<TEI xmlns="http://www.tei-c.org/ns/1.0" xmlns:exist="http://exist.sourceforge.net/NS/exist">
  <teiHeader>
    <fileDesc>
      <titleStmt>
        <title>[02/03/1885], Luik, August Cuppens, Leonard Willem Jacob Lenaerts en Rykhart Van De Putte aan [Guido Gezelle]</title>
        <author>
          <persName>Cuppens, August</persName>
        </author>
        <author>
          <persName>Lenaerts, Leonard Willem Jakob</persName>
        </author>
        <author>
          <persName>Van De Putte, Rykhart</persName>
        </author>
        <editor>Miet Hubrechts</editor>
        <editor>Marc Carlier (research)</editor>
        <editor>Peter De Baets (research)</editor>
        <editor>Universiteit Antwerpen</editor>
        <principal>Els Depuydt</principal>
        <funder>
          <ref target="https://www.brugge.be/bibliotheek">Openbare Bibliotheek Brugge</ref> (Guido Gezellearchief)
        </funder>
        <funder>
          <ref target="https://ctb.kantl.be">Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie</ref> (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren)
        </funder>
        <funder>
          <ref target="https://www.uantwerpen.be/nl/onderzoeksgroep/isln/">Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN)</ref> (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen)
        </funder>
        <funder>Guido Gezellegenootschap</funder>
      </titleStmt>
      <publicationStmt>
        <publisher>Guido Gezellearchief</publisher>
        <pubPlace>Brugge</pubPlace>
        <publisher>KANTL/CTB</publisher>
        <pubPlace>Gent</pubPlace>
        <date>2026</date>
        <availability>
          <p>Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een 
            <ref target="https://creativecommons.org/licenses/by-nc/4.0/deed.nl">Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel</ref> licentie.
          </p>
        </availability>
      </publicationStmt>
      <sourceDesc>
        <msDesc>
          <msIdentifier>
            <country>België</country>
            <settlement>Brugge</settlement>
            <repository>Guido Gezellearchief</repository>
            <idno type="GGA">7473</idno>
            <idno type="GGA.record">13856</idno>
            <idno type="iiif-manifest">https://go.wander.be/iiif/bibliotheek-brugge/82e095e9efcc90e9e216f6642c5fba11acaee512/manifest</idno>
          </msIdentifier>
          <msContents>
            <msItem>
              <incipit>We zijn al dik gaan uitzien naar 't pakske</incipit>
            </msItem>
          </msContents>
          <physDesc>
            <objectDesc form="brieven">
              <supportDesc>
                <support>
                  <p>1 dubbel vel, 210 mm x 135 mm</p>
                  <p>papier, wit</p>
                  <p>papiersoort: 4 zijden beschreven, inkt</p>
                </support>
                <condition>
                  <p>volledig</p>
                </condition>
              </supportDesc>
              <layoutDesc>
                <layout>
                  <p>brief in handschrift van August Cuppens</p>
                  <p>bijlage 1 ontbreekt: het betreft een krantenartikel met een positieve bespreking van ’t Daghet in den Oosten: Een schoolmeester, ’t Daghet in den Oosten. In: De Onafhankelijke der provincie Limburg: (1 maart 1885)</p>
                  <p>bijlage 2: artikel van Lenaerts voor 't Daghet in den Oosten: Bespreking van De chronijk der landen van Overmaas en aangrenzende Gewesten (nr. Aanw. 533, map 14, 9)</p>
                </layout>
              </layoutDesc>
            </objectDesc>
          </physDesc>
        </msDesc>
      </sourceDesc>
    </fileDesc>
    <encodingDesc>
      <projectDesc>
        <p>De briefwisseling van Guido Gezelle.</p>
      </projectDesc>
      <editorialDecl>
        <p>De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.</p>
        <p>De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.</p>
        <p>Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.</p>
        <p>Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.</p>
      </editorialDecl>
      <listPrefixDef>
        <prefixDef ident="brief" matchPattern="^(gg\..+)$" replacementPattern="https://edities.kantl.be/gezelle/ed/DALF.db.$1">
          <p>Privé-URI's met het 
            <code>brief</code> prefix verwijzen naar andere brieven in de editie. De URI  
            <code>brief:gg.10184</code> verwijst bijvoorbeeld naar 
            <code>https://edities.kantl.be/gezelle/ed/DALF.db.gg.10184</code>.
          
          </p>
        </prefixDef>
        <prefixDef ident="record" matchPattern="^(\d+)$" replacementPattern="https://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.$1">
          <p>Privé-URI's met het 
            <code>record</code> prefix verwijzen naar recordnummers in de catalogus van de Openbare Bibliotheek Brugge. De URI  
            <code>record:1322</code> verwijst bijvoorbeeld naar 
            <code>https://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|1322</code>.
          
          </p>
        </prefixDef>
      </listPrefixDef>
    </encodingDesc>
    <profileDesc>
      <langUsage>
        <language ident="nl">Nederlands</language>
      </langUsage>
      <textClass>
        <keywords>
          <term>brief</term>
        </keywords>
      </textClass>
      <correspDesc>
        <correspAction type="sent">
          <persName key="persoon0414">Cuppens, August</persName>
          <persName key="persoon1181">Lenaerts, Leonard Willem Jakob</persName>
          <persName key="persoon1796">Van De Putte, Rykhart</persName>
          <date evidence="conjecture" when="1885-03-02" when-custom="1885-03-02">[02/03/1885]</date>
          <placeName key="plaats1354">Luik</placeName>
        </correspAction>
        <correspAction type="received">
          <persName key="persoon0905" evidence="conjecture">Gezelle, Guido</persName>
        </correspAction>
        <note type="remarks">datum gereconstrueerd op basis van de brieftekst: morgen gaan we naar het museum van de stad, en brief nr.7472: We gaan op 03/03/1885 naar de snuifdozen gaan kijken in het museum van de stad: de brief is geschreven op 02/03/1885 ; adressaat en plaats gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens</note>
      </correspDesc>
    </profileDesc>
    <xenoData>
      <data xmlns="https://www.brugge.be/bibliotheek/brocade">
        <iiif>
          <li type="manifest">
            <manifest>https://go.wander.be/iiif/bibliotheek-brugge/82e095e9efcc90e9e216f6642c5fba11acaee512/manifest</manifest>
          </li>
        </iiif>
        <zcatfulltexts>
          <li type="ingrp">
            <ingrp>
              <access>brugge</access>
              <in>13856</in>
              <loc>kantl</loc>
              <ty>link</ty>
            </ingrp>
            <ingrp>
              <access>brugge</access>
              <in>+ {&lt;=G.Z.J.X.&gt;[=Geloofd zij Jezus Christus]} Weleerweerde Heer en goede Meester, We zijn al dik gaan uitzien naar 't pakske woorden dat wij van u verwachtende zijn, om de tweede korenzang81 veerdig te krijgen; maar nog niets gezien. Gij hebt zeker te veel ander werk. 't Was anders goed, dunkt mij, kosten wij den tweeden n° redelik gauw op den eersten doen volgen, want den eerste en heeft niet aangestaan aan veel jonge bazen, omdat hij hun te geleerd en te droog was, zeiden ze. Als wij nu in den tweeden: 1° Woordenzange 2° darren 3° Limburgsch Wangeloof 4° Ons boek- en boekstafwezen I zetten, dan zal er wat meer verscheidenheid in 't Daghet zijn en ze zullen het aangenamer vinden. Tot Mechelen in 't groot en in 't klein Seminarie zijn er een heelen hoop gereed om in te schrijven als zij der eens wat meer van gezien hebben. Met den derden kunnen wij dan wat langer wachten, om laten te voelen dat wij niet beloofd hebben altijd getrouw ieder maand af te komen. Hierbij een artikelken, uit de Onafhankelijke van Hasselt, van eenen schoolmeester geschreven, over 't eerste Daghet.84 De drukker klaagt al dat er op den kladpr{&lt;-e&gt;&lt;+i&gt;}nte van den eerste n° te veel veranderingen gedaan woorden en dat hij er drij keeren zoveel werk meê gehad heeft als hij gewend is, en hij beschuldigt ons dat wij Luutgarde en Lutgaarde, Michel en Miechel hebben laten drukken, maar de man vergeet te zeggen dat hij de omslag zoo maar afgelapt heeft zonder ons nog een kladprent te schikken na de eerste. Anders en had er al dien rimram immers niet opgestaan. Toekomende keer zullen wij zóó de omslag maar doen drukken, nietwaar? 