<Resultaat 1610 van 2182

>

p1
Chère cousine[1]

A mon retour de courtrai, j'ai vérifié mon compte des coupons, et comme je le trouvais exact et que d'ailleurs je ne savais pas si l'erreur commise était à mon détriment ou à celui d'Amélie,[2] je lui avais proposé de laisser les 7f.50 au profit de ma pauvre église,[3] je suis bien content que l'erreur provient du fait du banquier; je vois que je ne suis pas le seul à me tromper. l'erreur sera facile à reparer.

x J'accepte volontiers l'hospitalité que m gezelle veut bien offrir et votre souper privé et sans cérémonie le 3, au soir, mais je vous parle avec franchise, dans le cas où vous auriez p2A recevoir quelques étrangers je prefère souper frugalement chez m gezelle, sans viande chaude suivant mon habitude.

En voyant tous les embarras qu'occasionne une noce je suis heureux de ne pas être homme du monde. quel esclavage!!! quelles exigeances!!! et devoir ajouter que tous ces embarras et ces dépenses sont complètement inutiles, et ne serviront en rien au bonheur des jeunes épousx.[4] Il n'en sera pas ainsi du st sacrifice et des prières que j'adresserai au seigneur pour eux pendant la cérémonie religieuse.p3le pèlerinage Le depart de marseille pr Iérusalem est fixé au 24 courant. le retour à marseille au 5 oct. J'ai eu à loger cette nuit un de mes paroissiens, profès chez les Assomptionnistes, qui est venu me faire ses adieux, il partira dans 99 Jours pour Iérusalem et il terminera ses études ecclesiastiques à Constantinople. quatre Frères de ma paroisse suivent la même voie.

Je me porte assez bien, ainsi qu'Amelie; Adieu, chère cousine, santé et bonheur à vous tous.

Votre tout dévoué
F. VanCostenoble
curé
17 Août
1894
p4
Mon révérend Père,

ne voudriez-vous pas nous faire l'honneur de venir souper chez nous, avec le Cousin, le lundi, 3 7bre, à 7 e/n heures. La dernière soirée que notre enfant passe dans la maison paternelle,[5] est si triste, que votre présence nous fera grand bien.

Il n'y aura, je pense que Madame De Meunynck, qui est une dame fort pieuse.

Espérant, mon révérend Père, que vous ferez ce bon acte de charité pour nous tous, je vous présente mes salutations distinguées
E Beke-Crombet
p5
17 Aôut. A m gezelle

Mgr Hautcour, chancelier de l’université Catholique vient de m’envoyer l’inscription en latin pr le monument de meyere.[6] cette Inscription est remarquable.

les recherches pour retrouver son portrait son restées sans résultat; et J’ignore comment la société d’Emulation de Bruges accueille notre projet.

F.V-C

Noten

[1] François Van Costenoble spreekt Emma aan als nicht omdat zij gehuwd was met zijn neef Charles. De moeder van François, Eugenie Breyne, was namelijk een zus van Charles Bekes moeder.
[2] Het gaat mogelijk om zijn huishoudster.
[3] De Sint-Mattheuskerk in Flêtre (Vleteren).
[4] Daags na het etentje van 03/09/1894 zouden Anna Beke en Paul Albert De Meunynck trouwen.
[5] Daags erna, op 04/09/1894 zou Anna Beke met Paul Albert De Meunynck trouwen.
[6] Op 24 september 1895 werd in de kerk van Vleteren een monument onthuld ter herdenking van Jacob de Meyere. Het opschrift was geschreven door Mgr. Hautcoeur, en het monument toonde het portret van Jacob de Meyere omringd door vier wapenschilden: van Vleteren, Bailleul, de Sint-Donaaskerk en Vlaanderen. Naar aanleiding van de festiviteiten hierrond, die georganiseerd waren door François Van Costenoble, schreef Gezelle het gedicht ‘Tot Vleteren’.
Vertaling Paul Thoen (Latijn): Jacob De Meyere, geboren te Flêtre (Vleteren) in het jaar onzes Heren 1492 en student in de letteren te Bailleul (Belle) en te Parijs, onderwees deze te Brugge. In de Sint-Donaaskathedraal oefende hij het gewijde ambt van kapelaan uit. Toen hij uiteindelijk bevorderd was tot pastoor van Blankenberge, doorzocht hij als onvermoeibaar speurder alle mogelijke oude archieven van Vlaanderen waar die ook op verschillende plaatsen verspreid rondlagen. Op waarlijk meesterlijke wijze schreef hij de annalen van zijn vaderland tot een blijvende herinnering en tot een onsterfelijke roem voor zijn naam. Hij die als voorbeeldig priester uitsluitend voor God en voor de studie geleefd had, heeft zijn sterfelijk omhulsel verlaten in het 1552e jaar van het herstelde heil, op de 5e februari. Mogen wij met hem ooit gekroond worden in de hemel.

