Noten

[1] De onvolledige datum zorgde voor verwarring. P. Allossery, conservator van het Gezellemuseum dateerde de brief incorrect op “Jeudi 9 Juin 92”. De brief moet een week eerder gedateerd worden, op donderdag 2 juni 1892. Savina de Gourcy Serainchamps schreef die dag dus twee brieven naar Gezelle. In de eerste brief van 02/06/1892 vroeg ze Gezelle om voor het Hof van Beveren (Nieuwstraat 5-7) een nieuwe inscriptie te schrijven en ging ze er dus van uit dat het gedichtje Zoo Obededom de Arke borg, ondanks de foutieve tijdsaanduiding 1578-1584, voorbehouden bleef voor het Huis Perez de Malvenda (Wollestraat 53). In de tweede brief verandert Savina plots het geweer van schouder: nu wil ze de gedenksteen “Zoo Obededom…”, die al gekapt maar nog niet geplaatst is, toch weer afstaan aan de familie van der Renne (Hof van Beveren) en vraagt ze Gezelle een nieuw gedichtje voor het Huis Perez de Malvenda. Zes dagen later (brief van 08/06/1892) laat Savina aan Gezelle weten dat mevrouw van der Renne de afmetingen van de gedenksteen “Zoo Obededom…” ongeschikt vindt voor het Hof van Beveren en dat ze daarom een nieuw gedichtje verkiest. Reeds de volgende dag zal Gezelle aan haar wens voldoen met Jesu, uit uw Hert, doorsteken (zie zijn brief van 09/06/1892).
[2] Sedert 14/12/1891 correspondeerden Savina de Gourcy Serainchamps en Guido Gezelle met elkaar over het H. Bloed. De gravin had het plan opgevat om gedenkstenen aan te brengen aan de huizen te Brugge, waar in troebele tijden het H. Bloed verborgen zat. Op haar verzoek schreef Gezelle vier inscripties, waarvan één in proza (zie naamkaartje C, gevoegd bij zijn brief van 20/01/1892) en drie in dichtvorm (Zoo Obededom de Arke borg, Gods heilig, dierbaer Bloed, alhier eens weggesteken en Jesu, uit uw Hert, doorsteken).
[3] Bedoeld is de gedenksteen met het gedicht Zoo Obededom de Arke borg. Guido Gezelle had dit gedichtje eigenlijk geschreven voor het Hof van Beveren (Nieuwstraat 5-7), maar Savina de Gourcy Serainchamps was zo in de wolken over dit versje dat ze het meteen reserveerde voor het Huis Perez de Malvenda (Wollestraat 53), dat toebehoorde aan haar dochter Savina van Caloen. Vandaar dat ze het heeft over “notre pierre” en “notre pauvre maison rue aux Laines”.
[4] De gedenkstenen aan twee huizen te Brugge, waar Juan Perez de Malvenda de relikwie van het H. Bloed verborg tijdens de Geuzentijd, bevatten allebei een foutieve jaaraanduiding. En telkens zat Savina de Gourcy Serainchamps daar voor iets tussen. Gezelle had het versje Zoo Obededom de Arke borg met de datering 1578-1584 eigenlijk geschreven voor het Hof van Beveren, maar Savina reserveerde het voor het Huis Perez de Malvenda, waar het H. Bloed slechts gedurende enkele maanden van 1584 verborgen zat. Voor het Hof van Beveren (Nieuwstraat 5-7) schreef Gezelle vervolgens een nieuw versje Jesu, uit uw Hert, doorsteken met de jaaraanduiding 1576-1584 (zie zijn brief van 09/06/1892). Het foutieve jaartal 1576 (i.p.v. 1578) nam hij over van Savina: we zien die fout voor het eerst opduiken in haar brief van 02/06/1892.
[5] Bedoeld is het Huis Perez de Malvenda, Wollestraat 53 te Brugge, dat toen in het bezit was van Alexandre Gillès de Pélichy en Savina van Caloen, dochter van Charles van Caloen en Savina de Gourcy Serainchamps.
[6] Op 5 april 1566 overhandigden een 200-tal edelen uit de Nederlanden aan de landvoogdes Margaretha van Parma in Brussel een smeekschrift, waarin zij om matiging van de anti-ketterijwetgeving vroegen. Karel van Berlaymont, raadgever van de landvoogdes, probeerde haar gerust te stellen: ”N’ayez pas peur, Madame, ce ne sont que des gueux”, m.a.w. die edelen zijn maar een stelletje armoedzaaiers of bedelaars. Opstandelingen eigenden zich dit schimpwoord met trots toe als ’geuzentitel’ en droegen ostentatief een bedeltas om de nek (in het Frans: besace). Savina de Gourcy Serainchamps verplaatst dit gegeven nu naar de 19de eeuw: ze bidt in naam van het H. Bloed dat Brugge en België verlost mogen worden van geuzen, met of zonder bedelzak. Hiermee bedoelt ze ongetwijfeld de vrijmetselaars en vrijzinnigen.
[7] Bedoeld is het echtpaar Amédée van der Renne de Daelenbroeck en Alice Le Bailly de Tilleghem, de eigenaars en bewoners van het Hof van Beveren.

