<Resultaat 2604 van 2647

>

p1
Monsieur le Vicaire

J’ai pris la liberté de vous demander par l’intermédiaire de Monsieur Vanderheyde de bien vouloir déchiffrer une vieille écriture.[1] Comme nous en avons en pressant besoin, Veuillez, Monsieur, nous la faire parvenir le plustôt qu’il vous sera possible

p2

Noten

[1] Hoogstwaarschijnlijk betreft dit hetzelfde manuscript als dat waarover het gaat in een andere brief van deze onbekende zuster aan Gezelle.
kaguile, kaguile “kapelle is eene versterking van pelle, gelijk kajuite eene is van juite, een peerd; kaguile een van guile, hoogduitsch gaul, een peerd” (Rond den Heerd 17 (30 juli 1882) 36, p.285) rijm Onderstreping van Gezelle in blauw potlood.ne slag op ue muilene slag op ue steert‘t en es geen pype toebak weerdachter versletene peerden of een gespan met een werslik Komt wellicht van ‘wers’, wat slecht of ziek betekent. (L.L. De Bo, Westvlaamsch idioticon. Brugge: Gailliard, 1873, p.1392-1393) peerd Onderstreping van Gezelle in blauw potlood. HuyseVn Caneghem In de brief van Kamiel Van Caeneghem aan Guido Gezelle van 6 mei 1887 staat taalkundige informatie over ‘kaguile’ (versleten paard), samen met het rijmpje en informatie over de uitspraak, dewelke eerder ook in Loquela werd overgenomen. Onder het lemma 'kapbotte’ staat namelijk in Loquela 6 (lente 1887) 11, p.85: “De stemzate van 't w. kapbotten valt op kap-, het bepalende deel van 't w.; maar ka- van kabotten is stemzaatloos, gelijk in kabeulen, kaboel, kadeister, kadijzen, kadotteren, kaduinen, kadul, kaguile, kajuite, kalut, enz” “kapelle is eene versterking van pelle, gelijk kajuite eene is van juite, een peerd; kaguile een van guile, hoogduitsch gaul, een peerd” (Rond den Heerd 17 (30 juli 1882) 36, p.285) Onderstreping van Gezelle in blauw potlood. Komt wellicht van ‘wers’, wat slecht of ziek betekent. (L.L. De Bo, Westvlaamsch idioticon. Brugge: Gailliard, 1873, p.1392-1393) Onderstreping van Gezelle in blauw potlood. In de brief van Kamiel Van Caeneghem aan Guido Gezelle van 6 mei 1887 staat taalkundige informatie over ‘kaguile’ (versleten paard), samen met het rijmpje en informatie over de uitspraak, dewelke eerder ook in Loquela werd overgenomen. Onder het lemma 'kapbotte’ staat namelijk in Loquela 6 (lente 1887) 11, p.85: “De stemzate van 't w. kapbotten valt op kap-, het bepalende deel van 't w.; maar ka- van kabotten is stemzaatloos, gelijk in kabeulen, kaboel, kadeister, kadijzen, kadotteren, kaduinen, kadul, kaguile, kajuite, kalut, enz”

Register

Correspondenten - personen

Naamonbekend
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

Naamonbekend

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamPoperinge
GemeentePoperinge

