<Resultaat 1707 van 2647

>

p1
Mijn geëerde heer en meester

Vrienden en maten van E. H. Demonie zaliger[1] hebben nen plechtigen dienst gevraagd voor den dierbaren afgestorvenen.

Die dienst - met lijkrede van Mr paster Verriest van Wakken – is gesteld op donderdag achter Beloken-Paschen[2] 17sten van April en wordt gedaan in St Michielskerke tot Rousselare, ‘s nuchtends ten negenen.

Ten twaalven is er eene rouwmaaltijd in den “Hazelt”.[3]

Ik ben gelast Uedele uit te noodigen en tot den dienst en tot de maaltijd.

Wij hopen dat gij ons vriendelijk verzoek zult toestaan en die laatste hulde aan onzen te vroeg gestorvenen vriend en vlamingp2zult toebrengen.

Ik biede u mijnen genegenen en eerbiedigen groet
DrAlfDepla
Ruddervoorde den 1 van April 1890

Noten

[1] Emile Demonie is gestorven op 3 januari 1890 te Brugge. Guido Gezelle schreef toen voor hem het gedicht ‘Wij bouwden op uw leven een getemmer’.
[2] Dit is de eerste zondag na Pasen. 'Beloken' is het voltooid deelwoord van het werkwoord '(be)luiken', Middelnederlands voor (af)sluiten. Beloken Pasen is de ‘sluitdag’ van de Paasoctaaf, de achtdaagse feestperiode die begint op Paaszondag.
[3] Gasthof den Hazelt, is vandaag bouwkundig erfgoed, gelegen aan Diksmuidsesteenweg 53 te Roeselare, en is genoemd naar de heerlijkheid ‘Den Hazelt’ uit de 17de eeuw.
blasphemie, Godslaster , (m.) volksw. Loq. Taalkundige notitie van Guido Gezelle en Jan Craeynest in functie van het bastaardwoordenboek. Zie: G. Gezelle, Zantekoorn. Godslaster. In: Loquela: 9 (Kerstmaand 1889) 8, p.57: “Godslaster, den. = Met een nieuwer w. Godslasteringe, met een schuimw. blasphemie. - Hij heeft drie Godslasters geworpen eer hij ter plekke dood viel. Geh. Kortrijk.” geplombeerde (diplomeerde) peerdensmed ‘Plomberen’ vervangt het oude woord ‘looien’ wat betekent ‘met een loodtang een merk in ‘t lood knippen of het verzegelen van een partij lakens of hopbloemen voor de verkoop’. Vandaar de Vlaamse uitdrukking: ’ne geplombeerde (voor een gediplomeerde of gekeurde) peerdesmid’. (Zie: G. Gezelle, Zantekoorn. Looien. In: Loquela :12 (Lentemaand 1894) 11, p.85).schoolmeesterSurmont ‘Plomberen’ vervangt het oude woord ‘looien’ wat betekent ‘met een loodtang een merk in ‘t lood knippen of het verzegelen van een partij lakens of hopbloemen voor de verkoop’. Vandaar de Vlaamse uitdrukking: ’ne geplombeerde (voor een gediplomeerde of gekeurde) peerdesmid’. (Zie: G. Gezelle, Zantekoorn. Looien. In: Loquela :12 (Lentemaand 1894) 11, p.85).

