<Resultaat 1140 van 2182

>

p1
Eerweerde Heer en dierbare Vriend!

Is het anders mij steeds zoo zoet ende aengenaem eenig levensteeken, en in het bijzonder brief ofte briefkaerte van U te mogen ontfangen - thans vervult uw schrijven, dat gisteren avond in welstand mij toekwam, lijder! met leed mij ende met hertzeer. Ach! k' en had geen vermoeden dat ziekte U bezocht hadde[1] maer ik schreef uw stilzwijgen toe aan de drukke bezigheden en bemoeiingen die uw ambt, bijzonderlik in deze weken voor Paschen, U pleegt op te leveren. Mijn herte is oprecht bewogen in medeleed wegens deze bezoekinge - en dat reeds sedert vijf weken! En ja - gelukkig kunt Gij mij, door Gods goedheid, iets melden van aenvankelike beternisse, maer ay! ik kan mij ook zoo voorstellen dat in dezen bitter kouden en guren nawinter die beterschap zoo moet vertragen ende niet en kan aenwinnen. Geluk-p2kig is er hier - en 't en zal in Vlaenderen wel niet anders zijn, dunkt mij - gelukkig is er hier eindelik een begin van verandering in 't weêr gekomen. Sedert heden ochtend is de wind hier in 't Zuiden, en - al houdt al die groote hoop smeltende sneeu de luchtsgesteldheid nog zoo kil, wij hebben toch al reede een half uurken zonneschijn genoten, een genot dat wij weken en weken lang niet hadden gehad. Dit is een welkom begin van beterschap en 't zal U in uwe zwakte te bate komen, hoop ik. De goede God sterke uwe krachten en verkwikke uw herte en doe U eerlang gants en gaar hersteld zijn, tot heil uws zelven en van alle uwe vrienden, die U zoo beminnen ende vereeren. Zoo kome 't! -

Ik dank U wel voor uwe briefkaerte en voor d'antwoorden op mijne vragen, die Ge mij geschreven hebt. En hoe verheugde 't mij op te kunnen merken dat toch uw handschrift weer (of nog) kloek was ende vast als gewoonlik - een goed teeken en mij een bewijs van d'innerlik goede gesteldheid uwes lichaams.p3Ik zal een opstelleken[2] voor het Belfort gereed maken - 't zal maer eene kleene aenmerkinge zijn. Ook, 't en kan nog niet aenstonds geschieden; want zie, eergisteren kreeg ik een verzoek van het Eerdrijkskundig Genootschap t' Amsterdam, om mijne meening aengaende de beteekenis van sommige friesche plaetsnamen in geschrifte te bengen[3] ter opname in het tijdschrift van dat genootschap. En dat moet nu voorgaen, want zie, wat het zwaarste is moet het zwaerste wegen, zegt hier de volksmond, en - ik krijg daar voor als loon fl. 40 (veertig Gulden) het vel. Dat en mag ik niet verzuimen. Maer 't zal gau gereed zijn - ik heb alles in mijn brein al klaer, en dan begin ik terstond aen 't gene ik den Belfoorde toegedacht hebbe.

Wel spijt het mij dat Gij verhinderd geweest zijt mijn "Oud-Nederland" aen te kondigen - en dan uit die oorzake! Maer ik weet het, ook in den Eerweerden Heer Demonie zal mijn boek eenen eerliken en daertoe welwillenden beoordeelaer vinden - dies ben ik te vrede, ook al had 'k het geerne anders.

Ei! die heere uit 's-Hertogenrade!p4(Dat Gij den waelschen name, Rade- of Rode-le-Duc, saâmgetrokken tot Rolduc, van die plaets gebruikt, is natuerlik maer eene struikelinge der penne). En ei! 's-mans schoolmeesters-hollandsche begrippen. Onze tegenstanders in onze friesch-vlaemsche taelzaken zijn weêr fel t' onzer bestrijdinge. Deze week hebben de Heeren Van Rijswijk uit Antwerpen en Vuylsteke (uit Gent, meen ik) redevoeringen gehouden te Leiden voor de studenten aldaer, die eene afdeeling van het Willemsfonds uitmaken. (Ook te Groningen is onder de studenten ter Hoogeschole zulk eene afdeeling opgericht). Gij kunt peizen hoe ze daer te Leiden, waer ook de Hoogleeraren De Vries en Jan ten Brink op die vergadering het woord voerden, hebben saemgespannen om het geijkte bijzonder-hollandsche Nederlandsch ook Vlaming ende Fries op te dwingene. Nu - wij hebben ja den besten troost. Immers is onze zake op rede en recht gegrond; dies zal ze 't winnen.

