Eerweerde Heer,
Twee maal geluk met de eere die gij komt te ontvangen van den Paus en van den koning:[1] t wordt u van iedereen hertelijk gejeund, en ‘t en zal u ongetwijfeld niet overwegen, noch uwe vrienden besanden.
Zaterdag[2] komt het tweede deel uit van mijne “Scheppingsweek”,[3] en gij zult mij misschien wel uw gedacht laten weten over mijn vlaamsch.







