<Resultaat 3110 van 3115

>

p1
Eerweerde heer en meester,

Wij hadden den drukker geschreven van ‘t Daghet toe te vouwen: ge zult wel bemerkt hebben op wat eene aardige wijs hij dat gedaan heeft....

Of de haan (over sprokkelmaand)[1] nog een tweede keer zal kraaien weten wij niet, maar mogen het hopen.

Tegen Maandag hebben wij het examen voor ‘t Diakenaat,[2] dus moeten wij nu blokken; maar derachter zullen wij onze vondsten van onder ‘t verlof bijeen rapen, en op een nieuw voor ‘t Daghet beginnen.

Met eentige woorden in het opstel over Limburgsche Dichtveerdigheid zullen wij den 4den nommer wel aaneen haken.[3]

Dan houden wij nog te drukken 2 vervolgen van Ons boek- en boekstafwezen[4]

[5]

In Loq. 3e jaar n° 1 Meimaand[6] staat er een heele reessem getuigenissen dat zich sinds de hervorming[7] eerst ingebrocht is, en een zeggen van Bormans dat zich tot hiertoe in Limburg nog niet bij ‘t volk ingedrongen en is.

Bormans is heel mis: zich werdt algemeen gebruikt in ‘t Oosten van Limburg (Maaskant en Kempen) en in ‘t Haspengouw (rond Tongeren) nog meer in verschillige oude Limburgsche oorkonden van vóór de protestanten 1300 en 1400 heb ik zichs met de macht[8] gezien. Aan ons kante (Klein-Vrankrijk[9] en St Truyden) (Bormans) werdt hem altijd gezeid.

Wil ik daar eens iets over maken met aanhaling van die oorkonden? De uittrek uit Loq. voorop er dan die bemerking?[10]

Zoudt gij over werden – word – geworden (geworen) ook zo geen blz. kunnen schrijven wi[11] over darren?[12]

Eerbiedig en van herte gegroet van ons allen!

Zend toch nen goeden hoop woorden!

Zie: Handelingen van de Tweede vergadering der werkende leden etc. Gilde van Ste Luitgaarde. - Bldz. 24: Daar is iemand te Brussel.... tot (bldz. 26)... en dien blok doen slepen.

goed voor: Uit boeken en bladeren?[13]p2Den gendarm kunnen wij niet uit het spel krijgen. Maar wat gij doen moest: als gij iets zendt, doet het ‘s Zaterdags weg; dan hebben wij het ‘s Maandags. Hebt gij iets te zenden dat dringt, laat het ons in ‘t Seminarie weten bijv. met een gedrukt papierken met onze t’huis op en een kopke van een halven cent.

Hebt gij ‘t Leven van Ste Luutgarde al ontvangen van Mr. Daniëls? Anders moet gij der maar eens een kaarteke om schrijven: hij zou immers konnen vergeten dat hij ‘t beloofd heeft.

Als gij kunt neem dan een woord of twee van die mannekes aan ‘t zal hen aanzetten om nog meer te zoeken.p3Kan er van de volgende woorden ‘t een of ‘t ander deugen voor de woordenzange?[14] t en zijn wel geene nieuwe, maar en staan toch niet in Schuermans, meen ik:

zouen, zoude, gezoud.

= zouen of grachtjes graven, uithalen b.v. eenen bampd zouen.

zouw, zauw, zode, zo beteekent zoowel de waterloopkens als de groes [15]zelf vergelijk gracht, graaf, dijk, wal, die zoo wel de hoogte als de leegte aanduiden.

Goede dag, den. Eenen goeden dag hebben is tot ons Heer gaan. Te Tongeren.

zouwmes. het: Mes om te zouen.

Gebik. het: Gelaatstrekken, opzicht. bv. iemand op ‘t gebik herkennen.

bek is mond en aangezicht(?). Kempen.

