‘k Geloof waarlijk, Eerweerdige Heer, dat Vlaandren opstaat uit zijnen slaap: Zie der komen hier lijsten inschrijvers toe, van de twee Vlaanderens!! Ik peize dat eene verzeemt zijn lijk nen maandagkerel en in hunnen slaapdronkenschap niet weten wat zij doen en de andere het waarlijk meenen.p2Maar, ik wil van hooger beginnen, Eerw. Heer en de zake U klaar uit leggen.
Nauwelijks was mij het gedacht te binnen gekomen van Liedjes te doen drukken, dat ik het den Eerweerdigen Heer Verriest, Mijnen Professor te kennen gaf. Deze beloofde mij, zijne medewerkinge; want, ik ben geen Dichter, verre zij vandaar, en kan nauwlijks een brokke studentenvlaamsch schrijven en spreken. Zoodan, nauwelijks had ik de medewerkinge bekomen, dat ik, rond mijne ooren, in de 2 Vlaanders en Antwerpen brieven rondstrooide en iedereen ophitste om voor mijne Liederenboeken in te schrijven ('k wilde mijnen slag zeker zijn, eer ik begon te drukken; omdienstwille mijn arm studentenbeursje had !...!...) Mijn verlangen om de lijsten t' ontvangen groeide van dag tot dag; maar zie, 'k en ben niet bedrogen, ten allen kante, werkt en slaaft men om mijn werkje aan te moedigen; en om U te toogen, Eerw Heer, dat Vlaanderen nog leeft ziehier eenigep3der lijsten inschrijvers: Groot seminarie van Brugge 85!! Groot seminarie van Gent 50 klein seminarie van Rousselare met stad 200. Gent 130 (de studenten voor hunne parochiën 350-400) klein seminarie Sint Nikolaas 76!
Thielt ook een 100? en in al de andere kollegien van ons Bisdom werken ze straf wilje! ik heb er daar goê. De lijsten zijn nog niet ingekomen: maar 't zal voorzeker wel zijn! Ja, zelfs de kloosters doen mede — Ruysselede zendt mij hier een getal inschrijvers van 50 onderteekend: "zuster Constantia"!! Zie als de wereld ne keer begint te draaien, 't is gedaan - Ik reken alzoo op een 1000 tot 1200 afdruksels: nooit veel min.
Maar ik zou zoowel klappen dat ik op den end vergete te vragen van ‘t geen ik van U begeer Eerw. Heer: Ik kome nog eenige Liederen te kort om mijnen bundel te sluiten en wende mij tot U, om U nog eenige Liederen afte vragen kluchte ofte andere: of ware 't maar 2-3!p4Eerw. Heer, ik zal er omme komen den tweeden Paaschdag,[4] als ik naar huis ga oftewel Gij moogt ze Den Heere Hugo Verriest zenden!
"50 Liederen, met muziek bij ieder Lied aan éénen frank 's stuk.
'T is altijd al, haast”, bij die arme studenten; maar nu, gij weet ook nog van dat leven te spreken en zult het mij vergeven als ik U aanspreke op zulke leegen toon.







