<Resultaat 1504 van 2126

>

p1
Zeer Eerw. Heer & Vriend

De Heeren Leeraars van ons gesticht maken gereedschappen om plechtiglyk den Paus te vieren, op Zondag, 12n der aanstaande maand[1] Zy zouden - en met reden! - willen dat er daar iets anders als eentoonige lezingen zouden geschieden: zy begeeren hunne leerlingen te doen zingen. Maar, pour faire un civet[2] il faut un lièvre; en om te zingen er moet een lied zyn! Ik ben dus in myne stoute schoen gesprongen, en met eene nog stoutere penne in myne hand kom ik ued. eerbiedig vra-p2gen van een feestlied te maken ter eere van Leo XIII: Preces meae non sunt dignae, sed tu bonus fac benigne[3] en zend ons iets dat ten alle kanten mag zynen weêrklank vinden in het huis waar Leo XIII, nuntius[4] zynde, twee of drie nachten geslapen heeft in 1844[5] by den Baron de Pelichy. Gy weet dat beter als wy!

Ja, maar die zang moet op 'nen voois[6] passen, en er bestaat een, die veel in voege was, tydens eene der vieringen ter eere van Pius IX. Mr. De Nys heeft my de eerste strofe uitgeschreven. De verzen zyn zeker van Lod. De Coninck. Weet gy iets beters voor den zang, wy zullen er u dankbaar over wezen.

Ik verzoek ued. het niet kwal-p3yk te nemen, indien ik ued. alzoo lastig valle: zy zyn my hier nog veel meer lastig gevallen om my te doen schryven, byzonderlyk uwe vriend Mr. Delaere, die in 's Pauzens ... vertrek woont! Wat daarmeê gedaan, ten zy buigen om niet te bersten.

Ik bedank ued. op voorhand over uwe dienstwilligheid, en 'k ben spytig, Zeer Eerw. Heer, er niet anders te kunnen byvoegen als de verzekeringe onzer gevoelens van hertelyke genegenheid in O. H. Jesu Ch°
H. Rommel
Principaal

Noten

[1] Jubilea van Paus Leo XIII werden telkens luisterrijk gevierd. Er was een academische zitting in het Sint-Lodewijkscollege. Ter ere van het jubileum op 12/03/1893 vraagt Rommel Gezelle om een feestlied.
[2] civet de lièvre= hazenpeper
[3] verzen 40-41 van het Dies irae (door Gezelle vertaald in Kerkhofblommen). Vertaling Paul Thoen (Latijn): Mijn beden zijn het niet waard, maar, goed als je bent, doe het uit welwillendheid ...
[4] een diplomatiek vertegenwoordiger van de Heilige Stoel in een staat; Van 1843-1846 was Paus Leo XIII nuntius in België
[5] Vincenzo Pecci, de latere paus Leo XIII was van 1843 tot 1846 nuntius te Brussel. Hij zou bij die gelegenheid gelogeerd hebben bij de Pelichy, met wie hij bevriend werd.
[6] De versies van Gezelles lied met 4-regelige strofes konden gezongen worden op de wijze ”O Moederkerk van Roomen”, de andere ook op de wijze ”De Vlaamsche Leeuw”.

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamRommel, Hendrik
Datums° Rumbeke, 08/06/1847 - ✝ Brugge, 16/07/1915
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; schooldirecteur; inspecteur
BioHendrik Rommel, zoon van Ivo Rommel, uurwerkmaker en schepen,te Rumbeke en Carolina Bossaert, studeerde aan het kleinseminarie te Roeselare (studeerde af in 1867). Hij ontving zijn priesterwijding te Brugge op 23/12/1871. Hij studeerde verder aan de universiteit van Leuven. In oktober 1873 werd hij huisleraar bij de familie van Caloen en in september 1874 leraar aan het Sint-Lodewijkscollege te Brugge. In september 1883 werd hij principaal van het Sint-Lodewijkscollege tot 26/09/1896. Hij was betrokken bij de inrichting van de collegekapel. Hij liet ook een nieuwe studiezaal bouwen. Hij vroeg Gezelle geregeld om gelegenheidsgedichten voor festiviteiten in het Sint-Lodewijkscollege. Hij werkte mee aan Rond den Heerd en Biekorf. Op 14/03/1892 werd hij erekanunnik van de Brugse kathedraal. Hij was lid (1895-1915) en voorzitter van de Bibliotheekcommissie van de Stad Brugge. Op 26/09/1896 werd hij diocesaan inspecteur van de bisschoppelijke colleges en hij stichtte de “revue pratique de l’enseignement” voor de scholen in het bisdom Brugge (1896). Hij kreeg de titel doctor honoris causa aan de universiteit Leuven en hij werd titulair kanunnik van de Brugse kathedraal (26/03/1908).
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde; aanvrager gelegenheidsgedichten

