<TEI xmlns="http://www.tei-c.org/ns/1.0" xmlns:exist="http://exist.sourceforge.net/NS/exist">
  <teiHeader>
    <fileDesc>
      <titleStmt>
        <title>20/10/1882, Haarlem, Johan Winkler aan [Guido Gezelle]</title>
        <author>
          <persName>Winkler, Johan</persName>
        </author>
        <editor>Sofie Meneve</editor>
        <editor>Universiteit Antwerpen</editor>
        <principal>Els Depuydt</principal>
        <funder>
          <ref target="https://www.brugge.be/bibliotheek">Openbare Bibliotheek Brugge</ref> (Guido Gezellearchief)
        </funder>
        <funder>
          <ref target="https://ctb.kantl.be">Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie</ref> (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren)
        </funder>
        <funder>
          <ref target="https://www.uantwerpen.be/nl/onderzoeksgroep/isln/">Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN)</ref> (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen)
        </funder>
        <funder>Guido Gezellegenootschap</funder>
      </titleStmt>
      <publicationStmt>
        <publisher>Guido Gezellearchief</publisher>
        <pubPlace>Brugge</pubPlace>
        <publisher>KANTL/CTB</publisher>
        <pubPlace>Gent</pubPlace>
        <date>2023</date>
        <availability>
          <p>Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een 
            <ref target="https://creativecommons.org/licenses/by-nc/4.0/deed.nl">Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel</ref> licentie.
          </p>
        </availability>
      </publicationStmt>
      <sourceDesc>
        <msDesc>
          <msIdentifier>
            <country>België</country>
            <settlement>Brugge</settlement>
            <repository>Guido Gezellearchief</repository>
            <idno type="GGA">5283</idno>
            <idno type="GGA.record">11587</idno>
          </msIdentifier>
          <msContents>
            <msItem>
              <incipit>Reeds voorloopig, terstond na d'</incipit>
            </msItem>
          </msContents>
          <physDesc>
            <objectDesc form="brieven">
              <supportDesc>
                <support>
                  <p>2 dubbele vellen; 1 enkel vel, 205 mm x 130 mm</p>
                  <p>papier, wit</p>
                  <p>papiersoort: 10 zijden beschreven, inkt</p>
                </support>
                <condition>
                  <p>volledig</p>
                </condition>
              </supportDesc>
            </objectDesc>
            <additions>
              <p>op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)</p>
            </additions>
            <accMat>
              <p>bijlage: tekst in de Friese taal De Lofzang van Simeon, in 't friesch</p>
            </accMat>
          </physDesc>
          <additional>
            <listBibl>
              <bibl>Tijdkrans II, p.204 (vermelding)</bibl>
              <bibl>De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Johan Winkler. Deel 1: Inleiding en brieven (1881-1883) / door Dries Gevaert. - Gent : onuitgegeven licentieverhandeling, (academiejaar 1983-1984), p.75-82</bibl>
            </listBibl>
          </additional>
        </msDesc>
      </sourceDesc>
    </fileDesc>
    <encodingDesc>
      <projectDesc>
        <p>De briefwisseling van Guido Gezelle.</p>
      </projectDesc>
      <editorialDecl>
        <p>De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.</p>
        <p>De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.</p>
        <p>Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.</p>
        <p>Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.</p>
      </editorialDecl>
      <listPrefixDef>
        <prefixDef ident="brief" matchPattern="^(gg\..+)$" replacementPattern="https://edities.kantl.be/gezelle/ed/DALF.db.$1">
          <p>Privé-URI's met het 
            <code>brief</code> prefix verwijzen naar andere brieven in de editie. De URI  
            <code>brief:gg.10184</code> verwijst bijvoorbeeld naar 
            <code>https://edities.kantl.be/gezelle/ed/DALF.db.gg.10184</code>.
          
          </p>
        </prefixDef>
        <prefixDef ident="record" matchPattern="^(\d+)$" replacementPattern="https://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.$1">
          <p>Privé-URI's met het 
            <code>record</code> prefix verwijzen naar recordnummers in de catalogus van de Openbare Bibliotheek Brugge. De URI  
            <code>record:1322</code> verwijst bijvoorbeeld naar 
            <code>https://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|1322</code>.
          
          </p>
        </prefixDef>
      </listPrefixDef>
    </encodingDesc>
    <profileDesc>
      <langUsage>
        <language ident="nl">Nederlands</language>
      </langUsage>
      <textClass>
        <keywords>
          <term>brief</term>
        </keywords>
      </textClass>
      <correspDesc>
        <correspAction type="sent">
          <persName key="persoon2128">Winkler, Johan</persName>
          <date when="1882-10-20" when-custom="1882-10-20">20/10/1882</date>
          <placeName key="plaats1382">Haarlem</placeName>
        </correspAction>
        <correspAction type="received">
          <persName key="persoon0905" evidence="conjecture">Gezelle, Guido</persName>
        </correspAction>
        <note type="remarks">adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie</note>
      </correspDesc>
    </profileDesc>
    <xenoData>
      <data xmlns="https://www.brugge.be/bibliotheek/brocade">
        <zcatfulltexts>
          <li type="ingrp">
            <ingrp>
              <access>brugge</access>
              <in>Haarlem 20 October 1882 Hoog geachte Heer en Vriend! Reeds voorloopig, terstond na d'ontvangst van uwe welkome zende lichtprinten en aangenamen brief, heb ik U daarvoor, voorloopig bij postkaarte, bedankt. Thans kom ik U nog eens voor een en ander mijn hertgrondigen dank betugen. Wat schoone lichtprenten hebt Gij mij gezonden! En hoe goed, hoe echt-nederlandsch ook, zien die brugsche vroukens uit! Inderdaad, d'oude kenspreuke "gaudet Bruga formosis puellis" {&lt;-n&gt;&lt;+is&gt;} nog volkomen waar, als voor jaarhonderden. Juk en emmers (friesch: juk end amers, juk met hoogduitsche u of fransche ou) van 't brugsche melkmeiske zijn in hun form zuiver friesch, en als zoodanig niet aleen in Friesland, maar ook evenzeer in alle zuiver- of gemengd-friesche gewesten van Noord-Nederland, in volle, dagelijksche gebruik. Zulke houten emmers gelden in Friesland reeds voor ouderwetsch; men gebruikt meer rood-koperen emmers ({&lt;=fr.