Nu hoop ik dat mijn schrijven U eeniger mate aengenaem mag geweest zijn - maer ik mag eenen herstellende kranke niet vermoeien. Dies moet ik eindigen, na U nog te hebben medegedeeld datp52/ik gisteren tot mijn genoegen een vriendelik schrijven mocht ontfangen van den Heere Janssens te St. Nicolaes in 't Land van Waes, ende tot geschenk daertoe eenen afdruk van zijne schoone gedichten. Een en ander was mij van herten wellekom.

Hoe roert zich de pleitbezorger Adolf Pauwels voor de antwerpsche rechtbank ten bate onzer tale! Hij is een oprecht vierige en strijdveerdige kamper. Moge zijn streven gezegend zijn, en goede vruchten voortbrengen!

En nu het onherroepelike slot voor ditmaal. Als ge lust hebt, ei! zij dan een keer zoo goed, en meld mij, al is het maer met een paer woorden, uw voortgaend herstel.

Zij mij Gode bevolen! Zoo groete ik U, met hert ende hand, hou ende trou, ende in der minne onzes lieven Heilands, als
Uwen
Johan Winkler.

Noten

[1] In het voorjaar van 1888 leed Gezelle aan reuma. Pas in mei begon zijn gezondheidstoestand te verbeteren. Zie A. Walgrave, Het Leven van Guido Gezelle, II, p.172.
[2] J. Winkler, De doopnaam van Vondels vriend Roemer Visscher. In: Het Belfort: 3 (1888) 5, p.464-467.
[3] J. Winkler, Friesche plaatsnamen. Oorsprong, beteekenis en spelling in verband met geslachtsnamen en mansvoornamen. In: Tijdschrift van het Nederlandsch aardrijkskundig Genootschap: (1888).

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Datums° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
GeslachtMannelijk
Beroeparts; taalkundige; auteur
VerblijfplaatsNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek "Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon", waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan "Rond den Heerd" vanaf 1875 en aan "Loquela" vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor "Biekorf". Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088

Briefschrijver

NaamWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Datums° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
GeslachtMannelijk
Beroeparts; taalkundige; auteur
VerblijfplaatsNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek "Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon", waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan "Rond den Heerd" vanaf 1875 en aan "Loquela" vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor "Biekorf". Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamHaarlem

Naam - persoon

NaamDe Vries, Matthias
Datums° Haarlem, 09/11/1820 - ✝ Leiden, 09/08/1892
GeslachtMannelijk
Beroeptaalkundige; hoogleraar; auteur
VerblijfplaatsNederland
BioMatthias De Vries studeerde aan de Rijksuniversiteit Leiden en promoveerde er op 13 december 1843 in de Letteren. Hij begon als docent Nederlands en geschiedenis aan het Stedelijk Gymnasium in Groningen. Hij werd benoemd tot lid van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde op 20 juni 1844. Op 28 november 1849 werd hij hoogleraar in Groningen en in 1853 hoogleraar in Leiden. Hij gaf er taal-en letterkunde en tot 1860 ook vaderlandse geschiedenis. Hij was werkzaam tot 15 september 1891. Samen met Lambert Allard te Winkel stelde hij het Woordenboek der Nederlandsche Taal samen, in de later naar hen genoemde spelling De Vries-te Winkel. Hij was buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamse Academie.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
NaamJanssens, Alfons J. M.
Datums° Sint-Niklaas, 16/10/1841 - ✝ Luzern, 01/09/1906
GeslachtMannelijk
Beroeppoliticus; dichter; auteur; textielfabrikant
BioAlfons Janssens studeerde aan het Sint-Jozefscollege van Sint-Niklaas. In 1868 was hij sergeant bij de pauselijke zoeaven. Hij huwde in 1872 en nam samen met zijn broer de leiding van de familiale textielfabriek. Hij was de medestichter van de Gilde van Ambachten en Neringen Sint-Niklaas. Vanaf 1885 was hij betrokken bij het Davidsfonds als voorzitter en in het hoofdbestuur. Hij was ook een dichter en auteur en lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Hij was zeer goed bevriend met Guido Gezelle met wie hij uitgebreid correspondeerde. Zo bleef hij bij Janssens overnachten na de zittingen van de Academie. Gezelle maakte drie gedichten voor Janssens die verband houden met deze bezoeken. Op de treinreis terug schreef hij andere gedichten zoals "Hoe helder, zwart op wit, die koe". Janssens zelf leverde bijdragen aan "De Vlaamsche Wacht", "Rond den Heerd", "Loquela", "Het Belfort" en "Vlaamsche Zanten". Als katholiek politicus was hij gemeenteraadslid van Sint-Niklaas (1885-1904 ) en lid van de Kamer van Volksvertegenwoordigers in het arrondissement Sint-Niklaas (1892-1900).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde; Rond den Heerd; Loquela; gelegenheidsgedichten
NaamPauwels, Adolf
Datums° Berchem, 12/09/1864 - ✝ Antwerpen, 31/03/1902
GeslachtMannelijk
Beroepadvocaat; politicus; redacteur
BioAdolf Pauwels was vanaf 1877 leerling aan het O.L.V.-college van Antwerpen en stichtte er in het schooljaar 1880-81 de Vlaamsche Bond ter verspreiding van Vlaamse tijdschriften als "De Student" en "De Vlaamsche Vlagge". Als retoricaleerling (sept. 1881) richtte hij te Hoboken een Davidsfondsafdeling op die zich strijdbaar Vlaams opstelde en werd hij de voorman van een groeiende studentenbeweging. In 1883 ging Pauwels rechten studeren in Leuven en werd hij daar bestuurslid van Met Tijd en Vlijt dat zijn invloed deed gelden op de taalwetgeving en de vernederlandsing van het onderwijs. Na zijn studies in 1887 droeg hij als advocaat veel bij aan de vernederlandsing van de rechtsspraak. Hij werd lid van de Nederlantsche Bond en hoofdredacteur van een eigen maandblad "De Nijptang" (1889-1890). Na de invoering van het algemeen meervoudig stemrecht (1893) werd Pauwels een van de grondleggers van de Vlaamsche Christene Volkspartij in Antwerpen, maar keerde na twee jaar terug tot de radicalere Meetingpartij. Hij overleed onverwacht op 37-jarige leeftijd te Antwerpen op 31 maart 1902.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent
Bronnen https://nevb.be/wiki/Pauwels,_Adolf_(eigenlijk_Adolphus)_E.
NaamTen Brink, Jan
Datums° Appingedam, 15/06/1834 - ✝ Leiden, 18/07/1901
GeslachtMannelijk
Beroepleraar; hoogleraar; theoloog; literair criticus; auteur
VerblijfplaatsNederland; Nederlands Indië (Batavia)
BioJan ten Brink studeerde theologie te Utrecht waar hij in 1860 promoveerde op een dissertatie over Coornhert. Hij was een tijdje huisleraar in Batavia en van 1862 tot 1884 leraar aan het Haags gymnasium. In dat jaar werd hij benoemd tot hoogleraar te Leiden als opvolger van Jonckbloet. Hij schreef vele kritieken, romans en novellen, maar is vooral bekend voor zijn "Geschiedenis der Nederlandsche Letterkunde" (1897). In 1894 werd hij buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot GezelleKoninlijke Vlaamse Academie
BronnenMEW
NaamWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Datums° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
GeslachtMannelijk
Beroeparts; taalkundige; auteur
VerblijfplaatsNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek "Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon", waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan "Rond den Heerd" vanaf 1875 en aan "Loquela" vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor "Biekorf". Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088
NaamVuylsteke, Julius
Datums° Gent, 10/11/1836 - ✝ Gent, 16/01/1903
GeslachtMannelijk
Beroeppoliticus; dichter; boekhandelaar; advocaat; auteur
BioJulius studeerde aan het Gentse atheneum en daarna rechten aan de Rijksuniversiteit van Gent (1853-1859). Al in het atheneum ontwikkelde hij zijn Vlaamsgezindheid: hij stichtte er in de poësis (1852) het studentengenootschap 't Zal Wel Gaan met als doel de Vlaamse literatuur te stimuleren. Aan de universiteit vormde hij 't Zal Wel Gaan om tot een Taalminnend Studentengenootschap. Ze gaven jaarlijks almanakken uit met gedichten en proza. De publicaties waren anti-clericaal. Zijn gedichten uit de studententijd getuigen van het beginnende realisme en van een zekere sociale bekommernis. Vuylsteke was een tijdje advocaat (1859-1875) en daarna in 1875 boekhandelaar. Hij was lid van het Willemsfonds en werd in 1862 algemeen secretaris. In 1867 was hij verantwoordelijk voor de publicatie van "Het Volksbelang", het lijfblad van de Gentse liberale flaminganten. Hij was actief als liberaal politicus maar hij verbond het liberalisme aan zijn flamingantisme. In oktober 1869 werd hij gemeenteraadslid in Gent. Hij zette zich in voor de culturele samenwerking met Nederland. Zijn politieke essays werden postuum gebundeld in "Klauwaard en Geus" (1905). Gezelle publiceerde in "Hekel en Luim" het hekeldicht "Aen Mynheer Julius" in het voorjaar 1856 onder het pseudoniem X.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellepolitiek gedicht
BronnenNieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging https://nevb.be/wiki/Vuylsteke,_Julius_P.
NaamVan Rijswijck, Jan
Datums° Antwerpen, 14/02/1853 - ✝ Testelt, 23/09/1906
GeslachtMannelijk
Beroepadvocaat; leraar; burgemeester; volksvertegenwoordiger; journalist
BioJan van Rijswijck volgde humaniora bij de Jozefieten in Melle en Leuven en studeerde Rechten in Leuven en Brussel. Hij werd advocaat en bekend liberaal te Antwerpen, later ook burgemeester (1892-1906) en volksvertegenwoordiger. Hij was bestuurslid van het Willemsfonds en van de Liberale Vlaamse Bond van Antwerpen en voorvechter van de Vlaamse Beweging. Hij overleed, na ziekte, op 23 september 1906 in Testelt.
Links[wikipedia], [dbnl]
BronnenEVB, II, p. 1330-1332

