<Resultaat 621 van 3116

>

p1
Heer ende Meester,

Het weze niet oneerzaam u bij geschrifte te zeggen dat het gebeurde van gister mij op het herte ligt. ‘t Spijt mij, dat ik het niet kan zeggen: ‘k en hadde de eere niet van u te kennen. ‘t Was een misse van Jul. Stichelbaut van u niet te namen & ‘t scheen mij

…

p2den weg te toogen

Verschooninge, Eerweerde Heer,

dan groete ik u eerbiediglijk als genegen in Christo & den lande.
Rodolf Huyghebaert
Student
Leuven, 17 Octob. 1876.

Noten

KarjaafschKraafsch Verkeerd, omgekeerd. Beernem Verkeerd, omgekeerd.Nieute3842 Hennen van Merchtenen, Woordenlijst p.190. Hennen van Merchtenen, Woordenlijst p.190.

Register

Correspondenten - personen

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamHuyghebaert, Rodolphe Auguste Aimé
Datums° Torhout, 01/08/1855 - ✝ Torhout, 28/01/1884
GeslachtMannelijk
Beroepauteur
BioRodolphe Auguste Aimé Huyghebaert werd geboren in Torhout op 1 augustus 1855. Hij was de zoon van Amatus Huyghebaert (Middelkerke, 1817 – Torhout, 1890), muziekleraar aan de Torhoutse normaalschool en boekhandelaar, en Pauline Coleta Delplace (Brugge, 1828 – Torhout, 1906). Hij studeerde aan het kleinseminarie van Roeselare, waar hij in het schooljaar 1875-1876 klasgenoot was van René Adriaens en Albrecht Rodenbach in de zogenaamde ‘Wonderklasse’ van de retorica en zo ‘De Groote Stooringe’ meemaakte op 28 juli 1875. In 1876 trok hij naar Leuven om rechten te studeren, waar hij samen met oud-klasgenoten actief bleef in de Vlaamse studentenbeweging. Hij was betrokken bij de oprichting van de Sint-Tillogilde en speelde een belangrijke rol in de werking ervan, onder meer als leider van een koorgilde die Vlaamsgezinde liederen bracht. Hij was zelf een voortreffelijk pianist. In 1877 werd hij aangeduid als keurman voor West-Vlaanderen binnen de Vlaamsche Studentenbond. Daarnaast werkte hij mee aan Vlaamsgezinde studententijdschriften zoals "Onze Vlaamsche Wekker". Hij schreef ook het historische toneelstuk "Hendrik Van Calloo. 7 tafereelen uit de geschiedenis van Thorhout" (1883), dat in Torhout werd opgevoerd en waarvan fragmenten in "Onze Vlaamsche Wekker" verschenen. Rodolphe Huyghebaert overleed in Torhout op 28 januari 1884, op 28-jarige leeftijd.
Relatie tot Gezellecorrespondent; studentenbeweging; kleinseminarie
BronnenLieve Gevers, Bewogen jeugd.Vlaanderen 1830-1895. Davidsfonds, Leuven, 1987

Briefschrijver

NaamHuyghebaert, Rodolphe Auguste Aimé
Datums° Torhout, 01/08/1855 - ✝ Torhout, 28/01/1884
GeslachtMannelijk
Beroepauteur
BioRodolphe Auguste Aimé Huyghebaert werd geboren in Torhout op 1 augustus 1855. Hij was de zoon van Amatus Huyghebaert (Middelkerke, 1817 – Torhout, 1890), muziekleraar aan de Torhoutse normaalschool en boekhandelaar, en Pauline Coleta Delplace (Brugge, 1828 – Torhout, 1906). Hij studeerde aan het kleinseminarie van Roeselare, waar hij in het schooljaar 1875-1876 klasgenoot was van René Adriaens en Albrecht Rodenbach in de zogenaamde ‘Wonderklasse’ van de retorica en zo ‘De Groote Stooringe’ meemaakte op 28 juli 1875. In 1876 trok hij naar Leuven om rechten te studeren, waar hij samen met oud-klasgenoten actief bleef in de Vlaamse studentenbeweging. Hij was betrokken bij de oprichting van de Sint-Tillogilde en speelde een belangrijke rol in de werking ervan, onder meer als leider van een koorgilde die Vlaamsgezinde liederen bracht. Hij was zelf een voortreffelijk pianist. In 1877 werd hij aangeduid als keurman voor West-Vlaanderen binnen de Vlaamsche Studentenbond. Daarnaast werkte hij mee aan Vlaamsgezinde studententijdschriften zoals "Onze Vlaamsche Wekker". Hij schreef ook het historische toneelstuk "Hendrik Van Calloo. 7 tafereelen uit de geschiedenis van Thorhout" (1883), dat in Torhout werd opgevoerd en waarvan fragmenten in "Onze Vlaamsche Wekker" verschenen. Rodolphe Huyghebaert overleed in Torhout op 28 januari 1884, op 28-jarige leeftijd.
Relatie tot Gezellecorrespondent; studentenbeweging; kleinseminarie
BronnenLieve Gevers, Bewogen jeugd.Vlaanderen 1830-1895. Davidsfonds, Leuven, 1987

