<Resultaat 1345 van 2182

>

p1
Monsieur le Directeur,[1]

Faites-moi le plaisir de dire la messe à notre intention, le jour de la fête de St Joseph[2] et d’y ajouter une bonne prière.

En vous remerçiant de Tout Coeur, recevez Monsieur le Directeur, l’assurance de notre profond respect
Valentine Descamps
p2

Noten

[1] Op 23 mei 1889 werd Guido Gezelle directeur van de zustergemeenschap ‘Les filles de l’enfant Jésus’ te Kortrijk. In 1879 kreeg hij ook een belangrijke rol in het bestuur van de Franstalige ‘Congrégation de Dames et de Demoiselles, sous le titre du Très-Saint Nom de Marie’. Misschien is het in verband met een van deze verenigingen dat Valentine Descamps hem directeur noemt.
[2] Sint-Jozef wordt op 19 maart gevierd.
zomerveugelz. papillon Dit is als volgt terug te vinden in het ‘Westvlaamsch idioticon’: “ZOMERVOGEL (wvl. ZOMMERVEUGEL), m. Trekvogel, fr. oiseau de passage. De zomervogels komen ons met de lente toe om nest te maken, en verdwijnen in den herfst.In ‘t L. v. Aalst is ‘t een vlinder, fr. papillon." (L.L. De Bo, Westvlaamsch idioticon. Brugge: Gailliard, 1873, p.1440) Dit is als volgt terug te vinden in het ‘Westvlaamsch idioticon’: “ZOMERVOGEL (wvl. ZOMMERVEUGEL), m. Trekvogel, fr. oiseau de passage. De zomervogels komen ons met de lente toe om nest te maken, en verdwijnen in den herfst.In ‘t L. v. Aalst is ‘t een vlinder, fr. papillon." (L.L. De Bo, Westvlaamsch idioticon. Brugge: Gailliard, 1873, p.1440)pypelevocabularius 1474 Bij zijn brief aan Guido Gezelle van 24/05/1890 voegde Gerrit Jacob Boekenoogen een bijlage toe met informatie over vlindernamen in diverse talen. Het woord ‘pypele’ komt hier niet in voor, maar wel ‘pepel’ (van papilio). Bij de verschillende geraadpleegde woordenboeken en glossaria zitten meerdere ‘vocabularii’, maar geen vocabularius uit 1474. Bij zijn brief aan Guido Gezelle van 24/05/1890 voegde Gerrit Jacob Boekenoogen een bijlage toe met informatie over vlindernamen in diverse talen. Het woord ‘pypele’ komt hier niet in voor, maar wel ‘pepel’ (van papilio). Bij de verschillende geraadpleegde woordenboeken en glossaria zitten meerdere ‘vocabularii’, maar geen vocabularius uit 1474.

Register

Correspondenten

NaamTerrière, Valentine Josephine Marie
Datums° Izegem, 15/04/1868 - ✝ Straatsburg, 06/1931
GeslachtVrouwelijk
BioValentine Josephine Marie Terrière werd op 15 april 1868 geboren te Izegem als dochter van Louis Terriere en Sophie Lecomte. Op 29 augustus 1889 trad ze in Kortrijk in het huwelijk met Albert Descamps. Samen hadden ze een apotheek in de Steenpoort 8 te Kortrijk, die (na 1914) werd overgenomen door de Diksmuidse apotheker Ghyssaert. Het koppel zou verhuisd zijn naar Straatsburg, want in Der Elsässer van 12 juni 1931 staat haar overlijdensbericht: Valentine Terrière épouse de Albert Descamps. Guido Gezelle onderhield contacten met de familie Terrière. Hij correspondeerde met Eugénie en haar zus Valentine, en schreef voor hun zus Elisa Augusta Maria Terrière (Izegem, 06/08/1854 – Kortrijk, 15/04/1888) het gedicht ‘Elisa, blijft ons nog’ voor haar overlijden. Elisa was lid van de congregatie van Onze-Lieve-Vrouw en weldoenster van het meisjesweeshuis. Ook voor het overlijden van Marie (1891-1897), de dochter van broer Josef Terrière, schreef Gezelle een gedicht.
Relatie tot Gezellecorrespondent
Bronnen https://beeldbank.kortrijk.be ; https://search.arch.be/; https://nl.geneanet.org/; Der Elsässer (12/06/1931)
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamTerrière, Valentine Josephine Marie
Datums° Izegem, 15/04/1868 - ✝ Straatsburg, 06/1931
GeslachtVrouwelijk
BioValentine Josephine Marie Terrière werd op 15 april 1868 geboren te Izegem als dochter van Louis Terriere en Sophie Lecomte. Op 29 augustus 1889 trad ze in Kortrijk in het huwelijk met Albert Descamps. Samen hadden ze een apotheek in de Steenpoort 8 te Kortrijk, die (na 1914) werd overgenomen door de Diksmuidse apotheker Ghyssaert. Het koppel zou verhuisd zijn naar Straatsburg, want in Der Elsässer van 12 juni 1931 staat haar overlijdensbericht: Valentine Terrière épouse de Albert Descamps. Guido Gezelle onderhield contacten met de familie Terrière. Hij correspondeerde met Eugénie en haar zus Valentine, en schreef voor hun zus Elisa Augusta Maria Terrière (Izegem, 06/08/1854 – Kortrijk, 15/04/1888) het gedicht ‘Elisa, blijft ons nog’ voor haar overlijden. Elisa was lid van de congregatie van Onze-Lieve-Vrouw en weldoenster van het meisjesweeshuis. Ook voor het overlijden van Marie (1891-1897), de dochter van broer Josef Terrière, schreef Gezelle een gedicht.
Relatie tot Gezellecorrespondent
Bronnen https://beeldbank.kortrijk.be ; https://search.arch.be/; https://nl.geneanet.org/; Der Elsässer (12/06/1931)