Eekvisch. den. Uitspraak,- eekvēs, met de stemzate[16] op eek. Is hagedis, egdis, eektis, artis.

vergelijk ‘t vlaamsch gatvisch = eiers en mollevischrapen.[17]

Klater. den. klip, schaal, zoo genoemd om ‘t klateren van ‘t geld. een oud zonouwsch rijmken zingt:

De prins van Luik kwam over ‘t water
met zijnen zilver-gouën klater,
met zijne zilver-gouën trompet,

Nuts. de: huits,[18] voer, ezel, horts, heurts.

Eene nuts is eene dikke (k)nods op twee rader gedragen. - Klein Vrankrijk.

Huik. den: heuvelken.

b.v. ‘t water staat over huik en struik. Heukel, hok, hoekel, hocht zijn bekend p4en vormen huikeling, hukkeling, d.i. hooiopper, en huikelen, hukkelen, d.i. hooi of koren opperen. Linckhout.

Lamp. het. Lam,

Engelsch en zweedsch lamb, otfried en Tat. lamp. Angelsassensch lamb. Vergelijk: kamp = kam, enz.

Lange lente. den. Spirrewits van een mensch, uitermate opgeschoten kerel.

Linda in ‘t ijslandsch binden; lentus in ‘t latijn taai, dat gebogen en gebonden kan worden lint, in ‘t dietsch, enz.

Noten

[1] Februari. Toen verscheen het eerste nummer van ’t Daghet in den Oosten.
[2] De diakenwijding zelf vond vermoedelijk plaats de zaterdag na Pinksteren op 30 mei 1885. Het examen was na de paasvakantie (Pasen viel op 5 april 1885) en voor het verschijnen van ’t Daghet in den Oosten nr. 4 op 1 mei 1885. De maandagen die in aanmerking komen zijn 13 april, 20 april of 27 april 1885.
[3] Limburgsche Dichtveerdigheid - Hendrik en Scholtes. In: ’t Daghet in den Oosten: 1 (1885) 4, p. 28-32.
[4] Tot hier is de brief in het handschrift van Lenaerts, de rest van de brief is in het handschrift van Cuppens.
[5] Tot hier is de brief geschreven in het handschrift van Lenaerts. Vanaf dit punt gaat de brief verder in het handschrift van August Cuppens.
[6] G. Gezelle, Hulpe over wederhulpe. In: Loquela: 3 (Meimaand 1883) 1, p.8. Citaat uit Bormans: ”Hoogleeraar zaliger J.H. Bormans, van Luik, Leven van Sinte Christina, bl. 59: ”So dat si haer warp sulcwile int vier;

-Si warp haer, zoo sprak men ten tijde van Geraert en nog twee volle eeuwen later; ons Nederduitsch heeft het reflexive zich aen de Reformatie, d. i. aen Duitschland, te danken, wat

ook de vreemde uitgang op ch bewijst. Het zonderlingste is dat het aen de volksspraek van Limburg tot heden toe geheel vreemd gebleven is, schoon, onder meer andere duitsche klanken, ich, mich, uch, daer van ouds ingeplant zijn. De reden daervan zal wel zijn, dat het Limburgsch dialekt met het Oudsaksensch, Angelsaksensch en Oudvriesch het nauwste verbonden is, waerin, zoo ver de gedenkstukken opklimmen, het reflexief pronomen gansch ontbreekt. “”

