<Resultaat 1531 van 2182

>

Thoen, Paul + UA

p1
Eerweerde Heer,

Sedert geruimen tijd houd ik mij bezig met opzoekingen voor eene uitvoerige en zoo grondig mogelijke studie over het leven en de werken van Edewaerd De Dene.

Tot hiertoe heb ik vooral de Warachteghe Fabulen[1] (bronnen, letterkundige waarde, vertalingen, hervertalingen, navolgingen, enz.) bestudeerd.

Hoe verder ik kom, hoe meer lust ik vind aan mijn werk.

Ook heb ik opgespoord wat er al tot hiertoe geschreven en gewreven is geworden over D. Dene's leven, over zijn Testament[2] over het beroemde: Adieu poorters[3] . . . Niet veel, ongelukkiglijk!

Ik zou, om wel te zijn, nu voorgoed tot de studie van het Testament dienen over te gaan.p2Maar ik beschik slechts over een zeer nauwkeurig doch ook zeer onvolledig afschrift,[4] dat ik door toedoen van den heer Gilliodts-Van Severen uit het Gemeente-Archief van Brugge te leen heb gekregen. Ongeveer een derde ontbreekt.

Ik kom U verzoeken om de zeer groote gunst het handschrift dat thans bij U berust voor eenige dagen aan de boekerij der Gentsche Hoogeschool te willen afstaan, waar ik het zou gaan inzien.

Wel weet ik, door mijne vrienden de heeren K. De Flou en Siffer, dat gij voornemens zijt eene uitgave van dat handschrift te bezorgen. En die uitgave zie ik voor mijn doel met verlangen te gemoet, daar ik gaandeweg De Dene lief gekregen heb.

Mocht het dus gebeuren dat gij er prijs aan hecht geene stukken uit het Testament in druk te zien verschijnen vóór uwe volledige uitgave, zoo wil ik gaarne de verbindtenis nemen p3alleen die stukjes in mijn studie over te drukken welke zich ook bevinden in het afschrift uit het Gemeentearchief van Brugge.

Ik wil dit briefje niet sluiten, E. heer, zonder U eerst op voorhand mijn dank uit te drukken, en U te verzekeren hoezeer ik mij steeds zal vereerd achten U - bij de uitgave van D. D's handschrift of anderszins - van eenigen dienst te mogen zijn.

Louis Scharpé,

Student in Germaansche Philologie,

Langemunt, 18, Gent.

Noten

[1] Dit boek brengt 106 dierenverhalen in de vorm van een opschrift, een beeld en een moraliserende boodschap: dat geheel is een zogenaamd embleem. De Fabulen der dieren is het eerste 'embleem-fabelboek' in de Nederlandse literatuur. Het is een product van het Brugse kunstenaarsmilieu van midden 16de eeuw. Marcus Gerards (ca. 1521-1587) zorgde voor de sprankelende etsen met taferelen uit het dagelijkse leven van zijn tijd. Eduard De Dene (1505-1579) is de dichter. Hij inspireerde zich op Franse tijdgenoten die deze fabels van de oude Griek Aesopus eerder al bewerkten. De nawerking van dit boek was groot en langdurig.
[2] Testament rhetoricael, een gedicht van 25.000 verzen in handschrift bewaard. Het was toen in het bezit van apotheker Adolf De Wolf (1844-1920), vader van Lodewijk en Karel, en is later in de bibliotheek van de Ugent terechtgekomen.
[3] Den (langen) adieu is de titel van het gedicht met deze beginwoorden in De Denes Testament rhetoricael. Hij neemt er afscheid van zijn werk en zijn stad en maakt zijn imaginaire bezittingen over aan zijn verwanten.
[4] Afschrift door Justin Van Damme, die oorspronkelijk samen met apotheker Lodewijk De Wolf eigenaar was van het handschrift. Het afschrift wordt nog steeds bewaard in het Stadsarchief Brugge.

