<Resultaat 1439 van 2159

>

p1+
Mijn Eerweerde Heer en Goede Vriend,

Dank uit ganscher herte voor uwen brief!

Ik schrijf u eenige nieuwskens aangaande mijne candidatuur.[1]

Ik ontving over 4 of 5 dagen het bezoek van M. Hiel die al zal doen dat hij kan om mij te doen benoemen: “de liberalen, zegt hij, zullen voor mij stemmen; een priester moet door eenen priester, een Brabander door eenen Brabander vervangen worden; daarbij Antwerpen is reeds te veel bevoordeeld”…

Dit laatste schijnt inderdaad wel waar. Ik meen ook niet dat de overleden Brabanders Stroobant, Delcroix, Dodd en Nolet de Brouwere telkens door Brabanders vervangen werden.

Pastor Claeys beloofde mij mijne “candidatuur rechtzinnig voor te staan”. (Zoo dat, voor zooveel ik weet, M. de Maere niet zal voorgesteld worden.) Hij voegde er bij “De katholieken stellen gewoonlyk eenen candidaat vast die dan de stemmen van al de katholieken heeft”. p2P. Willems liet mij hooren dat hij gelukkig zal zijn voor mij te stemmen indien ik als kandidaat door de gezamentlijke katholieken aangenomen ben.

M. Gailliard zal zeer waarschijnlijk voor M. Sermon stemmen, aan wien hij zijn woord verpand had van den laatsten keer. – M. Hiel zei mij nochtans dat hij hem, eenige dagen vóór zijn bezoek alhier, aan ‘t wankelen gebracht had in mijn voordeel.

M. Van Droogenbroeck stemt zeker voor mij en beloofde mij zijne werking bij verscheidene leden.

Ook de heeren Stallaert (De Potter), van Even en Alberdingk Thijm beloofden mij hunne stem.

Van M.M. Daems en Obrie weet ik niets, tot hiertoe.

Ik denk dat de Antwerpenaren (M.M. Snieders, Mathot en Genard) voor Sermon zullen stemmen; - M. Hansen, zegt men, stemt voor mij; M. Coremans misschien ook.

Indien een priester in die voorloopig te houden vergadering te mijnen voordeele het woord neemt, dan geloof ik mijne benoeming verzekerd. Gelief gij, goede Vriend, die advokaat te zijn. Mij dunkt p3dat de opgenoemde redenen goed zijn:

Een 1°) pastoor

“ 2°) Brabander } om Pastoor van Brabant te vervangen

3°) ik ben door mijne benoeming van lid der Commissie (om tot de eenheid te geraken in spraakkundige benamingen)[2] verplicht, – evenals mijne 2 medeleden daarvan, Roersch en Micheels, die als werkende leden kosteloos reizen, – van verscheidene keeren naar Gent te rijden…. op mijne kosten.

Zou er, buiten mij, wel één briefwisselend lid zijn dat, als lid van soortgelijke Commissie, verplicht is de reis naar Gent te doen?

Men aanziet mij, voor het werk in eene Commissie, als gelijk staande met de werkende leden: zou ik dan ook den naam of titel van werkend lid niet mogen dragen?

4°) Antwerpen is meer dan genoeg, Brabant nog niet genoeg vertegenwoordigd; - te meer dat, in vervanging van de Brabanders Delcroix, Dodd, Stroobant en Nolet, niet telkens Brabanders gekozen werden.

Hiernevens zend ik u mijne verhandeling over de uitspraak der lange e’s en o’s.

Dankbaarste en toegenegenste groetenissen van Uwen dienstwilligen
Jn Bols

Noten

[1] Sinds 16/11/1887 was Jan Bols briefwisselend lid bij de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde te Gent; na het overlijden van werkend lid E.H.Schuermans stelde hij zich kandidaat om in diens vervanging te voorzien. Op 16/12/1891 werd Bols daarop ook effectief aangesteld tot titelvoerend lid van de Vlaamse Academie.
[2] Op 19/08/1891 besloot de Commissie voor nieuwere Taal- en Letterkunde, onderdeel van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde, om een commissie samen te stellen die, in het belang van het Nederlandstalig onderwijs, een vaste terminologie van de Nederlandse spraakkunst zou opstellen en hun ontwerp, na goedkeuring van de Academie, aan de minister van Binnenlandse Zaken en van Openbaar Onderwijs zou voorleggen. Naast Jan Bols werden ook Jan Micheels en Lodewijk Roersch bevoegd met deze taak. (Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde, 1891, blz..334-335).

