A. De Quidt
Vicaire
Als ‘t u belieft een woorde antwoord, over t’ geen ik u laatsmaal gevraagd heb.
| < | Resultaat 2645 van 2680 | > |
|---|
A. De Quidt
Vicaire
Als ‘t u belieft een woorde antwoord, over t’ geen ik u laatsmaal gevraagd heb.
| Naam | De Quidt, Amand; Dequidt, Amand |
|---|---|
| Datums | ° Poperinge, 16/05/1861 - ✝ Poperinge, 17/11/1936 |
| Geslacht | Mannelijk |
| Beroep | priester; geestelijk directeur; onderpastoor; pastoor |
| Verblijfplaats | Verenigde Staten |
| Bio | Amand(us) Cornelius De Quidt was de zoon van Joannes De Quidt, werkman, en Fidelia Duponcheau. Hij werd op 4 juni 1887 tot priester gewijd in Brugge. Zijn loopbaan begon als onderpastoor in Schuiferskapelle (van 20 april 1888 tot 20 november 1890), gevolgd door Esen (20 november 1890 tot 20 september 1893) en Kortrijk (20 september 1893 tot 27 februari 1901), waar hij verbonden was aan de O.L.Vrouwekerk. Daar moet hij Guido Gezelle hebben gekend. Op 27 februari 1901 nam hij ontslag om naar de Verenigde Staten te vertrekken, waar hij zich in Danvers vestigde. Vanwege gezondheidsproblemen keerde hij echter terug naar België. In oktober 1914 werd hij benoemd tot directeur van de zusters Paulinen, een functie die hij tot oktober 1932 bekleedde, waarna hij ontslag nam. Hij overleed in 1936 in zijn geboortestad Poperinge. |
| Links | [odis] |
| Relatie tot Gezelle | correspondent |
| Naam | Gezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori |
|---|---|
| Datums | ° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899 |
| Geslacht | Mannelijk |
| Beroep | priester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist |
| Bio | Guido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd. |
| Links | [odis], [wikipedia], [dbnl] |
| Naam | De Quidt, Amand; Dequidt, Amand |
|---|---|
| Datums | ° Poperinge, 16/05/1861 - ✝ Poperinge, 17/11/1936 |
| Geslacht | Mannelijk |
| Beroep | priester; geestelijk directeur; onderpastoor; pastoor |
| Verblijfplaats | Verenigde Staten |
| Bio | Amand(us) Cornelius De Quidt was de zoon van Joannes De Quidt, werkman, en Fidelia Duponcheau. Hij werd op 4 juni 1887 tot priester gewijd in Brugge. Zijn loopbaan begon als onderpastoor in Schuiferskapelle (van 20 april 1888 tot 20 november 1890), gevolgd door Esen (20 november 1890 tot 20 september 1893) en Kortrijk (20 september 1893 tot 27 februari 1901), waar hij verbonden was aan de O.L.Vrouwekerk. Daar moet hij Guido Gezelle hebben gekend. Op 27 februari 1901 nam hij ontslag om naar de Verenigde Staten te vertrekken, waar hij zich in Danvers vestigde. Vanwege gezondheidsproblemen keerde hij echter terug naar België. In oktober 1914 werd hij benoemd tot directeur van de zusters Paulinen, een functie die hij tot oktober 1932 bekleedde, waarna hij ontslag nam. Hij overleed in 1936 in zijn geboortestad Poperinge. |
| Links | [odis] |
| Relatie tot Gezelle | correspondent |
| Naam | Gezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori |
|---|---|
| Datums | ° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899 |
| Geslacht | Mannelijk |
| Beroep | priester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist |
| Bio | Guido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd. |
| Links | [odis], [wikipedia], [dbnl] |
| Naam | De Quidt, Amand; Dequidt, Amand |
|---|---|
| Datums | ° Poperinge, 16/05/1861 - ✝ Poperinge, 17/11/1936 |
| Geslacht | Mannelijk |
| Beroep | priester; geestelijk directeur; onderpastoor; pastoor |
| Verblijfplaats | Verenigde Staten |
| Bio | Amand(us) Cornelius De Quidt was de zoon van Joannes De Quidt, werkman, en Fidelia Duponcheau. Hij werd op 4 juni 1887 tot priester gewijd in Brugge. Zijn loopbaan begon als onderpastoor in Schuiferskapelle (van 20 april 1888 tot 20 november 1890), gevolgd door Esen (20 november 1890 tot 20 september 1893) en Kortrijk (20 september 1893 tot 27 februari 1901), waar hij verbonden was aan de O.L.Vrouwekerk. Daar moet hij Guido Gezelle hebben gekend. Op 27 februari 1901 nam hij ontslag om naar de Verenigde Staten te vertrekken, waar hij zich in Danvers vestigde. Vanwege gezondheidsproblemen keerde hij echter terug naar België. In oktober 1914 werd hij benoemd tot directeur van de zusters Paulinen, een functie die hij tot oktober 1932 bekleedde, waarna hij ontslag nam. Hij overleed in 1936 in zijn geboortestad Poperinge. |
| Links | [odis] |
| Relatie tot Gezelle | correspondent |