<Resultaat 512 van 2647

>

Eerweerde Heer & Vriend

Mr Pastor Deman O. L. V. Kortrijk en Mr A. Heldenbergh geestelijke Koster ibid. abonneren in R. d. H. te beginnen met advent laatsleden

Mr Goemaere, de Heeren uit het Collegie en veel andere met mij zouden geern R. d. H. nog een nieuw uitspruitsel zien voor den dag brengen te weten eene maandelijksche uitgave van liedtjes, declamatien, vertellingen, tooneelstukskes, duo's etc. etc. in een woord van al dat dienstig is om in congregatien, werkmansgezelschappen patronagen, avondrecreatien enz. brave lieden te verzetten. Daar ligt veel stoffe verborgen; Vervarcke van Brugge zou seffens gereed zijn, 'k weet er wel 10 die ook zouden helpen onder andere avocaat en Profr Verriest noodzakelijk zou men moeten musyk drukken. Men zou beginnen met daarvan te spreken in R. d. H. Ik zend u een liedtje dat ik espres daarp2vooren gemaakt hebbe, zet het in R. d. H. is 't dat gij kunt met het musyk en te dier gelegentheid zoudt gij kunnen aanwijzen waar in R. d. H. er nog zulke stoffe te vinden is en aankondigen of er liefhebbers genoeg zijn dat men begeert iets apart en espres te drukken Ceuninck heeft vele, Burgemeester Nolf Cortrijk ook, stoffe en abonnenten verzekert men mij en zullen niet ontbreken

Hebt gij t boeksken niet van den zaligen Maerten van Kortrijk daarin staat dat P. Marcus ab Aviano zijn biechtvader was met nog andere omstandigheden. Secretaris[1] weet daar wel van.

Mag ik de Cortracena die alree in de 7 jaar R. d. H. staan overdrukken in de Vrijheid? Ze 'n weten hier niets van hun eigen stad en de gazetten zijn nul

Men zendt dikwijls de 5 R. d. H. van mijne Kathol. bibliotheke naar Mr Prevost, den gewezen Directeurp3van gezeide bibliotheke dat veroorzaakt moeienissen, zoo zondag laatst die ze naar de bibliotheke gebracht heeft heeft alle 5 de nos verloren dat maakt dat ik 5 maal den n° van zondag beneven eenmaal n° 40 verleden jaar moet vragen om compleet te zijn

Mr Nolf zou geern een exempl. hebben van mijne opgevulde vogels etc, ge weet wel van Rousselaere[2] nog hebt gij geen of is er geen in de biblioth. S. Walburga?

Waar 't vliegen wil

Men zegt te Kortrijk: een paar schoen verrattekisten voor verlappen en vertappen, vermaakt wederom vermaken[3]

Wat van Tornac, Cortrac? Te Harelbeke ligt eene beke die ze den arel of den aren heeten; ze valt te Harlebeke in de Leye en ze zoeken zoekenp4om te weten van waar de name Harlebeke wel komen zou!

Nu, overpeist dat al ne keer en laat in 't korte weten of er hope is van een nieuw Kerstekind te zien geboren worden

Blijve ulieden toegenegen in Christo

Guido Gezelle

Noten

Antwoord van Adolf Duclos volgt inderdaad op 05/02/1873.
[1] Ernest Rembry was op dat ogenblik tweede secretaris van het Bisdom Brugge. Hij correspondeerde met Guido Gezelle over het onderwerp.
[2] In zijn educatief museum in het kleinseminarie van Roeselare exposeerde Guido Gezelle opgezette vogels en dieren. Hij schreef dit gedicht om bij te dragen aan het onderhoud van het museum en om nieuwe dieren te kunnen aanschaffen.
[3] Dit werd gepubliceerd in Rond den Heerd: 9 (7 december 1873) 2, p.16.

