<Resultaat 602 van 2680

>

p1In Vlaanderen Vlaamsch![1] Geloofd zij Jesus-Christus!
Eerwaardige Dichter,
Wij verzamelen hier een Liederenboekske,[2] dat binst de zomer zal verschijnen[3] en dat 50 Liederen, met muziek derbij, zal bevatten.

‘k Geloof waarlijk, Eerweerdige Heer, dat Vlaandren opstaat uit zijnen slaap: Zie der komen hier lijsten inschrijvers toe, van de twee Vlaanderens!! Ik peize dat eene verzeemt zijn lijk nen maandagkerel en in hunnen slaapdronkenschap niet weten wat zij doen en de andere het waarlijk meenen.p2Maar, ik wil van hooger beginnen, Eerw. Heer en de zake U klaar uit leggen.

Nauwelijks was mij het gedacht te binnen gekomen van Liedjes te doen drukken, dat ik het den Eerweerdigen Heer Verriest, Mijnen Professor te kennen gaf. Deze beloofde mij, zijne medewerkinge; want, ik ben geen Dichter, verre zij vandaar, en kan nauwlijks een brokke studentenvlaamsch schrijven en spreken. Zoodan, nauwelijks had ik de medewerkinge bekomen, dat ik, rond mijne ooren, in de 2 Vlaanders en Antwerpen brieven rondstrooide en iedereen ophitste om voor mijne Liederenboeken in te schrijven ('k wilde mijnen slag zeker zijn, eer ik begon te drukken; omdienstwille mijn arm studentenbeursje had !...!...) Mijn verlangen om de lijsten t' ontvangen groeide van dag tot dag; maar zie, 'k en ben niet bedrogen, ten allen kante, werkt en slaaft men om mijn werkje aan te moedigen; en om U te toogen, Eerw Heer, dat Vlaanderen nog leeft ziehier eenigep3der lijsten inschrijvers: Groot seminarie van Brugge 85!! Groot seminarie van Gent 50 klein seminarie van Rousselare met stad 200. Gent 130 (de studenten voor hunne parochiën 350-400) klein seminarie Sint Nikolaas 76!

Thielt ook een 100? en in al de andere kollegien van ons Bisdom werken ze straf wilje! ik heb er daar goê. De lijsten zijn nog niet ingekomen: maar 't zal voorzeker wel zijn! Ja, zelfs de kloosters doen mede — Ruysselede zendt mij hier een getal inschrijvers van 50 onderteekend: "zuster Constantia"!! Zie als de wereld ne keer begint te draaien, 't is gedaan - Ik reken alzoo op een 1000 tot 1200 afdruksels: nooit veel min.

Maar ik zou zoowel klappen dat ik op den end vergete te vragen van ‘t geen ik van U begeer Eerw. Heer: Ik kome nog eenige Liederen te kort om mijnen bundel te sluiten en wende mij tot U, om U nog eenige Liederen afte vragen kluchte ofte andere: of ware 't maar 2-3!p4Eerw. Heer, ik zal er omme komen den tweeden Paaschdag,[4] als ik naar huis ga oftewel Gij moogt ze Den Heere Hugo Verriest zenden!

"50 Liederen, met muziek bij ieder Lied aan éénen frank 's stuk.

'T is altijd al, haast”, bij die arme studenten; maar nu, gij weet ook nog van dat leven te spreken en zult het mij vergeven als ik U aanspreke op zulke leegen toon.

De Leerlingen van Rethorika groeten hunnen Welbeminden Dichter;
Uwen broeder in Christo
August Ghequiere
In 't kleen Seminarie Rousselare.

Noten

[1] Dat is een leuze die al vrij vroeg voorkomt binnen de Vlaamse Beweging in de negentiende eeuw. De Vlaamsgezinde leerlingen van het kleinseminarie van Roeselare gebruikten ze ook.
[2] A. Ghequiere stelde met Hugo Verriest de bundel in 1877 samen en was op dat moment retoricaleerling in het kleinseminarie van Roeselare. De bundel bevat gedichten van A. Rodenbach, G. Gezelle, L.L. De Bo, H. Verriest, Flamen, Devos en anderen. Mgr. Faict reageerde tegen de bundel. Door de liedbundel werd de positie van Hugo Verriest in het kleinseminarie van Roeselare onhoudbaar.
[3] De verschijningsdatum is na augustus 1877.
[4] Tweede Pasen valt in 1877 op 2 april. In het paasnummer 1877 van de Vlaamsche Vlagge roept Albrecht Rodenbach op om in te tekenen op de bundel.