't Daghet in den Oosten Prijs ...... bij Michiel Ceysens etc - en dan achteraan op den {&lt;k[x]&gt;&lt;+vi&gt;}erde zijde de berichten die er nu op stonden. Maar van maanden en letterkunde etc. en spreken wij niet meer. Ik heb van onzen goeden Heer Prof. Daris twee boeken85 te lezen gekregen waar in den eenen 3 Chronijkjes van St-Agnetenklooster van Maeseyck86 in staan, en in den andere de Kronijk van de landen van Overmaas. Koob heeft de Kronijk voor hem gepakt en ik heb de 3 Chronykskes van Maeseyck gelezen. 't Is heel schoon oud Limburgsch maar de {&lt;=Kr.&gt;[=Kroniek]} van Overmaas is nog veel schoonder. Hierbij wat ik er uit opgeschreven heb, en een artikelken der over met een uittrek, die misschien te lang is? Koob heeft &lt;-er&gt; al vier honderd woorden en wendingen uit de zijne op papierlingske{&lt;-n&gt;&lt;+s&gt;} geschreven en is ook van zin er een artikel {&lt;-v&gt;&lt;+o&gt;}ver te maken voor Boek- en boekstafwezen, maar hij is nog kreeg op de helft van zijne Kronijk die bij de 300 bldz. 8° in heeft. Moet hij voortgaan met opschrijven, of hebt gij den boek ook? Wij denken van neen, want anders hadt gij er zeker al over geschreven, zoo merkweerdig is hij. Ik zou u geeren de twee boeken laten zien maar ik &lt;-en&gt; dar het maar slecht vragen aan Mr Daris van ze u op te sturen, omdat hij zoo bang is dat wij zijn boeken zouden verloren &lt;-geraken&gt; doen. Maar toch, als gij ze geeren &lt;-hadt&gt; hebt zullen wij er wel trachten aan te geraken. Morgen gaan wij naar den Muæum van stad om eenige oude rijmen af te schrijven van ouderwetsche snuifdoozen. Kunt gij geen runen lezen of weet gij niemand die het kan? Daar staat hier nen oude pot waar twee lange reeken van zulk geschrift op gesneden staan. Dat ware iets schoons, misschien, voor 't Daghet! Als 't u te lastig zou vallen die kladprenten blijven te verbeteren, gij kunt u van 't werk afmaken: E.H. Daniëls zou er hem wel meê {&lt;-b&gt;&lt;+g&gt;}elasten. Hij kost dat goed, daar hij alle weken bij Ceysens komt en tijd genoeg heeft. Meugen wij uwe werken ook aankondigen, op een achterkant van 't Daghet? Wij zouden zoo geeren hebben dat ze in Limburg gelezen worden wi in Vlanderen! Maar ons volk en weet daar och arme! nog niets af. Zij meenen nog altijd dat er achter Ledeganck niet meer gedicht geweest is of niet meer gedicht kan worden in ons land. En de landliederen van K. de Gheldere enz? Dat maakt immers onze zaak {&lt;-van&gt;&lt;+en&gt;} onze mannen bekend en vereerd, en daar is plaats genoeg over. Een professor, die Reinaard de Vos zou willen uitleggen in zijne school, vraagt mij welke de beste uitgaaf van 't oud epos is en waar ze {&lt;-k&gt;&lt;+z&gt;}ou te krijgen zijn? Weet gij dat niet te berichten? Hij ware er zeer dankbaar voor. 't Is E.H. Segers, een van ons gulleken, die nu te Hasselt in 't Sint-Jozefs{&lt;-C&gt;&lt;+c&gt;}ollege vlaamsche les moet geven. Met laetare-zondag92 hebben wij een vlaamsch feest ter eere van St-Franciscus de Sales. Wij gaan den koor: Onendig wezen, God van G. Gezelle-Mervillie zingen, met nog een van de 12 liederen erbij. Dat is muziek! niet waar? Arthur is verleên week hier geweest, hij maakt het bezonder goed en komt er heel mannelik en deftig uit. Wij vreesden nochtans dat hij niet zou kunnen aarden onder dat Walevolk van Verviers, maar hij heeft zijn zuster bij hem en een West-Vlaming die ook kapelaan is in de stad, en hij kalde weêr heel West-Vlaamsch, zoodat zijn taal hem nog altijd, diep in 't herte, dierbaar spreken blijft. Hij hoopt toch dat hij zeker in Limburg zal komen als hij een jaar of drij te Verviers gestaan zal hebben met eere en vrucht. 't Is immers een beloning voor een goede vlaamsche werker die in 't Waleland gestoken geweest is, dat hij pastoor werdt in zijn eigen land. Nog iets voor Boek- en boekstafwezen. — “Dat ierste boec{&lt;-l&gt;&lt;+k&gt;} vanden nieuwe duytsche liedekens met III. IIII. V. VI en VIII partyen. van excellente Musiciens nu corts in musijcke ghestelt, bequaem om te singhen, ende op instrumenten te spelen.93 Tenor. Des deux côtés de la vignette se trouve cette devise: David cum cantoribus citha-ram percutiebat. Met Previlegie van beyde onze genaedighe Heeren gedruckt tot Maestricht by my Jacob Baethen MDLIIII in de maent van Noveber, voor hem ende Hendrick Peymans; boeckvercooper.” In 4°95 oblong de 26 feuilles. Le verso de la 1re feuille est resté en blanc, sur le recto de la seconde se trouve une lettre de l'imprimeur, qui commence par ces mots: “aan eerweerdighen ende Edelen heer h. Inghielhert Hengelstede, proost tot Wassenborch, Canoninck tot sint Servaes te Maestricht etc.” “Jacob Baethen, saluyt” (Publications etc. 262) 't Is prof. M. C.P. Serrure die den boek gevonden heeft. Mag hij hem heruitgegeven hebben of zou er niet achter te komen zijn? Wees nu van herte gegroet van ons allen, en Godebevolen! Uwe dankbare Limburgers; Koob, Gust, en Rijkhart</in>
              <loc>text</loc>
              <ty>transcription</ty>
            </ingrp>
          </li>
        </zcatfulltexts>
        <zhrcondition>
          <li type="condnotegroup">
            <condnotegroup>
              <condnote>volledig</condnote>
              <condnotety>ggacond</condnotety>
            </condnotegroup>
          </li>
        </zhrcondition>
        <zhrdimensions>
          <li type="dmsgroup">
            <dmsgroup>
              <dms>1</dms>
              <dmspart>*</dmspart>
              <dmsunit>dsheet</dmsunit>
            </dmsgroup>
            <dmsgroup>
              <dms>210</dms>
              <dmspart>geheel</dmspart>
              <dmsty>hi</dmsty>
              <dmsunit>mm</dmsunit>
            </dmsgroup>
            <dmsgroup>
              <dms>135</dms>
              <dmspart>geheel</dmspart>
              <dmsty>wi</dmsty>
              <dmsunit>mm</dmsunit>
            </dmsgroup>
          </li>
          <li type="dmsnotegroup">
            <dmsnotegroup>
              <dmsnote>4 zijden beschreven</dmsnote>
              <dmsnotety>ggapage</dmsnotety>
            </dmsnotegroup>
          </li>
          <xdmscmmm>210 mm x 135 mm</xdmscmmm>
          <xdmsheet>1 dubbel vel</xdmsheet>
        </zhrdimensions>
        <zhrdocuments>
          <li type="document">
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_7473_01r.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 1</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_7473_01v.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 2</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_7473_02r.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 3</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_7473_02v.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 4</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_7473r.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 1 en 4</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_7473v.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 2 en 3</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
          </li>
        </zhrdocuments>
        <zhridentity>
          <li type="altnrgroup">
            <altnrgroup>
              <altnr>GGA, Corr. II [38,103] ; CGS, 390/4A</altnr>
              <altnrty>ggasignant</altnrty>
            </altnrgroup>
          </li>
          <li type="classificationterm">
            <classificationterm>a::aat.10278:1.2</classificationterm>
          </li>
          <li type="idennotegroup">
            <idennotegroup>
              <idennote>brief in handschrift van August Cuppens</idennote>
              <idennote_ggaspec>brief in handschrift van August Cuppens</idennote_ggaspec>
              <idennotety>ggaspec</idennotety>
            </idennotegroup>
            <idennotegroup>
              <idennote>datum gereconstrueerd op basis van de brieftekst: morgen gaan we naar het museum van de stad, en brief nr.7472: We gaan op 03/03/1885 naar de snuifdozen gaan kijken in het museum van de stad: de brief is geschreven op 02/03/1885 ; adressaat en plaats gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens</idennote>