Register

Correspondenten - personen

NaamDuclos, Adolf Juliaan
Datums° Brugge, 30/08/1841 - ✝ Brugge, 06/03/1925
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor; kanunnik, ere-kanunnik, leraar; historicus; auteur, redacteur; diocesaan inspecteur
BioAdolf Duclos, zoon van Desiderius Duclos, apotheker en een van de stichters van de katholieke partij in 1860, en Hortencia Bogaert, wier vader en grootvader de stichters waren van de 'Gazette van Brugge', werd geboren in de Kuipersstraat te Brugge. Hij liep school in het atheneum te Brugge, het college te Ieper en het Brugse Sint-Lodewijkscollege. In oktober 1860 ging hij naar het kleinseminarie in Roeselare (filosofie 1861), en volgde een jaar later een priesteropleiding aan het grootseminarie in Brugge. Daar ontmoette hij Guido Gezelle. Hij ontving zijn priesterwijding te Brugge op 10/06/1865 van Mgr. Faict. Hij ging lesgeven aan het college van Torhout (17/09/1865), en werd vanaf 1868 ondersecretaris en bewaarder van de relikwieën in het bisdom. In 1871 volgde hij Guido Gezelle op als redacteur van het tijdschrift Rond den Heerd. In 1874 was hij stichtend voorzitter van de Gilde van Sinte-Luitgaarde. In 1875 was hij ook betrokken bij de stichting van het Brugse Davidsfonds. Belangrijk was ook zijn betrokkenheid als bestuurslid en voorzitter van de Société Archéologique de Bruges, de voorloper van het Brugse Gruuthusemuseum. Hij was ook de auteur van historische werken en actief bij de organisatie van Brugse stoeten en processies. Vervolgens werd hij erekanunnik van de Brugse kathedraal (29/08/1884), pastoor in Pervijze (25/11/1889) en pastoor in Ieper (21/07/1897). Op 20 mei 1903 keerde hij naar Brugge terug als kanunnik van de Brugse kathedraal. Op 13 december 1910 werd hij diocesaan inspecteur van de bisschoppelijke colleges, en was ten slotte werkzaam als kanunnik-cantor (13/12/1911).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; medewerker en uitgever van Rond den Heerd; Gilde van Sinte-Luitgaarde; oud-leerling kleinseminarie Roeselare
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefontvanger

NaamDuclos, Adolf Juliaan
Datums° Brugge, 30/08/1841 - ✝ Brugge, 06/03/1925
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor; kanunnik, ere-kanunnik, leraar; historicus; auteur, redacteur; diocesaan inspecteur
BioAdolf Duclos, zoon van Desiderius Duclos, apotheker en een van de stichters van de katholieke partij in 1860, en Hortencia Bogaert, wier vader en grootvader de stichters waren van de 'Gazette van Brugge', werd geboren in de Kuipersstraat te Brugge. Hij liep school in het atheneum te Brugge, het college te Ieper en het Brugse Sint-Lodewijkscollege. In oktober 1860 ging hij naar het kleinseminarie in Roeselare (filosofie 1861), en volgde een jaar later een priesteropleiding aan het grootseminarie in Brugge. Daar ontmoette hij Guido Gezelle. Hij ontving zijn priesterwijding te Brugge op 10/06/1865 van Mgr. Faict. Hij ging lesgeven aan het college van Torhout (17/09/1865), en werd vanaf 1868 ondersecretaris en bewaarder van de relikwieën in het bisdom. In 1871 volgde hij Guido Gezelle op als redacteur van het tijdschrift Rond den Heerd. In 1874 was hij stichtend voorzitter van de Gilde van Sinte-Luitgaarde. In 1875 was hij ook betrokken bij de stichting van het Brugse Davidsfonds. Belangrijk was ook zijn betrokkenheid als bestuurslid en voorzitter van de Société Archéologique de Bruges, de voorloper van het Brugse Gruuthusemuseum. Hij was ook de auteur van historische werken en actief bij de organisatie van Brugse stoeten en processies. Vervolgens werd hij erekanunnik van de Brugse kathedraal (29/08/1884), pastoor in Pervijze (25/11/1889) en pastoor in Ieper (21/07/1897). Op 20 mei 1903 keerde hij naar Brugge terug als kanunnik van de Brugse kathedraal. Op 13 december 1910 werd hij diocesaan inspecteur van de bisschoppelijke colleges, en was ten slotte werkzaam als kanunnik-cantor (13/12/1911).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; medewerker en uitgever van Rond den Heerd; Gilde van Sinte-Luitgaarde; oud-leerling kleinseminarie Roeselare