Register

Correspondenten

NaamBols, Jan
Datums° Werchter, 09/02/1842 - ✝ Aarschot, 15/01/1921
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; folklorist; taalkundige; pedagoog; leraar; pastoor; directeur; auteur
BioJan Bols werd tot priester gewijd op 22/12/1866 te Mechelen. Op 01/10/1866 werd hij leraar aan het Sint-Romboutscollege in Mechelen. Hij was de stichter van het Sint-Jozefscollege in Aarschot, waarvan hij ook de eerste directeur werd op 12/08/1876. Op 24/12/1884 werd hij pastoor te Mechelen en op 25/06/1887 pastoor te Alsemberg. Hij was lid van de Koninklijke Zuid-Nederlandse Maatschappij voor Taal-, Letterkunde en Geschiedenis (vanaf 1876), de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (vanaf 1886) en de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, Leiden (1912). In 1886 was hij betrokken bij de oprichting van het tijdschrift Het Belfort. Hij was een belangrijk figuur in de Vlaamse beweging en hij was ook actief als schrijver. Hij publiceerde ook een Nederduitsche bloemlezing voor het middelbare onderwijs. Daarnaast was hij ook een ijverig folklorist en zanter van volksliederen. In 1897 verscheen in Namen zijn bundel “Honderd oude vlaamsche Liederen met woorden en zangwijzen verzameld en voor het eerst aan het licht gebracht”. Uit zijn nagelaten werk publiceerde de Commissie van het Oude Volkslied van het Ministerie van Openbaar Onderwijs postuum de bundel "Godsdienstige kalenderliederen" (1939) en twee bundels "Wereldlijke volksliederen" (1949).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter (WDT); adressenlijst Cordelia Van De Wiele; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamBols, Jan
Datums° Werchter, 09/02/1842 - ✝ Aarschot, 15/01/1921
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; folklorist; taalkundige; pedagoog; leraar; pastoor; directeur; auteur
BioJan Bols werd tot priester gewijd op 22/12/1866 te Mechelen. Op 01/10/1866 werd hij leraar aan het Sint-Romboutscollege in Mechelen. Hij was de stichter van het Sint-Jozefscollege in Aarschot, waarvan hij ook de eerste directeur werd op 12/08/1876. Op 24/12/1884 werd hij pastoor te Mechelen en op 25/06/1887 pastoor te Alsemberg. Hij was lid van de Koninklijke Zuid-Nederlandse Maatschappij voor Taal-, Letterkunde en Geschiedenis (vanaf 1876), de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (vanaf 1886) en de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, Leiden (1912). In 1886 was hij betrokken bij de oprichting van het tijdschrift Het Belfort. Hij was een belangrijk figuur in de Vlaamse beweging en hij was ook actief als schrijver. Hij publiceerde ook een Nederduitsche bloemlezing voor het middelbare onderwijs. Daarnaast was hij ook een ijverig folklorist en zanter van volksliederen. In 1897 verscheen in Namen zijn bundel “Honderd oude vlaamsche Liederen met woorden en zangwijzen verzameld en voor het eerst aan het licht gebracht”. Uit zijn nagelaten werk publiceerde de Commissie van het Oude Volkslied van het Ministerie van Openbaar Onderwijs postuum de bundel "Godsdienstige kalenderliederen" (1939) en twee bundels "Wereldlijke volksliederen" (1949).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter (WDT); adressenlijst Cordelia Van De Wiele; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamAlsemberg
GemeenteBeersel