&gt;[=friesch]} earen amers), met platte deksels, juist zoo als afgebeeld staat op de groote print van een friesch melkmeiske, die Gij mij toezondt. Die teekening is uiterst nauwkeurig, vooral ook wat het kapsel met oorijzer aanbelangt. Slechts behooren haar tasch met zilveren beugel, en haar zilveren schoengespen niet tot haar alledaagsch werkgewaad; die draagt ons boerinneke aleen des zondags of op feesttijden. Ook moest haar juk niet met touwen, maar met gladgeschuurde ijzeren, of ook geel-koperen kettingen met een haak beneden, voorzien zijn. Overigens is alles uiterst nauwkeurig en zóó als een melkmeiske in Friesland "lebt und leibt." Ik zend U die print, onder dankbetuging voor 't kijkje, terug. Gij kunt er meer wille van hebben als ik, als het in uwe omgeving over friesche oorijzers mocht te sprake komen. En wat uw vlaamsche geernaartvisscher betreft, Ge zoudt onder dat printje even zoo wel hollandsche garnaalvisscher, of "frîske garnaatfisker" schrijven mogen. De gelijkenis tot in den vorm van de mande aan zijnen arm, kortom in alles, kleeding en gereedschap, is volkomen. Ook zijn voorkomen, als man, is zuiver friesch, z'n gelaatstrekken, ja tot den vorm waarin hij z'n beerd geschoren heeft, earen amers), met platte deksels, juist zoo als afgebeeld staat op de groote print van een friesch melkmeiske, die Gij mij toezondt. Die teekening is uiterst nauwkeurig, vooral ook wat het kapsel met oorijzer aanbelangt. Slechts behooren haar tasch met zilveren beugel, en haar zilveren schoengespen niet tot haar alledaagsch werkgewaad; die draagt ons boerinneke aleen des zondags of op feesttijden. Ook moest haar juk niet met touwen, maar met gladgeschuurde ijzeren, of ook geel-koperen kettingen met een haak beneden, voorzien zijn. Overigens is alles uiterst nauwkeurig en zóó als een melkmeiske in Friesland "lebt und leibt." Ik zend U die print, onder dankbetuging voor 't kijkje, terug. Gij kunt er meer wille van hebben als ik, als het in uwe omgeving over friesche oorijzers mocht te sprake komen. En wat uw vlaamsche geernaartvisscher betreft, Ge zoudt onder dat printje even zoo wel hollandsche garnaalvisscher, of "frîske garnaatfisker" schrijven mogen. De gelijkenis tot in den vorm van de mande aan zijnen arm, kortom in alles, kleeding en gereedschap, is volkomen. Ook zijn voorkomen, als man, is zuiver friesch, z'n gelaatstrekken, ja tot den vorm waarin hij z'n beerd geschoren heeft, onweerdig bejegende in "noord en zuid." Hertelik dank ik U voor dit blijk uwer vrindschap en uwer instemming met mijn werk. Voor die onredelike lieden van {&lt;=N. &amp; Z.&gt;[=Noord &amp; Zuid]} en is er geen ander heil dan in middelpuntzoeking, voor de nederlandsche taal. Voor hen moet alle nederlandsch volkomen opgaan in 't hollandsch, en dan nog wel in hun leelik, stijf, wanluidend boeken-hollandsch. Alles wat vlaamsche of friesche, brabantsche of geldersche eigenaard verraadt of vertoont, wekt hun onredeliken toorn, als bij den stier een roode lap. Maar, lijk gij gezien hebt, men heeft mij voldoening gegeven, en 't onrecht ingezien. Hoe dit in z'n werk is gegaan? Wel! ik ben een groot vijand van alle twistgeschrijf in nieusbladen en tijdschriften - 't welk doorgaans de lieden, die 't niet eens zijn, hoe langer hoe verder uit een ander brengt, en hen tot toorn prikkelt en fellen haat. Ook ben ik zachtmoedig en vredelievend van inborst ('t zij hier in nederigheid en zonder eigenwaan vermeld!), en zoo heb ik niet tegen die onheusche bejegening, niet tegen die domme aantijging mij willen warm maken, noch daar tegen inschrijven. De lieden geven mij ook wel eer en lof voor mijn werk - o! veel meer dan ik verdien! - zoo en moet ik ook smaad en schelding wachten, die mij van groot nut kunnen wezen, om voor hoogmoed mij te bewaren. Maar ik ben naar den heer de Beer, naar den bestierder van {&lt;=N &amp; Z.&gt;[=Noord &amp; Zuid]} gegaan, en heb van monde te monde met hem gesproken, en hem, in zachtmoedigheid, van dwaling overtuigd. En voor mijn eenvoudig spreken en dudelik uitleggen moest zijn vooroordeel en hollandsche overmoed zwichten. En zoo is mij rechtveerdiging geschied. - Ook dank ik U dat Gij mij nog enkele zaken aangaande 't oorijzer in Vlaanderen meldt. Ik wensch nog wat meer studie te maken &lt;-van&gt; over "de Friesen in Vlaanderland", ten einde beter beslagen ten ijs te komen, voor en aleer ik daarover opentlik schrijve. Ook is het mij zeer wenschelik dat ik vooraf zelf een reis in Vlaanderen kome, ten einde met eigen oogen te zien, met eigen ooren te hooren. En dit en kan niet wel geschieden vóor den zomer van 't volgende jaar. Tot zoo lange, tot na dien tijd wil ik dus wachten, met over dat, mij zeer belangrike onderwerp, te schrijven. Dan hoop ik {&lt;-hoop&gt;&lt;+ook&gt;}, in uwe handen, dat vlaamsche oorijzer met gouden knoppen te zien, waar Gij van schrijft dat men 't U beloofd heeft. Het mij hier heen te zenden, zou nog al bezwaren ontmoeten, peis ik. Intusschen, nu de oude oorijzers zoo zeldzaam zijn geworden in Vlaanderen, zou het wel degelik zaak zijn, te zorgen dat de weinigen, die men nog opsporen kan, bewaard bleven uit den smeltkroes, waarin winzucht en minachting voor de vaderlandsche oudheden hen werpt, en in een gewestelik museum van oudheden (zulk een inrichting zal er ja te Brugge zijn?) ten toon gesteld. In het friesch museum te Leeuwarden zijn oorijzers in ijzer, koper, zilver, goud, in alle vormen, van de vroegste eeuen tot in dezen tegenwoordigen tijd, zorgvuldig naar tijdsorde gerangschikt, uitgestald. Wat Gij aan den Hoogleeraar Kern te Leiden, in zake taalkunde, te vragen hebt, kunt Gij hem gerustelik doen toekomen. Deze groote geleerde, waarop Nederland te recht fier mag zijn, is een edelaardig, liberaal man, zonder vooroordeelen. Aan uw vlaamsch en zal hij zich niet ergeren, integendeel! zich eerder daarin verheugen. Ook is hij ja geen Hollander, maar een Gelderschen man van sassischen bloede, uit Groenlo, een stedeke aan de geldersch-pruissische grens. Zoo hij kan, en ook tijd heeft, zal hij U gewis antwoorden. Daarvan houde ik mij overtuugd. Is 't aangaande leef brood, dat Gij hem iets te vragen hebt, ei! houd mij mijn ongevraagde&lt;+&gt;n raad te goede, maar zend hem dan het nummer van Loquela, waarin dat meesterlike opstel over leef brood voorkomt, er bij. Zoo mag hij dan zien, {&lt;-[?mee]&gt;&lt;+wie&gt;} het is, die hem aanschrijft. Dat de kuste van Vlaanderen oulings den naam van litus saxonicum heeft gedragen, of liever dat die kuste eens onder dien naam beschreven geworden is, en kan mij niet beletten te gelooven dat d{&lt;-e&gt;&lt;+i&gt;}e zelfde kuste van ouds her door Friesen bewoond was; en niet slechts het strand en duin, maar evenzeer de vlade, de veenbodem, tot aan de gastgronden, hooge zandrug, die, meen ik, dwars door 't midden van West. Vlaanderen loopt, zich strekkende van zuidwest tot noordoost; is 't niet? En ik houd het er voor dat 't westvlaamsche volk, voor een groot gedeelte immers, rechtstreeks van die oude Friesen afstamt. Ik heb nog een spoor gevonden dat men, laat in de middeleeuen, ik meen in de 14de eeu, in Holland nog aan eenen Vlaming den naam van Fries gaf. Ik heb deze zake nog niet genoeg onderzocht, om er U zekerheid van te geven. Ik hoop dit later te doen. Zulk een "&lt;-w&gt;aard" als Gij mij beschrijft, noemt men hier in Holland een werf, ook erf, in sommige boeren-tongvallen ook wurf en urf. In Friesland noemt men hem gewoonlik upslach, opslag aan 't water, ook wel, als hij klein is: opstap; en eveneens stoep, stoep aan 't wetter. Oudtijds was echter de naam weert ook wel in gebruik. Zeker, uw {&lt;=westvl.