<TEI xmlns="http://www.tei-c.org/ns/1.0" xmlns:exist="http://exist.sourceforge.net/NS/exist">
  <teiHeader>
    <fileDesc>
      <titleStmt>
        <title>16/11/1885, Mechelen, Alfons Verdoodt aan [Guido Gezelle]</title>
        <author>
          <persName>Verdoodt, Alfons</persName>
        </author>
        <editor>Guido Spyns</editor>
        <editor>Marc Carlier (research)</editor>
        <editor>Universiteit Antwerpen</editor>
        <principal>Els Depuydt</principal>
        <funder>
          <ref target="https://www.brugge.be/bibliotheek">Openbare Bibliotheek Brugge</ref> (Guido Gezellearchief)
        </funder>
        <funder>
          <ref target="https://ctb.kantl.be">Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie</ref> (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren)
        </funder>
        <funder>
          <ref target="https://www.uantwerpen.be/nl/onderzoeksgroep/isln/">Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN)</ref> (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen)
        </funder>
        <funder>Guido Gezellegenootschap</funder>
      </titleStmt>
      <publicationStmt>
        <publisher>Guido Gezellearchief</publisher>
        <pubPlace>Brugge</pubPlace>
        <publisher>KANTL/CTB</publisher>
        <pubPlace>Gent</pubPlace>
        <date>2026</date>
        <availability>
          <p>Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een 
            <ref target="https://creativecommons.org/licenses/by-nc/4.0/deed.nl">Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel</ref> licentie.
          </p>
        </availability>
      </publicationStmt>
      <sourceDesc>
        <msDesc>
          <msIdentifier>
            <country>België</country>
            <settlement>Brugge</settlement>
            <repository>Guido Gezellearchief</repository>
            <idno type="GGA">5554</idno>
            <idno type="GGA.record">11865</idno>
            <idno type="iiif-manifest">https://go.wander.be/iiif/bibliotheek-brugge/35467cc0fb0c312de0279204a4e3c5b4483e9ce3/manifest</idno>
          </msIdentifier>
          <msContents>
            <msItem>
              <incipit>'k Zende u met dezen het opstel over uwen</incipit>
            </msItem>
          </msContents>
          <physDesc>
            <objectDesc form="brieven">
              <supportDesc>
                <support>
                  <p>1 enkel vel; 1 dubbel vel, 211 mm x 136 mm</p>
                  <p>papier, wit, vierkant geruit</p>
                  <p>papiersoort: 6 zijden beschreven, inkt</p>
                </support>
                <condition>
                  <p>volledig</p>
                </condition>
              </supportDesc>
              <layoutDesc>
                <layout>
                  <p>briefpapier: kruisteken, met kroon en leeuw op schild, en met bijhorende spreuk, alles lichtrood gedrukt: Geloofd zij Jesus Christus</p>
                </layout>
              </layoutDesc>
            </objectDesc>
          </physDesc>
        </msDesc>
      </sourceDesc>
    </fileDesc>
    <encodingDesc>
      <projectDesc>
        <p>De briefwisseling van Guido Gezelle.</p>
      </projectDesc>
      <editorialDecl>
        <p>De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.</p>
        <p>De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.</p>
        <p>Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.</p>
        <p>Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.</p>
      </editorialDecl>
      <listPrefixDef>
        <prefixDef ident="brief" matchPattern="^(gg\..+)$" replacementPattern="https://edities.kantl.be/gezelle/ed/DALF.db.$1">
          <p>Privé-URI's met het 
            <code>brief</code> prefix verwijzen naar andere brieven in de editie. De URI  
            <code>brief:gg.10184</code> verwijst bijvoorbeeld naar 
            <code>https://edities.kantl.be/gezelle/ed/DALF.db.gg.10184</code>.
          
          </p>
        </prefixDef>
        <prefixDef ident="record" matchPattern="^(\d+)$" replacementPattern="https://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.$1">
          <p>Privé-URI's met het 
            <code>record</code> prefix verwijzen naar recordnummers in de catalogus van de Openbare Bibliotheek Brugge. De URI  
            <code>record:1322</code> verwijst bijvoorbeeld naar 
            <code>https://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|1322</code>.
          
          </p>
        </prefixDef>
      </listPrefixDef>
    </encodingDesc>
    <profileDesc>
      <langUsage>
        <language ident="nl">Nederlands</language>
      </langUsage>
      <textClass>
        <keywords>
          <term>brief</term>
        </keywords>
      </textClass>
      <correspDesc>
        <correspAction type="sent">
          <persName key="persoon1995">Verdoodt, Alfons</persName>
          <date when="1885-11-16" when-custom="1885-11-16">16/11/1885</date>
          <placeName key="plaats0672">Mechelen (Mechelen)</placeName>
        </correspAction>
        <correspAction type="received">
          <persName key="persoon0905" evidence="conjecture">Gezelle, Guido</persName>
        </correspAction>
        <note type="remarks">briefversie van datering: 16 Alderheiligen '85 ; adressaat gereconstrueerd op basis van de aanhef en de brieftekst</note>
      </correspDesc>
    </profileDesc>
    <xenoData>
      <data xmlns="https://www.brugge.be/bibliotheek/brocade">
        <iiif>
          <li type="manifest">
            <manifest>https://go.wander.be/iiif/bibliotheek-brugge/35467cc0fb0c312de0279204a4e3c5b4483e9ce3/manifest</manifest>
          </li>
        </iiif>
        <zcatfulltexts>
          <li type="ingrp">
            <ingrp>