Naam - persoon

NaamAlberdingk Thijm, Peter Paul
Datums° Amsterdam, 21/10/1827 - ✝ Kessel-Lo, 01/02/1904
GeslachtMannelijk
Beroepleraar; hoogleraar; auteur; geschiedschrijver; letterkundige
VerblijfplaatsNederland
BioPaul Alberdingk-Thijm was hoogleraar in de Nederlandse en Germaanse Letterkunde aan de katholieke universiteit te Leuven. Hij was een jongere broer van de Nederlandse letterkundige Jozef Alberdingk-Thijm die o.m. in 1855 het tijdschrift "Dietsche Warande" had opgericht. Na hogere studies te Utrecht zette hij zijn opleiding in Duitsland (Freiburg) voort. Hij werd eerst leraar te Maastricht, daarna, vanaf 1870, hoogleraar te Leuven. Hij werd meteen tot ondervoorzitter, en na de dood van Pieter Willems in 1898, tot voorzitter gekozen van het Vlaamse studentengenootschap 'Met Tijd en Vlijt' waardoor hij een bijzondere invloed uitoefende op de jonge Albrecht Rodenbach. In 1875 werd hij tevens stichter en eerste voorzitter (1875-1878) van het Davidsfonds. In oktober 1886 werd hij lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde en in december van datzelfde jaar nam hij de "Dietsche Warande" over van zijn broer. Hij verkocht het tijdschrift in 1899 aan Maria Belpaire die het blad samensmolt met "Het Belfort". Als auteur publiceerde P. Alberdingk-Thijm literaire en historische studies die getuigen van een breed humanistische visie.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
NaamBols, Jan
Datums° Werchter, 09/02/1842 - ✝ Aarschot, 15/01/1921
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; folklorist; taalkundige; pedagoog; leraar; pastoor; directeur; auteur
BioJan Bols werd tot priester gewijd op 22/12/1866 te Mechelen. Op 01/10/1866 werd hij leraar aan het Sint-Romboutscollege in Mechelen. Hij was de stichter van het Sint-Jozefscollege in Aarschot, waarvan hij ook de eerste directeur werd op 12/08/1876. Op 24/12/1884 werd hij pastoor te Mechelen en op 25/06/1887 pastoor te Alsemberg. Hij was lid van de Koninklijke Zuid-Nederlandse Maatschappij voor Taal-, Letterkunde en Geschiedenis (vanaf 1876), de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (vanaf 1886) en de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, Leiden (1912). In 1886 was hij betrokken bij de oprichting van het tijdschrift Het Belfort. Hij was een belangrijk figuur in de Vlaamse beweging en hij was ook actief als schrijver. Hij publiceerde ook een Nederduitsche bloemlezing voor het middelbare onderwijs. Daarnaast was hij ook een ijverig folklorist en zanter van volksliederen. In 1897 verscheen in Namen zijn bundel “Honderd oude vlaamsche Liederen met woorden en zangwijzen verzameld en voor het eerst aan het licht gebracht”. Uit zijn nagelaten werk publiceerde de Commissie van het Oude Volkslied van het Ministerie van Openbaar Onderwijs postuum de bundel "Godsdienstige kalenderliederen" (1939) en twee bundels "Wereldlijke volksliederen" (1949).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter (WDT); adressenlijst Cordelia Van De Wiele; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
NaamDe Potter, Frans
Datums° Gent, 04/01/1834 - ✝ Gent, 15/08/1904
GeslachtMannelijk
Beroepjournalist, publicist; geschiedschrijver; bibliograaf
BioDe Potter genoot alleen lager onderwijs en studeerde verder op eigen kracht. Hij begon als redacteur bij de dagbladpers (1856-1870) en schopte het daarna tot hoofdredacteur van het katholieke Fondsenblad (1871-1878). In 1886 werd hij de eerste vast secretaris van de toen opgerichte Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Aanvankelijk publiceerde hij bij het Willemsfonds, maar vanaf begin jaren 1870 kiest hij de kant van de katholieke partij. Hij stond mee aan de wieg van het Davidsfonds in 1875 en was er vanaf 1878 tot aan zijn overlijden de eerste algemene secretaris, en bovendien ook voorzitter van de afdeling Gent van 1885 tot 1904. Hij publiceerde tal van werken: eerst verhalen en geschriften over folklore, daarna op het terrein van de geschiedenis, in het bijzonder van de Vlaamse gemeenten. Te vermelden zijn vooral zijn Vlaamsche Bibliographie in 4 delen (1893-1902) en een aantal delen van een Geschiedenis van de Gemeenten van Oost-Vlaanderen (samen met Jan Broeckaert).
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
Bronnen https://nevb.be/wiki/De_Potter,_Frans ; J. Broeckaert, Frans de Potter en zijne werken. In: Jaarboek van de Kon. Vl. Academie voor Taal- en Letterkunde, 1906; W. Rombauts, De Koninklijke Academie voor Taal- en Letterkunde, Gent 1979, p. 53-54
NaamDaems, Servatius; Frater Domien
Datums° Noorderwijk, 04/06/1838 - ✝ Tongerlo, 30/07/1903
GeslachtMannelijk
Beroeppredikant; Norbertijner kanunnik; bibliothecaris; letterkundige
VerblijfplaatsNederland
BioServaas Daems deed zijn humaniora aan het college te Herentals en trad daarna in bij de Norbertijnen te Tongerlo, waar hij bibliothecaris werd en professor in de theologie. Hij stelde zijn talent als redenaar en als dichter vooral in dienst van zijn godsdienstig en pedagogisch ideaal. Op taalgebied nam Daems een algemeen-Nederlands standpunt in en voelde niet veel voor particularisme. Hij was lid van de Maatschappij te Leiden sedert 1882 en werd in 1886 ook verkozen tot lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Als bestuurder hield hij in 1900 onder de titel "Een eeuw van strijd" een invloedrijke toespraak over honderd jaar Vlaamse taalstrijd. Als letterkundige publiceerde hij de roman "Voor twee Vaders" (1868) en een humoristisch boekje "De Kruiwagens" (1869). Verder ook het toneelstuk "Sinte Dimphna’s Marteldood" (1874) en een aantal dichtbundels, sommige in middeleeuws trant. Hij vertaalde ook de XXste zang van Longfellows "Hiawatha". Tussen Gezelle en Daems bestond er maar matige waardering. Zo schreef hij een parodie op Gezelles "Bezoek bij 't graf".