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamLeuven
GemeenteLeuven

Naam - persoon

NaamHuyghebaert, Rodolphe Auguste Aimé
Datums° Torhout, 01/08/1855 - ✝ Torhout, 28/01/1884
GeslachtMannelijk
Beroepauteur
BioRodolphe Auguste Aimé Huyghebaert werd geboren in Torhout op 1 augustus 1855. Hij was de zoon van Amatus Huyghebaert (Middelkerke, 1817 – Torhout, 1890), muziekleraar aan de Torhoutse normaalschool en boekhandelaar, en Pauline Coleta Delplace (Brugge, 1828 – Torhout, 1906). Hij studeerde aan het kleinseminarie van Roeselare, waar hij in het schooljaar 1875-1876 klasgenoot was van René Adriaens en Albrecht Rodenbach in de zogenaamde ‘Wonderklasse’ van de retorica en zo ‘De Groote Stooringe’ meemaakte op 28 juli 1875. In 1876 trok hij naar Leuven om rechten te studeren, waar hij samen met oud-klasgenoten actief bleef in de Vlaamse studentenbeweging. Hij was betrokken bij de oprichting van de Sint-Tillogilde en speelde een belangrijke rol in de werking ervan, onder meer als leider van een koorgilde die Vlaamsgezinde liederen bracht. Hij was zelf een voortreffelijk pianist. In 1877 werd hij aangeduid als keurman voor West-Vlaanderen binnen de Vlaamsche Studentenbond. Daarnaast werkte hij mee aan Vlaamsgezinde studententijdschriften zoals "Onze Vlaamsche Wekker". Hij schreef ook het historische toneelstuk "Hendrik Van Calloo. 7 tafereelen uit de geschiedenis van Thorhout" (1883), dat in Torhout werd opgevoerd en waarvan fragmenten in "Onze Vlaamsche Wekker" verschenen. Rodolphe Huyghebaert overleed in Torhout op 28 januari 1884, op 28-jarige leeftijd.
Relatie tot Gezellecorrespondent; studentenbeweging; kleinseminarie
BronnenLieve Gevers, Bewogen jeugd.Vlaanderen 1830-1895. Davidsfonds, Leuven, 1987
NaamStichelbaut, Julius Josephus
Datums° Kortrijk, 28/10/1857 - ✝ Eeklo, 12/07/1897
GeslachtMannelijk
BioJulius Josephus Stichelbaut werd geboren te Kortrijk op 28 oktober 1857 als zoon van lederverkoper Henri François Stichelbaut en Sophie Walburge Ouvry. Hij volgde zijn middelbare studies aan het kleinseminarie te Roeselare, waar hij school liep in de jaren 1874-1876. Hij was er medeleerling van onder meer Albrecht Rodenbach en Rodolphe Huyghebaert en behoorde in 1875 tot de zgn. “Wonderklasse” tijdens zijn poësis onder het leraarschap van Emile Demonie. Hij maakte zo in 1875 de "groote stooringe" mee. In 1876 zat hij in de retoricaklas onder Hugo Verriest. Binnen deze Roeselaarse context nam hij deel aan het studentenleven dat later zou uitgroeien tot de Vlaamsgezinde beweging rond Rodenbach en de Blauwvoeterij. Stichelbaut studeerde verder aan de Leuvense Universiteit, waar hij in oktober 1876 aan de kandidatuur notariaat begon. Tijdens de eerste maanden van het academiejaar kwamen de oud-klasgenoten van het kleinseminarie van Roeselare in Leuven geregeld samen. Stichelbaut was er lid van de op 11 december 1876 opgerichte Sint-Tillogilde, die zich inzette voor de Vlaamsgezinde werking aan de universiteit. Stichelbaut bleef ongehuwd. Hij overleed te Eeklo op 12 juli 1897.
Relatie tot Gezellestudentenbeweging; kleinseminarie
Bronnenbidprentje; Geneanet, Agatha

Naam - plaats

NaamBeernem
GemeenteBeernem
NaamLeuven
GemeenteLeuven

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelHennen van Merchtenen's Cornicke van Brabant (1414), (ed. Guido Gezelle). A. Siffer, Gent 1896

Titel17/10/1876, Leuven, Rodolphe Auguste Aimé Huyghebaert aan [Guido Gezelle]
EditeurStefaan Maes; Marc Carlier; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenStefaan Maes; Marc Carlier; Universiteit Antwerpen, Huyghebaert Rodolphe Auguste Aimé aan Gezelle Guido, Leuven (Leuven), 17/10/1876. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
VerzenderHuyghebaert, Rodolphe Auguste Aimé
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum17/10/1876
VerzendingsplaatsLeuven (Leuven)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 enkel vel, 105 mm x 137 mm
papier, wit, rechthoekig geruit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt, purper
Staat fragment: onderkant van vel ontbreekt
Toevoegingen op zijde 1 in de linkermarge: taalkundige notities: Karjaafsch // Kraafsch //Beernem; op zijde 2 linksonder: Woordelijst Hennen van Merchtenen: Nieute 3842 (inkt, verticaal, hand G.G.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief3587, karjaafsch
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.14566
IIIF-manifesthttps://go.wander.be/iiif/bibliotheek-brugge/a8647748fda24e562c3d951e85fb47a3d511f0ae/manifest
Inhoud
IncipitHet weze niet oneerzaam
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.