&gt;[=westvlaamsch]} aard is een en het zelfde woord met waard, ward, waarder, warder, weert, wert, wird, wierde, woerde, &lt;+worth&gt;, würth, enz. enz. dat in geheel Noord-Nederland en Noordwestelik Duitschland, zoo verre maar Friesen en Sassen wonen, in volle gebruik is, en tallooze malen in plaatsnamen voorkomt. In de frankische streken van Nederland, langs onze groote rivieren, en ook in de frankische streken van Duitschland (Rijn-Pruissen) luidt dit zelfde woord oord, orth, ort, en komt ook tallooze malen in plaatsnamen voor; 't werd oulings ook oirde geschreven; men schrijft nog wel Goidschalkxoirde voor Godschalksoord, een polder bij het dorp Heinenoord in Zuid-Holland. - Mijn weerde en lieve Vrind! Hiermede heb ik uwen brief beantwoord, en van mij zelven en heb ik niet meer daar bij te voegen. Gaarne zal ik eens zien hoe mijn friesch in lovensch dutsch veranderd word. Ik denk, mijne friesche reken waren voor eenen niet-Fries, wel zeer gemakkelik om doorschouen en vatten. Daarom voeg ik hier nog wat bij; het is wel friesch uit de zeventiende {&lt;-[xx]&gt;&lt;+eeu&gt;} (laatste helft), maar daarom toch nog evenzeer hedendaagsch friesch ook. Zie eens, wat Gij hier van maken kunt, uit aardigheid. En nu vaarwel, mijn Vriend! Ontvang deze in den besten welstand en met de hertelikste groeten van Uwen zeer toegenegenen Johan Winkler. De Lofzang van Simeon, in 't friesch. 't Lof-gesjong fen de âde Symeon, fen Lucas beskreauwne yn 't oarde Capittel. _ Nu lit I, Heer! yn free Ion Tjienner d'ierdske stee Forlitte, ney jon sizzen: Nu, oermits myn blier eag Jon silligheyt oanseag IJn myn klimme earmen lizzen. _ Dy I, for tyd in stuwn Beskaet habbe in myld juwn For al 't folck om op 't eagjen; Ien hymmel-liedend stjer For'e heyd'nen heyn in fier, Ien Isr'els glanz-opdeagjen. _ Fen Gysbert Japicx, &lt;-Scol&gt; Scoallemaster to Bolswart. Dit zult Gij nog gemakkelik ontraadselen, wijl d'inhoud U bekend is. Maar 't volgende: De alde man sprekt: Heart de wrald de reame? o Sot! End de dreage molke God? God de strûk, de wrald de blomme? Jonge tzierl, dat kin net komme. 'T wier by alds en oar menear, 'T earst, det God joeg, joe-me weer. Lit ûs yette, nei dy wise, God fenn' jeugd oan tjienje end prise; Lit, as oar ljue ûs misdwaen, Herre ut ljeafde det forjaen. Lit ûs op ûs steardei tinse, Lit ûs d'earmen neaddrift skinse, Lit ûs, al ûs libben lang, Halde ûs kwea bijearte yn thwang; Ier end let nei d'Hymmel trachtsje, End om 't&lt;-y&gt; ieuich 't ierdsk forachtsje; Den scil God ûs, nei diss' tîd, Ieuich silich meitsje end blîd. {&lt;=Gysb:&gt;[=Gysbert]} Japicx.</in>
              <loc>text</loc>
              <ty>transcription</ty>
            </ingrp>
            <ingrp>
              <access>brugge</access>
              <in>11587</in>
              <loc>kantl</loc>
              <ty>link</ty>
            </ingrp>
          </li>
        </zcatfulltexts>
        <zhrcondition>
          <li type="condnotegroup">
            <condnotegroup>
              <condnote>volledig</condnote>
              <condnotelg>21</condnotelg>
              <condnotety>ggacond</condnotety>
            </condnotegroup>
          </li>
        </zhrcondition>
        <zhrdimensions>
          <li type="dmsgroup">
            <dmsgroup>
              <dms>2</dms>
              <dmspart>*</dmspart>
              <dmsunit>dsheet</dmsunit>
            </dmsgroup>
            <dmsgroup>
              <dms>1</dms>
              <dmspart>*</dmspart>
              <dmsunit>ssheet</dmsunit>
            </dmsgroup>
            <dmsgroup>
              <dms>205</dms>
              <dmspart>geheel</dmspart>
              <dmsty>hi</dmsty>
              <dmsunit>mm</dmsunit>
            </dmsgroup>
            <dmsgroup>
              <dms>130</dms>
              <dmspart>geheel</dmspart>
              <dmsty>wi</dmsty>
              <dmsunit>mm</dmsunit>
            </dmsgroup>
          </li>
          <li type="dmsnotegroup">
            <dmsnotegroup>
              <dmsnote>10 zijden beschreven</dmsnote>
              <dmsnotelg>24</dmsnotelg>
              <dmsnotety>ggapage</dmsnotety>
            </dmsnotegroup>
          </li>
          <xdmscmmm>205 mm x 130 mm</xdmscmmm>
          <xdmsheet>2 dubbele vellen; 1 enkel vel</xdmsheet>
        </zhrdimensions>
        <zhrdocumentation>
          <li type="edocugroup">
            <edocugroup>
              <edocuref>Tijdkrans II, p.204 (vermelding)</edocuref>
              <edocurel>ggajub</edocurel>
            </edocugroup>
            <edocugroup>
              <edocuref>De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Johan Winkler. Deel 1: Inleiding en brieven (1881-1883) / door Dries Gevaert. - Gent : onuitgegeven licentieverhandeling, (academiejaar 1983-1984), p.75-82</edocuref>
              <edocurel>ggaother</edocurel>
            </edocugroup>
          </li>
          <xedocuref_ggajub>Tijdkrans II, p.204 (vermelding)</xedocuref_ggajub>
          <xedocuref_ggaother>De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Johan Winkler. Deel 1: Inleiding en brieven (1881-1883) / door Dries Gevaert. - Gent : onuitgegeven licentieverhandeling, (academiejaar 1983-1984), p.75-82</xedocuref_ggaother>
        </zhrdocumentation>
        <zhrdocuments>
          <li type="document">
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_5283_01_01r.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 1</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_5283_01_01v.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 2</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_5283_01_02r.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 3</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_5283_01_02v.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 4</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_5283_01r.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 1 en 4</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_5283_01v.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 2 en 3</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_5283_02_01r.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 5</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_5283_02_01v.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 6</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_5283_02_02r.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 7</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_5283_02_02v.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 8</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_5283_02r.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 5 en 8</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_5283_02v.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 6 en 7</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_5283_03r.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 9</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_5283_03v.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 10</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