Links[odis], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal-en Letterkunde
Bronnen https://nevb.be/wiki/Daems,_Servaas_D.; R. Sterkens, Servaas Daems en zijn letterkundige werken, 1935
NaamGailliard, Edward Louis
Datums° Brugge, 04/07/1841 - ✝ Brugge, 29/07/1922
GeslachtMannelijk
Beroepboekhandelaar-uitgever; archivaris; historicus; taalkundige
BioGailliard ging naar het Sint-Lodewijkscollege (Brugge) en het kleinseminarie te Roeselare, waar hij les kreeg van Guido Gezelle. Toen zijn vader in 1864 stierf, nam hij diens drukkerij-boekbinderij over. Bij hem verschenen Rond den Heerd, La Flandre, De Halletoren en vele andere tijdschriften en boeken. Hij schreef samen met Gilliodts een Table analytique en een Glossaire Flamand. In december 1884 werd hij rijksarchivaris te Brugge. Hij was stichtend lid van de Koninklijke Academie voor Vlaamse Taal- en Letterkunde (08/07/1886) en secretaris van haar Bestendige Commissie voor Middelnederlandse Letterkunde. Van 1894 tot 1905 werkte hij aan De Keure van Hazebroek (5 delen).
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellezanter (WDT); correspondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde; oud-leerling van Gezelle; uitgever van Rond den Heerd
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamGénard, Pieter
Datums° Antwerpen, 27/04/1830 - ✝ Antwerpen, 03/03/1899
GeslachtMannelijk
Beroephistoricus; bibliothecaris-archivaris
BioPierre Marius Nicolas Jean (Pieter) Génard was een autodidact. In 1849 werd hij onder-bibliothecaris van de stad Antwerpen, daarna in 1863 stadsarchivaris en vanaf 1868 bibliothecaris-archivaris. Met Pieter Génard brak een nieuw tijdperk aan in het Antwerpse stadsarchief, o.m. met de uitgave van het "Antwerpsch archievenblad". Hij was ondertussen in 1855 medeoprichter geweest van het tijdschrift "De Vlaamsche School". In 1886 werd Génard verkozen tot lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde (voorzitter in 1893) en in 1887 tot lid van de Koninklijke Commissie voor geschiedenis. Zijn belangrijkste werken waren "Het Wapenboek in Antwerpsche gemeente-instellingen" (1893) en het tweedelige "Anvers à travers les âges" (1886-87). Dankzij hem werd te Antwerpen het Steen als museum van oudheidkunde ingericht en werd het huis van Plantyn door de stad aangekocht.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
NaamHansen, Constant Jacob
Datums° Vlissingen, 04/10/1833 - ✝ Brasschaat, 14/04/1910
GeslachtMannelijk
Beroepletterkundige; bibliothecaris
BioGeboren in 1833 uit een Deense vader en een Zeeuwse moeder verhuisde Hansen met de familie in 1835 naar Antwerpen. Na het lager onderwijs en enkele jaren atheneum werkte hij zich op als boekhouder, journalist, leraar, vertaler en adjunct-stadsarchivaris tot uiteindelijk hoofdbibliothecaris van de stad Antwerpen. In 1886 werd hij lid van de toen net opgerichte Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Ondertussen had hij zich door de beschrijving van een reis in Noord-Duitsland en Denemarken (1860), door een bloemlezing en door journalistieke bijdragen, lezingen en voordrachten bekend gemaakt in Vlaanderen als promotor van de Scandinavische cultuur en vooral als leider van een ‘Aldietsche beweging’, die een taalkundige toenadering tussen het Nederlands en het Nederduits of ‘Platduits’ beoogde door middel van een gemeenschappelijke spelling. Dit bezorgde hem overigens heel wat kritiek. Hij slaagde er wel in om in Vlaanderen belangstelling te wekken voor de Nederduitse dialecten en cultuur.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
NaamHiel, Emmanuel
Datums° Sint-Gillis-Dendermonde, 31/05/1834 - ✝ Schaarbeek, 27/08/1899
GeslachtMannelijk
Beroepschrijver; ambtenaar
BioEmmanuel Hiel was een Vlaams dichter en medelid van Gezelle bij de Academie. Hij groeide op in Dendermonde en verhuisde in 1857 naar Brussel. Hij werd er eerst tolbeambte en uiteindelijk ambtenaar bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. Hij kwam er in contact met Vlaamsgezinde radicale en vrijzinnige Brusselse liberalen. Hij engageerde zich in Vlamingen Vooruit!, de vrijmetselaarsloge Les Amis Philanthropes en was medeoprichter van de Willemsfondsafdeling. Van 1879 tot 1884 was hij liberaal gemeenteraadslid te Schaarbeek. Hij ijverde er onder meer voor de vertaling van de straatnaamborden. Intussen werd hij hoogleraar Nederlandse voordracht bij het Koninklijk Conservatorium te Brussel. Hij kreeg ook een nauwe band met Peter Benoit, voor wie hij vele liedteksten dichtte. In 1869 werd hij lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden en in 1886 stichtend lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde, waarvan hij in 1889 ondervoorzitter en in 1890 voorzitter was.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
Bronnen https://nevb.be/wiki/Hiel,_Emanuel_(eigenlijk_Emmanuel)
NaamNolet de Brauwere van Steeland, Jan
Datums° Rotterdam, 23/02/1815 - ✝ Vilvoorde, 21/06/1888
GeslachtMannelijk
Beroepauteur
VerblijfplaatsNederland
