<Resultaat 381 van 1594

>

p1
Eerweerde Heer en Vriend!

Mijn brief[1] verleden Vrijdag U toegezonden, hebt Gij wis[2] ontvangen? Thans wil ik U nog een paar woorden doen toekomen, naer aenleiding[3] van uw opstel: Van de Vriesche tale[4] En zoo kom ik U dan allereerst bedanken voor 't genoegen dat de lezing daarvan mij heeft verschaft. Om aen uw wensch te voldoen, heb ik ook hier en daer het een en ander in uw opstel veranderd, naer mijn beste weten. D'opene woordekens gi en mi, bru en lu heb ik in geslotene moeten veranderen, naer dien de Friesen juist zulke woordekens anders uitspreken dan de geslotene - namelik d'u en i-klank daarvan. Dat is bij ons een uitzondering op den regel. Hollandsch en brabantsch ij en ui klinkt bij ons in geslotene lettergrepen als i en u, volkomen zoo als bij U in Vlaenderen; ja maer in opene lettergrepen spreken wij de hollandsche en brabantsche ui - en ij klanken weer anders uit, meer met d'hollandschep2uitspraak overeenkomende, lijkwel niet volkomen zoo, Wij Friesen spreken heej, meej, zeej, breej, leej, reej, (wat kort, niet sleepende, uitspreken) voor hollandsch hij, mij, zij, brij (pap), en voor lij of ly (hollandsch lauw), rij of ry (hollandsch ruw), enz. Zoo ook lee-je, meej-je, kreej-je), voor hollandsch lijden, mijden, krijgen; daarentegen striden, gliden, stigen voor strijden, glijden, stijgen. In opene woorden spreken wij de ui klank nog wat zwaarder uit dan de Hollanders; wij zeggen een klank die half tusschen hollandsch ui en oi inleit; b.v. loi voor lui, broien voor bruien, enz; daarentegen luden voor (klok)luiden. De klank van lui (luiden, lieden, menschen) is bij ons anders dan van lui (traag); maar lu is het nooit. - Buitendien gi en is geen friesch. Daarvoor hebben wij du of dou, en jou in 't enkelvoud, jimme of jima in 't meervoud.

"Nin" is niet neen, maar geen. Neen is in 't friesch nee. "Nin" is de loochenstaf n[5] met in, en, het friesche onbepalende lidwoord. Voor 't hollandsche en vlaemsche een als onbepalend lidwoord en telwoord hebben wij en (men spreekt in) als lidwoord, en ien (ian) als telwoord.p3Gij schrijft in uw opstel de woorden Friesland en Friesen nu eens met F en dan eens met V. Maar 't blijkt toch dat uwe bedoeling de V is. Naer mijne bescheiden meening is de v hier glad verkeerd. Wij zullen toch zelven wel weten hoe wij heeten? Wel nu, wij kunnen niet eens die v als beginletter van eenig woord uitspreken, zoo als Hollanders en Vlamingen doen. Wij hebben de v slechts midden in een woord, en anders nooit. En dan nog een v gevolgd door een medeklinker! vr en vl dat is voor een frieschen mond onuitspreekbaar; wij maken er fr en fl van, of wr (oer) en wl (oel). Schrijft gij Vriesland, dan moet Gij ook Vrankrijk schrijven, en Vranken.

Ik verzoek U vriendelik dien misstand te willen veranderen.

En ten slotte nog: stide[6] en is, lijder[7] geen friesch. Het is volkomen onbekend in Friesland, en mij ook in oude friesche geschriften, nooit voorgekomen. Wij kennen slechts stiif. Ware stide friesch, Huydecoper had het wel gekend.[8] In zijn tijd was de plat-amsterdamsche volkstaal nog half friesch, en de Waterlandsche boeren, aan den anderen oever (den noorder-) van den IJ-stroom[9] wonende, dus vlak tegenover Amsterdam, en als onder den rook dier stede, spra-p4ken toen nog geheel friesch. - Gij zult dit voorbeeld dus niet kunnen bruiken. - Maer zeit Grimm dat rigidus = stith is in 't friesch?[10] Dat is een opperbeste gewaarsman! Niettemin, mij is stide nooit in Friesland ontmoet.

En nu moet ik het hier bij blijven laten.

Ontvang mijn hertelikste groeten.
Met trouen handdruk
Uw
Johan Winkler.

