<Resultaat 1039 van 2680

>

p1
Myneheeren Opstellers[1] van “‘t Daghet in den Oosten,”[2]

Op den achter kant van uw geëerd tijdschrift, lees ik dat alle bydragen, de minste zelfs, met eene dankende hand zullen aanveerd worden;[3] na zoo eene vriendelikke uitnoodiging, kan ik aan de genegenheid niet weerstaan U myne kleine opzoekingen en vindingen mee te deelen. Ik beweer niet iets byzonders gevonden te hebben, ‘t is zelfs mogelik dat de woorden ergens anders opgenomen zijn, of dat gy ze reeds kent; maar ik beroep my nog eens op bovengemelde uitnoodiging, en voeg er by: ik ben onervaren in het vak. Ik geef U dus voor de woorden alle mogelikke uitleggingen, en laat het aan U over, te volledigen hetgeen U mocht bevallen. Ik begin dus:

1. - Aker, (mannelik) zegt men te Peer veel voor emmer of ketelp22. - Belloor, (gemengde o) heb ik te Peer eens gehoord. Dit is de uitlegging, die men my gaf van het woord: Dat is een theepot met een kraantje aan, onder kan men bluschkolen indoen, om den thee werm te houden. Zulke trekpotten wierden vroeger gebruikt als men natbezweet gedanst was op de bal.

3. - Bōtterik, (mannelik) Een houten getuig, dat men in de keuken, en misschien elders ook, achter en voor op de kar zet, als er hooi, koren, mutsaarden, enz. moeten vervoerd worden, opdat het hooi, enz. niet voor of achter zou afschieten.

4. Brikkelen, (onzijdig werkwoord). “Wat ligt ge daar op uwen stoel te brikkelen, moet ge er afvallen!” Te Peer gehoord. - Alzoo wordt brikkelen gebruikt overal, waar men ‘t gedacht van zich in gevaar te stellen wil uitdrukken. B.V.: met vuur brikkelen; - aan ‘t water brikkelen. - Die zoo iet doet, heet brikkeleer. Zou daar soms het latijnsche periculum niet inzitten?

5. - Brods, (mannelik zelfstandig naamwoord) (de o luidt gelijk in brommen). Het wordt gezegd van een diklyvigen jongen. “Wat voor een brods komt daar aangekwatst!” te Peer gehoord.p36. - Broek, of brok, als de o luidt gelijk in brommen. (vrouwelik zelfstandig naamwoord) = Broeihen.[4]

7. - Brombeer, (vrouwelik zelfstandig naamwoord) - beren (zuivere e); dat zijn dikke zwarte beziën[5] die, in heggen, aan dorenstruiken wassen. “Foei! eet die bromberen niet op; Bartholomeus is er, van den nacht, met zijn wit peerd overgereên; ze zijn allegaar vergiftigd!” te Peer gehoord -

8. - Bronker. (mannelik). Bronkers zijn dikke gekleurde boonen, waar de kinderen mee spelen, en zy gelden voor twee kleine boonen.

9. - Dam. (vrouwelik) = is het hout aan de karberriën vastgemaakt, om onder de berriën te plaatsen, als men de kar wil recht zetten.

10. - Dras, (mannelik zelfstandig naamwoord) = de uitgetrokken koffie, die onder in de pot blijft.

11. - Eikemolder, (mannelik): wordt te Peer gezegd voor Meikever, of Moleneer.

12. - Fernijnken, zoo heet men te Peer een vlinder.

13. Enselen, (onzijdig werkwoord) = is steekelen, krakeelen, twisten zonder ophouden voor eenep4 nietigheid. “Is dat enselen nog niet gedaan? ik zal seffens eens tusschen bei komen!” te Peer gehoord -.

14. - Gracht, (mannelik). zegt men, te Peer en rondom, tegen de opeengeschoten aarde, waar de heggen opstaan, in de velden. Dus den zin, die ‘t woord gracht, thuis heeft, is ‘t tegenovergestelde van den gewonen zin.

15. - Gravelen, (onzijdig werkwoord), = is binnensmonds of halfluid over alles klagen en grommelen, als ware er niets gelijk ‘t behoorde; - dus: ontevreden zijn zonder reden, en die ontevredenheid uitdrukken met vervelende woorden. Die zoo doet, is een graveleer. ‘t Schijnt dat er de oude menschen onderhevig aan zijn: - “Ik kan zyn gegravel niet meer uitstaan; dat is den ganschen dag door zonder ophouden!” — ‘Och! ‘t is een oud mensch, wat kunt ge er aan doen!” te Peer gehoord.

