<Resultaat 1318 van 3062

>

p1+Geloofd Zij JezusDominus det tibi Pacem![1]
Mijn Eerweerden en Dierbare Heer ende Meester,

Zijt gij nog niet heel en al nen ouden vriend vergeten die nu daaromtrent van vijve tot zes jaar begraven ligt - voor de wereld - bij Sinte Franciscus en de Capucijntjes? 'k En hope 'et niet, en, zelve, 'k en peize 'et niet; gij ten minsten leeft bij hem, en, 's meesters dichten die hij uit de wereld naar zijn klooster, den eenigsten boek, heeft meê verhuisd, doen hem nog menig menig stond met U slijten en genieten. Nu, dien oude vriend, 't is nen oude gazette schrijver,[2] nen oude student van Rousselare, wiens gedachten jegens Uw Eerw. en jegens Vlaanderen en Vlaamsch jegens werken voor al de schatten van ons kleene Vlaanderland, nog zijn en leven nu lijk toen hij, student ter dichterschole, poogde en pijnde zijn herte in mate en in Rijm in 't uwe uit te gieten. p2Verkent gij hem nog niet, zoo, 'k zal hem dan heeten lijk hij vroeger te heeten placht; Julius Devos was zijn name, en nu zeggen ze tegen hem: frater Renatus, minor capucinus. 't Heeft mij somwijlen vroeger gedocht dat ik toch een pleksken hadde in uw herte; 't en zal nu voorwaar niet opgevuld zijn of gesloten omdat ik één geworden ben van die Capucijntjes die ge altijd zoo geern hebt gezien, en menigmaal zoo treffelijk en hertroerende hebt beschreven.[3] Ergo dus, dien eigenste frater Renatus moet nu binnen drie weken priester gewijd worden[4] indien 't God belieft; zijn vader - moeder is dood en bij den Heere hope ik - zijn broeder en zusters[5] wenschen gedachtenissen van die wijdinge, en ik item van de gelijke; en ik hebbe op u gepeisd en 'k hebbe erover gesproken gisteren nog aan Eerw. vriend Demonie en 't is ons gedacht van altemale, 't moet van Meester Gezelle komen.[6] Ik mag het nu wel twee keers vragen, eerst en minst uit name van die oude vriendschap, van die eenheid in peizen en willen en gevoelen, in werkinge en beleid, tot in 't kampen toe, voor zoovele er te kampen is; tweeds en meest in name Sancti Francisci; misschien zijnp3wij, meer en beter als oude vrienden, broeders en kinders van dien eigensten vader en Patriarch Sint Franciscus van Assisien. Vraagt en bedelt ter liefde Gods, zei Sint Franciscus, en doet het zonder schaamte, ge biedt immers met Gods liefde meer ter wederjunste als

er met goud en schatten betaald kan worden. En nu, 'k bekenne mijn schuld, 'k wilde Demonie eerst doen schrijven, en daarom aleene en verdiende ik wel geen verhooren, vroege ik niet ter eere Gods en ter liefde Sti Francisci. Maar waarom geen gepakt van al de dichtjes die reeds bestaan, zoo lief en zoo schoone? Dat is nu nen keer zulk een "pretentie", - 'k en vinde geen vlaamsch voor dat leelijk fransch woord - om iets te hebben voor mij en ook iets dat past op de Capucijntjes, kan het zijn. Ten anderen iedereen hier en elders weet genoeg wat ik peize en meene, en 'k wensche wel hun te kunnen toogen dat ik daarin onveranderd gebleven ben, en nog gelijk hebbe ook, op den hoop toe. 't En moet niet lang zijn; 't is om op een geweune gedachtenisse; - ik kome misschien wat late, maar 'k en hebbe het maar eergisteren geweten dat het ging wijdinge zijn.p4Ik rekene dan op U, en zoo gauwe als de smete[7] komt - en nu, 'k bidde en smeeke, en zal ze zeker niet langer wachten als geweunelijk,- immers binnen veertien dagen is het Retraite (hoe dat gezeid in t vlaamsch?) en tegen toon[8] zou alles moeten kant en klaar gaan zijn. - Ik mag er staat op maken, nie waar! toe, 'k hoore U zeggen van Ja. Dezen Keer en vergete ik niet er een te zenden naar U.

