<Resultaat 1001 van 2159

>

p1
Château de Kemmel lez Ypres.[1]

Monsieur le Chanoine:

L'année dernière vous avez eu la bonté de nous faire une très courte visite,[2] mais avec promesse de répéter cette excursion avec plus de temps l'année suivante, c'est donc en vertu de cette promesse, que je prends la liberté de vous demander, de nous faire l'honneur, à Gustave et à moi, d'accepter à diner ici, le jour que Monseigneur l'Evêque vient faire au village la cérémonie de la confirmation,[3] laquelle suivie d'un diner, ici chez moi, le 21 juin prochain.

J'espère qu'aucun empêchement, ne viendra mettre obstacle, à l'accomplissement de votre promesse, vous pourriez à l'aise le lendemain jeter un coup d'œil sur les environs qui sont agréables en été

Dans l'espoir, de recevoir une réponse favorable, agréez, je vous
p2
prie, Monsieur, l'assurance de nos sentiments respectueux.
Marie Bruneel

Noten

[1] Op het moment dat Marie Sophie Joséphine Delva haar brieven aan Guido Gezelle schreef, woonde ze samen met haar zoon Gustave in haar kasteel in Kemmel langs de Reningelststraat. Het ging om een 17de-eeuws kasteel dat ze in 1885 kocht en dat in 1907-1908 door Gustave grondig verbouwd werd. Het kasteel brandde in 1917 volledig af. De familie Bruneel bouwde na WOI aan de Kemmelberg (Bergstraat) een nieuw kasteel De Warande dat nog altijd bestaat.
[3] Wellicht gaat het om een Vormsel dat door bisschop Faict toegediend werd.

Register

Correspondenten

NaamDelva, Marie Sophie Joséphine
Datums° Kortrijk, 08/11/1840 - ✝ Ieper, 28/07/1930
GeslachtVrouwelijk
BioMarie Sophie Joséphine Delva werd geboren te Kortrijk op 8 november 1840 als dochter van Pierre François Fidèle Delva (Wervik, 30/08/1804 – Kortrijk, 02/09/1883), voorzitter van de handelsrechtbank van Kortrijk en van de Kortrijkse Kamer van Koophandel, en Sophie Josèphe Marie Catulle (Kortrijk, 02/09/1818 – Kortrijk, 29/01/1887). Ze huwde op 16 oktober 1861 met de handelaar in meststoffen en granen Louis-Marie Bruneel (Kortrijk, 09/06/1834 – Kortrijk, 18/03/1880). Bruneel was in 1873 bestuurslid van de Burgerlijke Godshuizen en van de Berg van Barmhartigheid in Kortrijk. Louis Bruneel en Marie Sophie Delva waren gefortuneerde grondeigenaars. Ze kregen twee zonen: Gustave (Kortrijk, 15/01/1863 –Kemmel, 18/10/1932) en Hubert (Kortrijk, 01/11/1866 – Kortrijk, 02/09/1918). Eind 1884 kocht de weduwe Marie-Sophie Delva een kasteel in Kemmel langs de Reningelsstraat, waar ze samen met haar zoon Gustave woonde. Marie Sophie overleed te Ieper op 28 juli 1930.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent
Bronnen https://nl.geneanet.org; F. Santy, De Dames de la Misericorde. In: De Leiegouw: 43 (2001) 3-4, p.219-240; K. Baert, Kemmel voorwaarts. In: Histories van Heuvelland (2011), p.1-8
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamDelva, Marie Sophie Joséphine
Datums° Kortrijk, 08/11/1840 - ✝ Ieper, 28/07/1930
GeslachtVrouwelijk
BioMarie Sophie Joséphine Delva werd geboren te Kortrijk op 8 november 1840 als dochter van Pierre François Fidèle Delva (Wervik, 30/08/1804 – Kortrijk, 02/09/1883), voorzitter van de handelsrechtbank van Kortrijk en van de Kortrijkse Kamer van Koophandel, en Sophie Josèphe Marie Catulle (Kortrijk, 02/09/1818 – Kortrijk, 29/01/1887). Ze huwde op 16 oktober 1861 met de handelaar in meststoffen en granen Louis-Marie Bruneel (Kortrijk, 09/06/1834 – Kortrijk, 18/03/1880). Bruneel was in 1873 bestuurslid van de Burgerlijke Godshuizen en van de Berg van Barmhartigheid in Kortrijk. Louis Bruneel en Marie Sophie Delva waren gefortuneerde grondeigenaars. Ze kregen twee zonen: Gustave (Kortrijk, 15/01/1863 –Kemmel, 18/10/1932) en Hubert (Kortrijk, 01/11/1866 – Kortrijk, 02/09/1918). Eind 1884 kocht de weduwe Marie-Sophie Delva een kasteel in Kemmel langs de Reningelsstraat, waar ze samen met haar zoon Gustave woonde. Marie Sophie overleed te Ieper op 28 juli 1930.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent
Bronnen https://nl.geneanet.org; F. Santy, De Dames de la Misericorde. In: De Leiegouw: 43 (2001) 3-4, p.219-240; K. Baert, Kemmel voorwaarts. In: Histories van Heuvelland (2011), p.1-8