16. - Heilige-Geest, (mannelik zelfstandig). Zoo heeten by ons groote witte boonen met roode spikkels op. De kinderen spelen er mee, en gelijk de Bronker, telt een Heilige-Geest voor twee kleine boonen.

(te vervolgen.)p5Vervolg.

17. - Heksel, (onzijdig zelfstandig naamwoord), wordt te Peer gebezigd voor het ondereengemengeld hooi en strooi, dat met de scherfbank klein gesneden wordt, en tot voeder voor het vee moet dienen, in den winter. Te Lommel heet men dat kapsel. Zou daar geen hakken en kappen inzitten?

18. - Karwāts, (vrouwelik zelfstandig naamwoord), wordt gezegd tegen de zweep, die men gebruikt als men te peerd of met de koets uitrijdt. Somtijds ook voor eene zweep met vele ledere riemen aan, die dient om ‘t stof uit de kleederen te slaan. De zweep, die langs de kar gebruikt wordt, heet smak te Peer, en klap te Lommel. My dunkt, dat zijn klanknabootsende woorden.

19. - Hoort [6] (vrouwelik), is een getuig van wisschen of latten gemaakt, en wordt gebruikt om er verschgebakken koeken, wittebrood, enz. op te zetten.

20. - Kouhand, (vrouwelik), is een yzer, dat men by de boeren aan de heerdstede vindt, en dat gebruikt wordt voor potten af te nemen en op te zetten, om de handen niet te branden.

21. - Kraan, (vrouwelik), bestaat uit twee balken, haaksch p6ineengezet, en dient om, by de boeren, den koeketel op en van het vuur te doen.

22. - Kroensel,[7] (vrouwelik). Op andere plaatsen kroosel, groosel, enz.; in woordenboeken kruisbes, stekelbezie.

23. - Kwezel,[8] (vrouwelik) Dat is een vod, waar men ‘t zelfde gebruik van maakt, als van de kouhand.

24. - Meelbreker, (mannelik) = De Meelbreker is gemaakt van afgestroopte berketakken, die byeengebonden zijn; hy dient om ‘t meel, dat in de melk gedaan wordt, klein te kloppen.

25. - Moel, (vrouwelik), zegt men te Peer voor moelie.[9]

26. - Mustert,[10] (mannelik) -en. Zoo wordt te Peer gezegd in plaats van mutserd of mutsaard.

27. - Oeligt, (vrouwelik). De ōēligt is de plaats nevens den dorschvloer, waar koren, haver, enz ingetast wordt.

28. - Opkelder, (mannelik) = is de kamer boven den kelder; alzoo genaamd de gansche Kempen door.

29. - Ovenzwoel, (vrouwelik). Dat is ‘t gene gebruikt wordt om brood en ander gebak in of uit den oven te schieten.

30. - Poot, (vrouwelik): Dit woord wordt in de Kempen, gebezigd in plaats van wortel of peen.p731. - Praatmuts, (vrouwelik) = die geerne praat = praatmoër.

32. - Pul, (vrouwelik), Dat is een kieken, dat eieren begint te leggen.

33. - Rek (vrouwelik), is of wel een enkel planksken, of wel twee latten boven een planksken, tegen den muur gemaakt, om schotels, tellooren, enz., op te zetten, en koffiepotten, kannen, lanteernen, enz. aan te hangen.

34. - Schap, (onzijdig), wordt gebruikt in plaats van het woord schapraai.[11]

35. - Schollik (de); is een voorschoot te Peer.

36. - Spellebus, (de), is een speldenkoker.

37. - Toemaat, te Peer mannelik gebruikt in den zin van nagras.

38. Trakken (onzijdig werkwoord), is blyven hangen, zich niet vooraan maken, iets in ‘t lang trekken. “Wat trakt die kerel lang, hy moes al over uren hier zijn!” - te Peer gehoord.

39. - Troffel, (vrouwelik), wordt gezegd tegen de schup, die dient om kolen in de kachel te scheppen.

40. - Werel,[12] (den). - Als, in de Kempen, knecht of meid zich verhuurd hebben, krygen zy dadelik een stuk van vijf frank. Dit p8stuk heet werel.

41. - Zou, (vrouwelik). In de Kempen krygen de slooten, langs wegen en in beemden gelegen, den naam van zou. Met ‘t zoumes worden de zouën alsook de beken geveegd.

