<Resultaat 633 van 2036

>

p1
Eerweerde Heer en Vriend!

Uw geleerd en welgeschreven betoog aangaande den nederlandschen oorsprong van 't fransche woord "frelater"[1] gaf mij aanleiding om eens in "Hoeuft's woordenboek" na te slaan wat daar wel over dit onderwerp vermeld werd. En zoo doende, kwam mij in de gedachten dat ik, tijdens ik het genoegen had te Kortrijk uw gast te zijn[2] met U over dit werk gesproken had, en dat Gij mij toen had medegedeeld, dien boek niet te kennen. Met blijdschap herinnerde ik mij dat, wijl het mij nu de gelegenheid verschaft U dien boek te zenden en uit vriendeliker herten aan te bieden. Gij zult mij genoegen doen zoo Gij 't van mij aannemen wilt. Gij speurt ja steeds zoo met iver en scherpzinnigheid de nederlandsche woorden in de friesche taal na - wel! mogelik vindt Gij bij Hoeuft nog enkelen, die U onbekend zijn, of kan anderszins zijn werk U dienen bij uwe studiën.p2Tevens voege 'k hier nog bij drij landkaarten - van Noord-Nederland, van Friesland en van Groningerland -; in d'hoope dat Gij ze wel als een klein geschenk van mij zult willen aanveerden. Ik kom hier toe, wijl ik, ten uwent zijnde, zag dat uwe kaarte van Noord-Nederland verouderd was en onvoldoende. Friesland en Groningerland voeg ik er bij, opdat Gij mij te bet zoudt kunnen verstaan, als ik over de sprake, vooral ook over de plaatsnamen dier gewesten, in mijne geschriften handele, gelijk gewoonlik het geval is.

Uw laatste Loquela heb ik weer met genoegen gelezen, als immer. Dank hertelik daar voor. Hoe aardig hebt Ge daarin laten weten, dat ik U te Kortrijk bezocht heb.[3] Het deed mij veel genoegen dat te lezen.

Het kortrijker St. Pieter[4]en liedje is in Zeeland, op het eiland Walcheren ook bekend, onder dezen ingekorten form:[5]

Doeoer komt een man
"Wat 'eet i an?
"Groen, blau,
"Hoezee-e-e-e!"

Men zingt het aldaar bij 't gaaischieten van p3de boeren. Ik heb eens een uitleg er van gelezen, waar bij de vraag naar de verf van de kleeding des aankomenden mans werd geduid als nog afstammende uit den tijd der Hoeksche en Kabeljauwsche twisten in Holland en Zeeland (veertiende en vijftiende eeuw), wijl toen de lieden die d'eene partij aanhingen in 't blau waren gekleed, althans blaue mutsen droegen, terwijl die der andere partij ze in 't groen hadden. - Ik heb nu al een half uur gezocht, maar k'en kan, tot mijn leedwezen, de plaatse niet vinden. - Nu ik zie dat dit liedje ook in Vlaanderen bekend is, schijnt mij dien uitleg nog onaannemeliker. -

— "Wijn versnijden - versneden wijn", is ook in geheel Noord-Nederland nog in volle gebruik. - te woorde en te werke. - "Wijnsteken" zeit men niet, wel "biersteken". Een "biersteker" is een bierhandelaar, geen brouwer en ook geen tapper. Toch gaat "tappen en steken" wel samen, "brouwen en steken" niet.-

— "Grom" is in geheel Friesland in volle gebruik voor "visch-ingewand." - Vischgrom, fisk-grom. "Grom mij die fisk", zeit de friesche huismoeder tot hare dienstmaagd; p4dat is: "snijd die visch open, haal het ingewand er uit! -

Dit woord luidt ook als gram, (om de wille van 't rijm?) in d'uitdrukkinge

“met ham en gram",

die in Friesland in dageliksch gebruik is, en die beteekent, met huid en ingewand. Men eet de spieringen met ham en gram, dat is men bakt die vischjes zóó als ze uit zee komen, ongeschrapt, en ongegromd. "Waarom eet je geen spiering?" - Ik zou je danken! Mij lust geen spijze, die je met ham en gram opeet" - Een stafrijm, in den zelfden zin, en even veel in gebruik, is: "met huid en haar". De kat vreest[6] de muis op, met huid en haar. -[7]