              <idennote_ggagen>datum gereconstrueerd op basis van de brieftekst: morgen gaan we naar het museum van de stad, en brief nr.7472: We gaan op 03/03/1885 naar de snuifdozen gaan kijken in het museum van de stad: de brief is geschreven op 02/03/1885 ; adressaat en plaats gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens</idennote_ggagen>
              <idennotety>ggagen</idennotety>
            </idennotegroup>
            <idennotegroup>
              <idennote>bijlage 1 ontbreekt: het betreft een krantenartikel met een positieve bespreking van ’t Daghet in den Oosten: Een schoolmeester, ’t Daghet in den Oosten. In: De Onafhankelijke der provincie Limburg: (1 maart 1885); bijlage 2: artikel van Lenaerts voor 't Daghet in den Oosten: Bespreking van De chronijk der landen van Overmaas en aangrenzende Gewesten (nr. Aanw. 533, map 14, 9)</idennote>
              <idennote_ggaspec>bijlage 1 ontbreekt: het betreft een krantenartikel met een positieve bespreking van ’t Daghet in den Oosten: Een schoolmeester, ’t Daghet in den Oosten. In: De Onafhankelijke der provincie Limburg: (1 maart 1885); bijlage 2: artikel van Lenaerts voor 't Daghet in den Oosten: Bespreking van De chronijk der landen van Overmaas en aangrenzende Gewesten (nr. Aanw. 533, map 14, 9)</idennote_ggaspec>
              <idennotety>ggaspec</idennotety>
            </idennotegroup>
          </li>
          <identifier>6/13856</identifier>
          <li type="objectname">
            <objectname>brief</objectname>
          </li>
          <li type="repository">
            <repository>Guido Gezellearchief</repository>
          </li>
          <li type="titlegroup">
            <titlegroup>
              <titleap>1</titleap>
              <titlelg>dut</titlelg>
              <titleti>August Cuppens, Leonard Willem Jacob Lenaerts en Rykhart Van De Putte aan [Guido Gezelle]</titleti>
              <titleti_conti>August Cuppens, Leonard Willem Jacob Lenaerts en Rykhart Van De Putte aan [Guido Gezelle]</titleti_conti>
              <titlety>conti</titlety>
            </titlegroup>
            <titlegroup>
              <titleap>1</titleap>
              <titlelg>dut</titlelg>
              <titleti>We zijn al dik gaan uitzien naar 't pakske</titleti>
              <titleti_incbr>We zijn al dik gaan uitzien naar 't pakske</titleti_incbr>
              <titlety>incbr</titlety>
            </titlegroup>
          </li>
          <li type="xclassificationterm">
            <xclassificationterm>
              <classificationterm>brieven</classificationterm>
              <classificationterm_xac>a::aat.10278:1.2</classificationterm_xac>
            </xclassificationterm>
          </li>
          <li type="xrepository">
            <xrepository>
              <repository>Guido Gezellearchief</repository>
            </xrepository>
          </li>
          <xrepository_vw>Guido Gezellearchief</xrepository_vw>
        </zhridentity>
        <zhrinscriptions>
          <li type="inscrgroup">
            <inscrgroup>
              <inscription>Koob, Gust en Rijkhard</inscription>
              <inscrty>handtekening</inscrty>
            </inscrgroup>
          </li>
        </zhrinscriptions>
        <zhrisad>
          <li type="isadgrp">
            <isadgrp>
              <isadloi>isad:gga:12</isadloi>
            </isadgrp>
          </li>
        </zhrisad>
        <zhrlocation>
          <li type="locgroup">
            <locgroup>
              <loc>7473</loc>
              <locpkid>obbruggez</locpkid>
            </locgroup>
          </li>
          <xloc>7473</xloc>
        </zhrlocation>
        <zhrmaterialstechniques>
          <li type="matgroup">
            <matgroup>
              <mat>inkt</mat>
              <matpart>*</matpart>
              <matrole>medium</matrole>
              <xmat>inkt</xmat>
            </matgroup>
            <matgroup>
              <mat>papier</mat>
              <matcol>wit</matcol>
              <matpart>*</matpart>
              <matrole>drager</matrole>
              <xmat>papier, wit</xmat>
            </matgroup>
          </li>
          <li type="techgroup">
            <techgroup>
              <tech>gevouwen</tech>
              <techpart>*</techpart>
            </techgroup>
          </li>
          <xmat_drager>papier, wit</xmat_drager>
          <xmat_medium>inkt</xmat_medium>
        </zhrmaterialstechniques>
        <zhrproduction>
          <li type="contextgroup">
            <contextgroup>
              <bdate>[02/03/1885]</bdate>
              <location>Luik</location>
              <locationqualifier>reconstructed</locationqualifier>
            </contextgroup>
          </li>
          <li type="creatorgroup">
            <creatorgroup>
              <creator>a::pg.2621</creator>
              <creator_bs_PG>Cuppens, August</creator_bs_PG>
              <creatorrole>bs</creatorrole>
            </creatorgroup>
            <creatorgroup>
              <creator>a::pg.817</creator>
              <creator_bs_PG>Lenaerts, Leonard Willem Jakob</creator_bs_PG>
              <creatorrole>bs</creatorrole>
            </creatorgroup>
            <creatorgroup>
              <creator>a::pg.2645</creator>
              <creator_bs_PG>Van De Putte, Rykhart</creator_bs_PG>
              <creatorrole>bs</creatorrole>
            </creatorgroup>
            <creatorgroup>
              <creator>a::pg.1291</creator>
              <creator_be_PG>[Gezelle, Guido]</creator_be_PG>
              <creatorqualifier>reconstructed</creatorqualifier>
              <creatorrole>be</creatorrole>
            </creatorgroup>
          </li>
        </zhrproduction>
        <zhrrelations>
          <li type="reltggroup">
            <reltggroup>
              <reltgloi>tg:gga:17675</reltgloi>
              <reltgty>isrelated</reltgty>
            </reltggroup>
          </li>
        </zhrrelations>
        <zhrsubjects>
          <li type="subjspecgroup">
            <subjspecgroup>
              <subjspeccat>language</subjspeccat>
              <subjspecdesc>Nederlands</subjspecdesc>
            </subjspecgroup>
          </li>
        </zhrsubjects>
      </data>
    </xenoData>
    <revisionDesc>
      <change when="2026-10-08">mvass: transformation Word -- DALF</change>
    </revisionDesc>
  </teiHeader>
  <text type="brief" xml:id="gg.13856" n="13856">
        <body>
            <div type="correspBlock.content" subtype="section.group">
                <div type="correspBlock.content">
                    <pb n="p1" type="editor" facs="https://bibmedia.brugge.be/images/gezelle/GGA_7473_01r.jpg"/>
                    <fw type="briefzegen">+ <choice>
                            <abbr>G.Z.J.X.</abbr>
                            <expan>Geloofd zij Jezus Christus</expan>
                        </choice>
                    </fw>
                    <opener>
                        <salute>Weleerweerde Heer en goede Meester,</salute>
                    </opener>
                    <p>We zijn al dik gaan uitzien naar 't pakske woorden dat wij van u verwachtende zijn, om de tweede korenzang<note place="foot">
                            <p> WNT 1500-heden: “Korenzang of korenzante: een handvol gelezen en samengebonden korenaren”. Het woord verwijst naar ’Vindekoorn’, een rubriek in het blad <hi rend="italic">De Student</hi> waarin ingezonden gewestwoorden opgelijst en verklaard werden, en ’Zantekoorn’, een soortgelijke rubriek in Guido Gezelles taalkundige tijdschrift <hi rend="italic">Loquela. </hi>In<hi rend="italic"> ’t Daghet in de Oosten </hi>heet deze rubriek met Limburgse woorden ’Woordenzange<hi rend="italic">’. </hi>Guido Gezelle bezorgde hun woorden om daar te publiceren<hi rend="italic">.</hi>
                            </p>
                            <p>2e Woordenzange. In: ‘t Daghet in den Oosten: 1 (1885) 2, p.9.</p>
                        </note> veerdig te krijgen; maar nog niets gezien. Gij hebt zeker te veel ander werk. 't Was anders goed, dunkt mij, kosten wij den tweeden n° redelik gauw op den eersten doen volgen, want den eerste en heeft niet aangestaan aan veel jonge bazen, omdat hij hun te geleerd en te droog was, zeiden ze. Als wij nu in den tweeden: 1° Woordenzange<note place="foot">
                            <p> Verzameling Limburgse dialectwoorden in <hi rend="italic">’t Daghet in de Oosten</hi>.</p>