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamKemmel
GemeenteHeuvelland

Naam - persoon

NaamDelva, Marie Sophie Joséphine
Datums° Kortrijk, 08/11/1840 - ✝ Ieper, 28/07/1930
GeslachtVrouwelijk
BioMarie Sophie Joséphine Delva werd geboren te Kortrijk op 8 november 1840 als dochter van Pierre François Fidèle Delva (Wervik, 30/08/1804 – Kortrijk, 02/09/1883), voorzitter van de handelsrechtbank van Kortrijk en van de Kortrijkse Kamer van Koophandel, en Sophie Josèphe Marie Catulle (Kortrijk, 02/09/1818 – Kortrijk, 29/01/1887). Ze huwde op 16 oktober 1861 met de handelaar in meststoffen en granen Louis-Marie Bruneel (Kortrijk, 09/06/1834 – Kortrijk, 18/03/1880). Bruneel was in 1873 bestuurslid van de Burgerlijke Godshuizen en van de Berg van Barmhartigheid in Kortrijk. Louis Bruneel en Marie Sophie Delva waren gefortuneerde grondeigenaars. Ze kregen twee zonen: Gustave (Kortrijk, 15/01/1863 –Kemmel, 18/10/1932) en Hubert (Kortrijk, 01/11/1866 – Kortrijk, 02/09/1918). Eind 1884 kocht de weduwe Marie-Sophie Delva een kasteel in Kemmel langs de Reningelsstraat, waar ze samen met haar zoon Gustave woonde. Marie Sophie overleed te Ieper op 28 juli 1930.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent
Bronnen https://nl.geneanet.org; F. Santy, De Dames de la Misericorde. In: De Leiegouw: 43 (2001) 3-4, p.219-240; K. Baert, Kemmel voorwaarts. In: Histories van Heuvelland (2011), p.1-8
NaamFaict, Joannes Josephus
Datums° Leffînge, 22/05/1813 - ✝ Brugge, 04/01/1894
GeslachtMannelijk
Beroeppriester, professor, superior, erekanunnik, vicaris-generaal, coadjutor, bisschop
BioIn 1834 was J.J. Faict, zoon van Henri Faict, brouwer, en Marie Hellinck, laureaat van de retorica aan het kleinseminarie te Roeselare. Hij werd doctor in de theologie, wijsbegeerte en letteren. Op 09 juni 1838 werd hij te Brugge door Mgr. Boussen tot priester gewijd. Hij werd professor kerkgeschiedenis en wetenschappen (12/01/1839) en professor theologie (oktober 1840) aan het grootseminarie in Brugge. Vanaf augustus 1849 tot oktober 1856 was hij superior van het kleinseminarie te Roeselare. Hij werd erekanunnik (29/12/1853) en vicaris-generaal van Mgr. Malou op 18/10/1856. In september 1862 werd hij huisprelaat van paus Pius IX en op 25/02/1864 coadjutor van Mgr. Malou. Hij was bisschop van Brugge van 18/10/1864 tot aan zijn dood in 1894.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezelleoverste, correspondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamBruneel de la Warande, Gustave Eugène Louis Marie
Datums° Kortrijk, 16/01/1863 - ✝ Kemmel, 18/10/1932
GeslachtMannelijk
Beroeppoliticus; landeigenaar; burgemeester; provincieraadslid; senator