BioJan Nolet De Brauwere van Steelandt was een Belgisch-Nederlandse schrijver. Hij deed zijn humaniorastudies in Doornik en in Brugge. Later ging hij rechten studeren aan de Rijksuniversiteit Gent. Hij behoorde tot de vriendenkring van Jan Frans Willems (1832 -1838). Daarna studeerde hij verder aan de Katholieke Universiteit Leuven bij kanunnik Jan Baptist David. Hij was auteur van meerdere epische gedichten en medewerker aan diverse tijdschriften. Hij was ook lid van het Brussels Taal- en Letterkundig Genootschap, voorzitter van het Taalverbond en lid van de Koninklijke Academie voor Taal- en Letterkunde. Hij was voorvechter van het behoud van het Nederlands en nam nooit afstand van zijn Nederlandse nationaliteit. Hij was een vurig tegenstander van het taalparticularisme en van de verfransing in Vlaanderen. In polemische geschriften ging hij heftig tekeer ging het West-Vlaamse taalparticularisme.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
NaamObrie, Julius
Datums° Gent, 16/03/1849 - ✝ Gent, 20/11/1929
GeslachtMannelijk
Beroepmagistraat; hoogleraar; auteur
BioJulius Obrie werd geboren in Gent op 16 maart 1849 als zoon van een gerechtsdeurwaarder. Hij deed zijn middelbare studies aan het Koninklijk Atheneum en aan het Sint-Barbaracollege in Gent en studeerde er daarna rechten aan de universiteit (promotie 1872). Na zijn studies kwam hij aan de Gentse balie waar hij, samen met Albert Fredericq het initiatief nam om de taalwet op het gerecht te bespoedigen. Samen met hem stichtte hij in 1874 ook de Vlaamse Conferentie aan de balies van Antwerpen en Gent. In 1876 werd hij benoemd tot vrederechter in het kanton Waarschoot. Vanaf 1885 was hij voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde. Obrie was katholiek en vlaamsgezind maar hield zich buiten de partijstrijd. Hij ijverde voor de verstandhouding tussen juristen in Nederland en België met het oog op een Vlaamse rechtswetenschap en het gebruik van een zuivere Nederlandse rechtstaal. Hij was ook betrokken bij de Nederlandse Taal- en Letterkundige congressen. In 1880 was hij verkozen tot lid van de Maatschappij te Leiden en in 1886 tot werkend lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. In 1890 werd hij belast met de Nederlandse cursus van strafrecht te Luik en in 1897 hoogleraar aan de Gentse universiteit. Hij bleef er doceren tijdens de eerste wereldoorlog wat leidde tot zijn ontslag in 1919 aan de universiteit en in de Academie.
Links[dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
Bronnen https://nevb.be/wiki/Obrie,_Julius
NaamRoersch, Lodewijk
Datums° Maastricht, 31/05/1831 - ✝ Luik, 28/10/1891
GeslachtMannelijk
Beroepleraar; hoogleraar; taalkundige
VerblijfplaatsNederland
BioLouis Chrétien Roersch deed zijn middelbare studies aan het atheneum van zijn geboortestad en ging daarna studeren aan de Faculteit Wijsbegeerte en Letteren van de Leuvense universiteit, waar hij contact had met J.B. David en met het genootschap Met Tijd en Vlijt. Hij promoveerde er in 1853 en werd daarna leraar in Brugge en Luik. In 1870 werd hij lid van de Zuidnederlandsche Maatschappij van Taalkunde. Twee jaar later werd hij tot gewoon hoogleraar taalkunde benoemd aan de universiteit van Luik waar hij zich toelegde op de geschiedenis van de filologie in België. In 1882 volgde zijn benoeming tot corresponderend lid van de Klasse der Letteren van de Académie royale en vijf jaar later tot gewoon lid. In 1884 was hij ondertussen ook lid geworden van de Commission de la Biographie Nationale, waarvoor hij verscheidene nota’s leverde. Zijn aandacht ging vooral uit naar het onderwijs. Vele van zijn publicaties zijn overigens schoolboeken. In de Académie royale maakte hij ook deel uit van de Commission chargée de la publication des anciens monuments de la littérature flamande, waar hij werkte aan een glossarium op de "Alexanders Yeesten" van Jacob van Maerlant. Wellicht werd hij daardoor een van de achttien leden die in 1886 benoemd werden bij de oprichting van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde in Gent.
Links[dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenW. Rombauts, Jaarboek van de Kon. Vl. Academie voor Taal- en Letterkunde, 1979, p.54-55 ; https://www.uliege.be/cms/c_10508749/fr/louis-roersch; https://www.rhcl.nl/nl/ontdekken/blog-overzicht/de-professorenbuurt-deel-4-louis-roersch
NaamSermon, Hendrik; Hendrik van Walrave en Rede
Datums° Sint-Pieters-Leeuw, 17/02/1833 - ✝ Borgerhout, 02/08/1904
GeslachtMannelijk
Beroepschrijver; leraar; boekhandelaar
BioHendrik Sermon studeerde eerst aan het college van Halle en vanaf 1851 aan de Staatsnormaalschool van Lier, waar hij studiegenoot was van Jan Van Droogenbroeck. Hij studeerde af in 1854 en was een tijdje werkzaam als privé-onderwijzer in Brussel en Antwerpen. In maart 1865 opende hij een boekhandel te Antwerpen en vanaf 1874 gaf hij er les aan het St. Norbertusgesticht. In zijn tijd was hij een bekende naam in de Vlaamse beweging. Als auteur publiceerde hij over taal- en geschiedkundige onderwerpen. Hij was ook betrokken bij diverse tijdschriften, als oprichter, redacteur en auteur zoals o.a. bij het "Nederduitsch Overzicht", "Noord en Zuid", "De Vlaamsche School", "Reinaert de Vos", "Nederlandsche Dicht- en Kunsthalle", "Belfort" en de "Vlaamsche Kunstbode". Op 6 november 1887 werd Sermon briefwisselend lid van de Academie en op 21 oktober 1891 werkend lid. Later in 1902 werd hij verkozen tot onderbestuurder en in 1903 tot bestuurder. Sermon was geïnteresseerd in geschiedenis en zo werd hij ook ondervoorzitter van de Koninklijke Zuidnederlandse Maatschappij voor Taal- en Letterkunde en Geschiedenis.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
Bronnen https://nevb.be/wiki/Sermon,_Hendrik
NaamStallaert, Karel
Datums° Merchtem, 23/09/1820 - ✝ Schaarbeek, 24/11/1893
GeslachtMannelijk
Beroepambtenaar; archivaris; leraar; auteur
