<Resultaat 1343 van 2155

>

p1+
Eerweerde en Hooggeachte Heer,

Ik heb de eer u eenig zangeling op den vlaamschen akker opgezangd te zenden: Verschooning, als t’ u belieft indien ik hier of daar een woord opzend die reeds verschenen is, of somtijds kwalijk aangegeven.

In uw laatste nummer Bamesse 1889, wetensweerdigheden: vraagt gij karroen[1] men zegt t’ onzent larroen daartegen (Westoutre

Het zelfde nummer spreekt van hermen[2] termen: men hoort hier genoeg: het is een termig beestje, het kweekt wel (id

smierig heeft dezelfde beteekenesse (id

Banst.- (het) in de spreuke: zoo drooge als banst: = droog hout dat omtrent opgevort is; eertijds sloeg men vier met eenen kei en een vierslag en men bracht het banst erbij, dat aanstonds in vier kwam het banst diende om de pijp te ontsteken (id

Bastiēre= wijte[3] Overtijd gingen de menschen na de keermesse met de witte bastiere op den wagen (id

Bijstier stemzate bij zijn is t’ enden van zijne geldmiddels zijn: die mensch is bijstier en he‘t ‘et al verdronken (id

batsch (baatsch): kwaadtierig grammoedig: ’t is zuk e batschen (id

besannen (elders hoor ik missannen) (hier bekaaid en elders miskaaid uitvallen: scheef uitvallen) = in iemands plaatse zijn: schuift e bitje, zie je nie da’ je ossan besant. (id

bessen= nat maken, vet maken: als de kachtels gesneen zijn, en dat de sneê verzweert, je moe ze bessen me koud water (id

(bomme= borme van ’t land = humus) dat land en e geen bomme)

p2 (brasch = breekachtig: ten is maa brasch hout. (Westoutre

Lake (vr): veure die uitgesteken is in den middel van een rek land om het land te werken. (id

bāāijaard (m): een groot profijt: jen doe’ geen baai(j)aard me dat te koopen (id

dēūrendaal (m) (Misschien verschenen) op dēū: iemand die ’t al kunt doen die rap is in zijn werk, die nauwervoren verlegen en is (’t en kan geen“ deur(ende)āl? zijn mij dunkt; de stemzate zou op al zijn. dat is e deurendaal van e maarte (meisen) (id.

dijzelen en dijberen: aarzelen: e bluift da dijzelen en dijberen (id

djoeken, djuiken: stuiken: ku ’t dat gaan os ze daar ossan kommen djoeken (id

en (onz.) (ik hoor elders het eie?) het water dat op de keêremelk op keêrepap komt? Voorb: is dat pap? t’ en is maar en (id.

keuvel (m)= kiel (in de omliggende dorpen zegt men baseron) fransch sarrau[4] (id.

juinen, joenen voor uwen zooals juin voor u (accusatif)

julder, zulder, wulder enz.= gijder zijder wijder (id.

Hollewaardig: dit woord kan ik met dezelfde weerde niet anders uitdrukken; het wilt zeggen dit al te gaar: zonder op te letten, haastig, niet voorzichtig: je zijt ’n helt t’ hollewaardig (id.

Lēns, allēnder, lēnder, allēns, (len): ik meen dat het een onbeteekenend tusschenwerpsel is: zoo zegt men: z’ en l’ en zuk en jongens hier zegt men: z’ en zijder zuk en jongens. gehoord Reninghelst

Lambooien= koren uitslaan op een eene tonne om schoon graan te hebben: overtijd lambooiden de menschen meer nulder koren (Westoutre.p3kalaberinge (vr) vervangt het fransch woord bagage, maar in den zin van kleenigheden: ’t en is al maar kalaberinge (Westoutre

luifer (m)= een deugniet die als hij de gelegenheid vindt alles zou meêslepen: ’t is den meésten luifer van nuize[5] streke. (id.