                        </note> 2° darren<note place="foot">
                            <p> Het woord ‘darren’ werd in de omzendbrief gebruikt om inschrijvers aan te trekken voor <hi rend="italic">’t Daghet in den Oosten</hi>. In <ref type="brief" target="brief:gg.13836">een eerdere brief van december 1884</ref> liet A. Cuppens aan G. Gezelle weten dat het woord niet goed ontvangen werd: “Dat woordeken is zoodanig beklapt en beknibbeld en vies ontvangen geweest dat er in den eersten n° bekans moest van gesproken worden: 't is voor velen de reden geweest dat zij niet wouden inschrijven, voor anderen de reden dat zij ingeschreven hebben. ”</p>
                            <p>De prospectus staat gepubliceerd in: Uit Boeken, Brieven en Bladeren. In: ’t Daghet in den Oosten: 1 (1885) 1, p. 6-7. </p>
                            <p>Gezelle wijdde uiteindelijk een artikel aan: G. Gezelle, Darren. In: ’t Daghet in den Oosten: 1 (1885) 2, p. 13-14.</p>
                        </note> 3° Limburgsch Wangeloof 4° Ons boek- en boekstafwezen I zetten, dan zal er wat meer verscheidenheid in <name type="werk.ander" key="werk.ander0407" n="t Daghet in den Oosten">'t Daghet</name> zijn en ze zullen het aangenamer vinden.</p>
                    <p>Tot <name type="plaats" key="plaats0672" n="Mechelen">Mechelen</name> in <name type="instelling" key="instelling0395" n="Grootseminarie Mechelen">'t groot</name> en in <name type="instelling" key="instelling0129" n="kleinseminarie Mechelen">'t klein Seminarie</name> zijn er een heelen hoop gereed om in te schrijven als zij der eens wat meer van gezien hebben. Met den derden kunnen wij dan wat langer wachten, om laten te voelen dat wij niet beloofd hebben altijd getrouw ieder maand af te komen. </p>
                    <p>Hierbij een artikelken, uit <name type="werk.ander" key="werk.ander2112" n="De onafhankelijke van de provincie Limburg : nieuws- en aankondigingsblad : godsdienst, moedertaal, vaderland">de Onafhankelijke van Hasselt</name>, van <name type="persoon" key="persoon0000" n="onbekend">eenen schoolmeester</name> geschreven, over 't eerste <name type="werk.ander" key="werk.ander0407" n="t Daghet in den Oosten">Daghet</name>.<note place="foot">
                            <p> De bijlage met het krantenartikel ontbreekt. Het betreft een positieve bespreking van<hi rend="italic"> ’t Daghet in den Oosten</hi>: Een schoolmeester, ’t Daghet in den Oosten. In: De Onafhankelijke der provincie Limburg: (1 maart 1885).</p>
                        </note> De <name type="persoon" key="persoon0315" n="Ceyssens, Michiel">drukker</name> klaagt al dat er op den kladpr<subst>
                            <del>e</del>
                            <add>i</add>
                        </subst>nte van den eerste n° te veel veranderingen gedaan woorden en dat hij er drij keeren zoveel werk meê gehad heeft als hij gewend is, en hij beschuldigt ons dat wij <hi rend="underline">Luutgarde</hi> en <hi rend="underline">Lutgaarde</hi>, <hi rend="underline">Michel</hi> en <hi rend="underline">Miechel</hi> hebben laten drukken, maar de man vergeet te zeggen dat hij de omslag zoo maar afgelapt<pb n="p2" type="editor" facs="https://bibmedia.brugge.be/images/gezelle/GGA_7473_01v.jpg"/>heeft zonder ons nog een kladprent te schikken na de eerste. Anders en had er al dien rimram immers niet opgestaan. Toekomende keer zullen wij zóó de omslag maar doen drukken, nietwaar?</p>
                    <p>'t Daghet in den Oosten</p>
                    <p>Prijs ......</p>
                    <p>bij Michiel Ceysens etc -</p>
                    <p>en dan achteraan op den <subst>
                            <del>k<gap n="x" reason="illegible"/>
                            </del>
                            <add>vi</add>
                        </subst>erde zijde de berichten die er nu op stonden. Maar van maanden en letterkunde etc. en spreken wij niet meer.</p>
                    <p>Ik heb van onzen goeden <name type="persoon" key="persoon4095" n="Daris, Arnold Josephus Matheus">Heer Prof. Daris</name> twee boeken te lezen gekregen waar in den eenen 3 Chronijkjes van <name type="instelling" key="instelling0483" n="Het Agnetenklooster, of Sint-Agnesconvent">St-Agnetenklooster</name> van <name type="plaats" key="plaats0652" n="Maaseik">Maeseyck</name>
                        <note place="foot">
                            <p>  <name type="werk.ander" key="werk.ander2235" n="Drie chronijkjes van Ste.-Agnetenklooster der Orde van den H. Augustinus te Maeseyck, 1430-1589">De drie kronieken werden uitgegeven door Habets in 1869</name>. Habets publiceerde erover in: Jos. Habets, D<hi rend="italic">rie chronijkjes van Ste-Agnetenklooster der orde van den H. Augustinus te Maeseyck 1430-1589</hi>, in: Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Limbourg (PSHAL) 6 (1869) 383-440. </p>
                            <p>Zie ook de bespreking van dit artikel in: Ons Boek- en boekstafwezen IV: ‘t Daghet in den Oosten: 1 (1885) 6, p. 47-48.</p>
                            <p>Jos. Habets,<hi rend="italic"> Drie chronijkjes van Ste-Agnetenklooster der orde van den H. Augustinus te Maeseyck</hi> 1430-1589, in: Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Limbourg (PSHAL): 6 (1869) p. 383-440. Zie: ‘t Daghet in den Oosten: 1 (1885) 6, p. 47-48.</p>
                        </note> in staan, en in den andere <name type="werk.ander" key="werk.ander2139" n="Chronijk der landen van overmaas en aangrensende gewesten">de Kronijk van de landen van Overmaas</name>.<note place="foot">
                            <p> Habets publiceerde erover in: J. Habets, Chronijk der landen van Overmaas en der aangrenzende gewesten door eenen inwoner van Beek bij Maastricht (1275-1507), in: Publications de la Société Historique et Archéologique dans le duché de Limbourg, 7 (1870), p. 5-231.</p>
                        </note>
                    </p>
                    <p>
                        <name type="persoon" key="persoon1181" n="Lenaerts, Leonard Willem Jakob">Koob</name> heeft de Kronijk voor hem gepakt en ik heb de 3 Chronykskes van Maeseyck gelezen. 't Is heel schoon oud Limburgsch maar de <choice>
                            <abbr>Kr.</abbr>
                            <expan>Kroniek</expan>
                        </choice> van Overmaas is nog veel schoonder.</p>
                    <p>Hierbij wat ik er uit opgeschreven heb, en een artikelken der over met een uittrek,<note place="foot">
                            <p> Zie bijlage: J. Lenaerts, Bespreking van De chronijk der landen van Overmaas en aangrenzende Gewesten, uitgegeven en met noten verrijkt door Jos. Habets, Roermond: J. J. Romen, 1870. Aanwezig in Guido Gezellearchief, Openbare Bibliotheek Brugge, nr. Aanw. 533, map 14, 9.</p>
                        </note> die misschien te lang is? Koob heeft <del>er</del> al vier honderd woorden en wendingen uit de zijne op papierlingske<subst>
                            <del>n</del>
                            <add>s</add>
                        </subst> geschreven en is ook van zin er een artikel <subst>
                            <del>v</del>
                            <add>o</add>
                        </subst>ver te maken voor Boek- en boekstafwezen, maar hij is nog kreeg<note place="foot">
                            <p> Ternauwernood.</p>
                        </note> op de helft van zijne Kronijk die bij de 300 bldz. 8°<note place="foot">
                            <p> In-octavo: een groot vel papier wordt driemaal dubbelgevouwen, waardoor er acht bladen of zestien bladzijden ontstaan. In de praktijk is een boek in octavoformaat vergelijkbaar met de grootte van een hedendaagse paperback of roman (17 tot 24 cm hoog).</p>
                        </note> in heeft. Moet hij voortgaan met opschrijven, of hebt gij den boek ook? Wij denken van neen, want anders hadt gij er zeker al over geschreven, zoo merkweerdig is hij.</p>
                    <p>Ik zou u geeren de twee boeken laten zien maar ik <del>en</del> dar het maar slecht vragen aan M<hi rend="sup">r</hi> Daris van ze u op te sturen, omdat hij zoo <pb n="p3" type="editor" facs="https://bibmedia.brugge.be/images/gezelle/GGA_7473_02r.jpg"/>bang is dat wij zijn boeken zouden verloren <del>geraken</del> doen. Maar toch, als gij ze geeren <del>hadt</del> hebt zullen wij er wel trachten aan te geraken.</p>
