<TEI xmlns="http://www.tei-c.org/ns/1.0" xmlns:exist="http://exist.sourceforge.net/NS/exist">
  <teiHeader>
    <fileDesc>
      <titleStmt>
        <title>[26/05/1887], Brugge, Julius Devos (= Broeder Renatus) aan [Guido Gezelle]</title>
        <author>
          <persName>Devos, Julius</persName>
        </author>
        <editor>Karel Platteau</editor>
        <editor>Marc Carlier (research)</editor>
        <editor>Universiteit Antwerpen</editor>
        <principal>Els Depuydt</principal>
        <funder>
          <ref target="https://www.brugge.be/bibliotheek">Openbare Bibliotheek Brugge</ref> (Guido Gezellearchief)
        </funder>
        <funder>
          <ref target="https://ctb.kantl.be">Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie</ref> (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren)
        </funder>
        <funder>
          <ref target="https://www.uantwerpen.be/nl/onderzoeksgroep/isln/">Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN)</ref> (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen)
        </funder>
        <funder>Guido Gezellegenootschap</funder>
      </titleStmt>
      <publicationStmt>
        <publisher>Guido Gezellearchief</publisher>
        <pubPlace>Brugge</pubPlace>
        <publisher>KANTL/CTB</publisher>
        <pubPlace>Gent</pubPlace>
        <date>2026</date>
        <availability>
          <p>Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een 
            <ref target="https://creativecommons.org/licenses/by-nc/4.0/deed.nl">Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel</ref> licentie.
          </p>
        </availability>
      </publicationStmt>
      <sourceDesc>
        <msDesc>
          <msIdentifier>
            <country>België</country>
            <settlement>Brugge</settlement>
            <repository>Guido Gezellearchief</repository>
            <idno type="GGA">5820</idno>
            <idno type="GGA.record">12132</idno>
            <idno type="iiif-manifest">https://go.wander.be/iiif/bibliotheek-brugge/41e1646db62ecab4cb7c43b33bf7ffdb6534015d/manifest</idno>
          </msIdentifier>
          <msContents>
            <summary>
              <p>o.m. gelukwensen met Gezelles benoeming tot doctor honoris causa op 06/05/1887 en aanvraag gelegenheidsgedicht voor de eerste communie van Louis Beyaert te Brugge op 09/06/1887 (Gezelle bezorgde het gedicht: O kind hoe lange is 't leên (communieprentje nr.1214))</p>
            </summary>
            <msItem>
              <incipit>Ik ben wel drie keeren te late, en,</incipit>
            </msItem>
          </msContents>
          <physDesc>
            <objectDesc form="brieven">
              <supportDesc>
                <support>
                  <p>1 dubbel vel; 4 enkele vellen, dubbel vel 1: 210 mm x 135 mm; dubbel vel 2: 233 mm x 161 mm; enkel vel: 233 mm x 153 mm</p>
                  <p>papier, wit</p>
                  <p>papiersoort: 12 zijden beschreven, inkt</p>
                </support>
                <condition>
                  <p>fragment: Devos nummerde zelf de enkele witte vellen: enkel vel 1 ontbreekt, vel 2 start met een onvolledige zin: [...] née de Dieu.</p>
                </condition>
              </supportDesc>
            </objectDesc>
            <handDesc>
              <handNote xml:id="persoon0905-hand">
                <name type="persoon" key="persoon0905" n="Gezelle, Guido"/>
              </handNote>
            </handDesc>
            <additions>
              <p>op zijde 1 links in bovenrand: Aan G.Gezelle; idem rechts: [25-26/5 1887]; op zijde 12 linksonder onder dag: [26/5] (inkt, alles hand P.A.); op zijde 1: notities (rode inkt, onbekende hand) op zijde 12: notitie over de brief: ’k En hebbe geen tyd om herlezen (blauw potlood, hand G.G.);nummering aangebracht op de dubbele vellen en enkel vel 1 (inkt, hand P.A.)</p>
            </additions>
          </physDesc>
        </msDesc>
      </sourceDesc>
    </fileDesc>
    <encodingDesc>
      <projectDesc>
        <p>De briefwisseling van Guido Gezelle.</p>
      </projectDesc>
      <editorialDecl>
        <p>De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.</p>
        <p>De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.</p>
        <p>Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.</p>
        <p>Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.</p>
      </editorialDecl>
      <listPrefixDef>
        <prefixDef ident="brief" matchPattern="^(gg\..+)$" replacementPattern="https://edities.kantl.be/gezelle/ed/DALF.db.$1">
          <p>Privé-URI's met het 
            <code>brief</code> prefix verwijzen naar andere brieven in de editie. De URI  
            <code>brief:gg.10184</code> verwijst bijvoorbeeld naar 
            <code>https://edities.kantl.be/gezelle/ed/DALF.db.gg.10184</code>.
          
          </p>
        </prefixDef>
        <prefixDef ident="record" matchPattern="^(\d+)$" replacementPattern="https://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.$1">
          <p>Privé-URI's met het 
            <code>record</code> prefix verwijzen naar recordnummers in de catalogus van de Openbare Bibliotheek Brugge. De URI  
            <code>record:1322</code> verwijst bijvoorbeeld naar 
            <code>https://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|1322</code>.
          
          </p>
        </prefixDef>
      </listPrefixDef>
    </encodingDesc>
    <profileDesc>
      <langUsage>
        <language ident="nl">Nederlands</language>
        <language ident="fr">Frans</language>
      </langUsage>
      <textClass>
        <keywords>
          <term>brief</term>
        </keywords>
      </textClass>
      <correspDesc>
        <correspAction type="sent">
          <persName key="persoon1484">Devos, Julius</persName>
          <date evidence="conjecture" when="1887-05-26" when-custom="1887-05-26">[26/05/1887]</date>
          <placeName key="plaats0158">Brugge (Brugge)</placeName>
        </correspAction>
        <correspAction type="received">
          <persName key="persoon0905" evidence="conjecture">Gezelle, Guido</persName>
        </correspAction>
        <note type="remarks">briefversie van datering: Donderdag achternoene ; datum en adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie ; plaats gereconstrueerd op basis van de brieftekst; Julius Devos = Broeder Renatus</note>
      </correspDesc>
    </profileDesc>
    <xenoData>
      <data xmlns="https://www.brugge.be/bibliotheek/brocade">
        <iiif>
          <li type="manifest">
            <manifest>https://go.wander.be/iiif/bibliotheek-brugge/41e1646db62ecab4cb7c43b33bf7ffdb6534015d/manifest</manifest>
          </li>
        </iiif>
        <zcatfulltexts>
          <li type="ingrp">
            <ingrp>
              <access>brugge</access>
              <in>12132</in>
              <loc>kantl</loc>
              <ty>link</ty>
            </ingrp>
            <ingrp>
              <access>brugge</access>
              <in>+ {&lt;=J. M. J. F.&gt;[=Jesus Maria Jozef Franciscus]} {&lt;=G. Z. J. Ch.&gt;[=Geloofd Zij Jesus Christus]}  Dominus det tibi Pacem! Zeer Eerweerden en Alderdierbaarsten Heer ende Meester, Ik ben wel drie keeren te late, en, confiteor, 'k belijde mijn' schuld, 't is een‘ schande voor mij. 't Was al van voor Paschen, dat ik, tot Iseghem uit den mond van onzen eerw. vriend Baes, die 't gehoord hadde van uwen eerw. Pastor, vernomen hadde hoe Leuven &lt;-beslot&gt; voornemens was uw werk te bekroonen met er den stempel van het meesterschap op te {&lt;-[xxxxx]&gt;&lt;+slaan&gt;}; 'k hadde het hier onze eerw. vrienden Demonie en andere zoetjes en monkelende in de ooren geblazen, en was van zinne UEerw. te schrijven met Paschen, de verrijzenisse. Ik moeste en wilde U zeggen hoe 'k hoorde blijde boven de anderen uwen naam verkondigd zijn! 't En is aleventwel geen ondankbaar schaamteloos vergeten, en God dank, 'k en ben toch nog van de die niet voor wij, uw liefde werk en zweet het leven dat gij om hun sleet ten schuldbrieven op hun hert geleid, weegt meer als hunne ondankbaarheid. Nu toch, denique tandem, den tijd van die vreemde spotters is voorbij en met hun eigen zelven verre weg geschoven en, al wierd hun vloek wat lang gehoord, toch hooger ende verder dan ooit spotters tale Reeken kan daar staat gij! En wij, uwe leerlingen en kinders, wij herleven; noch en duiken het niet; om uwe altoos groeiende triomphe; wel en is 't niet, o, gij weet het, om den ijdelen klank alleen en den lof, zoo gauw vergeten, van de menschen: God alleen wilt ge, en, ..... nooit en zult ge aan ander vanen als aan Gods uw palmen doen. 't Is er menigeen, dierbaarste Meester mijn, die nooit uw werk en heeft willen of kunnen verstaan, en die wel geern &lt;-en&gt; gretende26 en grijnzende zou gespot hebben: Vous chantiez; j'en suis fort aise, Hé bien, dansez maintenant. Maar, waar zijn ze nu? En hun werk, waar is het? Gij, gij hebt uw nederig lied gezongen, lijk het Ruischen van het Ranke Riet; ge hebt den toon gegeven, 't is dertig jaar bijkan geleên, - Staat op dan! 