[7] Reformatie.
[8] In grote mate.
[9] “Klein Vrankrijk heet ik de oevers van den Demer, van bekans aan Bilsen tot aan Diest, en van de beken die daar in deze rivieren lopen: de Rostbeek, de Zwertbeek, de Mangelbeek en de Herck.” In : Lenaerts Jacob, Over ’t Limburgsch. Aanwezig in het Guido Gezellearchief, Openbare Bibliotheek Brugge, nr. Aanw. 533, 14,17.
[10] Het artikel is niet verschenen in ’t Daghet in den Oosten.
[11] Zoals.
[12] G. Gezelle, Darren. In: ’t Daghet in den Oosten: 1 (1885) 2, p. 13-14.
[13] Het excerpt waarnaar Lenaerts verwijst betreft een deel van een redevoering gegeven door Leonard Lodewijk De Bo, waarin hij opperde voor het gebruik van de Vlaamse volkstaal, omdat hij het ’letterkundig hollandsch’ te stroef vond en het volgens hem te weinig eloquentie bevat. Zijn redenering ging gepaard met een religieuze afkeer tegenover de Nederlandse protestanten, van wier taal hij meende dat ze ongeschikt was om met God te communiceren, laat staan met het volk. Het excerpt werd niet in ’t Daghet in den Oosten gepubliceerd.
[14] Vaste rubriek in ’t Daghet in den Oosten waarin Limburgse woorden besproken werden.
[15] Groene aanslag- of plantengroei, vergelijkbaar met mos of algen op vochtige oppervlakken. De dialectvorm wordt gebruikt voor de groene begroeiing die zich op stenen, hout of andere vochtige plaatsen vormt. (Jozef Cornelissen en Jan Baptist Vervliet, Idioticon van het Antwerpsch dialect (stad Antwerpen en Antwerpsche Kempen). Aanhangsel. Gent: A. Siffer, drukker der Koninklijke Vlaamsche Academie, 1906, p. 511.)
[16] Klemtoon.
[17] Zie: G. Gezelle, Mollepooi, Molleplooi, Molleprooi. In: Loquela: 5 (Oostermaand 1886) 12, p.92: “Mollevisch, den. = Aardappels en rapen, met wel doorbeuterde toespijze overgoten, een alom gekende en smakelijke vrijdagsche kost. Geh. Kortrijk.”
[18] Voeder (Lodewijk Willem Schuermans, Algemeen Vlaamsch idioticon. Leuven: Gebroeders Vanlinthout, 1870, p.198).

Register

Correspondenten - personen

NaamCuppens, August
Datums° Beringen, 28/05/1862 - ✝ Loksbergen, 01/05/1924
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor; dichter
BioAugust Cuppens werd geboren te Beringen op 28 mei 1862 als zoon van Maria Rosalia Bosmans en postbode Antoon Cuppens. Na zijn kleinseminarie in Sint-Truiden studeerde Cuppens aan het grootseminarie in Luik. Hij werd er priester gewijd op 9 april 1886. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde' en verzamelde Limburgse woorden voor Guido Gezelle. In 1885 al stichtte hij samen met zijn medestudenten Jacob Lenaertst en Jan Mathijs Winters het tijdschrift “‘t Daghet in den Oosten”. Hij was onderpastoor te Ans vanaf zijn wijding. In 1888 werd hij onderpastoor te Verviers, in 1895 rector van de Armenzusters in Luik, en in 1899 terug in Limburg wordt hij pastoor in Loksbergen. Vlaamse kunstenaars en schrijvers kwamen bij hem vaak over de vloer (Verriest, Streuvels, Belpaire, Nahon…) en hij onderhield een levendige briefwisseling met Guido Gezelle en Maria Belpaire. Hij schreef proza, poëzie en toneel en publiceerde vele bijdragen in literaire tijdschriften. Zijn Frans was hoogstaand, zo vertaalde hij 58 gedichten van Gezelle naar het Frans. Hij was medeoprichter van “Dietsche Warande en Belfort” en speelde een voorname rol in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Hij overleed te Loksbergen op 1 mei 1924.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; ’t Daghet in de Oosten; studentenbeweging
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamLenaerts, Leonard Willem Jakob
Datums° Zonhoven, 30/04/1862 - ✝ Landen, 16/12/1913
GeslachtMannelijk
Beroepdichter; priester; kapelaan; pastoor; legeraalmoezenier
BioJacob Lenaerts werd geboren te Zonhoven op 30 april 1862. Zijn ouders overleden toen hij nog zeer jong was en hij werd opgevoed door zijn heeroom Willem Arnold Lenaerts, pastoor-deken van Vlijtingen. Hij volgde de humaniora in het seminarie van St.-Roche in de provincie Luik en studeerde daarna wijsbegeerte aan het kleinseminarie te St.-Truiden. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. In 1884 stichtte hij als seminarist, samen met August Cuppens en op impuls van Gezelle, "’t Daghet in den Oosten" (1885-1914), een taal- en volkskundig weekblad voor de provincie Limburg. In 1886 werd hij priester gewijd en aangesteld als kapelaan in Val-Saint-Lambert. Op 30 mei 1890 werd hij vervolgens aangesteld als hulpmoezenier van het legerkamp Beverlo. In 1898 werd hij pastoor in Bevingen-Halmaam (St.-Truiden). Van 1901 tot 1904 was hij pastoor te Membruggen en van 1904 tot 1913 pastoor-deken te Landen, waar hij overleed op 16 december 1913. Lenaerts schreef talrijke artikels over taal- en volkskunde, lokale geschiedenis en hagiografie. Zijn meest geslaagde publicatie is "De Verdwijning der Auwelen" (1890). Hij verwerkte hierin, onder invloed van Gezelle, oude sprookjes en sagen.
Links[odis], [dbnl]
Relatie tot GezelleLimburgsch Zantersgildeken; correspondent; studentenbeweging
Bronnen https://nevb.be/wiki/Lenaerts,_Jacob_(eigenlijk_Leonard_W.J.); https://schrijversgewijs.be/schrijvers/lenaerts-jacob/