Plaats van verzending

NaamKortrijk
GemeenteKortrijk

Naam - persoon

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamGoemaere, Charles Louis; Carolus
Datums° Meulebeke, 22/09/1834 - ✝ Ruiselede, 16 /01/1900
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar
BioCharles Louis Goemaere, geboren op 22 september 1834 in Meulebeke, was de zoon van landbouwer Francies Goemaere en Barbara De Vaere. Na zijn priesterwijding op 18 december 1858 in Brugge startte hij als subregent en leraar aan de colleges van Veurne en Poperinge. In 1867 werd hij onderpastoor in de O.L.Vrouwekerk van Kortrijk, waar hij samenwerkte met Guido Gezelle. Later werd hij pastoor in de Sint-Janskerk van Houthulst (1879) en vanaf 1884 in de O.L.Vrouwekerk van Ruiselede, waar hij op 16 januari 1900 overleed. In 1887 correspondeerde hij met Gezelle om een gelegenheidsgedicht voor Gustaaf Hendrik Flamen aan te vragen. Ook zijn zuster Rosalie, die bij hem inwoonde, was vertrouwd met Gezelle.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecollega; correspondent; aanvrager gelegenheidsgedicht
NaamNolf, Henri; Henri-Joseph
Datums° Kortrijk, 10/10/1818 - ✝ Kortrijk, 01/05/1884
GeslachtMannelijk
Beroeppoliticus, burgemeester
BioHenri Nolf was van 1864 tot zijn dood in 1884 burgemeester van Kortrijk. Hij was een oud-leerling van het kleinseminarie te Roeselare, waar hij medeleerling was van de latere bisschop Faict. In 1842 ging hij werken voor het Bureau de Bienfaisance. Van 1851 tot 1857 zetelde hij als katholiek gemeenteraadslid. Hij zette Gezelle aan om de redactie van het weekblad ‘De Vrijheid’ op zich te nemen en om een geschiedenis van de armenkamer te schrijven. Hij was gehuwd met Prudence Vercruysse, en na haar dood met Pauline Goethals.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent
NaamPrevost, Hendrik
Datums° Bergues, 11/08/1834 - ✝ Kortrijk, 20/11/1900
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; coadjutor; geestelijk directeur; onderpastoor; auteur
BioHendrik Prevost ontving zijn priesterwijding te Brugge op 22/12/1860. Hij werd daarna coadjutor van de St.-Michielskerk te Roeselare (1861), onderpastoor van O.-L.-Vrouw te Kortrijk (24/01/1862) en directeur van de Dames van Sint-Nicolaas te Kortrijk (1872). Hij publiceerde artikels in 't Jaer 70 en verder nog een aantal werken (o.a. Tractatus de legibus (1873), Histoire nouvelle de Sainte Philomène et de son culte (1887).
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamRembry, Ernest
Datums° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).
NaamVerriest, Adolf
Datums° Deerlijk, 15/08/1830 - ✝ Kortrijk, 21/06/1891
GeslachtMannelijk
Beroepadvocaat; politicus; dichter; componist
BioAdolf Verriest werd geboren te Deerlijk op 15 augustus 1830 als zoon van Petrus-Johannes Verriest (1796-1871), koopman en armenmeester in Deerlijk. Hij was de oudere broer van Hugo Verriest en Gustaaf Verriest. Na de lagere school in Deerlijk liep hij college aan het kleinseminarie te Roeselare, waar hij een studiegenoot was van Guido Gezelle. Hij werd er de eerste voorzitter van de door Gezelle gestichte Lettergilde en zou voor het leven bevriend blijven met hem. Na zijn collegetijd volgde hij studies in de Letteren en de Rechten aan de Leuvense universiteit. In 1858 werd hij advocaat in Kortrijk en manifesteerde er zich als voorvechter van de volkstaal. Hij had er ook politieke ambities en werd er gemeenteraadslid van 1870 tot 1886 