BioKarel Stallaert erfde van zijn grootvader, dichter Jan Frans Stallaert, zijn gevoel voor taal. Zijn moeder, Hendrika Janssens, leerde hem Nederlands en Frans lezen. In 1828 werd hij naar een kostschool in Turnhout gestuurd. Daarna studeerde hij aan het Klein Seminarie in Mechelen en aan de Faculteit Wijsbegeerte en Letteren van de universiteit in Leuven, waar hij lid werd van ‘Met Tijd en Vlijt’. Om financiële en familiale redenen moest hij die studies opgeven en werd hij een tijdje beambte in het Ministerie van Financiën te Brussel. Door bemiddeling van H. Delecourt werd Stallaert er in 1850 archivaris van de burgerlijke godshuizen, waar hij een aantal Nederlandstalige oorkonden ontdekte. Vanaf 1854 was hij leraar Nederlands aan het Koninklijk Atheneum en later ook aan de Militaire School. Vanaf 1857 was hij lid van de Maatschappij te Leiden en twee jaar later werd hij ook lid van het Comité flamand de France. In de Spellingcommissie stond hij de eenheid met het Noorden voor, maar verscheidenheid in de woordenschat. In 1886 verscheen de eerste aflevering van zijn glossarium van verouderde rechtstermen, kunstwoorden en oudere uitdrukkingen uit Vlaamse, Brabantse en Limburgse oorkonden (1886-93). In dat jaar werd Stallaert ook op 15 december verkozen tot lid van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
Bronnen https://nevb.be/wiki/Stallaert,_Karel_F.
NaamVan Droogenbroeck, Jan; Ferguut, Jan
Datums° Sint-Amands, 17/01/1835 - ✝ Schaarbeek, 27/05/1902
GeslachtMannelijk
Beroepauteur; dichter; leraar; muziekleraar; ambtenaar; redacteur
BioJan Van Droogenbroeck was aanvankelijk onderwijzer in Schaarbeek (1855-1870). Vanaf 1870 gaf hij les aan de muziekschool van Schaarbeek en Sint-Joost. In 1877 werd hij ambtenaar aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Hij was een dichter en prozaschrijver die in het begin publiceerde onder het pseudoniem Jan Ferguut. Gezelle droeg aanvankelijk het gedicht Weldadig zonneweer op aan Jan Van Droogenbroeck. In Rijmsnoer liet hij deze opdracht vallen. Van Droogenbroeck had in 1896 de vijfjaarlijkse prijs voor poëzie toegewezen gekregen en niet Gezelle. Hij was medewerker van de tijdschriften De Toekomst en Noord en Zuid en hoofdredacteur van De Zweep.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie
NaamVan Even, Gerard Edward; Van Even, Edward
Datums° Leuven, 06/12/1821 - ✝ Leuven, 11/02/1905
GeslachtMannelijk
Beroepletterkundige; historicus; stadsarchivaris
BioEdward van Even werd in 1846 hulpbibliothecaris van de Leuvense universiteit. In 1853 werd hij benoemd tot stadsbediende, verantwoordelijk voor de zorg voor de stedelijke archieven. Dit vertaalde zich vooral in het doorzoeken van en publiceren over deze archieven, wat resulteerde in een eindeloze reeks publicaties. Hij had vooral interesse in de geschiedenis van de kunsten en de literatuur van de Zuidelijke Nederlanden. Hij gaf oude kronieken uit en bracht documenten aan het licht over o.a. de schilders Van der Weyden, Bouts, Metsys... Bij dit alles speelde zijn gebrek aan wetenschappelijke opleiding hem soms wel parten. Hij schreef zelf literatuur en stond mee aan de wieg van de heropleving van de Leuvense rederijkerskamer. Zijn verzameling oudheden en schilderijen vormen de kern van het huidige museum M in Leuven. Hij was lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde van 07/01/1889 tot 11/02/1905.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
NaamWillems, Pieter
Datums° Maastricht, 06/01/1840 - ✝ Sint-Joris-Weert, 23/02/1898
GeslachtMannelijk
Beroephoogleraar; classicus; dialectoloog
VerblijfplaatsNederland
BioWillems werd geboren in Maastricht waar hij humaniorastudies deed. Daarna ging hij naar de universiteit in Leuven waar hij in 1861 de graad van doctor in de letteren behaalde. Hij werd er in 1964 hoogleraar in de klassieke filologie en in 1872 secretaris van de universiteit. Willems was sinds 1871 briefwisselend en sinds 1877 werkend lid van de Koninklijke Academie van België in Brussel. In 1885 was hij lid van de Klasse der Letteren van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen in Amsterdam en in 1886 werd hij lid en eerste voorzitter van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde in Gent. Als pas benoemd hoogleraar was hij in 1866, in opvolging van J.B. David, voorzitter geworden van "Met Tijd en Vlijt". Daarna was hij ook, van 1878 tot aan zijn dood in 1898, voorzitter van het Davidsfonds. Door zijn vele academische en culturele functies was hij een zeer gevraagd gastspreker en gewaardeerd jurylid van staatsprijzen, o.m. die van Conscience in 1870 en V. Loveling in 1894. Als classicus legde hij zich toe op de dialectologie. Hij schreef er verschillende artikelen over en verzamelde een massa dialectmateriaal uit 337 Vlaamse dorpen en steden, dat gedigitaliseerd werd in de Koninklijke Academie voor Taal- en Letterkunde.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
Bronnen https://pieterwillems.eu/leven
NaamClaeys, Hendrik
Datums° Zomergem, 07/12/1838 - ✝ Gent, 17/11/1910
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; pastoor; erekanunnik; auteur; dichter
BioHendrik Claeys werd op 19/12/1863 tot priester gewijd in Brugge. Hij werd leraar poëzie aan het College van Oudenaarde (28/09/1864) en aan het kleinseminarie van Sint-Niklaas (1869-1884). Hij was belangrijk voor het Davidsfonds van Sint-Niklaas. Vervolgens was hij pastoor in Oostakker (31/07/1884) en Gent (08/05/1890). Hij kreeg de titel doctor honoris causa aan de Katholieke Universiteit Leuven (06/05/1887). Hij werd erekanunnik aan het Sint-Baafskapittel te Gent op 14/10/1904. Hij schreef verschillende gelegenheidsgedichten, cantates en artikels. Hij ontwikkelde zich ook als een groot redenaar. Zo verzorgde hij de lijkredes voor Hendrik Conscience en Guido Gezelle.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie
NaamMathot, Lodewijk Jan; L. Van Ruckelingen, Lodewijk Van Loenhout en Steven Lambrechts
Datums° Antwerpen, 26/08/1830 - ✝ Antwerpen, 5/07/1895
GeslachtMannelijk
Beroepauteur; industrieel; politicus
BioLodewijk Jan Mathot nam na zijn middelbare schoolstudies het strohoedenbedrijf van zijn vader over. De jonge Mathot hield zich bezig met de studie en vertaling van antieke auteurs, maar na zijn toetreding tot de letterkundige kring De Goudbloem begon hij ook eigen literair werk te creëren. Hij schreef novelles en drama en legde zich daarnaast vooral toe op historisch onderzoek. Voor zijn "Geschiedenis der Oostenrijksche Nederlanden" ontving hij in 1864 de vijfjaarlijkse prijs voor geschiedenis. Mathot was een overtuigd katholiek en zette zich volop in voor de Vlaamse kwestie. Hij was actief lid van Vlaamse culturele en literaire verenigingen, waaronder het Davidsfonds, de Vlaamse Beweging en de Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Hij richtte het tijdschrift "Nederduitsch overzigt" op, werkte mee aan het tijdschrift "De Vlaemsche School" en zetelde in de redactie van "Het Belfort". Van 1863 tot 1872 zetelde hij in de Antwerpse gemeenteraad als vertegenwoordiger van de Vlaamse beweging. Mathot was geen voorstander van een vereniging van Vlaanderen en Nederland maar streed wel voor de opbouw van een algemene Nederlandse literatuur en voor de vernederlandsing van het Vlaamse openbaar leven. In die zin steunde hij op het eind van zijn leven de christen-democratie, aangezien het hervormde stemrecht het volk naar voren schoof en de invloed van de verfranste burgerij terugdrong.
Links[dbnl]
Relatie tot GezelleKoninklijke Vlaamse Academie
Bronnen https://www.kantl.be/over-kantl/alle-leden/mathot-lodewijk-jan
NaamSnieders, Jan Renier
Datums° Bladel, 22/11/1812 - ✝ Turnhout, 09/04/1888
GeslachtMannelijk
Beroepauteur; arts; letterkundige; volksschrijver
VerblijfplaatsNederland
BioGeboren in het Noord-Brabantse Bladel kwam hij, na humaniorastudies in Roermond en Eindhoven, aan de Leuvense universiteit geneeskunde studeren en vestigde zich in 1838 te Turnhout. Hij stichtte er in 1842 het Taalgenootschap ‘De Dageraed’ en richtte er in 1875 een afdeling van het Davidsfonds op waarvan hij ook voorzitter werd. In 1887 werd hij buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Ondanks zijn drukke dokterspraktijk was hij een vruchtbaar schrijver. Naast verhalen in het tijdschrift "Noord en Zuid" en "Het Handelsblad", waarvan zijn jongere broer August hoofdredacteur was, schreef hij tientallen landelijke, Kempische dorpsverhalen in de trant van Conscience, die getuigden van zijn diepe gehechtheid aan geloof en taal. Zijn beste werken dateren uit zijn eerste periode, o.m. "De Meesterknecht" (1855) en "De lelie van ’t gehucht" (1860). Na 1870 overheerste de moraliserende tendens, o.m. in "De Geuzen in de Kempen" (1875) en "De goochelaar" (1875).
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellebuitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal-en Letterkunde
BronnenJ.E.Jansen, Gedenkboek gewijd aan Dr. Jan Renier Snieders. In Taxandria 1931; R. Dubois, Het volksleven in het werk van J.R.Snieders. In: Noordgouw, (1965), p.183-217, (1966), p.15-51 en 91-112.
NaamMicheels, Jan Jozef Matthijs
Datums° Maastricht, 25/01/1831 - ✝ Brussel, 31/08/1897
GeslachtMannelijk
Beroepleraar; docent
VerblijfplaatsNederland
BioJ. Micheels studeerde aan het atheneum te Maastricht en behaalde in 1865 het diploma van geaggregeerd leraar van het middelbaar onderwijs. Hij was achtereenvolgens leraar te Dendermonde, Mechelen en Bergen en vanaf 1876 aan het atheneum te Gent. Van 1879 was hij leraar Duits aan de normaalschool te Gent en van 1884 aan de Hogere Normaalschool. Toen die opgenomen werd in de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte werd hij bevorderd tot docent. Hij werkte mee aan verscheidene bladen en tijdschriften, o.a. het "Nederduitsch Tijdschrift" en "De Toekomst", maar heeft vooral verdienste als leraar. Wat hij publiceerde handelde hoofdzakelijk over het onderwijs van het Nederlands en over taalkunde. Hij was lid van het Willemsfonds en werd op 14/11/1886 verkozen tot lid van de pas opgerichte Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Hij werd ook ondervoorzitter in 1891 en voorzitter in 1892.
Relatie tot Gezellelid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde.
Bronnen https://nevb.be/wiki/Micheels,_Jan_J.M.
NaamStroobant, Eugeen Edward
Datums° Turnhout, 30/01/1819 - ✝ Brussel, 06/05/1889
GeslachtMannelijk
Beroepletterkundige; politicus
BioNa middelbare studies in Diest werd Stroobant in 1836 notarisklerk in zijn geboortestad en daarna, in 1840, in Brussel. In 1855 werd hij tot notaris benoemd in St.-Pieters-Leeuw, later in Sint-Gillis en vanaf 1874 in Brussel zelf. Daar heeft hij een actieve culturele rol gespeeld (men noemde hem ‘vader Stroobant’), vooral met betrekking tot het Nederlandstalig toneelrepertoire in de hoofdstad. Hij was er voorzitter van de toneelmaatschappij De Wijngaerd en schreef zelf, bewerkte en vertaalde tal van toneelstukken, o.m. het zangspel "Willem Beukels" (1853), samen met S.C.A. Willems. In 1884 werd hij tot volksvertegenwoordiger gekozen, een mandaat dat in 1888 verlengd werd. Hij was van bij de oprichting in 1886 lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellelid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde.
Bronnen https://nevb.be/wiki/Stroobant,_Eugeen_E. ; J. Muyldermans, Eugeen-Edward Stroobant. In: Jaarboek der Kon. Vl. Academie voor Taal- en Letterkunde, (1898), p. 143-177