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Naamde Gourcy Serainchamps, Savina Louise Joséphine; van Caloen-de Gourcy, Savina L. J.
Datums° Gent, 17/07/1825 - ✝ Loppem, 07/09/1912
GeslachtVrouwelijk
BioSavina de Gourcy Serainchamps was een dochter van graaf Félix, grootgrondbezitter, en barones Mathilde Dons de Lovendeghem uit Gent. Het gezin telde vijf kinderen en woonde op het (nu verdwenen) kasteel van Mianoye te Assesse bij Namen. Savina kreeg eerst thuisonderricht, daarna was ze pensionaire op de kloosterschool van Berlaimont (Brussel). Ze was er bevriend met Émilie van Outryve d’Ydewalle, die in 1848 huwde met Jean-Baptiste Bethune. Savina trouwde op 21 april 1847 met baron Charles van Caloen, vriend en studiegenoot van Bethune. De twee echtparen hadden veel gemeen: fervent katholiek, devoot, liefdadig, kunstminnend (neogotiek), traditionalistisch en ultramontaans. Charles en Savina kregen vijf kinderen die allen opgroeiden tot modelkatholieken: Maria (karmelietes), Savina, Joseph (benedictijn, vriend van Gezelle), Albert en Ernest. Het echtpaar was de bouwheer van het kasteel van Loppem (1859), gebouwd door de bouwmeesters Edward Pugin en Jean-Baptiste Bethune. Door de oogziekte van haar man, was het in de praktijk vooral Savina die zich deze taak aantrok. Het kasteel werd een centrum voor kunstenaars, intellectuelen, schrijvers, prelaten en bekeerlingen. Ook Guido Gezelle was vriend aan huis. Hij schreef in 1870 verzen bij de wandschilderingen in het Blauw Salon van het kasteel bij de taferelen van Duitse schilder August Martin. Savina werd in 1869 voorzitter van de Dames Zélatrices van de Noordpoolmissie, met Gezelle als geestelijk leidsman. Op verzoek van Savina schreef Gezelle in 1892 opschriften in versvorm voor de huizen waar het H. Bloed in woelige tijden verborgen werd.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; aanvrager gelegenheidsgedicht; Noordpoolmissie
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; https://www.geni.com/people/Savina-de-Gourcy-Serainchamps/6000000033149576105; J. Braet, Het kasteel van Loppem in zijn familiaal en historisch kader. In: V. van Caloen (red.), Het kasteel van Loppem. Oostkamp: Stichting Kunstboek, 2001, p.10-43

