Noten

[1] Deze zaterdag is 29 april. Door de poststempel “Uccle” is duidelijk, dat Verwey al bij August Vermeylen te gast was, toen hij Gezelle vroeg, of hij ‘s anderendaags op bezoek mocht komen. Gezelle moet zijn antwoord naar het adres van Vermeylen sturen.
[2] vrijdag 28/04/1899

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamVerwey, Albert
Datums° Amsterdam, 15/05/1865 - ✝ Noordwijk aan Zee, 08/03/1937
GeslachtMannelijk
Beroepletterkundige; dichter; criticus; vertaler; essayist; hoogleraar
VerblijfplaatsNederland
BioVerwey behoorde als dichter tot de beweging van de Tachtigers. Hij publiceerde tal van poëziebundels, maar was ook actief als vertaler en criticus. In 1885 richtte hij "De Nieuwe Gids" op, een letterkundig tijdschrift dat aansloot bij Willem Kloos en de Tachtigers. Na een meningsverschil met Kloos richtte hij met Lodewijk van Deyssel in het midden van de jaren 1890 het "Tweemaandelijksch Tijdschrift voor letteren, kunst, wetenschap en politiek" op. In de beginmaanden van 1899 zoekt Verwey contact met Gezelle. Die stuurt hem "Groeninge’ns Grootheid of de slag van de Guldene Spooren" voor zijn tijdschrift (mei 1899). De verdere evolutie van Verwey met zijn tijdschrift "De Beweging" heeft Gezelle niet meer meegemaakt. Van 1924 tot 1935 was Verwey hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Leiden.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent

Briefschrijver

NaamVerwey, Albert
Datums° Amsterdam, 15/05/1865 - ✝ Noordwijk aan Zee, 08/03/1937
GeslachtMannelijk
Beroepletterkundige; dichter; criticus; vertaler; essayist; hoogleraar
VerblijfplaatsNederland
BioVerwey behoorde als dichter tot de beweging van de Tachtigers. Hij publiceerde tal van poëziebundels, maar was ook actief als vertaler en criticus. In 1885 richtte hij "De Nieuwe Gids" op, een letterkundig tijdschrift dat aansloot bij Willem Kloos en de Tachtigers. Na een meningsverschil met Kloos richtte hij met Lodewijk van Deyssel in het midden van de jaren 1890 het "Tweemaandelijksch Tijdschrift voor letteren, kunst, wetenschap en politiek" op. In de beginmaanden van 1899 zoekt Verwey contact met Gezelle. Die stuurt hem "Groeninge’ns Grootheid of de slag van de Guldene Spooren" voor zijn tijdschrift (mei 1899). De verdere evolutie van Verwey met zijn tijdschrift "De Beweging" heeft Gezelle niet meer meegemaakt. Van 1924 tot 1935 was Verwey hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Leiden.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamUkkel
GemeenteUkkel

Naam - persoon

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamVerwey, Albert
Datums° Amsterdam, 15/05/1865 - ✝ Noordwijk aan Zee, 08/03/1937
GeslachtMannelijk
Beroepletterkundige; dichter; criticus; vertaler; essayist; hoogleraar
VerblijfplaatsNederland
BioVerwey behoorde als dichter tot de beweging van de Tachtigers. Hij publiceerde tal van poëziebundels, maar was ook actief als vertaler en criticus. In 1885 richtte hij "De Nieuwe Gids" op, een letterkundig tijdschrift dat aansloot bij Willem Kloos en de Tachtigers. Na een meningsverschil met Kloos richtte hij met Lodewijk van Deyssel in het midden van de jaren 1890 het "Tweemaandelijksch Tijdschrift voor letteren, kunst, wetenschap en politiek" op. In de beginmaanden van 1899 zoekt Verwey contact met Gezelle. Die stuurt hem "Groeninge’ns Grootheid of de slag van de Guldene Spooren" voor zijn tijdschrift (mei 1899). De verdere evolutie van Verwey met zijn tijdschrift "De Beweging" heeft Gezelle niet meer meegemaakt. Van 1924 tot 1935 was Verwey hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Leiden.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent
NaamVermeylen, August
Datums° Brussel, 12/05/1872 - ✝ Ukkel, 10/01/1945
GeslachtMannelijk
Beroeppoliticus; kunsthistoricus; letterkundige; hoogleraar; schrijver
BioVermeylen studeerde aan de universiteiten van Brussel, Berlijn en Wenen. Hij promoveerde op "Leven en werken van Jonker Jan van der Noot" (1899). Hij werd hoogleraar te Brussel en te Gent in de kunstgeschiedenis, Nederlandse letterkunde en wereldliteratuur. Als universele geest wilde Vermeylen het Vlaamse cultuurleven uit het provincialisme opheffen tot een Europees peil. Naast zijn medewerking aan talrijke periodieken was hij medeoprichter en leider van nieuwe tijdschriften waarmee hij een vernieuwende invloed kon uitoefenen: "Jong Vlaanderen" (1889-1900), "Ons Tooneel" (1890-1891), "Van Nu en Straks" (1893-1901), "Vlaanderen" (1903-1907) en "Vandaag" (1929-1930). Met zijn bijdragen aan het tijdschrift "Van Nu en Straks" groeide hij uit tot de intellectuele leider van zijn generatie. Hij bracht de Vlaamse literatuur op een hoger peil met zijn wijsgerig beschouwende essays, geschreven in een pregnante, plastische en zuivere taal. Hij maakte vooral ophef met de essays "Kritiek der Vlaamsche beweging" (1896), waarmee hij in de Vlaamse beweging het accent verlegde van romantiek en nationalisme naar geestelijk realisme en wereldburgerschap. In "De Vlaamsche letteren van Gezelle tot heden" wordt vooral de betekenis van "Van Nu en Straks" en van Gezelle belicht.
Links[wikipedia], [dbnl]
BronnenG.J. van Bork en P.J. Verkruijsse, De Nederlandse en Vlaamse auteurs, 1985, p.589 e.v.

Naam - plaats

NaamBrussel
GemeenteBrussel
NaamKortrijk
GemeenteKortrijk
NaamUkkel
GemeenteUkkel

Indextermen

Briefontvanger

Gezelle, Guido

Briefschrijver

Verwey, Albert

Correspondenten

Gezelle, Guido
Verwey, Albert

Naam - persoon

Gezelle, Guido
Verwey, Albert
Vermeylen, August

Naam - plaats

Brussel
Kortrijk
Ukkel

Plaats van verzending

Ukkel
Titel[27/04/1899], [Ukkel], Albert Verwey aan Guido Gezelle
EditeurStefaan Maes; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderVerwey, Albert
OntvangerGezelle, Guido
Verzendingsdatum[27/04/1899]
VerzendingsplaatsUkkel (Ukkel)
AnnotatieDatum en plaats gereconstrueerd op basis van de poststempel.
Fysieke bijzonderheden
Drager 89x140
grijs
papiersoort: recto met adres; verso horizontaal beschreven, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden op adreszijde: gedrukte postzegel, afgestempeld
Toevoegingen op verso rechts in de bovenrand: 27/4 1899 (inkt, hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief7124
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|13463
Inhoud
IncipitDaar ik vier dagen (tot
Tekstsoortbriefkaart
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.