Register

Correspondenten

NaamCrombet, Emma
Datums° Kortrijk, 19/03/1835 - ✝ Kortrijk, 02/08/1913
GeslachtVrouwelijk
BioEmma Crombet (1835-1913) was de dochter van de linnenfabrikant Louis Charles Crombet (1798-1875) en Adelaide Paulie Titeca. Ze had twee overlevende zusters (Victorine Clémence (1839-1888) die gehuwd was met de Kortrijkse nijveraar Paul Lagae; Mathilde Julie (1836-1920) die gehuwd was met de Kortrijkse handelsrechter en provincieraadslid Jules Jean Vandale), en een broer Louis Charles Joseph (1837-1862). Emma trouwde in 1866 met de Kortrijkse industrieel Julien Charles Beke. Samen hadden ze vijf dochters: Marie Louise Charlotte Josephine (°1867), Anne-Marie Josephine (°1868), Gabrielle Marie Josephine (°1870), Joséphine Louise (°1871) en Agnes Désirée Angeline Marie (°1873). Het echtpaar woonde in de Onze-Lieve-Vrouwestraat 35 te Kortrijk, en speelde een belangrijke rol in het katholieke leven op de Onze-Lieve-Vrouweparochie. Op 13 mei 1884 werd Emma lid van de Congrégation du Très Saint Nom de Marie, een congregatie bestemd voor de (Franssprekende) dames uit de burgerij, en waarvan Guido Gezelle sinds 1879 'directeur spirituel' was. Maar ook daarbuiten onderhield Gezelle nauw contact met de familie Beke-Crombet. Zo was hij biechtvader van Emma Crombet en schreef hij gelegenheidsgedichten voor de kinderen. Bijvoorbeeld in 1885 schreef hij een gedicht voor de eerste communie van Agnes, die op kostschool zat bij de Dames de l'Instruction Chrétienne in Gent.
Links[dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenM. Lagae, De familie Laga(e) in de voetsporen van hun voorouders, Aalter, 1977, 101-102; P. Couttenier, Gezelles brieven aan Emma Crombet. In: Gezelliana: 4 (1992) 2.
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamCrombet, Emma
Datums° Kortrijk, 19/03/1835 - ✝ Kortrijk, 02/08/1913
GeslachtVrouwelijk
BioEmma Crombet (1835-1913) was de dochter van de linnenfabrikant Louis Charles Crombet (1798-1875) en Adelaide Paulie Titeca. Ze had twee overlevende zusters (Victorine Clémence (1839-1888) die gehuwd was met de Kortrijkse nijveraar Paul Lagae; Mathilde Julie (1836-1920) die gehuwd was met de Kortrijkse handelsrechter en provincieraadslid Jules Jean Vandale), en een broer Louis Charles Joseph (1837-1862). Emma trouwde in 1866 met de Kortrijkse industrieel Julien Charles Beke. Samen hadden ze vijf dochters: Marie Louise Charlotte Josephine (°1867), Anne-Marie Josephine (°1868), Gabrielle Marie Josephine (°1870), Joséphine Louise (°1871) en Agnes Désirée Angeline Marie (°1873). Het echtpaar woonde in de Onze-Lieve-Vrouwestraat 35 te Kortrijk, en speelde een belangrijke rol in het katholieke leven op de Onze-Lieve-Vrouweparochie. Op 13 mei 1884 werd Emma lid van de Congrégation du Très Saint Nom de Marie, een congregatie bestemd voor de (Franssprekende) dames uit de burgerij, en waarvan Guido Gezelle sinds 1879 'directeur spirituel' was. Maar ook daarbuiten onderhield Gezelle nauw contact met de familie Beke-Crombet. Zo was hij biechtvader van Emma Crombet en schreef hij gelegenheidsgedichten voor de kinderen. Bijvoorbeeld in 1885 schreef hij een gedicht voor de eerste communie van Agnes, die op kostschool zat bij de Dames de l'Instruction Chrétienne in Gent.
Links[dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenM. Lagae, De familie Laga(e) in de voetsporen van hun voorouders, Aalter, 1977, 101-102; P. Couttenier, Gezelles brieven aan Emma Crombet. In: Gezelliana: 4 (1992) 2.