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamKortrijk
GemeenteKortrijk

Naam - persoon

NaamBoekenoogen, Gerrit Jacob
Datums° Wormerveer, 18/04/1868 - ✝ Leiden, 20/08/1930
GeslachtMannelijk
Beroeptaalkundige (lexicograaf); volkskundige
VerblijfplaatsNederland
BioGerrit Jan Boekenoogen studeerde onder J. Verdam Nederlandse Taal- en Letterkunde aan de universiteiten van Amsterdam en Leiden en promoveerde in 1896 cum laude op een dissertatie over de Zaanse volkstaal. Hij was als redacteur voltijds verbonden aan het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) en hield zich daarnaast vooral bezig met de studie van sprookjes, rijmpjes, oude raadsels, volksboeken en volksliedjes. Hij was buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde van 12/06/1900 tot 26/08/1930.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst
Bronnen http://www.biografischportaal.nl/persoon/93679017
NaamTerrière, Valentine Josephine Marie
Datums° Izegem, 15/04/1868 - ✝ Straatsburg, 06/1931
GeslachtVrouwelijk
BioValentine Josephine Marie Terrière werd op 15 april 1868 geboren te Izegem als dochter van Louis Terriere en Sophie Lecomte. Op 29 augustus 1889 trad ze in Kortrijk in het huwelijk met Albert Descamps. Samen hadden ze een apotheek in de Steenpoort 8 te Kortrijk, die (na 1914) werd overgenomen door de Diksmuidse apotheker Ghyssaert. Het koppel zou verhuisd zijn naar Straatsburg, want in Der Elsässer van 12 juni 1931 staat haar overlijdensbericht: Valentine Terrière épouse de Albert Descamps. Guido Gezelle onderhield contacten met de familie Terrière. Hij correspondeerde met Eugénie en haar zus Valentine, en schreef voor hun zus Elisa Augusta Maria Terrière (Izegem, 06/08/1854 – Kortrijk, 15/04/1888) het gedicht ‘Elisa, blijft ons nog’ voor haar overlijden. Elisa was lid van de congregatie van Onze-Lieve-Vrouw en weldoenster van het meisjesweeshuis. Ook voor het overlijden van Marie (1891-1897), de dochter van broer Josef Terrière, schreef Gezelle een gedicht.
Relatie tot Gezellecorrespondent
Bronnen https://beeldbank.kortrijk.be ; https://search.arch.be/; https://nl.geneanet.org/; Der Elsässer (12/06/1931)

Naam - plaats

NaamKortrijk
GemeenteKortrijk

Naam - instituut/vereniging

NaamCongrégation du Saint Nom de Marie
BeschrijvingDeze Kortrijkse Mariacongregatie werd opgericht op 17 februari 1879, na de opsplitsing van de Franse Mariacongregatie (La congregation des Dames et Demoiselles). Net als twee andere Mariacongregaties (die voor kinderen en werkmeisjes, en de Vlaamse Dochtercongregatie) vergaderde ook de Damescongregatie in de kapel van de Zusters Paulinen. Maar eind 1878 besloot een deel ervan naar een andere locatie te verhuizen. Het resterende deel besloot verder te opereren onder de naam '[Très-]Saint Nom de Marie', onder leiding van pastoor Edward Vyncke. Daarin werd hij bijgestaan door Gezelle, die zich intens met de congregatie bezighield en zo toegang had tot de rijke burgerij van Kortrijk, waaronder de families Vercruysse en Beke.
Datering17/02/1879
NaamFilles de l'enfant Jesus, Kortrijk
BeschrijvingIn Kortrijk, in de Handboogstraat, was er een bijhuis van de zusters van Les filles de l'Enfant-Jésus. Het moederhuis te Rijsel was gesticht door Moeder Natalie Doignies in 1825. In Kortrijk waren de zusters actief in de bejaardenzorg, dit van 1883 tot 1895. Gezelle werd op 23 mei 1889 directeur van deze kloostergemeenschap.
Datering1883-1895
Links[wikipedia]

Titel03/03/1890, Kortrijk, [Valentine Josephine Marie Terrière] (= mevrouw Valentine Descamps) aan [Guido Gezelle]
EditeurLuna Haertjens; Marc Carlier (research); Julien Vermeulen (research)
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2024
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
Verzender[Terrière, Valentine Josephine Marie]
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum03/03/1890
VerzendingsplaatsKortrijk (Kortrijk)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Fysieke bijzonderheden
Drager enkel vel, 210x134
wit, vierkant geruit
papiersoort: 1 zijde beschreven, inkt
Staat volledig: vel in twee gesneden en opnieuw aan elkaar gekleefd
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.); op blanco zijde 2 rechts: taalkundige notities: zomerveugel z. papillon ; pypele vocabularius 1474 (inkt, verticaal, beide hand G.G.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief6292
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|12615
Inhoud
IncipitFaites-moi le plaisir
Tekstsoortbrief
TalenFrans
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.