<Resultaat 761 van 2159

>

p1
Mon cher ami

Je viens de composer ce souvenir mortuaire en langue flamande,[1] et maintenant l’on vient de me dire que je dois les faire en français;[2] bel et bon pour la

des vers je n’en connais rien voudriez vous avoir la bonté de m’en composer en français ou plutôt de les traduire parce que je dois en avoir dans les deux langues -

tout a vous
Benoot Directeur Général

Pourriez vous les traduire pour demain matin. veuillez répondre

p2

Noten

[1] Er is onduidelijkheid rond het auteurschap van het gedicht “Zoo ’t water van een’ stroom” ter ere van het gouden jubileum van kloosterzuster Isabella (Sophia Bayaert), van de Zwarte Zusters van Oudenaarde, in het oude Sioenklooster te Kortrijk. De gedrukte tekst van het gedicht in het Guido Gezellearchief (nr. 1316BIS) is gesigneerd: F.B. Dir. Het Verzameld dichtwerk (J. Boets) schrijft het gedicht toe aan Guido Gezelle.
[2] Er is niets bekend over de Franse vertaling.
smiek z. zie smakde, den het-? zie(den) noen z. zie verzauwelen Bederven door te lang te laten staan (WNT).= dk = tenden noen eten? Zeker!..bij ons noenen = diner zie Bederven door te lang te laten staan (WNT).(o = oe) Onderstreping van Gezelle in blauw. Onderstreping van Gezelle in blauw.van daar:na den noen.vóór den noen.‘s achternoens‘s noenens: ‘s middags.(Vlijtingen)ad horam nonam Op het negende uur.Vrglk sermon-em Taal, woord, gesprek. sermoen Op het negende uur. Taal, woord, gesprek.

Register

Correspondenten

NaamBenoot, Franciscus
Datums° Meulebeke, 19/02/1833 - ✝ Kortrijk, 01/03/1896
GeslachtMannelijk
Beroepcoadjutor; onderpastoor; kloosterdirecteur
BioFranciscus Xaverius Benoot werd geboren als zoon van Benedictus Benoot, landman, en Rosalia Depypere. Hij werd op 18/12/1858 tot priester gewijd te Brugge. Daarna was hij coadjutor te Bikschote vanaf 29/12/1858, onderpastoor te Houtem, Veurne, vanaf 27/08/1859 en onderpastoor te Kachtem vanaf 10/10/1860. In Kachtem was hij betrokken bij de uitbreiding van de kloosterkapel, die door zijn toedoen op 28/07/1877 door bisschop Faict als openbare bidplaats werd verklaard. Hij had er ook geïnvesteerd in landbouwgronden, die werden aangewend voor de bloei van het klooster en het rustoord. In die tijd was hij ook directeur van het plaatselijke broederschap van de Erewacht van het Goddelijk Hart van Jezus. Op 26/08/1881 werd hij geestelijk directeur van de Congregatie van de Zusters van de Heilige Familie en van de Congregatie van de Zwarte Zusters van Oudenaarde, te Kortrijk, waar hij ook overleed. Guido Gezelle schreef voor hem het gelegenheidsgedicht ‘Al jange jaren wierd’.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; aanvrager gelegenheidsgedicht
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamBenoot, Franciscus
Datums° Meulebeke, 19/02/1833 - ✝ Kortrijk, 01/03/1896
GeslachtMannelijk
Beroepcoadjutor; onderpastoor; kloosterdirecteur
BioFranciscus Xaverius Benoot werd geboren als zoon van Benedictus Benoot, landman, en Rosalia Depypere. Hij werd op 18/12/1858 tot priester gewijd te Brugge. Daarna was hij coadjutor te Bikschote vanaf 29/12/1858, onderpastoor te Houtem, Veurne, vanaf 27/08/1859 en onderpastoor te Kachtem vanaf 10/10/1860. In Kachtem was hij betrokken bij de uitbreiding van de kloosterkapel, die door zijn toedoen op 28/07/1877 door bisschop Faict als openbare bidplaats werd verklaard. Hij had er ook geïnvesteerd in landbouwgronden, die werden aangewend voor de bloei van het klooster en het rustoord. In die tijd was hij ook directeur van het plaatselijke broederschap van de Erewacht van het Goddelijk Hart van Jezus. Op 26/08/1881 werd hij geestelijk directeur van de Congregatie van de Zusters van de Heilige Familie en van de Congregatie van de Zwarte Zusters van Oudenaarde, te Kortrijk, waar hij ook overleed. Guido Gezelle schreef voor hem het gelegenheidsgedicht ‘Al jange jaren wierd’.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; aanvrager gelegenheidsgedicht