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamVleteren
GemeenteVleteren

Naam - persoon

Naamonbekend
NaamBeke, Anna
Datums° Kortrijk, 18/11/1868 - ✝ Brussel, 30/10/1933
GeslachtVrouwelijk
BioAnna Marie Josephe Charle Beke was de tweede dochter van het echtpaar Julien Charles Beke (1837-1912) en Emma Crombet (1835-1913). Ze trouwde op 04/09/1894 met Paul Albert De Meuninck (°1868).
Bronnen https://gw.geneanet.org/cduyck?lang=nl&iz=809&p=anna+marie&n=beke
NaamCrombet, Emma
Datums° Kortrijk, 19/03/1835 - ✝ Kortrijk, 02/08/1913
GeslachtVrouwelijk
BioEmma Crombet (1835-1913) was de dochter van de linnenfabrikant Louis Charles Crombet (1798-1875) en Adelaide Paulie Titeca. Ze had twee overlevende zusters (Victorine Clémence (1839-1888) die gehuwd was met de Kortrijkse nijveraar Paul Lagae; Mathilde Julie (1836-1920) die gehuwd was met de Kortrijkse handelsrechter en provincieraadslid Jules Jean Vandale), en een broer Louis Charles Joseph (1837-1862). Emma trouwde in 1866 met de Kortrijkse industrieel Julien Charles Beke. Samen hadden ze vijf dochters: Marie Louise Charlotte Josephine (°1867), Anne-Marie Josephine (°1868), Gabrielle Marie Josephine (°1870), Joséphine Louise (°1871) en Agnes Désirée Angeline Marie (°1873). Het echtpaar woonde in de Onze-Lieve-Vrouwestraat 35 te Kortrijk, en speelde een belangrijke rol in het katholieke leven op de Onze-Lieve-Vrouweparochie. Op 13 mei 1884 werd Emma lid van de Congrégation du Très Saint Nom de Marie, een congregatie bestemd voor de (Franssprekende) dames uit de burgerij, en waarvan Guido Gezelle sinds 1879 'directeur spirituel' was. Maar ook daarbuiten onderhield Gezelle nauw contact met de familie Beke-Crombet. Zo was hij biechtvader van Emma Crombet en schreef hij gelegenheidsgedichten voor de kinderen. Bijvoorbeeld in 1885 schreef hij een gedicht voor de eerste communie van Agnes, die op kostschool zat bij de Dames de l'Instruction Chrétienne in Gent.
Links[dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenM. Lagae, De familie Laga(e) in de voetsporen van hun voorouders, Aalter, 1977, 101-102; P. Couttenier, Gezelles brieven aan Emma Crombet. In: Gezelliana: 4 (1992) 2.
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamVan Costenoble, François Auguste
Datums° Bailleul (Belle), 22/09/1821 - ✝ Flêtre (Vleteren), 16/09/1901
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor
VerblijfplaatsFrans-Vlaanderen (Frankrijk)
BioFrançois Augustin Van Costenoble werd in 1845 tot priester gewijd. Hij was onderpastoor te Flêtre (Vleteren) (20/12/1845). In september 1853 werd hij aalmoezenier van de gevangenis van Loos. Vervolgens was hij onderpastoor te Haubourdin (10/06/1856), te Fives (14/06/1858) en pastoor te Rainsart (27/10/1858), te Zermezele (22/08/1860) en te Flêtre (21/09/1881). Hij was één van de stichtende leden van het Comité Flamand de France. Via zijn neef Charles kwam hij in contact met Gezelle en begon vanaf mei 1884 te corresponderen.
Relatie tot Gezellecorrespondent; Comité Flamand de france