          </li>
        </zhrdocuments>
        <zhridentity>
          <li type="altnrgroup">
            <altnrgroup>
              <altnr>GGA, Corr. I, 1882 [16,62] ; CGS, 223G</altnr>
              <altnrty>ggasignant</altnrty>
            </altnrgroup>
          </li>
          <li type="classificationterm">
            <classificationterm>a::aat.10278:1.2</classificationterm>
          </li>
          <li type="idennotegroup">
            <idennotegroup>
              <idennote>bijlage: tekst in de Friese taal De Lofzang van Simeon, in 't friesch</idennote>
              <idennote_ggaspec>bijlage: tekst in de Friese taal De Lofzang van Simeon, in 't friesch</idennote_ggaspec>
              <idennotelg>29</idennotelg>
              <idennotety>ggaspec</idennotety>
            </idennotegroup>
            <idennotegroup>
              <idennote>adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie</idennote>
              <idennote_ggagen>adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie</idennote_ggagen>
              <idennotelg>37</idennotelg>
              <idennotety>ggagen</idennotety>
            </idennotegroup>
          </li>
          <identifier>6/11587</identifier>
          <li type="objectname">
            <objectname>brief</objectname>
          </li>
          <li type="repository">
            <repository>Guido Gezellearchief</repository>
          </li>
          <li type="titlegroup">
            <titlegroup>
              <titleap>1</titleap>
              <titlelg>dut</titlelg>
              <titleti>Johan Winkler aan [Guido Gezelle]</titleti>
              <titleti_conti>Johan Winkler aan [Guido Gezelle]</titleti_conti>
              <titlety>conti</titlety>
            </titlegroup>
            <titlegroup>
              <titleap>1</titleap>
              <titlelg>dut</titlelg>
              <titleti>Reeds voorloopig, terstond na d'</titleti>
              <titleti_incbr>Reeds voorloopig, terstond na d'</titleti_incbr>
              <titlety>incbr</titlety>
            </titlegroup>
          </li>
          <li type="xclassificationterm">
            <xclassificationterm>
              <classificationterm>brieven</classificationterm>
              <classificationterm_xac>a::aat.10278:1.2</classificationterm_xac>
            </xclassificationterm>
          </li>
          <li type="xrepository">
            <xrepository>
              <repository>Guido Gezellearchief</repository>
            </xrepository>
          </li>
          <xrepository_vw>Guido Gezellearchief</xrepository_vw>
        </zhridentity>
        <zhrinscriptions>
          <li type="inscrgroup">
            <inscrgroup>
              <inscription>Johan Winkler</inscription>
              <inscrty>handtekening</inscrty>
            </inscrgroup>
          </li>
          <li type="inscrnotegroup">
            <inscrnotegroup>
              <inscrnote>op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)</inscrnote>
              <inscrnotelg>30</inscrnotelg>
              <inscrnotety>gganote</inscrnotety>
            </inscrnotegroup>
          </li>
        </zhrinscriptions>
        <zhrisad>
          <li type="isadgrp">
            <isadgrp>
              <isadloi>isad:gga:12</isadloi>
            </isadgrp>
          </li>
        </zhrisad>
        <zhrlocation>
          <li type="locgroup">
            <locgroup>
              <loc>5283</loc>
              <locpkid>obbruggez</locpkid>
            </locgroup>
          </li>
          <xloc>5283</xloc>
        </zhrlocation>
        <zhrmaterialstechniques>
          <li type="matgroup">
            <matgroup>
              <mat>inkt</mat>
              <matpart>*</matpart>
              <matrole>medium</matrole>
              <xmat>inkt</xmat>
            </matgroup>
            <matgroup>
              <mat>papier</mat>
              <matcol>wit</matcol>
              <matpart>*</matpart>
              <matrole>drager</matrole>
              <xmat>papier, wit</xmat>
            </matgroup>
          </li>
          <li type="techgroup">
            <techgroup>
              <tech>gevouwen</tech>
              <techpart>*</techpart>
            </techgroup>
          </li>
          <xmat_drager>papier, wit</xmat_drager>
          <xmat_medium>inkt</xmat_medium>
        </zhrmaterialstechniques>
        <zhrproduction>
          <li type="contextgroup">
            <contextgroup>
              <bdate>20/10/1882</bdate>
              <location>Haarlem</location>
            </contextgroup>
          </li>
          <li type="creatorgroup">
            <creatorgroup>
              <creator>a::pg.2633</creator>
              <creator_bs_PG>Winkler, Johan</creator_bs_PG>
              <creatorrole>bs</creatorrole>
            </creatorgroup>
            <creatorgroup>
              <creator>a::pg.1291</creator>
              <creator_be_PG>[Gezelle, Guido]</creator_be_PG>
              <creatorqualifier>reconstructed</creatorqualifier>
              <creatorrole>be</creatorrole>
            </creatorgroup>
          </li>
        </zhrproduction>
        <zhrsubjects>
          <li type="subjspecgroup">
            <subjspecgroup>
              <subjspeccat>language</subjspeccat>
              <subjspecdesc>Nederlands</subjspecdesc>
            </subjspecgroup>
            <subjspecgroup>
              <subjspeccat>language</subjspeccat>
              <subjspecdesc>Fries</subjspecdesc>
            </subjspecgroup>
          </li>
        </zhrsubjects>
      </data>
    </xenoData>
    <revisionDesc>
      <change when="2026-01-08">mvass (via Oxygen): update metadata</change>
      <change when="2025-11-19">mvass (via Oxygen): update metadata</change>
      <change when="2023-04-07">mvass: transformation Word -- DALF</change>
      <change when="2023-06-23">mvassche: URL correction meemoo + server name</change>
    </revisionDesc>
  </teiHeader>
  <text type="brief" xml:id="gg.11587" n="11587">
        <body>
            <div type="correspBlock.content">
                <div>
                    <pb n="p1" type="editor" facs="https://bibmedia.brugge.be/images/gezelle/GGA_5283_01_01r.jpg"/>
                    <opener>
                        <dateline>
                            <name type="plaats" key="plaats1382" n="Haarlem">Haarlem</name> 20 October 1882</dateline>
                        <salute>Hoog geachte Heer en Vriend!</salute>
                    </opener>
