Zijt gij nog niet heel en al nen ouden vriend vergeten die nu daaromtrent van vijve tot zes jaar begraven ligt - voor de wereld - bij Sinte Franciscus en de Capucijntjes? 'k En hope 'et niet, en, zelve, 'k en peize 'et niet; gij ten minsten leeft bij hem, en, 's meesters dichten die hij uit de wereld naar zijn klooster, den eenigsten boek, heeft meê verhuisd, doen hem nog menig menig stond met U slijten en genieten. Nu, dien oude vriend, 't is nen oude gazette schrijver,[2] nen oude student van Rousselare, wiens gedachten jegens Uw Eerw. en jegens Vlaanderen en Vlaamsch jegens werken voor al de schatten van ons kleene Vlaanderland, nog zijn en leven nu lijk toen hij, student ter dichterschole, poogde en pijnde zijn herte in mate en in Rijm in 't uwe uit te gieten. p2Verkent gij hem nog niet, zoo, 'k zal hem dan heeten lijk hij vroeger te heeten placht; Julius Devos was zijn name, en nu zeggen ze tegen hem: frater Renatus, minor capucinus. 't Heeft mij somwijlen vroeger gedocht dat ik toch een pleksken hadde in uw herte; 't en zal nu voorwaar niet opgevuld zijn of gesloten omdat ik één geworden ben van die Capucijntjes die ge altijd zoo geern hebt gezien, en menigmaal zoo treffelijk en hertroerende hebt beschreven.[3] Ergo dus, dien eigenste frater Renatus moet nu binnen drie weken priester gewijd worden[4] indien 't God belieft; zijn vader - moeder is dood en bij den Heere hope ik - zijn broeder en zusters[5] wenschen gedachtenissen van die wijdinge, en ik item van de gelijke; en ik hebbe op u gepeisd en 'k hebbe erover gesproken gisteren nog aan Eerw. vriend Demonie en 't is ons gedacht van altemale, 't moet van Meester Gezelle komen.[6] Ik mag het nu wel twee keers vragen, eerst en minst uit name van die oude vriendschap, van die eenheid in peizen en willen en gevoelen, in werkinge en beleid, tot in 't kampen toe, voor zoovele er te kampen is; tweeds en meest in name Sancti Francisci; misschien zijnp3wij, meer en beter als oude vrienden, broeders en kinders van dien eigensten vader en Patriarch Sint Franciscus van Assisien. Vraagt en bedelt ter liefde Gods, zei Sint Franciscus, en doet het zonder schaamte, ge biedt immers met Gods liefde meer ter wederjunste als
er met goud en schatten betaald kan worden. En nu, 'k bekenne mijn schuld, 'k wilde Demonie eerst doen schrijven, en daarom aleene en verdiende ik wel geen verhooren, vroege ik niet ter eere Gods en ter liefde Sti Francisci. Maar waarom geen gepakt van al de dichtjes die reeds bestaan, zoo lief en zoo schoone? Dat is nu nen keer zulk een "pretentie", - 'k en vinde geen vlaamsch voor dat leelijk fransch woord - om iets te hebben voor mij en ook iets dat past op de Capucijntjes, kan het zijn. Ten anderen iedereen hier en elders weet genoeg wat ik peize en meene, en 'k wensche wel hun te kunnen toogen dat ik daarin onveranderd gebleven ben, en nog gelijk hebbe ook, op den hoop toe. 't En moet niet lang zijn; 't is om op een geweune gedachtenisse; - ik kome misschien wat late, maar 'k en hebbe het maar eergisteren geweten dat het ging wijdinge zijn.p4Ik rekene dan op U, en zoo gauwe als de smete[7] komt - en nu, 'k bidde en smeeke, en zal ze zeker niet langer wachten als geweunelijk,- immers binnen veertien dagen is het Retraite (hoe dat gezeid in t vlaamsch?) en tegen toon[8] zou alles moeten kant en klaar gaan zijn. - Ik mag er staat op maken, nie waar! toe, 'k hoore U zeggen van Ja. Dezen Keer en vergete ik niet er een te zenden naar U.
Jun[9] mij nog een gebed tot overmate van goedhertigheid, en laat me nog eens zeggen, Eerweerden en Dierbare Heer ende Meester, dat ik altoos blijve, biddende ook voor U,
Later: Ik en meene ik niet dat die oude Razen,[13] maar ik hope dat zij niet en zijn vergeten - gij ziet het, 'k hebbe den duik, een nieuwejaarzende van mijn zuster.