Ik herinner mij nog dageliks met groot genoegen d'aangename dagen die ik in West-Vlaanderen, vooral in uw gezelschap en dat van onzen vriend Duclos doorbracht. Nog zoo veel te meer, wijl ik bezig ben met het schrijven van een opstel over zoo veel bizonders dat ik in uw schoone land zag, uit den mond van uw schoonsprekend volk hoorde. Hoe wel ter tale waren die Oostendenaars. 'T was een lust voor mijne ooren! -

Het schoone werk van onzen Duclos "Brugge in drij dagen" (ach! al weer fransch!) p5komt de herinnering ook nog meer opwekken. Hoe belangrijk en merkweerdig, hoe grondgeleerd en degelik is dat werk wederom! Hoe beschamend-iverig is Duclos toch! althans beschamend voor mij. Tot mijn smert moet ik betugen, dat ik vroeger, voor tien jaren en meer, vlitiger was als ik nu ben.

Ik heb aan Dr. Karel de Gheldere kunnen melden wie die Van Deyssel was, die zijne "Landliederen" zoo onheusch en onrechtveerdig bejegende en beoordeelde.[8] Van Deyssel is een schuilname; de jongste zoon van Prof. Alberdingk Thijm te Amsterdam, verduikt zich daarachter. 'T is haast niet te gelooven; niettemin is 't waar. Wel verre dus van een hollandsch-protestantsche Katholiken-vreter te zijn; en een broodschrivere; lijk Rond de Heerd dacht, is het de zoon van een voorvechter der hollandsche Katholiken, van een dichterlik en smaakvol man, tevens van een welgesteld burger, wiens zonen alderminst broodschrijvers behoeven te zijn. Zoo ik mij niet zeer bedriege, staat deze jonge Alberdingk Thijm aan 't hoofd van de bij uitstek katholike boekhandel Van Langerhuysen te Amsterdam. - Hoe is 't mogelik? p6 http}s://bibmedia.brugge.be/images/gezelle/GGA_5348_02v.jpgHier is alles in den besten welstand. Met mijn jongen heb ik, ten zinen voordeele en genoegen, een reiske gedaan naar Keulen en verder langs Rijn en Aar. Dat nam mij veel tijd weg. Eergisteren avond ben ik terug gekomen, en moest terstond weer allerlei bezigheden opvatten, die mij wachtten. Nu is de tijd, die ik genomen had, om U dezen brief te schrijven, ook verstreken. Ik moet dus eindigen.

Ontvang deze in den besten welstand, met mijne hertelikste groeten.
Met trouwen handslag
Uw
Johan WInkler.

Noten

[1] Wat is frelater. In: Loquela: (Wiedmaand 1883) 2, p.12-15.
[2] In juni 1883 maakte Johan Winkler een rondreis door Vlaanderen en ging o.m. bij Gezelle op bezoek.
[3] In het artikel Wat is frelater. In: Loquela: (Wiedmaand 1883) 2, p.12-13: ”Johan Winkler kijkt mij over de schouder terwijl ik dat schrijve en verzekert mij mondelinge dat men in N-Nederland nog zegt en verstaat Wijn verlaten, een schip verlaten = door 't verlaat (nu 't sas) laten.”
Kruisje en potloodstreep van Gezelle voor de publicatie in Loquela.
[4] Onder het lemma Sente-Pieters-vier staat in: Loquela: (Wiedmaand 1883) 2, p.10:

”Sente Pieter
en Sent Jan
wad’ eet hi ’an?
groen en blau!
wille me roepen?
Ja .......w”.

