<Resultaat 1832 van 2182

>

p1God Alone
Jesus, Mary, Dominic & Catherine

Couvent de St Charles

Reverend & dear father in Christ

Madam vercruysse[1] called at your house this morning, not finding you in town she thought I had better write to you.

Madam kindly sent me to Bruges yesterday in order that I might ascertain wether[2] I could find a Convent to go to. Mr Vercruysse[3] told me that the address of Les Dames de la Retraite came from you Reverend father, for which I thank you. I am sorry to say however that the Pension there is much too high. They take no-one under 5 francs a day, which I suppose must be about 17 hundred francs a year. They gave me the address of two other Convents (videlicet)[4] Convent de Spermallie Rue des Carmes, and the Convent des Soeurs de Charita. Rampert St Catherine.[5] The former had no vacancy. also Pension rather high. The Sisters of Charitys Pension is also higher than Reverend Mother Provinciel is able to pay, & I saw no chance of getting to Brugesp2without confiding in the Superior there that I am a Religious. and asking her to make a little difference for my Convent, of course I would have prefered[6] not telling her this, but it would not be helped, unless I gave up all idea of going to Bruges, as I hear these are the only Convents who take Pensioniers. The Reverend Superior consents to take me for 800 francs without washing, of course if I was sure of finding a lesson or two quickly after my arrival, this arrangment[7] would suit very well, but it seems rather risky work to go there upon this chance I told Reverend Mother that I wished it kept quite secret that I am a Religious, & she promised it should be so. She however seemed a little mistrustful (as is only natural) and wished to know wether[8] I was hysterical or otherwise uncontrolable.[9] if it was only for health I left my Convent &c. may I ask dear father in Christ that you will say a word for me, that is of course if you approve of my going there.

Dear Reverend father I would so much prefer that Reverend Mother Provinciel hears of this Convent from yourself. I am not sure wether[10] she would approve of my making any arrangments[11] for myself. I enclose her card

Reverend Mother Superior at Bruges said she should wait to hear either from youp3Reverend father or from my Reverend Provinciel, before getting my room ready, but that I could go in 12 days time if I wished it.

Madam Vercruysse told me to ask you dear father in Christ to kindly let us know what you think best to do, I know you are pressed for time, but I hope I am not mistaken in feeling you will find time to send me a line, or else to dear Mme Vercruysse

I will be so sorry to lose this kind & good friend so truely[12] simple & charitable also my other good Pupils to whom I feel quite an affection & interest, but I can't have everything. I truely[13] need your direction & firm support. without it I feel quite convinced I should not return to my Convent therefore everything must give way to this.

I went to Confession last week to a Priest in the Jesuits who is only there for a time but I had to make my Confession almost all in french and was so stupidly nervous that I forgot most of the little french I do know. I went again yesterday in Bruges at the Jesuits. & repeated all my last Confession but afterwards felt more troubled than before

you suggested my going dear father to Reverend Mr Fontain, as I am coming back to you I prefer not going at all to himp4to be candid, I don't feel I could make him my Confessor under my present circumstances I know him he is a nice gentleman, I have met him in my visits to Mrs Calewaerts but cannot go to him as my director.

Mme Vercruysse mentioned to me. that you thought Reverend father I had formerly been to the Passionist’s No! I never went there, I only tried one Priest at Zweveghem, & Reverend Pere Mortier on my arrival before coming to you, having once been to you dear Reverend father I saw the Hand of God & thankfully kept to you.

I would be grateful dear Reverend father if you could find time to write again to Stone so that all may be settled for me.

I did not go to The Dames Anglais yesterday as I was not sure if I might make myself known to Our Mothers Niece. I must wait for permission.

Begging dear Reverend father in Christ your blessing and prayers
I remain Your grateful child
Sister Zita
Ordo Sancti Dominici

Noten

[1] Dit is vermoedelijk Elisabeth Vanden Broeck, echtgenote van Camille Alphonse Vercruysse.
[2] Foutief voor ‘whether’.
[3] Dit is mogelijk Camille Alphonse Vercruysse.
[4] Latijn voor ‘namelijk’.
[5] Katelijnepoort in Brugge.
[6] Foutief voor ‘preferred’.
[7] Foutief voor ‘arrangement’.
[8] Foutief voor ‘whether’.
[9] Foutief voor ’uncontrollable’.
[10] Foutief voor ‘whether’.
[11] Foutief voor ’arrangements’.
[12] Foutief voor ’truly’.
[13] Foutief voor ’truly’.