BioGustave Bruneel, genaamd Bruneel de la Warande de Montpellier, werd geboren in Kortrijk op 15 januari 1863 als zoon van Louis-Marie Bruneel (Kortrijk, 09/06/1834 – Kortrijk, 18/03/1880) en Marie Sophie Joséphine Delva (Kortrijk, 08/11/1840 – Ieper, 28/07/1930). Hij trouwde op 15 mei 1889 in Namen met Marie-Thérèse de Montpellier (1864-1945), dochter van de gouverneur van Namen. Op 19 december 1898 werd hij tot de adelstand verheven. In 1929 kreeg hij toelating om 'de la Warande' aan de familienaam toe te voegen. Op eigen houtje voegde hij er ook de naam van zijn echtgenote aan toe, zodat hij voortaan als familienaam gebruikte: Bruneel de la Warande de Montpellier. Hij woonde op zijn kasteel in Kemmel langs de Reningelststraat. Het ging om een 17de-eeuws kasteel dat in 1907-1908 door hem grondig verbouwd werd. Eerder was een Lourdesgrot gebouwd op het kasteeldomein. Voor de inhuldiging ervan schreef Guido Gezelle in 1892 een "Beevaartlied ter eere van O.L.V. van Lourdes te Kemmel", getiteld 'O lieflijke bergen'. Gustave bouwde ook een politieke loopbaan uit: op 25 mei 1890 werd hij verkozen tot katholiek provincieraadslid voor het kanton Mesen en bleef dit tot aan zijn ontslag op 8 juli 1914. In 1890 werd hij raadslid in Kemmel en op 16 november 1897 werd hij benoemd tot burgemeester van Kemmel. Hij bleef burgemeester tot in 1921. Op 16 november 1919 werd hij verkozen tot katholiek senator voor het arrondissement Kortrijk-Ieper, verloor het mandaat in 1921 en heroverde het op 26 mei 1929 tot aan zijn dood in Kemmel op 18 oktober 1932.
Links[odis], [wikipedia]
Bronnen https://nl.geneanet.org ; Luc Schepens, De provincieraad van West-Vlaanderen 1836/1921, Tielt, 1976, p.416-417

Naam - plaats

NaamKemmel
GemeenteHeuvelland

Titelxx/[05-06/1887], [Kemmel], [Marie Sophie Joséphine Delva] (= mevrouw Marie Bruneel) aan [Guido Gezelle]
EditeurLuna Haertjens; Marc Carlier (research); Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2024
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
Verzender[Delva, Marie Sophie Joséphine]
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatumxx/[05-06/1887]
VerzendingsplaatsKemmel (Heuvelland)
AnnotatieJaartal gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens; maand en plaats gereconstrueerd op basis van de brieftekst; adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notities.
Fysieke bijzonderheden
Drager enkel vel, 181x114
wit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden rouwpapier
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.); idem linksboven: 1892 (potlood, hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief7438
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|13806
Inhoud
IncipitL'année dernière vous avez eu
Samenvatting vormsel door bisschop Faict te Kemmel
Tekstsoortbrief
TalenFrans
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.