Register

Correspondenten - personen

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamGhequiere, Augustinus Marcellus; Père Jacobus Maria
Datums° Rollegem, 12/02/1856 - ✝ Brussel, 18/05/1914
GeslachtMannelijk
Beroepdominicaan; priester; auteur
BioAugustinus Ghequiere trad toe in de Orde van de Dominicanen en begon het noviciaat in het Dominikanenklooster van La Sarte - Hoei op 2 oktober 1877. Hij legde daar zijn eerste geloften af op 15 oktober 1878 en zijn eeuwige geloften op 15 oktober 1881 in het klooster te Leuven. Zijn kloosternaam was Jacobus Maria. Zijn priesterwijding ontving hij op 23 december 1882. Verder was hij werkend lid bij de Dominicanen - Belgische Provincie, van 15 oktober 1878 tot 6 juli 1902. In 1902 trad hij uit de Orde omwille van onbekende moeilijkheden. Hij bekwam op 6 juli 1902 een secularisatie-indult en won een proces tegen de Orde. Hij was de auteur van volgende werken en artikels: "Iets over Sint-Elmo, (dat is: zalige Petrus Gonzales) Preekheer, Patroon der schippers" (Leuven 1882), "Leven van Fra Angelico van de Orde van de H. Dominicus" (Brugge 1884), "Iets over de zalige Margriete van Ieper, Preekheeres" (Leuven 1885), "Het wondere leven van den heiligen Vincentius Ferrerius der Predikheren-orde" (Brugge 1894), "De zalige Margriete van Ieper, derde-ordelingen van den H. Dominicus" (artikel in de "Rozenkrans" 1885) en "De moeder Gods en de H. Vincentius Ferrerius" (artikel in "De Rozenkrans" 1894). Hij vertaalde ook H. Iweins uit het Frans: "Koord van den heiligen Thomas van Aquinen of Engelachtigen Strijd" (Leuven 1893).
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; katholieke studenten
BronnenFamiliemagazine G(h)ekiere – G(h)esquiere en aanverwante schrijfwijzen: nr. 9, (maart 1995) 9 Claude Gekiere, 25 verbazend opmerkelijke verhalen van 25 gedenkwaardige naamgenoten. In: Familiekundetijdschrift Deinze: (2018).

Briefschrijver

NaamGhequiere, Augustinus Marcellus; Père Jacobus Maria
Datums° Rollegem, 12/02/1856 - ✝ Brussel, 18/05/1914
GeslachtMannelijk
Beroepdominicaan; priester; auteur
BioAugustinus Ghequiere trad toe in de Orde van de Dominicanen en begon het noviciaat in het Dominikanenklooster van La Sarte - Hoei op 2 oktober 1877. Hij legde daar zijn eerste geloften af op 15 oktober 1878 en zijn eeuwige geloften op 15 oktober 1881 in het klooster te Leuven. Zijn kloosternaam was Jacobus Maria. Zijn priesterwijding ontving hij op 23 december 1882. Verder was hij werkend lid bij de Dominicanen - Belgische Provincie, van 15 oktober 1878 tot 6 juli 1902. In 1902 trad hij uit de Orde omwille van onbekende moeilijkheden. Hij bekwam op 6 juli 1902 een secularisatie-indult en won een proces tegen de Orde. Hij was de auteur van volgende werken en artikels: "Iets over Sint-Elmo, (dat is: zalige Petrus Gonzales) Preekheer, Patroon der schippers" (Leuven 1882), "Leven van Fra Angelico van de Orde van de H. Dominicus" (Brugge 1884), "Iets over de zalige Margriete van Ieper, Preekheeres" (Leuven 1885), "Het wondere leven van den heiligen Vincentius Ferrerius der Predikheren-orde" (Brugge 1894), "De zalige Margriete van Ieper, derde-ordelingen van den H. Dominicus" (artikel in de "Rozenkrans" 1885) en "De moeder Gods en de H. Vincentius Ferrerius" (artikel in "De Rozenkrans" 1894). Hij vertaalde ook H. Iweins uit het Frans: "Koord van den heiligen Thomas van Aquinen of Engelachtigen Strijd" (Leuven 1893).
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; katholieke studenten
BronnenFamiliemagazine G(h)ekiere – G(h)esquiere en aanverwante schrijfwijzen: nr. 9, (maart 1995) 9 Claude Gekiere, 25 verbazend opmerkelijke verhalen van 25 gedenkwaardige naamgenoten. In: Familiekundetijdschrift Deinze: (2018).