Myneheeren Opstellers, uit de lezing van deze bidrage, zult gy reeds opgemerkt hebben, dat ik geen felle vriend van de ij ben. In den uitgang lijk kan ik ze niet zien. Zoo dikwils als ik lijk geschreven heb is ‘t met tegenzin geweest. Maar zoolang als er niets van hooger hand uitgaat, moet een student stillekens den bek toehouden, al is het dan geerne of noode. Maar om den uitgang in ‘t meervoud te zetten, heb ik de k verdubbeld; omdat, dunkt me, de i altijd en overal niet even kort is. De ij in andere woorden te veranderen is moeielikker. Op ‘t einde, nogtans, der lettergreep, heeft ze, ten minste, geene twee stipkens noodig.

Myneheeren, hiermede eindig ik, en mocht ik U maar een woord hebben doen kennen, dan reeds achtte ik myne moeite beloond; verondersteld zelfs dat ik niets onbekends opgegeven hebbe, dan nog geef ik den moed niet op, dat staat geenen Vlaming, en om ‘t U te verzekeren, beloof ik van nu af nieuwe opzoekingen te doen.[13]

- Aanveerdt, Mineheeren, de verzekering mijner hoogachting.
Arn. Jozef Hendrix.
van Peer,
Student in ‘t Seminarie, St Truiden.

Noten

[1] De stichters van ‘t Daghet in den Oosten zijn Polydoor Daniëls, August Cuppens en Jacob Lenaerts. Het taalkundig tijdschrift Loquela van Guido Gezelle was hun inspiratiebron en de dichter verzorgde de eindredactie van ‘t Daghet in den Oosten gedurende de eerste twee jaar van het bestaan van het tijdschrift. Michiel Ceysens (1833-1927) is de uitgever van het blad.
[2] Deze brief is een bijlage bij de brief van A. Cuppens aan G. Gezelle van xx/06/1885.

Hendrix hecht veel belang aan het onderscheid tussen 'ij' en 'y', waardoor we deze schrijfwijze in de transcriptie trouw hebben overgenomen zoals ze in de oorspronkelijke brief voorkomt.

[3] In: ‘t Daghet in den Oosten: 1 (1885) 4, p.25: “Op den bleekblauwen Omslag van 't Daghet las ik: Alle mededeelingen, ware het zelfs maar van één woord, worden met dankende hand aanveerd.”
[4] Broek, brok zn.: kloek, klok(hen), kip met kuikentjes, broedse hen. (Frans Debrabandere, Limburgs Etymologisch woordenboek, Davidsfonds, 2011, p.77).
[5] Bessen.
[6] Hoort, zie hord, zn.: rond taartrooster; hor; poortje van latten en spijlen. (Frans Debrabandere, Limburgs Etymologisch woordenboek, Davidsfonds, 2011, p.157).
[7] G. Gezelle, Zantekoorn. Kruis. In: Loquela: 4 (Sporkele 1885) 5, p.77: ”(...) In 't limburgsche kroesel, kroensel, kloosterbeer.” Deze notitie werd gepubliceerd in de maand Sporkele (februari) vooraleer de jonge student Hendrix zijn brief schreef en kreeg dus geen vermelding. Het Limburgse taalkundig tijdschrift stipuleerde immers op de eerst bladzijde: “Woorden die alreeds geboekt zijn, b.v. in Kramers, De Bo, Schuermans, Tuerlinckx, Loquela, enz. en worden hier niet gezangd. Al te lange bemerkingen, wijdluftige uitleg, enz. blijven gespaard.”
[8] Kwezel, zn.: pannenlap. (Frans Debrabandere, Limburgs Etymologisch woordenboek, Davidsfonds, 2011, p.225).
[9] Moelie, moelde, back-troch (= bakkerstrog) (Kiliaan).
[10] G. Gezelle, Zantekoorn. Mutsaard. In: Loquela: 5 (Lente 1886) 11, p. 87 ST=TS (…) mutsaard, in de Kempen, musterd.
[11] G. Gezelle, Zantekoorn. Dresse. In: Loquela: 5 (Bamesse 1885) 6, p.41: “Dresse staat bij De Bo aangeteekend en vertaald door schapraai, spinde, fr. garde-manger, en zal wel 't zelfste w. zijn. Fr. Dressoir.”

Gezelle verwijst niet naar de nota van Hendrix al was zijn brief al in het bezit van de redactie van ’t Daghet in den Oosten. De brief dateerde immers van mei 1885 en is in het nummer van juni 1885 gepubliceerd. Gezelle nam gedurende de eerste twee jaar de eindredactie in handen en beschikte dus over alle info.