't Vrije Vlaamsche lied! Geen valsche dichtpatroonen, geen vreemde oneigen klanken: niet als Christen-Vlaamsche toonen. Gij, de sperke latende groeien en de vlamme die God in uw herte en in uwen geest had geleid, gij hebt deure end, deure verstaan en getoogd hoe gij zoo diepe en zoo breed die wondervolle bestemminge verstond van het "schoone" in het edele plan van Gods scheppinge. Neen, duist keeren, het "schoone" niet meer als de waarheid en het goed,28 't en is niet eentwat dat buiten ons gedoken ligt en verholen, tusschen de ketens en de banden van 'k en weet niet welke in eengewrochte regels - uitvindingen van levenlooze menschen verstanden - als nen uitgelezen schat voor sommige hooggeleerde geesten; - 't schoone 't is den eigen en {&lt;-[x]&gt;&lt;+n&gt;}atuurlijken glans van al wat waar is en goed, {&lt;-[x]&gt;&lt;+d&gt;}e zoete glimlach van Gods eindelooze bermhertigheid, die hij, tot kwistens toe, gestrooid heeft over al zijne werken, om ons zoo veel te zekerder op te trekken tot zijne oneindige waarheid en goed, om aan onze ziele die ruste te geven in 't samensmelten van eenheid, en order en harmonie, in waarheid en goed, waar zij naar hankert, uit ingeboren drift tot God. Dat hebt ge verstaan en gezeid en geleerd Als de ziele luistert spreekt ‘et al een taal dat leeft, 't lijzigste gefluister ook een taal en teeken heeft. -- 't diep gedoken Woord zoo zoet! De vrije vlaamsche poëzy - die edele - ge hebt ze vrij gedicht; luide en onversaagd, ge hebt gezongen: Dan, weg met de oneigene tale en den schijn van elders geborgde gepeizen; mijn zijt ge niet, uw dat en wille ik niet zijn, dat in mij en aan mij is dat heete ik mijn: oneigene, ik late U, ... ga reizen. Ge hebt gezongen en gedicht, o meester, ge hebt de schoonheid van ons "Katholieke christen vlaanderen" gevangen en gevat, ge hebt zijn' tale, - die tale die leeft, die waagt en roert, wentelt en keert, noch in geen regels te binden is, maar moet gedronken worden en genut, lijk het kind laafnisse vindt en voedsel aan de borst zijner moeder - ge hebt die tale, laat me zeggen, gedronken met volle teugen, ge hebt er uwen geest en uwen wille meê deurdrongen, en 't eigene vlaamsche lied rolde natuurlijk van uwe tonge! En heel dat eigen vlaamsche wezen, ge hebt het Jesu weêrgegeven, en nu nog, gelijk over dertig jaar meugt ge vrij en vrank wel zeggen: Dat herte en mond en stemme en al wat mijn is, Jesus' zij, en of ik eens mijn woord ontval, mijn stemme ontvalle mij!31 Gij hebt gezongen en gedicht, maar ge hebt zoo meteen ook geleerd en onderwezen: Dan op, gij Dichtren, schaamt U niet; voor Jesus de eerste stem, voor Jesus! en het laatste lied voor Jesus, nog voor Hem! Ik wete er, meer als een, die hadde dat bitter water van de g{&lt;-[xx]&gt;&lt;+ro&gt;}ote zee gesmaakt, of die het, lacij, maar al te vele reeds geproefd had, en die 't uwe zangen moeten dank weten is hij niet teemaal die tusschen die baren, rotsen winden fel verslegen en vergaan! "Maria, moeder," - zoo stond er op het doodsanctje van dien Polydor, dat kind van Vlaanderen, kind van God en kind van U - Maria, moeder, wees het gedachtig hoe menigmaal en hoe godsvruchtig ik uwen roozenkrans bad!" En menigeen van hen, die uw werk miskenden (zoekende achter hunnen gouden kandelaar) zullen verwonderd hebben staan zien, zij die nooit en hadden gepeisd hoe gij in 't herte van uwe leerlingen zulk een zaad hadt weten te leggen waar uit, vroeg of late, Maria's &lt;-he[x]el]&gt; hemelzoete roozen zouden groeien en bloeien!  Nu, uw werk, waaraan gij, lijk de moeder aan heur kind, meer houdt als aan uw zelven, waaraan gij uwen arbeid en uw zweet, uw leven en alles wat U is, zoo mildelijk hebt ten besten gegeven, uw werk is bekroond! Het Leuvensch leergesticht, weêrspegelende in zijn schoot, de felle stralen die Sint Thomas leering schoot, heeft u leeraar uitgeroepen en bekroond, en uw werk, tot doctor's werk erkend. Wat vragen wij meer? "Ah, doctors zijn daar wel en waarborglooze monden, die, jeukend, overal hun eigen woord verkonden... Geen zulk' heeft Vlaanderen ooit in zijnen schoot gedragen, maar anderen, gij vooreerst, verblijden weêr de dagen die 't eigen land, waarin gij eerst gewonnen wierdt, beleeft, terwijl 't den loop van zijn bestemming viert." En daarmeê sluite ik mijn feestrede en mijne hertelijkste gelukwenschingen: ze zijn wonder aaneengestooten, 't is waar; in plaatse van de blommen, hebbe ik UEerw. den wortel gegeven, tot meerdere zekerheid; daarenboven, meenende te weten hoe Gij de zaken verstaat, 'k hebbe u willen zegge hoe ik ze beschouwe, om alzoo langsom meer te komen tot die eenheid van hert en geest. En nu, vooruit, niet waar, met nieuwen moed: de leeraarsmantel is wijd, noch en zal hij u keten of band verschaffen: 't is een nieuw leven, en wij, uwe kinders en leerlingen, wij verwachten ook nieuwe werken; doen we niet wel? Peist ne' keer: 'k zie daar, zoo al med' eens, voor mijne oogen een’ reke tonnen te voorschijne komen, en, 't zingt daar iemand alzoo lijze40 tusschen zijn' tanden: Tokt op eene ijdele ton, ton, ton, ze rolt, ze bolt, ze bommelt; - - - - - - - - - - - - - - die vroed is heeft, al vast, mijn tonnen toegepast. Maar nu moete ik erger werk gaan beginnen, en wie weet of gij bij al mijn geraas het letste zielke van uw verduldigheid al niet kwijt gerocht en zijt. En tot overmate van rampe en tegenspoed, ik kome nog al eens op de laatste stekke. Kleene41 Louis Beyaert doet morgen en veertien dagen, meene ik zijne eerste H. Communie, en, 'k zou geern, - 't is ik die vrage, in mijnen name, uit vrijwillige, eigene beweginge en persoonlijk begeeren - 'k zou geern voor die eerste Communie uwe doctors handgifte hebben: 'k en zal der zelfs niet bij zeggen "als 't kan zijn"; gij hebt immers te vele en te schoone gedicht over het H. Sakrament, uw schoonste verzen, misschien, uw meeste en verhevenste gedachten zijn &lt;+daarover&gt; al te natuurlijk uit uw' penne gevloeid, om niet zonneklaar te bewijzen dat gij dicht voor Jesus-Eucharisticus, al zoo "sponte"44 als de nachtegale zingt. Nog meer: 'k ga zoo stout zijn, zoo overmoedig, en als ge wilt, zoo&lt;-,&gt; verwaten45 om het te durven bestaan u te zeggen wat ik zou begeeren. 't Spreekt van zelfs, niet om u te brengen "elders geborgde gepeizen;"46 niet om u pale of perk te zetten; maar te ver{&lt;-mee&gt;&lt;+gem&gt;}eenschappinge, verwisselinge van gedachten en gevoelens. Gij, dichters, onze meesters, gij slaat munte - ge weet wel, van die "munte gave en goed, gelijk de vaderen deden"; wij we brengen u ons metaal, en ge smelt het, geloutert en zuivert ’et, ge beziet ‘et en ve{&lt;-l&gt;&lt;+r&gt;}leest ’et, ge gebruikt ‘et of ge versmijt ’et, en ge geeft ons &lt;+toch&gt; munte. Daar ligt zulk nen onzeggelijke schat muntespijze in de kleen-gedichtjes: 'k hebbe ze daar nog altemale herlezen, - en weet ge wel, meester, dat nievers gelijk daar den oprechten geest en eigen aard van uw werk, van uwe wendinge te vinden is. Ge hebt daar, neen, ik zegge mis, uw' ziele heeft daar heur eigen zelve zoodanig uitgegoten dat het boekske een echt en wezentlijk levensbeeld is. Nu, 'k ga op een blad papier eenige gedachten leggen: ziet hier: 'k hadde liever geen persoonlijke verzen, maar de eerste Communie zelve, in de - Musset heeft ergens gedicht:  Le cœur de l'homme vierge est un vase profond; lorsque la première eau qu'on y verse est impure, la mer y passerait sans laver la souillure; car l'abîme est immense et la tâche est au fond. Onder franschen geest en, meugelijks wel, franschen woorden blaai, zit er daar toch een gedacht: nu, 'k zou willen, in tegenstrijdigen zin, U de Eerste Communie zien drijven in 't staal van een bondelke verzen, hoe dat Jesus daar dat maagdelijk &lt;-hert&gt; kinderherte pakt van den eersten stond, met het gedacht van het H. Sakrament teenegader. Gij ziet het, 't en is toch nog eigentlijk niet voor mij: 't is voor Jesus zelve, en de ondoordringbare wijsheid van zijne grenzelooze bermhertigheid en liefde, in die eerste H. Communie, is ze geen alderschoonste en uitgelezendste doctors-dichtje weerd? Hoe eer hoe liever, alhoewel het juiste op geenen dag of viere of vijve en staat als ik het maar en krijge. 2). [...] née de Dieu.48 Tous les commandements de Dieu ne suffisent pas pour nous le faire aimer; &amp; cela parce qu'une flamme seule peut allumer une autre flamme... La charité de Dieu fut faite homme afin que nos cœurs puissent être rendus capables de brûler de l'amour de Dieu. ... Seul l'amour divin fait Homme, &amp; par là uni à nous et demeurant en nous, est capable de mener notre amour à la perfection. Mais "Dieu est amour; &amp; qui demeure dans l'amour, demeure en Dieu, et Dieu en lui (I Joa. IV. 16)"; &amp; dans chaque communion du corps &amp; du sang précieux de {&lt;=J. Ch.&gt;[=Jésu Christ]} vous recevez le Sacré Cœur, c'est à dire vous recevez dans votre cœur l'Amour Incarné de Dieu. Is het niet waar, o meester, dat de overeenstemminge van de menschwording met onze vervallene natuur, daar wonderwel geschetst wordt? 't Denkt mij dat wij, priesters, ons te verre houden van Gods eigen doen: we zitten te vele in de moralis,49 in 't gebod: we verwaarloozen de liefde, die wij ongetwijfeld beter zouden verkrijgen met de dogmata, met aan den mensch die al te weinig gekende schoonheden te toogen: Cardin. Manning heeft in zijn werk een capittel: "Le dogme est la source de la dévotion." Ten anderen het is en blijft toch waar: nihil volitum nisi quatenus &amp; in quantum cognitum.” - Toch, Christus is gestorven, verrezen en ten Hemel gevaard: en anders wegen de mensch en kan zijn tegenwoordigheid niet missen; maar, zegt Augustinus, "Dormit Adam ut Eva fiat; moritur Christus ut fiat Ecclesia. Dormienti Adae fit Eva de latere, mortuo Christo lancea percutitur latus, ut profluant sacramenta quibus formetur Ecclesia.”51 Christus had het immers gezeid: 'k blijve bij U tot het einde der eeuwen. C'est pourquoi, zegt Manning, Dieu, afin de faire renaître la conscience de sa présence avec toute la force intime d'un souvenir constant; se constitua lui-même la Tête du Corps dont nous sommes les membres. ... Ce sentiment de sa présence comme Homme &amp; Dieu, &amp; comme chef de l'Eglise dans tous les membres de celle-ci, est toujours &amp; partout soutenu par la présence perpétuelle de la Très-Sainte Eucharistie. L'Eglise visible sur la terre est, pour ainsi dire, le Tabernacle dans lequel réside le Verbe incarné présent sur chaque autel.... L'église visible dans le monde est suspendue comme un dais au dessus de cette Sainte Présence; &amp; tous les autels dans l'Unité catholique ne sont qu'un seul autel, comme le Très-Saint Sacrement sur chaque autel n'est qu'un seul sacrement, un seul mystère du "verbe fait chair" demeurant à jamais au milieu de nous. Par là le sentiment de Sa présence est intime, perpétuel, &amp; universel. 