Briefschrijver

NaamCuppens, August
Datums° Beringen, 28/05/1862 - ✝ Loksbergen, 01/05/1924
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor; dichter
BioAugust Cuppens werd geboren te Beringen op 28 mei 1862 als zoon van Maria Rosalia Bosmans en postbode Antoon Cuppens. Na zijn kleinseminarie in Sint-Truiden studeerde Cuppens aan het grootseminarie in Luik. Hij werd er priester gewijd op 9 april 1886. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde' en verzamelde Limburgse woorden voor Guido Gezelle. In 1885 al stichtte hij samen met zijn medestudenten Jacob Lenaertst en Jan Mathijs Winters het tijdschrift “‘t Daghet in den Oosten”. Hij was onderpastoor te Ans vanaf zijn wijding. In 1888 werd hij onderpastoor te Verviers, in 1895 rector van de Armenzusters in Luik, en in 1899 terug in Limburg wordt hij pastoor in Loksbergen. Vlaamse kunstenaars en schrijvers kwamen bij hem vaak over de vloer (Verriest, Streuvels, Belpaire, Nahon…) en hij onderhield een levendige briefwisseling met Guido Gezelle en Maria Belpaire. Hij schreef proza, poëzie en toneel en publiceerde vele bijdragen in literaire tijdschriften. Zijn Frans was hoogstaand, zo vertaalde hij 58 gedichten van Gezelle naar het Frans. Hij was medeoprichter van “Dietsche Warande en Belfort” en speelde een voorname rol in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Hij overleed te Loksbergen op 1 mei 1924.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; ’t Daghet in de Oosten; studentenbeweging
NaamLenaerts, Leonard Willem Jakob
Datums° Zonhoven, 30/04/1862 - ✝ Landen, 16/12/1913
GeslachtMannelijk
Beroepdichter; priester; kapelaan; pastoor; legeraalmoezenier
BioJacob Lenaerts werd geboren te Zonhoven op 30 april 1862. Zijn ouders overleden toen hij nog zeer jong was en hij werd opgevoed door zijn heeroom Willem Arnold Lenaerts, pastoor-deken van Vlijtingen. Hij volgde de humaniora in het seminarie van St.-Roche in de provincie Luik en studeerde daarna wijsbegeerte aan het kleinseminarie te St.-Truiden. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. In 1884 stichtte hij als seminarist, samen met August Cuppens en op impuls van Gezelle, "’t Daghet in den Oosten" (1885-1914), een taal- en volkskundig weekblad voor de provincie Limburg. In 1886 werd hij priester gewijd en aangesteld als kapelaan in Val-Saint-Lambert. Op 30 mei 1890 werd hij vervolgens aangesteld als hulpmoezenier van het legerkamp Beverlo. In 1898 werd hij pastoor in Bevingen-Halmaam (St.-Truiden). Van 1901 tot 1904 was hij pastoor te Membruggen en van 1904 tot 1913 pastoor-deken te Landen, waar hij overleed op 16 december 1913. Lenaerts schreef talrijke artikels over taal- en volkskunde, lokale geschiedenis en hagiografie. Zijn meest geslaagde publicatie is "De Verdwijning der Auwelen" (1890). Hij verwerkte hierin, onder invloed van Gezelle, oude sprookjes en sagen.
Links[odis], [dbnl]
Relatie tot GezelleLimburgsch Zantersgildeken; correspondent; studentenbeweging
Bronnen https://nevb.be/wiki/Lenaerts,_Jacob_(eigenlijk_Leonard_W.J.); https://schrijversgewijs.be/schrijvers/lenaerts-jacob/

