<Resultaat 1906 van 2031

>

p1+
Eerweerde Heer en Vriend,

Ik heb van de Gentsche boekzaal ontvangen[1] den geestelijken maeghdendans, van P. Simoens, bisschop van Yper. Hertelijk dankbaar. Verwachte het overige.

aangaande Andries de Boye of beter de Boeye, heb ik vruchteloos in de bibliotheken van ‘t Bisdom en van de stad gezocht. De nieuwe uitgave van de Bibliothèque des écrivains de la Compie, welke ik voor handen heb, zwijgt over die vertaling der Navolg. Chi.[2] Indien Pater Somervogel er niet van spreekt, voor mij, is het een teeken dat er geen zulk boek bestaat. Heer A. Guichon de Grandpont[3] zou wel doen en zeker spelen van een woord te schrijven naar P. Somervogel (Paris, rue Monsieur 15) en hem zeggen waar hij gevonden heeft datp2P. Boeye eene vertaling uitgaf der Navolg. Xi. Mr Rembry weet er ook niets van.

Uwe altijd dienstveerdige dienaar
A.C. De Schrevel

Noten

[1] Gezelle had in naam van De Schrevel ’Den gheestelijcken Maagdendans‘ aangevraagd bij Ferdinand Vander Haeghen, bibliothecaris van de Universiteitsbibliotheek Gent. Zie brief van G. Gezelle aan F. Vander Haeghen van 05/02/1896 en brief van F. Vander Haeghen aan G. Gezelle van 08/02/1896.
[2] ’De imitatione Christi‘ is een middeleeuws boek van Thomas a Kempis. Er bestaan meer dan 3000 verschillende edities van dit werk.
[3] Tijdens zijn opzoekingswerk naar de vertalingen in vers van ’De imitatione Christi‘ van Thomas a Kempis, kwam A. Guichon de Grandpont een verwijzing tegen naar een Vlaamse versie van een zekere Boeyus. Hij dacht dat het om André de Boye ging. Het werk vond hij niet terug. Hij vroeg aan Gezelle om hem te helpen bij de zoektocht (zie: brief van A. Guichon de Grandpont aan G. Gezelle van 02/02/1896). Gezelle speelde de vraag op zijn beurt door aan De Schrevel, die ook geen vertaling van Andries de Boye kon vinden. Achteraf bleek het om een misverstand te gaan. De vertaling was namelijk niet afkomstig van Andries, maar van Cornelis Boey (zie: brief van A. Guichon de Grandpont aan G. Gezelle van 13/02/1896). Het werk werd uiteindelijk gevonden in de bibliotheek van Keulen.

Register

Correspondenten

NaamDe Schrevel, Arthur C.
Datums° Wervik, 05/01/1850 - ✝ Brugge, 18/04/1934
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; professor; vicaris-generaal; secretaris; geestelijk bestuurder; auteur
BioArthur De Schrevel, zoon van Ivon De Schrevel, geneesheer, en Melanie Liebaert, studeerde aan het bisschoppelijk college te Ieper en van september 1872 tot 1876 theologie aan de katholieke universiteit te Leuven. Hij ontving zijn priesterwijding op 07/06/1873. Hij werd professor (10/09/1877) en directeur (18/08/1880) van het grootseminarie te Brugge. De Schrevel werd erekanunnik van de Brugse kathedraal (26/07/1889) en secretaris van bisschop Waffelaert (10/06/1894). Hij werd geestelijk directeur van de dienstmaagden van de Zaligmaker te Brugge (12/03/1897), aartspriester (26/04/1905) en vicaris-generaal van het bisdom Brugge (12/12/1911). Hij nam ontslag in maart 1931 en bleef in Brugge wonen. Hij werd (bestuurs)lid van het Genootschap voor Geschiedenis te Brugge in 1882 en voorzitter in 1919. De Schrevel publiceerde als historicus werken over de zestiende eeuw.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamDe Schrevel, Arthur C.
Datums° Wervik, 05/01/1850 - ✝ Brugge, 18/04/1934
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; professor; vicaris-generaal; secretaris; geestelijk bestuurder; auteur
BioArthur De Schrevel, zoon van Ivon De Schrevel, geneesheer, en Melanie Liebaert, studeerde aan het bisschoppelijk college te Ieper en van september 1872 tot 1876 theologie aan de katholieke universiteit te Leuven. Hij ontving zijn priesterwijding op 07/06/1873. Hij werd professor (10/09/1877) en directeur (18/08/1880) van het grootseminarie te Brugge. De Schrevel werd erekanunnik van de Brugse kathedraal (26/07/1889) en secretaris van bisschop Waffelaert (10/06/1894). Hij werd geestelijk directeur van de dienstmaagden van de Zaligmaker te Brugge (12/03/1897), aartspriester (26/04/1905) en vicaris-generaal van het bisdom Brugge (12/12/1911). Hij nam ontslag in maart 1931 en bleef in Brugge wonen. Hij werd (bestuurs)lid van het Genootschap voor Geschiedenis te Brugge in 1882 en voorzitter in 1919. De Schrevel publiceerde als historicus werken over de zestiende eeuw.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamBrugge
GemeenteBrugge