'k Neme dan den mensch, het edele schepsel Gods, zoo wonderlijk begaafd, bekwame, met zijn verstand, om de wezens te kennen die buiten hem zijn, en ze, lijk zij zijn in hun eigen, volgens al de wezenlijke waarheid van hun wezen, naar binnen te brengen en ze daar af te schetsen en te schi{&lt;-[xx]&gt;&lt;+ld&gt;}eren; facultas apprehen{&lt;-i&gt;&lt;+s&gt;}iva, zeiden de scholastici; bekwame met zijnen wille om die wezens, alzoo naar binnen gebracht, aan te kleven, te beminnen, en in die liefde de ruste te vinden, gesproten uit de ge{&lt;-[x]&gt;&lt;+d&gt;}urige werkinge van zijne vermogens; facultas expansiva;-53 'k zie God dat natuurlijk wezen van den mensch verheffen tot een bovennatuurlijk order en hem den mensch bestemmen tot eene bovennatuurlijke kennisse en liefde, en oneindig geluk van de goedheid zelve. De mensch, met zijn verstand en zijnen wille, zei St Thomas, wordt eenigszins al de wezens die hij kent en bemint; en al zoo ook wordt hij eenigszins verheven tot het eigen wezen en zijn van God zelve; visio beatifica, facie ad faciem.54 "De kracht van {&lt;=J. Ch.&gt;[=Jesus Christus] heeft ons alles, wat tot het leven en de vroomheid strekt, geschonken, door de kennis van God, die ons geroepen heeft door eigene heerlijkheid en deugd, door dewelke hij ons zeer groote en dierbare {&lt;-g&gt;&lt;+G&gt;}eloften geschonken heeft, opdat bij middel van deze aan de goddelijke nature zouden deelachtig worden." (II Petr. 1-3. &amp; 4). En al zoo verheven en bestemd tot deelneminge van het goddelijk wezen, aangenomene kinders van God (filii adoptivi,) en om kinders te kunnen zijn, deelachtig geworden aan de goddelijke nature, moeten wij ook gelijk worden aan den oprechten, wezentlijken, natuurlijken zone van God, gelijk St-Cyrillus {&lt;=Alex.&gt;[=Alexandrië]} zegt: "Meâ enim adoptione &amp; similitudine filii essemus, nisi ipso Filio praesupposito, ad quem efformamur, qui ad similitudinem ipsius arte quadam &amp; gratia traduamur. En nu keeren wij weder tot het H. Sakrament, en de H. Communie. Ce Sacrement, zegt Card. Manning, est la révélation de l'amour de Jésus pour nous. il est l'application perpétue{&lt;-le&gt;&lt;+lle&gt;} de son amour à notre salut. ... Nous étions les enfants du premier Adam et nous participions à la substance de la chair &amp; du sang de celui-ci; &lt;-nous étions.&gt;... par la régénération du St Esprit et par le Très-Saint Sacrement de l'autel, nous devenons les membres du second Adam, nous participons à sa chair &amp; à son sang divins... nous sommes participants de sa substance pour la vie et l'immortalité. ... Le mystère du Corps &amp; du Sang précieux, de {&lt;=J-Ch.&gt;[=Jésu Christ]} est le lien entre l'Incarnation et la Résurrection, et 3) le moyen par lequel nous devenons les membres de sa substance, et par là les participants de celui qui a dit: "Je suis la Résurrection &amp; la Vie."... 't Is door dit H. Sakrament dat {&lt;=J. Ch.&gt;[=Jesus Christus]} de geloovigen in Hem hervormt en als 't ware herschept, en tot een lichaam maakt: Le Sacré-Cœur de Jésus dans le {&lt;=Tr.&gt;[=Très]} Saint Sacrement de l'autel est le centre de tous les cœurs. ... Comme des flammes qui se mêlent à d'autres flammes n'en font plus qu'une - telle est aussi l'unité surnaturelle &amp; spirituelle de tous ceux qui sont unis à son Sacré Cœur. Elders ook: Le Sacré Cœur de Jésus, qui est l'amour de Dieu revêtu des sympathies de notre humanité, a été et est un pouvoir assimilant, le principe d'une vie nouvelle changeant en sa propre ressemblance les cœurs intérieurs des hommes. ... En dan ook nog weêrom die wonderbare samenwerkinge van hulpe en beproevinge, de verheffinge van den mensch in de vernietiginge van zijn eigen zelven, de wijsheid van God: brood en wijn die hunne gedaanten geven om den mensch niet af te keeren, niet benauwd te maken, - enz. en ten zelfden tijde, 't geloove in werk te zetten.. Onuitsprekelijk schoone dingen schrijven daarover de H. Vaders; - maar gij weet ze zoo wel als ik; - 'k en schrijve niet om u te onderwijzen, maar om u te toogen en te vragen: staat die opvattinge u niet aan. 'k Hebbe genoeg gezeid meene ik om mijn gedacht te verdietschen, en sluite met nog eenige gedachten van Kard. Manning: &lt;-Dieu&gt; La charité de Dieu ne voulait point être contenue dans les limites de son propre bonheur. - en hij miek heel de scheppinge... al de wezens, - maar 't en was hem niet genoeg: il voulait encore s'identifier avec ses créatures: il se revêtit donc d'une nature créée. Dieu le Fils prit dans l'unité de sa personne une humanité créée; et le créé et l'incréé furent joints ensemble par un lien personnel et éternel.... Toute la gloire divine &amp; incréée fut en contact, &amp; plus qu'en contact, en un seul et unique point, avec le monde entier de l'existence créée; et ce point de contact est le Sacré Cœur de Jésus. Ce cœur devint donc le plus glorieux des royaumes du Père Eternel. Il règne en lui &amp; sur lui. Sa volonté est toujours obéie par ce cœur &amp; ses lois sont écrites en lui. Jamais le Père ne reçut une obéissance égale à celle que lui rend le Fils en qui il a mis sa complaisance. Jamais le Père ne reçut un amour, une adoration et des louanges aussi grands que par les actes béatifiques du Sacré-cœur. 'k En wete niet, mijn Eerweerden en dierba{&lt;-ren&gt;&lt;+re&gt;} Meester, maar 't denkt mij dat er alzoo iets zou kunnen gemaakt worden, in die eenheid, over de H. Communie, en meugelijks wel de eerste Communie. Jesus die daar zijn eigen zelven legt in den nog ongeroerden en maagdelijken grond van het kinderherte als het zaad van 't eeuwig leven, 'k Geve u die gedachten die opvattinge voor 't gene zij weerd is. En zijt niet kwaad op mij dat ik u zoovele van uwen kostelijken tijd stele: Gedoog dat ik, om weerd 't Altaargeheim te roemen, naar U om kracht en stemme kom. Gij zult daar meer en beter in zien als ik vermag te peizen en te zeggen: neemt die muntespijze in genade bidde ik u, l{&lt;-a&gt;&lt;+e&gt;}gt ze in uw herte, en, als de tijd komt, als de vlamme rijst, al duurde het een maand, of langer, zuivert ze en smelt ze en geeft ons beste doctorsmunte. 'k Eindige om mijn brief te kunnen zenden. Dierbaarste meester, vale en bid voor mij; 'k bidde voor U. Totus tuus in {&lt;=Xo&gt;[=Christo]} {&lt;=fr.&gt;[=frater]} Renatus :/: Donderdag achternoene. &lt;+#persoon0905-GezelleGuido#’k En hebbe geen tyd om herlezen&gt;</in>
              <loc>text</loc>
              <ty>transcription</ty>
            </ingrp>
          </li>
        </zcatfulltexts>
        <zhrcondition>
          <li type="condnotegroup">
            <condnotegroup>
              <condnote>fragment: Devos nummerde zelf de enkele witte vellen: enkel vel 1 ontbreekt, vel 2 start met een onvolledige zin: [...] née de Dieu.</condnote>
              <condnotety>ggacond</condnotety>
            </condnotegroup>
          </li>
        </zhrcondition>
        <zhrdimensions>
          <li type="dmsgroup">
            <dmsgroup>
              <dms>1</dms>
              <dmspart>*</dmspart>
              <dmsunit>dsheet</dmsunit>
            </dmsgroup>
            <dmsgroup>
              <dms>4</dms>
              <dmspart>*</dmspart>
              <dmsunit>ssheet</dmsunit>
            </dmsgroup>
            <dmsgroup>
              <dms>210</dms>
              <dmspart>dubbel vel 1</dmspart>
              <dmsty>hi</dmsty>
              <dmsunit>mm</dmsunit>
            </dmsgroup>
            <dmsgroup>
              <dms>135</dms>
              <dmspart>dubbel vel 1</dmspart>
              <dmsty>wi</dmsty>
              <dmsunit>mm</dmsunit>
            </dmsgroup>
            <dmsgroup>
              <dms>233</dms>
              <dmspart>dubbel vel 2</dmspart>
              <dmsty>hi</dmsty>
              <dmsunit>mm</dmsunit>
            </dmsgroup>
            <dmsgroup>
              <dms>161</dms>
              <dmspart>dubbel vel 2</dmspart>
              <dmsty>wi</dmsty>
              <dmsunit>mm</dmsunit>
            </dmsgroup>
            <dmsgroup>
              <dms>233</dms>
              <dmspart>enkel vel</dmspart>
              <dmsty>hi</dmsty>
              <dmsunit>mm</dmsunit>
            </dmsgroup>
            <dmsgroup>
              <dms>153</dms>
              <dmspart>enkel vel</dmspart>
              <dmsty>wi</dmsty>
              <dmsunit>mm</dmsunit>
            </dmsgroup>
          </li>
          <li type="dmsnotegroup">
            <dmsnotegroup>
              <dmsnote>12 zijden beschreven</dmsnote>
              <dmsnotety>ggapage</dmsnotety>
            </dmsnotegroup>
          </li>
          <xdmscmmm>dubbel vel 1: 210 mm x 135 mm; dubbel vel 2: 233 mm x 161 mm; enkel vel: 233 mm x 153 mm</xdmscmmm>