              <access>brugge</access>
              <in>11865</in>
              <loc>kantl</loc>
              <ty>link</ty>
            </ingrp>
            <ingrp>
              <access>brugge</access>
              <in>Geloofd zij Jesus-Christus Mechelen, 16 Alderheiligen '85. Mijn eerweerde Heer G. Gezelle, 'k Zende u met dezen het opstel over uwen geëerden Duik. Maar, die drukkers! 'k heb er mij 'k weet niet hoe lastig in gemaakt. Ze veranderen en verschoolmeesteren ne mensch zijn schrijven maar, totdat ze het zoo wat naar hunnen zin krijgen. Hier, aan mijne aanbeveling, heeft de printer tamelek veel, ja veel te veel aan veranderd, zoo b.v.: weglating van 't loochenwoordeken en, waar ik nochtans veel van houd; gebruik van dan voor als, 't gene ik nooit en zou zetten; hij wil voor wilt, 't gene ze al ons kanten zoo min als ievers el en bezigen enz... En niet alleen heeft hij zoo hier en daar woorden en wendingen veranderd; maar de slimme vos, omdat hij waarschijnelek den duik niet en verkoopt, heeft hij 't bezonderste der aanbeveling, tenden van 't stuk, weggelaten. 'k Had immers geschreven, of iets in dien aard: "koopt dus allen den Duikalmanak van Guido Gezelle, en spant al uwe krachten in om hem in de vlaamsche huizen te plaatsen." En, dat hij zoo iets wilt gaan verbeteren! 'k Had hem nochtans nen brief geschreven, waar ik nog al in 't lang over volkstaal gesproken had, en hem genoeg te verstaan gegeven, dat ik er aanhield van maar vrijelek te zingen lijk ons Heer mij gebekt heeft. Maar ziet: 't is zooals gij mij in uwen geeerden brief schreeft: als er cengs te winnen zijn, dan is er middel, om die baaskens hunne verschoolmeestering voor nen oogenblik te doen afleggen; - maar zoo niet, dan schoeien ze maar voort op den versleten, vreemden domine-leest. Dit zij nu genoeg over den Duik en zijne aanbeveling. 'k Zou geeren een woordeken schrijven over iets el, dat mij op 't herte ligt lijk ne steen: en 't is, eerweerde Heer, over de feeste van Thielt. Wat er daar allegaar te Thielt gedaan en gezeid geweest is, en weet ik niet: 'k heb alleenelek in "Rond den Heerd", uwe geachte Kerkhofblommen op 't graf van eerweerden De Bo zaliger gelezen. Het hoofdgedacht, dat ik van die lezing behield, was dees: De Bo zaliger was nen aldergeleerdsten taalvorscher, die hem bijzonderlek op de taal van 't volk heeft toegelegd; - en 't is zoo ook dat het zijn moet want: 't en zijn de schoolmeesters niet, die aan de taal heur wetten stellen, neen, 't is het volk, dat de taal maakt; dat volk, 't welk, ondanks allerhande werkingen van tegenstrijd en ontvlaamsching, 't zelfste nochtans gebleven is in 't spreken zijner moedertale." Zóó dacht ik; 'k peisde: Meester Gezelle maakt van deze gelegenheid gebruik, om eens vlakaf en in 't openbaar zijn taalstelsel bloot te leggen; om eens duchtig, en dat in 't bijzijn van honderden verhollandschte Davidsfondsers, te velde te trekken tegen schoolmeesterije en Reinaerdij. Meer, veel meer eigentlek en had ik er niet in gezien. Wél&lt;-,&gt; had ik daar van kromme sprongen, van tuimelperten, van ruitebrekerije enz gelezen: maar die kromme springers, die tuimelaars, die ruitenbrekers en waren in mijn oordeel niemand anders, als onze verhollandschte schoolvossen, die, meende ik, terecht de ruitebrekers, 't is te zeggen de afbrekers onzer goede, zuivere, echt vlaamsche boeketaal mogen heeten. Wel had ik daar gedachten tegengekomen, die mij zoo wat vies, aardig, drollig en schots voorkwamen, b.v. dat “noch burgoensche wulpschheid [xxxx] van ons volk ooit iets anders &lt;+hadden&gt; kunnen maken als het eerbiedweerdig vlaamsche volk, en van de taal van dat volk niets anders als onze oude, eerbiedweerdige moedertale"; - maar, 'k zeg, dat alles zette ik op de kap der verhollandschte schoolvossen, en met een beetje goeden wil kon ik mijne eerste verwondering alras verdrijven: 't was, dacht ik, geheel en gansch naar mijne eigene meening. Zoo dacht ik dus, en 'k meende gelijk te hebben, om dies wil dat alles, zóó opgevat, alderbest met uwe andere schrijvenissen overeenstemt, en nog te meer, omdat juist diezelfste gedachten herdrukt wierden in den Bames van Loquela, waar het mij scheen van pas te komen, om de Reinardie te bevechten. Goed! Maar, hoe dat ne mensch sommes wel deerlek zou mis verstaan! Is er hier gisteren geen soort van Driesken de Nijper23 aangekomen, waar die eigeste woorden heel anders uitgelegd staan? Misschien kent ge dat schrifteken al; 't heet: De Ruitenbreke{&lt;-n&gt;&lt;+r&gt;}s.24 't Zou mij te lang worden, moest ik hier in 't wijd en breed de verschillige gezegdens dier Nijpers ofte Ruitenbrekers aanhalen. Een dingen springt er uit al hunne woorden: "Heer en Meester Gezelle heeft zijn trouwste volk gebrandmerkt en afgezworen; al die schoone woorden van: wilde peerden, zotte medepeerdekens, kromme springers enz... enz...., zijn gericht, niet tegen schoolmeesterij en Reinaerdie, maar tegen.... de vlaamsche studentenbeweging!" Zie, als ik dat las, dat was 't of ik ne slag op den kop kreeg. Hoe is 't mogelek? Hoe is 't mogelek? Zoo dan zou het tegen de studentenbeweging, - hunne vurigheid voor 't herwinnen hunner schoolrechten, voor 't doorgronden der moedertale, voor de herwording van ons {&lt;=Vl.&gt;[=Vlaamsch]} volk; dan zou het tegen hunne landdagen,25 hun strijden en kappen op fransche, verfranschte en franschgezinde overheid, dan zou 't, in één woord, tegen die groote vlaamschgezinde studenten beweging zijn, dat mijn eerweerde {&lt;-h&gt;&lt;+H&gt;}eer Gezelle te Thielt zoo deerlek is uitgevallen? Dan is hij van gedacht dat er niet gedaan moet worden, als enkel de taal op zijn eigen gestudeerd? Dan ziet hij niets, maar nieteken goed in de {&lt;=Vl.