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamCole, Mary Catherine; Zita (zuster)
Datums° Bristol, 29/10/1858 - ✝ Gent, 16/04/1912
GeslachtVrouwelijk
Beroepkloosterzuster; lerares
VerblijfplaatsEngeland
BioMary Catherine Cole werd op 29 oktober 1858 geboren in Bristol en op 2 november 1858 rooms-katholiek gedoopt. Haar ouders waren Samuel Cole, een dienstknecht en koetsier, en Martha King. Ze trad toe als een lekenzuster in het St. Dominic's Convent in Stone. Op 7 januari 1880 ontving ze haar kloosterkleed en op 6 januari 1881 haar religieuze naam Zuster Zita. Zuster Agnes Dormer was op dat moment assistente van moederoverste. Zita legde haar geloften af op 2 mei 1882, en werd toegewezen aan de kloosters van Stoke-on-Trent (januari 1890), Bow in Londen (september 1890), keerde terug naar Stoke (november 1895) en werd uiteindelijk toegewezen aan Stone (3 april 1896). De ‘Council Minutes book’ van het klooster maakt melding van het volgende: op een vergadering van de Raad op 3 juni 1896 werd opgemerkt dat Zuster Zita "gedurende geruime tijd in een zeer opgewonden en onbevredigende toestand verkeerde en ... gevreesd werd dat ze haar hoofd helemaal zou verliezen als ze niet werd vrijgelaten door dispensatie van verplichtingen die te veel voor haar waren." Een dergelijke diagnose was al gesteld door Dr. Craig van Stoke, maar de zuster zelf zei dat niets haar zou overhalen om dispensatie te vragen en zou in beroep gaan bij de bisschop als er een poging werd ondernomen om haar uit te sluiten. Het advies van de Heilige Stoel werd ingewonnen en in de tussentijd werd ze naar haar zus gestuurd om bij haar te verblijven. In oktober werden regelingen getroffen om haar naar een huis in België te sturen dat bedoeld was voor gevallen zoals de hare. Ze vond onderdak in het Sint-Carolus-Borromeusgesticht in Kortrijk, waar Gezelle haar biechtvader werd. Ze werd beschreven als 'penitent' in Gezelles brieven, wat doorgaans verwijst naar een arm meisje dat hulp nodig heeft bij het vinden van werk of onderdak. Ze kampte verder met mentale problemen. Toen Gezelle in 1899 naar Brugge werd overgeplaatst, was haar enige doel hem te volgen. Hij verwees haar door naar verschillende kloosters in Brugge. Op 6 augustus 1909 keerde Zuster Zita met toestemming van de paus terug naar Engeland om in Hawick verder werk te maken van haar roeping. Maar de mentale problemen staken opnieuw de kop op. Ze besloot terug te keren naar België en kreeg met toestemming van de bisschop een vast inkomen van £ 25 voor de rest van haar leven. Zuster Zita aanvaardde uiteindelijk in april 1910 dispensatie van haar geloften. Ze werd lerares in Gent en woonde in bij bakker J. Focqué in de Oude Violettenlei 6. Ze kwam samen met haar kat tragisch aan haar einde door gasverstikking terwijl ze een voetbad nam. Haar begrafenis vond plaats in de kapel van de Bijloke op 22 april 1912.
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; https://www.ancestry.co.uk/; Overlijdensbericht. In: La Patrie: (22 apr 1912); Overlijdensbericht. In: De Nieuwe Gazet: (20 apr 1912); Overlijdensbericht: In. Het Laatste Nieuws: (19 apr 1912); kloosterarchieven (Council Book)