(massen= opeten: he gaat dat wē kunnen massen) (id

(neien= hinniken) (id.

peisteren en feisteren= paggelen fransch tripoter e ku ’t daa bluiven peisteren an e’ t wat van niet. (id.

poeiweeg (m)= de weeg (gelijk in heerdweeg) de muur tusschen den scheurvloer en den tas of den scheurwinkel den poeiweeg is d’n helt t’hooge, dat en is nie noodig zoo hooge. (id.

pamperen= kweeken met slofferinge of flauw t’ eten ze pamperen núlder peerden me witte wettels en keeremelk. (id.

rande (vr) of hurte (vr.) in de spreuke ’t is al bij randen: ’t is al in keeren somtijds veel somtijds weinig.

ragaal (onz): “’t is ragaal” wilt zeggen: ’t is zoo een slechte drank dat men het niet drinken kan: ’t is vergif’ : zegt men ook in dien zin (id.

slapers (mann. meerv.) de plaatse of een gootje) tusschen twee daken die kruiswijzde tegen melkander komen: De slapers van den kruiskeuken zijn dikkers vervuild (id.

in strubantie zijn wilt zeggen in stokke zijn: is het een vlaamsch woord (id.p4Segenover In nummer 4 Oestmaand 1889 staat sedenover voor tegenover men zegt ook segenover: hij weunt recht segen over t’ uizent. (Westoutre[6]

schoffelschote: eene schoffelschote doen is werken met geweld, maar weinigen tijd: me gaan toen e keer e schoffelschote doen. (id.

vertweefelen: overhalen met schoone woorden om iets t doen: ze gaan ’n entwas meê vertweefelen (id.

verkaart (onz) = 1/5 van een Hectoliter…. Ik vind in oude geschriften van het jaar 1764 “gras belast met thien francquaert haever per gemete, als van oude tijden: het woord zal frĕnquaert geworden zijn en daarna frequaert, ferquaert, , verkaart: 5 verkaart koren is en Hectoliter (id

wijdieren, wedieren en bedieren=, wegmaken, kwijt geraken id

velme of (valme?) Veurnambacht: vaine fransch brasse: k’ en weet niet of het velme is of valme: ik houd meer aan velme: want al hier= al en al= ol in de uitspraak en me t spreekt uit valme. id

tolfen= van honden gezeid is halvelinge bassen. id

wagen (m) (schorse) (= maat) groote wagen 100 kilos, kleine wagen 90 kilos. id

boonen rooien: boonen inleggen met een mekaniek aan de zool. id

reus (of reusch?) vragen: vragen dat men niet meer weet wat antwoorden id

waarrēdig en waarēntig = waarachtig id

reeuwstrooi: het strooi, het bed waarop iemand dood is van daar: ’t gaat op ze reeuwstrooi (= op het einde. id.

truwelen zie dijzelen en dijberen; versluweren[7] = fransch négliger id.

gauze: gauzebooten zijn houtbooten van 7. handen id. = stokken die men in zulke booten doet.

Ik staak hier, mijnheer; aanveerd mijne dienstwillige gevoelens.
Marcel Van Dromme
Westoutre, den 6 Mei 1890.

Noten

[1] Wetensweeweerdigheden. Bijblad van Loquela: (1889) Bamesse 6, Vraag van Gezelle: Kent er iemand het w. caroen, carroen, karoen of karroen met den zin van een bakske in eene la, lade of coffre? Waar gebruikt men dat w?
[2] Hermen = ruste genieten zie: Loquela: (1889) Bamesse 6, p.43-47
[3] WNT wijt= Huif, linnen overtrek van een kar of wagen
len, lender enz hierbinnen Stemzate = klemtoon
[4] sarrau = kiel
[5] Van nuize streke = van onze streek
[6] Loquela: 1889 (Oestmaand) 4, p.30
[7] versluieren