NaamDelcroix, Désiré
Datums° Deinze, 12/09/1823 - ✝ Schaarbeek, 04/10/1887
GeslachtMannelijk
Beroepschrijver; ambtenaar; leraar
BioDesiré Delcroix begon zijn carrière in 1840 als ambtenaar. In 1849 schakelde hij over naar het onderwijs, maar tien jaar later keerde hij terug als ambtenaar bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken. In die hoedanigheid hielp hij o.m. om eenduidige spellingsregels te ontwerpen voor het Vlaams. Delcroix was daarnaast auteur van romans en toneelstukken. Hij was ook lid van verschillende Vlaamse strijdverenigingen, en hij was stichtend lid van de KANTL. Hij bleef lid tot aan zijn dood in 1887.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Bronnen https://nevb.be/wiki/Delcroix,_D%C3%A9sir%C3%A9 ; https://anet.be/record/isaarlh/au::5186/N
NaamDodd, Geraard-Jan
Datums° Antwerpen, 06/09/1821 - ✝ Sint-Joost-ten-Node, 08/11/1888
GeslachtMannelijk
Beroeparchivaris; schrijver; dichter; toneelschrijver; journalist; schilder
BioDodd werd geboren in Antwerpen. Hij verbleef van 1835 af enige tijd in een kostschool in Rijsel. Daarna werd hij leerling aan de Academie voor Schone Kunsten te Antwerpen en lid van de kunstenaarskring waarvan ook Conscience en De Laet deel van uitmaakten. In het voetspoor van De Laet trok hij in 1844 naar Brussel als medewerker aan het dagblad Vlaemsch België. In 1854 volgde hij K.F. Stallaert op als archivaris van de Brusselse godshuizen. Te Brussel maakte Dodd deel uit van zowat alle Vlaamse kringen en genootschappen. Hij schreef gedichten, toneelwerk en kunsthistorische opstellen. Dodd was lid van het Willemsfonds en werd op 16 november 1887 lid van de Vlaamse Academie, maar overleed een jaar later in Sint-Joost-ten-Node op 8 november 1888.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellelid van Koninklijke Vlaamse Academie
Bronnen https://nevb.be/wiki/Dodd,_Geeraard-Jan
Naamde Maere d'Aertrycke, Camille Charles Auguste; De Maere - Limnander
Datums° Sint-Niklaas, 20/01/1826 - ✝ Aartrijke, 07/10/1900
GeslachtMannelijk
Beroepwaterbouwkundige; havenpromotor.
BioCamille Charles August de Maere was waterbouwkundige en voorvechter van de haven van Brugge-Zeebrugge. Hij studeerde wetenschappen in Amsterdam en werd waterbouwkundig ingenieur dank zij studies in Parijs en Den Haag. Hij was politiek actief bij de Liberale Associatie en werd in Gent verkozen tot gemeenteraadslid en was er tot 1866 zeer actief als schepen van openbare werken. Van 1866 tot 1870 volksvertegenwoordiger. Hij sprak goed Nederlands en promoveerde de Vlaamse muziek o.m. via zijn steun aan jonge componisten als Peter Benoit en de organisatie van Vlaamse koorconcerten. Als bestuurder bij de Koninklijke Vlaamsche Academie en als voorzitter van “De tael is gansch het Volk” leverde hij mee strijd voor de oprichting van het Vlaams Muziekconservatorium in Antwerpen. Vanaf 1877 bepleitte hij de rechtstreekse verbinding van Brugge met de zee en slaagde erin om onder zijn leiding in Brugge over de partijgrenzen heen de krachten van politieke, culturele en handelsverenigingen te bundelen in de Kring Brugge Zeehaven. Uiteindelijk heeft zijn streven met ups-and-downs geleid tot de bouw van Brugge Zeehaven. Hij werd verheven in de adelstand en verkreeg in 1897 de erfelijke baronstitel met de toevoeging ‘d’Aertryke’ aan zijn naam.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellelid van Koninklijke Vlaamse Academie
NaamCoremans, Edward
Datums° Antwerpen, 01/02/1835 - ✝ Antwerpen, 02/11/1910
GeslachtMannelijk
Beroeppoliticus
BioAndries Edward Coremans: studeerde klassieke filologie en rechten en was van bij de oprichting in 1861 werkzaam als secretaris en nadien als voorzitter van de invloedrijke Nederduitsche Bond. Hij maakte een snelle politieke carrière via de Antwerpse Meetingpartij, eerst als provincieraadslid, dan gemeenteraadslid en tenslotte zou hij 42 jaar lang zetelen als katholiek volksvertegenwoordiger in het parlement. Op zijn initiatief kwamen vier belangrijke taalwetten tot stand, w.o. de taalwetgeving betreffende het middelbaar en hoger onderwijs. Hij werd dan ook vereerd met het lidmaatschap van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde in 1891. In 1893 pleitte hij in de Kamer voor het algemeen stemrecht voor mannen, maar in 1894 nam hij stelling tegen de Daensisten van Aalst … Nog in 1910 werd Frans Van Cauwelaert zijn opvolger namens de Meeting.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellelid van Koninklijke Vlaamse Academie
Bronnen https://nevb.be/wiki/Coremans,_Edward_(eigenlijk_Andries_E.)

Naam - plaats

NaamAlsemberg
GemeenteBeersel
NaamGent
GemeenteGent

Titel - ander werk

TitelGeene kolen - gene koolen: verschil in uitspraak tusschen de zuivere (zachtlange) en gemengde (scherplange) e en o
AuteurBols, Jan
Datum1891
PlaatsGent
UitgeverSiffer

Titel19/10/1891, Alsemberg, Jan Bols aan [Guido Gezelle]
EditeurJan Geens; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderBols, Jan
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum19/10/1891
VerzendingsplaatsAlsemberg (Beersel)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Gepubliceerd inDe briefwisseling tussen Guido Gezelle en enkele leden van de Dietsche Biehalle en Biekorf. Deel 2: Brieven / door P. Deboever. - Gent : onuitgegeven licentieverhandeling, (academiejaar 1984-1985), p.382-383
Fysieke bijzonderheden
Drager dubbel vel, 174x112
wit
papiersoort: 3 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief6466
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|12408
Inhoud
IncipitDank uit ganscher herte voor uwen
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.