          <xdmsheet>1 dubbel vel; 4 enkele vellen</xdmsheet>
        </zhrdimensions>
        <zhrdocuments>
          <li type="document">
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_5820_01_01r.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 1</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_5820_01_01v.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 2</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_5820_01_02r.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 3</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_5820_01_02v.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 4</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_5820_01r.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 1 en 4</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_5820_01v.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 2 en 3</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_5820_02_01r.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 5</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_5820_02_01v.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 6</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_5820_02_02r.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 7</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_5820_02_02v.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 8</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_5820_02r.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 5 en 8</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_5820_02v.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 6 en 7</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_5820_03r.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 9</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_5820_03v.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 10</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_5820_04r.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 11</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_5820_04v.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 12</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
          </li>
        </zhrdocuments>
        <zhridentity>
          <li type="altnrgroup">
            <altnrgroup>
              <altnr>GGA, Corr. I, 1887 [21,70] ; CGS, 289E</altnr>
              <altnrty>ggasignant</altnrty>
            </altnrgroup>
          </li>
          <li type="classificationterm">
            <classificationterm>a::aat.10278:1.2</classificationterm>
          </li>
          <li type="descrgroup">
            <descrgroup>
              <descr>o.m. gelukwensen met Gezelles benoeming tot doctor honoris causa op 06/05/1887 en aanvraag gelegenheidsgedicht voor de eerste communie van Louis Beyaert te Brugge op 09/06/1887 (Gezelle bezorgde het gedicht: O kind hoe lange is 't leên (communieprentje nr.1214))</descr>
            </descrgroup>
          </li>
          <li type="idennotegroup">
            <idennotegroup>
              <idennote>briefversie van datering: Donderdag achternoene ; datum en adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie ; plaats gereconstrueerd op basis van de brieftekst; Julius Devos = Broeder Renatus</idennote>
              <idennote_ggagen>briefversie van datering: Donderdag achternoene ; datum en adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie ; plaats gereconstrueerd op basis van de brieftekst; Julius Devos = Broeder Renatus</idennote_ggagen>
              <idennotety>ggagen</idennotety>
            </idennotegroup>
          </li>
          <identifier>6/12132</identifier>
          <li type="objectname">
            <objectname>brief</objectname>
          </li>
          <li type="repository">
            <repository>Guido Gezellearchief</repository>
          </li>
          <li type="titlegroup">
            <titlegroup>
              <titleap>1</titleap>
              <titlelg>dut</titlelg>
              <titleti>Julius Devos (= Broeder Renatus) aan [Guido Gezelle]</titleti>
              <titleti_conti>Julius Devos (= Broeder Renatus) aan [Guido Gezelle]</titleti_conti>
              <titlety>conti</titlety>
            </titlegroup>
            <titlegroup>
              <titleap>1</titleap>
              <titlelg>dut</titlelg>
              <titleti>Ik ben wel drie keeren te late, en,</titleti>
              <titleti_incbr>Ik ben wel drie keeren te late, en,</titleti_incbr>
              <titlety>incbr</titlety>
            </titlegroup>
          </li>
          <li type="xclassificationterm">
            <xclassificationterm>
              <classificationterm>brieven</classificationterm>
              <classificationterm_xac>a::aat.10278:1.2</classificationterm_xac>
            </xclassificationterm>
          </li>
          <li type="xrepository">
            <xrepository>
              <repository>Guido Gezellearchief</repository>
            </xrepository>
          </li>
          <xrepository_vw>Guido Gezellearchief</xrepository_vw>
        </zhridentity>
        <zhrinscriptions>
          <li type="inscrgroup">
            <inscrgroup>
              <inscription>fr. Renatus</inscription>
              <inscrty>handtekening</inscrty>
            </inscrgroup>
          </li>
          <li type="inscrnotegroup">
            <inscrnotegroup>
              <inscrnote>op zijde 1 links in bovenrand: Aan G.Gezelle; idem rechts: [25-26/5 1887]; op zijde 12 linksonder onder dag: [26/5] (inkt, alles hand P.A.); op zijde 1: notities (rode inkt, onbekende hand) op zijde 12: notitie over de brief: ’k En hebbe geen tyd om herlezen (blauw potlood, hand G.G.);nummering aangebracht op de dubbele vellen en enkel vel 1 (inkt, hand P.A.)</inscrnote>
              <inscrnotety>gganote</inscrnotety>
            </inscrnotegroup>
          </li>
        </zhrinscriptions>
        <zhrisad>
          <li type="isadgrp">
            <isadgrp>
              <isadloi>isad:gga:12</isadloi>
            </isadgrp>
          </li>
        </zhrisad>
        <zhrlocation>
          <li type="locgroup">
            <locgroup>
              <loc>5820</loc>
              <locpkid>obbruggez</locpkid>
            </locgroup>
          </li>
          <xloc>5820</xloc>
        </zhrlocation>
        <zhrmaterialstechniques>
          <li type="matgroup">
            <matgroup>
              <mat>inkt</mat>
              <matpart>*</matpart>
              <matrole>medium</matrole>
              <xmat>inkt</xmat>
            </matgroup>
            <matgroup>
              <mat>papier</mat>
              <matcol>wit</matcol>
              <matpart>*</matpart>
              <matrole>drager</matrole>
              <xmat>papier, wit</xmat>
            </matgroup>
          </li>
          <li type="techgroup">
            <techgroup>
              <tech>gevouwen</tech>
              <techpart>*</techpart>
            </techgroup>
          </li>
          <xmat_drager>papier, wit</xmat_drager>
          <xmat_medium>inkt</xmat_medium>
        </zhrmaterialstechniques>
        <zhrproduction>
          <li type="contextgroup">
            <contextgroup>
              <bdate>[26/05/1887]</bdate>
              <location>Brugge</location>
              <locationqualifier>reconstructed</locationqualifier>
            </contextgroup>
          </li>
          <li type="creatorgroup">
            <creatorgroup>
              <creator>a::pg.861</creator>
              <creator_bs_PG>Devos, Julius</creator_bs_PG>
              <creatorrole>bs</creatorrole>
            </creatorgroup>
            <creatorgroup>
              <creator>a::pg.1291</creator>
              <creator_be_PG>[Gezelle, Guido]</creator_be_PG>
              <creatorqualifier>reconstructed</creatorqualifier>
              <creatorrole>be</creatorrole>
            </creatorgroup>
          </li>
        </zhrproduction>
        <zhrsubjects>
          <li type="subjspecgroup">
            <subjspecgroup>
              <subjspeccat>language</subjspeccat>
              <subjspecdesc>Nederlands</subjspecdesc>
            </subjspecgroup>
            <subjspecgroup>
              <subjspeccat>language</subjspeccat>
              <subjspecdesc>Frans</subjspecdesc>
            </subjspecgroup>
          </li>
        </zhrsubjects>
      </data>
    </xenoData>
    <revisionDesc>
      <change when="2026-08-12">mvass (via Oxygen): update metadata</change>
      <change when="2026-06-29">mvass (via Oxygen): update metadata</change>
      <change when="2026-06-08">mvass (via Oxygen): update metadata</change>
      <change when="2026-05-12">mvass: transformation Word -- DALF</change>
    </revisionDesc>
  </teiHeader>
  <text type="brief" xml:id="gg.12132" n="12132">
        <body>
            <div type="correspBlock.content">
                <div>
                    <pb n="p1" type="editor" facs="https://bibmedia.brugge.be/images/gezelle/GGA_5820_01_01r.jpg"/>
                    <fw type="briefzegen">+ </fw>
                    <p>
                        <fw type="briefzegen">
                            <choice>
                                <abbr>J. M. J. F.</abbr>
                                <expan>Jesus Maria Jozef Franciscus</expan>
                            </choice> </fw>
                        <fw type="briefzegen">
                            <choice>
                                <abbr>G. Z. J. Ch.</abbr>
                                <expan>Geloofd Zij Jesus Christus</expan>