Briefschrijver

NaamCole, Mary Catherine; Zita (zuster)
Datums° Bristol, 29/10/1858 - ✝ Gent, 16/04/1912
GeslachtVrouwelijk
Beroepkloosterzuster; lerares
VerblijfplaatsEngeland
BioMary Catherine Cole werd op 29 oktober 1858 geboren in Bristol en op 2 november 1858 rooms-katholiek gedoopt. Haar ouders waren Samuel Cole, een dienstknecht en koetsier, en Martha King. Ze trad toe als een lekenzuster in het St. Dominic's Convent in Stone. Op 7 januari 1880 ontving ze haar kloosterkleed en op 6 januari 1881 haar religieuze naam Zuster Zita. Zuster Agnes Dormer was op dat moment assistente van moederoverste. Zita legde haar geloften af op 2 mei 1882, en werd toegewezen aan de kloosters van Stoke-on-Trent (januari 1890), Bow in Londen (september 1890), keerde terug naar Stoke (november 1895) en werd uiteindelijk toegewezen aan Stone (3 april 1896). De ‘Council Minutes book’ van het klooster maakt melding van het volgende: op een vergadering van de Raad op 3 juni 1896 werd opgemerkt dat Zuster Zita "gedurende geruime tijd in een zeer opgewonden en onbevredigende toestand verkeerde en ... gevreesd werd dat ze haar hoofd helemaal zou verliezen als ze niet werd vrijgelaten door dispensatie van verplichtingen die te veel voor haar waren." Een dergelijke diagnose was al gesteld door Dr. Craig van Stoke, maar de zuster zelf zei dat niets haar zou overhalen om dispensatie te vragen en zou in beroep gaan bij de bisschop als er een poging werd ondernomen om haar uit te sluiten. Het advies van de Heilige Stoel werd ingewonnen en in de tussentijd werd ze naar haar zus gestuurd om bij haar te verblijven. In oktober werden regelingen getroffen om haar naar een huis in België te sturen dat bedoeld was voor gevallen zoals de hare. Ze vond onderdak in het Sint-Carolus-Borromeusgesticht in Kortrijk, waar Gezelle haar biechtvader werd. Ze werd beschreven als 'penitent' in Gezelles brieven, wat doorgaans verwijst naar een arm meisje dat hulp nodig heeft bij het vinden van werk of onderdak. Ze kampte verder met mentale problemen. Toen Gezelle in 1899 naar Brugge werd overgeplaatst, was haar enige doel hem te volgen. Hij verwees haar door naar verschillende kloosters in Brugge. Op 6 augustus 1909 keerde Zuster Zita met toestemming van de paus terug naar Engeland om in Hawick verder werk te maken van haar roeping. Maar de mentale problemen staken opnieuw de kop op. Ze besloot terug te keren naar België en kreeg met toestemming van de bisschop een vast inkomen van £ 25 voor de rest van haar leven. Zuster Zita aanvaardde uiteindelijk in april 1910 dispensatie van haar geloften. Ze werd lerares in Gent en woonde in bij bakker J. Focqué in de Oude Violettenlei 6. Ze kwam samen met haar kat tragisch aan haar einde door gasverstikking terwijl ze een voetbad nam. Haar begrafenis vond plaats in de kapel van de Bijloke op 22 april 1912.
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; https://www.ancestry.co.uk/; Overlijdensbericht. In: La Patrie: (22 apr 1912); Overlijdensbericht. In: De Nieuwe Gazet: (20 apr 1912); Overlijdensbericht: In. Het Laatste Nieuws: (19 apr 1912); kloosterarchieven (Council Book)