&gt;[=Vlaamsche]} studenten, niet alleene voor het diep aanleeren en 't liefhebben der taal, maar ook nog voor 't hervormen van ons {&lt;=Vl.&gt;[=Vlaamsch]} volk en de herwinning onzer dierste, maar vertrapte rechten, 't is eender op welk gebied, zoo wel bij onze hooge geesteleke, als wereldleke franschgezinde overheid? {&lt;-E&gt;&lt;+M&gt;}aar nee{&lt;-t&gt;&lt;+n&gt;}; dat en is, noch en kan niet zijn? Dat moet zeker van onze Nijpers slecht verstaan zijn. Welhoe! neemt de studentenbeweging eweg, en de vlaamsche strijd is, om zoo te zeggen, een zielloos lichaam geworden. Neemt de studenten hunne vierige Vlaamschgezindheid af, en wat wordt er dan nog gedaan voor 't {&lt;=Vl.&gt;[=Vlaamsch]} volk? Waar zijn de vechters voor taal, voor godsdienst en zeden? Waar zijn, ja, de studeerders, de vorschers, de beoefenaars der Moedertaal. Maar, zoudt ge zeggen, hunne hevigheid dan? Ze verbrodden de zaken! Z' en verstaan der geen boes van! Niet waar, zeg ik; logen en laster, zeggen onze Antwerpsche Ruitenbrekers. Ja, ze verstaan de Groote Vlaamsche Zaak alderbest; ze begrijpen dat het niet genoeg en is Vlaming te zijn, maar dat we ook Vlaamschgezind dienen te wezen, maar Vlaamsch en Vlaamschgezind niet half en gebroken, maar heelegansch; niet alleen om de taal uit heur verleden en &lt;-bij&gt; het volk op te zoeken, niet alleen om tot in de diepste diepten van onzen rijken taalschat door te dringen, maar nog om ons volk, onze broeders, onze stam- en taalgenooten, ja, en om ons eigen te ontslaven van die vreemde banden, waar vreemd gespuis eeuwenlang ons volk heeft in geprangd gehouden, en waarin we nu, sedert meer als een halve eeuw, door ons eigen volk, door andere onzer stambroeders, die aard en taal verloochend hebben, door onze verfranschte geesteleke en wereldleke overheden op de schandigste wijze genepen worden. Ja, dat moet een einde hebben! Aan ons, al onze gestolen rechten, niet gedeeltelek, niet als een toegeworpen brok, maar heel en gansch, in gansch hun eerbiedweerdig voorkomen. Ja, ons Vlaanderen doen herleven, doen herworden, dat willen zij; dat is hun doel waar ze onverpoosd naar streven, voor 't welk ze bereid zijn alles op te offeren, en waarvoor al meer als een onzer makkers op den Vlaamschen Martelaarsboek door onze ongenadige, dweepzuchtige tegenstrevers is gebracht geworden. Doch, wat wil ik hier in mijne haaste den tijd verspillen, om met eenige flauwe woorden den kloeken studentenkamp te verheffen. Daarbij, 'k ben vast overtuigd dat ge daarover dezelfde gevoelens gehad hebt, en blijft hebben, als ik, en dat, ja, 't gene ik hierboven van den uitleg onzer Antwerpsche Ruitenbrekers zeide, niet anders als een misverstaan zijn en kan. p5 Gij weet te goed, mijn eerweerde, hoe nuttig, hoe noodzakelek onze studentenstrijd is; ge weet genoeg wat zegepralen de studenten voor onze heilige {&lt;=Vl.&gt;[=Vlaamsche]} zaak al behaald hebben, zonder te spreken van de overwinningen, die we dageleks, dank aan de studenten, te gemoet treden; ge weet genoeg dat het {&lt;=Vl.&gt;[=Vlaamsch]} studentleger eene macht is, die ja, recht naar heur doel gaat, met opgeheven kop en zonder om te zien; dat alle middelen, hoe klein of hoe groot ze ook zouden wezen, daardoor alleen dat ze wettig zijn, en dat ze eenigszins op de omstandigheden passen, dat die middelen, zeg ik, de onze zijn, en wij ze onbeschroomd, in 't aanschijn van koning en bisschop durven gebruiken; ge weet genoeg, dat de studenten Vlaanderen letterlek om willen wentelen, niet met vier en zweerd, niet om het in eenen afgrond van verbastering, ontaarding, ontkristening, en wat weet ik nog al te storten, maar omwentelen met wettige middelen, omwentelen om het te maken 'tgene het altoos had moeten wezen; zij, de studenten, ze kunnen wel rekening houden van eerbied aan overheid, rekening van de omstandigheden, maar koppig zijn tegen koppigen, maar kappen en kerven, maar schreeuwen en tieren als het pas geeft, dat de verfranschte bazen kiekenvleesch krijgen, en sidderend in hunne fransche schansingen terug kruipen, ja, ja, dat kunnen ze ook, dat doen ze, dat zullen ze blijven doen. &lt;-met&gt; dit zooveel, zoonijg en zoodikwils mogelek, en steeds met vernieuwden iever, met blijden hoop, en.... met verbazender getal. Neen, dat en geloof ik niet, dat een Vlaming, zooals mijn Heer en Meester Gezelle het altoos geweest is, dat hij zoo, tegen 't gevoelen van alle echte Vlamingen in, zou kunnen of derren spreken. Ha! 't was mij pijnlek in de Ruitenbrekers van Antwerpen zoo 'n grove beschuldigingen te moeten lezen. Nochtans, 'k moet het bekennen, en 'k ben zeker dat alle Vlamingen, alle Blauwvoeten, - buiten de Blauwvoeten en zijn der niets als slapers, droomers en... zeeveraars, - dat ze allegaar zullen bekennen met mij, dat wie zoo moest spreken gelijk ze u daar willen afschetsen, van alle studenten ongelijk zou krijgen en dat ze hem fijn zouden laten alleen zagen. Mag ik u iets verzoeken, Eerweerde? 't Is van zoo goed te zijn, mij nogmaals een briefken te willen schrijven, om mij van de waarheid te onderrichten. 'k Ben doodnieuwsgierig. Duizendmaal dank voor uwen verleden brief: zulke stukken blijven bewaard. Vergeef mij al de openhertigheid van eenen rechtzinnigen Vlaming, alsook mijn haastig gekribbel. 'k En heb geenen tijd meer tot verdere plichtpleging. Hoogachtend gegroet en gedankt! Alfons Verdoodt, Onderdiaken, Gr. Sem. Mechelen 'k En heb geenen tijd om te herlezen. Verschooning.</in>
              <loc>text</loc>
              <ty>transcription</ty>
            </ingrp>
          </li>
        </zcatfulltexts>
        <zhrcondition>
          <li type="condnotegroup">
            <condnotegroup>
              <condnote>volledig</condnote>
              <condnotety>ggacond</condnotety>
            </condnotegroup>
          </li>
        </zhrcondition>