en schepen van 1886 tot aan zijn dood op 21 juni 1891. Hij was zeer actief in het Kortrijkse culturele leven in de jaren 1870 en 1880 (o.a. als voorzitter van het Davidsfonds en bestuurslid van de muziekschool). Hij was dichter en publicist (Gedichten en aanspraken. Kortrijk, 1893). Hij componeerde zelf liederen en vroeg Gezelle vaak om vertalingen van liederen. Gezelle schreef voor hem heel wat gelegenheidsgedichten waaronder: Adolf, mijn vriend, mijn advocaat. Gezelle was vriend aan huis en steunde Adolf met zijn politieke activiteiten.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; gelegenheidsgedichten
NaamVerriest, Gustaaf
Datums° Deerlijk, 19/05/1843 - ✝ St. Cloud, Parijs, 25/06/1918
GeslachtMannelijk
Beroeparts
BioGustaaf Verriest was pas 10 jaar oud toen hij ingeschreven werd in het pensionaat van het kleinseminarie te Roeselare. Hij was dan ook de jongste van Gezelles poësisklas in het schooljaar 1858-1859. De levenslang aangehouden briefwisseling en de talrijke gedichten van Gezelle voor Gustaaf getuigen van een bijzonder nauwe band tussen de jonge, nog wat kinderlijke leerling en zijn leraar. Ook de familie Verriest had een grote genegenheid voor Gezelle, die nog met de oudste zoon Adolf gestudeerd had. Hoe licht is toch die sparke vier (07/08/1858) is geschreven naar aanleiding van een nachtmerrie van Gustaaf, maar tevens opgedragen aan zijn oudere broer Hugo Verriest en Eugeen Van Oye. Waarom en kunnen wij niet (04/01/1859) Brief (12/01/1859), O vriend wat schaadt of baat het ons, (02/02/1859) en Nu of nooit! (02/02/1859) zijn persoonlijk gericht aan Gustaaf Verriest. Gezelle wou hiermee de jongen steunen die een mogelijke priesterroeping ernstig nam en naar aanleiding daarvan worstelde met een sterk besef van zwakte en zondigheid. Uiteindelijk besloot Verriest geneeskunde te studeren, eerst in Leuven en later in Wenen. Hij was dokter in Wervik van 1869 tot 1873 en trok daarna naar Duitsland om er verder te studeren. Op 21 september 1876 huwde hij te Münster met Louise Niermann, waarmee hij zes kinderen kreeg. Vanaf 1876 werd hij professor aan de K.U. Leuven tot 1911. Na Gezelles dood ging hij op zoek naar een wetenschappelijke verklaring voor het dichterlijke genie van zijn oud-leraar.
Relatie tot Gezellecorrespondent; gelegenheidsgedichten; oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamCristofori, Carlo Domenico; Marcus van Aviano; Marcus d'Aviano
Datums° Aviano, 17/11/1631 - ✝ Wenen, 13/08/1699
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; prediker
VerblijfplaatsItalië; Oostenrijk
BioMarcus van Aviano was de geestelijke naam van Carlo Domenico Cristofori, een Italiaanse kapucijnerbroeder uit de 17e eeuw. In 1676 voerde hij een mirakelgenezing uit, waarna zijn faam groeide. Zo werd hij adviseur van keizer Leopold I van het Heilig Roomse Rijk. Voorts oefende hij grote invloed uit als begeesterend prediker, maar ook op politiek vlak door te bemiddelen bij conflicten. In 2003 werd hij zalig verklaard.
Links[wikipedia]
BronnenNieuw Nederlands Biografisch Woordenboek, deel 9, p. 35 (https://resources.huygens.knaw.nl/retroboeken/nnbw/#source=9&page=25&view=imagePane)
NaamHeldenbergh, Antoine Jacques; Heldenbergh, Antonius
Datums° Kortrijk, 11/01/1817 - ✝ Kortrijk, 05/03/1880
GeslachtMannelijk
Beroepleraar; onderpastoor; koster