                            </choice> </fw>
                    </p>
                </div>
                <div>
                    <fw type="briefzegen">Dominus det tibi Pacem!<note place="foot">
                            <p> Vertaling (Paul Thoen): Dominus det tibi (suam) pacem = God geve je (zijn) vrede = is de franciscaanse groetformule, helemaal passend bij de kapucijn Julius Devos.</p>
                        </note>
                    </fw>
                    <opener>
                        <salute>Zeer Eerweerden en Alderdierbaarsten Heer ende Meester,</salute>
                    </opener>
                    <p>Ik ben wel drie keeren te late, en, confiteor,<note place="foot">
                            <p> Naam en het beginwoord van de schuldbelijdenis in de Katholieke liturgie. (Wikipedia)</p>
                        </note> 'k belijde mijn' schuld, 't is een‘ schande voor mij. 't Was al van voor Paschen, dat ik, tot <name type="plaats" key="plaats0471" n="Izegem">Iseghem</name> uit den mond van onzen eerw. vriend <name type="persoon" key="persoon0083" n="Baes, Pieter Petrus">Baes</name>, die 't gehoord hadde van uwen eerw. Pastor, vernomen hadde hoe <name type="instelling" key="instelling0039" n="Universiteit Leuven">Leuven</name> <del>beslot</del> voornemens was <name type="gebeurtenis" key="gebeurtenis0094" n="Doctor honoris causa">uw werk te bekroonen</name> met er den stempel van het meesterschap op te <subst>
                            <del>
                                <gap n="xxxxx" reason="illegible"/>
                            </del>
                            <add>slaan</add>
                        </subst>; 'k hadde het hier onze eerw. vrienden <name type="persoon" key="persoon0633" n="Demonie, Emiel">Demonie</name> en andere zoetjes en monkelende in de ooren geblazen, en was van zinne UEerw. te schrijven met Paschen, de verrijzenisse. Ik moeste en wilde U zeggen hoe<lg>
                            <l>'k hoorde blijde boven de anderen</l>
                            <l>uwen naam verkondigd zijn!</l>
                        </lg>'t En is aleventwel geen ondankbaar schaamteloos vergeten, en God dank, 'k en ben toch nog van de die niet<lg>
                            <l>voor wij, uw liefde werk en zweet</l>
                            <pb n="p2" type="editor" facs="https://bibmedia.brugge.be/images/gezelle/GGA_5820_01_01v.jpg"/>
                            <l>het leven dat gij om hun sleet</l>
                            <l>ten schuldbrieven op hun hert geleid,</l>
                            <l>weegt meer als hunne ondankbaarheid.</l>
                        </lg>Nu toch, denique tandem,<note place="foot">
                            <p> Vertaling (Latijn): uiteindelijk toch.</p>
                        </note> den tijd van die vreemde spotters is voorbij en met hun eigen zelven verre weg geschoven en, al wierd hun vloek wat lang gehoord,<lg>
                            <l>toch hooger ende verder dan</l>
                            <l>ooit spotters tale Reeken kan</l>
                            <l>daar staat gij!</l>
                        </lg>En wij, uwe leerlingen en kinders, wij herleven; noch en duiken het niet; om uwe altoos groeiende triomphe;<lg>
                            <l>wel en is 't niet, o, gij weet het,</l>
                            <l>om den ijdelen klank alleen</l>
                            <l>en den lof, zoo gauw vergeten,</l>
                            <l>van de menschen: God alleen</l>
                            <l>wilt ge, en, .....</l>
                            <l>nooit en zult ge aan ander vanen</l>
                            <l>als aan Gods uw palmen doen.</l>
                        </lg>'t Is er menigeen, dierbaarste Meester mijn, die nooit <hi rend="underline">uw werk</hi> en heeft willen of kunnen verstaan, en die wel geern <del>en</del> gretende<note place="foot">
                            <p> Spottende.</p>
                        </note> en grijnzende zou gespot hebben:<lg>
                            <l>Vous chantiez; j'en suis fort aise,</l>
                            <l>Hé bien, dansez maintenant.</l>
                        </lg>Maar, waar zijn ze nu? En <hi rend="underline">hun</hi> werk, waar is het? Gij, gij hebt uw nederig lied gezongen, lijk het Ruischen van het Ranke Riet;<note place="foot">
                            <p> Verwijzing naar Gezelles gedicht ’<name type="gedicht" key="gedicht2598" n="O! ' t Ruischen van het ranke riet!">O! ' t Ruischen van het ranke riet!‘</name> uit de bundel <name type="werk.gg" key="werk.gg0001" n="(Vlaemsche) dichtoefeningen">
                                    <hi rend="italic">Dichtoefeningen</hi>
                                </name>.</p>
                        </note> ge hebt den toon gegeven, 't is dertig jaar bijkan geleên, -<pb n="p3" type="editor" facs="https://bibmedia.brugge.be/images/gezelle/GGA_5820_01_02r.jpg"/>
                        <lg>
                            <l>Staat op dan! 't Vrije Vlaamsche lied!</l>
                            <l>Geen valsche dichtpatroonen,</l>
                            <l>geen vreemde oneigen klanken: niet</l>
                            <l>als Christen-Vlaamsche toonen.</l>
                        </lg>Gij, de sperke latende groeien en de vlamme die God in uw herte en in uwen geest had geleid, gij hebt deure end, deure verstaan en getoogd hoe gij zoo diepe en zoo breed die wondervolle bestemminge verstond van het "schoone" in het edele plan van Gods scheppinge. Neen, duist keeren, het "schoone" niet meer als de waarheid en het goed,<note place="foot">
                            <p> Van Plato: het Goede, het Ware en het Schone.</p>
                        </note> 't en is niet eentwat dat buiten ons gedoken ligt en verholen, tusschen de ketens en de banden van 'k en weet niet welke in eengewrochte regels - uitvindingen van levenlooze menschen verstanden - als nen uitgelezen schat voor sommige hooggeleerde geesten; - 't schoone 't is den eigen en <subst>
                            <del>
                                <gap n="x" reason="illegible"/>
                            </del>
                            <add>n</add>
                        </subst>atuurlijken glans van al wat waar is en goed, <subst>
                            <del>
                                <gap n="x" reason="illegible"/>
                            </del>
                            <add>d</add>
                        </subst>e zoete glimlach van Gods eindelooze bermhertigheid, die hij, tot kwistens toe, gestrooid heeft over al zijne werken, om ons zoo veel te zekerder op te trekken tot zijne oneindige waarheid en goed, om aan onze ziele die ruste te geven in 't samensmelten van eenheid, en order en harmonie, in waarheid en goed, waar zij naar hankert, uit ingeboren drift tot God. Dat hebt ge verstaan en gezeid en geleerd<lg>
                            <l>
                                <name type="gedicht" key="gedicht0136" n="Als de ziele luistert">Als de ziele luistert</name>
                            </l>
                            <l>spreekt ‘et al een taal dat leeft,</l>
                            <l>'t lijzigste gefluister</l>
                            <l>ook een taal en teeken heeft. --</l>
                            <l>'t diep gedoken Woord zoo zoet!</l>
                        </lg>
                        <pb n="p4" type="editor" facs="https://bibmedia.brugge.be/images/gezelle/GGA_5820_01_02v.jpg"/>De vrije vlaamsche poëzy<note place="foot">
                            <p> Verwijzing naar Gezelles <name type="werk.gg" key="werk.gg0004" n="Kleengedichtjes">Kleengedichtje:</name> <name type="gedicht" key="gedicht2622" n="o Vrije, vlaamsche poësis">o Vrije, vlaamsche poësis.</name> </p>
                        </note> - die edele - ge hebt ze vrij gedicht; luide en onversaagd, ge hebt gezongen:<lg>
                            <l>Dan, weg met de oneigene</l>
                            <l>tale en den schijn</l>
                            <l>van elders geborgde gepeizen;</l>
                            <l>mijn zijt ge niet, uw dat en</l>
                            <l>wille ik niet zijn,</l>
                            <l>dat in mij en aan mij is</l>
                            <l>dat heete ik mijn:</l>
                            <l>oneigene, ik late U, ... ga reizen.<note place="foot">
                                    <p> Tweede strofe uit Gezelles gedicht ’Oneigene’, uit <name type="werk.gg" key="werk.gg0006" n="Gedichten, gezangen en gebeden. Een schetsboek voor Vlaemsche studenten.">
                                            <hi rend="italic">Gedichten gezangen en gebeden</hi>
                                        </name>.</p>
                                </note>
                            </l>
                        </lg>Ge hebt gezongen en gedicht, o meester, ge hebt de schoonheid van ons "Katholieke christen vlaanderen" gevangen en gevat, ge hebt zijn' tale, - die tale die leeft, die waagt en roert, wentelt en keert, noch in geen regels te binden is, maar moet gedronken worden en genut, lijk het kind laafnisse vindt en voedsel aan de borst zijner moeder - ge hebt die tale, laat me zeggen, gedronken met volle teugen, ge hebt er uwen geest en uwen wille meê deurdrongen, en 't eigene vlaamsche lied rolde natuurlijk van uwe tonge! En heel dat eigen vlaamsche wezen, ge hebt het Jesu weêrgegeven, en nu nog, gelijk over dertig jaar meugt ge vrij en vrank wel zeggen:<lg>