                    <p>Reeds voorloopig, terstond na d'ontvangst van uwe welkome zende lichtprinten<note place="foot">
                            <p> Vermoedelijk zitten nog 2 foto’s in het Guido Gezellearchief te Brugge (nr. 9143 F en 9144 F). Nr. 9143 F: Brugs melkmeisje met juk en houten emmers, met op de achtergrond het Belfort. Op verso van de foto staat in het handschrift van Johan Winkler: N°1 Eene melkvrou uit Brugge. 1880. Nr. 9144 F: Brugse kantwerkster. Op verso van de foto staat in het handschrift van Johan Winkler: N°3 Eene kantwerkster uit Brugge. 1880</p>
                        </note> en aangenamen brief<note place="foot">
                            <p> De brief is niet aanwezig in het Guido Gezellearchief in Brugge.</p>
                        </note>, heb ik U daarvoor, voorloopig bij postkaarte<note place="foot">
                            <p> <ref type="brief" target="brief:gg.11584">Briefkaart van Johan Winkler aan Guido Gezelle, 14/10/1882, Haarlem</ref>.</p>
                        </note>, bedankt. Thans kom ik U nog eens voor een en ander mijn hertgrondigen dank betugen.</p>
                    <p>Wat schoone lichtprenten hebt Gij mij gezonden! En hoe goed, hoe echt-nederlandsch ook, zien die <name type="plaats" key="plaats0158" n="Brugge">brugsche</name> vroukens uit! Inderdaad, d'oude kenspreuke "gaudet Bruga formosis puellis"<note place="foot">
                            <p> Deze uitspraak komt uit een oud Latijns vers dat in geleerde kringen indertijd vaak geciteerd werd, en waarin voor enkele Vlaamse steden de dingen benoemd werden waar ze bekend voor stonden. Voor Brugge was dit de schoonheid van de vrouwen:<lb/> <lb/>“Nobilibus Bruxella viris, Antverpia nummis, <lb/>Gandavum laqueis, formosis Bruga puellis, <lb/>Lovanum doctis, gaudet Mechlinia stultis.”</p>
                            <p>Bron: F. Vermeulen, Veelzijdig gelaat: Hoe schrijvers Brugge hebben gezien. In: West-Vlaanderen: 1 (1952), p. 149.<lb/>
                            </p>
                            <p>Vertaling Paul Thoen (Latijn):</p>
                            <p>Brussel verheugt zich in zijn edellieden, Antwerpen in zijn geld(stukken),  </p>
                            <p>Gent in zijn stroppen(dragers), Brugge in zijn mooie meisjes,  </p>
                            <p>Leuven in zijn geleerden, Mechelen in zijn zotten</p>
                        </note> <subst>
                            <del>n</del>
                            <add>is</add>
                        </subst> nog volkomen waar, als voor jaarhonderden.</p>
                    <p>Juk<note place="foot">
                            <p> Een juk is een houten balk die vroeger, veelal door boerinnen of dienstmeiden, op de schouders werd gedragen en die diende om een last te verplaatsen. Aan de haak of inkeping aan beide uiteindes van het juk kon men een touw of ketting bevestigen, om zo, bijvoorbeeld, twee emmers te kunnen dragen. Melkmeisjes droegen typisch een juk om hun kannen met melk aan huis te brengen.</p>
                        </note> en emmers (friesch: juk end amers, j<hi rend="underline">u</hi>k met hoogduitsche <hi rend="underline">u</hi> of fransche <hi rend="underline">ou</hi>) van 't brugsche melkmeiske<note place="foot">
                            <p> Omdat er nog geen doeltreffende manier was om melk te steriliseren, werd die tot de jaren 30 van de 20e eeuw vers aan huis verkocht door zogenaamde “melkmeisjes”. Naast het beroep zelf stond ’het melkmeisje’ symbool voor het idyllische platteland, waardoor het een populair onderwerp werd van de fotografie en andere kunsten. Hoewel het beroep in vele landen bestond, wordt ’het melkmeisje’ typisch geassocieerd met Vlaanderen.</p>
                        </note> zijn in hun form zuiver friesch, en als zoodanig niet aleen in Friesland, maar ook evenzeer in alle zuiver- of gemengd-friesche gewesten van Noord-Nederland, in volle, dagelijksche gebruik. <hi rend="underline">Zulke houten</hi> emmers gelden in Friesland reeds voor ouderwetsch; men gebruikt meer rood-koperen emmers (<choice>
                            <abbr>fr.</abbr>
                            <expan>friesch</expan>
                        </choice> <pb n="p2" type="editor" facs="https://bibmedia.brugge.be/images/gezelle/GGA_5283_01_01v.jpg"/>earen amers), met platte deksels, juist zoo als afgebeeld staat op de groote print van een friesch melkmeiske, die Gij mij toezondt. Die teekening is uiterst nauwkeurig, vooral ook wat het kapsel met oorijzer<note place="foot">
                            <p> Onderdeel van de vrouwelijke hoofdtooi in de noordelijke provincies van Nederland en Zeeland. Oorspronkelijk werd deze metalen beugel voor rond het hoofd gebruikt om mutsen of haar op de plaats te houden, maar uiteindelijk groeide het uit tot pronkstuk. Het kreeg de naam ’oorijzer’ doordat het vaak enkel zichtbaar was ter hoogte van de oren. In de 19e eeuw was het oorijzer een kenmerkend onderdeel van de Friese streekdracht. Ook in Vlaanderen werden oorijzers gedragen, doch bescheidener, waaronder in Brugge, waar Gezelle ze opmerkte. Winkler had deze hoofdtooi al uitvoerig onderzocht, maar gaf in zijn <ref type="brief" target="brief:gg.11536">brief van 08/03/1882</ref> aan niet op de hoogte te zijn van het gebruik van oorijzers in Vlaanderen. Sindsdien apprecieerde hij alle informatie die Gezelle hem hierover kon bezorgen en is het een geliefd onderwerp in hun correspondentie.</p>
                        </note> aanbelangt. Slechts behooren haar tasch met zilveren beugel, en haar zilveren schoengespen niet tot haar alledaagsch werkgewaad; die draagt ons boerinneke aleen des zondags of op feesttijden. Ook moest haar juk niet met touwen, maar met gladgeschuurde ijzeren, of ook geel-koperen kettingen met een haak beneden, voorzien zijn. Overigens is alles uiterst nauwkeurig en zóó als een melkmeiske in Friesland "lebt ǔnd leibt."<note place="foot">
                            <p> Vertaling (Duitse) uitdrukking: leibt und lebt: helemaal, ten voeten uit.</p>
                        </note> Ik zend U die print, onder dankbetuging voor 't kijkje, terug. Gij kunt er meer wille van hebben als ik, als het in uwe omgeving over friesche oorijzers mocht te sprake komen.</p>
                    <p>En wat uw vlaamsche geernaartvisscher betreft, Ge zoudt onder dat printje even zoo wel hollandsche garnaalvisscher, of "frîske garnaatfisker" schrijven mogen. De gelijkenis tot in den vorm van de mande aan zijnen arm, kortom in <hi rend="underline">alles</hi>, kleeding en gereedschap, is <hi rend="underline">volkomen</hi>. Ook zijn voorkomen, als man, is zuiver friesch, z'n gelaatstrekken, ja tot den vorm waarin hij z'n beerd geschoren heeft,<pb n="p3" type="editor" facs="https://bibmedia.brugge.be/images/gezelle/GGA_5283_01_02r.jpg"/>
                        <hi rend="underline">alles</hi>. Trouwens, de visschersbevolking langs onze noodzee-stranden, van <name type="plaats" key="plaats1474" n="Vlissingen">Vlissingen</name> tot <name type="plaats" key="plaats1476" n="Delfzijl">Delfzijl</name>, van de Schelde tot de Eems<note place="foot">
