-impressionistische gedichten, talrijke artikels en biografieën o.m. van Guido Gezelle, Stijn Streuvels en Albrecht Rodenbach.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellezanter (WDT); correspondent; medestichter van Biekorf; oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamAlighieri, Dante
Datums° Florence, 14/05/1265 - 13/06/1265 - ✝ Ravenna, 14/09/1321
GeslachtMannelijk
Beroepdichter; schrijver; politicus; moraalfilosoof
VerblijfplaatsItalië
BioDante Alighieri wordt algemeen erkend als een van de grootste figuren in de wereldliteratuur, vooral vanwege zijn meesterwerk "La Divina Commedia" (De Goddelijke Komedie). Dit epische gedicht beschrijft een imaginaire reis door de Hel (Inferno), het Vagevuur (Purgatorio), en het Paradijs (Paradiso), en vormt een synthese van middeleeuwse theologie, filosofie en poëzie. Dante werd geboren in Florence in een familie van lage adel en leidde een bewogen leven dat werd beïnvloed door politieke strijd tussen de Welfen en Ghibellijnen. Als lid van de witte Welfen bekleedde hij diverse politieke functies, maar werd uiteindelijk in 1302 verbannen door zijn rivalen.Tijdens zijn ballingschap schreef hij zijn belangrijkste werken, waaronder "De Monarchia", waarin hij pleit voor een scheiding tussen kerkelijke en wereldlijke macht. Dante's intellectuele ontwikkeling werd gekenmerkt door studie van klassieke en middeleeuwse filosofen zoals Aristoteles en Thomas van Aquino, evenals zijn betrokkenheid bij de vernieuwende poëziestroming Dolce Stil Novo. Hij overleed in Ravenna in 1321, maar zijn invloed op literatuur, cultuur en filosofie blijft onmiskenbaar.
Links[wikipedia]
NaamBeun, Petrus
Datums° Ieper, 23/11/1823 - ✝ Zwevegem, 07/11/1908
GeslachtMannelijk
Beroepkladschilder
BioPetrus Beun werd geboren in Ieper op 23 november 1823. Hij was kladschilder van beroep. Op 5 februari 1845 trouwde hij in Ieper met Amalia Cecilia Puydt. Samen kregen zij onder andere een zoon, Leopold Beun, geboren te Diksmuide op 29 maart 1859. Petrus Beun overleed in Zwevegem op 7 november 1908.
BronnenAgatha; Geneanet; Familysearch voor de huwelijksakte
NaamPuydt, Amelia
Datums° Brielen, 03/07/1817 - ✝ Zwevegem, 07/11/1908
GeslachtVrouwelijk
Beroepdienstmeid
BioAmelia Cecilia Puydt werd geboren te Brielen op 3 juli 1817. Zij was getrouwd met Petrus Beun, met wie zij in Ieper huwde op 5 februari 1845. Amelia was toen dienstmeid. Samen kregen zij onder andere een zoon, Leopold Beun, geboren te Diksmuide op 29 maart 1859. Amelia Cecilia Puydt overleed te Diksmuide op 1 september 1896.
BronnenAgatha; Geneanet; Familysearch voor de huwelijksakte
Naamda Urbino, Raffaello Sanzio; Rafaël
Datums° Urbino, 06/04/1483 - ✝ Rome, 06/04/1520
GeslachtMannelijk
Beroeparchitect; kunstschilder
VerblijfplaatsItalië
BioRafaël, geboren als Raffaello Sanzio in 1483 in Urbino, was een van de meest begaafde kunstenaars van de Italiaanse renaissance, zowel als schilder én als architect. Op jonge leeftijd trad hij in de voetsporen van zijn vader, een hofschilder, en ontwikkelde hij al snel een verfijnde stijl die gekenmerkt werd door helderheid, harmonie en een diep gevoel voor menselijke expressie. Zijn talent bracht hem van Perugia naar Florence, waar hij werd beïnvloed door grootmeesters als Leonardo da Vinci en Michelangelo. In Rome bereikte zijn carrière een hoogtepunt toen paus Julius II hem de opdracht gaf de pauselijke vertrekken te decoreren. Hier ontstonden monumentale fresco’s als De School van Athene, waarin zijn beheersing van perspectief en symboliek volledig tot uiting kwam. Na de dood van Bramante werd Rafaël benoemd tot hoofdarchitect van de Sint-Pietersbasiliek, een rol waarin hij niet alleen bestaande plannen verfijnde, maar ook nieuwe ideeën introduceerde die de renaissance-architectuur blijvend beïnvloedden. Hoewel zijn leven kort was – hij overleed in 1520 op 37-jarige leeftijd – liet Rafaël een indrukwekkend oeuvre na.
Links[wikipedia]

Naam - instituut/vereniging

Naamkleinseminarie Roeselare
BeschrijvingHet klein seminarie werd opgericht onder het Frans bewind en herstartte officieel in 1830 als bisschoppelijk college. In 1846 werden de Latijnse klassen aangevuld met een handelsafdeling Saint-Michel, waaraan ook een lagere basisschool verbonden was. Dit Sint-Michielsinstituut fungeerde als een voorbereiding op de humaniora. Het klein seminarie trok heel wat katholieke leerlingen uit Engeland en Ierland aan. In 1849 werd hiervoor een aparte Engelse afdeling opgericht. Vanaf hetzelfde jaar werd ook een filosofieafdeling ingericht als voorbereiding op de priesteropleiding. Gezelle volgde er secundair onderwijs van 1 oktober 1846 tot 19 augustus 1850. Vanaf 21 maart 1854 tot 21 augustus 1860 kwam hij er terug als leerkracht. Zijn eerste drie bundels waren nauw verbonden met deze periode. Ook nadien hield hij een intens contact met zijn oud-leerlingen.
Datering1830
Links[odis], [wikipedia]

Titel30/03/1878, Diksmuide, Leopold Joseph Beun aan [Guido Gezelle en Hugo Verriest]
EditeurStefaan Maes; Universiteit Antwerpen; Marc Carlier (research)
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2025
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenStefaan Maes; Universiteit Antwerpen; Marc Carlier (research), Beun Leopold Joseph aan Verriest Hugo, Diksmuide (Diksmuide), 30/03/1878. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2025 Available from World Wide Web: link .
VerzenderBeun, Leopold Joseph
Ontvanger[Verriest, Hugo]
Verzendingsdatum30/03/1878
VerzendingsplaatsDiksmuide (Diksmuide)
AnnotatieAdressaten gereconstrueerd op basis van de opdrachten ; plaats gereconstrueerd op basis van de brieftekst.
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 dubbel vel, 206 mm x 134 mm
papier, wit, vierkant geruit
papiersoort: 4 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden briefpapier: kruisteken, met kroon en leeuw op schild, en met bijhorende spreuk, alles blauw gedrukt: Geloofd zij Jezus Christus
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.); idem rechts: 78 (potlood)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief5105
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.11408
Inhoud
IncipitMeester, het zij mij gelaten, student,
Samenvatting gedicht van Leopold Beun Herleven !
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.