Register

Correspondenten - personen

NaamDepla, Alfons
Datums° Ruddervoorde, 16/06/1860 - ✝ 's- Gravenhage, 14/10/1924
GeslachtMannelijk
Beroeparts; provincieraadslid; redacteur; auteur
VerblijfplaatsNederland
BioAlfons Depla werd geboren te Ruddervoorde 16 juni 1860. Hij liep school in het Sint-Jozefscollege te Tielt en was er actief in de flamingantische lettergilde. In 1878 begon hij zijn studies geneeskunde aan de Katholieke Universiteit Leuven. Hij promoveerde er in 1884 tot doctor in de geneeskunde. Als student richtte hij in 1879 een toneelgroep, de Leuvense Spelersgilde, op. Hij was betrokken bij de oprichting van de Westvlaamse Club, was lid van 'Met Tijd en Vlijt' en van het Davidsfonds. Hij was betrokken bij de stichting van tijdschriften zoals Kwaepenninck, De Tassche (1881) en Onze Vlaamsche Wekker (1882). Verder was hij ook actief bij de almanak 't Manneke uit de Mane. Hij was lid van 'De Swighende Eede', het geheime genootschap rond Hugo Verriest en eerst redactielid en later uitgever (1898-1907) van De Vlaamsche Vlagge. Hij was medeoprichter en penningmeester van het 'West-Vlaams Oud-Hoogstudentenverbond '(1886) en schreef als auteur in Dietsche Warande en Belfort en De Nieuwe Tijd. Hij was één van de stichters van het tijdschrift Biekorf, waarvoor hij ook artikels schreef. Op professioneel vlak vestigde hij zich als arts te Kortrijk. Samen met chirurg Emiel Lauwers stichtte hij in 1888 de Sint-Antoniuskliniek, een privéinstelling met lekenzusters. In 1891 huwde Alfons met Helena Maria Dutoit uit Wevelgem. Zij stierf in het kraambed bij de geboorte van hun vierde kind op 3 juni 1896. Het meisje werd naar haar moeder Maria Helena genoemd. Het echtpaar woonde toen in de Doornijkstraat (Doornikstraat) te Kortrijk. Depla was sociaal geëngageerd en stichtte in Kortrijk samen met zijn vriend Edouard De Gryse de Kortrijkse Gilde der Ambachten, de basis van de christelijke arbeidersbeweging. Als politicus zetelde hij in de provincieraad voor de arbeidersvleugel van de katholieke partij (1894-1900). Voor zijn activiteiten tijdens de Eerste Wereldoorlog werd hij na de oorlog bij verstek ter dood veroordeeld. Hij was ondertussen naar Nederland gevlucht. Depla overleed te 's-Gravenhage op 14 oktober 1924.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellemedestichter van Biekorf
Bronnen https://nevb.be/index.php?title=Depla,_Alfons&mobileaction=toggle_view_desktop
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamDepla, Alfons
Datums° Ruddervoorde, 16/06/1860 - ✝ 's- Gravenhage, 14/10/1924
GeslachtMannelijk
Beroeparts; provincieraadslid; redacteur; auteur
VerblijfplaatsNederland
BioAlfons Depla werd geboren te Ruddervoorde 16 juni 1860. Hij liep school in het Sint-Jozefscollege te Tielt en was er actief in de flamingantische lettergilde. In 1878 begon hij zijn studies geneeskunde aan de Katholieke Universiteit Leuven. Hij promoveerde er in 1884 tot doctor in de geneeskunde. Als student richtte hij in 1879 een toneelgroep, de Leuvense Spelersgilde, op. Hij was betrokken bij de oprichting van de Westvlaamse Club, was lid van 'Met Tijd en Vlijt' en van het Davidsfonds. Hij was betrokken bij de stichting van tijdschriften zoals Kwaepenninck, De Tassche (1881) en Onze Vlaamsche Wekker (1882). Verder was hij ook actief bij de almanak 't Manneke uit de Mane. Hij was lid van 'De Swighende Eede', het geheime genootschap rond Hugo Verriest en eerst redactielid en later uitgever (1898-1907) van De Vlaamsche Vlagge. Hij was medeoprichter en penningmeester van het 'West-Vlaams Oud-Hoogstudentenverbond '(1886) en schreef als auteur in Dietsche Warande en Belfort en De Nieuwe Tijd. Hij was één van de stichters van het tijdschrift Biekorf, waarvoor hij ook artikels schreef. Op professioneel vlak vestigde hij zich als arts te Kortrijk. Samen met chirurg Emiel Lauwers stichtte hij in 1888 de Sint-Antoniuskliniek, een privéinstelling met lekenzusters. In 1891 huwde Alfons met Helena Maria Dutoit uit Wevelgem. Zij stierf in het kraambed bij de geboorte van hun vierde kind op 3 juni 1896. Het meisje werd naar haar moeder Maria Helena genoemd. Het echtpaar woonde toen in de Doornijkstraat (Doornikstraat) te Kortrijk. Depla was sociaal geëngageerd en stichtte in Kortrijk samen met zijn vriend Edouard De Gryse de Kortrijkse Gilde der Ambachten, de basis van de christelijke arbeidersbeweging. Als politicus zetelde hij in de provincieraad voor de arbeidersvleugel van de katholieke partij (1894-1900). Voor zijn activiteiten tijdens de Eerste Wereldoorlog werd hij na de oorlog bij verstek ter dood veroordeeld. Hij was ondertussen naar Nederland gevlucht. Depla overleed te 's-Gravenhage op 14 oktober 1924.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellemedestichter van Biekorf
Bronnen https://nevb.be/index.php?title=Depla,_Alfons&mobileaction=toggle_view_desktop

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamRuddervoorde
GemeenteOostkamp

