Eerweerde heer,
Hiermede zend ik u mijne inschrijvinge tot zaliger deken De Bo’s grafteeken. - 50 fr. -[1]
Terzelvertijde moet ik u mijne best gelukwenschen uitdrukken, wegens uwe benaminge als lid der nieuwe Vlaamsche Akademie, en mijnen oprechten spijt, dat ik, op reis zijnde, belet wierd in het feest van 30. september tegenwoordig te zijn.[2]
Aanveerd, Eerweerde Heer, de verzekering mijner gevoelens van eerbiedige hoogachting,
Burggraaf de Patin van Langemarck
Langemarck, 7. october 1886.