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamLuik

Naam - persoon

NaamBormans, Jan Hendrik; Broeder Geraert
Datums° Sint-Truiden, 17/11/1801 - ✝ Luik, 04/06/1878
GeslachtMannelijk
Beroephoogleraar; filoloog
BioJan-Hendrik Bormans studeerde klassieke talen aan de Universiteit van Luik en begon zijn loopbaan als docent poësis en retorica aan het Seminarie van Luik (1818-1820). Daarna was hij studiemeester aan het koninklijk college in Luik (1820-1825), docent en rector in Sint-Truiden (1825-1834) en rector in Hasselt (1834-1835). Van 1835 tot 1837 doceerde hij Nederlandse en Griekse letteren aan de Rijksuniversiteit Gent, waar hij via Jan Frans Willems en andere flaminganten interesse kreeg in de Middelnederlandse literatuur. In 1837 keerde hij terug naar de Universiteit van Luik, waar hij klassieke talen en vanaf 1851 ook Nederlands doceerde. Hij ging in 1865 met emeritaat. Als pionier in de studie van de Middelnederlandse literatuur gaf Bormans werken uit zoals Leven van Sinte Christina, Der Naturen Bloeme van Jacob van Maerlant en de Brabantse Yeesten. Hij was lid van de Leidse Maatschappij van Nederlandse Letterkunde en speelde een belangrijke rol als lid en rapporteur van de eerste Spellingscommissie. In 1857 publiceerde hij in "Dietsche Warande" een Middelnederlandse vertaling van het Leven van Sint-Lutgart en stelde voor haar uit te roepen tot patroonheilige van de Nederlandse taal- en letterkunde, een idee dat bij Guido Gezelle bijval vond. Vanaf 1858 correspondeerde Guido Gezelle met Bormans over een handschrift van Jan Praet, dat Gezelle via Kanunnik Van Verdeghem van de Brugse zwartzusters in bruikleen had gekregen. Bormans werkte jarenlang aan de editie van dit handschrift en publiceerde het in 1872. Hij droeg ook bij aan Gezelles taalstudie. Zijn waardering voor het werk van Gezelle was een argument in de polemiek rond het taalparticularisme.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter (WDT)
BronnenHessmann, Pierre. De briefwisseling Bormans-Gezelle. In: Gezelliana: 1 (1970) 1-2, 28-48; https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/bormans-jan-hendrik
NaamCeyssens, Michiel
Datums° Beringen, 29/01/1833 - ✝ Hasselt, 11/01/1927
GeslachtMannelijk
Beroepboekhandelaar; boekdrukker
BioMichiel Ceyssens was Hij werd geboren op 29 januari 1833 te Beringen als zoon van Jean Arnold, notaris en burgemeester (Eksel 1788 – Beringen 1846), en Carolina Bellefroid (Genk, 1794 – Hasselt 1866). Hij werd boekhandelaar en drukker en zette de drukkerszaak van zijn in 1866 overleden broer Henri Joseph verder samen met zijn jongere broer Pierre Alphonse. In 1866 en 1867 kocht hij twee Hasseltse drukkerijen, ‘Den Gulden Kelck’ in de Nieuwstraat en ‘Den Yseren Kerf’ in de Demerstraat, op om de bladen “Le Constitutionnel du Limbourg Belge” en “De Onafhankelyke der Provincie Limburg” uit te geven. Tevens drukte en publiceerde hij het taal- en volkskundige magazine “’t Daghet in den Oosten”, waarmee Guido Gezelle nauw verbonden was, van 1885 tot 1910, waarna hij het beheer van zowel zijn populaire boekenwinkel op de Grote Markt als de drukkerij in de handen zijn zoon Jules Ceyssens legde. 17 jaar later, in 1927, stierf Michiel Ceyssens in Hasselt.
Relatie tot Gezelleadressenlijst Cordelia Van De Wiele; drukker van 't Daghet in den Oosten