Jun[9] mij nog een gebed tot overmate van goedhertigheid, en laat me nog eens zeggen, Eerweerden en Dierbare Heer ende Meester, dat ik altoos blijve, biddende ook voor U,

van Uwe Eerweerde, de verkleefde en dankbare dienare in Christo Jesu,
frater Renatus :/:
minor capucinus indignus[10]
Brugge, St. Fernansdag,[11] A.D. 1886.
uit de Clara Strate.[12]

Later: Ik en meene ik niet dat die oude Razen,[13] maar ik hope dat zij niet en zijn vergeten - gij ziet het, 'k hebbe den duik, een nieuwejaarzende van mijn zuster.

Noten

[1] Vertaling (Paul Thoen): Dominus det tibi (suam) pacem = God geve je (zijn) vrede = is de franciscaanse groetformule helemaal passend bij de kapucijn Julius Devos.
[2] Nog voor 1880 schreef Devos voor de Brugse krant Burgerwelzijn, maar korte tijd later was hij journalist voor Het Handelsblad in Antwerpen. Toen de strijd tussen katholieken en liberalen in West-Vlaanderen hoog oplaaide, haalde Brugge hem terug en schreef hij bijdragen voor de Gazette van Brugge. (Digitale Nieuwsbrief 71 van de Heemkundige Kring Ten Mandere Izegem: ‘De eerste Vlaamse martelaar was een Izegemnaar’).
[3] Naast Rond den Heerd berichtte Gezelle verder ook in ‘t Jaer 30 over hun gedwongen onteigening voor de uitbreiding van het station in Brugge en maakte hierbij historische vergelijkingen met hun inzet tijdens eerdere epidemieën. (Zie o.m. zaterdag 15, 22 en 29 juli 1865, nr. 53-55). Drie jaar later (zaterdag 21 augustus 1869, nr. 268) schreef Gezelle in ’t Jaer 30 over het plan van de Kapucijnen om een tweede verblijfplaats in Brugge te creëren door een kerk te bouwen in de Boeveriestraat (Dirk Van Thieghem, Gezelles Gazette. De strijd tussen blauw en zwart. Brugge: Gidsenkring, 2019, p. 396).
[4] De priesterwijding vond plaats op 20 juni 1886 in de Kapucijnenkerk te Brugge in de Sint-Clarastraat.
[5] Julius had vier zussen: Emma Marie Suzanne Devos, Marie Suzanne Devos, Judith Sophia Devos en Esther Celine Marie Devos.
[6] Guido Gezelle schreef het gelegenheidsgedicht 'Renatus, in Francisci namen' voor zijn priesterwijding op 07/06/1886 en stuurt hem het gedicht nog dezelfde dag op.
[7] De smete = de priesterwijding waarbij de te wijden priester, op de buik, languit op de grond ligt.
[8] Tegen toôn of tegen toen = tegen dan.
[9] Gun.
[10] Vertaling (Latijn): ’onwaardig’, of 'niet verdiend'. Julius moet nog gewijd worden, hij is nog de 'onwaardige' onder de minderbroeders kapucijnen.
[11] De heilige Ferdinand wordt gevierd op 30 mei.
[12] Vanuit het klooster van de kapucijnen.
[13] Razen in de zin van onzin vertellen.
Spreuk: Gij jonge dwazen, meent dat de oude razen, maar zij hebben meer vergeten, als dat de jonge weten. (Duikalmanak: (30/05/1886).