Briefschrijver

Naamde Gourcy Serainchamps, Savina Louise Joséphine; van Caloen-de Gourcy, Savina L. J.
Datums° Gent, 17/07/1825 - ✝ Loppem, 07/09/1912
GeslachtVrouwelijk
BioSavina de Gourcy Serainchamps was een dochter van graaf Félix, grootgrondbezitter, en barones Mathilde Dons de Lovendeghem uit Gent. Het gezin telde vijf kinderen en woonde op het (nu verdwenen) kasteel van Mianoye te Assesse bij Namen. Savina kreeg eerst thuisonderricht, daarna was ze pensionaire op de kloosterschool van Berlaimont (Brussel). Ze was er bevriend met Émilie van Outryve d’Ydewalle, die in 1848 huwde met Jean-Baptiste Bethune. Savina trouwde op 21 april 1847 met baron Charles van Caloen, vriend en studiegenoot van Bethune. De twee echtparen hadden veel gemeen: fervent katholiek, devoot, liefdadig, kunstminnend (neogotiek), traditionalistisch en ultramontaans. Charles en Savina kregen vijf kinderen die allen opgroeiden tot modelkatholieken: Maria (karmelietes), Savina, Joseph (benedictijn, vriend van Gezelle), Albert en Ernest. Het echtpaar was de bouwheer van het kasteel van Loppem (1859), gebouwd door de bouwmeesters Edward Pugin en Jean-Baptiste Bethune. Door de oogziekte van haar man, was het in de praktijk vooral Savina die zich deze taak aantrok. Het kasteel werd een centrum voor kunstenaars, intellectuelen, schrijvers, prelaten en bekeerlingen. Ook Guido Gezelle was vriend aan huis. Hij schreef in 1870 verzen bij de wandschilderingen in het Blauw Salon van het kasteel bij de taferelen van Duitse schilder August Martin. Savina werd in 1869 voorzitter van de Dames Zélatrices van de Noordpoolmissie, met Gezelle als geestelijk leidsman. Op verzoek van Savina schreef Gezelle in 1892 opschriften in versvorm voor de huizen waar het H. Bloed in woelige tijden verborgen werd.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; aanvrager gelegenheidsgedicht; Noordpoolmissie
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; https://www.geni.com/people/Savina-de-Gourcy-Serainchamps/6000000033149576105; J. Braet, Het kasteel van Loppem in zijn familiaal en historisch kader. In: V. van Caloen (red.), Het kasteel van Loppem. Oostkamp: Stichting Kunstboek, 2001, p.10-43