Bronnen https://www.hasel.be/ceysens-michiel-1833-1927; Ward Segers, Letteren & Woord: Een onderzoek naar het literair erfgoed van Hasselt. S.l.: s.n., 2013; Anny Corens, 't Daghet in den Oosten Limburgs tijdschrift uit de 19e eeuw - taalkunde, folklore, letterkunde. Antwerpen: Centrum voor Studie en Documentatie, Antwerpen, 1971
NaamCuppens, August
Datums° Beringen, 28/05/1862 - ✝ Loksbergen, 01/05/1924
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor; dichter
BioAugust Cuppens werd geboren te Beringen op 28 mei 1862 als zoon van Maria Rosalia Bosmans en postbode Antoon Cuppens. Na zijn kleinseminarie in Sint-Truiden studeerde Cuppens aan het grootseminarie in Luik. Hij werd er priester gewijd op 9 april 1886. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde' en verzamelde Limburgse woorden voor Guido Gezelle. In 1885 al stichtte hij samen met zijn medestudenten Jacob Lenaertst en Jan Mathijs Winters het tijdschrift “‘t Daghet in den Oosten”. Hij was onderpastoor te Ans vanaf zijn wijding. In 1888 werd hij onderpastoor te Verviers, in 1895 rector van de Armenzusters in Luik, en in 1899 terug in Limburg wordt hij pastoor in Loksbergen. Vlaamse kunstenaars en schrijvers kwamen bij hem vaak over de vloer (Verriest, Streuvels, Belpaire, Nahon…) en hij onderhield een levendige briefwisseling met Guido Gezelle en Maria Belpaire. Hij schreef proza, poëzie en toneel en publiceerde vele bijdragen in literaire tijdschriften. Zijn Frans was hoogstaand, zo vertaalde hij 58 gedichten van Gezelle naar het Frans. Hij was medeoprichter van “Dietsche Warande en Belfort” en speelde een voorname rol in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Hij overleed te Loksbergen op 1 mei 1924.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; ’t Daghet in de Oosten; studentenbeweging
NaamDaniëls, Polydoor; Broeder Elias
Datums° Diest, 20/12/1845 - ✝ Hoeilaart, 05/12/1944
GeslachtMannelijk
Beroeppriester, leraar; huiskapelaan; archivaris
BioPolydoor Daniels werd op 20 december 1845 geboren te Diest. Hij volgde een priesteropleiding aan de seminaries van Sint-Truiden en Luik. Na zijn priesterwijding op 3 juni 1871 gaf hij les aan de colleges van Huy en Saint-Roch te Ferrières. Omwille van zijn zwakke gezondheid werd hij in 1876 huiskapelaan bij baron de Villenfagne de Vogelsanck te Zolder. Die bood hem een stimulerende intellectuele omgeving. Daniëls legde zich toe op historisch en filologisch onderzoek. Samen met August Cuppens en Jacob Lenaerts stichtte hij het taal- en volkskundig tijdschrift "'t Daghet in den Oosten" (1885) dat sterk onder invloed van Gezelle stond en de Limburgse studentenbeweging steunde. Zo kwam hij in contact met Gezelle die de eerste jaargangen nazag. Daniëls werkt mee aan de Woordentas en "Loquela". Hij was tevens medestichter van "Het Belfort", van "De Banier" en van het historische tijdschrift "L'Ancien Pays de Looz". Na de dood van baron de Villenfagne in 1904 werd hij benoemd tot bestuurder van de broeders van Liefde in Hasselt en tot rector van het Begijnhof. In 1909 werd hij archivaris en conservator van het Stedelijk Museum van de stad Hasselt. In 1939 ging hij met pensioen te Hoeilaart. Hij stierf er op 3 december 1944.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter (WDT)
Bronnen https://hasel.be/dani%C3%ABls-polydoor-1845-1944
NaamDe Bo, Leonard Lodewijk; Leenaert
Datums° Beveren-Leie, 27/09/1826 - ✝ Poperinge, 25/08/1885
GeslachtMannelijk