                            <p> Een rivier die door het noordwesten van Duitsland stroomt en waarvan de monding grenst aan Friesland.</p>
                        </note>, is overal zuiver en typisch-friesch; en evenzeer verder oostwaarts op, aan de monden van Weser<note place="foot">
                            <p> De grootste rivier die in Duitsland begint en eindigt.</p>
                        </note> en Elve<note place="foot">
                            <p> De oude naam voor de Elbe, een van de belangrijkste rivieren van Midden-Europa.</p>
                        </note> en Eider<note place="foot">
                            <p> De langste rivier van de noordelijkste Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein.</p>
                        </note>, tot aan 't deensche Jutland toe, zijn de noord-zee visscherlui oprechte Friezen. Het en zal, van de <name type="plaats" key="plaats0528" n="Knokke">Knocke</name> tot <name type="plaats" key="plaats0334" n="Grevelingen (Gravelines)">Grevelingen</name> of tot <name type="plaats" key="plaats1478" n="Calais">Kales,</name> ook wel niet anders zijn.</p>
                    <p>Ik verlange zeer om de Vlamingen eens met eigen oogen te zien, en hope van herten dat dit in den volgenden zomer het geval zal mogen wezen<note place="foot">
                            <p> Winkler ging Gezelle inderdaad bezoeken in Kortrijk.</p>
                        </note>. Gij weet, drie zaken zijn onbedongen noodig om te reizen: gezondheid, tijd en geld. N<hi rend="sup underline">o</hi> 1 heb ik in ruim voldoende mate, 't zij met groote dankbaarheid vermeld. Van n<hi rend="sup underline">o</hi> 2 en 3 heb ik niet te veel. - Dat ik dan U, en de <choice>
                            <abbr>eerw.</abbr>
                            <expan>eerweerde</expan>
                        </choice> heeren <name type="persoon" key="persoon0803" n="Duclos, Adolf Juliaan">Duclos</name> en <name type="persoon" key="persoon0477" n="De Bo, Leonard Lodewijk">de Bo</name> ook zal zien en spreken en de<del>n</del> vriendenhand drukken, trekt mijn hart zoo veel te sterker Vlaanderwaart.</p>
                    <p>Ja, ik heb, met groote voldoening, gezien dat Gij en andere welgezinde Vlamingen uwe afkeuring niet hebt verzwegen, toen men (een "eingefleischte"<note place="foot">
                            <p> Vertaling (Duits): diep ingeworteld, vleesgeworden, hier gebruikt in pejoratieve betekenis: onverbeterlijk, verstokt. </p>
                        </note> <hi rend="underline">hollandsche</hi> schoolmeester, die<add>n</add> alle ander nederlandsch, 't welk geen hollandsch en is, een gruwel is), mij zoo<pb n="p4" type="editor" facs="https://bibmedia.brugge.be/images/gezelle/GGA_5283_01_02v.jpg"/> onweerdig bejegende in "<name type="werk.ander" key="werk.ander0463" n="Noord en Zuid. Taalkundig Tijdschrift voor de beide Nederlanden, ten behoeve van Onderwijzers, vooral van hen, die zich voor eenig examen voorbereiden">noord en zuid</name>."<note place="foot">
                            <p> Onder Sprokkelingen door T.v.L. in: Noord en Zuid: 5 (1882) 3, p.155-157 beschuldigde T. Van Lingen Winkler ervan zijn taal te beschimpen door het woord ’geernaart’ te gebruiken in de plaats van het Hollandse woord ’garnaal’. Winkler had in zijn artikel Taalkunde van de Vlaamsche, Hollandsche en Friesche vischmarkt in: Rond den Heerd: 17 (22 januari 1882) 9, p.65-67 verklaard dat het Vlaamse geernare, het Hollandse garnaal en het Friese garnaat allen afkomstig zijn van hetzelfde oorspronkelijke woord: geernaart of garnaart. Het artikel van Van Lingen in Noord en Zuid kreeg heftige tegenkanting van Van Vriesendonck in Rond den Heerd: 17 (17 september 1882) 43, p.341-342.</p>
                        </note> Hertelik dank ik U voor dit blijk uwer vrindschap en uwer instemming met mijn werk. Voor die onredelike lieden van <choice>
                            <abbr>N. &amp; Z.</abbr>
                            <expan>Noord &amp; Zuid</expan>
                        </choice> en is er geen ander heil dan in middelpuntzoeking, voor de nederlandsche taal. Voor hen moet alle nederlandsch volkomen opgaan in 't hollandsch, en dan nog wel in hun leelik, stijf, wanluidend boeken-hollandsch. Alles wat vlaamsche of friesche, brabantsche of geldersche eigenaard verraadt of vertoont, wekt hun onredeliken toorn<note place="foot">
                            <p> kwaadheid</p>
                        </note>, als bij den stier een roode lap. Maar, lijk gij gezien hebt, men heeft mij voldoening gegeven, en 't onrecht ingezien. Hoe dit in z'n werk is gegaan? Wel! ik ben een groot vijand van alle twistgeschrijf in nieusbladen en tijdschriften - 't welk doorgaans de lieden, die 't niet eens zijn, hoe langer hoe verder uit een ander brengt, en hen tot toorn prikkelt en fellen haat. Ook ben ik zachtmoedig en vredelievend van inborst ('t zij hier in nederigheid en zonder eigenwaan vermeld!), en zoo heb ik niet tegen die onheusche bejegening, niet tegen die domme aantijging mij willen warm maken, noch daar tegen inschrijven. De lieden geven mij ook wel eer en lof voor mijn werk - o! veel meer dan ik verdien! - zoo en moet ik ook smaad en schelding wachten, die mij van groot nut<pb n="p5" type="editor" facs="https://bibmedia.brugge.be/images/gezelle/GGA_5283_02_01r.jpg"/>
                        <pb n="p2"/>kunnen wezen, om voor hoogmoed mij te bewaren. Maar ik ben naar den heer <name type="persoon" key="persoon0454" n="De Beer, Taco Hajo">de Beer</name>, naar den bestierder van <choice>
                            <abbr>N &amp; Z.</abbr>
                            <expan>Noord &amp; Zuid</expan>
                        </choice> gegaan, en heb van monde te monde met hem gesproken, en hem, in zachtmoedigheid, van dwaling overtuigd. En voor mijn eenvoudig spreken en dudelik uitleggen moest zijn vooroordeel en hollandsche overmoed zwichten. En zoo is mij rechtveerdiging geschied. -</p>
                    <p>Ook dank ik U dat Gij mij nog enkele zaken aangaande 't oorijzer in Vlaanderen meldt. Ik wensch nog wat meer studie te maken <del>van</del> over "de Friesen in Vlaanderland", ten einde beter beslagen ten ijs te komen, voor en aleer ik daarover opentlik schrijve.<note place="foot">
                            <p> Winkler bezocht Vlaanderen in 1883 en schreef uiteindelijk over de gelijkenissen en verschillen tussen West-Vlaanderen, Frans-Vlaanderen en Friesland onder de rubriek Staatskunde en geschiedenis van het tijdschrift De Tijdspiegel: J. Winkler, Land, volk en taal in West-Vlaanderen. In: De Tijdspiegel: 41 (1884), p.1-26 en p.157-190. In zijn opstel bespreekt Winkler onder andere de vaststelling dat Vlamingen zich in het openbaar schamen voor hun taal als gevolg van de Franse opvoeding op school, en dat de West-Vlaamse taal zich van haar talrijke Franse invloeden zou moeten ontdoen om haar kracht terug te winnen. Winkler had een bijzondere tactiek om dergelijke zaken te ontdekken: hij weigerde gedurende zijn reis steevast om Frans te spreken waardoor zijn gesprekspartners gedwongen waren om hem in het Nederlands aan te spreken. Een herdruk van Winklers tekst is aanwezig in de handbibliotheek van Guido Gezelle (nr.: GGB 1071).</p>