[5] Gezelle bewerkte de brief met potlood ter publicatie in Loquela. Hij verwijst er naar deze brief, dat bij een door Winkler gesigneerd exemplaar van Hoeufft stak. Hij publiceert er ook dit gedicht met een fragment van deze brief (van het gedicht tot met ”huid en haar.“) In: Tegenkomsten Brieven Etc. In: Loquela: (Hooimaand 1883) 3, p.23-24.
[6] Winkler schrijft foutief ”vreest”. Gezelle corrigeert ”vreet” ter publicatie in Loquela.
[7] Hier volgt een potloodstreep van Gezelle om het einde van het te publiceren brieffragment aan te duiden.
[8] Van Deyssel had in De Amsterdammer van 27 mei de Landliederen van De Gheldere een uiterst vervelend boek genoemd. Hierop volgde in Rond den Heerd van 8 juli een artikel onder de titel ’Een Hollandsche recensent’. De auteur ervan zegt dat het maar een arme recensent is die om den brode zoveel regels per week moet afleveren. (D. Gevaert, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Johan Winkler. Licentieverhandeling UGent, Letteren en Wijsbegeerte, 1984, p. 457).

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Datums° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
GeslachtMannelijk
Beroeparts; taalkundige; auteur
VerblijfplaatsNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek "Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon", waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan "Rond den Heerd" vanaf 1875 en aan "Loquela" vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor "Biekorf". Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088

Briefschrijver

NaamWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Datums° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
GeslachtMannelijk
Beroeparts; taalkundige; auteur
VerblijfplaatsNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek "Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon", waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan "Rond den Heerd" vanaf 1875 en aan "Loquela" vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor "Biekorf". Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamHaarlem

Naam - persoon

NaamAlberdingk Thijm, Josephus Albertus; Egbertus Negovagus.
Datums° Amsterdam, 13/08/1820 - ✝ Amsterdam, 17/03/1889
GeslachtMannelijk
Beroephoogleraar; dichter; auteur; kunstcriticus; uitgever
VerblijfplaatsNederland
BioJozef Alberdingk Thijm was de oudste zoon van Joannes Alberdingk, koopman in Amsterdam, en Catharina Thijm. De twee familienamen werden bij KB van 20/01/1834 samengevoegd. Aanvankelijk kocht Alberdingk Thijms vader voor hem een handelszaak van koloniale voedingswaren. In 1851 nam Joseph het initiatief voor de Volks-Almanak voor Nederlandsche Katholieken (1852-1888) en in 1855 stichtte hij het tijdschrift Dietsche Warande, waarin hij zelf ook publiceerde onder verschillende pseudoniemen. In beide tijdschriften en uit zijn contacten met Gezelle blijkt zijn interesse voor Vlaanderen, hoewel hij van België niet hield. De eerste contacten met Gezelle startten in de Roeselaarse periode: in 1855 waren ze beiden corresponderende leden van het Leuvense genootschap Met Tyd en Vlyt. In 1863 nam hij de drukkerij Van Langenhuysen over en werd hij de uitgever van het katholieke dagblad De Tijd. Op 04/12/1876 werd hij hoogleraar in de kunstgeschiedenis en esthetica aan de rijksacademie voor beeldende kunsten te Amsterdam. Hij werd samen met Gezelle in 1887 eredoctor aan de Leuvense universiteit en in datzelfde jaar ook buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Als auteur schreef hij ook gedichten en historische novellen.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamDe Gheldere, Karel
Datums° Torhout, 18/08/1839 - ✝ Koekelare, 17/07/1913
GeslachtMannelijk
Beroeparts; dichter
BioKarel De Gheldere was een oud-leerling van Gezelle te Roeselare (poësis 1858-1859). Gezelle schreef een aantal gedichten voor hem waaronder 'Tranen' en ‘Zoo welkom als de bie’ (1859). Na zijn retorica (1859-augustus 1860) volgde De Gheldere een korte periode filosofie aan het kleinseminarie in het schooljaar 1860-1861 met het oog op het priesterschap. Hij verzaakte evenwel aan een priesterroeping en studeerde vanaf januari 1861 geneeskunde te Leuven, waar hij in 1865 met onderscheiding afstudeerde. Hij vestigde zich als arts in Koekelare. Hij was een levenslange vriend van Gezelle, die een aantal van zijn gedichten aan hem heeft opgedragen. Zelf publiceerde hij de dichtbundels Jongelingsgedichten (1861), Landliederen (1883) en Rozeliederen (1893). In de Landliederen komt een wisselgedicht met Gezelle op de nachtegaal voor. Hij was corresponderend (1889) en werkend lid (1892) van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; zanter (WDT); lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde; gedichten
BronnenH. Verriest, Twintig Vlaamsche koppen. Leuven, 19234, p.30-49; R. Seys, De dichter van de rozen. Koekelare. 1958 R. Seys, Dr. Karel de Gheldere. Wat land- en rozeliederen. In: VWS-Cahiers: 2 (1967) 8.
NaamDuclos, Adolf Juliaan
Datums° Brugge, 30/08/1841 - ✝ Brugge, 06/03/1925
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor; kanunnik, ere-kanunnik, leraar; historicus; auteur, redacteur; diocesaan inspecteur
BioAdolf Duclos, zoon van Desiderius Duclos, apotheker en een van de stichters van de katholieke partij in 1860, en Hortencia Bogaert, wier vader en grootvader de stichters waren van de “Gazette van Brugge”, werd geboren in de Kuipersstraat te Brugge. Hij liep school in het atheneum te Brugge, het college te Ieper en het Brugse Sint-Lodewijkscollege. In oktober 1860 ging hij naar het kleinseminarie in Roeselare (filosofie 1861), en volgde een jaar later een priesteropleiding aan het grootseminarie in Brugge. Daar ontmoette hij Guido Gezelle. Hij ontving zijn priesterwijding te Brugge op 10/06/1865 van Mgr. Faict. Hij ging lesgeven aan het college van Torhout (17/09/1865), en werd vanaf 1868 ondersecretaris en bewaarder van de relikwieën in het bisdom. In 1871 volgde hij Guido Gezelle op als redacteur van het tijdschrift Rond den Heerd. In 1874 was hij stichtend voorzitter van de Gilde van Sinte-Luitgaarde. In 1875 was hij ook betrokken bij de stichting van het Brugse Davidsfonds. Belangrijk was ook zijn betrokkenheid als bestuurslid en voorzitter van de Société Archéologique de Bruges, de voorloper van het Brugse Gruuthusemuseum. Hij was ook de auteur van historische werken en actief bij de organisatie van Brugse stoeten en processies. Vervolgens werd hij erekanunnik van de Brugse kathedraal (29/08/1884), pastoor in Pervijze (25/11/1889) en pastoor in Ieper (21/07/1897). Op 20 mei 1903 keerde hij naar Brugge terug als kanunnik van de Brugse kathedraal. Op 13 december 1910 werd hij diocesaan inspecteur van de bisschoppelijke colleges, en was ten slotte werkzaam als kanunnik-cantor (13/12/1911).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent, medewerker en uitgever van Rond den Heerd; Gilde van Sinte-Luitgaarde; oud-leerling kleinseminarie Roeselare
NaamVan Langenhuysen, Caspar Lambertus
Datums° s-Hertogenbosch, 05/06/1802 - ✝ Amsterdam, 19/05/1859
GeslachtMannelijk
Beroepboekhandelaar; uitgever
VerblijfplaatsNederland
BioC.L. Van Langenhuysen vestigde zich in 1826 als boekhandelaar en uitgever in Amsterdam "in den berg Tabor op het Singel". Na zijn dood zette zijn weduwe het bedrijf verder. Jozef Alberdingk Thijm liet er zijn "Volks-Almanak voor Nederlandsche Katholieken en De Dietsche Warande" drukken. In 1863 nam hij het bedrijf over met behoud van de oorspronkelijke naam. Zo kreeg het een belangrijke rol in de ontwikkeling van het Nederlandse katholicisme o.a. door de uitgave van dagblad "De Tijd".
Relatie tot Gezellecorrespondent
NaamWinkler, Andries J.
Datums° Leeuwarden, 03/02/1866 - ✝ Haarlem, 06/08/1914
GeslachtMannelijk
Beroepsecretaris-penningmeester
VerblijfplaatsNederland (Friesland)
BioAndries Winkler werd geboren als de zoon van arts en dialectoloog Johan Winkler en Andrieske Tjallings Römer. Zijn moeder stierf enkele dagen na zijn geboorte op 10 februari 1866 op 27-jarige leeftijd. Andries Winkler was Secretaris-Penningmeester te Haarlem. Hij trouwde met Alida van Blaarden op 19 juli 1897 en ze kregen samen vier kinderen: Johan Winkler (6 oktober 1898), Hendrik Winkler, (13 mei 1903), Andries Laurens Winkler (18 januari 1905) en Gerrit Willem Winkler (27 mei 1907). Andries Winkler beroofde zichzelf van het leven in 1914.
Relatie tot Gezellecorrespondent
Bronnen https://www.openarch.nl/frl:922bef2f-2441-7167-4a1e-a72d41550152
NaamWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Datums° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
GeslachtMannelijk
Beroeparts; taalkundige; auteur
VerblijfplaatsNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek "Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon", waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan "Rond den Heerd" vanaf 1875 en aan "Loquela" vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor "Biekorf". Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088
Naamvan Deyssel, Lodewijk; Karel Johan Lodewijk Alberdingk Thijm
Datums° Amsterdam, 22/09/1864 - ✝ Haarlem, 26/01/1952
GeslachtMannelijk
Beroepschrijver
VerblijfplaatsNederland
BioLodewijk van Deyssel, pseudoniem van Karel Johan Lodewijk Alberdingk Thijm, was de zoon van Jozef Alberdingk Thijm. Hij kreeg zijn opleiding in het gymnasium te Rolduc, later te Katwijk-Binnen. Van 1885 tot 1894 was hij medewerker aan De Nieuwe Gids en behoorde hij tot de Beweging van Tachtig. Onder het pseudoniem Lodewijk van Deyssel verscheen zijn eerste roman Een Liefde (1887), duidelijk onder de invloed van Zola en het naturalisme. Daarna kwam de tijd van zijn impressionistisch proza en parodiërende geschriften (zijn zgn. scheldkritieken). In 1911 verscheen het dagboek Uit het leven van Frank Rozelaar, waaruit blijkt dat de vurige naturalist een bedaard man geworden was.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezelle)