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamScharpé, Louis
Datums° Tielt, 24/10/1869 - ✝ Betekom, 04/05/1935
GeslachtMannelijk
Beroepprofessor; literatuurhistoricus; auteur
BioNa de gemeenteschool in Tielt ging Scharpé naar het atheneum in Brugge, waar hij les kreeg van Julius Sabbe. Hij werd er laureaat retorica in 1890. Hij studeerde Germaanse talen in Gent (1890-1894). Hij leverde bijdragen aan Biekorf en Het Belfort. Na zijn doctoraat (21/06/1894) ging hij verder studeren in Parijs, Straatsburg en Leiden. Hij werkte als commies-opsteller aan het Ministerie van Binnenlandse zaken en Openbaar Onderwijs. Vanaf 1898 werd hij professor in de Germaanse talen aan de universiteit van Leuven. Hij doceerde er fonetica en Duitse literatuur. Hij gaf ook les aan de Leuvense Handelsschool (1915-1924). Hij was een voorvechter van de Vlaamse emancipatie. Na de dood van Gezelle kocht Scharpé een deel van de handbibliotheek van de dichter.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; medewerker Biekorf

Briefschrijver

NaamScharpé, Louis
Datums° Tielt, 24/10/1869 - ✝ Betekom, 04/05/1935
GeslachtMannelijk
Beroepprofessor; literatuurhistoricus; auteur
BioNa de gemeenteschool in Tielt ging Scharpé naar het atheneum in Brugge, waar hij les kreeg van Julius Sabbe. Hij werd er laureaat retorica in 1890. Hij studeerde Germaanse talen in Gent (1890-1894). Hij leverde bijdragen aan Biekorf en Het Belfort. Na zijn doctoraat (21/06/1894) ging hij verder studeren in Parijs, Straatsburg en Leiden. Hij werkte als commies-opsteller aan het Ministerie van Binnenlandse zaken en Openbaar Onderwijs. Vanaf 1898 werd hij professor in de Germaanse talen aan de universiteit van Leuven. Hij doceerde er fonetica en Duitse literatuur. Hij gaf ook les aan de Leuvense Handelsschool (1915-1924). Hij was een voorvechter van de Vlaamse emancipatie. Na de dood van Gezelle kocht Scharpé een deel van de handbibliotheek van de dichter.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; medewerker Biekorf