Naam - persoon

NaamVan Caeneghem, Kamiel
Datums° Huise, 30/12/1860 - ✝ Buggenhout, 14/09/1944
GeslachtMannelijk
Beroepleraar
BioKamiel van Caeneghem brak zijn opleiding aan de Normaalschool van Sint-Niklaas af vanwege de schoolstrijd om als ongediplomeerd onderwijzer les te geven te Eine bij Oudenaarde. In 1885 behaalde hij alsnog zijn diploma via de Centrale Examencommissie. Samen met de broers Van Heuverswyn richtte hij in 1887 de katholieke onderwijzerskring God en Recht op te Oudenaarde met het gelijknamige tijdschrift. In 1888 stichtten ze de Zantersgilde van Zuid-Vlaanderen met het tijdschrift Volk en Taal in nauw contact met Gezelle. In 1893 was hij stichter en voorzitter van het Oostvlaamsch Verbond van Christene Onderwijzers dat een jaar later de basis vormde voor het nationaal Christen Onderwijzersverbond (COV). Op 1 november 1893 startte hij met het tijdschrift 'Christene School', waarvan hij zes jaar lang hoofdredacteur was. Met zijn politieke activiteiten wou hij de brug slaan tussen de Vlaamse Beweging en de beginnende christendemocratie. In 1889 stichtte hij een regionale Katholieke Vlaamsche Bond waarmee hij Vlaamsgezinde kandidaten wou leveren voor de katholieke lijsten. Van daaruit stichtte hij een Vlaamsche Katholieke Landsbond, die de Vlaamsgezinde verenigingen moest bij elkaar brengen. Als secretaris was hij er de drijvende kracht van. In 1900 werd hij benoemd tot kantonnaal hoofdinspecteur voor het lager onderwijs in het kanton Lokeren. Dit betekende het einde van zijn politieke activiteiten. In 1917 werd hij door het activistische bestuur aangesteld tot hoofdinspecteur van het hoofdgebied Gent. Daarom werd hij in 1920 werd hij op vervroegd pensioen gesteld. Hij overleed op 14 september 1944 te Buggenhout.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent, zanter
NaamVander Heyde, Louis
Datums° Alveringem, 08/04/1841 - ✝ Poperinge, 29/04/1913
GeslachtMannelijk
Beroeparts
BioLouis Vander Heyde (of Vanderheyde) werd op 8 april 1841 geboren te Alveringem als zoon van brouwer Petrus Carolus Ludovicus Vanderheyde en Amelia Rosalia Demolder. Hij studeerde aan het kleinseminarie te Roeselare van 1856 tot 1861 en was er lid van Gezelles Confraternity. In 1868 kwam Louis als geneesheer naar Poperinge. Op 3 april 1869 huwde hij in Oudenburg met Maria Labrique (1849-1926), met wie hij 8 kinderen kreeg, van wie er twee jong stierven. Van 1879 tot 1907 was hij voorzitter van het Davidsfonds. In die functie was hij samen met Guido Gezelle initiatiefnemer voor de oprichting van een gedenkteken in neogotische stijl voor Leonard Lodewijk De Bo (1826-1885) en voor de feestelijke inwijding ervan op 28 september 1887. Sinds 1880 was hij tevens voorzitter van de Katholieke Kring van Poperinge. Hij stierf op 29 april 1913 en werd begraven op de gemeentelijke begraafplaats van Poperinge in een familiegraf waar zijn echtgenote en drie van zijn kinderen (Clemence, Elvire en Achille, priester van het bisdom Brugge) hun laatste rustplaats vonden. De Poperinghenaar van 4 mei 1913 vermeldt de strijd voor ‘onzer miskende moedertaal’, de principiële houding ‘Katholiek in alles, boven alles,’ naast de inzet voor de ware belangen van het volk van deze geëerde dokter."
Relatie tot Gezelledokter; oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity; Davidsfonds Poperinge
Bronnen https://historischekranten.be/issue/DPO/1913-05-04/edition/null/page/2?query=heyde&period=1913&sort=issuedate%20ascending; https://nl.geneanet.org; https://bel-memorial.org/books/gezondheidszorg_in_de_onbezette_Westhoek.pdf; J. de Mûelenaere, Over Gezelles Confraternity. in: Gezelliana: 5 (1874) 1-4

Naam - plaats

NaamHuise
GemeenteZingem

Indextermen

Briefontvanger

Gezelle, Guido

Briefschrijver

onbekend

Correspondenten - personen

onbekend
Gezelle, Guido

Naam - persoon

Van Caeneghem, Kamiel
Vander Heyde, Louis

Naam - plaats

Huise

Plaats van verzending

Poperinge

Titel[06/05/1887 t.a.q.], Poperinge, onbekend (Zuster) aan [Guido Gezelle]
EditeurMiet Hubrechts
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2024
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenMiet Hubrechts, onbekend aan Gezelle Guido, Poperinge (Poperinge), [06/05/1887 t.a.q.]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2024 Available from World Wide Web: link .
Verzenderonbekend
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum[06/05/1887 t.a.q.]
VerzendingsplaatsPoperinge (Poperinge)
AnnotatiePlaats gereconstrueerd op basis van de brieftekst: verwijzing naar Louis Van der Heyde uit Poperinge, kan ook Kortrijk zijn; t.p.q. en t.a.q. gereconstrueerd op basis van taalkundige notitie van Kamiel Van Caeneghem uit brief van 06/05/1887 (8305 + 3322, Z fiche 34) (ervan uitgaande dat Gezelle enkel oude brieven gebruikte om nieuw binnengekomen taalkundige notities te verwerken); adressant zelfde handschrift als 3322, L fiche 62; adressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 enkel vel, 102 mm x 132 mm
papier, wit, vierkant geruit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Staat fragment: onderkant van vel ontbreekt
Toevoegingen op zijde 2 links en in het midden: taalkundige notities: kaguile, kaguile rijm // ne slag op ue muile // ne slag op ue steert // 't en es geen pype toebak weerd // achter versletene peerden of een gespan met een werslik peerd Huyse // Vn Caneghem (inkt en blauw potlood, verticaal, hand G.G.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief3587, kaguile
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|14930
Inhoud
IncipitJ'ai pris la liberté de vous
Samenvatting vraagt via tussenkomst van Mr. Vanderheyde ontcijfering van handschrift
Tekstsoortbrief
TalenFrans
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.