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Naam - persoon

Naamde Gourcy Serainchamps, Savina Louise Joséphine; van Caloen-de Gourcy, Savina L. J.
Datums° Gent, 17/07/1825 - ✝ Loppem, 07/09/1912
GeslachtVrouwelijk
BioSavina de Gourcy Serainchamps was een dochter van graaf Félix, grootgrondbezitter, en barones Mathilde Dons de Lovendeghem uit Gent. Het gezin telde vijf kinderen en woonde op het (nu verdwenen) kasteel van Mianoye te Assesse bij Namen. Savina kreeg eerst thuisonderricht, daarna was ze pensionaire op de kloosterschool van Berlaimont (Brussel). Ze was er bevriend met Émilie van Outryve d’Ydewalle, die in 1848 huwde met Jean-Baptiste Bethune. Savina trouwde op 21 april 1847 met baron Charles van Caloen, vriend en studiegenoot van Bethune. De twee echtparen hadden veel gemeen: fervent katholiek, devoot, liefdadig, kunstminnend (neogotiek), traditionalistisch en ultramontaans. Charles en Savina kregen vijf kinderen die allen opgroeiden tot modelkatholieken: Maria (karmelietes), Savina, Joseph (benedictijn, vriend van Gezelle), Albert en Ernest. Het echtpaar was de bouwheer van het kasteel van Loppem (1859), gebouwd door de bouwmeesters Edward Pugin en Jean-Baptiste Bethune. Door de oogziekte van haar man, was het in de praktijk vooral Savina die zich deze taak aantrok. Het kasteel werd een centrum voor kunstenaars, intellectuelen, schrijvers, prelaten en bekeerlingen. Ook Guido Gezelle was vriend aan huis. Hij schreef in 1870 verzen bij de wandschilderingen in het Blauw Salon van het kasteel bij de taferelen van Duitse schilder August Martin. Savina werd in 1869 voorzitter van de Dames Zélatrices van de Noordpoolmissie, met Gezelle als geestelijk leidsman. Op verzoek van Savina schreef Gezelle in 1892 opschriften in versvorm voor de huizen waar het H. Bloed in woelige tijden verborgen werd.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; aanvrager gelegenheidsgedicht; Noordpoolmissie
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; https://www.geni.com/people/Savina-de-Gourcy-Serainchamps/6000000033149576105; J. Braet, Het kasteel van Loppem in zijn familiaal en historisch kader. In: V. van Caloen (red.), Het kasteel van Loppem. Oostkamp: Stichting Kunstboek, 2001, p.10-43
NaamPerez de Malvenda, Juan; Perez de Maluenda, Juan
Datums° Brugge, 1511 - ✝ Brugge, 1605
GeslachtMannelijk
Beroeppoliticus; ambtsdrager
VerblijfplaatsSpaanse Nederlanden
BioDon Juan Perez de Malvenda werd geboren in 1511 te Brugge als de jongste zoon van Diego, een rijke wolhandelaar uit Burgos die zich in 1498 in Brugge vestigde als consul van de Spaanse natie, en van de Brugse Margaretha Hanneton. Juan Perez huwde in 1537 met Magdalena de Chantraines, gezegd de Broucqsaulx. Tussen 1538 en 1571 was hij elfmaal schepen van de Stad Brugge, vijfmaal thesaurier, driemaal raadspensionaris en tweemaal burgemeester van de raadsleden. In de volgende jaren was hij ‘redenaar’ (schepen) en in 1581 voorzitter van het Proosse. Hij was van 1537 tot aan zijn dood lid van de Edele Confrérie van het H. Bloed en bekleedde er de functie van zorger (1539-1540) en proost (1540-1541). Tijdens het calvinistisch bewind (1578-1584) hield hij de relikwie van het H. Bloed verborgen in drie huizen te Brugge die hij achtereenvolgens bewoonde: eerst (van 1578 tot 1581) in een huis aan de Dijver (nu nr. 7 ‘De Tuilerieën’) dat toebehoorde aan zijn schoonbroer Joos de Damhouder, daarna (van 1581 tot 1584) in het ‘Hof van Beveren’ in de Nieuwstraat (nu nr. 5), dat toebehoorde aan Anna de Thiennes, en ten slotte (1584) in het huis genaamd ‘Perez de Malvenda’ in de Wollestraat (nu nr. 53, aan de voet van de Eekhoutbrug), dat toebehoorde aan zijn schoonbroer Jacob de Chantraines. Dat Juan Perez het H. Bloed naar alle waarschijnlijkheid eerst enkele jaren aan de Dijver verborgen hield, raakte pas veel later bekend dankzij een studie uit 1988. Guido Gezelle schreef een opschrift in opdracht van barones Savina L. J. de Gourcy Serainchamps dat werd aangebracht op het huis in de Wollestraat.
Relatie tot Gezelleonderwerp van gelegenheidsgedicht
BronnenA. Van den Abeele, De relikwie van het H. Bloed in de ‘Beloken tijd’. Een geheime bergplaats aan de Dyver? 1578-1581. In: Biekorf: 88 (1988), p.218-225; B. Kervyn de Volkaersbeke, Het Heilig Bloed te Brugge. Brugge: West-Vlaamse Gidsenkring, 2019, p.35-44
NaamLe Bailly de Tilleghem, Alice Louise Marie Henriette
Datums° Brugge, 15/08/1848 - ✝ Brugge, 11/01/1908
GeslachtVrouwelijk
BioBarones Alice Le Bailly de Tilleghem was de jongste dochter van Edmond (1818-1887), provincieraadslid en schepen van Brugge, en van Adèle de Man (1824-1906). Haar familie behoorde tot de fine fleur van de Brugse aristocratie. Het gezin woonde vanaf 1861 in het Hof van Beveren, een statig ‘hôtel de maître’ in de Nieuwstraat 5. Edmond Le Bailly was van liberale strekking, zijn echtgenote was streng katholiek. Alice huwde op 28 mei 1872 met de Nederlandse ridder Amédée van der Renne de Daelenbroeck (1835-1904), telg uit een koopliedenfamilie uit Eindhoven. Beiden waren eveneens streng katholiek. Ze woonden eerst in het huis De Visitatie (Wulfhagestraat 18) en vanaf 1883 of kort daarna in het Hof van Beveren, dat kort voordien vergrotings- en verfraaiingswerken had ondergaan. Het echtpaar kreeg vier kinderen, waarvan er één dochtertje zeer jong overleed. De oudste dochter, Maria van der Renne de Daelenbroeck (1873-1964) trouwde in 1901 met Charles Gillès de Pélichy (1872-1958), een zoon van Alexandre en Savina van Caloen. Alice Le Bailly de Tilleghem leed aan een psychische stoornis, die naar het einde van haar leven toe verergerde.
Relatie tot Gezelleaanvrager gelegenheidsgedicht
BronnenBrigitte Beernaert, Baudouin de la Kethulle de Ryhove, Jan D’hondt e.a., De Visitatie. Bewonings- en bouwgeschiedenis van het huis Wulfhagestraat 18 in Brugge. (Leven in oude huizen, V). Brugge: Levend Archief, 2005, p.62-69 en 72-74; B. D’Hoore, Iconographie de la famille Gillès de Pélichy et des principales familles ascendantes. Brussel, Office Généalogique et Héraldique de Belgique, 2012, p.143-144, 150-151 en 351-355