[12] Werel, zie weendel, zn.: godspenning, handgift; huurpenning. (Frans Debrabandere, Limburgs Etymologisch woordenboek, Davidsfonds, 2011, p.493).
[13] Deze paragraaf wordt letterlijk geciteerd in: t Daghet in den Oosten: 1 (1185) 6, p.46. ‘t Daghet laat bovendien weten dat ‘aker’ in Kramers’ Woordenboek (1847) staat en ‘Belloor’ afgeleid is van Fr. bouloire, waterketel komt, en dus een vreemd is woord. De briefschrijver wordt aangemaand zich bekend te maken om enkele woorden toe te lichten voor verdere publicatie. Noch in ’t Daghet noch in Loquela zijn er woorden uit deze lijst opgenomen.

Register

Correspondenten - personen

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamHendrix, Arnold Jozef; Zwarte Krouwer
Datums° Peer, 12/05/1866 - ✝ Antwerpen, 26/02/1946
GeslachtMannelijk
Beroepapotheker
BioArnold Jozef Hendrix werd op 12 mei 1866 geboren te Peer, als derde kind van Frans Hendrix (1836-1898), landbouwer en pannenbakker, en Maria Catharina Van Helden (1842-1872). Hij voltooide zijn humaniora in het kleinseminarie van Sint-Truiden, waar de lettergilde Utile dulci, de Vlaamse taal in onderwijs en cultuur stimuleerde. Als jonge student correspondeerde hij met de redactie van het letterkundig tijdschrift “’t Daghet in den Oosten”, dat toen nog onder de leiding van Guido Gezelle stond. In 1888 promoveerde hij als apotheker in Leuven. Hij was er lid van de Vlaamse studentenbeweging Tijd en Vlijt en van de Limburgse Gouwgilde (1885). In 1890 vestigde hij zich als apotheker in Antwerpen, en in 1893 huwde hij met Bertha van Bergen met wie hij vijf kinderen kreeg. Zijn apotheek groeide uit tot een bloeiende onderneming. Hendrix zette zich ook in voor de waardering van het apothekersambt: hij zat in de pharmakopee-commissie (1897), was voorzitter van La Société de Pharmacie d’Anvers (1901) en stichtte in 1922 de Algemeene Apotheekers Vereniging. In 1938 werd hij benoemd tot lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Geneeskunde en was voorzitter tot 1941. Hendrix redigeerde en schreef wetenschappelijke en vulgariserende artikels onder meer voor het “Journal de Pharmacie d’Anvers” (1895) en “Het Vlaamsch Geneeskundig Tijdschrift” (1920). In 1924 droeg hij de zaak over en deed verder zelf onderzoek in zijn laboratorium. Hij sloot zich aan bij de Vlaamse beweging, die volgens hem sturing miste. Voor hem leidde niet alleen armoede, maar ook taal tot uitsluiting; erkenning van het Vlaams moest de gewone burger emanciperen en inspraak geven. Vanaf 1906 was hij betrokken bij het bestuur van het Katholiek Vlaamsche Oud-Hoogstudentenverbond, in 1908 omgedoopt tot een Katholiek Vlaams Verbond, waarbij de studentenbonden van alle provincies zich hadden aangesloten. Hij streefde naar vervlaamsing van het hoger onderwijs zoals de Gentse Rijksuniversiteit en wilde via initiatieven als de Ouderbond (1910) en de Katholieke Vlaamse Hogeschooluitbreiding Vlaamse ouders en studenten vormen en emanciperen. Samen met ondernemer Lieven Gevaert richtte hij het Vlaamsch Economische Verbond (1926) op ter ondersteuning van de Vlaamsgezinde patroons, daarna de Sint-Lutgardisschool (1912) en het Sint-Lievenscollege (1929) met Vlaams als voertaal. Toen Albert I in 1909 zijn eed in het Nederlands aflegde, groeide de hoop op vernederlandsing van het staatsapparaat. Hendrix ondertekende De Raets brochure ‘De Vlaming onder de nieuwe regering’, gericht aan de koning. Hij speelde een belangrijke rol bij de oprichting en het beheer van het tijdschrift “Ons Volk Ontwaakt” (1911), het dagblad “De Standaard” (1914), en “Standaard Boekhandel” (1924). Op 26 februari 1946 overleed Arnold Jozef Hendrix te Antwerpen.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellezanter; studentenbeweging
Bronnen https://gw.geneanet.org/louischr?n=hendrix&oc=&p=arnold+jozefhttps://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/hendrix-arnold; https://resources.huygens.knaw.nl/retroboeken/nbwv/#page=0&accessor=accessor_index&view=imagePane Nationaal Biografisch Woordenboek (zoekterm Hendrix) https://doorbraak.be/26-februari-net-binnen-victor-hugo-geboren-schrijver-les-miserables-pleitbezorger-zelfbeschikkingsrecht-volkeren Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience (zoekterm: Arnold Hendrix ) https://eeuwfeestapotheek.be/apotheek-minerva/ https://www.egmp-vzw.be/Pdf/jaarboeken/2010%20-%202019/JEGMP_2010_6.pdf https://kringgeschiedenis.kava.be/SCANS/1990-078.pdf https://www.kringbenelux.eu/sites/default/files/index/2009-116-6.pdf (zoekterm: Hendrix ) https://openjournals.ugent.be/wt/article/79263/galley/200881/view/ file:///C:/Users/User/Downloads/wt-80271-luyckx.pdf of https://wt.be/#gsc.tab=0&gsc.q=Hendrix&gsc.sort= https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/utile-dulci