Register

Correspondenten - personen

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamDevos, Julius; Devos, Jules; Renatus (Broeder)
Datums° Oostrozebeke, 12/12/1854 - ✝ Izegem, 25/07/1925
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pater; journalist; volkspredikant
BioJulius Devos werd geboren te Oostrozebeke op 12 december 1854 als zoon van Petrus Franciscus Devos en Maria Victoria Tack. In 1863 verhuisde het gezin naar Ingelmunster en drie jaar later vestigden ze zich in Izegem. Daar kwam Julius terecht in de school van de gebroeders Pollet. Hij behaalde de eerste plaats in zijn klas en trok in oktober 1870 vervolgens naar het kleinseminarie van Roeselare. Door de vele schoolwissels in zijn jeugd was hij op dat moment twee jaar ouder dan zijn klasgenoten. Hij studeerde aan het kleinseminarie van Roeselare tot 1875. Hij stond er onder invloed van Hugo Verriest en de Blauwvoeterij. Hij werd er weggestuurd naar aanleiding van een conflict met superior Delbar en maakte zijn middelbare school af aan het College van Ieper. Hij had een korte journalistieke carrière en schreef voor het "Burgerwelzijn", "Het Handelsblad" en de "Gazette van Brugge". Vervolgens trad hij in oktober 1880 in bij de orde der kapucijnen onder de naam Renatus. Guido Gezelle schreef het gelegenheidsgedicht 'Renatus, in Francisci namen' voor zijn priesterwijding op 20 juni 1886 in de Kapucijnenkerk te Brugge in de Sint-Clarastraat. Hij werd eerst naar Antwerpen gestuurd. In 1888 werd hij door zijn oversten naar Mons gezonden waar hij tien jaar lang intensief meewerkte aan het ontwikkelen van een christelijke arbeidersbeweging in de Waalse industriegebieden. Hij verbleef er tot 1898. Hij was lid van de Vlaggegilde en de Westvlaamse studentenbond, van de Brugse Gilde van Sinte Luitgaarde en de Brugse Davidsfondsafdeling. Hij was erg sociaal geëngageerd en werd één van de grootste volkspredikanten. Hij stierf op 25 juli 1925 in het klooster te Izegem.
Relatie tot Gezellezanter (WDT); correspondent; studenbeweging; aanvrager gelegenheidsgedicht; onderwerp gelegenheidsgedicht
Bronnen https://tenmandere.be/nieuwsbrieven/2023/nieuwsbrief_71/JuliusDevos.html ; R. Vanlandschoot, Hugo Verriest. Tielt: Lannoo, 2014, p. 30

Briefschrijver

NaamDevos, Julius; Devos, Jules; Renatus (Broeder)
Datums° Oostrozebeke, 12/12/1854 - ✝ Izegem, 25/07/1925
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pater; journalist; volkspredikant
BioJulius Devos werd geboren te Oostrozebeke op 12 december 1854 als zoon van Petrus Franciscus Devos en Maria Victoria Tack. In 1863 verhuisde het gezin naar Ingelmunster en drie jaar later vestigden ze zich in Izegem. Daar kwam Julius terecht in de school van de gebroeders Pollet. Hij behaalde de eerste plaats in zijn klas en trok in oktober 1870 vervolgens naar het kleinseminarie van Roeselare. Door de vele schoolwissels in zijn jeugd was hij op dat moment twee jaar ouder dan zijn klasgenoten. Hij studeerde aan het kleinseminarie van Roeselare tot 1875. Hij stond er onder invloed van Hugo Verriest en de Blauwvoeterij. Hij werd er weggestuurd naar aanleiding van een conflict met superior Delbar en maakte zijn middelbare school af aan het College van Ieper. Hij had een korte journalistieke carrière en schreef voor het "Burgerwelzijn", "Het Handelsblad" en de "Gazette van Brugge". Vervolgens trad hij in oktober 1880 in bij de orde der kapucijnen onder de naam Renatus. Guido Gezelle schreef het gelegenheidsgedicht 'Renatus, in Francisci namen' voor zijn priesterwijding op 20 juni 1886 in de Kapucijnenkerk te Brugge in de Sint-Clarastraat. Hij werd eerst naar Antwerpen gestuurd. In 1888 werd hij door zijn oversten naar Mons gezonden waar hij tien jaar lang intensief meewerkte aan het ontwikkelen van een christelijke arbeidersbeweging in de Waalse industriegebieden. Hij verbleef er tot 1898. Hij was lid van de Vlaggegilde en de Westvlaamse studentenbond, van de Brugse Gilde van Sinte Luitgaarde en de Brugse Davidsfondsafdeling. Hij was erg sociaal geëngageerd en werd één van de grootste volkspredikanten. Hij stierf op 25 juli 1925 in het klooster te Izegem.
Relatie tot Gezellezanter (WDT); correspondent; studenbeweging; aanvrager gelegenheidsgedicht; onderwerp gelegenheidsgedicht
Bronnen https://tenmandere.be/nieuwsbrieven/2023/nieuwsbrief_71/JuliusDevos.html ; R. Vanlandschoot, Hugo Verriest. Tielt: Lannoo, 2014, p. 30