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamGent
GemeenteGent

Naam - persoon

NaamDeflou, Karel
Datums° Brugge, 09/07/1853 - ✝ Brugge, 27/06/1931
GeslachtMannelijk
Beroephistoricus; filoloog; letterkundige
BioKarel Deflou was de zoon van een antiquaar-prentenhandelaar in de Gruuthusestraat, naast de drukkerij waar Guido Gezelles ‘Jaer 30’ verscheen. Door het overlijden van zijn vader in 1866 kwam er een einde aan het antiquariaat en kon de jonge Karel niet verder studeren. Na zijn basisonderwijs werd hij bediende, en vervolgens beambte bij de provincie West-Vlaanderen. Hij bekwaamde zich op eigen houtje in de Germaanse en oude talen en legde zich toe op taalstudie en geschiedenis. Vooral de toponymie boeide hem. Hij was een schrijver en historicus met een grote werkkracht en een goed geheugen. De eerste bijdrage die van hem in druk kwam, behandelde de Brugse straatnamen. Vanaf 1879 begon hij de toponiemen te verzamelen, een decennialange bezigheid die in zijn monumentale woordenboek zou uitmonden. Vanaf 1887 werd hij lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde, en vanaf 1926 ook van de Koninklijke Commissie voor Toponymie en Dialectologie. Verder was hij ook bestuurslid van het Genootschap voor Geschiedenis te Brugge sinds 1911, en was hij de eerste bibliothecaris van het Willemsfonds te Brugge. Zijn meesterwerk is het 'Woordenboek der Toponymie in Westelijk Vlaanderen', dat in 18 delen verscheen tussen 1914 en 1938. Nog vooraleer het af was, werd hem hiervoor in 1928 een grootse hulde gebracht en verkreeg hij een eredoctoraat van de KUL. Aanvankelijk sloot Deflou aan bij de kring rond Julius Sabbe. Dankzij de taalkundige belangstelling hebben Deflou en Gezelle elkaar pas echt gevonden in de Loquela-periode. De Flou was in 1882 getrouwd met Eulalie Sylvie Verbrugghe, die ooit nog een buurmeisje van Gezelle was geweest aan de Lange Rei/Potterierei.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
NaamGilliodts - Van Severen, Louis
Datums° Brugge, 04/07/1827 - ✝ Brugge, 24/07/1915
GeslachtMannelijk
Beroephistoricus; auteur; advocaat; uitgever; stadsarchivaris
BioLouis Gilliodts studeerde te Luik en behaalde er in 1850 het doctoraat in de rechten. Hij volgde te Parijs les aan l'Ecole des Chartes. Hij was verbonden aan de balie van Luik (1853) en die van Brugge (1855). Hij huwde in 1858 met Eugenie Van Severen (1824-1859). Ze stierf in het kinderbed van dochter Marie Gilliodts. In 1906 huwde hij een tweede keer met Romanie Vandenbussche (1873-1926). Op 14/10/1868 werd hij conservator van de archieven van de stad Brugge. Hij schreef de Inventaire des Archives de la ville de Bruges, die aangevuld werd door Edward Gailliard. Hij schreef in het tijdschrift La Flandre van James Weale en in Handelingen van de Société d'Emulation.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamScharpé, Louis
Datums° Tielt, 24/10/1869 - ✝ Betekom, 04/05/1935
GeslachtMannelijk
Beroepprofessor; literatuurhistoricus; auteur
BioNa de gemeenteschool in Tielt ging Scharpé naar het atheneum in Brugge, waar hij les kreeg van Julius Sabbe. Hij werd er laureaat retorica in 1890. Hij studeerde Germaanse talen in Gent (1890-1894). Hij leverde bijdragen aan Biekorf en Het Belfort. Na zijn doctoraat (21/06/1894) ging hij verder studeren in Parijs, Straatsburg en Leiden. Hij werkte als commies-opsteller aan het Ministerie van Binnenlandse zaken en Openbaar Onderwijs. Vanaf 1898 werd hij professor in de Germaanse talen aan de universiteit van Leuven. Hij doceerde er fonetica en Duitse literatuur. Hij gaf ook les aan de Leuvense Handelsschool (1915-1924). Hij was een voorvechter van de Vlaamse emancipatie. Na de dood van Gezelle kocht Scharpé een deel van de handbibliotheek van de dichter.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; medewerker Biekorf
NaamSiffer, Alfons
Datums° Zomergem, 21/03/1850 - ✝ Gent, 03/03/1941
GeslachtMannelijk
Beroepboekhandelaar; drukker; uitgever; politicus; volksvertegenwoordiger; auteur
BioAlfons Siffer deed zijn humaniorastudies aan het Bisschoppelijk College te Sint-Niklaas, en studeerde vervolgens rechten in Leuven. Deze studie moest hij om gezondheidsredenen stopzetten. In 1874 behaalde hij het diploma van kandidaat-notaris aan de universiteit van Gent. In 1875 was hij medestichter en eerste secretaris-penningmeester van het Gentse Davidsfonds en later bestuurslid van het nationale Davidsfonds (1878). In 1877 richtte hij samen met zijn vermogende schoonzus Sophie, de halfzus van zijn latere echtgenote, de NV Siffer-Leliaert op en werd hij boekhandelaar, drukker en uitgever in Gent op de hoek van het Sint-Baafsplein en de Lange Kruisstraat. Hij huwde met Marie Fierlefijn in 1879. Hij werd de vaste drukker van de Koninklijke Vlaamse Academie. Hij drukte ook heel wat tijdschriften waaronder ook Franstalige zoals Le magasin littéraire en Le Drapeau. In 1886 stichtte hij het tijdschrift Het Belfort, waarin hij zelf ook bijdragen publiceerde. Siffer was ook uitgever van heel wat katholieke auteurs zoals Karel de Gheldere, August Cuppens, Hugo Verriest, Alfons Moortgat, René De Clercq en Amaat Joos. Ook Gezelle liet werk bij hem drukken of uitgeven zoals de Duikalmanak (1888-1899). De eerste aflevering verscheen aanvankelijk bij Karel Beyaert-Storie, maar na een ruzie kwam Gezelle bij Siffer in Gent terecht. De druk gebeurde in de Sint-Augustinusdrukkerij. Vanaf 1895 was Siffer ook werkzaam in de politiek o.m. als volksvertegenwoordiger.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde; drukker/uitgever van werk van gezelle
Bronnen http://users.skynet.be/sb176943/AndriesVandenAbeele/druk_gezelle.htm
NaamDe Dene, Eduard; Edewaerd, Eduwaert of Edward.
Datums° Brugge, 1505 - ✝ ?, tussen 1576 en 1579
GeslachtMannelijk
Beroeprederijker; dichter
BioDeze laatste grote Brugse rederijker behoorde tot de geletterde middenstand, maar kwam door drankmisbruik in het bestaan van een bohemien terecht. Als factor (secretaris) van de Rederijkerskamer der Weerde Drie Santinnen schreef hij niet bewaard gebleven toneelstukken. Zijn voornaamste werk zijn de 25.000 verzen van zijn "Testament rhetoricael", waarin heel wat afzonderlijke gedichten verwerkt zijn en dat hem de vergelijking met François Villon en François Rabelais opgeleverd heeft. De Bo, Gezelle en vele anderen hebben dit handschrift bestudeerd dat pas in 1976-1980 door de Gentse rederijkerskamer De Fonteine op wetenschappelijke wijze in drie delen gepubliceerd werd. Voor Marcus Gheeraerts’ emblematisch fabelboek "De Warachtighe Fabulen der Dieren" (Brugge, Pieter De Clerck, 1567) dichtte De Dene de teksten bij de prenten. Voordien had hij de bloemlezing "Rethoricale Werken" (Antwerpen, Jan II Van Ghelen, 1562) uitgegeven uit de gedichten van zijn grote stadsgenoot Anthonis De Roovere (Brugge ca. 1430 - 1482).
Links[wikipedia]