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamKortrijk
GemeenteKortrijk

Naam - persoon

NaamDormer, Mary Isabel Lucy; Agnes Philomena (zuster)
Datums° Warwick, 1842 - ✝ Staffordshire, 09/03/1932
GeslachtVrouwelijk
Beroepkloosterzuster; priores
VerblijfplaatsEngeland
BioMary Isabel Lucy Dormer werd in het voorjaar van 1842 te Warwick geboren als dochter van Joseph Thaddeus Dormer, 11de Baron Dormer of Wyng (1790-1871) en Elizabeth Anne Tichborne. Ze werd zuster en nam de naam Agnes Philomena aan. Volgens de census van 1881 was ze assistente van de overste in het St. Dominic's klooster te Stone. In 1894 werd ze de vierde provinciale priores van de congregatie van St. Catherina van Siena te Stone. Dit bleef ze tot 1918. Ze overleed op 9 maart 1932.
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Archives of the English Congregation of Dominican Sisters (Third Order). Personal papers and special collections, 1985; http://www.19thcenturyphotos.com/Hon.-Mary-Dormer-126136.htm;
NaamDormer, Leonie Mary; Margaret Mary (zuster)
Datums° Londen, 02/11/1872 - ✝ Haywards Heath, 10/05/1948
GeslachtVrouwelijk
Beroepkloosterzuster
Verblijfplaats0
BioLeonie Mary Dormer werd op 2 november 1872 geboren in Londen als dochter van James Charlemagne Dormer (1834-1893) en Ella Frances Catherine Alison. James was de broer van Mary Isabel Lucy Dormer. Net als haar tante, trad Leonie Mary in als zuster. Ze werd op 21 november 1894 geprofest in het Engels klooster te Brugge als Margaret Mary. Van 15 januari 1903 tot 15 juni 1914 verbleef ze in Engeland in het klooster van Haywards Heath, maar ze kwam terug naar Brugge, waar ze tot 1918 novicemeesteres was. Omwille van de oorlog keerde ze in 1940 definitief terug naar Engeland, waar ze op 10 mei 1948 in Haywards Heath overleed.
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Archives of the English Congregation of Dominican Sisters (Third Order). Personal papers and special collections, 1985
NaamFonteyne, Karel
Datums° Keiem, 04/04/1852 - ✝ Pittem, 24/05/1908
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; coadjutor; onderpastoor; pastoor
BioKarel Fonteyne, zoon van Livinus Fonteyne, landsman, en Sophia Bailleul, werd tot priester gewijd te Brugge op 23 december 1876. In 1877 werd hij retoricaleraar aan het college te Oostende. Vervolgens werd hij coadjutor van de Sint-Adriaanskerk te Handzame. Hij studeerde daarna te Leuven en werd in september 1879 leraar aan het Sint-Amanduscollege te Kortrijk. Hij was er de ondervoorzitter van het Davidsfonds. Hij was een vriend van Adolf Verriest. Vervolgens werd hij onderpastoor van de Sint-Maartenskerk in Kortrijk (03/02/1892) en pastoor te Knokke (19/05/1899) en te Pittem (28/05/1907).
Links[odis]
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamMortier, Hendrik Lodewijk
Datums° leper, 08/11/1835 - ✝ Kortrijk, 01/02/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; jezuïet; directeur
BioNa zijn priesterwijding te Brugge op 9 maart 1859 werd hij leraar aan de colleges van Oostende, Tielt en Brugge vanaf 1861. Hij werd in die periode aangesproken om Gezelle bij te staan bij de redactie van de Spokersalmanak. Daarna werd hij onderpastoor van de O.-L.-Vrouwekerk te Brugge (1869-1872). In 1872 trad hij in bij de jezuïeten te Drongen. Vanaf september 1878 was hij directeur van de congregatie van de Purification de Marie te Kortrijk.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; medewerker
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamVercruysse, Camiel
Datums° Kortrijk, 27/07/1839 - ✝ Kortrijk, 11/09/1905
GeslachtMannelijk
Beroepindustrieel