Naam - persoon

NaamDemonie, Emiel; skald; Wilfried; Logicus; De Monie
Datums° Roeselare, 28/07/1846 - ✝ Brugge, 03/01/1890
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; hoofdredacteur; auteur
BioEmiel Demonie, zoon van Desiderius Demonie, koopman, en Justina Verhaeghe, was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare en hij werd er op 1 oktober 1869 zelf ook leraar. Hij was er lid van Gezelles confraternity. Hij was de neef van Polydoor Demonie. Zijn priesterwijding ontving hij te Brugge op 7 november 1869. In 1874-1875 was hij poësistitularis van Albrecht Rodenbach in de Groote Stooringe. De studenten van Demonie weigerden tijdens een feest van de superior een Frans lied te zingen. Mede hierdoor werd hij ontslagen. Rodenbach schreef voor hem het gedicht De Meester. In Brugge werd hij onderpastoor van de Sint-Gilliskerk (22/08/1879) en godsdienstleraar aan de rijksnormaalschool voor meisjes (29/12/1884). Hij schreef artikels voor Loquela en was één van de medestichters van het tijdschrift Biekorf. In opvolging van Amaat Vyncke was hij een tijdje hoofdredacteur van De Vlaamsche Vlagge en hij schreef er artikels onder de schuilnamen Skald, Logicus en Wilfried. Hij was ook medewerker van de Almanak voor de leerende jeugd van Vlaanderen (1875-1876). Gezelle droeg het gedicht Ach, hoe dikmaals was 't mijn lot niet aan hem op. Bij zijn overlijden in 1890 schreef Gezelle het gedicht Wij bouwden op uw leven een getemmer.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezelleoud-leerling kleinseminarie; zanter (WDT); medestichter van Biekorf; medewerker Loquela; correspondent; gelegenheidsgedicht
Bronnen https://nevb.be/wiki/Demonie,_Emiel
NaamDepla, Alfons
Datums° Ruddervoorde, 16/06/1860 - ✝ 's- Gravenhage, 14/10/1924
GeslachtMannelijk
Beroeparts; provincieraadslid; redacteur; auteur
VerblijfplaatsNederland
BioAlfons Depla werd geboren te Ruddervoorde 16 juni 1860. Hij liep school in het Sint-Jozefscollege te Tielt en was er actief in de flamingantische lettergilde. In 1878 begon hij zijn studies geneeskunde aan de Katholieke Universiteit Leuven. Hij promoveerde er in 1884 tot doctor in de geneeskunde. Als student richtte hij in 1879 een toneelgroep, de Leuvense Spelersgilde, op. Hij was betrokken bij de oprichting van de Westvlaamse Club, was lid van 'Met Tijd en Vlijt' en van het Davidsfonds. Hij was betrokken bij de stichting van tijdschriften zoals Kwaepenninck, De Tassche (1881) en Onze Vlaamsche Wekker (1882). Verder was hij ook actief bij de almanak 't Manneke uit de Mane. Hij was lid van 'De Swighende Eede', het geheime genootschap rond Hugo Verriest en eerst redactielid en later uitgever (1898-1907) van De Vlaamsche Vlagge. Hij was medeoprichter en penningmeester van het 'West-Vlaams Oud-Hoogstudentenverbond '(1886) en schreef als auteur in Dietsche Warande en Belfort en De Nieuwe Tijd. Hij was één van de stichters van het tijdschrift Biekorf, waarvoor hij ook artikels schreef. Op professioneel vlak vestigde hij zich als arts te Kortrijk. Samen met chirurg Emiel Lauwers stichtte hij in 1888 de Sint-Antoniuskliniek, een privéinstelling met lekenzusters. In 1891 huwde Alfons met Helena Maria Dutoit uit Wevelgem. Zij stierf in het kraambed bij de geboorte van hun vierde kind op 3 juni 1896. Het meisje werd naar haar moeder Maria Helena genoemd. Het echtpaar woonde toen in de Doornijkstraat (Doornikstraat) te Kortrijk. Depla was sociaal geëngageerd en stichtte in Kortrijk samen met zijn vriend Edouard De Gryse de Kortrijkse Gilde der Ambachten, de basis van de christelijke arbeidersbeweging. Als politicus zetelde hij in de provincieraad voor de arbeidersvleugel van de katholieke partij (1894-1900). Voor zijn activiteiten tijdens de Eerste Wereldoorlog werd hij na de oorlog bij verstek ter dood veroordeeld. Hij was ondertussen naar Nederland gevlucht. Depla overleed te 's-Gravenhage op 14 oktober 1924.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellemedestichter van Biekorf
Bronnen https://nevb.be/index.php?title=Depla,_Alfons&mobileaction=toggle_view_desktop
NaamSurmont, Carolus Ludovicus
Datums° Zevekote, 16/02/1835 - ✝ Zevekote, 09/01/1905
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; proost
BioCarolus Surmont was de zoon van Philippus-Josephus, winkelier, en Anna-Theresia van Dorpe. Hij werd in 1859 leraar aan het college van Veurne en ontving zijn priesterwijding op 17 december 1859. Vervolgens werd hij onderpastoor op 16 januari 1860 te Slijpe en op 24 januari 1866 te Beernem. Op 12 juli 1880 ging hij aan de slag als proost van de O.L.Vrouwekerk te Klijtte. In 1887 was hij er ziekelijk en depressief en nam er ontslag in juni 1887. Hij verbleef verder te Kortemark en te Zevekote.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter (WDT)
NaamVerriest, Hugo
Datums° Deerlijk, 25/11/1840 - ✝ Ingooigem, 27/10/1922
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; auteur; leraar; directeur kloostergemeenschap; schooldirecteur; pastoor
BioHugo Verriest was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare (1854-1859). Hij kreeg er gedurende negen maanden les van Gezelle. Hij volgde filosofie in 1860 en zijn priesterwijding volgde op 17/12/1864. Hij werd leraar aan het Sint-Lodewijkscollege (09/06/1864) en aan het kleinseminarie te Roeselare (19/09/1867). Hij onderwees zijn leerlingen in de geest van Gezelle. Hij figureerde als spilfiguur binnen de Blauwvoeterij, dit ook als redacteur van het studententijdschrift De Vlaamsche Vlagge, het medium van de Blauwvoeterij. Vervolgens was hij directeur van de Zusters van Liefde in Heule (25/08/1877) en superior van het college te leper (13/06/1878). Hij was pastoor te Wakken (19/09/1888) en Ingooigem (19/06/1895). In 1906 werd hij lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal-en Letterkunde. Hij was een spilfiguur in de Vlaamse Beweging en een zeer vurig spreker. Als auteur schreef hij romantisch-impressionistische gedichten, talrijke artikels en biografieën o.m. van Guido Gezelle, Stijn Streuvels en Albrecht Rodenbach.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellezanter (WDT); correspondent; medestichter van Biekorf; oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III