Noten

[2] zeker
[3] Winkler schrijft hier ‘ae’ in de plaats van ‘aa’, dit naar aanleiding van de brief van Gezelle van 09/09/1881. Daarin liet hij weten dat hij ‘aa’ naar de oude spelling ‘ae’ aanpast bij publicatie van Winklers brieven in Loquela. Winkler zelf verkoos ook de oude spelling ‘ae’ boven de ‘Hollandse’ ‘aa’. Dit blijkt uit de brief die hij schreef tussen 01/11/1882 en 03/11/1882. Doorheen de correspondentie gebruikt Winkler afwisselend beide schrijfwijzen. De verbeteringen die hij vaak nog moest doorvoeren tijdens het schrijven tonen aan dat het voor hem in de praktijk een hele aanpassing was om de oude spelling te hanteren.
[4] Van de Friesche tale verscheen In: Loquela: 2 (Alderheiligen 1882) 7, p.49-59. In dit artikel schrijft Gezelle dat het verwantschap tussen Vlamingen en Friezen een motivatie moet zijn om Friesland op alle vlakken nog beter te leren kennen. Daarnaast verzet hij zich uitvoerig tegen de overheersing van de Hollandse taal ten koste van het zuivere Nederlands. Gezelle integreert op het einde ook een Friese tekst die Winkler hem, op zijn aanvraag, bij een van diens vorige brieven (06/06/1882, Haarlem) opstuurde, en voegt hierbij nog een Vlaamse vertaling en verdere taalkundige ontsluiting van het fragment.
[5] In Loquela: 1 (Kerstmaand 1881) 8 p.57-61 schreef Gezelle het artikel ”De Loochenstaf N”, waarin hij uitlegt: ”Boekstaf n heeft in veel talen, onder andere in de onze, eene loochenende, ontkennende, of verneenende kracht.” Gezelle gebruikt het woord ’staf’ voor ’letter’ omdat dit laatste ”een onvlaamsch geboren woord” is.
[6] In zijn artikel Van de Friesche Tale in Loquela: 2 (Alderheiligen 1882) 7, p.49-59 gebruikte Gezelle het woord ’stijde’ of ’stide’ als illustratie voor de verwantschap van o.a. de Vlaamse en Friese taal, en de afwijking van het Hollands.
[7] helaas
[8] In zijn artikel Van de Friesche Tale in Loquela: 2 (Alderheiligen 1882) 7, p.53 citeert Gezelle een aantekening van Huydecoper: ”Stide is geen woord!”. Hiermee poogde Gezelle aan te duiden dat het woord ’stijde’ of ’stide’ niet gekend of aanvaard werd in Holland.
[9] IJ is een rivier in Noord-Holland die de Amsterdamse binnenstad van Amsterdam-Noord scheidt.
[10] Gezelle schreef in zijn artikel Van de Friesche Tale in Loquela: 2 (Alderheiligen 1882) 7, p.53: ”dat men stîth = rigidus in vollen bloei wederom ziet te voorschijn komen, zoo niet in Friesland, hetgene Jacob Grimm houdt staan, Geschichte der deutschen Sprache, II 663, 681, toch in Engeland, dat ons oud woord stith, stithe bewaard heeft.”

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Datums° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
GeslachtMannelijk
Beroeparts; taalkundige; auteur
VerblijfplaatsNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon, waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan Rond den Heerd vanaf 1875 en aan Loquela vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor Biekorf. Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088

Briefschrijver

NaamWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Datums° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
GeslachtMannelijk
Beroeparts; taalkundige; auteur
VerblijfplaatsNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon, waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan Rond den Heerd vanaf 1875 en aan Loquela vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor Biekorf. Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamHaarlem

Naam - persoon

NaamWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Datums° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
GeslachtMannelijk
Beroeparts; taalkundige; auteur
VerblijfplaatsNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon, waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan Rond den Heerd vanaf 1875 en aan Loquela vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor Biekorf. Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088
NaamHuydecoper, Balthazar
Datums° Amsterdam, 10/04/1695 - ✝ Amsterdam, 23/09/1778
GeslachtMannelijk
Beroepletterkundige; historicus; taalkundige
VerblijfplaatsNederland
BioBalthazar Huydecoper was een belangrijk taal- en letterkundige en historicus uit de 18e eeuw. Hij schreef in zijn jonge jaren reeds toneelstukken waarbij hij de nadruk legde op een authentiek Nederlandse stijl, waarvoor hij in 1723 bekroond werd als regent van het Burgerweeshuis en Schouwburg van Amsterdam. Hij stond bekend voor zijn werkmethode van 'aanmerkingen' of 'aantekeningen', onder andere duidelijk in een van zijn voornaamste werken: "Proeve van Taal- en Dichtkunde" uit 1730.
Links[dbnl]

Naam - plaats

NaamAmsterdam
NaamHaarlem

Titel - ander werk

TitelGeschichte der deutschen Sprache 2dln
AuteurGrimm, Jacob
Datum1848
PlaatsLeipzig
UitgeverWeidmann

Indextermen

Briefontvanger

Gezelle, Guido

Briefschrijver

Winkler, Johan

Correspondenten

Gezelle, Guido
Winkler, Johan

Naam - persoon

Winkler, Johan
Huydecoper, Balthazar

Naam - plaats

Amsterdam
Haarlem

Plaats van verzending

Haarlem

Titel - ander werk

Geschichte der deutschen Sprache 2dln

Titel23/10/1882, Haarlem, Johan Winkler aan [Guido Gezelle]
EditeurSofie Meneve; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2022
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
VerzenderWinkler, Johan
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum23/10/1882
VerzendingsplaatsHaarlem
AnnotatieBriefversie van datering: 23 v. Wijnmaend. '82 ; adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Gepubliceerd inDe briefwisseling tussen Guido Gezelle en Johan Winkler. Deel 1: Inleiding en brieven (1881-1883) / door Dries Gevaert. - Gent : onuitgegeven licentieverhandeling, (academiejaar 1983-1984), p.83-85
Fysieke bijzonderheden
Drager dubbel vel, 206x130
wit
papiersoort: 4 zijden beschreven, inkt
Staat fragment: pagina 4 ontbreekt
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle; idem rechtsboven bijgeschreven onder de maand: [October] (inkt, beide hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief5284
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|11588
Inhoud
IncipitMijn brief, verleden Vrydag U
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.