Briefschrijver

NaamHendrix, Arnold Jozef; Zwarte Krouwer
Datums° Peer, 12/05/1866 - ✝ Antwerpen, 26/02/1946
GeslachtMannelijk
Beroepapotheker
BioArnold Jozef Hendrix werd op 12 mei 1866 geboren te Peer, als derde kind van Frans Hendrix (1836-1898), landbouwer en pannenbakker, en Maria Catharina Van Helden (1842-1872). Hij voltooide zijn humaniora in het kleinseminarie van Sint-Truiden, waar de lettergilde Utile dulci, de Vlaamse taal in onderwijs en cultuur stimuleerde. Als jonge student correspondeerde hij met de redactie van het letterkundig tijdschrift “’t Daghet in den Oosten”, dat toen nog onder de leiding van Guido Gezelle stond. In 1888 promoveerde hij als apotheker in Leuven. Hij was er lid van de Vlaamse studentenbeweging Tijd en Vlijt en van de Limburgse Gouwgilde (1885). In 1890 vestigde hij zich als apotheker in Antwerpen, en in 1893 huwde hij met Bertha van Bergen met wie hij vijf kinderen kreeg. Zijn apotheek groeide uit tot een bloeiende onderneming. Hendrix zette zich ook in voor de waardering van het apothekersambt: hij zat in de pharmakopee-commissie (1897), was voorzitter van La Société de Pharmacie d’Anvers (1901) en stichtte in 1922 de Algemeene Apotheekers Vereniging. In 1938 werd hij benoemd tot lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Geneeskunde en was voorzitter tot 1941. Hendrix redigeerde en schreef wetenschappelijke en vulgariserende artikels onder meer voor het “Journal de Pharmacie d’Anvers” (1895) en “Het Vlaamsch Geneeskundig Tijdschrift” (1920). In 1924 droeg hij de zaak over en deed verder zelf onderzoek in zijn laboratorium. Hij sloot zich aan bij de Vlaamse beweging, die volgens hem sturing miste. Voor hem leidde niet alleen armoede, maar ook taal tot uitsluiting; erkenning van het Vlaams moest de gewone burger emanciperen en inspraak geven. Vanaf 1906 was hij betrokken bij het bestuur van het Katholiek Vlaamsche Oud-Hoogstudentenverbond, in 1908 omgedoopt tot een Katholiek Vlaams Verbond, waarbij de studentenbonden van alle provincies zich hadden aangesloten. Hij streefde naar vervlaamsing van het hoger onderwijs zoals de Gentse Rijksuniversiteit en wilde via initiatieven als de Ouderbond (1910) en de Katholieke Vlaamse Hogeschooluitbreiding Vlaamse ouders en studenten vormen en emanciperen. Samen met ondernemer Lieven Gevaert richtte hij het Vlaamsch Economische Verbond (1926) op ter ondersteuning van de Vlaamsgezinde patroons, daarna de Sint-Lutgardisschool (1912) en het Sint-Lievenscollege (1929) met Vlaams als voertaal. Toen Albert I in 1909 zijn eed in het Nederlands aflegde, groeide de hoop op vernederlandsing van het staatsapparaat. Hendrix ondertekende De Raets brochure ‘De Vlaming onder de nieuwe regering’, gericht aan de koning. Hij speelde een belangrijke rol bij de oprichting en het beheer van het tijdschrift “Ons Volk Ontwaakt” (1911), het dagblad “De Standaard” (1914), en “Standaard Boekhandel” (1924). Op 26 februari 1946 overleed Arnold Jozef Hendrix te Antwerpen.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellezanter; studentenbeweging
Bronnen https://gw.geneanet.org/louischr?n=hendrix&oc=&p=arnold+jozefhttps://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/hendrix-arnold; https://resources.huygens.knaw.nl/retroboeken/nbwv/#page=0&accessor=accessor_index&view=imagePane Nationaal Biografisch Woordenboek (zoekterm Hendrix) https://doorbraak.be/26-februari-net-binnen-victor-hugo-geboren-schrijver-les-miserables-pleitbezorger-zelfbeschikkingsrecht-volkeren Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience (zoekterm: Arnold Hendrix ) https://eeuwfeestapotheek.be/apotheek-minerva/ https://www.egmp-vzw.be/Pdf/jaarboeken/2010%20-%202019/JEGMP_2010_6.pdf https://kringgeschiedenis.kava.be/SCANS/1990-078.pdf https://www.kringbenelux.eu/sites/default/files/index/2009-116-6.pdf (zoekterm: Hendrix ) https://openjournals.ugent.be/wt/article/79263/galley/200881/view/ file:///C:/Users/User/Downloads/wt-80271-luyckx.pdf of https://wt.be/#gsc.tab=0&gsc.q=Hendrix&gsc.sort= https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/utile-dulci

