<Resultaat 732 van 2044

>

p1
Eerw. Heer van Loquela.

Vermits dat ‘k wete dat al uwe stonden besteed zyn, zal ik uwen kostbaren tyd niet komen benemen; daarom schryf ik U hetgeen ik had willen zeggen.

Nu dat ik te Brugge ben, heb ik eens eene eigenaardigheid van de tale die men te Gulleghem en ommelands spreekt bemerkt. Hier (te Gulleghem) en zal men nooit hooren zeggen: hy komt (zal komen) van deze weuke; hy weunt in deze onze straat; dat is dit jaar, of van dit jaar gebeurd. –

maar wel hy komt van de weuke; hy weunt hier In de strate (in dezelfde strate als wy weunen); dat is van de jare gebeurd.

Elders gebruikt men bijna altyd te naaste weke, te naaste jare; hier te Gulleghem

p2gebruikt men veel meer: ter weke, ter jare (is ter de samentrekking niet van: te der?)

Over het betrekkelyk voornaamwoord heb ik onlangs iets bemerkt, dat gij misschien sinds menige jaren vastgezet, en geprint hebt; maar ’t was voor mij nog nieuw.

Die gebruikt men in de drie geslachten dat nominatief. B.v. De man die daar staat

De vrouw die daar zit

Het kind die daar speelt

Terwijl men in de drie geslachten dat gebruikt als accusatief. Bv. De man da’k geslagen heb

De vrouw da’k tegen komen

Het kind da’k

Zou dat overal, bij ‘’t volk, en altyd eenen algemeenen regel zyn?

Over eenigen tyd randden eenige myner schoolmakkers de spreekwyze van Gulleghem aan, over het gebruik van: wulder, gulder en zulder. oes, (j)ulder, ulder. Men zei dat zulks niet overeenkomstig en was met de spraakkunst. Men zegt: me gaan wulder komen.

wie is daar? (’t is) wulder

is ’t gulder die daar zyt?

’t is zulder.

ge moet dat oes geven (aan ons)

ge moet oes meedoen (ons)

ge moet ulder dat geven (aan U.)

ge moet ulder bedwingen. (u)

Noten

Iksa vuzela ponsemol Onderstreping van Guido Gezelle in blauw potlood iksa vizela mol Onderstreping van Guido Gezelle in blauw potloodPoperinghe Onderstreping van Guido Gezelle in blauw potlood Onderstreping van Guido Gezelle in blauw potloodtot niet steiten di jongens ziin lik al tot niet gesteit

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamVander Stichele, Bruno Carolus
Datums° Gullegem, 23/06/1862 - ✝ Gullegem, 20/12/1940
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; aalmoezenier
BioBruno Vander Stichele werd geboren als zoon van Charles Vander Stichele, vlaskoopman te Gullegem, en Rosalie Nuttens. Met zijn familie woonde hij in de oude pastorie waar een familielid van Gezelle werkzaam was als inslapende meid. Gezelle kwam er vaak spelen tijdens de grote vakanties en raakte zo bekend met de familie Vander Stichele. Bruno Vander Stichele werd op 26 mei 1888 tot priester gewijd in de Sint-Salvatorkathedraal te Brugge. Op 18 september 1888 werd hij aangesteld als leraar in het Sint-Amandscollege te Kortrijk-Harelbeke. Daarna werd hij op 4 mei 1892 onderpastoor van de parochie Onze-Lieve-Vrouw Bezoeking te Lissewege. Op 5 november 1897 werd hij onderpastoor van de parochie Sint-Antonius te Ingooigem, waar hij ongetwijfeld Gezelle's neef Frank Lateur (Stijn Streuvels) gekend heeft, die daar in 1905 in het Lijsternest kwam wonen. Op 4 november 1908 nam Bruno Vander Stichele ontslag en werd hij aalmoezenier te Wielsbeke en nadien te Moorsele. Priester Bruno Vander Stichele was een enthousiast zanter voor Guido Gezelle en schreef hem brieven met antwoorden op vragen in Loquela en eigen vondsten. Deze Bruno Vander Stichele mag niet verward worden met zijn oudere oom, peter en naamgenoot kanunnik Bruno Vander Stichele, die in Newcastle (Engeland) woonde. Het was van het Engelstalige doodsprentje van deze oom dat Bruno Vander Stichele op 14 februari 1886 een Vlaamse vertaling vroeg aan Guido Gezelle. Als priester op rust woonde hij samen met zijn zus Christina Vander Stichele in de Bissegemstraat 122 te Gullegem.
Links[odis]
Relatie tot Gezellezanter; medewerker aan Loquela; correspondent
Bronnencontact met de nazaten van de familie Vander Stichele

