<Resultaat 1312 van 2052

>

p1
Eerweerde Heer
en hoog-geachte Vriend!

Van herten blide schrijf ik U dezen brief om U, in haeste, te berichten dat Gij, in de jaarliksche algemeene vergadering van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde, heden alhier tot Leiden gehouden, benoemd zijt tot Buitenlandsch lid van genoemd Genootschap, op voordracht van de leden: Dr A. Beets, Profr Dr J.H.C. Kern, Dr A. Kluyver, Dr J.W. Muller, J.B. Rietstap, Profr Dr M. de Vries en van mij-zelven. Gij ziet dat (mijn naam en misschien dien van den Heer Rietstap, die ik niet ken, daar buiten gelaten) - dat Gij onze beste mannen op geijkt taalkundig gebied tot uwe voorstellers hebt ge-p2had.

Ik wensch U geluk met deze benoeming. En ik meen dat der Maatschappij van Nederlandsche Letterkunde nog meer geluk te wenschen is, dat haar nog grooter eere is weervaren, nu zij U onder hare leden zal mogen tellen.

Ik schrijf U deze in haaste, hopende dat ik de eerste mag wezen die U deze tijdinge brenggt.

En ik groet U, als altijd, in hertelike genegenheid en in vaste troue, als
Uw verkleefde Vriend
Johan Winkler.

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Datums° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
GeslachtMannelijk
Beroeparts; taalkundige; auteur
VerblijfplaatsNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek "Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon", waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan "Rond den Heerd" vanaf 1875 en aan "Loquela" vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor "Biekorf". Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088

Briefschrijver

NaamWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Datums° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
GeslachtMannelijk
Beroeparts; taalkundige; auteur
VerblijfplaatsNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek "Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon", waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan "Rond den Heerd" vanaf 1875 en aan "Loquela" vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor "Biekorf". Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamLeiden

Naam - persoon

NaamDe Vries, Matthias
Datums° Haarlem, 09/11/1820 - ✝ Leiden, 09/08/1892
GeslachtMannelijk
Beroeptaalkundige; hoogleraar; auteur
VerblijfplaatsNederland
BioMatthias De Vries studeerde aan de Rijksuniversiteit Leiden en promoveerde er op 13 december 1843 in de Letteren. Hij begon als docent Nederlands en geschiedenis aan het Stedelijk Gymnasium in Groningen. Hij werd benoemd tot lid van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde op 20 juni 1844. Op 28 november 1849 werd hij hoogleraar in Groningen en in 1853 hoogleraar in Leiden. Hij gaf er taal-en letterkunde en tot 1860 ook vaderlandse geschiedenis. Hij was werkzaam tot 15 september 1891. Samen met Lambert Allard te Winkel stelde hij het Woordenboek der Nederlandsche Taal samen, in de later naar hen genoemde spelling De Vries-te Winkel. Hij was buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamse Academie.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
NaamKern, Johan Hendrik Caspar
Datums° Purworejo, 06/04/1833 - ✝ Utrecht, 04/07/1917
GeslachtMannelijk
Beroeptaalkundige; oriëntalist
VerblijfplaatsNederland; Java
BioKern was leraar Grieks in Maastricht (1858-1862), hoogleraar Sanskriet (1863-1865) in Benares (Noord-India) en vanaf 1865 in Leiden. Zijn initiële aandacht voor Indo-Europese talen (van Germaans tot Sanskriet) breidde zich uit naar Oud-Perzisch. Hij hanteerde de 'Wörter und Sachen'-methode: het taalonderzoek niet louter tot (de studie van) de klankwetten beperken, maar de woordbetekenis daarin integreren. Kern deed onderzoek naar verwantschap van talen via de benamingen van dieren en voorwerpen. Ander baanbrekend werk van hem was: "Die Glossen in der Lex Salica und die Sprache der Salischen Franken" (’s-Gravenhage, 1869). Gezelle vroeg hem in een brief naar de oorsprong van de stadsnaam Harelbeke. Kern drukte in zijn antwoord zijn bewondering uit voor de poëzie van Gezelle, vooral omdat die zoveel mooie oude woorden gebruikte. In "Loquela" wordt prof. Kern veelvuldig geciteerd door Gezelle.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
NaamMuller, Jacob Wijbrand
Datums° Amsterdam, 14/06/1858 - ✝ Leiden, 18/03/1954
GeslachtMannelijk
Beroepletterkundige; leraar
VerblijfplaatsNederland
BioJacob Wijbrand Muller was de tweede zoon van de boekhandelaar-antiquair Frederik Muller. Hij werd door zijn vader naar Leipzig gestuurd om er zich voor te bereiden op een handelsfunctie, maar koos voor een letterenstudie te Leiden, waar hij in de leer ging bij o.a. Matthias de Vries. Hij promoveerde er in 1881 op een proefschrift over De oude en de jongere bewerking van den Reinaert. In dat jaar huwde hij Catharina Heynsius en werd hij leraar aan het gymnasium in Haarlem. Hij verhuisde in 1888 naar Leiden omdat hij tot medewerker was aangesteld aan het Woordenboek der Nederlandsche Taal. In 1902 volgde zijn benoeming tot hoogleraar te Utrecht. Op 12 juni 1900 was hij ook buitenlands erelid geworden van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Nadat zijn vrouw in 1911 overleden was, hertrouwde Muller in 1916 met de dochter van Verdam. Zijn belangrijkste publicaties betroffen kritische uitgaven en analyses van de Reynaert (1939, 1944) en de uitgave van de Spelen van Cornelis Everaert (1920).
NaamWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Datums° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
GeslachtMannelijk
Beroeparts; taalkundige; auteur
VerblijfplaatsNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek "Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon", waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan "Rond den Heerd" vanaf 1875 en aan "Loquela" vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor "Biekorf". Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088
NaamBeets, Adriaan
Datums° Utrecht, 28/07/1860 - ✝ Leiden, 24/12/1937
GeslachtMannelijk
Beroeplexicograaf
VerblijfplaatsNederland
BioAdriaan Beets werd geboren te Utrecht op 28 juli 1860 als oudste zoon van Nicolaas Beets. Hij studeerde Middelnederlandse letterkunde te Leiden en promoveerde er in 1885 op een proefschrift over de Disticha Catonis in het Nederlands. Van 1888 tot 1933 was hij redacteur van het Woordenboek der Nederlandsche Taal. In 1900 werd hij benoemd tot buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde.
Links[dbnl]
NaamKluyver, Albert
Datums° Koog aan de Zaan, 04/12/1858 - ✝ Groningen, 14/02/1938
GeslachtMannelijk
Beroeptaalkundige, lexicograaf; spellingdeskundige, hoogleraar
VerblijfplaatsNederland
BioHij studeerde Nederlandse taal- en letterkunde te Leiden en promoveerde er in 1884 op een dissertatie over het Woordenboek van Kiliaan. Ondertussen was hij het jaar tevoren benoemd tot redacteur van het Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) in Leiden, waar hij zou blijven tot in 1911, om van dan af tot in 1928 hoogleraar te worden in Groningen. Kluyver, die reeds als 29-jarige benoemd werd als buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde, schreef vele bijdragen voor het ‘Tijdschrift voor Nederlandsche Taal- en Letterkunde’, waarvan hij medewerker was. Bekende studies van hem zijn verder Vondel’s Roskam (1922) en Hugo de Groot als verdediger van onze moedertaal (1901). Zijn Verspreide Opstellen verschenen in 1929.
Links[wikipedia]
NaamRietstap, Johannes Baptist
Datums° Rotterdam, 12/05/1828 - ✝ Den Haag, 24/12/1891
GeslachtMannelijk
Beroepheraldicus; boekverkoper; journalist; ambtenaar; auteur
VerblijfplaatsNederland
BioJohannes Baptist Rietstap was de zoon van Willem Hendrik Rietstap en Elisabeth Remmert. Na zijn middelbare studies begon hij als boekverkoper en journalist bij de Nieuw Rotterdamsche Courant, maar werd in 1852 benoemd als ambtenaar bij de stenografische dienst van de Staten-Generaal. In 1857 trouwde hij met Johanna Maria de Haas. In 1888 werd hij hoofd van de afdeling: een functie die hij neerlegde een half jaar vóór zijn overlijden op 24 december 1891 in Den Haag. Aanvankelijk vertaalde Rietstap uit het Frans, Duits en Engels een aantal romans en reisbeschrijvingen, maar geleidelijk aan ging zijn interesse vooral uit naar de heraldiek, voornamelijk naar familiewapens, waarvoor hij een zuiver Nederlandse terminologie ontwikkelde. In 1861 publiceerde hij, in het Frans, zijn Armorial général, een monumentaal werk over de wapenschilden van 110.000 families uit geheel Europa, dat internationale bekendheid verwierf. Daarna schreef hij ook nog het Wapenboek der Nederlandschen Adel (1880-1887).

Naam - plaats

NaamLeiden

Naam - instituut/vereniging

NaamMaatschappij voor Nederlandse Letterkunde Leiden
BeschrijvingDe Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde (MNL) is een in 1766 in Leiden opgericht letterkundig-historisch genootschap (gesticht door Frans van Lelyveld e.a.), en daar nog steeds gevestigd. Haar belangrijkste activiteiten zijn het organiseren van letterkundige en wetenschappelijke bijeenkomsten, het uitgeven van boeken en tijdschriften (o.m. het ‘Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde’, sinds 1881) en het toekennen van wetenschappelijke prijzen. Ze bestaat uit diverse commissies en werkgroepen. De maatschappij stond in 1999 aan de basis van de Digitale Bibliotheek van de Nederlandse Letteren (DBNL), een website over de Nederlandse taal en literatuur.
Datering1766-heden

Naam - gebeurtenis Guido Gezelle

GebeurtenisLid Maatschappije der Nederlandsche Letterkunde te Leyden
Periode15/08/1890
BeschrijvingLid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde

Titel19/06/1890, Leiden, Johan Winkler aan [Guido Gezelle]
EditeurRik Van Gorp; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderWinkler, Johan
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum19/06/1890
VerzendingsplaatsLeiden
AnnotatieBriefversie van datering: dezen 19d v. Zomermaand, 1890 ; adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Gepubliceerd inDe briefwisseling tussen Guido Gezelle en Johan Winkler. Deel 2: Brieven (1884-1899) / door Dries Gevaert. - Gent : onuitgegeven licentieverhandeling, (academiejaar 1983-1984), p.335
Fysieke bijzonderheden
Drager dubbel vel, 212x133
wit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief6337
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|12640
Inhoud
IncipitVan herten blide schryf ik
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.