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamBrugge
GemeenteBrugge

Naam - persoon

NaamDemonie, Emiel; skald; Wilfried; Logicus; De Monie
Datums° Roeselare, 28/07/1846 - ✝ Brugge, 03/01/1890
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; hoofdredacteur; auteur
BioEmiel Demonie, zoon van Desiderius Demonie, koopman, en Justina Verhaeghe, was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare en hij werd er op 1 oktober 1869 zelf ook leraar. Hij was er lid van Gezelles confraternity. Hij was de neef van Polydoor Demonie. Zijn priesterwijding ontving hij te Brugge op 7 november 1869. In 1874-1875 was hij poësistitularis van Albrecht Rodenbach in de Groote Stooringe. De studenten van Demonie weigerden tijdens een feest van de superior een Frans lied te zingen. Mede hierdoor werd hij ontslagen. Rodenbach schreef voor hem het gedicht De Meester. In Brugge werd hij onderpastoor van de Sint-Gilliskerk (22/08/1879) en godsdienstleraar aan de rijksnormaalschool voor meisjes (29/12/1884). Hij schreef artikels voor Loquela en was één van de medestichters van het tijdschrift Biekorf. In opvolging van Amaat Vyncke was hij een tijdje hoofdredacteur van De Vlaamsche Vlagge en hij schreef er artikels onder de schuilnamen Skald, Logicus en Wilfried. Hij was ook medewerker van de Almanak voor de leerende jeugd van Vlaanderen (1875-1876). Gezelle droeg het gedicht Ach, hoe dikmaals was 't mijn lot niet aan hem op. Bij zijn overlijden in 1890 schreef Gezelle het gedicht Wij bouwden op uw leven een getemmer.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezelleoud-leerling kleinseminarie; zanter (WDT); medestichter van Biekorf; medewerker Loquela; correspondent; gelegenheidsgedicht
Bronnen https://nevb.be/wiki/Demonie,_Emiel
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamDevos, Julius; Devos, Jules; Renatus (Broeder)
Datums° Oostrozebeke, 12/12/1854 - ✝ Izegem, 25/07/1925
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pater; journalist; volkspredikant
BioJulius Devos werd geboren te Oostrozebeke op 12 december 1854 als zoon van Petrus Franciscus Devos en Maria Victoria Tack. In 1863 verhuisde het gezin naar Ingelmunster en drie jaar later vestigden ze zich in Izegem. Daar kwam Julius terecht in de school van de gebroeders Pollet. Hij behaalde de eerste plaats in zijn klas en trok in oktober 1870 vervolgens naar het kleinseminarie van Roeselare. Door de vele schoolwissels in zijn jeugd was hij op dat moment twee jaar ouder dan zijn klasgenoten. Hij studeerde aan het kleinseminarie van Roeselare tot 1875. Hij stond er onder invloed van Hugo Verriest en de Blauwvoeterij. Hij werd er weggestuurd naar aanleiding van een conflict met superior Delbar en maakte zijn middelbare school af aan het College van Ieper. Hij had een korte journalistieke carrière en