                    <p>Morgen<note place="foot">
                            <p> <ref type="brief" target="brief:gg.13825">In de brief van 28?/01/1885 van A. Cuppens aan G. Gezelle,</ref> schrijft Cuppens: ”In 't Musæum, hier ter steê van Ludike, liggen der ook verschillige oude snuifdoozen en ander gerief waar vlaamsche verzen op gesneden staan. Die gaan wij den eersten Dijsdag van Meert ook afschrijven en u laten zien.” De eerste dinsdag van maart 1885 is 3 maart. De brief is dus geschreven op 2 maart 1885. </p>
                        </note> gaan wij naar den <name type="instelling" key="instelling0479" n="Institut archéologique liégeois">Musæum van stad</name> om eenige oude rijmen af te schrijven van ouderwetsche snuifdoozen. Kunt gij geen runen lezen of weet gij niemand die het kan? Daar staat <name type="instelling" key="instelling0478" n="Schatkamer van de kathedraal van Luik">hier</name> nen oude pot waar twee lange reeken van zulk geschrift op gesneden staan. Dat ware iets schoons, misschien, voor 't Daghet!<note place="foot">
                            <p> Brieven waarvan sprake is van de pot met runen: </p>
                            <p>1) <ref type="brief" target="brief:gg.13825">Brief van A. Cuppens e.a. aan G. Gezelle van <supplied>28?/01/1885</supplied>
                                </ref>
                            </p>
                            <p>2) <ref type="brief" target="brief:gg.13853">Brief van A. Cuppens e.a. aan G. Gezelle van xx/<supplied>04/1885</supplied>
                                </ref>
                            </p>
                            <p>In zijn <ref type="brief" target="brief:gg.16883">brief van xx/<supplied>05/1885</supplied> aan A. Cuppens</ref> vraagt Gezelle uiteindelijk om hem de runen op te sturen ter ontcijfering.</p>
                            <p>4) In <ref type="brief" target="brief:gg.13852">de brief van <supplied>14/05/1885</supplied> van A. Cuppens aan G. Gezelle</ref> zegt Cuppens dat hij de afschriften van de runen bij Prof. Daris zal opvragen.</p>
                            <p>5) In de <ref type="brief" target="brief:gg.13857">brief van <supplied>04/06/1885</supplied> van A. Cuppens aan G. Gezelle</ref> zegt hij: “'t Oud geschrift van dien pot, punt afgeschreven wi het op den ouden pot stant (Daar is, jammer genoeg, een heel deel uitgevaagd van den sleet)”.</p>
                            <p>Hoewel A. Cuppens de pot met runen daadwerkelijk heeft gezien en via professor Daris over een afschrift hiervan kon beschikken, valt in <hi rend="italic">’t Daghet in den Oosten</hi> geen spoor van dit materiaal terug te vinden.</p>
                        </note>
                    </p>
                    <p>Als 't u te lastig zou vallen die kladprenten blijven te verbeteren, gij kunt u van 't werk afmaken: <name type="persoon" key="persoon0437" n="Daniëls, Polydoor">E.H. Daniëls</name> zou er hem wel meê <subst>
                            <del>b</del>
                            <add>g</add>
                        </subst>elasten. Hij kost dat goed, daar hij alle weken bij Ceysens komt en tijd genoeg heeft. Meugen wij uwe werken ook aankondigen, op een achterkant van 't Daghet? Wij zouden zoo geeren hebben dat ze in Limburg gelezen worden wi in Vlanderen! Maar ons volk en weet daar och arme! nog niets af. Zij meenen nog altijd dat er achter <name type="persoon" key="persoon2755" n="Ledeganck, Karel Lodewijk">Ledeganck</name> niet meer gedicht geweest is of niet meer gedicht kan worden in ons land. En de <name type="werk.ander" key="werk.ander1430" n="Landliederen: gedichten">landliederen</name> van <name type="persoon" key="persoon0541" n="De Gheldere, Karel">K. de Gheldere</name> enz? Dat maakt immers onze zaak <subst>
                            <del>van</del>
                            <add>en</add>
                        </subst> onze mannen bekend en vereerd, en daar is plaats genoeg over.</p>
                    <p>Een professor, die <name type="werk.ander" key="werk.ander1746" n="Reinaert de Vos episch fabeldicht van de 12de en 13de eeuw, met aenmerkingen en ophelderingen">Reinaard de Vos</name> zou willen uitleggen in zijne school, vraagt mij welke de beste uitgaaf van 't oud epos is en waar ze <subst>
                            <del>k</del>
                            <add>z</add>
                        </subst>ou te krijgen zijn? Weet gij dat niet te berichten? Hij ware er zeer dankbaar voor. 't Is E.H. <name type="persoon" key="persoon1585" n="Segers, Johannes Matheus">Segers</name>, een van <name type="instelling" key="instelling0024" n="Limburgsch Zantersgildeken">ons gulleken</name>, die nu te <name type="plaats" key="plaats0375" n="Hasselt">Hasselt</name> in '<name type="instelling" key="instelling0482" n="Sint-Jozefscollege, Hasselt">t Sint-Jozefs<subst>
                                <del>C</del>
                                <add>c</add>
                            </subst>ollege</name> vlaamsche les moet geven.</p>
                    <p>Met laetare-zondag<note place="foot">
                            <p> Laetare (Latijn: imperatief, tweede persoon enkelvoud: ‘Wees blij’) is de benaming voor de vierde zondag van de Veertigdagentijd, ook wel Halfvasten genoemd. De naam verwijst naar het eerste woord van het intredelied van die zondag. Midden in de vastentijd weerklinkt reeds een vreugdevolle vooruitblik op de verrijzenis van Christus. In 1885 valt deze zondag op 15 maart.</p>
                        </note> hebben wij een vlaamsch feest ter eere van <name type="persoon" key="persoon2664" n="Franciscus van Sales">St-Franciscus de Sales</name>. Wij <pb n="p4" type="editor" facs="https://bibmedia.brugge.be/images/gezelle/GGA_7473_02v.jpg"/>gaan den koor: <name type="gedicht" key="gedicht2510" n="Onendig wezen">Onendig wezen, God</name> van <name type="persoon" key="persoon0905" n="Gezelle, Guido">G. Gezelle</name>-<name type="persoon" key="persoon1284" n="Mervillie, Alfons">Mervillie</name> zingen, met nog een van de <name type="werk.ander" key="werk.ander2125" n="12 liederen uit de gedichten van Guido Gezelle, op muziek gezet en hem opgedregen">12 liederen</name> erbij. Dat is muziek! niet waar?</p>
                    <p>
                        <name type="persoon" key="persoon1191" n="Lewylle, Arthur">Arthur</name> is verleên week <name type="instelling" key="instelling0128" n="Grootseminarie Luik">hier</name> geweest, hij maakt het bezonder goed en komt er heel mannelik en deftig uit. Wij vreesden nochtans dat hij niet zou kunnen aarden onder dat Walevolk van <name type="plaats" key="plaats1714" n="Verviers">Verviers</name>, maar hij heeft <name type="persoon" key="persoon4418" n="Lewylle, Pharaïldis Cornelia">zijn zuster</name> bij hem en <name type="persoon" key="persoon4422" n="Lansheere, Hendrik">een West-Vlaming die ook kapelaan is</name> in de stad, en hij kalde weêr heel West-Vlaamsch, zoodat zijn taal hem nog altijd, diep in 't herte, dierbaar spreken blijft. Hij hoopt toch dat hij zeker in Limburg zal komen als hij een jaar of drij te Verviers gestaan zal hebben met eere en vrucht. 't Is immers een beloning voor een goede vlaamsche werker die in 't Waleland gestoken geweest is, dat hij pastoor werdt in zijn eigen land. Nog iets voor Boek- en boekstafwezen. —</p>
                    <p>
                        <name type="werk.ander" key="werk.ander2224" n="Dat ierste boeck vanden niewe Duytsche liedekens met 3, 4, 5, 6 ende 8 partyen, van excellente musiciens nu corts in musicke ghestelt bequaem om te singen ende op instrumenten te spelen">“Dat ierste boec<subst>
                                <del>l</del>
                                <add>k</add>
                            </subst> vanden nieuwe duytsche liedekens met III. IIII. V. VI en VIII partyen. van excellente Musiciens nu corts in musijcke ghestelt, bequaem om te singhen, ende op instrumenten te spelen.</name>
                        <note place="foot">
                            <p> Het boek bevat dertig Dietse polyfone werken in drie, vier, vijf en zes stemmen. Er is één ’liedeken‘ voor acht stemmen, het indrukwekkende ‘Ghequetst ben ic van binnen’ van Episcopius. Het boek bestond uit vijf stemboeken. De sopraanpartij is verloren gegaan.</p>