Naam - plaats

NaamAntwerpen
GemeenteAntwerpen
NaamGent
GemeenteGent
NaamSint-Niklaas
GemeenteSint-Niklaas
NaamAmsterdam
NaamHaarlem
NaamLeiden
NaamGroningen
Naams-Hertogenrade

Naam - instituut/vereniging

NaamWillemsfonds
BeschrijvingHet Willemsfonds is een Vlaams vrijzinnig sociaal-cultureel netwerk dat in februari 1851 gesticht werd te Gent, waar nog steeds het hoofdkwartier gevestigd is. Het draagt de naam van de toen net overleden schrijver Jan Frans Willems. Het fonds verdedigde de taal via het Vlaamse volkslied, taalwedstrijden, boekuitgaven en algemene bibliotheken. Zo gaf het tussen 1851 en 1868 de "Vlaemsche bibliographie, of Lyst der Nederduitsche boeken" uit (in België sedert 1830 uitgegeven) door F.A. Snellaert en F. De Potter. In de begindagen waren zowel katholieken als liberalen lid, maar later onderscheidde het zich van gelijkaardige organisaties, zoals het katholieke Davidsfond.
Datering1851-heden
Links[wikipedia]
NaamAardrijkskundig Genootschap van Amsterdam
BeschrijvingDit genootschap organiseerde bijeenkomsten en expedities en gaf een tijdschrift uit. Vanaf 1888 veranderde de naam in het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap.
Datering1873-heden
Links[wikipedia]

Titel - ander werk

TitelHet Belfort. Tijdschrift toegewijd aan letteren, wetenschap en kunst (periodiek)
AuteurClaerhout, Juliaan (redacteur)
Datum1886-1899
PlaatsGent
UitgeverS. leliaert, A. Siffer en Co
Links[dbnl], [odis]
TitelOud Nederland
AuteurWinkler, Johan
Datum1888
Plaatss-Gravenhage
UitgeverCharles Ewings

Titel23/03/1888, Haarlem, Johan Winkler aan [Guido Gezelle]
EditeurRik Van Gorp; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderWinkler, Johan
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum23/03/1888
VerzendingsplaatsHaarlem
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Gepubliceerd inDe briefwisseling tussen Guido Gezelle en Johan Winkler. Deel 2: Brieven (1884-1899) / door Dries Gevaert. - Gent : onuitgegeven licentieverhandeling, (academiejaar 1983-1984), p.295-297
Fysieke bijzonderheden
Drager dubbel vel en enkel vel, 210x134
wit
papiersoort: 5 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief6002
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|12290
Inhoud
IncipitIs het anders my steeds zoo
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.