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamRoeselare
GemeenteRoeselare

Naam - persoon

NaamGhequiere, Augustinus Marcellus; Père Jacobus Maria
Datums° Rollegem, 12/02/1856 - ✝ Brussel, 18/05/1914
GeslachtMannelijk
Beroepdominicaan; priester; auteur
BioAugustinus Ghequiere trad toe in de Orde van de Dominicanen en begon het noviciaat in het Dominikanenklooster van La Sarte - Hoei op 2 oktober 1877. Hij legde daar zijn eerste geloften af op 15 oktober 1878 en zijn eeuwige geloften op 15 oktober 1881 in het klooster te Leuven. Zijn kloosternaam was Jacobus Maria. Zijn priesterwijding ontving hij op 23 december 1882. Verder was hij werkend lid bij de Dominicanen - Belgische Provincie, van 15 oktober 1878 tot 6 juli 1902. In 1902 trad hij uit de Orde omwille van onbekende moeilijkheden. Hij bekwam op 6 juli 1902 een secularisatie-indult en won een proces tegen de Orde. Hij was de auteur van volgende werken en artikels: "Iets over Sint-Elmo, (dat is: zalige Petrus Gonzales) Preekheer, Patroon der schippers" (Leuven 1882), "Leven van Fra Angelico van de Orde van de H. Dominicus" (Brugge 1884), "Iets over de zalige Margriete van Ieper, Preekheeres" (Leuven 1885), "Het wondere leven van den heiligen Vincentius Ferrerius der Predikheren-orde" (Brugge 1894), "De zalige Margriete van Ieper, derde-ordelingen van den H. Dominicus" (artikel in de "Rozenkrans" 1885) en "De moeder Gods en de H. Vincentius Ferrerius" (artikel in "De Rozenkrans" 1894). Hij vertaalde ook H. Iweins uit het Frans: "Koord van den heiligen Thomas van Aquinen of Engelachtigen Strijd" (Leuven 1893).
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; katholieke studenten
BronnenFamiliemagazine G(h)ekiere – G(h)esquiere en aanverwante schrijfwijzen: nr. 9, (maart 1995) 9 Claude Gekiere, 25 verbazend opmerkelijke verhalen van 25 gedenkwaardige naamgenoten. In: Familiekundetijdschrift Deinze: (2018).
NaamVerriest, Hugo
Datums° Deerlijk, 25/11/1840 - ✝ Ingooigem, 27/10/1922
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; auteur; leraar; directeur kloostergemeenschap; schooldirecteur; pastoor
BioHugo Verriest was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare (1854-1859). Hij kreeg er gedurende negen maanden les van Gezelle. Hij volgde filosofie in 1860 en zijn priesterwijding volgde op 17/12/1864. Hij werd leraar aan het Sint-Lodewijkscollege (09/06/1864) en aan het kleinseminarie te Roeselare (19/09/1867). Hij onderwees zijn leerlingen in de geest van Gezelle. Hij figureerde als spilfiguur binnen de Blauwvoeterij, dit ook als redacteur van het studententijdschrift De Vlaamsche Vlagge, het medium van de Blauwvoeterij. Vervolgens was hij directeur van de Zusters van Liefde in Heule (25/08/1877) en superior van het college te leper (13/06/1878). Hij was pastoor te Wakken (19/09/1888) en Ingooigem (19/06/1895). In 1906 werd hij lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal-en Letterkunde. Hij was een spilfiguur in de Vlaamse Beweging en een zeer vurig spreker. Als auteur schreef hij romantisch-impressionistische gedichten, talrijke artikels en biografieën o.m. van Guido Gezelle, Stijn Streuvels en Albrecht Rodenbach.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellezanter (WDT); correspondent; medestichter van Biekorf; oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamTanghe, Maria Leona; Constantia (Zuster)
Datums° Beveren-Leie, 25/09/1844
GeslachtVrouwelijk
Beroepkloosterzuster
BioMarie Leonie Tanghe werd geboren op 25 september 1844 te Beveren-Leie, een deelgemeente van Waregem. Ze was de dochter van landbouwer Constantin Frederic Tanghe (1807-1884) en Eugenia Francisca Iserbyt (1809-1890). Ze trad toe tot de Zusters van OLV van Zeven Weeën, waar ze op 1865 geprofest werd als zuster Constantia.
BronnenGeneanet