                        </note> Tenor. Des deux côtés de la vignette se trouve cette devise: David cum cantoribus citha-ram percutiebat.<note place="foot">
                            <p> Vertaling (Latijn): David met de zangers tokkelde op zijn harp. Dit citaat komt uit het lied ’D<hi rend="italic">ecantabat populus in Israel alleluia‘</hi> en verwijst naar de feestelijke overbrenging van de ark van het verbond naar Jeruzalem door koning David (zie ook: 1 Kronieken 15, 6-28).</p>
                            <p>Op de frontispice wordt koning David afgebeeld met op de achtergrond een panoramisch zicht op Maastricht en enkele historische gebouwen.</p>
                        </note>
                    </p>
                    <p>Met Previlegie van beyde onze genaedighe Heeren gedruckt tot <name type="plaats" key="plaats1428" n="Maastricht">Maestricht</name> by my <name type="persoon" key="persoon4423" n="Bathen, Jacob">Jacob Baethen</name> MDLIIII in de maent van Noveber, voor hem ende <name type="persoon" key="persoon4424" n="Peymans, Hendrick">Hendrick Peymans</name>; boeckvercooper.” In 4°<note place="foot">
                            <p> In-kwartoformaat: 26 bladen zijn elk tweemaal dubbelgevouwen, waardoor per vel vier bladen ontstaan.</p>
                        </note> oblong<note place="foot">
                            <p> Langwerpig, rechthoekig met de langste zijde in de breedte.</p>
                        </note>  de 26 feuilles<note place="foot">
                            <p> De bundel werd langwerpig in-quarto formaat (oblong 4°) gedrukt, de standaard voor 16e-eeuwse muziekuitgaven. Het werk bevat 208 bladzijden.</p>
                        </note>. Le verso de la 1<hi rend="sup">re</hi> feuille est resté en blanc, sur le recto de la seconde se trouve une lettre de l'imprimeur, qui commence par ces mots: “aan eerweerdighen ende Edelen heer <name type="persoon" key="persoon4425" n="van Heemstede, Engelbert">h. Inghielhert Hengelstede</name>, proost tot <name type="plaats" key="plaats1840" n="">Wassenborch</name>, Canoninck tot sint Servaes te Maestricht etc.” “Jacob Baethen, saluyt” (<name type="werk.ander" key="werk.ander2231" n="Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Duché de Limbourg">Publications etc.</name> 262)<note place="foot">
                            <p> Cuppens ontleent deze referentie naar het <hi rend="italic">Maastrichts liedboek </hi>(1554) aan: Leonard Schols, Encore un mot sur Jacques Bathen. In: Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Duché de Limbourg: 6 (1869), p. 261-262. </p>
                        </note> 't Is <name type="persoon" key="persoon4313" n="Serrure, Constant Philippe">prof. M. C.P. Serrure</name> die den boek gevonden heeft. Mag hij hem heruitgegeven hebben of zou er niet achter te komen zijn?</p>
                    <closer>
                        <salute>Wees nu van herte gegroet van ons allen, en Godebevolen!<note place="foot">
                                <p> MNW 1250-1550: “godevolen (bn): Aan God en zijne bescherming aanbevolen”.</p>
                            </note>
                        </salute>
                        <salute>Uwe dankbare Limburgers;</salute>
                        <signed>
                            <name type="persoon" key="persoon1181" n="Lenaerts, Leonard Willem Jakob">Koob</name>, <name type="persoon" key="persoon0414" n="Cuppens, August">Gust</name>, en <name type="persoon" key="persoon1796" n="Van De Putte, Rykhart">Rijkhart</name>
                        </signed>
                    </closer>
                </div>
                <div type="correspBlock.content">
                    <note place="foot">
                        <p> Bijlage bij brief van A. Cuppens aan G. Gezelle van <supplied>02/03/1885</supplied>. <ref target="https://go.wander.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.26859">Zie record 6.26859</ref>. </p>
                    </note>
                    <pb n="p1" type="editor" facs="https://bibmedia.brugge.be/images/gezelle/GGA_Aanw_533_14_09_01_01r.jpg"/>
                    <p>De <subst>
                            <del>k</del>
                            <add>ch</add>
                        </subst>ronijk <subst>
                            <del>
                                <gap n="xxx" reason="illegible"/>
                            </del>
                            <add>der</add>
                        </subst> Landen van Overmaas.<note place="foot">
                            <p> Bijlage bij brief van A. Cuppens aan G. Gezelle van <supplied>02/03/1885</supplied>: artikel van Leonard Willem Jacob Lenaerts ter publicatie in <hi rend="italic">’t Daghet in den Oosten</hi>. Het artikel is er niet in verschenen.</p>
                        </note>
                    </p>
                    <p>Wat merkweerdig is voor <subst>
                            <del>een</del>
                            <add>den</add>
                        </subst> eenen, bijvoorbeeld, voor eene kloosterzuster, en zal het altijd niet zijn voor eenen priester of eenen ouden huisman; en schrijven deze lieden de merkweerdigste gebeurtenissen en voorvallen van hunnen tijd op, hu<subst>
                            <del>
                                <gap n="x" reason="illegible"/>
                            </del>
                            <add>n</add>
                        </subst>ne kronijken of jaarboeken zullen altijd een aanmerkelik verschil toonen.</p>
                    <p>De inhoud van deze Kronijk, hare wijze van voordragen en de eentige kleinigheden die de <name type="persoon" key="persoon4331" n="Treckpoel, Petrus">schrijver</name> ons over zijn eigen aanhaalt, zeggen en toonen ons genoeg wie hij was, al maakt hij ons ook zijnen naam niet bekend.</p>
                    <p>"Uit zijn verhaal blijkt, zegt <name type="persoon" key="persoon2483" n="Habets, Joannes Josephus">Jos. Habets</name> die er een deel van uitgegeven heeft in de <name type="werk.ander" key="werk.ander2231" n="Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Duché de Limbourg">Publications de la Société Historique et Archéologique dans le duché de Limbourg</name>, tome VII, 1870, dat de schrijver een inwoner is geweest van <name type="plaats" key="plaats0059" n="Beek">Beek</name>, bij <name type="plaats" key="plaats1778" n="">Meersen</name>. Hoogst waarschijnlijk was hij een priester, wel ervaren in het Latijn en in het Vlaamsch. Zijn schrijftrant en het gebruik van eene menigte woorden uit den tongval onzer streken kenmerken iemand, die een groot deel van zijn <add>leven</add> in het land van Valkenberg heeft doorgebracht."</p>
                    <p>Ziedaar over den opsteller; nu over het handschrift zelf. "Het werd in 1854 ten voordeele der Borgondische bibliotheek aangekocht uit handen van den heer <name type="persoon" key="persoon4453" n="Muller, Frederik">Fred. Muller</name>, boekhandelaar<pb n="p2" type="editor" facs="https://bibmedia.brugge.be/images/gezelle/GGA_Aanw_533_14_09_02_01r.jpg"/>te <name type="plaats" key="plaats1373" n="Amsterdam">Amsterdam</name>." - "Het maakt een band uit met een exemplaar der <name type="werk.ander" key="werk.ander1838" n="Die alder excellenste cronyke van Brabant">Excellenste Cronike van Brabant, gedrukt bij Roland van den Dorp, te Antwerpen 1497,</name> in groot 4<hi rend="sup underline">to</hi>."<note place="foot">
                            <p> Jos. Habets bezat een band, bestaande uit twee delen, die zich thans in de Bourgondische Bibliotheek van de Koninklijke Bibliotheek van Brussel bevindt. Het eerste deel is een rijk geïllustreerde incunabel <hi rend="italic">Die alder excellenste cronyke van Brabant. </hi>Dit exemplaar werd door Petrus Treckpoel van aantekeningen voorzien. Het tweede deel bevat de <hi rend="italic">Chronijk der landen van Overmaas</hi>, een handgeschreven kroniek die Treckpoel te Bilzen vóór 1509 samenstelde.</p>
                        </note> "De gedrukte <subst>
                            <del>K</del>
                            <add>Ch</add>
                        </subst> ronijk van Dorp, telt 408 bladzijden; zij is gevolgd door het handschrift van onzen schrijver bestaande 130 bladzijden, geschreven op stijf papier, in twee kolommen, in klein geprest maar duidelijk schrift."</p>