BronnenCaroline Vestraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899. Gent: Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987; Christine Decoo, De brieven van elf vooraanstaande Frans-Vlamingen aan Guido Gezelle (1884-1899). Gent: RUG. Faculteit Letteren en Wijsbegeerte. Vakgroep Germaanse filologie, 1981
NaamDe Meyere, Jacob; Meyerus Balliolanus
Datums° Vleteren, 17/01/1491 - ✝ Brugge, 5/02/1552
GeslachtMannelijk
Beroepgeestelijke; humanist; historicus
BioJacob De Meyere was een humanist en historicus uit de 16e eeuw. Hij schreef o.a. twee werken over de geschiedenis van Vlaanderen. Daarbij valt zijn kritische geest tegenover zijn bronnenmateriaal op. Gezelle schreef een gelegenheidsgedicht bij de onthulling en inwijding van het monument van Jacobus Meyerus in de kerk van Flêtre (Vleteren).
Links[odis], [wikipedia]
Bronnen https://gallica.bnf.fr/ark:/12148/bpt6k55054390/texteBrut; J. Gailliard, Inscriptions funéraires & monumentales de la flandre occidentale avec des données historiques et généalogiques. Arrondissement de Bruges. Brugge: 1861, dl. 1, p.131.
NaamRenier, Sophie Marie Angélique Fidéline; Madame De Meunynck
Datums° Doornik, 22/06/1837 - ✝ Doornik, 17 of 19/11/1903
GeslachtVrouwelijk
BioSophie Renier was het oudste kind van de notaris Aimable Joseph Renier (1804-1884) en Sophie Camarte (1809-1887). Ze huwde op 05/11/1856 met Alcibiade De Meunynck (1832-1875), waarmee ze negen kinderen kreeg, waaronder Paul Albert Vulgisse Adelin (°1868), die op 04/09/1894 met Anna Marie Josephe Beke trouwde.
Bronnen https://gw.geneanet.org/jbocquet?lang=nl&p=sophie+marie+angelique+fideline&n=renier
NaamDe Meunynck, Paul Albert Vulgisse Adelin
Datums° Doornik, 18 of 20/07/1868 - ✝ 05/08/1919
GeslachtMannelijk
BioPaul De Meunynck was het zevende kind van Sophie Renier en Alcibiade De Meunynck. Op 04/09/1894 trouwde hij met Anna Marie Josephe Beke.
Bronnen https://gw.geneanet.org/cduyck?n=de+meunynck&oc=&p=paul+albert+vulgisse+adelin
NaamHautcoeur, Edouard; Hautcoeur (Monseigneur)
Datums° Bruay-sur-l'Escaut, 24/11/1830 - ✝ Lille, 22/05/1915
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; professor; rector
VerblijfplaatsFrankrijk
BioEdouard Hautcoeur was de eerste rector van het Institut catholique de Lille (de latere Université catholique de Lille). Hij werd geboren op 24 november 1830 in Bruay-sur-l’Escaut en werd tot priester gewijd in 1854. In 1856 promoveerde hij tot doctor in de theologie te Rome. Hij was professor aan het seminarie van Cambrai, en medestichter van het Revue des Sciences ecclésiastiques (1860). Na de oprichting in 1875 van het Institut catholique de Lille door een groep van seculiere ultramontanen, werd hij er benoemd tot rector, een functie die hij tot 1888 bekleedde. Daarbij zorgde hij ervoor dat de studenten er in de sfeer studeerden als in een seminarie, maar ook werd onder zijn bestuur het nieuwe gebouw opgetrokken, in neogotische stijl. In 1876 ontving hij de eretitel van pauselijk huisprelaat. Vanaf 1888 was hij kanselier van de Université catholique de Lille, en in 1915 stierf hij in Lille.
Links[wikipedia]
Bronnen https://books.openedition.org/irhis/2781; https://catalogue.bnf.fr/ark:/12148/cb11844082n; https://www.univ-catholille.fr/histoire-et-patrimoine