Naam - persoon

NaamDe Schrevel, Arthur C.
Datums° Wervik, 05/01/1850 - ✝ Brugge, 18/04/1934
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; professor; vicaris-generaal; secretaris; geestelijk bestuurder; auteur
BioArthur De Schrevel, zoon van Ivon De Schrevel, geneesheer, en Melanie Liebaert, studeerde aan het bisschoppelijk college te Ieper en van september 1872 tot 1876 theologie aan de katholieke universiteit te Leuven. Hij ontving zijn priesterwijding op 07/06/1873. Hij werd professor (10/09/1877) en directeur (18/08/1880) van het grootseminarie te Brugge. De Schrevel werd erekanunnik van de Brugse kathedraal (26/07/1889) en secretaris van bisschop Waffelaert (10/06/1894). Hij werd geestelijk directeur van de dienstmaagden van de Zaligmaker te Brugge (12/03/1897), aartspriester (26/04/1905) en vicaris-generaal van het bisdom Brugge (12/12/1911). Hij nam ontslag in maart 1931 en bleef in Brugge wonen. Hij werd (bestuurs)lid van het Genootschap voor Geschiedenis te Brugge in 1882 en voorzitter in 1919. De Schrevel publiceerde als historicus werken over de zestiende eeuw.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent
NaamGuichon de Grandpont, Alfred
Datums° Dijon, 08/01/1807 - ✝ Brest, 19/02/1900
GeslachtMannelijk
Beroepondercommissaris; commissaris-generaal; auteur
VerblijfplaatsFrankrijk
BioAlfred Guichon de Grandpont werd geboren in 1807 in Dijon als zoon van Pierre François Guichon de Grandpont, professor aan de rechtsfaculteit van Dijon, en Anne Claude Pathiot. Na zijn middelbare studies trad hij in 1827 bij de Marine in als leerling-commissaris. Hij maakte vervolgens carrière in het zeewezen als ondercommissaris (1832), commissaris (1847), commissaris-generaal 2de klas (1854), commissaris-generaal 1ste klas (1863) en tenslotte commissaris-generaal van de nationale Marine in Brest (1869). Ondertussen had hij een aantal eretekenen gekregen, o.m. als officier en daarna commandeur van het Légion d’honneur. Hij heeft tijdens zijn lange leven heel wat gepubliceerd over het zeewezen, o.m. over het belang van Grotius, maar ook over onderwerpen zoals muziek (Liszt), het Oude Testament en de sprookjes van Perrault. In een brief aan Gezelle (2 februari 1896) vraagt hij hem, op 89-jarige leeftijd, naar inlichtingen over een zgn. Vlaamse versvertaling door André de Boyes, van de Imitatio Christi (zie Caesar Gezelle, Voor onze misprezen Moedertaal (1923), p.162-163).
Relatie tot Gezellecorrespondent
Bronnen https://www.geni.com/people/Alfred-Hubert-Guichon-de-Grandpont/6000000064634681937
NaamRembry, Ernest
Datums° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift Rond den Heerd en hij publiceerde ook in het tijdschrift Biekorf.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).
NaamSommervogel, Carlos
Datums° Straatsburg, 08/01/1834 - ✝ Parijs, 04/03/1902
GeslachtMannelijk
Beroepjezuïet; bibliograaf; priester
VerblijfplaatsFrankrijk