Briefschrijver

NaamRommel, Hendrik
Datums° Rumbeke, 08/06/1847 - ✝ Brugge, 16/07/1915
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; schooldirecteur; inspecteur
BioHendrik Rommel, zoon van Ivo Rommel, uurwerkmaker en schepen,te Rumbeke en Carolina Bossaert, studeerde aan het kleinseminarie te Roeselare (studeerde af in 1867). Hij ontving zijn priesterwijding te Brugge op 23/12/1871. Hij studeerde verder aan de universiteit van Leuven. In oktober 1873 werd hij huisleraar bij de familie van Caloen en in september 1874 leraar aan het Sint-Lodewijkscollege te Brugge. In september 1883 werd hij principaal van het Sint-Lodewijkscollege tot 26/09/1896. Hij was betrokken bij de inrichting van de collegekapel. Hij liet ook een nieuwe studiezaal bouwen. Hij vroeg Gezelle geregeld om gelegenheidsgedichten voor festiviteiten in het Sint-Lodewijkscollege. Hij werkte mee aan Rond den Heerd en Biekorf. Op 14/03/1892 werd hij erekanunnik van de Brugse kathedraal. Hij was lid (1895-1915) en voorzitter van de Bibliotheekcommissie van de Stad Brugge. Op 26/09/1896 werd hij diocesaan inspecteur van de bisschoppelijke colleges en hij stichtte de “revue pratique de l’enseignement” voor de scholen in het bisdom Brugge (1896). Hij kreeg de titel doctor honoris causa aan de universiteit Leuven en hij werd titulair kanunnik van de Brugse kathedraal (26/03/1908).
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde; aanvrager gelegenheidsgedichten

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamBrugge
GemeenteBrugge

Naam - persoon

NaamDe Koninck, Lodewijk
Datums° Hoogstraten, 30/10/1838 - ✝ Retie, 22/03/1924
GeslachtMannelijk
Beroepleraar; inspecteur; dichter
BioLodewijk De Koninck studeerde aan de Normaalschool te Lier. Op 31/03/1865 ging hij in Antwerpen wonen en was er werkzaam als onderwijzer. In 1879 werd hij provinciaal inspecteur van de katholieke basisscholen. Hij was ook docent aan de normaalschool van Mechelen. Als dichter was hij vooral bekend om zijn epos Het menschdom verlost (1883) en zijn gelegenheidspoëzie (Gemengde gedichten, 1878). Hij schreef vooral katholiek geïnspireerde verzen. Nolet de Brauwere van Steeland uitte kritiek op zijn heldendicht. De Koninck werd verdedigd door Hendrik Claeys.
Links[wikipedia], [dbnl]
NaamDelaere, Cyriel
Datums° Lendelede, 13/11/1861 - ✝ Leffinge, 09/03/1917
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; pastoor
BioCyriel Delaere, zoon van Amatus Delaere, landbouwer, en Nathalia Lecluyse, werd tot priester gewijd in Brugge door bisschop Faict (04/06/1887). Hij werd op 10 december 1887 leraar aan het Sint-Lodewijkscollege van Brugge en vanaf 1893 was hij er subregent. Hij was de hoofdredacteur van Biekorf van 1893 tot 1907. Hij werd onderpastoor in Nieuwpoort (23/11/1898) en pastoor in Leffinge (22/03/1912).
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; hoofdredacteur Biekorf
NaamDenys, Edmond
Datums° Roeselare, 10/05/1865 - ✝ Lichtervelde, 14/02/1923
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; aalmoezenier; pastoor; auteur
BioEdmond Denys was de zoon van Desiderius Denys, fabriekswerker, en Melanie Verhaeghe. Hij studeerde aan het kleinseminarie te Roeselare. Hij wou missionaris worden, maar de bisschop benoemde hem op 16/09/1889 tot leraar aan het Sint-Lodewijkscollege te Brugge. Hij was er nauw betrokken bij de sociale en politieke beweging van die tijd. Hij werd op 21.12.1889 tot priester gewijd door bisschop Faict. Hij was één van de medeoprichters van Gezelles tijdschrift Biekorf en publiceerde er ook diverse artikels in. Hij werd achtereenvolgens aalmoezenier van het Werk der Franschmans (31/05/1902), pastoor te Klerken (27/07/1914) en na de oorlog opnieuw aalmoezenier van het Werk der Franschmans (1919). Hij nam ontslag in 1922.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; medestichter van Biekorf
NaamLeo XIII (Paus); Pecci, Vincenzo Gioacchino Raffaele Luigi
Datums° Carpineto Romano, 02/03/1810 - ✝ Rome, 20/07/1903
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; nuntius in België; kardinaal; aartsbisschop; paus
VerblijfplaatsItalië
BioPaus Leo XIII werd geboren als Vincenzo Gioacchino Raffaele Luigi Pecci, telg van een Italiaanse, grafelijke familie. Pecci werd in 1837 tot priester gewijd. Hij trad in dienst van de pausen, waar zijn ster snel rees. In 1843 werd hij nuntius in België. Omdat hij de bisschoppen steunde in de schoolstrijd, werd hij op verzoek van Leopold I in 1846 teruggeroepen. Hij werd kardinaal, aartsbisschop en later paus (20/02/1878). Hij genoot hoog aanzien als paus door zijn moderne ideeën o.a. over sociale kwesties (Rerum novarum). Hij zorgde er ook voor dat het kerkelijke archief toegankelijk werd.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellegelegenheidsgedicht
NaamPius IX (Paus); Mastai-Ferretti, Giovanni Maria
Datums° Senigallia, 13/05/1792 - ✝ Rome, 07/02/1878
GeslachtMannelijk
Beroeppaus
VerblijfplaatsItalië
BioPius IX was paus van 1846 tot 1878, en was na Petrus (35 jaar) de langstzittende paus. Onder Pius IX kwam een einde aan de wereldlijke macht van de paus.
Links[wikipedia]
NaamRommel, Hendrik
Datums° Rumbeke, 08/06/1847 - ✝ Brugge, 16/07/1915
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; schooldirecteur; inspecteur
BioHendrik Rommel, zoon van Ivo Rommel, uurwerkmaker en schepen,te Rumbeke en Carolina Bossaert, studeerde aan het kleinseminarie te Roeselare (studeerde af in 1867). Hij ontving zijn priesterwijding te Brugge op 23/12/1871. Hij studeerde verder aan de universiteit van Leuven. In oktober 1873 werd hij huisleraar bij de familie van Caloen en in september 1874 leraar aan het Sint-Lodewijkscollege te Brugge. In september 1883 werd hij principaal van het Sint-Lodewijkscollege tot 26/09/1896. Hij was betrokken bij de inrichting van de collegekapel. Hij liet ook een nieuwe studiezaal bouwen. Hij vroeg Gezelle geregeld om gelegenheidsgedichten voor festiviteiten in het Sint-Lodewijkscollege. Hij werkte mee aan Rond den Heerd en Biekorf. Op 14/03/1892 werd hij erekanunnik van de Brugse kathedraal. Hij was lid (1895-1915) en voorzitter van de Bibliotheekcommissie van de Stad Brugge. Op 26/09/1896 werd hij diocesaan inspecteur van de bisschoppelijke colleges en hij stichtte de “revue pratique de l’enseignement” voor de scholen in het bisdom Brugge (1896). Hij kreeg de titel doctor honoris causa aan de universiteit Leuven en hij werd titulair kanunnik van de Brugse kathedraal (26/03/1908).
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde; aanvrager gelegenheidsgedichten
Naamde Pelichy van Huerne, Jean-Marie
Datums° Brugge, 12/05/1774 - ✝ Brugge, 18/11/1859
GeslachtMannelijk
Beroepgrootgrondbezitter; officier; politicus; gemeenteraadslid, burgemeester; senator
BioJean-Marie de Pélichy behoorde tot een adellijke familie. In 1830 werd hij lid van het Nationaal Congres. In 1835 werd hij gemeenteraadslid en op 26 februari 1841 burgemeester van Brugge, dit tot 31 december 1854. Hij was bevriend met de pauselijke nuntius in België, Vincenzo Pecci (later paus Leo XIII).
Links[wikipedia]