BioAntoine Jacques Heldenbergh werd op 11 januari 1817 te Kortrijk geboren als zoon van Petrus-Josephus Heldenbergh en Sophia-Cornelia Coucke. In 1844 werd hij tot priester gewijd te Brugge. In zijn loopbaan gaf hij les op verschillende instituten: het Sint-Lodewijkscollege te Brugge, het college van Diksmuide en het Sint-Amandscollege te Kortrijk (vanaf 1857). Van 1847 tot 1857 was hij onderpastoor te Wervik, en vanaf juni 1860 was hij geestelijk koster in de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Kortrijk. Hij stierf er in 1880.
Links[odis]
NaamDe Man, Albert Joseph
Datums° Veurne, 11/01/1816 - ✝ Brugge, 13/04/1885
GeslachtMannelijk
Beroeponderpastoor; pastoor; kanunnik
BioAlbert De Man werd op 11 januari 1816 te Veurne geboren als zoon van leraar Albertus Josephus De Man en Maria Theresia Ryckeboer. In 1840 ontving hij zijn priesterwijding te Brugge. In 1841 werd hij coadjutor te Klerken en even later onderpastoor te Ieper. Daar nam hij ontslag op 7 april 1851 om de maand erop in Diksmuide aan de slag te gaan. Vanaf 12 september 1851 was hij bestuurder van de zusters redemptoristinnen te Brugge. Tien jaar later werd hij pastoor te Zerkegem, gevolgd door pastoorsposten in Poperinge (1864) en Kortrijk (11/12/1872). Op 17 september 1874 werd hij kanunnik van de kathedraal te Brugge. Vanaf 31 mei 1876 was hij penitencier, en op 13 april 1885 overleed hij in zijn huis in de Mariastraat.
Links[odis]
Bronnen https://nl.geneanet.org/; https://www.archiefbankbrugge.be/archiefbank;
NaamVervarcke, Antonius Joannes
Datums° Brugge, 19/08/1816 - ✝ Brugge, 27/09/1880
GeslachtMannelijk
Beroepkoster
BioAntonius Joannes Vervarcke, roepnaam 'Tonen', was de zoon van goudsmid Jan-Baptist Vervarcke en Anna Geuns en de broer van priester Joannes Vervarcke, jarenlang pastoor in Snaaskerke. Hij werkte als bakker en koster in Brugge en trad op latere leeftijd, op 27 juni 1859, in het huwelijk met Melanie Deroullez die uit een eerder huwelijk een bakkerij en kinderen meebracht. Antonius overleed in Brugge op 27 september 1880. Hij werd vermeld door Gezelle in een brief uit 1873 naar aanleiding van een liederenuitgave en was mogelijk betrokken bij het tijdschrift 't Jaer 30.
Relatie tot Gezellemedewerker?
BronnenArchiefbank Brugge
NaamDeceuninck, Charles Louis; Karel
Datums° Staden, 15/06/1835 - ✝ Los Angeles, 15/09/1906
GeslachtMannelijk
Beroepleraar; coadjutor; onderpastoor; koster; missionaris; auteur
VerblijfplaatsNoord-Amerika
BioCharles Louis Deceuninck werd op 15 juni 1835 te Staden bij Roeselare geboren als zoon van landbouwer Ferdinand Deceuninck en Theresia Braem. Hij ging op kostschool in Handzame en werd vanaf 1860 leraar op de Sint-Lodewijksschool te Kortrijk. Datzelfde jaar werd hij tot priester gewijd te Brugge. In 1861 was hij enkele maanden coadjutor in Kaaskerke, om vervolgens onderpastoor te worden te Dranouter (1861), Wijtschate (1864), Jabbeke (1874) en Lichtervelde (1879). Hij was medewerker van Rond den Heerd en lid van de Gilde van Sinte Luitgaarde. In 1872 schreef hij de geschiedenis van zijn geboortedorp in het boek ‘Staden eertijds en hedendaags’ dat verscheen in de Bibliotheke Rond den Heerd. In 1879 trad hij in bij de benedictijnen van Maredsous. Ook was hij enkele jaren geestelijk koster in de Sint-Salvatorskerk te Brugge. In 1883 ging hij naar Kansas, waar hij missionaris was in het bisdom Leavenworth. Hij overleed op 15 september 1906 in Los Angeles.
Links[odis]
BronnenJ. Huyghebaert, De kostschool van Filip Verhoest te Handzame. In: Biekorf (1984), p.70-87