                            <l>Dat herte en mond en stemme en al</l>
                            <l>wat mijn is, Jesus' zij,</l>
                            <l>en of ik eens mijn woord ontval,</l>
                            <l>mijn stemme ontvalle mij!<note place="foot">
                                    <p> Voorlaatste strofe uit Gezelles gedicht ’<name type="gedicht" key="gedicht2698" n="Principium a Jesu">Principium a Jesu’</name>, uit <hi rend="italic">Dichtoefeningen.</hi>
                                    </p>
                                </note>
                            </l>
                        </lg>Gij hebt gezongen en gedicht, maar ge hebt zoo meteen ook geleerd en onderwezen:<pb n="p5" type="editor" facs="https://bibmedia.brugge.be/images/gezelle/GGA_5820_02_01r.jpg"/>
                        <lg>
                            <l>Dan op, gij Dichtren, schaamt U niet;</l>
                            <l>voor Jesus de eerste stem,</l>
                            <l>voor Jesus! en het laatste lied</l>
                            <l>voor Jesus, nog voor Hem!<note place="foot">
                                    <p> Laatste strofe uit Gezelles gedicht ’Principium a Jesu’, uit de bundel <hi rend="italic">Dichtoefeningen</hi>.</p>
                                </note>
                            </l>
                        </lg>Ik wete er, meer als een, die hadde<lg>
                            <l>dat bitter water</l>
                            <l>van de g<subst>
                                    <del>
                                        <gap n="xx" reason="illegible"/>
                                    </del>
                                    <add>ro</add>
                                </subst>ote zee gesmaakt,<note place="foot">
                                    <p> Eerste twee regels uit Gezelles gedicht ’<name type="gedicht" key="gedicht1159" n="G' hebt dan ook dat bitter water">G' hebt dan ook dat bitter water‘</name> uit de bundel <hi rend="italic">Gedichten gezangen en gebeden</hi>.</p>
                                </note>
                            </l>
                        </lg>of die het, lacij,<note place="foot">
                            <p> Helaas.</p>
                        </note> maar al te vele reeds geproefd had, en die 't uwe zangen moeten dank weten is hij niet teemaal<note place="foot">
                            <p> Ten enen male.</p>
                        </note> die tusschen <l>die baren, rotsen winden fel<note place="foot">
                                <p> Regel uit Gezelles gedicht ’<name type="gedicht" key="gedicht2721" n="Rammentati, onthoudt ' et wel">Rammentati, onthoudt'et‘</name> wel uit <hi rend="italic">Gedichten, gezangen en gebeden.</hi>
                                </p>
                            </note>
                        </l>verslegen en vergaan! "Maria, moeder," - zoo stond er op het doodsanctje van dien<lg>
                            <l>
                                <name type="persoon" key="persoon0636" n="Demonie, Polydor">Polydor</name>, dat kind van Vlaanderen,</l>
                            <l>kind van God en kind van U -<note place="foot">
                                    <p> Aangepaste twee eerste regels uit Gezelles gedicht ’<name type="gedicht" key="gedicht2687" n="Polydor, gij kind van Vlanderen">Polydor gij kind van Vlanderen‘</name> uit <hi rend="italic">Gedichten, gezangen en gebeden</hi>.</p>
                                </note>
                            </l>
                        </lg>Maria, moeder, wees het gedachtig hoe menigmaal en hoe godsvruchtig ik uwen roozenkrans bad!" En menigeen van hen, die <hi rend="underline">uw</hi> werk miskenden (zoekende achter hunnen<hi rend="underline"> gouden</hi> kandelaar) zullen verwonderd hebben staan zien, zij die nooit en hadden gepeisd hoe gij in 't herte van uwe leerlingen zulk een zaad hadt weten te leggen waar uit, vroeg of late, Maria's <del>helmel</del> hemelzoete roozen zouden groeien en bloeien! </p>
                    <p>Nu,<hi rend="underline"> uw werk</hi>, waaraan gij, lijk de moeder aan heur kind, meer houdt als aan uw zelven, waaraan gij uwen arbeid en uw zweet, uw leven en alles wat U is, zoo mildelijk hebt ten besten gegeven, uw werk is bekroond!<pb n="p6" type="editor" facs="https://bibmedia.brugge.be/images/gezelle/GGA_5820_02_01v.jpg"/>
                        <lg>
                            <l>Het <name type="instelling" key="instelling0039" n="Universiteit Leuven">Leuvensch leergesticht</name>, weêrspegelende in zijn schoot, </l>
                            <l>de felle stralen die Sint Thomas leering schoot,<note place="foot">
                                    <p> Twee regels uit Gezelles gedicht ’<name type="gedicht" key="gedicht3381" n="Waar is de tijd naartoe, dat onze vlaamsche helden">Waar is de tijd naartoe, dat onze vlaamsche helden‘</name> uit de bundel <name type="werk.gg" key="werk.gg0011" n="Liederen, eerdichten et reliqua">
                                            <hi rend="italic">Liederen, eerdichten et reliqua</hi>
                                        </name> voor <name type="persoon" key="persoon2077" n="Waffelaert, Gustaaf Jozef">Gustaaf Waffelaert</name> die op 20 juli 1880 doctor in theologie werd aan de Universiteit Leuven.</p>
                                </note>
                            </l>
                        </lg>heeft u leeraar uitgeroepen en bekroond, en uw werk, tot doctor's werk erkend. Wat vragen wij meer? <lg>
                            <l>"Ah, doctors zijn daar wel en waarborglooze monden, </l>
                            <l>die, jeukend, overal hun eigen woord verkonden... </l>
                            <l>Geen zulk' heeft Vlaanderen ooit in zijnen schoot gedragen,</l>
                            <l>maar anderen, gij vooreerst, verblijden weêr de dagen</l>
                            <l>die 't eigen land, waarin gij eerst gewonnen wierdt,</l>
                            <l>beleeft, terwijl 't den loop van zijn bestemming viert."<note place="foot">
                                    <p> Regels uit Gezelles gedicht ’Waar is de tijd naartoe, dat onze vlaamsche helden‘ uit de bundel <hi rend="italic">Liederen, eerdichten et reliqua</hi> voor Gustaaf Waffelaert die op 20 juli 1880 doctor in theologie werd aan de Universiteit Leuven.</p>
                                </note>
                            </l>
                        </lg>En daarmeê sluite ik mijn feestrede en mijne hertelijkste gelukwenschingen: ze zijn wonder aaneengestooten, 't is waar; in plaatse van de blommen, hebbe ik UEerw. den wortel gegeven, tot meerdere zekerheid; daarenboven, <hi rend="underline">meenende </hi>te weten hoe Gij de zaken verstaat, 'k hebbe u willen zegge hoe ik ze beschouwe, om alzoo langsom meer te komen tot die eenheid van hert en geest. En nu, vooruit, niet waar, met nieuwen moed: de leeraarsmantel is wijd, noch en zal hij u keten of band verschaffen: 't is een nieuw leven, en wij, uwe kinders en leerlingen, wij verwachten ook nieuwe werken; doen we niet wel? Peist ne' keer: 'k zie daar, zoo al med' eens, voor mijne oogen een’ reke <hi rend="underline">tonnen</hi> te voorschijne komen, en, 't zingt daar iemand alzoo lijze<note place="foot">
                            <p> Zachtjes.</p>
                        </note> tusschen zijn' tanden: <lg>
                            <l>
                                <name type="gedicht" key="gedicht3073" n="Tokt op eene ijdele ton ton ton">Tokt op eene ijdele ton, ton, ton,</name>
                            </l>
                            <l>ze rolt, ze bolt, ze bommelt;</l>
                            <l>- - - - - - - - - - - - - -</l>
                            <l>die vroed is heeft, al vast,</l>
                            <l>mijn tonnen toegepast.</l>
                        </lg>
                        <pb n="p7" type="editor" facs="https://bibmedia.brugge.be/images/gezelle/GGA_5820_02_02r.jpg"/>Maar nu moete ik erger werk gaan beginnen, en wie weet of gij bij al mijn geraas het letste zielke van uw verduldigheid al niet kwijt gerocht en zijt. En tot overmate van rampe en tegenspoed, ik kome nog al eens op de laatste stekke. <name type="persoon" key="persoon2721" n="Beyaert, Louis">Kleene Louis Beyaert</name> doet morgen en veertien dagen,<note place="foot">
                            <p> Louis Beyaert deed zijn eerste communie te Brugge op 09/06/1887. Het communieprentje wordt bewaard in het Guido Gezellearchief van de Openbare Bibliotheek Brugge (nr. 1214).</p>
                        </note> meene ik zijne eerste H. Communie, en, 'k zou geern, - 't is ik die vrage, in mijnen name, uit vrijwillige, eigene beweginge en persoonlijk begeeren - 'k zou geern voor die eerste Communie uwe doctors handgifte hebben:<note place="foot">
                            <p> Gezelle stuurde hem een gedicht dat hij voordien al had gebruikt voor de eerste communie van Alijs uit Roeselare: <name type="gedicht" key="gedicht0113" n="Alijs, hoe lange is ' t leen">Alijs, hoe lange is ’t leên</name>, met aangepaste eerste regel: ’O kind hoe lange is 't leên’. Het gedicht werd ook overgedrukt in: Rond den Heerd: 22 (16 juni 1887) p. 232. <lb/>Het werd later nog eens gebruikt voor de eerste communie van Firmin Poupeye. (Zie ook het handschrift in het Guido Gezellearchief van de Openbare Bibliotheek Brugge met de drie namen erop (nr. 487)).</p>