        <zhrdimensions>
          <li type="dmsgroup">
            <dmsgroup>
              <dms>1</dms>
              <dmspart>*</dmspart>
              <dmsunit>ssheet</dmsunit>
            </dmsgroup>
            <dmsgroup>
              <dms>1</dms>
              <dmspart>*</dmspart>
              <dmsunit>dsheet</dmsunit>
            </dmsgroup>
            <dmsgroup>
              <dms>211</dms>
              <dmspart>geheel</dmspart>
              <dmsty>hi</dmsty>
              <dmsunit>mm</dmsunit>
            </dmsgroup>
            <dmsgroup>
              <dms>136</dms>
              <dmspart>geheel</dmspart>
              <dmsty>wi</dmsty>
              <dmsunit>mm</dmsunit>
            </dmsgroup>
          </li>
          <li type="dmsnotegroup">
            <dmsnotegroup>
              <dmsnote>6 zijden beschreven</dmsnote>
              <dmsnotety>ggapage</dmsnotety>
            </dmsnotegroup>
          </li>
          <xdmscmmm>211 mm x 136 mm</xdmscmmm>
          <xdmsheet>1 enkel vel; 1 dubbel vel</xdmsheet>
        </zhrdimensions>
        <zhrdocuments>
          <li type="document">
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_5554_01_01r.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 1</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_5554_01_01v.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 2</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_5554_01_02r.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 3</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_5554_01_02v.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 4</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_5554_01r.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 1 en 4</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_5554_01v.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 2 en 3</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_5554_02r.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 5</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_5554_02v.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 6</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
          </li>
        </zhrdocuments>
        <zhridentity>
          <li type="altnrgroup">
            <altnrgroup>
              <altnr>GGA, Corr. I, 1885 [19,94] ; CGS, 248D</altnr>
              <altnrty>ggasignant</altnrty>
            </altnrgroup>
          </li>
          <li type="classificationterm">
            <classificationterm>a::aat.10278:1.2</classificationterm>
          </li>
          <li type="idennotegroup">
            <idennotegroup>
              <idennote>briefpapier: kruisteken, met kroon en leeuw op schild, en met bijhorende spreuk, alles lichtrood gedrukt: Geloofd zij Jesus Christus</idennote>
              <idennote_ggaspec>briefpapier: kruisteken, met kroon en leeuw op schild, en met bijhorende spreuk, alles lichtrood gedrukt: Geloofd zij Jesus Christus</idennote_ggaspec>
              <idennotety>ggaspec</idennotety>
            </idennotegroup>
            <idennotegroup>
              <idennote>briefversie van datering: 16 Alderheiligen '85 ; adressaat gereconstrueerd op basis van de aanhef en de brieftekst</idennote>
              <idennote_ggagen>briefversie van datering: 16 Alderheiligen '85 ; adressaat gereconstrueerd op basis van de aanhef en de brieftekst</idennote_ggagen>
              <idennotety>ggagen</idennotety>
            </idennotegroup>
          </li>
          <identifier>6/11865</identifier>
          <li type="objectname">
            <objectname>brief</objectname>
          </li>
          <li type="repository">
            <repository>Guido Gezellearchief</repository>
          </li>
          <li type="titlegroup">
            <titlegroup>
              <titleap>1</titleap>
              <titlelg>dut</titlelg>
              <titleti>Alfons Verdoodt aan [Guido Gezelle]</titleti>
              <titleti_conti>Alfons Verdoodt aan [Guido Gezelle]</titleti_conti>
              <titlety>conti</titlety>
            </titlegroup>
            <titlegroup>
              <titleap>1</titleap>
              <titlelg>dut</titlelg>
              <titleti>'k Zende u met dezen het opstel over uwen</titleti>
              <titleti_incbr>'k Zende u met dezen het opstel over uwen</titleti_incbr>
              <titlety>incbr</titlety>
            </titlegroup>
          </li>
          <li type="xclassificationterm">
            <xclassificationterm>
              <classificationterm>brieven</classificationterm>
              <classificationterm_xac>a::aat.10278:1.2</classificationterm_xac>
            </xclassificationterm>
          </li>
          <li type="xrepository">
            <xrepository>
              <repository>Guido Gezellearchief</repository>
            </xrepository>
          </li>
          <xrepository_vw>Guido Gezellearchief</xrepository_vw>
        </zhridentity>
        <zhrinscriptions>
          <li type="inscrgroup">
            <inscrgroup>
              <inscription>Alfons Verdoodt</inscription>
              <inscrty>handtekening</inscrty>
            </inscrgroup>
          </li>
        </zhrinscriptions>
        <zhrisad>
          <li type="isadgrp">
            <isadgrp>
              <isadloi>isad:gga:12</isadloi>
            </isadgrp>
          </li>
        </zhrisad>
        <zhrlocation>
          <li type="locgroup">
            <locgroup>
              <loc>5554</loc>
              <locpkid>obbruggez</locpkid>
            </locgroup>
          </li>
          <xloc>5554</xloc>
        </zhrlocation>
        <zhrmaterialstechniques>
          <li type="matgroup">
            <matgroup>
              <mat>inkt</mat>
              <matpart>*</matpart>