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamKortrijk
GemeenteKortrijk

Naam - persoon

NaamBenoot, Franciscus
Datums° Meulebeke, 19/02/1833 - ✝ Kortrijk, 01/03/1896
GeslachtMannelijk
Beroepcoadjutor; onderpastoor; kloosterdirecteur
BioFranciscus Xaverius Benoot werd geboren als zoon van Benedictus Benoot, landman, en Rosalia Depypere. Hij werd op 18/12/1858 tot priester gewijd te Brugge. Daarna was hij coadjutor te Bikschote vanaf 29/12/1858, onderpastoor te Houtem, Veurne, vanaf 27/08/1859 en onderpastoor te Kachtem vanaf 10/10/1860. In Kachtem was hij betrokken bij de uitbreiding van de kloosterkapel, die door zijn toedoen op 28/07/1877 door bisschop Faict als openbare bidplaats werd verklaard. Hij had er ook geïnvesteerd in landbouwgronden, die werden aangewend voor de bloei van het klooster en het rustoord. In die tijd was hij ook directeur van het plaatselijke broederschap van de Erewacht van het Goddelijk Hart van Jezus. Op 26/08/1881 werd hij geestelijk directeur van de Congregatie van de Zusters van de Heilige Familie en van de Congregatie van de Zwarte Zusters van Oudenaarde, te Kortrijk, waar hij ook overleed. Guido Gezelle schreef voor hem het gelegenheidsgedicht ‘Al jange jaren wierd’.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; aanvrager gelegenheidsgedicht

Naam - plaats

NaamVlijtingen
GemeenteRiemst

Titel - gedicht van Guido Gezelle

TitelZoo ' t water van een' stroom, vóór ' t starend oog vervliet
PublicatieVerzameld dichtwerk, deel VIII, p. 145

Indextermen

Briefontvanger

Gezelle, Guido

Briefschrijver

Benoot, Franciscus

Correspondenten

Benoot, Franciscus
Gezelle, Guido

Naam - persoon

Benoot, Franciscus

Naam - plaats

Vlijtingen

Plaats van verzending

Kortrijk

Titel - gedicht van Guido Gezelle

Zoo ' t water van een' stroom, vóór ' t starend oog vervliet

Titel[01-26/02/1885], [Kortrijk], Franciscus Benoot aan [Guido Gezelle]
EditeurLouise Snauwaert
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2022
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderBenoot, Franciscus
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum[01-26/02/1885]
VerzendingsplaatsKortrijk (Kortrijk)
AnnotatieDatum gereconstrueerd op basis van Verz. Dichtw., dl.VIII, p.150 ; adressaat en plaats gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Fysieke bijzonderheden
Drager 2 enkele vellen, enkel vel 1: 102x130 ; enkel vel 2: 102x132
wit, rechthoekig geruit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Staat volledig: brief verknipt tot twee taalkundige fiches en gereconstrueerd met licht tekstverlies
Toevoegingen op zijde 1 bovenaan: taalkundige notities: miek z. smak de, <-den het-?> (inkt, verticaal, hand G.G.); op blanco zijde 3: taalkundige notities: noen z. verzauwelen = den noen eten? Zeker!.. // bij ons noenen = diner // (o = oe) // van daar: // na den noen. // vóór den noen. // 's achternoens // 's noenens: 's middags. // (Vlijtingen) // ad horam nonam // Vrglk sermon-em // sermoen (inkt en blauw potlood, verticaal, van G.G., CVDW en onbekend)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief3586, smiek z. smak + 3586, noen z. verzamelen
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|14126
Inhoud
IncipitJe viens de composer le sou-
Samenvatting gedicht van Gezelle: Huldebewijs van den plechtigen jubeldag van Isabella, Verz. dichtw. dl.VIII, p.149-150
Tekstsoortbrief
TalenFrans
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.