schreef voor het "Burgerwelzijn", "Het Handelsblad" en de "Gazette van Brugge". Vervolgens trad hij in oktober 1880 in bij de orde der kapucijnen onder de naam Renatus. Guido Gezelle schreef het gelegenheidsgedicht 'Renatus, in Francisci namen' voor zijn priesterwijding op 20 juni 1886 in de Kapucijnenkerk te Brugge in de Sint-Clarastraat. Hij werd eerst naar Antwerpen gestuurd. In 1888 werd hij door zijn oversten naar Mons gezonden waar hij tien jaar lang intensief meewerkte aan het ontwikkelen van een christelijke arbeidersbeweging in de Waalse industriegebieden. Hij verbleef er tot 1898. Hij was lid van de Vlaggegilde en de Westvlaamse studentenbond, van de Brugse Gilde van Sinte Luitgaarde en de Brugse Davidsfondsafdeling. Hij was erg sociaal geëngageerd en werd één van de grootste volkspredikanten. Hij stierf op 25 juli 1925 in het klooster te Izegem.
Relatie tot Gezellezanter (WDT); correspondent; studenbeweging; aanvrager gelegenheidsgedicht; onderwerp gelegenheidsgedicht
Bronnen https://tenmandere.be/nieuwsbrieven/2023/nieuwsbrief_71/JuliusDevos.html ; R. Vanlandschoot, Hugo Verriest. Tielt: Lannoo, 2014, p. 30
Naamdi Pietro Bernardone, Giovanni; Franciscus van Assisi; Sint-Franciscus
Datums° Assisi, 1181 of 1182 - ✝ Assisi, 03/10/1226
GeslachtMannelijk
Beroepheilige
VerblijfplaatsItalië
BioFranciscus van Assisi was een Italiaanse heilige die de Franciscaner orde oprichtte en zich wijdde aan armoede, gebed en dienstbaarheid aan de armen. Geboren als Giovanni di Pietro Bernardone, leidde hij een jeugd vol feesten, maar veranderde na een visioen en zijn ontmoeting met melaatsen zijn leven radicaal. Hij koos voor een leven van nederigheid, armoede en vrede, wat hem tot een invloedrijke figuur in de kerk maakte. Franciscus was ook bekend om zijn liefde voor de natuur, zijn vredesmissies en zijn stigmata. Hij stierf in 1226 en werd twee jaar later heilig verklaard door paus Gregorius IX.
Links[wikipedia]
NaamDevos, Emma Marie Suzanne
Datums° Oostrozebeke, 19/09/1856 - ✝ Izegem, 22/01/1918
GeslachtVrouwelijk
BioEmma Marie Suzanne Devos werd geboren op 19 september 1856 in Oostrozebeke als dochter van griffier Petrus Franciscus Devos en Maria Victoria Tack. Zij was een zus van Julius Devos, correspondent van Guido Gezelle. Het gezin Devos verhuisde in 1863 naar Ingelmunster en later naar Izegem. Emma bleef ongehuwd en overleed op 22 januari 1918 in Izegem.
BronnenGeneanet; Agatha; Familysearch
NaamDevos, Marie Suzanne
Datums° Oostrozebeke, 24/06/1858 - ✝ Izegem, 20/10/1942
GeslachtVrouwelijk
BioMarie Suzanne Devos werd geboren op 24 juni 1858 in Oostrozebeke als dochter van griffier Petrus Franciscus Devos en Maria Victoria Tack. Zij was een zus van Julius Devos, correspondent van Guido Gezelle. Het gezin Devos verhuisde in 1863 naar Ingelmunster en later naar Izegem. Marie Suzanne bleef ongehuwd en overleed op 20 oktober 1942 in Izegem.