Naam - plaats

NaamBrugge
GemeenteBrugge

Titel - gedicht van Guido Gezelle

TitelGods heilig, dierbaar Bloed, alhier
PublicatieVerzameld dichtwerk, deel VIII, p. 121
TitelJesu, uit uw hert doorsteken
PublicatieVerzameld dichtwerk, deel VIII, p. 122
TitelZoo Obededom de Arke borg
PublicatieVerzameld dichtwerk, deel VIII, p. 122

Indextermen

Briefontvanger

Gezelle, Guido

Briefschrijver

de Gourcy Serainchamps, Savina Louise Joséphine

Correspondenten

Gezelle, Guido
de Gourcy Serainchamps, Savina Louise Joséphine

Naam - persoon

de Gourcy Serainchamps, Savina Louise Joséphine
Perez de Malvenda, Juan
Le Bailly de Tilleghem, Alice Louise Marie Henriette

Naam - plaats

Brugge

Titel - gedicht van Guido Gezelle

Gods heilig, dierbaar Bloed, alhier
Jesu, uit uw hert doorsteken
Zoo Obededom de Arke borg
Titel[02]/06/1892, s.l., Savina Louise Joséphine de Gourcy Serainchamps aan [Guido Gezelle]
EditeurJohan Braet; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
Verzenderde Gourcy Serainchamps, Savina Louise Joséphine
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum[02]/06/1892
Verzendingsplaatss.l.
AnnotatieDag gereconstrueerd op basis van de brieftekst: Foutieve datering in notitie P. Allossery; De brief moet gedateerd worden, op donderdag 2 juni 1892. Savina de Gourcy Serainchamps schreef die dag 2 brieven naar Gezelle. In de eerste brief van 02/06/1892 vroeg ze hem om voor het Hof van Beveren (Nieuwstraat 5-7) een nieuwe inscriptie te schrijven en ging ze er dus van uit dat het gedichtje Zoo Obededom de Arke borg, ondanks de foutieve tijdsaanduiding 1578-1584, voorbehouden bleef voor het Huis Perez de Malvenda (Wollestraat 53). In de tweede brief verandert Savina plots het geweer van schouder: nu wil ze de gedenksteen "Zoo Obededom…", die al gekapt maar nog niet geplaatst is, toch weer afstaan aan de familie van der Renne (Hof van Beveren) en vraagt ze Gezelle een nieuw gedichtje voor het Huis Perez de Malvenda. Zes dagen later (brief van 08/06/1892) laat Savina aan Gezelle weten dat mevrouw van der Renne de afmetingen van de gedenksteen "Zoo Obededom…" ongeschikt vindt voor het Hof van Beveren en dat ze daarom een nieuw gedichtje verkiest. Reeds de volgende dag zal Gezelle aan haar wens voldoen met Jesu, uit uw Hert, doorsteken (zie zijn brief van 09/06/1892); adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Gepubliceerd inDe briefwisseling van Guido Gezelle in het kader van de neogotiek. / door Caroline De Dycker. - Gent : Rijksuniversiteit Gent, 1984, dl. 1, p.165-166
Fysieke bijzonderheden
Drager 113x87
wit
papiersoort: recto en verso horizontaal beschreven, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden geschreven op kaartje
Toevoegingen op recto links in de bovenrand: Aan G. Gezelle; idem linksboven bijgeschreven onder de dag: [9] (inkt, beide hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief6528
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|12807
Inhoud
IncipitJe crois que ce que nous
Tekstsoortbrief
TalenFrans
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.