BioCamille (Camiel) Alphonse Vercruysse werd op 27 juli 1839 te Kortrijk geboren als zoon van Joseph Vercruysse (1796-1876) en Aloïse Carpentier (1801-1872). Camiel was gehuwd met Elisabeth Vanden Broeck, en was een bijzondere beschermheer van Gezelle in Kortrijk. Hij zal in 1889 de onderhandelingen met het bisdom Brugge voeren om Gezelle te ontslaan van zijn verplichtingen als onderpastoor en een financiële regeling te vinden. Hij was o.m. voorzitter van het bureau van de kerkfabriek en de voorzitter van het berek van de katholieke scholen. Het gezin Vercruysse - Vanden Broeck had vijf kinderen: Marie Joséphine (1866-1929), gehuwd met ridder Michel de Haerne (1868-1938); Esther (1868-1929); Louis (1871-1912); Mathilde (1873-1914), gehuwd met Auguste Antoine Dieudonné Orban de Xivry; Alix (1875-1962), gehuwd met Georges Plissart. Camille Vercruysse behoorde immers tot een invloedrijke, Franstalige familie van Kortrijkse nijveraars en grondbezitters. Zelf was Camille zijn hele leven actief als industrieel en tegelijk was hij voorzitter van talrijke verenigingen die zich inzetten voor ‘des oeuvres catholiques et charitables de Courtrai.’ (L’Echo de Courtrai, 31/8/1890). Hij stierf te Kortrijk op 11 september 1905.
Relatie tot Gezelleadressenlijst Kortrijk
Bronnen https://gw.geneanet.org/frbiebuyck?n=vercruysse&oc=&p=camille
NaamCole, Mary Catherine; Zita (zuster)
Datums° Bristol, 29/10/1858 - ✝ Gent, 16/04/1912
GeslachtVrouwelijk
Beroepkloosterzuster; lerares
VerblijfplaatsEngeland
BioMary Catherine Cole werd op 29 oktober 1858 geboren in Bristol en op 2 november 1858 rooms-katholiek gedoopt. Haar ouders waren Samuel Cole, een dienstknecht en koetsier, en Martha King. Ze trad toe als een lekenzuster in het St. Dominic's Convent in Stone. Op 7 januari 1880 ontving ze haar kloosterkleed en op 6 januari 1881 haar religieuze naam Zuster Zita. Zuster Agnes Dormer was op dat moment assistente van moederoverste. Zita legde haar geloften af op 2 mei 1882, en werd toegewezen aan de kloosters van Stoke-on-Trent (januari 1890), Bow in Londen (september 1890), keerde terug naar Stoke (november 1895) en werd uiteindelijk toegewezen aan Stone (3 april 1896). De ‘Council Minutes book’ van het klooster maakt melding van het volgende: op een vergadering van de Raad op 3 juni 1896 werd opgemerkt dat Zuster Zita "gedurende geruime tijd in een zeer opgewonden en onbevredigende toestand verkeerde en ... gevreesd werd dat ze haar hoofd helemaal zou verliezen als ze niet werd vrijgelaten door dispensatie van verplichtingen die te veel voor haar waren." Een dergelijke diagnose was al gesteld door Dr. Craig van Stoke, maar de zuster zelf zei dat niets haar zou overhalen om dispensatie te vragen en zou in beroep gaan bij de bisschop als er een poging werd ondernomen om haar uit te sluiten. Het advies van de Heilige Stoel werd ingewonnen en in de tussentijd werd ze naar haar zus gestuurd om bij haar te verblijven. In oktober werden regelingen getroffen om haar naar een huis in België te sturen dat bedoeld was voor gevallen zoals de hare. Ze vond onderdak in het Sint-Carolus-Borromeusgesticht in Kortrijk, waar Gezelle haar biechtvader werd. Ze werd beschreven als 'penitent' in Gezelles brieven, wat doorgaans verwijst naar een arm meisje dat hulp nodig heeft bij het vinden van werk of onderdak. Ze kampte verder met mentale problemen. Toen Gezelle in 1899 naar Brugge werd overgeplaatst, was haar enige doel hem te volgen. Hij verwees haar door naar verschillende kloosters in Brugge. Op 6 augustus 1909 keerde Zuster Zita met toestemming van de paus terug naar Engeland om in Hawick verder werk te maken van haar roeping. Maar de mentale problemen staken opnieuw de kop op. Ze besloot terug te keren naar België en kreeg met toestemming van de bisschop een vast inkomen van £ 25 voor de rest van haar leven. Zuster Zita aanvaardde uiteindelijk in april 1910 dispensatie van haar geloften. Ze werd lerares in Gent en woonde in bij bakker J. Focqué in de Oude Violettenlei 6. Ze kwam samen met haar kat tragisch aan haar einde door gasverstikking terwijl ze een voetbad nam. Haar begrafenis vond plaats in de kapel van de Bijloke op 22 april 1912.
