Zijne Hoogweerdigheid heeft aangedrongen opdat ik eene beoordeelinge zou schrijven over de Goddelijke beschouwingen, niet over den latijnschen opstel, maar over de vervlaamschinge. Ik heb dat reeds gedaan, en de beoordeelinge gaat verschijnen in ‘t Belfort met het begin van Juli.[1] Ik ga naar Mr Delaere schrijven dat hij zou zorgen dat zij gelijktijdig uitkome in Biekorf.[2] Voor Biekorf heb ik ook de ongeboekte woorden verzameld en geschikt die in uwe 96 verschenen bladzijden voorkomen.[3]
Gelieft bijzonder op te passen om dien opstel nauwkeurig te verbeteren en te volmaken. Ik heb daar twee keeren geschreven in opzichte in stêe van onder opzicht. Is ‘t kwalijk, verbetert het. In de woordenlijste zijn er eenige woorden waarvan gij de beteekenisse beter kent en nader zult kunnen bepalen als ik; bijzonderlijk de drie volgende: Besteedbaar (dat ik uitlegge met: bestaakbaar, bestaanbaar), halzen (uitleg: vatten), en verlaat (uitleg: ruste). Gij moet zien dat er daar geen stommigheden op mijn rekeninge en staan!
‘t Gaat bijzonder wél met uwen neve.
Op bl. 58 van de Godd beschouw. Staat er (in ‘t staaltje dat ik aanhale): volmaaktwezen. ‘n Moet het niet zijn: volmaaktheid? Gelieft daar ook op te letten.