Naam - plaats

NaamBrugge
GemeenteBrugge

Naam - instituut/vereniging

NaamSint-Leocollege Brugge
BeschrijvingHet Sint-Leocollege te Brugge werd in 1890 opgericht als filiaal van het Sint-Lodewijkscollege. Het was de bedoeling om een moderne humaniora aan te bieden met nadruk op taal, wiskunde en handel.
Datering1890
Links[wikipedia]
NaamSint-Lodewijkscollege Brugge
BeschrijvingHet Sint-Lodewijkscollege werd vanaf 9 oktober 1834 als bisschoppelijk college ingericht in de gebouwen van de voormalige Duinenabdij aan de Potterierei. In 1846 verhuisde de school naar de hoek van de Noordzandstraat en de Dweersstraat, waar het steeds verder uitbreidde tot de site te klein werd. In 1972 verliet het college de binnenstad voor zijn huidige locatie. Gezelle volgde er lagere school van 1 oktober 1841 tot 17 augustus 1846. Hij had er onder meer les van Ferdinand Van de Putte. Na zijn terugkeer naar Brugge hield hij nauw contact met de school, o.m. via Leonard Lodewijk De Bo die hij op het Grootseminarie had leren kennen en via oud-leerlingen als Hugo Verriest. Zo kwam hij ook in contact met een nieuwe generatie leerkrachten als Edward Van Robays, Jan Craeynest en Cyriel Delaere met wie hij het tijdschrift Biekorf stichtte.
Datering1834
Links[odis], [wikipedia]

Titel - gedicht van Guido Gezelle

TitelVandage is ' t, dat te Roomen
PublicatieVerzameld dichtwerk, deel V, p. 371

Titel24/02/1893, Brugge, Hendrik Rommel aan [Guido Gezelle]
EditeurBart Vandekerkhove; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderRommel, Hendrik
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum24/02/1893
VerzendingsplaatsBrugge (Brugge)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Fysieke bijzonderheden
Drager dubbel vel, 210x136
wit
papiersoort: 3 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief6582
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|12862
Inhoud
IncipitDe Heeren Leeraars van ons gesticht
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.