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamVan Dromme, Marcel
Datums° Westouter, 13/091870 - ✝ Lo, 08/12/1953
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; directeur kloosterorde; pastoor
BioOp 5 mei 1896 werd Marcel Van Dromme, zoon van Petrus, landbouwer en Virginia Parent, leraar aan het Sint-Lodewijkscollege van Brugge. Hij ontving zijn priesterwijding op 30 mei van hetzelfde jaar in de kathedraal van Brugge door Mgr. Waffelaert. Hij was gepassioneerd door taalkunde en stuurde Gezelle reacties op vragen en woorden uit Loquela. Later werkte hij ook mee aan Biekorf. Hij werd directeur van de zwarte zusters in Kortrijk (07/06/1907) en was vanaf 09/04/1914 ook directeur van het instituut Amerlinck te Kortrijk. Vervolgens ging hij aan de slag als pastoor van Loker 05/12/1919 en Lo (16/11/1926).
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter (WDT); medewerker Biekorf

Briefschrijver

NaamVan Dromme, Marcel
Datums° Westouter, 13/091870 - ✝ Lo, 08/12/1953
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; directeur kloosterorde; pastoor
BioOp 5 mei 1896 werd Marcel Van Dromme, zoon van Petrus, landbouwer en Virginia Parent, leraar aan het Sint-Lodewijkscollege van Brugge. Hij ontving zijn priesterwijding op 30 mei van hetzelfde jaar in de kathedraal van Brugge door Mgr. Waffelaert. Hij was gepassioneerd door taalkunde en stuurde Gezelle reacties op vragen en woorden uit Loquela. Later werkte hij ook mee aan Biekorf. Hij werd directeur van de zwarte zusters in Kortrijk (07/06/1907) en was vanaf 09/04/1914 ook directeur van het instituut Amerlinck te Kortrijk. Vervolgens ging hij aan de slag als pastoor van Loker 05/12/1919 en Lo (16/11/1926).
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter (WDT); medewerker Biekorf

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamWestouter
GemeenteHeuvelland

Naam - persoon

NaamVan Dromme, Marcel
Datums° Westouter, 13/091870 - ✝ Lo, 08/12/1953
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; directeur kloosterorde; pastoor
BioOp 5 mei 1896 werd Marcel Van Dromme, zoon van Petrus, landbouwer en Virginia Parent, leraar aan het Sint-Lodewijkscollege van Brugge. Hij ontving zijn priesterwijding op 30 mei van hetzelfde jaar in de kathedraal van Brugge door Mgr. Waffelaert. Hij was gepassioneerd door taalkunde en stuurde Gezelle reacties op vragen en woorden uit Loquela. Later werkte hij ook mee aan Biekorf. Hij werd directeur van de zwarte zusters in Kortrijk (07/06/1907) en was vanaf 09/04/1914 ook directeur van het instituut Amerlinck te Kortrijk. Vervolgens ging hij aan de slag als pastoor van Loker 05/12/1919 en Lo (16/11/1926).
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter (WDT); medewerker Biekorf

Naam - plaats

NaamReningelst
GemeentePoperinge
NaamWestouter
GemeenteHeuvelland

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelLoquela
Links[gezelle.be]

Indextermen

Briefontvanger

Gezelle, Guido

Briefschrijver

Van Dromme, Marcel

Correspondenten

Gezelle, Guido
Van Dromme, Marcel

Naam - persoon

Van Dromme, Marcel

Naam - plaats

Reningelst
Westouter

Plaats van verzending

Westouter

Titel - werk van Guido Gezelle

Loquela

Titel06/05/1890, Westouter, Marcel Van Dromme aan [Guido Gezelle]
EditeurEls Depuydt
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderVan Dromme, Marcel
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum06/05/1890
VerzendingsplaatsWestouter (Heuvelland)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Fysieke bijzonderheden
Drager dubbel vel, 210x135
wit, rechthoekig geruit
papiersoort: 4 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 links: taalkundige notities: len, lender enz hierbinnen (inkt, verticaal, hand G.G.); alle zijden met inkt doorgehaald
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief3587, len
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|16291
Inhoud
IncipitIk heb de eer u eenig zangeling op den vlaamschen
Samenvatting taalkunde: woorden voor Loquela
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.