BioCarlos Sommervogel werd geboren in Straatsburg en deed er zijn middelbare studies aan het lyceum. In 1853 trad hij binnen in het noviciaat van de Jezuïeten in Issenheim (Elzas) en volgde daarna ook colleges in Amiens om er zijn literaire studies te voltooien. Van 1856 tot 1865 was hij studieopziener aan het Jezuïetencollege van de Onbevlekte Ontvangenis in Parijs en deed er heel wat bibliografisch opzoekingswerk. In 1865-66 volgde hij theologiestudies in Amiens en werd er priester gewijd. Van 1867 tot 1879 was hij redactielid en daarna hoofdredacteur van Etudes. Daarna, o.m. ook tijdens een studieverblijf in Leuven in 1885, was hij onafgebroken werkzaam aan de beroemde Bibliothèque de la Compagnie de Jésus (10 dln.; voorloper van de Katholieke Encyclopedie) (Brussel-Parijs 1890-1900). Hij stierf te Parijs op 4 maart 1902 net vóór ze was voltooid.
Links[wikipedia]
NaamSimons, Pieter; Pierkin
Datums° Tielt, 1539 - ✝ Ieper, 05/10/1605
GeslachtMannelijk
Beroepbisschop; auteur
BioPieter Simons studeerde wijsbegeerte en letteren en godsgeleerdheid aan de KULeuven. Hij werd in 1563 tot priester gewijd in Roeselare door de eerste bisschop van Brugge, Petrus Curtius, en in 1568 tot kanunnik. Hij trad in datzelfde jaar in dienst bij Corneel Jansenius, bisschop van Gent, als diens secretaris. In oktober 1577 werd de toestand in Gent ondraaglijk. Op 28 oktober hadden de Staten van Vlaanderen geweigerd Willem van Oranje als ruwaard van Vlaanderen te erkennen met als gevolg dat het calvinistisch stadsbestuur zich meester maakte van het bisdom. Simons bleef verder het katholiek geloof prediken en dit tot in juli 1578 waarna het katholieke geloof verboden werd. Na de overgave van de Gentse calvinisten in 1584 keerde Simons niet terug naar Gent, want net voordien had Filips II van Spanje hem aangeduid als bisschop van Ieper. In 1585 werd Simons in Ieper plechtig onthaald maar het werk dat hem te wachten stond was immens: kerken en parochies moesten nieuw leven worden ingeblazen, er was een groot tekort aan priesters en het niveau van het geloofsonderricht was ondermaats. Hij leverde een belangrijke bijdrage aan het herstel van de kathedraal van Ieper. Simons was afkerig van het publiceren van zijn geschriften tijdens zijn leven. Het is zijn vriend Jan David die in 1609 voor een postume uitgave zorgde bij Jan Moretus in Antwerpen. Het werd een folio met 654 bladzijden, onder de titel: Petri Simonis Thiletani, episcopi Yprensis. Naast zijn uitgebreide geschriften in het Latijn schreef Simons ook in het Nederlands. Kleine traktaten op basis van zijn sermoenen, geschreven op verzoek van de abdis van de Groeningeabdij in Kortrijk werden bewaard (handschriften in de stadsbibliotheek Brugge).
Links[wikipedia]
Bronnen http://www.vesting-ieper.be/downloads/bisdomieper.pdf; Jan Breyne, De bisschoppen van Ieper 1559-1801, Ieper : Vrienden van de Sint-Maartenskathedraal Ieper, 2015. ; https://www.persee.fr/doc/rbph_0035-0818_1961_num_39_2_2362
NaamDe Boeye, André; Boeyus
Datums° Veurne, 1571 - ✝ Antwerpen, 24/01/1650
GeslachtMannelijk
Beroepauteur; jezuïet; rector
BioAndré De Boeye trad toe tot de orde van de jezuïeten in 1593. Na zijn intrede verbleef hij te Sint-Winoksbergen, Mechelen en te Antwerpen. Hij was rector van het jezuïetencollege te Winoksbergen van 1616 tot 1620 en later ook van het college te Mechelen. Hij schreef diverse werken o.m. “Spigel van eenen godvruchtigen huyshouder met moraliserende beschouwingen en practische wenken voor het huwelijk".
Bronnen https://www.biblicalcyclopedia.com/B/boeye-andre-de.html ; Bibliothèque des écrivains de la Compagnie de Jésus, Volume 1, p.101; Hans Storme, Hans Storme, Die trouwen wilt voorsichtelijck. Leuven: Universitaire Pers, 1992, p.56