              <matrole>medium</matrole>
              <xmat>inkt</xmat>
            </matgroup>
            <matgroup>
              <mat>papier</mat>
              <matcl>vierkant geruit</matcl>
              <matcol>wit</matcol>
              <matpart>*</matpart>
              <matrole>drager</matrole>
              <xmat>papier, wit, vierkant geruit</xmat>
            </matgroup>
          </li>
          <li type="techgroup">
            <techgroup>
              <tech>gevouwen</tech>
              <techpart>*</techpart>
            </techgroup>
          </li>
          <xmat_drager>papier, wit, vierkant geruit</xmat_drager>
          <xmat_medium>inkt</xmat_medium>
        </zhrmaterialstechniques>
        <zhrproduction>
          <li type="contextgroup">
            <contextgroup>
              <bdate>16/11/1885</bdate>
              <location>Mechelen</location>
            </contextgroup>
          </li>
          <li type="creatorgroup">
            <creatorgroup>
              <creator>a::pg.2673</creator>
              <creator_bs_PG>Verdoodt, Alfons</creator_bs_PG>
              <creatorrole>bs</creatorrole>
            </creatorgroup>
            <creatorgroup>
              <creator>a::pg.1291</creator>
              <creator_be_PG>[Gezelle, Guido]</creator_be_PG>
              <creatorqualifier>reconstructed</creatorqualifier>
              <creatorrole>be</creatorrole>
            </creatorgroup>
          </li>
        </zhrproduction>
        <zhrsubjects>
          <li type="subjspecgroup">
            <subjspecgroup>
              <subjspeccat>language</subjspeccat>
              <subjspecdesc>Nederlands</subjspecdesc>
            </subjspecgroup>
          </li>
        </zhrsubjects>
      </data>
    </xenoData>
    <revisionDesc>
      <change when="2026-08-12">mvass (via Oxygen): update metadata</change>
      <change when="2026-08-12">mvass: transformation Word -- DALF</change>
    </revisionDesc>
  </teiHeader>
  <text type="brief" xml:id="gg.11865" n="11865">
        <body>
            <div type="correspBlock.content">
                <pb n="p1" type="editor" facs="https://bibmedia.brugge.be/images/gezelle/GGA_5554_01_01r.jpg"/>
                <opener>
                    <fw type="briefhoofd">Geloofd zij Jesus-Christus</fw>
                    <dateline>
                        <name type="plaats" key="plaats0672" n="Mechelen">Mechelen,</name> 16 Alderheiligen '85.</dateline>
                    <salute>Mijn eerweerde Heer <name type="persoon" key="persoon0905" n="Gezelle, Guido">G. Gezelle,</name>
                    </salute>
                </opener>
                <p>'k Zende u met dezen het opstel over uwen geëerden <name type="werk.gg" key="werk.gg0017" n="Duikalmanak">Duik</name>.<note place="foot">
                        <p> In <ref type="brief" target="brief:gg.11859">zijn vorige brief van 04/11/1885 aan G. Gezelle schreef Verdoodt</ref>: ”'k Hebbe den Duikalmanak gekregen, en 't is prachtig. 't Is een rechte schat van vl. geest, en daar valt schrikkelek veel in te leeren. 'k Heb hem eene warme en breedvoerige aanbeveling bezorgd in de "Gazet van Merchtem". </p>
                        <p>De aankondiging van de <hi rend="italic">Duikalmanak </hi>van Verdoodt verscheen in: <name type="werk.ander" key="werk.ander2100" n="Gazet van Merchtem : nieuws- en annoncenblad der kantons Assche en Wolverthem">Gazet van Merchtem</name>: 22 (15 november 1885) 3. Volledig overgenomen in: Adolf Duclos, Over eenen Almanak. In: Rond den Heerd: 21 (11 december 1885) 3, p. 23-24.</p>
                    </note> Maar, die drukkers! 'k heb er mij 'k weet niet hoe lastig in gemaakt. Ze veranderen en verschoolmeesteren ne mensch zijn schrijven maar, totdat ze het zoo wat naar hunnen zin krijgen. Hier, aan mijne aanbeveling,<note place="foot">
                        <p> zie brief 11859:' eene (...) breedvoerige aanbeveling bezorgd in de ’Gazet van Merchtem’</p>
                    </note> heeft <name type="persoon" key="persoon4202" n="Dieudonné, Jacobus Augustinus">de printer</name> tamelek veel, ja veel te veel aan veranderd, zoo b.v.: weglating van 't loochenwoordeken <hi rend="underline">en,</hi> waar ik nochtans veel van houd; gebruik van <hi rend="underline">dan</hi> voor <hi rend="underline">als</hi>, 't gene ik nooit en zou zetten; hij wi<hi rend="underline">l</hi> voor wi<hi rend="underline">lt</hi>, 't gene ze al ons kanten zoo min als ievers el en bezigen enz... En niet alleen heeft hij zoo hier en daar woorden en wendingen veranderd; maar de slimme vos, omdat hij waarschijnelek den duik niet en verkoopt, heeft hij 't bezonderste der aanbeveling, tenden van 't stuk, weggelaten. 'k Had immers geschreven, of iets in dien aard: "koopt dus allen den Duikalmanak van Guido Gezelle, en spant al uwe krachten in om hem in de vlaamsche huizen te plaatsen." En, dat hij zoo iets wilt gaan verbeteren! 'k Had hem nochtans nen brief geschreven, waar ik nog al in 't lang over volkstaal gesproken had, en hem genoeg te verstaan gegeven, dat ik er aanhield van maar vrijelek te zingen lijk ons Heer mij gebekt heeft. Maar ziet: 't is zooals gij mij in uwen geeerden brief schreeft: als er cengs te winnen zijn, dan is er middel, om die baaskens hunne verschoolmeestering voor nen oogenblik te doen afleggen; - maar zoo niet, dan schoeien ze maar voort op den versleten, vreemden domine-leest.<pb n="p2" type="editor" facs="https://bibmedia.brugge.be/images/gezelle/GGA_5554_01_01v.jpg"/>Dit zij nu genoeg over den Duik en zijne aanbeveling. 'k Zou geeren een woordeken schrijven over iets el, dat mij op 't herte ligt lijk ne steen: en 't is, eerweerde Heer, over de feeste van <name type="plaats" key="plaats1121" n="Tielt">Thielt</name>.<note place="foot">