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamSint-Truiden
GemeenteSint-Truiden

Naam - persoon

NaamCeyssens, Michiel
Datums° Beringen, 29/01/1833 - ✝ Hasselt, 11/01/1927
GeslachtMannelijk
Beroepboekhandelaar; boekdrukker
BioMichiel Ceyssens was Hij werd geboren op 29 januari 1833 te Beringen als zoon van Jean Arnold, notaris en burgemeester (Eksel 1788 – Beringen 1846), en Carolina Bellefroid (Genk, 1794 – Hasselt 1866). Hij werd boekhandelaar en drukker en zette de drukkerszaak van zijn in 1866 overleden broer Henri Joseph verder samen met zijn jongere broer Pierre Alphonse. In 1866 en 1867 kocht hij twee Hasseltse drukkerijen, ‘Den Gulden Kelck’ in de Nieuwstraat en ‘Den Yseren Kerf’ in de Demerstraat, op om de bladen “Le Constitutionnel du Limbourg Belge” en “De Onafhankelyke der Provincie Limburg” uit te geven. Tevens drukte en publiceerde hij het taal- en volkskundige magazine “’t Daghet in den Oosten”, waarmee Guido Gezelle nauw verbonden was, van 1885 tot 1910, waarna hij het beheer van zowel zijn populaire boekenwinkel op de Grote Markt als de drukkerij in de handen zijn zoon Jules Ceyssens legde. 17 jaar later, in 1927, stierf Michiel Ceyssens in Hasselt.
Relatie tot Gezelleadressenlijst Cordelia Van De Wiele; drukker van 't Daghet in den Oosten
Bronnen https://www.hasel.be/ceysens-michiel-1833-1927; Ward Segers, Letteren & Woord: Een onderzoek naar het literair erfgoed van Hasselt. S.l.: s.n., 2013; Anny Corens, 't Daghet in den Oosten Limburgs tijdschrift uit de 19e eeuw - taalkunde, folklore, letterkunde. Antwerpen: Centrum voor Studie en Documentatie, Antwerpen, 1971
NaamCuppens, August
Datums° Beringen, 28/05/1862 - ✝ Loksbergen, 01/05/1924
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor; dichter
BioAugust Cuppens werd geboren te Beringen op 28 mei 1862. Na zijn kleinseminarie in Sint-Truiden studeerde Cuppens aan het seminarie in Luik. en werd er priester gewijd op 9 april 1886. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde' en verzamelde Limburgse woorden voor Guido Gezelle. In 1885 al stichtte hij samen met zijn medestudenten Jacob Lenaertst en Jan Mathijs Winters het tijdschrift “‘t Daghet in den Oosten”. Hij was onderpastoor te Ans vanaf zijn wijding. In 1888 werd hij onderpastoor te Verviers, in 1895 rector van de Armenzusters in Luik, en in 1899 terug in Limburg wordt hij pastoor in Loksbergen. Vlaamse kunstenaars en schrijvers kwamen bij hem vaak over de vloer (Verriest, Streuvels, Belpaire, Nahon…) en hij onderhield een levendige briefwisseling met Guido Gezelle en Maria Belpaire. Hij schreef proza, poëzie en toneel en publiceerde vele bijdragen in literaire tijdschriften. Zijn Frans was hoogstaand, zo vertaalde hij 58 gedichten van Gezelle naar het Frans. Hij was medeoprichter van “Dietsche Warande en Belfort” en speelde een voorname rol in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Hij overleed te Loksbergen op 1 mei 1924.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; ’t Daghet in de Oosten; studentenbeweging
NaamDaniëls, Polydoor
Datums° Diest, 20/12/1845 - ✝ Hoeilaart, 05/12/1944
GeslachtMannelijk
Beroeppriester, leraar
BioPolydoor Daniels werd op 20 december 1845 geboren te Diest. Hij volgde een priesteropleiding aan de seminaries van Sint-Truiden en Luik. Na zijn priesterwijding op 3 juni 1871 gaf hij les aan de colleges van Huy en Saint-Roch te Ferrières. Omwille van zijn zwakke gezondheid werd hij in 1876 huiskapelaan bij baron de Villenfagne de Vogelsanck te Zolder. Die bood hem een stimulerende intellectuele omgeving. Daniëls legde zich toe op historisch en filologisch onderzoek. Samen met August Cuppens en Jacob Lenaerts stichtte hij het taal- en volkskundig tijdschrift ‘'t Daghet in den Oosten’ (1885) dat sterk onder invloed van Gezelle stond en de Limburgse studentenbeweging steunde. Zo kwam hij in contact met Gezelle die de eerste jaargangen nazag. Daniëls werkt mee aan de Woordentas en Loquela. Hij was tevens medestichter van Het Belfort, van De Banier en van het historische tijdschrift ‘L'Ancien Pays de Looz’. Na de dood van baron de Villenfagne in 1904 werd hij benoemd tot bestuurder van de broeders van Liefde in Hasselt en tot rector van het Begijnhof. In 1909 werd hij archivaris en conservator van het Stedelijk Museum van de stad Hasselt. In 1939 ging hij met pensioen te Hoeilaart. Hij stierf er op 3 december 1944.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter (WDT)
Bronnen https://hasel.be/dani%C3%ABls-polydoor-1845-1944
NaamLenaerts, Leonard Willem Jakob
Datums° Zonhoven, 30/04/1862 - ✝ Landen, 16/12/1913
GeslachtMannelijk
Beroepdichter; priester; kapelaan; pastoor