Naam - plaats

NaamKortrijk
GemeenteKortrijk
NaamAmsterdam
NaamHaarlem
NaamKeulen

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelRond den Heerd. Een leer-en leesblad voor alle lieden.
Links[gezelle.be]
TitelLoquela
Links[gezelle.be]

Titel - ander werk

TitelLand, volk en taal in West-Vlaanderen
AuteurWinkler, Johan
Datum[1884]
Plaats[S.l.]
Uitgever[s.n.]
TitelLandliederen: gedichten
AuteurDe Gheldere, Karel
Datum1883
PlaatsBrugge
UitgeverEdward Gailliard
TitelBruges en trois jours Promenade dans la Venise du Nord
AuteurDuclos, Adolf
Datum1883
PlaatsBrugge
UitgeverEdw. Gailliard
TitelVerzameling van Fransche Woorden, uit de Noordsche talen afkomstig of door sommigen afgeleid.
AuteurHoeufft, Jacob Hendrik
Datum1840
PlaatsBreda
UitgeverBroese & comp

Titel22/07/1883, Haarlem, Johan Winkler aan [Guido Gezelle]
EditeurRik Van Gorp; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderWinkler, Johan
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum22/07/1883
VerzendingsplaatsHaarlem
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Gepubliceerd inDe briefwisseling tussen Guido Gezelle en Johan Winkler. Deel 1: Inleiding en brieven (1881-1883) / door Dries Gevaert. - Gent : onuitgegeven licentieverhandeling, (academiejaar 1983-1984), p.162-165; Fragment door Gezelle gepubliceerd in: Tegenkomsten Brieven Etc.. - Loquela: (Hooimaand 1883) nr.3, p.23-24
Fysieke bijzonderheden
Drager dubbel vel en enkel vel, 211x133
wit
papiersoort: 6 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.); op zijde 3 in de linkermarge: Staat in Loquela, 1883-1884, n° 3, bl. 24 (inkt, verticaal, hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief5348
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|11657
Inhoud
IncipitUw geleerd en welgeschreven be-
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.