Naam - plaats

NaamBailleul
NaamKortrijk
GemeenteKortrijk
NaamVleteren (Flêtre)
NaamJeruzalem
NaamConstantinopel
NaamMarseille

Naam - instituut/vereniging

NaamGenootschap voor Geschiedenis te Brugge (Société d'émulation)
BeschrijvingHet genootschap voor geschiedenis werd opgericht in 1839 met het oog op het uitvoeren en valoriseren van historisch onderzoek in de provincie West-Vlaanderen en het oude graafschap Vlaanderen. Hoewel Gezelle niet persoonlijk betrokken was bij het genootschap had hij veel contact met prominente leden als Charles Carton, Joseph-Olivier Andries, Hendrik Rommel.
Datering1839
Links[odis], [wikipedia]
NaamUniversité catholique de Lille
BeschrijvingIn 1875 werd het Institut catholique de Lille opgericht door een groep van seculiere ultramontanen, waaronder Philibert Vrau. Al in 1877 werd het instituut herdoopt tot Université catholique de Lille. De eerste jaren werden de lessen gegeven in diverse gebouwen in de oude binnenstad, maar in 1877 werden terreinen aangekocht aan de Boulevard Vauban. Rector Mgr. Hautcoeur nam Jean-Baptiste Béthune onder de arm om de nieuwe gebouwen te ontwerpen in neogotische stijl, hoewel uiteindelijk gekozen werd voor een vereenvoudigde versie van diens plannen, aangepast door Louis Dutouquet.
Datering1875-heden
Links[wikipedia]
NaamPaters Assumptionisten
BeschrijvingDe congregatie van de Augustijnen van Maria ten Hemelopneming (Congregatio Augustinianorum ab Assumptione) of kortweg de paters Assumptionisten werd in 1845 opgericht door Emmanuel d’Alzon (1810-1880), die in 1865 de Missiezusters Oblaten van de Assumptie ook zou stichten. Hij was directeur van het collège de l‘Assomption in het Zuid-Franse Nîmes, en vicaris-generaal van het bisdom Nîmes van 1835 tot 1877. De congregatie kwam in de geest van Augustinus en onder de gedreven leiding van d’Alzon op voor het rijk Gods: ‘Adveniat regnum tuum’. D’Alzon maakte voor jongeren uit de onbemiddelde klasse het priesterschap mogelijk door een kleinseminarie te openen in Notre Dame des Châteaux in de Savoie. Vanaf 1863 breidde de activiteit van de congregatie zich uit naar orthodoxe christenen in het oosten (Bulgarije, Turkije). Onder impuls van François Picard (1831-1903), opvolger van d’Alzon, werden grootse, nationale pelgrimages naar Rome, Constantinopel en Lourdes georganiseerd en begeleid door de paters. In hun tijdschrift ‘Le Pèlerin’ (1873) promootten de Assumptionisten deze bedevaarten voor een breed publiek, en met het blad ‘La Croix’ konden ze hun religieus en sociaal gedachtegoed in alle lagen van de bevolking verspreiden. Beide uitgaves hebben de tand des tijds doorstaan en zijn op vandaag moderne (dag)bladen geworden. Vanwege de Franse antiklerikale wetgeving in 1901 en 1902 weken de paters uit naar Nederland en België. De congregatie telt vandaag 915 religieuzen en 45 novicen, verspreid over 128 gemeenschappen in 33 landen. Ze blijft zich vooral toeleggen op het onderwijs van arme jongens, op journalistiek, het organiseren van bedevaarten, en pastoraal en oecumenisch werk.
Datering1845-heden
Links[odis], [wikipedia]

Titel - gedicht van Guido Gezelle

TitelTot Vleteren
PublicatieVerzameld dichtwerk, deel V, p. 240

Titel17/08/1894, [Vleteren], Emma Crombet (= mevrouw Emma Beke) aan [Guido Gezelle]
EditeurPiet Couttenier; Miet Hubrechts; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2024
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderCrombet, Emma
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum17/08/1894
VerzendingsplaatsVleteren (Vleteren)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie ; plaats gereconstrueerd op basis van het briefhoofd.
Fysieke bijzonderheden
Drager dubbel vel en 2 enkele vellen, dubbel vel: 166x109; enkel vel 1: 210x135; enkel vel 2: 88x106
papiersoort: 6 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden brief geschreven op zijde 4 van handgeschreven brief van François Van Costenoble aan Emma Crombet
bijlage 1: handgeschreven brief François Van Costenoble aan Guido Gezelle (zijde 5), gekleefd op enkel vel met Latijns opschrift voor monument de Meyere (hand
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan Mevr. Beke; idem rechts 17/8 1894; op zijde 4 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle; idem rechts: [± 18/8 1894]; zijde 5: linksboven bijgeschreven naast de maand: [1894]; idem rechtsonder bijgeschreven naast de initialen
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief6670
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|13033
Inhoud
IncipitA mon retour de Courtrai, j'ai verifié
Tekstsoortbrief
TalenFrans
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.