Briefschrijver

NaamVander Stichele, Bruno Carolus
Datums° Gullegem, 23/06/1862 - ✝ Gullegem, 20/12/1940
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; aalmoezenier
BioBruno Vander Stichele werd geboren als zoon van Charles Vander Stichele, vlaskoopman te Gullegem, en Rosalie Nuttens. Met zijn familie woonde hij in de oude pastorie waar een familielid van Gezelle werkzaam was als inslapende meid. Gezelle kwam er vaak spelen tijdens de grote vakanties en raakte zo bekend met de familie Vander Stichele. Bruno Vander Stichele werd op 26 mei 1888 tot priester gewijd in de Sint-Salvatorkathedraal te Brugge. Op 18 september 1888 werd hij aangesteld als leraar in het Sint-Amandscollege te Kortrijk-Harelbeke. Daarna werd hij op 4 mei 1892 onderpastoor van de parochie Onze-Lieve-Vrouw Bezoeking te Lissewege. Op 5 november 1897 werd hij onderpastoor van de parochie Sint-Antonius te Ingooigem, waar hij ongetwijfeld Gezelle's neef Frank Lateur (Stijn Streuvels) gekend heeft, die daar in 1905 in het Lijsternest kwam wonen. Op 4 november 1908 nam Bruno Vander Stichele ontslag en werd hij aalmoezenier te Wielsbeke en nadien te Moorsele. Priester Bruno Vander Stichele was een enthousiast zanter voor Guido Gezelle en schreef hem brieven met antwoorden op vragen in Loquela en eigen vondsten. Deze Bruno Vander Stichele mag niet verward worden met zijn oudere oom, peter en naamgenoot kanunnik Bruno Vander Stichele, die in Newcastle (Engeland) woonde. Het was van het Engelstalige doodsprentje van deze oom dat Bruno Vander Stichele op 14 februari 1886 een Vlaamse vertaling vroeg aan Guido Gezelle. Als priester op rust woonde hij samen met zijn zus Christina Vander Stichele in de Bissegemstraat 122 te Gullegem.
Links[odis]
Relatie tot Gezellezanter; medewerker aan Loquela; correspondent
Bronnencontact met de nazaten van de familie Vander Stichele

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamGullegem
GemeenteWevelgem

Naam - plaats

NaamBrugge
GemeenteBrugge
NaamGullegem
GemeenteWevelgem
NaamPoperinge
GemeentePoperinge

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelLoquela
Links[gezelle.be]

Indextermen

Briefontvanger

Gezelle, Guido

Briefschrijver

Vander Stichele, Bruno Carolus

Correspondenten

Gezelle, Guido
Vander Stichele, Bruno Carolus

Naam - plaats

Brugge
Gullegem
Poperinge

Plaats van verzending

Gullegem

Titel - werk van Guido Gezelle

Loquela

Titel20/04/1885, Gullegem, [Bruno Carolus Vander Stichele] aan [Guido Gezelle]
EditeurJohan Van Eenoo
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
Verzender[Vander Stichele, Bruno Carolus]
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum20/04/1885
VerzendingsplaatsGullegem (Wevelgem)
AnnotatieAdressant gereconstrueerd op basis van het handschrift ; adressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Fysieke bijzonderheden
Drager 2 enkele vellen, enkel vel 1: 103x132 ; enkel vel 2: 102x134
wit, vierkant geruit
papiersoort: 4 zijden beschreven, purperen inkt
Staat onvolledig: brief verknipt tot meerdere taalkundige fiches waarvan twee gereconstrueerd; volgend vel ontbreekt
Toevoegingen op zijde 1 rechts: taalkundige notities: ksa vuzela ponsemol iksa vizela mol Poperinghe (inkt en blauw potlood, verticaal, hand G.G.); op zijde 2 links: taalkundige notities: tot niet steiten di jongens ziin lik al tot niet gesteit (inkt, verticaal, hand G.G.); alle zijden met inkt doorgehaald
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief3322, P fiche 51 + 3586, tot niet steiten
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|15652
Inhoud
IncipitVermits dat 'k wete dat al
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.