                        <p>Op 30 september 1885 organiseerde het <name type="instelling" key="instelling0009" n="Davidsfonds Tielt">Davidsfonds te Tielt</name> een huldiging voor de op 25 augustus overleden Leonard Lodewijk De Bo. Daar voerde Gezelle het woord waarbij hij, al dan niet onder druk van het bisdom, de militante Vlaamse studenten ‘ruitenbrekers’ noemde en zo afstand nam van de studenten. </p>
                    </note>
                </p>
                <p>Wat er daar allegaar te Thielt gedaan en gezeid geweest is, en weet ik niet: 'k heb alleenelek in "<name type="werk.gg" key="werk.gg0018" n="Rond den Heerd. Een leer-en leesblad voor alle lieden.">Rond den Heerd</name>",<note place="foot">
                        <p> De tekst van Guido Gezelles rede verscheen als: Kerkhofblommen. In: Rond den Heerd: 20 (4 oktober 1885) 45, p. 349-356.</p>
                    </note> uwe geachte Kerkhofblommen op 't graf van eerweerden <name type="persoon" key="persoon0477" n="De Bo, Leonard Lodewijk">De Bo</name> zaliger gelezen. Het hoofdgedacht, dat ik van die lezing behield, was dees: De Bo zaliger was nen aldergeleerdsten taalvorscher, die hem bijzonderlek op de taal van 't volk heeft toegelegd; - en 't is zoo ook dat het zijn moet want: 't en zijn de schoolmeesters niet, die aan de taal heur wetten stellen, neen, 't is het volk, dat de taal maakt; dat volk, 't welk, ondanks allerhande werkingen van tegenstrijd en ontvlaamsching, 't zelfste nochtans gebleven is in 't spreken zijner moedertale." Zóó dacht ik; 'k peisde: Meester Gezelle maakt van deze gelegenheid gebruik, om eens vlakaf en in 't openbaar zijn taalstelsel bloot te leggen; om eens duchtig, en dat in 't bijzijn van honderden verhollandschte <name type="instelling" key="instelling0009" n="Davidsfonds Tielt">Davidsfondsers</name>, te velde te trekken tegen schoolmeesterije en Reinaerdij.<note place="foot">
                        <p> In het tijdschrift Noord en Zuid: 6 (1883) p. 97-98, houdt Arnoldus Stellwagen een pleidooi om het woord ’reinardie’ een plaats te geven in de Woordenlijst der Nederlandsche Taal. Het woord wordt voor het eerst aangetroffen bij Jacob van Maerlant in <hi rend="italic">Van den lande van Oversee. </hi>Hij verbindt het met de betekenis ’vossenstreek, schelmerij, schurkerij, huichelarij.</p>
                    </note> Meer veel meer eigentlek en had ik er niet in gezien. Wél<del>,</del> had ik daar van <hi rend="underline">kromme sprongen</hi>, van <hi rend="underline">tuimelperten</hi>, van <hi rend="underline">ruitebrekerije</hi> enz gelezen: maar die kromme springers, die tuimelaars, die ruitenbrekers en waren in mijn oordeel niemand anders, als onze verhollandschte schoolvossen, die, meende ik, terecht de ruitebrekers, 't is te zeggen de afbrekers onzer goede, zuivere, echt vlaamsche boeketaal mogen heeten. Wel had ik daar gedachten tegengekomen, die mij zoo wat vies, aardig, drollig en schots voorkwamen, b.v. dat “noch burgoensche<note place="foot">
                        <p> In de tekst van Gezelles rede, gepubliceerd als: Kerkhofblommen. In: Rond den Heerd: 20 (4 oktober 1885) 45, p. 349-356 verwijst dit naar Bourgondiërs, hij heeft het over ‘Noch de Bourgoensche wulpschheid, ...’:</p>
                        <p>“Noch de Bourgoensche wulpschheid, noch het spaansche geweld, noch de oostenrijksche philosophie, noch de fransche terreur, noch de te laat bekende en beklaagde “dwalingen en overijlingen van het gewezen hollandsch bestuur”; neen, noch onze hedendaagsche fransche hofhouding, noch ons fransch geld, noch onze fransche maten en gewichten, noch onze fransche wetgeving, noch ons fransch bestier, noch ons fransch recht, noch ons fransch krijgswezen, noch onze fransche academie'n, noch onze fransche hooge en leege schoolen; neen, noch onze zoo gezeid vlaamsche beweginge zelve en hebben van ons volk ooit iets anders konnen maken als het oude en 't eerbiedweerdig vlaamsche volk; en hebben van de tale van dat volk ooit iets anders kunnen maken als onze oude vlaamsche en eerbiedweerdige moedertale!”</p>
                    </note> wulpschheid ... van ons volk ooit iets anders <add>hadden</add> kunnen maken als het eerbiedweerdig vlaamsche volk, en van de taal van dat volk niets anders als onze oude, eerbiedweerdige moedertale"; - maar, 'k zeg, dat alles zette ik op de kap der verhollandschte schoolvossen, en met een beetje goeden wil kon ik mijne eerste verwondering alras verdrijven: 't was, dacht ik, geheel en gansch naar mijne eigene meening.eigentlekeerbiedweerdig<pb n="p3" type="editor" facs="https://bibmedia.brugge.be/images/gezelle/GGA_5554_01_02r.jpg"/>Zoo dacht ik dus, en 'k meende gelijk te hebben, om dies wil dat alles, zóó opgevat, alderbest met uwe andere schrijvenissen overeenstemt, en nog te meer, omdat juist diezelfste gedachten herdrukt wierden in den<note place="foot">
                        <p> G. Gezelle, Brieven Tegenkomsten. In: Loquela: 5 (Bamess 1885) 4, p.47 en 48. In deze rubriek worden de krachtlijnen van de Tieltse redevoering herhaald waarbij de Vlaamse Beweging in één adem vernoemd wordt met alle krachten die de 'oude vlaamsche en eerbiedweerdige moedertale' hebben proberen te dwarsbomen : ' noch onze soo geseid vlaamsche beweging zelve en hebben van ons volk iets anders kunnen maken als het oude en eerbiedweerdig vlaamsch volk; en hebben van de tale van dat volk ooit iets anders kunnen maken als ons oude vlaamsche en eerbiedweerdige moedertale"'</p>
                    </note> van, waar het mij scheen van pas te komen, om de Reinardie te bevechten.<name type="werk.gg" key="werk.gg0019" n="Loquela">Loquela</name>, waar het mij scheen van pas te komen, om de Reinardie te bevechten.</p>