Beroephulppriester; leraar; pastoor; deken; auteur; taalkundige; botanicus
BioLeonard Lodewijk De Bo werd geboren als enige zoon van Ludovicus De Bo, landbouwer, en Amelia Lemayeur. Na schitterende middelbare studies aan het College van Tielt begon hij in oktober 1846 zijn seminariestudies aan het grootseminarie te Brugge. Op 15 maart 1851 werd hij te Brugge tot priester gewijd. Van 11 april tot 1 oktober 1851 was hij coadjutor (hulppriester) in de parochie Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen te Ver-Assebroek. Op 1 oktober 1851 werd hij leraar in de poesis- en retoricaklassen van het Sint-Lodewijkscollege te Brugge, een functie die hij 22 jaar lang zou uitoefenen, tot 9 juli 1873, toen hij werd aangesteld als pastoor van de parochie Sint-Petrus en Sint-Paulus te Elverdinge (09/07/1873 – 27/09/1882). Nadien werd hij pastoor van de parochie Onze-Lieve-Vrouw te Ruiselede (27/09/1882 – 22/04/1884). Op 22 april 1884 werd hij, hoewel hij al ziek was, nog overgeplaatst naar de parochie Sint-Bertinus te Poperinge waar hij pastoor-deken was, een overplaatsing die hij niet echt zag zitten. Hij overleed overigens al het jaar nadien. Reeds als seminarist verzamelde De Bo de West-Vlaamse woordenschat. Zijn levenswerk, het West-Vlaamsch Idioticon, waarin meer dan 25.000 woorden en uitdrukkingen uit de West-Vlaamse taal verzameld en verklaard worden, verscheen van 1870 tot 1873, gevolgd door een tweede, bijgewerkte uitgave in 1890-1892. De Bo leerde Guido Gezelle in 1850 in het grootseminarie te Brugge kennen; zij werden goede vrienden en werkten hecht samen rond de studie van de West-Vlaamse taal. De Bo werkte actief mee aan o.a. Loquela en Rond den Heerd. Postuum verschenen nog Schatten uit de volkstaal (1887) en De Bo’s Kruidwoordenboek, het resultaat van zijn levenslange botanische activiteiten.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter (WDT); medewerker Rond den Heerd; medewerker Loquela; gelegenheidsgedichten
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamTatianus
Datums° Assyrië, tweede eeuw n.Chr. - ✝ Adiabene (?), xx/04/173 n.Chr.(?)
GeslachtMannelijk
Beroeptheoloog; historicus
VerblijfplaatsSyrië; Griekenland; Egypte; Italië
BioOver het vroege leven van de theoloog Tatianus, geboren in het toenmalige Assyrië, is weinig bekend. Wel is geweten dat hij uiteindelijk in Rome belandde, waar hij voor het eerst in contact kwam met het christendom en zijn voordien 'heidense' geloof achterliet om het Woord van God te verkondigen. Zijn opvattingen stuitten binnen de Kerk echter op weerstand. Zijn aanhang van het encratisme, een vorm van ascese waarbij niet alleen vlees en alcohol, maar ook seksuele activiteit werd afgewezen, leidde uiteindelijk tot een breuk met de Kerk in Rome. Volgens de Griekse historicus Eusebius schreef Tatianus verschillende geschiedkundige en theologische werken, waarvan slechts twee van zijn bewaard gebleven: de "Oratio ad Graecos" (Rede tot de Grieken), die zware kritiek levert op de Griekse filosofie, cultuur en religieuze rituelen, en “Diatessaron”, de oudst bekende evangeliënharmonie (ca. 170). Dit is een samenvoeging van de vier canonieke evangeliën uit het Nieuwe Testament tot één chronologisch verhaal over het leven van Jezus. Na zijn breuk met Rome zou Tatianus volgens de bisschop Epiphanius teruggekeerd zijn naar Mesopotamië, maar over zijn latere leven en overlijden is weinig bekend.
Links[wikipedia]