                        </note> Ook is het mij zeer wenschelik dat ik vooraf zelf een reis in Vlaanderen kome, ten einde met eigen oogen te zien, met eigen ooren te hooren. En dit en kan niet wel geschieden vóor den zomer van 't volgende jaar. Tot zoo lange, tot na dien tijd wil ik dus wachten, met over dat, mij zeer belangrike onderwerp, te schrijven. Dan hoop ik <subst>
                            <del>hoop</del>
                            <add>ook</add>
                        </subst>, in uwe handen, dat vlaamsche oorijzer met gouden knoppen te zien<note place="foot">
                            <p> In een artikel naar aanleiding van Gezelles overlijden bevestigt Winkler dit Vlaamse oorijzer gezien te hebben tijdens een van zijn bezoeken: J. Winkler, Guido Gezelle en de Friezen. In: Dietsche Warande en Belfort: 1 (1900) p.132.</p>
                        </note>, waar Gij van schrijft dat men 't U beloofd heeft. Het mij hier heen te zenden, zou nog al bezwaren ontmoeten, peis ik. Intusschen, nu de oude oorijzers zoo zeldzaam zijn geworden in Vlaanderen, zou <pb n="p6" type="editor" facs="https://bibmedia.brugge.be/images/gezelle/GGA_5283_02_01v.jpg"/>het wel degelik zaak zijn, te zorgen dat de weinigen, die men nog opsporen kan, bewaard bleven uit den smeltkroes, waarin winzucht en minachting voor de vaderlandsche oudheden hen werpt, en in een gewestelik museum van oudheden (zulk <name type="instelling" key="instelling0100" n="Oudheidkundig Museum Brugge">een inrichting zal er ja te Brugge</name> zijn?) ten toon gesteld<note place="foot">
                            <p> Gezelle plaatste het oorijzer uiteindelijk in het Museum van Oudheden te Kortrijk, waar het helaas later gestolen werd en verdween.<lb/>Bron: J. Winkler, Guido Gezelle en de Friezen. In: Dietsche Warande en Belfort: 1 (1900) p.132.</p>
                        </note>. In het <name type="instelling" key="instelling0101" n="Fries Museum">friesch museum</name> te <name type="plaats" key="plaats1398" n="Leeuwarden">Leeuwarden</name> zijn oorijzers in ijzer, koper, zilver, goud, in alle vormen, van de vroegste eeuen tot in dezen tegenwoordigen tijd, zorgvuldig naar tijdsorde gerangschikt, uitgestald.</p>
                    <p>Wat Gij aan den Hoogleeraar <name type="persoon" key="persoon1114" n="Kern, Johan Hendrik Caspar">Kern</name> te <name type="plaats" key="plaats1408" n="Leiden">Leiden</name>, in zake taalkunde, te vragen hebt, kunt Gij hem gerustelik doen toekomen. Deze groote geleerde, waarop Nederland te recht fier mag zijn, is een edelaardig, liberaal man, zonder vooroordeelen. Aan uw vlaamsch en zal hij zich niet ergeren, integendeel! zich eerder daarin verheugen. Ook is hij ja geen Hollander, maar een <name type="plaats" key="plaats1464" n="Geldern">Gelderschen</name> man van sassischen bloede, uit <name type="plaats" key="plaats1417" n="Groenlo (Grol)">Groenlo</name>, een stedeke aan de geldersch-pruissische grens. Zoo hij kan, en ook tijd heeft, zal hij U gewis antwoorden. Daarvan houde ik mij overtuugd. Is 't aangaande <hi rend="underline">leef</hi> brood, dat Gij hem iets te vragen hebt, ei! houd mij mijn ongevraagden raad te goede, maar zend hem dan het nummer van <name type="werk.gg" key="werk.gg0019" n="Loquela">Loquela</name>
                        <note place="foot">
                            <p> Loquela: 2 (Meimaand 1882) 1</p>
                        </note>, waarin dat meesterlike opstel over leef brood<note place="foot">
                            <p> Winkler verwijst hier naar het artikel Verloren Vlaamsch in Loquela: 2 (Meimaand 1882) 1, p.1-8, waarin Gezelle zich afvraagt of er ooit een Vlaams woord bestond voor een geheel brood, zoals je in het Engels ”a loaf of bread” hebt. In het Vlaams zou dit volgens Gezelle als ”een leef (van) brood” klinken. Vervolgens verwijst hij expliciet naar een oude Vlaamse bijbelvertaling van Willem Gaillaerdt uit 1578 en integreert het citaat van Oudemans uit deze Bijbel: "Ende liet hem des daechs- een leefbroot gheven". Gezelle vraagt zich af of er oorspronkelijk een spatie tussen ”leef” en ”broot” stond.</p>
                        </note> voorkomt, er bij. Zoo mag hij dan zien, <subst>
                            <del>
                                <unclear>mee</unclear>
                            </del>
                            <add>wie</add>
                        </subst> het is, die hem aanschrijft.<pb n="p7" type="editor" facs="https://bibmedia.brugge.be/images/gezelle/GGA_5283_02_02r.jpg"/>Dat de kuste van Vlaanderen oulings den naam van litus saxonicum<note place="foot">
                            <p> Vertaling (Latijn): Saksische kust</p>
                        </note> heeft gedragen, of liever dat die kuste eens onder dien naam beschreven geworden is, en kan mij niet beletten te gelooven dat d<subst>
                            <del>e</del>
                            <add>i</add>
                        </subst>e zelfde kuste van ouds her door Friesen bewoond was; en niet slechts het strand en duin, maar evenzeer de vlade<note place="foot">
                            <p> het zich wijd uitstrekkende</p>
                        </note>, de veenbodem, tot aan de gastgronden, hooge zandrug, die, meen ik, dwars door 't midden van West. Vlaanderen loopt, zich strekkende van zuidwest tot noordoost; is 't niet? En ik houd het er voor dat 't westvlaamsche volk, voor een groot gedeelte immers, rechtstreeks van die oude Friesen afstamt. Ik heb nog een spoor gevonden dat men, laat in de middeleeuen, ik meen in de 14de eeu, in Holland nog aan eenen Vlaming den naam van Fries gaf. Ik heb deze zake nog niet genoeg onderzocht, om er U zekerheid van te geven. Ik hoop dit later te doen.</p>
                    <p>Zulk een "<del>w</del>aard" als Gij mij beschrijft, noemt men hier in Holland een <hi rend="underline">werf</hi>, ook <hi rend="underline">erf</hi>, in sommige boeren-tongvallen ook <hi rend="underline">wurf</hi> en <hi rend="underline">urf</hi>. In Friesland noemt men hem gewoonlik <hi rend="underline">upslach</hi>, <hi rend="underline">opslag</hi> aan 't water, ook wel, als hij klein is: <hi rend="underline">opstap</hi>; en eveneens <hi rend="underline">stoep</hi>, <hi rend="underline">stoep aan 't wetter</hi>. Oudtijds was echter de naam <hi rend="underline">weert</hi> ook wel in gebruik. Zeker, uw <choice>
                            <abbr>westvl.</abbr>
                            <expan>westvlaamsch</expan>