Naam - plaats

NaamRoeselare
GemeenteRoeselare
NaamRuddervoorde
GemeenteOostkamp
NaamWakken
GemeenteDentergem

Titel - gedicht van Guido Gezelle

TitelWij bouwden op uw leven een getemmer
PublicatieZielgedichtjes (Verzameld dichtwerk, deel I), p. 426

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelLoquela
Links[gezelle.be]

Indextermen

Briefontvanger

Gezelle, Guido

Briefschrijver

Depla, Alfons

Correspondenten - personen

Depla, Alfons
Gezelle, Guido

Naam - persoon

Demonie, Emiel
Depla, Alfons
Surmont, Carolus Ludovicus
Verriest, Hugo

Naam - plaats

Roeselare
Ruddervoorde
Wakken

Plaats van verzending

Ruddervoorde

Titel - gedicht van Guido Gezelle

Wij bouwden op uw leven een getemmer

Titel - werk van Guido Gezelle

Loquela

Titel01/04/1890, Ruddervoorde, Alfons Depla aan [Guido Gezelle]
EditeurMiet Hubrechts
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2025
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenMiet Hubrechts, Depla Alfons aan Gezelle Guido, Ruddervoorde (Oostkamp), 01/04/1890. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2025 Available from World Wide Web: link .
VerzenderDepla, Alfons
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum01/04/1890
VerzendingsplaatsRuddervoorde (Oostkamp)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Fysieke bijzonderheden
Drager 2 enkele vellen, enkel vel 1: 105 mm x 134 mm; enkel vel 2: 103 mm x 133 mm
papier, wit, gelijnd
papiersoort: 3 zijden beschreven, inkt
Staat volledig: brief verknipt tot twee taalkundige fiches en gereconstrueerd
Toevoegingen op zijde 2 in de zijrand: taalkundige notities: geplombeerde (diplomeerde) // peerdensmed // schoolmeester // Surmont (inkt, verticaal, hand G.G.); op blanco zijde 4 links: taalkundige notities: blasphemie, Godslaster, (m.) volksw. // Loq. vloek. Godslasteringe (inkt, verticaal, hand G.G. en Jan Craeynest)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief7982 + 3322, B fiche 108
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|13583
Inhoud
IncipitVrienden en maten van E. H. Demonie
Samenvatting nodigt Gezelle uit voor dienst en maaltijd voor zaliger E.H. Demonie in Roeselare op 17/04/1890
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.