Naam - plaats

NaamIeper
GemeenteIeper
NaamParijs

Naam - instituut/vereniging

NaamUniveristeitsbibliotheek Gent
BeschrijvingDe Universiteitsbibliotheek Gent opende kort na de stichting van de Universiteit Gent in 1817. Geconfisqueerde boeken uit de Franse overheersing (1794-1815) werden aan de bibliotheek geschonken. Tegenwoordig bestaat de collectie uit meer dan 3 miljoen werken, waarvan een deel tot het culturele erfgoed behoort, bijvoorbeeld de middeleeuwse werken Walewein en het schaakbord en de Vita Beatricis. Sinds 2007 wordt i.s.m. het Google Book Search-project een belangrijk deel van de collectie online beschikbaar gesteld. De universiteitsbibliotheek is sinds 1942 ondergebracht in de Boekentoren, een opvallend gebouw ontworpen door de Belgische architect Henry Van de Velde.
Datering1817-heden
Links[wikipedia]

Titel - ander werk

TitelDen gheestelijcken Maagdendans (...) gemaect door mynen heer Petrus Simons, bisschop van Ieper
AuteurSimons, Pieter; d'Huyvettere, Loys
Datum1624
PlaatsAntwerpen
UitgeverHieronymus Verdussen
TitelBibliothèque des écrivains de la Compagnie de Jésus : ou Notices bibliographiques 1, de tous les ouvrages publiés par les membres de la Compagnie de Jésus, depuis la fondation de l'ordre jusqu'à nos jours ; 2, des apologies, des controverses religieuses, des critiques littéraires et scientifiques suscitées à leur sujet
Auteurde Backer, Augustin; de Backer, Aloys
Datum1853-1861
PlaatsLiége
UitgeverL. Grandmont-Donders

Titel[08/02/1896 t.p.q - 17/03/1896 t.a.q.], [Brugge], Arthur C. De Schrevel aan [Guido Gezelle]
EditeurBirgit Ampe; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderDe Schrevel, Arthur C.
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum[08/02/1896 t.p.q - 17/03/1896 t.a.q.]
VerzendingsplaatsBrugge (Brugge)
AnnotatieT.p.q. gereconstrueerd op basis van handgeschreven brief F. Vander Haeghen van 08/02/1896; t.a.q. gereconstrueerd op basis van de handgeschreven brief van G.G. aan A.C. De Schrevel van 17/03/1896 ; adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie; plaats gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Fysieke bijzonderheden
Drager enkel vel, 209x134
wit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle; idem rechts: [<Maart>>Februari >? 1896] (inkt, beide hand P.A.); idem rechts: 56 (inkt)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief6765
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|13128
Inhoud
IncipitIk heb van de Gentsche boekzaal ontvangen: den
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.