BioJacob Lenaerts werd geboren te Zonhoven op 30 april 1862. Zijn ouders overleden toen hij nog zeer jong was en hij werd opgevoed door zijn heeroom Willem Arnold Lenaerts, pastoor-deken van Vlijtingen. Hij volgde de humaniora in het seminarie van St.-Roche in de provincie Luik en studeerde daarna wijsbegeerte aan het kleinseminarie te St.-Truiden. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. In 1884 stichtte hij als seminarist, samen met August Cuppens en op impuls van Gezelle, "’t Daghet in den Oosten" (1885-1914), een taal- en volkskundig weekblad voor de provincie Limburg. In 1886 werd hij priester gewijd en aangesteld als kapelaan in Val-Saint-Lambert. Daarna werd hij achtereenvolgens pastoor in Bevingen-Halmaam (St.-Truiden), Membruggen en Landen, waar hij overleed op 16 december 1913. Lenaerts schreef talrijke artikels over taal- en volkskunde, lokale geschiedenis en hagiografie. Zijn meest geslaagde publicatie is "De Verdwijning der Auwelen" (1890). Hij verwerkte hierin, onder invloed van Gezelle, oude sprookjes en sagen.
Links[odis], [dbnl]
Relatie tot GezelleLimburgsch Zantersgildeken; correspondent; studentenbeweging
Bronnen https://nevb.be/wiki/Lenaerts,_Jacob_(eigenlijk_Leonard_W.J.)
NaamHendrix, Arnold Jozef; Zwarte Krouwer
Datums° Peer, 12/05/1866 - ✝ Antwerpen, 26/02/1946
GeslachtMannelijk
Beroepapotheker
BioArnold Jozef Hendrix werd op 12 mei 1866 geboren te Peer, als derde kind van Frans Hendrix (1836-1898), landbouwer en pannenbakker, en Maria Catharina Van Helden (1842-1872). Hij voltooide zijn humaniora in het kleinseminarie van Sint-Truiden, waar de lettergilde Utile dulci, de Vlaamse taal in onderwijs en cultuur stimuleerde. Als jonge student correspondeerde hij met de redactie van het letterkundig tijdschrift “’t Daghet in den Oosten”, dat toen nog onder de leiding van Guido Gezelle stond. In 1888 promoveerde hij als apotheker in Leuven. Hij was er lid van de Vlaamse studentenbeweging Tijd en Vlijt en van de Limburgse Gouwgilde (1885). In 1890 vestigde hij zich als apotheker in Antwerpen, en in 1893 huwde hij met Bertha van Bergen met wie hij vijf kinderen kreeg. Zijn apotheek groeide uit tot een bloeiende onderneming. Hendrix zette zich ook in voor de waardering van het apothekersambt: hij zat in de pharmakopee-commissie (1897), was voorzitter van La Société de Pharmacie d’Anvers (1901) en stichtte in 1922 de Algemeene Apotheekers Vereniging. In 1938 werd hij benoemd tot lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Geneeskunde en was voorzitter tot 1941. Hendrix redigeerde en schreef wetenschappelijke en vulgariserende artikels onder meer voor het “Journal de Pharmacie d’Anvers” (1895) en “Het Vlaamsch Geneeskundig Tijdschrift” (1920). In 1924 droeg hij de zaak over en deed verder zelf onderzoek in zijn laboratorium. Hij sloot zich aan bij de Vlaamse beweging, die volgens hem sturing miste. Voor hem leidde niet alleen armoede, maar ook taal tot uitsluiting; erkenning van het Vlaams moest de gewone burger emanciperen en inspraak geven. Vanaf 1906 was hij betrokken bij het bestuur van het Katholiek Vlaamsche Oud-Hoogstudentenverbond, in 1908 omgedoopt tot een Katholiek Vlaams Verbond, waarbij de studentenbonden van alle provincies zich hadden aangesloten. Hij streefde naar vervlaamsing van het hoger onderwijs zoals de Gentse Rijksuniversiteit en wilde via initiatieven als de Ouderbond (1910) en de Katholieke Vlaamse Hogeschooluitbreiding Vlaamse ouders en studenten vormen en emanciperen. Samen met ondernemer Lieven Gevaert richtte hij het Vlaamsch Economische Verbond (1926) op ter ondersteuning van de Vlaamsgezinde patroons, daarna de Sint-Lutgardisschool (1912) en het Sint-Lievenscollege (1929) met Vlaams als voertaal. Toen Albert I in 1909 zijn eed in het Nederlands aflegde, groeide de hoop op vernederlandsing van het staatsapparaat. Hendrix ondertekende De Raets brochure ‘De Vlaming onder de nieuwe regering’, gericht aan de koning. Hij speelde een belangrijke rol bij de oprichting en het beheer van het tijdschrift “Ons Volk Ontwaakt” (1911), het dagblad “De Standaard” (1914), en “Standaard Boekhandel” (1924). Op 26 februari 1946 overleed Arnold Jozef Hendrix te Antwerpen.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellezanter; studentenbeweging
Bronnen https://gw.geneanet.org/louischr?n=hendrix&oc=&p=arnold+jozefhttps://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/hendrix-arnold; https://resources.huygens.knaw.nl/retroboeken/nbwv/#page=0&accessor=accessor_index&view=imagePane Nationaal Biografisch Woordenboek (zoekterm Hendrix) https://doorbraak.be/26-februari-net-binnen-victor-hugo-geboren-schrijver-les-miserables-pleitbezorger-zelfbeschikkingsrecht-volkeren Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience (zoekterm: Arnold Hendrix ) https://eeuwfeestapotheek.be/apotheek-minerva/ https://www.egmp-vzw.be/Pdf/jaarboeken/2010%20-%202019/JEGMP_2010_6.pdf https://kringgeschiedenis.kava.be/SCANS/1990-078.pdf https://www.kringbenelux.eu/sites/default/files/index/2009-116-6.pdf (zoekterm: Hendrix ) https://openjournals.ugent.be/wt/article/79263/galley/200881/view/ file:///C:/Users/User/Downloads/wt-80271-luyckx.pdf of https://wt.be/#gsc.tab=0&gsc.q=Hendrix&gsc.sort= https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/utile-dulci