Naam - plaats

NaamAntwerpen
GemeenteAntwerpen
NaamGent
GemeenteGent
NaamRoeselare
GemeenteRoeselare

Naam - instituut/vereniging

NaamGrootseminarie Brugge
BeschrijvingHet Grootseminarie van Brugge was het seminarie voor priesterkandidaten van het bisdom Brugge. Het bevindt zich aan de Potterierei in Brugge, waar de gemeenschap van de cisterciënzerabdij Onze-Lieve-Vrouw Ten Duinen in Koksijde in 1627 naartoe verhuisd was en in 1628 was begonnen met de bouw van een nieuwe abdij binnen Brugge. In 1796 confisqueerden de Franse bezetters de abdij en richtten haar in als Ecole centrale (1798-1803) van het Leiedepartement, met een bibliotheek bestaande uit in beslag genomen West-Vlaamse abdijbibliotheken. In 1804 werd de Ecole Centrale opgeheven en de bibliotheek overgemaakt aan de stad Brugge, meteen de kiem van de huidige Openbare Bibliotheek. Nadien fungeerde de abdij nog als Lycée impérial (1808-1814), militair ziekenhuis en atheneum. In 1833 stelde het Brugse stadsbestuur de gebouwen ter beschikking van het heropgerichte bisdom Brugge. Op 1 oktober van dat jaar startte het eerste academiejaar voor de priesteropleidingen, die daar sindsdien bijna onafgebroken plaats vonden tot 2018. Ook Guido Gezelle was er seminarist (oktober 1850-juni 1854). Gezelle had er vele contacten met oud-leerlingen en leerkrachten.
Datering1833
Links[odis], [wikipedia]
Naamkleinseminarie Roeselare
BeschrijvingHet klein seminarie werd opgericht onder het Frans bewind en herstartte officieel in 1830 als bisschoppelijk college. In 1846 werden de Latijnse klassen aangevuld met een handelsafdeling Saint-Michel, waaraan ook een lagere basisschool verbonden was. Dit Sint-Michielsinstituut fungeerde als een voorbereiding op de humaniora. Het klein seminarie trok heel wat katholieke leerlingen uit Engeland en Ierland aan. In 1849 werd hiervoor een aparte Engelse afdeling opgericht. Vanaf hetzelfde jaar werd ook een filosofieafdeling ingericht als voorbereiding op de priesteropleiding. Gezelle volgde er secundair onderwijs van 1 oktober 1846 tot 19 augustus 1850. Vanaf 21 maart 1854 tot 21 augustus 1860 kwam hij er terug als leerkracht. Zijn eerste drie bundels waren nauw verbonden met deze periode. Ook nadien hield hij een intens contact met zijn oud-leerlingen.
Datering1830
Links[odis], [wikipedia]
NaamSint-Jozefscollege Tielt
BeschrijvingHet Sint-Jozefscollege werd gesticht in 1686 als Latijnse School door de Minderbroeders. Na een onderbreking in de Franse tijd werd terug heropend in 1830 door de Minderbroeders. Vanaf 1848 viel het volledig onder de bevoegdheid van het bisdom. Daardoor waren er nauwe contacten met het kleinseminarie. Er werden ook Engelse leerlingen gehuisvest. Gezelle had er contact met oud-leerlingen, leraars en principaals.
Datering1830
Links[odis]
NaamGrootseminarie Gent
BeschrijvingReeds in de Franse en Nederlandse tijd bestond er met onderbrekingen een seminarieopleiding in Gent. Na de Belgische onafhankelijkheid startte het Grootseminarie officieel. In 2002 werd de priesteropleding gecentraliseerd in Leuven.
Links[odis]
NaamSint-Jozef-kleinseminarie, Sint-Niklaas
BeschrijvingHet Sint-Jozef-kleinseminarie werd in 1808 opgericht op initiatief van de Gentse bisschop Maurits de Broglie. Hij had hiertoe de 17e-eeuwse voormalige gebouwen gekocht van de minderbroeders-recolletten wier klooster in 1797 was opgeheven. Op 9 mei 1808 werd het bisschoppelijk college officieel ingewijd. Dat eerste jaar waren 55 leerlingen ingeschreven, waarvan 43 een priesteropleiding volgden. De Broglie was een groot verdediger van de onafhankelijkheid van de Kerk en wilde zich dus niet onderwerpen aan Napoleon. Omdat hij weigerde het decreet te aanvaarden dat onderwijsinstellingen verplichtte zich aan te sluiten bij de Université Impériale, werd hij in 1812 ontslagen en het kleinseminarie gesloten. Na de val van Napoleon keerde hij echter terug en heropende het seminarie op 10 mei 1814 de deuren. Maar de echte bloei kwam er pas vanaf 1830. Het seminarie groeide, maar evolueerde ook naar een school voor middelbaar onderwijs en een normaalschool. Nog later breidde de school uit met afdelingen voor lager en kleuteronderwijs.
Datering1808-heden
Links[odis], [wikipedia]
NaamCongregatie van de Zusters van Onze-Lieve-Vrouw van Zeven Weeën, Ruiselede
BeschrijvingDe congregatie Zusters van Onze-Lieve-Vrouw van Zeven Weeën, gaat terug op een gemeenschap van geestelijke dochters die werd gesticht in 1688 door E.H. Ignatius De Plancke en Elisabeth Van Hulle te Ruiselede. Hun toewijding aan O.L.V. van 7 Weeën sluit aan bij de Mariadevotie die al sinds de 14e eeuw in Ruiselede plaatsvindt. De communiteit voorzag in haar eigen levensonderhoud door het spinnen en werd dan ook het ‘Spinhuys’ genoemd. De congregatie richtte zich later steeds meer op onderwijs en zorg. In 1728 openden de zusters ook een kostschool. De gemeenschap werd afgeschaft onder Frans bewind in 1799 en terug opgericht in 1803. Pas later in 1846 werd ze officieel als echte religieuze congregatie door het bisdom Brugge erkend. Zorg en onderwijs blijven centraal staan. Sinds de 20e eeuw is de congregatie sterk uitgebreid. Ze bestaat momenteel uit zes gemeenschappen.
Datering1688-heden
Links[odis], [wikipedia]