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; https://www.ancestry.co.uk/; Overlijdensbericht. In: La Patrie: (22 apr 1912); Overlijdensbericht. In: De Nieuwe Gazet: (20 apr 1912); Overlijdensbericht: In. Het Laatste Nieuws: (19 apr 1912); kloosterarchieven (Council Book)
NaamVanden Broeck, Elisabeth Josèphe Thérèse
Datums° Sint-Niklaas, 19/11/1844 - ✝ Kortrijk, 02/06/1933
GeslachtVrouwelijk
BioElisabeth Vanden Broeck werd geboren te Sint-Niklaas in 1844 als jongste dochter van Victor Vanden Broeck (1808-1873) en Thérèse van Naemen (1801-1876) uit Sint-Niklaas. Ze huwde Camille Alphonse Vercruysse (Kortrijk, 27/07/1839 – Kortrijk, 11/09/1905) te Sint-Niklaas op 22 augustus 1865. Op 22 augustus 1890 vierden Elisabeth en Camille hun zilveren huwelijksjubileum. De Franstalige pers besteedde de nodige aandacht aan dit jubileum waar, naar verluidt, pauselijke felicitaties overgebracht werden. Het gezin Camille en Elisabeth Vercruysse woonde in de Leiestraat 32. Samen met haar man voedde ze vijf kinderen op. Marie-Joséphine (1866-1929), Esther (1868-1929), Louis (1870-1912), Mathilde (1873-1914) en Alix (1875-1962). Elisabeths caritatieve werkdomeinen waren ‘Membre jubilaire de la Congrégation de la Sainte Vierge’ en ‘Membre des Dames de la Miséricorde’. De familie C. Vercruysse-Vanden Broeck speelde een belangrijke rol in de Kortrijkse jaren van Gezelle. Als jonge onderpastoor was hij de begeleider van de elitaire ‘Congrégation du Très-Saint Nom de Marie’ die in het klooster van de Zusters Paulinen samenkwam. Via deze organisatie kwam Gezelle in contact met het gegoed Franstalige milieu en het caritatieve netwerk waarin de familie Vercruysse een essentiële rol speelde. Met de nodige toewijding gidste Elisabeth hem doorheen de gefortuneerde klassen van een besloten provinciestad waarin ook een vrijzinnige, liberale zuil tot ontwikkeling kwam. Persoonlijk steunde ze hem meermaals in perioden van sociaal isolement of mentale moeilijkheden want in haar huis vond hij steeds een warm gastgezin. Het gezin hielp hem ook financieel (onder andere voor een Engelandreis) en Elisabeth zorgde er ook voor dat haar zus Mathilde hem een vaste uitkering gaf zodat hij vanaf 1889 zijn ambt van onderpastoor kon neerleggen om zich probleemloos aan zijn literair werk te wijden. In Gezelles Franstalige gedichten vinden we verscheidene communieverzen terug voor de vijf kinderen van Camille en Elisabeth. Enkele gedichten en brieven alluderen ook op de vriendschap tussen de dichter en de beschermvrouw, zoals Toen Gezelle in de Budastraat het slachtoffer werd van een belaging door enkele dronken lui bezorgde Elisabeth hem een nieuwe hoed als compensatie voor ‘l’ignoble soufflet’! Gezelle repliceerde met een vriendschappelijk dankvers ‘Geraden heb ik aan ’t geschrift’. Elisabeth overleed te Kortrijk op 89-jarige leeftijd op 2 juni 1933. Ze werd begraven in de Sint-Maartenskerk te Kortrijk op donderdag 7 juni 1933 om 11 uur.
Relatie tot Gezellecorrespondent; gedichten
Bronnen https://gw.geneanet.org/hourmanmichel?n=van+den+broeck&oc=&p=elisabeth; https://search.arch.be/; https://www.ancestrylibrary.com/discoveryui-content/view/208108887:60541?tid=&pid=&queryId=60be71f006c48ab1d3cfe1fab16d66c1&_phsrc=SSE29&_phstart=successSource
NaamVan Baerlem, Blanche Marie Hortense Pauline
Datums° Saint-Gilles, 26/08/1860 - ✝ Kortrijk, 30/12/1939
GeslachtVrouwelijk
BioBlanche Van Baerlem werd geboren op 26 augustus 1860 te Saint-Gilles, op de Avenue de la porte de Hal 44. Haar vader was Adolphe Justin Van Baerlem en haar moeder Jeanne Catherine Henriette Somers. Blanche trouwde op 4 maart 1884 met Gustave Victor Gislain Marie Calewaert. Voor deze gelegenheid schreef Guido Gezelle het gedicht ‘Je te salue, ô blanche aurore’. Gustave was een industrieel en woonde op rue de Buda 13 in Kortrijk. Blanche was werd "membre de la Congrégation de la Très Sainte Vierge et de diverses confréries religieuses". Ze overleed op 30 december 1939 in Kortrijk.
Relatie tot Gezellegelegenheidsgedicht
BronnenBidprentje; Rijksarchief; Beeldbank Kortrijk https://nl.geneanet.org/