Naam - plaats

NaamGent
GemeenteGent

Naam - instituut/vereniging

NaamStadsarchief Brugge
BeschrijvingOp 15/08/1280 is het oude stadsarchief van Brugge volledig in de vlammen opgegaan. Daarna is een nieuw archief tot stand gekomen dat sindsdien nagenoeg compleet bewaard is gebleven. In de Franse en Hollandse periode en bij het begin van de Belgische onafhankelijkheid zijn er belangrijke inspanningen nodig geweest om de continuïteit te beveiligen. De definitieve ontsluiting is te danken aan Louis Gilliodts-Van Severen (Brugge 04/07/1827 - 24/07/1915) die vanaf 1868 tot zijn overlijden de gezaghebbende leider van de instelling was. De huidige archivaris, Jan D’Hondt, heeft twee eeuwenoude archieven, dat van de stad en dat van het OCMW kunnen samenvoegen.
Datering1281-heden
Links[wikipedia]
NaamUniversiteit Gent
BeschrijvingOnder het Verenigd Koninkrijk richtte in 1817 Willem I te Gent een Latijnse universiteit op. Bij de scheiding van 1830 werd het Frans de onderwijstaal. Na het korte intermezzo van de ‘Vlaamsche Hoogeschool’ onder de Duitse bezetting (1916-1918), volgde een aarzelend begin van vernederlandsing in 1923. In april 1930 keurde het parlement de volledige vernederlandsing goed. De eerste rector van de ‘vervlaamste’ universiteit was August Vermeylen. Sinds 1991 is de naam van de instelling Universiteit Gent of ‘UGent’.
Datering1817-heden
Links[wikipedia]

Titel - ander werk

TitelDe warachtige fabulen der dieren
AuteurDe Dene, Edward
Datum1567
PlaatsBrugge
UitgeverPieter De Clerck
Links[dbnl]
TitelTestament rhetoricael [handschrift]
AuteurDe Dene, Edward
PlaatsBrugge
Links[dbnl]

Titel03/02/1893, Gent, Louis Scharpé aan [Guido Gezelle]
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderScharpé, Louis
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum03/02/1893
VerzendingsplaatsGent (Gent)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Fysieke bijzonderheden
Drager dubbel vel, 173x115
wit
papiersoort: 3 zijden beschreven, inkt
Staat volledig: onderkant van vel twee ontbreekt
Vormelijke bijzonderheden rouwpapier
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief6575
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|12855
Inhoud
IncipitSedert geruimen tijd houd ik
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.