                <p>Goed! Maar, hoe dat ne mensch sommes wel deerlek zou mis verstaan! Is er hier gisteren geen soort van <name type="werk.ander" key="werk.ander2097" n="Driesken De Nijper almanak voor het jaar O.H.J.CH. ...">Driesken de Nijper</name>
                    <note place="foot">
                        <p>
                            <hi rend="italic"> Driesken de Nijper </hi>(1880-1881) was een katholiek, hekelend-schertsend blad dat antiliberaal was, de verfransing van het openbaar leven fel op de korrel nam, opkwam voor de vernederlandsing van het onderwijs en een contactblad wilde zijn voor de colleges van de provincies. Het blad werd uitgegeven in Antwerpen, maar was  een initiatief van de Mechelse seminaristen met als drijvende kracht onder andere Alfons Verdoodt. Al na twee afleveringen werd het tijdschrift vervangen door <hi rend="italic">De Student</hi> (1881)  .</p>
                    </note> aangekomen, waar die eigeste woorden heel anders uitgelegd staan? Misschien kent ge dat schrifteken al; 't heet: <name type="werk.ander" key="werk.ander2098" n="De ruitenbrekers">De Ruitenbreke<subst>
                            <del>n</del>
                            <add>r</add>
                        </subst>s.</name>
                    <note place="foot">
                        <p> In december 1885 publiceerden West-Vlaamse studenten, wellicht in hoofdzaak Emiel de Visschere een scherp pamflet getiteld: <hi rend="italic">De Ruitenbrekers</hi>, waarin ze Gezelle beschuldigden van verraad. Om de oorsprong van het pamflet te verdoezelen gaven Adolf Pauwels en Adelfons Henderickx een Antwerps accent aan de tekst. Het pamflet werd ook in Antwerpen uitgegeven. In het Leuvense studentenblad <hi rend="italic">Onze Vlaamsche Wekker, </hi>dat hoofdzakelijk door West-Vlaamse studenten werd gerund, verscheen eveneens een verontwaardigde reactie op Gezelles uitlatingen te Tielt.</p>
                    </note> 't Zou mij te lang worden, moest ik hier in 't wijd en breed de verschillige gezegdens dier Nijpers ofte Ruitenbrekers aanhalen. Een dingen springt er uit al hunne woorden: "Heer en Meester Gezelle heeft zijn trouwste volk gebrandmerkt en afgezworen; al die schoone woorden van: wilde peerden, zotte medepeerdekens, kromme springers enz... enz...., zijn gericht, niet tegen schoolmeesterij en Reinaerdie, maar tegen...<note place="foot">
                        <p> Het gaat hier om een lang citaat waarvan Verdoodt een deel weglaat om het schrijven te verkorten, en vervangt door drie puntjes die hij met elkaar verbindt.</p>
                    </note> de vlaamsche studentenbeweging!"</p>
                <p>Zie, als ik dat las, dat was 't of ik ne slag op den kop kreeg. Hoe is 't mogelek? Hoe is 't mogelek? Zoo dan zou het tegen de studentenbeweging, - hunne vurigheid voor 't herwinnen hunner schoolrechten, voor 't doorgronden der moedertale, voor de herwording van ons <choice>
                        <abbr>Vl.</abbr>
                        <expan>Vlaamsch</expan>
                    </choice> volk; dan zou het tegen hunne landdagen,<note place="foot">
                        <p> De Landdagbeweging die zich ontwikkelde vanaf de jaren 1860, vormde tot aan de Eerste Wereldoorlog de aanzet tot een reeks al dan niet succesvolle initiatieven tot samenwerking van Vlaamsgezinden over ideologische en partijgrenzen heen. (encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/landdagbeweging)</p>
                    </note> hun strijden en kappen op fransche, verfranschte en franschgezinde overheid, dan zou 't, in één woord, tegen die groote vlaamschgezinde studenten beweging zijn, dat mijn eerweerde <subst>
                        <del>h</del>
                        <add>H</add>
                    </subst>eer Gezelle te Thielt zoo deerlek is uitgevallen? Dan is hij van gedacht dat er niet gedaan moet worden, als enkel de taal <hi rend="underline">op zijn eigen </hi>gestudeerd? Dan ziet hij niets, maar nieteken goed in de <choice>
                        <abbr>Vl.</abbr>
                        <expan>Vlaamsche</expan>
                    </choice> studenten, niet alleene voor het diep aanleeren en 't liefhebben der taal, maar ook nog voor 't hervormen van ons <choice>
                        <abbr>Vl.</abbr>
                        <expan>Vlaamsch</expan>
                    </choice> volk en de herwinning onzer dierste, maar vertrapte rechten, 't is eender op welk gebied, zoo wel bij onze hooge geesteleke, als wereldleke franschgezinde overheid?</p>
                <p>
                    <subst>
                        <del>E</del>
                        <add>M</add>
                    </subst>aar nee<subst>
                        <del>t</del>
                        <add>n</add>
                    </subst>; dat en is, noch en kan niet zijn? Dat moet zeker van onze Nijpers slecht verstaan zijn. <pb n="p4" type="editor" facs="https://bibmedia.brugge.be/images/gezelle/GGA_5554_01_02v.jpg"/>Welhoe! neemt de studentenbeweging eweg, en de vlaamsche strijd is, om zoo te zeggen, een zielloos lichaam geworden. Neemt de studenten hunne vierige Vlaamschgezindheid af, en wat wordt er dan nog gedaan voor 't <choice>
                        <abbr>Vl.</abbr>
                        <expan>Vlaamsch</expan>