Naam - plaats

NaamLinkhout
GemeenteLummen
NaamSint-Truiden
GemeenteSint-Truiden
NaamTongeren
GemeenteTongeren
NaamZonhoven
GemeenteZonhoven
NaamLuik

Naam - instituut/vereniging

NaamGrootseminarie Luik
BeschrijvingHet Grootseminarie van Luik werd opgericht als priesteropleiding voor het bisdom Luik in 1592. Sinds 1804 is het gevestigd in de door de Franse Revolutie opgeheven St.-Norbertusabdij van Luik, samen met het Prins-Bisschoppelijk Paleis. Vanaf 1840, na het ontstaan van België, diende het voor de opleiding van priesterstudenten (filosofie en theologie) van de bisdommen Luik en Limburg, tot in 1967 het bisdom Hasselt werd opgericht. Op dit moment is het een onderdeel van het interdiocesaan seminarie Notre Dame te Namen.
Datering1592-heden

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelLoquela
Links[gezelle.be]

Titel - ander werk

Titelt Daghet in den Oosten
AuteurCeysens, L..
Datum1885-
PlaatsHasselt
UitgeverCeyssens
TitelAlgemeen Vlaamsch Idioticon
AuteurSchuermans, Lodewijk W.
Datum1865-1883
PlaatsLeuven
UitgeverGebroeders Vanlinthout en Karel Fonteyn
TitelLeven van Sinte Lutgarda (naar Cantipratanus)
AuteurAerdryck = [Vandeputte, Rykhard]
Datum1885
PlaatsLuik
UitgeverMichel Ceyssens
TitelGilde van Sinte Luitgaarde : Handelingen van de tweede vergadering der werkende leden gehouden te Brugge, den 1 Mei 1876
Datum1876
PlaatsBrugge
UitgeverK. Beyaert - Storie

Titel05/04/1885 t.p.q. - 27/04/1885 t.a.q], Luik, [Leonard Willem Jakob Lenaerts en August Cuppens] aan [Guido Gezelle]
EditeurMichael Gijbels; Marc Carlier (research); Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenMichael Gijbels; Marc Carlier (research); Universiteit Antwerpen, Lenaerts Leonard Willem Jakob en Cuppens August aan Gezelle Guido, Luik, 05/04/1885 t.p.q. - 27/04/1885 t.a.q]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
Verzender[Lenaerts, Leonard Willem Jakob]
Verzender[Cuppens, August]
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum05/04/1885 t.p.q. - 27/04/1885 t.a.q]
VerzendingsplaatsLuik
AnnotatieT.p.q. en t.a.q. gereconstrueerd op basis van de brieftekst: sprake van het examen diakonaat op maandang + nr. 4 van 't Daghet in den Oosten is nog niet verschenen (01/05/1885): de diakenwijding vermoedelijk op 30/05/1885; examen was na de paasvakantie (Pasen = 05/04/1885); maandagen die in aanmerking komen zijn 13 april, 20 april of 27 april 1885. ; adressanten en plaats gereconstrueerd op basis van de brieftekst ; adressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 dubbel vel, 213 mm x 135 mm
papier, wit
papiersoort: 4 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden brief start in handschrift van Lenaerts
halverwege pag. 1 neemt Cuppens over
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief7636
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.13998
IIIF-manifesthttps://go.wander.be/iiif/bibliotheek-brugge/76ce76ba624b58e53b4805e6d8d531e90492c2db/manifest
Inhoud
IncipitWij hadden den drukker geschreven van
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.