Naam - plaats

NaamBrugge
GemeenteBrugge
NaamZwevegem
GemeenteZwevegem

Naam - instituut/vereniging

NaamEngels Klooster
BeschrijvingHet Engels Klooster is gevestigd aan de Carmersstraat en wordt sinds de stichting in 1629 bewoond door de Kanunnikessen van Windesheim, met een korte onderbreking in de Franse tijd. De van oorsprong Nederlandse congregatie ontstond eind veertiende eeuw onder invloed van de moderne devotie en kreeg al gauw bijhuizen in Vlaanderen. Tijdens de vervolgingen in Engeland ontving het klooster in Leuven zoveel Engelse roepingen dat daar in 1609 een eerste Engels klooster is opgericht. Op 14 september 1629 kwamen vanuit Leuven vijf Engelse zusters het Klooster van Nazareth in Brugge stichten. Pas in 1886 kon een klooster in Engeland worden gevestigd: Our Lady’s Priory (tot in 1978 te Hayward’s Heath). De religieuzen leven volgens de regel van Sint-Augustinus. Van bij de aanvang tot 1973 hielden ze een pensionaat open waar ze Engelse katholieke meisjes opleiden. Guido Gezelle was vanaf 30 maart 1899 tot zijn dood rector van het Engels Klooster en leraar aan de kostschool.
Datering14/09/1629-heden
Links[wikipedia]
NaamZusters van de Kindsheid van Maria ter Spermalie
BeschrijvingIn 1836 stichtte kanunnik Charles Carton een school waar aangepast onderwijs werd gegeven aan blinde en dove kinderen. De school was ondergebracht in het voormalige jezuïetencollege aan de Spiegelrei 13 te Brugge. De zorg voor de kinderen werd toevertrouwd aan de daartoe nieuw opgerichte Congregatie van de Zusters van de Kindsheid van Maria, waarvan de eersten werden geprofest in 1838. In 1940 kocht Carton de voormalige abdij van Spermalie in de Snaggaardstraat te Brugge (nu vzw De Kade). Hierin vestigde hij in 1842 een meisjespensionaat en de eerste kleuterschool van Brugge. Om extra inkomsten te genereren, werd er tevens een rusthuis voor oudere dames geopend. In 1862 kon het instituut uitbreiden dankzij het verwerven van aanpalende gronden tussen Lang Gotje en Oliebaan. Daardoor verhuisde in 1868 het doven- en blindeninstituut eveneens naar de Snaggaardstraat. Toch bleef ook de vestiging in de Spiegelrei bestaan, en had deze tot 1880 zelfs een eigen overste. In 1952 sloot de kleuter- en lagere school de deuren, en werd de Hotelschool Spermalie geopend. Het meisjespensionaat hield op te bestaan in 1957, en in 1968 werd de V.Z.W. Gehoor- en Spraakrevalidatiecentrum opgericht.
Datering1836-heden
Links[odis]
NaamSt Dominic's Convent, Staffordshire
BeschrijvingMargaret Hallahan (23/01/1803–10/05/1868), stichter van de English Dominican Congregation of St. Catharine of Siena, gaf in 1852 opdracht tot het bouwen van het St. Dominic's Convent in Station Road, Stone, Staffordshire. Bisschop Ullathorne legde er de eerste steen. Het gebouw is gezet naar ontwerp van Charles Hansom. Op het terrein bevond zich al een kapel van St. Anne ontworpen door A.W. Pugin. In 1853 werd het klooster ingewijd, waarna het als moederhuis van de congregatie fungeerde.
Datering1853-heden
NaamEnglish Dominican Congregation of St. Catharine of Siena
BeschrijvingDe English Dominican Congregation of St. Catharine of Siena werd gesticht in 1842 door Margaret Hallahan (23/01/1803–10/05/1868) en is een congregatie binnen de Derde Orde van Sint-Dominicus. Deze Derde Orde verenigt leken die samenleven in kloosters en minder strenge kloostergeloftes afleggen. De eerste professies voor de congregatie gebeurden in 1845 in Coventry, en in 1851 kregen ze pauselijke goedkeuring. In 1852 begon de bouw van het St. Dominicus klooster in Stone, Staffordshire, wat het moederhuis van de congregatie werd.
Datering1842-heden
NaamSint-Carolus Borromeusgesticht, Kortrijk
BeschrijvingAan de noordkant van de Groeningelaan werd in de eerste helft van de 18de eeuw de kazerne De Thienen opgericht. De kazerne werd in 1782 aan­gekocht door Robert Van Beveren, die er een faiencefabriek inrichtte. De productie viel na tien jaar stil door het overlijden van Van Beveren. Vermoedelijk werd op die plaats de katoenspin­nerij van Vandenberghe ondergebracht, waar op 05/01/1860 een brand ontstond. In 1883 werd het gebouw afgebroken om plaats te maken voor een neogotische kapel. Ernaast werd in 1898 het Sint-Carolus Borromeusgesticht gebouwd, een tehuis bediend door de zusters van de H. Fami­lie en aanvankelijk bestemd voor rustende priesters, later voor gegoede bejaarden.
Datering1898-heden
Links[odis]
NaamZusters van de Retraite van het Heilig Hart, Brugge