                        </note> 'k en zal der zelfs niet bij zeggen "als 't kan zijn"; gij hebt immers te vele en te schoone gedicht over het H. Sakrament, uw schoonste verzen, misschien, uw meeste en verhevenste gedachten zijn <add>daarover</add> al te natuurlijk uit uw' penne gevloeid, om niet zonneklaar te bewijzen dat gij dicht voor Jesus-Eucharisticus, al zoo "s<hi rend="underline">ponte</hi>"<note place="foot">
                            <p> Van het Latijnse sponte: spontaan.</p>
                        </note> als de nachtegale zingt. Nog meer: 'k ga zoo stout zijn, zoo overmoedig, en als ge wilt, zoo<del>,</del> verwaten<note place="foot">
                            <p> Overmoedig, trots.</p>
                        </note> om het te durven bestaan u te zeggen wat ik zou begeeren. 't Spreekt van zelfs, niet om u te brengen "elders geborgde gepeizen;"<note place="foot">
                            <p> Andermans ontleende gedachten.</p>
                        </note> niet om u pale of perk te zetten; maar te ver<subst>
                            <del>mee</del>
                            <add>gem</add>
                        </subst>eenschappinge, verwisselinge van gedachten en gevoelens. Gij, dichters, onze meesters, gij slaat munte - ge weet wel, van die "munte gave en goed, gelijk de vaderen deden"; wij we brengen u ons metaal, en ge smelt het, geloutert en zuivert ’et, ge beziet ‘et en ve<subst>
                            <del>l</del>
                            <add>r</add>
                        </subst>leest ’et, ge gebruikt ‘et of ge versmijt ’et, en ge geeft ons <add>toch</add> munte. <pb n="p8" type="editor" facs="https://bibmedia.brugge.be/images/gezelle/GGA_5820_02_02v.jpg"/>Daar ligt zulk nen onzeggelijke schat muntespijze in de <name type="werk.gg" key="werk.gg0004" n="Kleengedichtjes">kleen-gedichtjes</name>: 'k hebbe ze daar nog altemale herlezen, - en weet ge wel, meester, dat nievers gelijk daar den oprechten geest en eigen aard van uw werk, van uwe wendinge te vinden is. Ge hebt daar, neen, ik zegge mis, uw' ziele heeft daar heur eigen zelve zoodanig uitgegoten dat het boekske een echt en wezentlijk levensbeeld is. Nu, 'k ga op een blad papier eenige gedachten leggen: ziet hier: 'k hadde liever geen <hi rend="underline">persoonlijke</hi> verzen, maar de <hi rend="underline.double">eerste</hi> Communie zelve, in <name type="persoon" key="persoon4317" n="de Musset, Louis Charles Alfred">de - Musset</name> heeft ergens gedicht: <lg>
                            <l>Le cœur de l'homme vierge est un vase profond; </l>
                            <l>lorsque la première eau qu'on y verse est impure, </l>
                            <l>la mer y passerait sans laver la souillure;</l>
                            <l>car l'abîme est immense et la tâche est au fond.<note place="foot">
                                    <p> Uit drama <hi rend="italic">La Coupe et les lèvre</hi>s, opgenomen in <name type="werk.ander" key="werk.ander2129" n="Un spectacle dans un fauteuil">
                                            <hi rend="italic">Un spectacle dans un fauteui</hi>
                                        </name>l.</p>
                                </note>
                            </l>
                        </lg>Onder franschen geest en, meugelijks wel, franschen woorden blaai, zit er daar toch een gedacht: nu, 'k zou willen, in tegenstrijdigen zin, U de Eerste Communie zien drijven in 't staal van een bondelke verzen, hoe dat Jesus daar dat maagdelijk <del>hert</del> kinderherte pakt van den eersten stond, met het gedacht van het H. Sakrament teenegader. Gij ziet het, 't en is toch nog eigentlijk niet voor mij: 't is voor Jesus zelve, en de ondoordringbare wijsheid van zijne grenzelooze bermhertigheid en liefde, in die eerste H. Communie, is ze geen alderschoonste en uitgelezendste doctors-dichtje weerd? Hoe eer hoe liever, alhoewel het juiste op geenen dag of viere of vijve en staat als ik het maar en krijge.<pb n="p9" type="editor" facs="https://bibmedia.brugge.be/images/gezelle/GGA_5820_03r.jpg"/>
                        <pb n="2)."/>
                        <gap n="..." reason="fragment"/>
                    </p>
                    <p>née de Dieu.<note place="foot">
                            <p> Er ontbreekt een enkel vel waardoor we een afgebroken zin krijgen die niet volgt op het vorige vel.</p>
                        </note> Tous les commandements de Dieu ne suffisent pas pour nous le faire aimer; &amp; cela parce qu'une flamme seule peut allumer une autre flamme... La charité de Dieu fut faite homme afin que nos cœurs puissent être rendus capables de brûler de l'amour de Dieu. ... Seul l'amour divin fait Homme, &amp; par là uni à nous et demeurant en nous, est capable de mener notre amour à la perfection. Mais "Dieu est amour; &amp; qui demeure dans l'amour, demeure en Dieu, et Dieu en lui (I Joa. IV. 16)"; &amp; dans chaque communion du corps &amp; du sang précieux de <choice>
                            <abbr>J. Ch.</abbr>
                            <expan>Jésu Christ</expan>
                        </choice> vous recevez le Sacré Cœur, c'est à dire vous recevez dans votre cœur l'Amour Incarné de Dieu.</p>
                    <p>Is het niet waar, o meester, dat de overeenstemminge van de menschwording met onze vervallene natuur, daar wonderwel geschetst wordt? 't Denkt mij dat wij, priesters, ons te verre houden van Gods eigen doen: we zitten te vele in de <hi rend="underline">moralis,</hi>
                        <note place="foot">
                            <p> Vertaling (Latijn) Paul Thoen: In 'de (sensus) moralis’: in de morele zin, in de morele betekenis van de tekst.</p>
                        </note> in 't gebod: we verwaarloozen de liefde, die wij ongetwijfeld beter zouden verkrijgen met de <hi rend="underline">dogmata</hi>, met aan den mensch die al te weinig gekende schoonheden te toogen: <name type="persoon" key="persoon1254" n="Manning, Henry Edward">Cardin. Manning</name> heeft in <name type="werk.ander" key="werk.ander2130" n="Les gloires du Sacré-Cœur">zijn werk</name> een capittel: "Le dogme est la source de la dévotion." Ten anderen het is en blijft toch waar: nihil volitum nisi quatenus &amp; in quantum cognitum.”<note place="foot">
                            <p> Vertaling (Latijn) Paul Thoen: Niets is gewild, tenzij in hoeverre en in welke mate het gekend is.</p>
                        </note> -</p>
                    <p>Toch, Christus is gestorven, verrezen en ten Hemel gevaard: en anders wegen de mensch en kan zijn tegenwoordigheid niet missen; maar, zegt <name type="persoon" key="persoon4318" n="Augustinus van Hippo">Augustinus</name>, "Dormit Adam ut Eva fiat; moritur Christus ut fiat Ecclesia. Dormienti Adae fit Eva de latere, mortuo Christo lancea percutitur latus, ut profluant sacramenta quibus formetur Ecclesia.”<note place="foot">
                            <p> Vertaling (Latijn) Paul Thoen: Adam slaapt opdat Eva zou kunnen ontstaan; Christus sterft opdat de Kerk zou kunnen ontstaan. Bij de slapende Adam ontstaat Eva uit zijn zijde, bij de dode Christus wordt zijn zijde doorstoken door de lans, opdat de sacramenten eruit zouden voortvloeien waardoor de Kerk kon gevormd worden.</p>
                            <p>Deze combinatie van Genesis 2, 21-22 en Johannes 19, 33-34 is te vinden in Augustinus' Johannes-commentaar: In Evangelium Joannis Tractatus, 9, 10.</p>
                        </note> Christus had het immers gezeid: 'k blijve bij U tot het einde der eeuwen. C'est pourquoi, zegt Manning, Dieu, afin de faire renaître la conscience de sa présence avec toute la force intime d'un souvenir constant; se constitua lui-même la Tête du Corps dont nous sommes les membres. ... Ce sentiment de sa présence comme Homme &amp; Dieu, &amp; comme chef de l'Eglise dans tous les membres de celle-ci, est toujours &amp; partout soutenu par la présence perpétuelle de la Très-Sainte Eucharistie. L'Eglise visible sur la terre est, pour ainsi dire, le Tabernacle dans lequel réside le Verbe incarné présent sur chaque autel.... L'église visible dans le monde est suspendue comme un dais au dessus de cette Sainte Présence; &amp; tous les autels dans l'Unité catholique ne sont qu'un seul autel, comme le Très-Saint Sacrement sur chaque autel n'est qu'un seul sacrement, un seul mystère du "verbe fait chair" demeurant à jamais au milieu de nous. Par là le sentiment de Sa présence est intime, perpétuel, &amp; universel.</p>
                    <p>'k Neme dan den mensch, het edele schepsel Gods, zoo wonderlijk begaafd, bekwame, met zijn verstand, om de wezens te kennen die buiten hem zijn, en ze, lijk zij zijn in hun eigen, volgens al de wezenlijke waarheid van hun wezen, naar binnen<pb n="p10" type="editor" facs="https://bibmedia.brugge.be/images/gezelle/GGA_5820_03v.jpg"/>te brengen en ze daar af te schetsen en te schi<subst>
                            <del>
                                <gap n="xx" reason="illegible"/>
                            </del>
                            <add>ld</add>
                        </subst>eren; facultas apprehen<subst>
                            <del>i</del>
                            <add>s</add>
                        </subst>iva,<note place="foot">
                            <p> Vertaling (Latijn): begripsvermogen.</p>
                        </note> zeiden de scholastici; bekwame met zijnen wille om die wezens, alzoo naar binnen gebracht, aan te kleven, te beminnen, en in die liefde de ruste te vinden, gesproten uit de ge<subst>