                    </choice> volk? Waar zijn de vechters voor taal, voor godsdienst en zeden? Waar zijn, ja, de studeerders, de vorschers, de beoefenaars der Moedertaal. Maar, zoudt ge zeggen, hunne hevigheid dan? Ze verbrodden de zaken! Z' en verstaan der geen boes van! Niet waar, zeg ik; logen en laster, zeggen onze Antwerpsche Ruitenbrekers. Ja, ze verstaan de Groote Vlaamsche Zaak alderbest; ze begrijpen dat het niet genoeg en is Vlaming te zijn, maar dat we ook <hi rend="underline">Vlaamschgezind </hi>dienen te wezen, maar Vlaamsch en Vlaamschgezind niet half en gebroken, maar heelegansch; niet alleen om de taal uit heur verleden en <del>bij</del> het volk op te zoeken, niet alleen om tot in de diepste diepten van onzen rijken taalschat door te dringen, maar nog om ons volk, onze broeders, onze stam- en taalgenooten, ja, en om ons eigen te ontslaven van die vreemde banden, waar vreemd gespuis eeuwenlang ons volk heeft in geprangd gehouden, en waarin we nu, sedert meer als een halve eeuw, door ons eigen volk, door andere onzer stambroeders, die aard en taal verloochend hebben, door onze verfranschte geesteleke en wereldleke overheden op de schandigste wijze genepen worden. Ja, dat moet een einde hebben! Aan ons, al onze gestolen rechten, niet gedeeltelek, niet als een toegeworpen brok, maar heel en gansch, in gansch hun eerbiedweerdig voorkomen. Ja, ons Vlaanderen doen herleven, doen herworden, dat willen zij; dat is hun doel waar ze onverpoosd naar streven, voor 't welk ze bereid zijn alles op te offeren, en waarvoor al meer als een onzer makkers op den Vlaamschen Martelaarsboek door onze ongenadige, dweepzuchtige tegenstrevers is gebracht geworden.</p>
                <p>Doch, wat wil ik hier in mijne haaste den tijd verspillen, om met eenige flauwe woorden den kloeken studentenkamp te verheffen. Daarbij, 'k ben vast overtuigd dat ge daarover dezelfde gevoelens gehad hebt, en blijft hebben, als ik, en dat, ja, 't gene ik hierboven van den uitleg onzer Antwerpsche Ruitenbrekers zeide, niet anders als een misverstaan zijn en kan.<pb n="p5" type="editor" facs="https://bibmedia.brugge.be/images/gezelle/GGA_5554_02r.jpg"/>
                    <pb n="p5"/>Gij weet te goed, mijn eerweerde, hoe nuttig, hoe noodzakelek onze studentenstrijd is; ge weet genoeg wat zegepralen de studenten voor onze heilige <choice>
                        <abbr>Vl.</abbr>
                        <expan>Vlaamsche</expan>
                    </choice> zaak al behaald hebben, zonder te spreken van de overwinningen, die we dageleks, dank aan de studenten, te gemoet treden; ge weet genoeg dat het <choice>
                        <abbr>Vl.</abbr>
                        <expan>Vlaamsch</expan>
                    </choice> studentleger eene macht is, die ja, recht naar heur doel gaat, met opgeheven kop en zonder om te zien; dat alle middelen, hoe klein of hoe groot ze ook zouden wezen, daardoor alleen dat ze wettig zijn, en dat ze eenigszins op de omstandigheden passen, dat die middelen, zeg ik, de onze zijn, en wij ze onbeschroomd, in 't aanschijn van koning en bisschop durven gebruiken; ge weet genoeg, dat de studenten Vlaanderen letterlek om willen wentelen, niet met vier en zweerd, niet om het in eenen afgrond van verbastering, ontaarding, ontkristening, en wat weet ik nog al te storten, maar omwentelen met wettige middelen, omwentelen om het te maken 'tgene het altoos had moeten wezen; zij, de studenten, ze kunnen wel rekening houden van eerbied aan overheid, rekening van de omstandigheden, maar koppig zijn tegen koppigen, maar kappen en kerven, maar schreeuwen en tieren als het pas geeft, dat de verfranschte bazen kiekenvleesch krijgen, en sidderend in hunne fransche schansingen terug kruipen, ja, ja, dat kunnen ze ook, dat doen ze, dat zullen ze blijven doen. <del>met</del> dit zooveel, zoonijg en zoodikwils mogelek, en steeds met vernieuwden iever, met blijden hoop, en.... met verbazender getal.</p>
                <p>Neen, dat en geloof ik niet, dat een Vlaming, zooals mijn Heer en Meester Gezelle het altoos geweest is, dat hij zoo, tegen 't gevoelen van<pb n="p6" type="editor" facs="https://bibmedia.brugge.be/images/gezelle/GGA_5554_02v.jpg"/>alle echte Vlamingen in, zou kunnen of derren spreken.</p>
                <p>Ha! 't was mij pijnlek in de Ruitenbrekers van <name type="plaats" key="plaats0019" n="Antwerpen">Antwerpen</name> zoo 'n grove beschuldigingen te moeten lezen. Nochtans, 'k moet het bekennen, en 'k ben zeker dat alle Vlamingen, alle Blauwvoeten,<note place="foot">
                        <p> Verwijst naar een versregel uit het door A. Rodenbach geschreven <hi rend="italic">Lied der Vlaamse Zonen, (“Vliegt de Blauwvoet, Storm op zee”). </hi>De beweging die daaraan haar naam ontleende streed tegen de Franse taaldwang in het onderwijs<hi rend="italic">.</hi>
                        </p>
                    </note> - buiten de Blauwvoeten en zijn der niets als slapers, droomers en... zeeveraars, - dat ze allegaar zullen bekennen met mij, dat wie zoo moest spreken gelijk ze u daar willen afschetsen, van alle studenten ongelijk zou krijgen en dat ze hem fijn zouden laten alleen zagen.</p>
                <p>Mag ik u iets verzoeken, Eerweerde? 't Is van zoo goed te zijn, mij nogmaals een briefken te willen schrijven, om mij van de waarheid te onderrichten. 'k Ben doodnieuwsgierig. Duizendmaal dank voor uwen verleden brief: zulke stukken blijven bewaard.</p>
                <p>Vergeef mij al de openhertigheid van eenen rechtzinnigen Vlaming, alsook mijn haastig gekribbel. 'k En heb geenen tijd meer tot verdere plichtpleging.</p>
                <closer>
                    <salute>Hoogachtend gegroet en gedankt!</salute>
                    <signed>
                        <name type="persoon" key="persoon1995" n="Verdoodt, Alfons">Alfons Verdoodt,</name>
                    </signed>
                    <signed>Onderdiaken, <name type="instelling" key="instelling0395" n="Grootseminarie Mechelen">Gr. Sem.</name> Mechelen</signed>
                </closer>
                <postscript>
                    <p>'k En heb geenen tijd om te herlezen. Verschooning.</p>
                </postscript>
            </div>
        </body>
    </text>
</TEI>