Naam - plaats

NaamLommel
GemeenteLommel
NaamPeer
GemeentePeer
NaamSint-Truiden
GemeenteSint-Truiden

Titel - ander werk

Titelt Daghet in den Oosten
AuteurCeysens, L..
Datum1885-
PlaatsHasselt
UitgeverCeyssens

Titelxx/05/1885, Sint-Truiden, Arnold Jozef Hendrix aan [Polydor Daniëls, August Cuppens, Leonard Willem Jakob Lenaerts (= redacteurs van 't Daghet in den Oosten) en doorgestuurd naar Guido Gezelle]
EditeurMiet Hubrechts; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2025
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenMiet Hubrechts; Universiteit Antwerpen, Hendrix Arnold Jozef aan Gezelle Guido, Sint-Truiden (Sint-Truiden), xx/05/1885. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2025 Available from World Wide Web: link .
VerzenderHendrix, Arnold Jozef
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Ontvanger[de redacteurs van 't Daghet in den Oosten]
Verzendingsdatumxx/05/1885
VerzendingsplaatsSint-Truiden (Sint-Truiden)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van de aanhef.
Fysieke bijzonderheden
Drager 213 mm x 137 mm
papiersoort: 8 zijden beschreven
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden bijlage bij handgeschreven brief van A. Cuppens aan G.G. van [xx/06?/1885] (nr.7477)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief7477
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.13977
Inhoud
IncipitOp den achter kant van uw geëerd
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.