                            <del>
                                <gap n="x" reason="illegible"/>
                            </del>
                            <add>d</add>
                        </subst>urige werkinge van zijne vermogens; facultas expansiva;-<note place="foot">
                            <p> Vertaling (Latijn): uitbreidingskracht, expansieve bevoegdheid.</p>
                        </note> 'k zie God dat natuurlijk wezen van den mensch verheffen tot een bovennatuurlijk order en hem den mensch bestemmen tot eene bovennatuurlijke kennisse en liefde, en oneindig geluk van de goedheid zelve. De mensch, met zijn verstand en zijnen wille, zei <name type="persoon" key="persoon4016" n="Thomas van Aquino">St Thomas</name>, wordt eenigszins al de wezens die hij kent en bemint; en al zoo ook wordt hij eenigszins verheven tot het eigen wezen en zijn van God zelve; visio beatifica, facie ad faciem.<note place="foot">
                            <p> Vertaling (Latijn): de zalige aanschouwing, van aangezicht tot aangezicht.</p>
                        </note> "De kracht van <choice>
                            <abbr>J. Ch.</abbr>
                            <expan>Jesus Christus</expan>
                        </choice> heeft ons alles, wat tot het leven en de vroomheid strekt, geschonken, door de kennis van God, die ons geroepen heeft door eigene heerlijkheid en deugd, door dewelke hij ons zeer groote en dierbare <subst>
                            <del>g</del>
                            <add>G</add>
                        </subst>eloften geschonken heeft, opdat bij middel van deze aan de goddelijke nature zouden deelachtig worden." (II Petr. 1-3. &amp; 4). En al zoo verheven en bestemd tot deelneminge van het goddelijk wezen, aangenomene kinders van God (filii adoptivi,) en om kinders te kunnen zijn, deelachtig geworden aan de goddelijke nature, moeten wij ook gelijk worden aan den oprechten, wezentlijken, natuurlijken zone van God, gelijk <name type="persoon" key="persoon4319" n="Cyrillus van Alexandrië">St-Cyrillus <choice>
                                <abbr>Alex.</abbr>
                                <expan>Alexandrië</expan>
                            </choice>
                        </name>  zegt: "Meâ enim adoptione &amp; similitudine filii essemus, nisi ipso Filio praesupposito, ad quem efformamur, qui ad similitudinem ipsius arte quadam &amp; gratia traducimur.<note place="foot">
                            <p> Vertaling Paul Thoen (Latijn): Want door mijn adoptie en gelijkenis waren wij zonen (Gods) geweest,</p>
                            <p>was het niet dat de eigenlijke Zoon voorondersteld wordt,</p>
                            <p>naar wie(ns beeld) wij gevormd zijn, </p>
                            <p>wij die naar zijn gelijkenis door één of andere tussenkomst en genade omgezet worden.</p>
                        </note>
                    </p>
                    <p>En nu keeren wij weder tot het H. Sakrament, en de H. Communie. Ce Sacrement, zegt Card. Manning, est la révélation de l'amour de Jésus pour nous. il est l'application perpétue<subst>
                            <del>le</del>
                            <add>lle</add>
                        </subst> de son amour à notre salut. ... Nous étions les enfants du premier Adam et nous participions à la substance de la chair &amp; du sang de celui-ci; <del>nous étions.</del>... par la régénération du St Esprit et par le Très-Saint Sacrement de l'autel, nous devenons les membres du second Adam, nous participons à sa chair &amp; à son sang divins... nous sommes participants de sa substance pour la vie et l'immortalité. ... Le mystère du Corps &amp; du Sang précieux, de <choice>
                            <abbr>J-Ch.</abbr>
                            <expan>Jésu Christ</expan>
                        </choice> est le lien entre l'Incarnation et la Résurrection, et<pb n="p11" type="editor" facs="https://bibmedia.brugge.be/images/gezelle/GGA_5820_04r.jpg"/>
                        <pb n="3)"/>le moyen par lequel nous devenons les membres de sa substance, et par là les participants de celui qui a dit: "Je suis la Résurrection &amp; la Vie."... 't Is door dit H. Sakrament dat <choice>
                            <abbr>J. Ch.</abbr>
                            <expan>Jesus Christus</expan>
                        </choice> de geloovigen in Hem hervormt en als 't ware herschept, en tot een lichaam maakt: Le Sacré-Cœur de Jésus dans le <choice>
                            <abbr>Tr.</abbr>
                            <expan>Très</expan>
                        </choice> Saint Sacrement de l'autel est le centre de tous les cœurs. ... Comme des flammes qui se mêlent à d'autres flammes n'en font plus qu'une - telle est aussi l'unité surnaturelle &amp; spirituelle de tous ceux qui sont unis à son Sacré Cœur. Elders ook: Le Sacré Cœur de Jésus, qui est l'amour de Dieu revêtu des sympathies de notre humanité, a été et est un pouvoir assimilant, le principe d'une vie nouvelle changeant en sa propre ressemblance les cœurs intérieurs des hommes. ...</p>
                    <p>En dan ook nog weêrom die wonderbare samenwerkinge van hulpe en beproevinge, de verheffinge van den mensch in de vernietiginge van zijn eigen zelven, de wijsheid van God: brood en wijn die hunne gedaanten geven om den mensch niet af te keeren, niet benauwd te maken, - enz. en ten zelfden tijde, 't geloove in werk te zetten.. Onuitsprekelijk schoone dingen schrijven daarover de H. Vaders; - maar gij weet ze zoo wel als ik; - 'k en schrijve niet om u te onderwijzen, maar om u te toogen en te vragen: staat die opvattinge u niet aan. 'k Hebbe genoeg gezeid meene ik om mijn gedacht te verdietschen, en sluite met nog eenige gedachten van Kard. Manning:</p>
                    <p>
                        <del>Dieu</del> La charité de Dieu ne voulait point être contenue dans les limites de son propre bonheur. - en hij miek heel de scheppinge... al de wezens, - maar 't en was hem niet genoeg: il voulait encore s'identifier avec ses créatures: il se revêtit donc d'une nature créée. Dieu le Fils prit dans l'unité de sa personne une humanité créée; et le créé et l'incréé furent joints ensemble par un lien personnel et éternel.... Toute la gloire divine &amp; incréée fut en contact, &amp; plus qu'en contact, en un seul et unique point, avec le monde entier de l'existence créée; et ce point de contact est le Sacré Cœur de Jésus. Ce cœur devint donc le plus glorieux des royaumes du Père Eternel. Il règne en lui &amp; sur lui. Sa volonté est toujours obéie par ce cœur &amp; ses lois sont écrites en lui. Jamais le Père ne reçut une obéissance égale à celle que lui rend le Fils en qui il a mis sa complaisance. Jamais le Père ne reçut un amour, une adoration et des louanges aussi grands que par les actes béatifiques du Sacré-cœur.<pb n="p12" type="editor" facs="https://bibmedia.brugge.be/images/gezelle/GGA_5820_04v.jpg"/>'k En wete niet, mijn Eerweerden en dierba<subst>
                            <del>ren</del>
                            <add>re</add>
                        </subst> Meester, maar 't denkt mij dat er alzoo iets zou kunnen gemaakt worden, in die eenheid, over de H. Communie, en meugelijks wel de eerste Communie. Jesus die daar zijn eigen zelven legt in den nog ongeroerden en maagdelijken grond van het kinderherte als het zaad van 't eeuwig leven, 'k Geve u die gedachten die opvattinge voor 't gene zij weerd is. En zijt niet kwaad op mij dat ik u zoovele van uwen kostelijken tijd stele: Gedoog dat ik, om weerd 't Altaargeheim te roemen, naar U om kracht en stemme kom.</p>
                    <p>Gij zult daar meer en beter in zien als ik vermag te peizen en te zeggen: neemt die muntespijze in genade bidde ik u, l<subst>
                            <del>a</del>
                            <add>e</add>
                        </subst>gt ze in uw herte, en, als de tijd komt, als de vlamme rijst, al duurde het een maand, of langer, zuivert ze en smelt ze en geeft ons beste doctorsmunte. 'k Eindige om mijn brief te kunnen zenden. Dierbaarste meester, vale<note place="foot">
                            <p> Vertaling (Latijn): vaarwel.</p>
                        </note> en bid voor mij; 'k bidde voor U.</p>
                    <closer>
                        <salute>Totus tuus in <choice>
                                <abbr>X<hi rend="sup">o</hi>
                                </abbr>
                                <expan>Christo</expan>
                            </choice>
                            <note place="foot">
                                <p> Vertaling (Latijn): Geheel de jouwe in Christus.</p>
                            </note>
                        </salute>
                        <signed>
                            <name type="persoon" key="persoon1484" n="Devos, Julius">
                                <choice>
                                    <abbr>fr.</abbr>
                                    <expan>frater</expan>
                                </choice> Renatus :/:</name>
                        </signed>
                        <dateline>Donderdag achternoene.</dateline>
                    </closer>
                </div>
                <div>
                    <p>
                        <add hand="#persoon0905-hand">’k En hebbe geen tyd om herlezen</add>
                    </p>
                </div>
            </div>
        </body>
    </text>
</TEI>