                    <p>Nu over den inhoud. Ik laat altijd Jos. Habets spreken: "Dit handschrift neemt zijnen aanvang met eene lijst der voornaamste heiligen van het kerkelijk jaar, met het tijdstip van hun overlijden. Dan volgt eene nota van kosten, veroorzaakt in 1474, door <name type="persoon" key="persoon4454" n="Karel de Stoute">Karel den Stoute</name>, tijdens het beleg van Neuss,<note place="foot">
                            <p> Van 1474 tot 1475 belegerde Karel de Stoute de Duitse stad Neuss, gelegen in het keurvorstendom Keulen binnen het Heilige Roomse Rijk, omdat hij zijn invloed in het Rijnland wilde uitbreiden. De stad verdedigde zich met de steun van keizer Frederik III. Ondanks de langdurige belegering slaagde Karel er niet in Neuss te veroveren. Uiteindelijk moest hij het beleg opgeven vanwege de overmacht van het ontzettingsleger van Frederik III.</p>
                        </note> en eene lijst der koningrijken en vorstendommen der Christenheid. Eindelik verhaalt hij de geschiedenis van het oude verbond, van af de schepping der wereld tot op den tijd der komst van Mozes. = De laatste 84 bladzijden bevatten de gebeurtenissen van zijnen leeftijd, die hij zoo veel mogelijk jaar voor jaar en feit voor feit getrouw aanteekent en beoordeelt." <lb/>De aanteekeningen van onzen schrijver<pb n="p3" type="editor" facs="https://bibmedia.brugge.be/images/gezelle/GGA_Aanw_533_14_09_03_01r.jpg"/>schijnen te beginnen in den ja<subst>
                            <del>a</del>
                            <add>e</add>
                        </subst>er ons Heren dusent CCCC inde LXVIII en te loopen tot 1507</p>
                    <p>Zij mogen ge<subst>
                            <del>a</del>
                            <add>m</add>
                        </subst>akkelik tot drie soorten teruggebrocht werden.</p>
                    <p>1<hi rend="underline">°</hi> De oorlogen die de landen van overmaas en andere gewesten plaagden: "Got bettert!” <del>of "Got herbarmps”</del> - De jamer off drucke der huysluyden, <add>enz.</add> die er de gevolgen van waren. "Got herbarmps!" - De oorzaken van die <del>oorlogen</del> veten, en een zalig lesken hier en daar. "O arme lantmaen! Rueppe Got aen, inde better dych ouch van dynen sonden, doer du nu diesse ploeghe myt verd<subst>
                            <del>ry</del>
                            <add>y</add>
                        </subst>ent moges hobben ... Better dich het is mee daen tyt!"</p>
                    <p>2<hi rend="underline">° </hi>
                        <subst>
                            <del>Dei</del>
                            <add>Wi</add>
                        </subst> <del>de</del> en welke c<hi rend="underline">lo<del>e</del>ster<del>en</del> erstwerff syn aen gehaeven inde begonnen</hi>, of <hi rend="underline">verwandelt</hi> of <hi rend="underline">verganghen</hi> of wi s<hi rend="underline">y totter reformacie quaemen</hi>. Bij kans het alik leste deel rolt daarover.</p>
                    <p>3<hi rend="underline">°</hi> Van de onweders, van de goede en kwade jaren, van de ziekheden die de menschen plaagden, enz.</p>
                    <p>4<hi rend="underline">°</hi> Verschillige kle<subst>
                            <del>e</del>
                            <add>i</add>
                        </subst>ndere gebeurtenissen, (bij zonder die in <hi rend="underline">Beick</hi> gebeurt zijn,) als 't bouwen van bruggen, en kerken, 't afsterven van den eenen of den anderen, 't afbranden van schu<del>e</del>ren en huisen, enz. enz.</p>
                    <p>Over den schrijfzwang zal ik u zelf laten oordeelen: eene eigenaardigheid<pb n="p4" type="editor" facs="https://bibmedia.brugge.be/images/gezelle/GGA_Aanw_533_14_09_04_01r.jpg"/>die ik niet onopgemerkt kan laten, is, dat hij schrikkelik woordenrijk is en bekans geen woord <subst>
                            <del>kan zeggen</del>
                            <add>zult ge vinden</add>
                        </subst>, of <subst>
                            <del>hij</del>
                            <add>het</add>
                        </subst> <subst>
                            <del>begint</del>
                            <add>heeft</add>
                        </subst> er <del>in</del> één en som<subst>
                            <del>s</del>
                            <add>tijds</add>
                        </subst> vier of vijf synon<subst>
                            <del>ij</del>
                            <add>ie</add>
                        </subst>men achter. Luistert:</p>
                    <p>In den selfden jaer (MCCCC inde) LXVIII due quam de<subst>
                            <del>n</del>
                            <add>r</add>
                        </subst> Coninck van Vranckryck inde hertoch Karle (de Stoute) voer die edele staet van Ludich,<note place="foot">
                            <p> In de 15e eeuw breidden de Bourgondische hertogen hun macht steeds verder uit. Het prinsbisdom Luik, dat zijn zelfstandigheid en privileges wilde behouden, vond in Lodewijk XI, de Franse koning, een bondgenoot om de groeiende macht van Bourgondië tegen te gaan.</p>
                            <p>In 1467 versloeg Karel de Stoute de opstandige Luikenaars tijdens de Slag bij Brustem. Als gevolg daarvan verloor Luik een groot deel van zijn politieke vrijheden. Toen in 1468 opnieuw een opstand uitbrak, veroverde Karel de Stoute de stad Luik. Ditmaal liet hij de stad verwoesten en een groot deel van haar bevolking afslachten.</p>
                            <p>In 1477 sneuvelde Karel de Stoute, waarna zijn dochter Maria van Bourgondië het Bourgondische rijk erfde. Onder haar bewind werden enkele Luikse rechten en vrijheden hersteld. </p>
                        </note> inde sach die edele gloriose, herlicke staet also erbermelick inde jemerlick destrueren inde te schande maken als je kersten staet te schande mocht gemaekt werden ...... inde sy wonnen die staet van Ludick inde quamen daer in omtrent alre Heyligen avent. Men sacht dat die staet verraden waert van bynnen. Inde als sy daer in quamen inde die staet gewonnen hadden myt storme inde myt honnen geschuet, so geberden sy wonderlicke in die staet, nyet als kersten luyden mer als heyden inde Zaraz<subst>
                            <del>ij</del>
                            <add>y</add>
                        </subst>nen. Want sy en sparden Got noch syne moder, noch Kyrcke noch Kluyse, noch closter noch Kyrckhoff; inde sy mackten die edele inde kostelicke, schoene staet al so jemerlick te schande, inde sy destruerden also barmelic<subst>
                            <del>h</del>
                            <add>k</add>
                        </subst>e als ye staet in der Korstenhey<subst>
                            <del>d</del>
                            <add>t</add>
                        </subst> geschant inde verny<del>e</del>lt mocht werden. Want sy<pb n="p5" type="editor" facs="https://bibmedia.brugge.be/images/gezelle/GGA_Aanw_533_14_09_04_02r.jpg"/>sy schanden die heylige Kyrcke, men sloch prister aen den elter doet, die noch inde<subst>
                            <del>n</del>
                            <add>r</add>
                        </subst> myssen stonden, sy noemen den prister die kellicken uytten handen, er dat bloet Gotz daer uyt genuet waes, inde storden inde gotten dat op die eltere, en lyeppen myt die kellicken ewech. Sy noemen die corporalen den prister vanden elter en schodden dat heylighe Sacrament opten eltter, inde mackden boersdueck daeraff, sy bro<del>ck</del>cken die Heyldoms schapper op, inde noemen die syborie en woerpen dat heyldom doer uyt op die erde. Den wonder e<del>i</del>nde dat overvlodig grot bermelick jamer dat doer geschiede Gode, te vorste inde der heyliger Kyrcke, dat en is nyet uyt te spreken noch te schryffen.</p>
                    <p>Sy violerden inde schanden die heilige Kyrc<subst>
                            <del>c</del>
                            <add>k</add>