BronnenGeneanet; Agatha; Familysearch
NaamDevos, Judith Sophia
Datums° Oostrozebeke, 07/12/1860 - ✝ Izegem, 09/12/1950
GeslachtVrouwelijk
BioJudith Sophia Devos werd geboren op 7 december 1860 in Oostrozebeke als dochter van griffier Petrus Franciscus Devos en Maria Victoria Tack. Zij was een zus van Julius Devos, correspondent van Guido Gezelle. Het gezin Devos verhuisde in 1863 naar Ingelmunster en later naar Izegem. Ze was lid van de Congregatie en andere godsdienstige genootschappen en ze zette zich in voor de zondagsschool en de Germana. Judith Sophia bleef ongehuwd en overleed op 9 december 1950 in Izegem.
BronnenGeneanet; Agatha; Familysearch; bidprentje
NaamDevos, Aloysius Petrus Vincentius
Datums° Oostrozebeke, 28/12/1862 - ✝ Rumbeke, 18/01/1926
GeslachtMannelijk
Beroepnotaris
Bioloysius Petrus Vincentius Devos werd geboren op 28 december 1862 in Oostrozebeke als zoon van griffier Petrus Franciscus Devos en Maria Victoria Tack. Hij was een broer van Julius Devos, correspondent van Guido Gezelle. Het gezin Devos verhuisde in 1863 naar Ingelmunster en later naar Izegem. Aloysius huwde op 15 januari 1895 in Rumbeke met Marie Mahieu (1869–1911). Hij was notaris van beroep en overleed op 18 januari 1926 in Rumbeke.
BronnenGeneanet; Agatha; Familysearch
NaamDevos, Esther Celine Marie
Datums° Izegem, 19/04/1867 - ✝ Izegem, 1950
GeslachtVrouwelijk
BioEsther Celine Marie Devos werd geboren op 19 april 1867 in Izegem als dochter van griffier Petrus Franciscus Devos en Maria Victoria Tack. Zij was een zus van Julius Devos, correspondent van Guido Gezelle. Het gezin Devos was inmiddels definitief in Izegem gevestigd. Esther Celine Marie bleef ongehuwd en overleed in 1950 in Izegem.
BronnenGeneanet; Agatha; Familysearch
NaamDevos, Petrus Franciscus
Datums° Zwevegem, 16/03/1814 - ✝ Izegem, 07/12/1893
GeslachtMannelijk
Beroepgriffier
BioPetrus Franciscus Devos werd geboren in Zwevegem op 16 maart 1814. Hij was griffier en vader van zes kinderen, waaronder Julius Devos, correspondent van Gezelle. Hij vestigde het gezin in Oostrozebeke, verhuisde in 1863 naar Ingelmunster en drie jaar later naar Izegem. Petrus Franciscus Devos overleed op 7 december 1893 in Izegem.
BronnenGeneanet; Agatha
NaamTack, Maria Victoria
Datums° Oostrozebeke, 06/11/1825 - ✝ Izegem, 09/01/1883
GeslachtVrouwelijk
BioMaria Victoria Tack werd geboren op 6 november 1825 in Oostrozebeke als dochter van Augustinus Tack en Seraphina Van Veirdeghem. Zij was moeder van zes kinderen, waaronder Julius Devos, correspondent van Gezelle. Zij trouwde met griffier Petrus Franciscus Devos en woonde met hem en het gezin in Oostrozebeke, later in Ingelmunster en definitief in Izegem. Maria Victoria Tack overleed op 9 januari 1883 in Izegem.
BronnenGeneanet; Agatha