BeschrijvingIn 1674 stichtte de eerbiedwaardige Cathérine de Francheville 's werelds eerste ‘retraitehuis’ voor vrouwen te Vannes in Frankrijk. Samen met de Jezuïet Huby stichtte Cathérine de congregatie ‘de Zusters van de Retraite van het Heilig Hart’. In 1888 kwamen enkele leden van deze congregatie naar Brugge om er met toestemming van de bisschop een klooster op te richten. De Zusters van de Retraite van het Heilig Hart kochten en verbouwden hiervoor het Prinsenhof. Hier organiseerden ze retraites voor meisjes en vrouwen en verhuurden kamers aan dames uit de hogere kringen. Het Prinsenhof was het moederhuis van de congregatie tot 1966. Daarna werden de drie takken (Brugge, Angers, Vannes) van de congregatie, die in de loop der jaren gescheiden waren, herenigd. Een eeuw na hun aankomst in Brugge verkochten de zusters het Prinsenhof. De Franstalige zusters gingen naar Waals Ciney en de Vlaamse zusters verhuisden naar een huis in de Kalvariebergstraat.
Datering1674-heden
Links[wikipedia]
NaamJezuïetenklooster, Brugge
BeschrijvingDe jezuïeten kwamen in 1575 in Brugge wonen. Ze vestigden zich eerst in de Wapenmakersstraat 17 om in 1595 naar een drietal huizen aan het Sint-Maartensplein te verhuizen. Aan het begin van de zeventiende eeuw werd een nieuwe vleugel aangebouwd en werd de jezuïetenkerk aan het Sint-Maartensplein gebouwd, de huidige Sint-Walburgakerk. Aan het einde van de zeventiende eeuw werd een nieuwe kloostervleugel aan de Verversdijk gebouwd. In 1773 werd de jezuïetenorde opgeheven door paus Clemens XIV. In 1840 keerden de jezuïeten terug naar Brugge. Ze bouwden in 1873 een grote kerk in de Vlamingstraat, de Heilig Hartkerk, en in het verlengde ervan bouwden ze een residentie in de Korte Winkel. Hierin werd een kleine congregatiekapel ingericht. De nu gesloten Heilig Hartkerk stond jarenlang bekend als biechtkerk. In 1980 werd er van de residentie in de Korte Winkel een ‘open huis’ gemaakt waar mensen in nood worden opgevangen.
Datering1575-heden
Links[wikipedia]
NaamClarissen - Monasterium van de Berg Sinaï, Brugge
BeschrijvingAlternatieve benamingen voor deze orde zijn: de Arme Klaren te Brugge of de Clarissen-Coletienen te Brugge. In 1479 vestigde een gemeenschap van clarissen-coletinen zich te Brugge. De eerste zusters waren afkomstig van de monasteria van Gent, Atrecht en Heusden en betrokken een klooster in de Sint-Catharinawijk. In 1581 werd het klooster geplunderd door de Geuzen en vluchtten de zusters tijdelijk naar familie, waarna het klooster in 1649 grotendeels afbrandde. In 1783 werd het klooster door de maatregelen van keizer Jozef II tegen de contemplatieve gemeenschappen opgeheven. Na een kort herstel gebeurde dit opnieuw in 1796, dit keer als gevolg van de antiklerikale maatregelen van het Franse bewind. Het klooster en de kerk werden verkocht en afgebroken. De zusters bleven wel samen, eerst in een huis in de Oude Zak, nadien op de Zilverstraat. Samen met het monasterium van Gent, waren de clarissen van Brugge de enige clarissen die in de Zuidelijke Nederlanden de revolutionaire periode overleefden. In de Zilverstraat openden de zusters een school om aan een nieuwe opheffing te ontsnappen. In 1831 werd Julie Berlamont (Moeder Marie-Dominique) tot abdis verkozen. In 1841 verhuisde de Brugse gemeenschap van de Zilverstraat naar een nieuw klooster op de plaats waar het ancien-régimeklooster was gevestigd. De zusters bleven er wonen tot in 1990, toen er onder dubieuze omstandigheden een einde kwam aan het klooster.
Datering1479-1990
Links[odis]

Titel[04/04/1899], Kortrijk, [Mary Catherine Cole] (= Zuster Zita) aan [Guido Gezelle]
EditeurAurélie Lemmens; Marc Carlier (research)
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2024
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
Verzender[Cole, Mary Catherine]
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum[04/04/1899]
VerzendingsplaatsKortrijk (Kortrijk)
AnnotatieDatum en adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie ; Mary Catherine Cole = Zuster Zita.
Gepubliceerd inDe briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen 1854-1899 / door B. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, (o.l.v.) A. Deprez. - Gent : Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.II, p.243-245
Fysieke bijzonderheden
Drager dubbel vel, 211x135
wit, vierkant geruit
papiersoort: 4 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle; idem rechts: [± 4/4 1899]; op zijde 4 rechtsonder bijgeschreven naast de handtekening: [Cole] (inkt, alles hand P.A.); idem linksboven: Zita (rode inkt, schuin)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief7114
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|13451
Inhoud
IncipitMadam Vercruysse called at your
Tekstsoortbrief
TalenEngels
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.