                        </subst>e, inde die kloster al so jemerlick dat syt doeruyt al so nauwe ewech noemen inde rouffden, dat daer nyt in en bleyff noch kellick, noch boeck, noch kassel, noch alff. Sy deden die clocken aff en vorden sy myt hoen ewech, men en lyet daer nyet in die kyrcke noch luchtter, noch bylden, noch lacken, noch belden; men nampt al so nauwe, wat<pb n="p6" type="editor" facs="https://bibmedia.brugge.be/images/gezelle/GGA_Aanw_533_14_09_03_02r.jpg"/>sy kreghen konden, dat sy den pristeren nyet eynen pselter en hedden gelaeten, daer sy hoen getijden uyt gelesen hedden. Sy leyfden alte onredelicke mytten orlomenten der heiliger Kyrcke; sy deden die orlomenten der heiliger Kyrcken aen, alffven inde kasselen en des gelicke en vermompden hoen daermyt, inde gynghen daermyt danssen, dat ichs eyndeyls<note place="foot">
                            <p> Sic ’eynsdeyls’.</p>
                        </note> sach dat dit also geschiede. Inde dit waes byllick eyn alte groet ontfarmelick jamer der heiliger Kyrcke. Inde hyr oem so mach ich woel schryffen inde seggen, dat sy nyet en deden noch en leyffden als Korsten mynsschen, mer als duvelen inde verwoede Turcken en Heyden. Als sy Gode inde der heyliger Kyrcke desen smoet inde spyt gedaen hadden, so en waest noch nyet genoch. Sy en sparden Kyrck, noch Kyrckhoff; sy sloegent all doet, noch kyndebeyt, noch heydenschap, sy schandent al te mael daer sy quamen. Sy en hadden gheyn ontfarmherticheyt in hoen lyff; sy worpent al in die Masse, jonck inde alt, cleyn en groet, geystelick en wertlick, pappen en clercken. Sy en hadden gheyn ontfarmherticheyt over ny<subst>
                            <del>-j</del>
                            <add>e</add>
                        </subst>mant, mer wat sy betroeden dat most die kelle aff hebben off in die Masse. Sy warppen alde luyden die bleynt en deuff waeren in die Masse, vroukens myt suyckende kynderen,<note place="foot">
                            <p> Zei: J. Habets, Chronijk der landen van Overmaas en der aangrenzende gewesten door eenen inwoner van Beek bij Maastricht (1275-1507). In: Publications de la Société Historique et Archéologique dans le duché de Limbourg, 7 (1870), p. 27-28.</p>
                        </note> ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------<pb n="p7" type="editor" facs="https://bibmedia.brugge.be/images/gezelle/GGA_Aanw_533_14_09_02_02r.jpg"/>Nu wat anders, en dit is getrokken uit de kantteekeningen door onzen schrijver bij de C<del>h</del>ronike van Brabant gevoegd.</p>
                    <p>
                        <hi rend="underline">Mortbrant tot Beick</hi>.<note place="foot">
                            <p> Vertaling (Diets = Middelnederlands): Verwoestende brand in Beek.</p>
                        </note> Inden joer ons lyeffs Heren M.CCCC inde LXXVJ, so geschach eyn ser wonderlicke mortbrant te Beick, inden lande van Valkenborch; inde dat in diessen manyeren. Doer wonden eyn paer erms volcks, inde doerb<subst>
                            <del>y</del>
                            <add>ey</add>
                        </subst> quam eyn cleyn, jonck, suverlick mechtgen, myt naemen geheytten Styncken; inde gynck byster achter straetten, inde also dat het scheyn, hadde heet gerne eynen dynst gehaet oem syn broetgen te wennen. Also slocht diesse arme vrouwe vurs. oem Gotz wyllen aen, inde naempt by hoer in te woenen.</p>
                    <p>Terstont daernoe nyet langhe inden oustmont, als dat hart koeren in <subst>
                            <del>
                                <gap n="x" reason="illegible"/>
                            </del>
                            <add>w</add>
                        </subst>aes, oemtrent IX uyren vuer myddedaghe, so gynck aen eyn schuyre vol korns aller neyst neyffven hoen op die eyn syde, doer dat boesse keynt wonde, inde verbrande te gronde <del>
                            <gap n="x" reason="illegible"/>
                        </del> al kael aff myt mer huyssynghen.</p>
                    <p>Terstont hyr noe over twe off dry daghen so gynck wederoem, oemtrent X uyren vuer myddedaghe, regt teghen hoem over die stratte, eyn schoen nuwe schuyre aen, vol rogge inde terwe, inde verbrande al kael inden gront aff. Doer waert grotten arbeyt gedoen vanden naegebuyren myt lesschen inde watter te draghen; inde doer l<subst>
                            <del>y</del>
                            <add>ie</add>
                        </subst>ppe dit onsalyghe mechtgen mytten anderen gueden vrouwen inde me<subst>
                            <del>g</del>
                            <add>c</add>
                        </subst>htden inde droeghe off <subst>
                            <del>a</del>
                            <add>h</add>
                        </subst>alde also vromelicke watter narder, so hertelicke inde getrouwelicken, myt grotten arbeyt inde vlytte, als eyn<add>g</add>ch ander onder den houppe. Want ich dee dit hyr heet geschreyffven, sach dit myt mynen oughen.<note place="foot">
                            <p> Zei: J. Habets, Kantteekeningen op die Excellenste Chronyck van Brabant, Hollant, Selant, Vlanderen etc. door denzelfden schrijver. In: Publications de la Société Historique et Archéologique dans le duché de Limbourg, 7 (1870), p. 212.</p>
                        </note>---------------------------------------------------------------------------------------------------------------<pb n="p8" type="editor" facs="https://bibmedia.brugge.be/images/gezelle/GGA_Aanw_533_14_09_01_02r.jpg"/>Dan vertelt onze schrijver voorder hoe nog menig ander huis afbrande, hoe het eigen huis van Styncken's baas, alsook <del>een</del> het nieuw en geleend huis, waar ze na die ramp introkken, aangingen en vernielt worden, hoe de dorpelingen met eenen ijsseliken schrik bevangen waren, en "vasden en noetmyssen deden, processy gyngen, bedevart gyngen" enz.<note place="foot">
                            <p> Zei: J. Habets, Chronijk der landen van Overmaas en der aangrenzende gewesten door eenen inwoner van Beek bij Maastricht (1275-1507). In: Publications de la Société Historique et Archéologique dans le duché de Limbourg, 7 (1870), p. 299.</p>
                        </note>
                    </p>
                    <p>Nu: </p>
                    <p>Terstont hyr noe nyet langhe so gynge ouch dat huyss aen, dat der pastoer vurs. hoen in so grotter truwen geleynt hadde, inde verbrande al kael te gronde aff.</p>
                    <p>Inde als dit nu geleyst waes, inde sy opter straette by eyn soetten inde raesden (rusteden) sych, so geheyncde Got almechtig, dat dit boesse keynt of<note place="foot">
                            <p> Sic: ’off’.</p>
                        </note> mechtgen vurs. quam te sytten neyffven eynen gueden huysmaen, inde dee waert ruyckende inde sprack hart uyt inde sacht alsus: "Mych duncket dattet hyr al swevelachti<subst>
                            <del>e</del>
                            <add>c</add>
                        </subst>h<note place="foot">
                            <p> Sic ’Swevelafftig’.</p>
                        </note> ruycket." Inde myt denen worden so waert dat boese mynssche ser ontdoen int angesychtte, inde stonde mytten selven hastelicken op inde meynde ewech van doer te goen. Due greyp der huyssmaen vurs. dit bosse mynssche mytten sorget, en toeghe sy wederoem nyeder. Inde het waes die aventuyre, dat hoem der dyeffsack in die hant quam, doer sy alle die qereytschappen van puylver, swegel in hadde oem wecken te maken, inde ouch gemacktede wycken, oem noch mer quaetz te doen.</p>
                    <p>Als dit dat volck sach, so waes <subst>
                            <del>g</del>
                            <add>d</add>
                        </subst>oer groet rumour. Wonder waest, dat sy dat boesse mynssche<del>n</del> nyet myt tanden en schorden. Doch sy waert gevanghen, inde tot Valkenborgh op gevoert; inde doer saet sy eyne wyle ty<subst>
                            <del>t</del>
                            <add>d</add>
                        </subst>z...<note place="foot">
                            <p> Zei: J. Habets, Kantteekeningen op die Excellenste Chronyck van Brabant, Hollant, Selant, Vlanderen etc. door denzelfden schrijver. In: Publications de la Société Historique et Archéologique dans le duché de Limbourg, 7 (1870), p. 214-215.</p>
                        </note>
                    </p>
                </div>
            </div>
        </body>
    </text>
</TEI>