                        </choice> <hi rend="underline">aard</hi> is een en het zelfde woord met waard, ward, waarder, warder, weert, wert, wird, wierde, woerde, <add>worth</add>, würth, enz. enz. dat in geheel Noord-<pb n="p8" type="editor" facs="https://bibmedia.brugge.be/images/gezelle/GGA_5283_02_02v.jpg"/>Nederland en Noordwestelik Duitschland, zoo verre maar Friesen en Sassen wonen, in volle gebruik is, en tallooze malen in plaatsnamen voorkomt. In de frankische streken van Nederland, langs onze groote rivieren, en ook in de frankische streken van Duitschland (Rijn-Pruissen) luidt dit zelfde woord <hi rend="underline">oord</hi>, <hi rend="underline">orth</hi>, <hi rend="underline">ort</hi>, en komt ook tallooze malen in plaatsnamen voor; 't werd oulings ook <hi rend="underline">oirde</hi> geschreven; men schrijft nog wel <name type="plaats" key="plaats1475" n="Goidschalxoord">Goidschalkxoirde</name> voor Godschalksoord, een polder bij het dorp <ref target="http://Heinenoord">Heinenoord</ref> in Zuid-Holland. -</p>
                    <p>Mijn weerde en lieve Vrind! Hiermede heb ik uwen brief beantwoord, en van mij zelven en heb ik niet meer daar bij te voegen. Gaarne zal ik eens zien hoe mijn friesch in lovensch<note place="foot">
                            <p> Leuvens</p>
                        </note> dutsch veranderd word. Ik denk, mijne friesche reken<note place="foot">
                            <p> Bij een vorige brief <ref type="brief" target="brief:gg.11549">(06/06/1882)</ref> voegde Winkler, op aanvraag van Gezelle, een stukje tekst in het Fries. Gezelle stuurde zijn vertaling aan Winkler op en publiceerde het Friese fragment samen met zijn Vlaamse vertaling in: Van den Friesche tale in Loquela: 2 (Alderheiligen 1882) 7, p.53.</p>
                        </note> waren voor eenen niet-Fries, wel zeer gemakkelik om doorschouen en vatten. Daarom voeg ik hier nog wat bij; het is wel friesch uit de zeventiende <subst>
                            <del>
                                <gap n="xx" reason="illegible"/>
                            </del>
                            <add>eeu</add>
                        </subst> (laatste helft), maar daarom toch nog evenzeer hedendaagsch friesch ook. Zie eens, wat Gij hier van maken kunt, uit aardigheid.</p>
                    <closer>
                        <salute>En nu vaarwel, mijn Vriend! Ontvang deze in den besten welstand en met de hertelikste groeten van</salute>
                        <salute>Uwen zeer toegenegenen</salute>
                        <signed>
                            <name type="persoon" key="persoon2128" n="Winkler, Johan">Johan Winkler.</name>
                        </signed>
                    </closer>
                    <pb n="p9" type="editor" facs="https://bibmedia.brugge.be/images/gezelle/GGA_5283_03r.jpg"/>
                </div>
                <div>
                    <lg>
                        <l>De Lofzang van Simeon<note place="foot">
                                <p> De Lofzang van Simeon, ofwel het <hi rend="italic">Nunc dimittis, </hi>is een Bijbelse hymne die Simeon uitsprak toen hij Jezus en zijn ouders in de tempel ontmoette. De tekst staat in het evangelie van Lucas 2,29-32.</p>
                            </note>, in ’t friesch.</l>
                        <l>'t Lof-gesjong fen de âde Symeon, fen<note place="foot">
                                <p> Deze Friese vertaling van de Lofzang van Simeon staat op p.127 van Japicx, Friesche rymlerye: yn trye delen forschaet. Bôalsert: Samuel fen Haringhouk, 1668, dl.1</p>
                            </note>
                        </l>
                        <l>Lucas beskreauwne yn 't oarde Capittel.</l>
                    </lg>
                    <p>_<lg>
                            <l>Nu lit I, Heer! yn free</l>
                            <l>Ion Tjienner d'ierdske stee</l>
                            <l>Forlitte, ney jon sizzen:</l>
                            <l>Nu, oermits myn blier eag</l>
                            <l>Jon silligheyt oanseag</l>
                            <l>IJn myn klimme earmen lizzen.</l>
                            <l>_</l>
                            <l>Dy I, for tyd in stuwn</l>
                            <l>Beskaet habbe in myld juwn</l>
                            <l>For al 't folck om op 't eagjen;</l>
                            <l>Ien hymmel-liedend stjer</l>
                            <l> For'e heyd'nen heyn in fier,</l>
                            <l>Ien Isr'els glanz-opdeagjen.</l>
                            <l>_</l>
                        </lg>Fen <name type="persoon" key="persoon2583" n="Japicx, Gysbert">Gysbert Japicx</name>,</p>
                    <p>
                        <del>Scol</del> Scoallemaster to </p>
                    <p>
                        <name type="plaats" key="plaats1477" n="Bolsward">Bolswart.</name>
                    </p>
                    <p>Dit zult Gij nog gemakkelik ontraadselen, wijl d'inhoud U bekend is. Maar 't volgende:<pb n="p10" type="editor" facs="https://bibmedia.brugge.be/images/gezelle/GGA_5283_03v.jpg"/>
                        <lg>
                            <l>De alde man sprekt:</l>
                        </lg>
                        <lg>
                            <l>Heart de wrald de reame? o Sot!</l>
                            <l>End de dreage molke God?</l>
                            <l>God de strûk, de wrald de blomme?</l>
                            <l>Jonge tzierl, dat kin net komme.</l>
                            <l>'T wier by alds en oar menear,</l>
                            <l>'T earst, det God joeg, joe-me weer.</l>
                            <l>Lit ûs yette, nei dy wise,</l>
                            <l>God fenn' jeugd oan tjienje end prise;</l>
                            <l>Lit, as oar ljue ûs misdwaen,</l>
                            <l>Herre ut ljeafde det forjaen.</l>
                            <l>Lit ûs op ûs steardei tinse,</l>
                            <l>Lit ûs d'earmen neaddrift skinse,</l>
                            <l>Lit ûs, al ûs libben lang,</l>
                            <l>Halde ûs kwea bijearte yn thwang;</l>
                            <l>Ier end let nei d'Hymmel trachtsje,</l>
                            <l>End om 't<del>y</del> ieuich 't ierdsk forachtsje;</l>
                            <l>Den scil God ûs, nei diss' tîd,</l>
                            <l>Ieuich silich meitsje end blîd.<note place="foot">
                                    <p> Dit vers staat op p.55 van Japicx’ ”Friesche rymlerye; yn trye delen forschaet” uit 1668.</p>
                                </note>
                            </l>
                        </lg>
                        <choice>
                            <abbr>Gysb:</abbr>
                            <expan>Gysbert</expan>
                        </choice> Japicx.</p>
                </div>
            </div>
        </body>
    </text>
</TEI>