Naam - plaats

NaamBrugge
GemeenteBrugge

Naam - instituut/vereniging

Naamkleinseminarie Roeselare
BeschrijvingHet klein seminarie werd opgericht onder het Frans bewind en herstartte officieel in 1830 als bisschoppelijk college. In 1846 werden de Latijnse klassen aangevuld met een handelsafdeling Saint-Michel, waaraan ook een lagere basisschool verbonden was. Dit Sint-Michielsinstituut fungeerde als een voorbereiding op de humaniora. Het klein seminarie trok heel wat katholieke leerlingen uit Engeland en Ierland aan. In 1849 werd hiervoor een aparte Engelse afdeling opgericht. Vanaf hetzelfde jaar werd ook een filosofieafdeling ingericht als voorbereiding op de priesteropleiding. Gezelle volgde er secundair onderwijs van 1 oktober 1846 tot 19 augustus 1850. Vanaf 21 maart 1854 tot 21 augustus 1860 kwam hij er terug als leerkracht. Zijn eerste drie bundels waren nauw verbonden met deze periode. Ook nadien hield hij een intens contact met zijn oud-leerlingen.
Datering1830
Links[odis], [wikipedia]
Naamklooster van de Kapucijnen te Brugge
BeschrijvingDe Kapucijnen hadden te Brugge een klooster aan de Vrijdagmarkt. De bouw van het klooster en de kerk startte in 1617. De gebouwen werden door de bisschop ingewijd in 1620. Er was plaats voor 46 religieuzen. De kapucijnen waren erg geliefd bij de bevolking omdat ze optraden als ziekenzorgers en ze ook hielpen bij de brandbestrijding. Tijdens de Franse republiek werden ze verdreven op 4 november 1796, om in 1803 terug te keren naar hun klooster. In 1867 werd het klooster voorgoed afgebroken voor de bouw van het nieuwe station. De kapucijnen vestigden zich in juni 1867 in de Sint-Clarastraat in Brugge, waar ze het vervallen klooster van de 'Rijke Claren' overnamen en een nieuwe kerk bouwden. De site bevond zich in de Sint-Clarastraat, op het terrein van het vroegere Clarissenklooster, nabij de Calvariebergstraat. Het klooster deed dienst als opleidingscentrum voor jonge kapucijnen en stond bekend als het Philosophicum Sint-Bonaventura. Deze functie bleef het vervullen tot begin jaren zestig. In 1969 verlieten de kapucijnen het gebouw, waarna het werd verkocht en uiteindelijk gesloopt.
Datering1620-1969
Links[wikipedia]

Titel - gedicht van Guido Gezelle

TitelRenatus, in Francisa namen
PublicatieTijdkrans (Verzameld dichtwerk, deel III), p. 543

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelDuikalmanak
Links[gezelle.be]
TitelSint Franciscus en de capucijntjes te Brugge. Brugge: Gailliard, 1867

Titel30/05/1886, Brugge, Julius Devos (= Broeder Renatus) aan [Guido Gezelle]
EditeurKarel Platteau; Marc Carlier (research); Peter De Baets; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenKarel Platteau; Marc Carlier (research); Peter De Baets; Universiteit Antwerpen, Devos Julius aan Gezelle Guido, Brugge (Brugge), 30/05/1886. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
VerzenderDevos, Julius
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum30/05/1886
VerzendingsplaatsBrugge (Brugge)
AnnotatieBriefversie van datering: St. Fernansdag, A. D. 1886 ; adressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens en toegevoegde notitie ; Julius Devos = Broeder Renatus.
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 dubbel vel, 208 mm x 132 mm
papier, wit
papiersoort: 4 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle; idem rechts: [30/5] 1886; op zijde 4 linksonder bijgeschreven boven de datum: [30/5] (inkt, alles hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief5636
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.11933
IIIF-manifesthttps://go.wander.be/iiif/bibliotheek-brugge/10d4cacabab32b6f42f95914dbe7c1b4fe14454a/manifest
Inhoud
IncipitZijt gij nog niet heel en al
Samenvatting vraagt Gezelle om een gedicht ter gelegenheid zijn priesterwijding op 20 juni 1886 in de Kapucijnenkerk te Brugge in de Sint-Clarastraat; Gezelle schreef Renatus, in Francisci namen' (Verz. dichtw. dl. III, p.543)
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.