Titel - ander werk

TitelEen vijftig Vlaamsche liederen
AuteurGhequiere, Augustinus Marcellus
Datum1877
PlaatsBrugge
UitgeverA. Van Mullem

Titelxx/[03/1877], Roeselare, Augustinus Marcellus Ghequiere (= Pater Jacobus) aan [Guido Gezelle]
EditeurJoppe Werbrouck; Marc Carlier (research); Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2025
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenJoppe Werbrouck; Marc Carlier (research); Universiteit Antwerpen, Ghequiere Augustinus Marcellus aan Gezelle Guido, Roeselare (Roeselare), xx/[03/1877]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2025 Available from World Wide Web: link .
VerzenderGhequiere, Augustinus Marcellus
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatumxx/[03/1877]
VerzendingsplaatsRoeselare (Roeselare)
AnnotatieJaartal en maand gereconstrueerd op basis van de brieftekst: verwijzing naar publicatie: Een vijftig Vlaamsche liederen, is in 1877 + verwijzing naar tweede paasdag (= 02/04/1877) waarop Ghesauiere Gezelle zal bezoek ; adressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 dubbel vel, 213 mm x 136 mm
papier, wit, vierkant geruit
papiersoort: 4 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 rechts in de bovenrand: 1874 ? (potlood, hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief7596
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.13958
Inhoud
IncipitWij verzamelen hier een Liederenboekske,
Samenvatting over voorbereidingen publicatie: Een vijftig Vlaamsche liederen / door Augustinus Marcellus Ghequiere. - Brugge: Van Mullem, 1877
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.