Naam - plaats

NaamBrugge
GemeenteBrugge
NaamHarelbeke
GemeenteHarelbeke
NaamKortrijk
GemeenteKortrijk
NaamRoeselare
GemeenteRoeselare

Naam - instituut/vereniging

Naamkleinseminarie Roeselare
BeschrijvingHet klein seminarie werd opgericht onder het Frans bewind en herstartte officieel in 1830 als bisschoppelijk college. In 1846 werden de Latijnse klassen aangevuld met een handelsafdeling Saint-Michel, waaraan ook een lagere basisschool verbonden was. Dit Sint-Michielsinstituut fungeerde als een voorbereiding op de humaniora. Het klein seminarie trok heel wat katholieke leerlingen uit Engeland en Ierland aan. In 1849 werd hiervoor een aparte Engelse afdeling opgericht. Vanaf hetzelfde jaar werd ook een filosofieafdeling ingericht als voorbereiding op de priesteropleiding. Gezelle volgde er secundair onderwijs van 1 oktober 1846 tot 19 augustus 1850. Vanaf 21 maart 1854 tot 21 augustus 1860 kwam hij er terug als leerkracht. Zijn eerste drie bundels waren nauw verbonden met deze periode. Ook nadien hield hij een intens contact met zijn oud-leerlingen.
Datering1830
Links[odis], [wikipedia]
NaamSint-Amandscollege Kortrijk
BeschrijvingHet Sint-Amandscollege was een katholiek college, opgericht in 1833 te Kortrijk, en werd gehuisvest in de voormalige Proosdij van Sint-Amands. De school wordt af en toe vermeld in de brieven van Guido Gezelle, omdat enkele van zijn kennissen er les gaven of als principaal fungeerden, zoals Arsène Dehulster tussen 1886 en 1893. Priester David Verbeke stond aan de basis van de oprichting, met de stad die instond voor de gebouwen en het bisdom dat de leerkrachten benoemde. Dankzij deze structuur groeide de school snel en kreeg ze de bijnaam "Collège des ducs", waar Frans de voertaal was. De aanvankelijk vlotte samenwerking tussen kerk en stad werd vanaf 1848 bemoeilijkt door de opkomst van antiklerikale liberalen. De schoolstrijd van 1879-1884, aangewakkerd door de liberale regering en de wet Van Humbeeck, bedreigde het voortbestaan van de instelling. In 1886 werd het college echter gekocht door Arthur Verhaegen namens het bisdom, waardoor het werd gevrijwaard van staatsinmenging en als katholieke school kon blijven functioneren. Dit luidde een periode van uitbreiding en modernisering in, onder meer onder architect Jules Félix Carette. In de 20ste en 21ste eeuw bleef de school zich ontwikkelen, met een nieuw complex in 1971 en uiteindelijk een fusie in 2013 met de Pleinschool tot het Guldensporencollege.
Datering1833-2013
Links[wikipedia]
NaamKatholieke volksbibliotheek van Sint-Walburga
BeschrijvingOmstreeks 1866 richtte Guido Gezelle de katholieke volksbibliotheek van Sint-Walburga op. Deze bevond zich aan de Verversdijk nr 17, in het oud lokaal van de Jezuïeten. Men kon er op zondag na de hoogmis terecht. Hier konden minder welgestelde lezers gratis boeken ontlenen. Behalve Franse en contemporaine Nederlandse werken, had de bibliotheek ook enkele 17e-eeuwse geestelijke en didactische publicaties. De bibliotheek zou tot aan het begin van de 20e eeuw bestaan hebben.
Datering1866?-?
NaamKatholieke volksbibliotheek Kring Pius IX, Kortrijk
BeschrijvingIn Kortrijk bestond een Katholieke volksbibliotheek bij de kring Pius IX, Doorniksestraat 24. Die werd beheerd door een genootschap onder de titel "Werk van Goede boeken en van het oud papier te Kortrijk". Gezelle was vanaf 1873 bestuurder ervan.

Titel - gedicht van Guido Gezelle

TitelBoodschap (van de vogels en andere opgezette dieren)
PublicatieDichtoefeningen (Verzameld dichtwerk, deel I), p. 82

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelRond den Heerd. Een leer-en leesblad voor alle lieden.
Links[gezelle.be]

Titel - ander werk

TitelDe Vrijheid (periodiek)
Datum1863 - 1875 [?]
PlaatsKortrijk
Uitgever[s.n.]
TitelLeven van Martinus Demeestere, bygenaemd: den zaligen Maerten; godvruchtigen, en stichtbaren jongman, geboren te Kortryk, en aldaer overleden in het jaer O.H.J.C. 1690
Datum1844
PlaatsKortrijk
UitgeverBlanchet-Blanchet

Titelxx/[02/1873], Kortrijk, Guido Gezelle aan [Adolf Juliaan Duclos]
EditeurKoen Calis; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2025
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenKoen Calis; Universiteit Antwerpen, Gezelle Guido aan Duclos Adolf Juliaan, Kortrijk (Kortrijk), xx/[02/1873]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2025 Available from World Wide Web: link .
VerzenderGezelle, Guido
Ontvanger[Duclos, Adolf Juliaan]
Verzendingsdatumxx/[02/1873]
VerzendingsplaatsKortrijk (Kortrijk)
AnnotatieDatum gereconstrueerd op basis van de Jubileumuitgave ; adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie; plaats gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Gepubliceerd inBrieven van, aan en over Gezelle II, p.145-146 (123a)
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 dubbel vel, 210 mm x 134 mm
papier, wit
papiersoort: 4 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden papier met reliëfstempel: Papier Postal 4 Grammes Breveté
Toevoegingen op zijde 1 linksboven: resp. 5 febr. 73. (? inkt, schuin, hand A. Duclos) ; op zijde 1 in de bovenrand: Aan Ad. Duclos (inkt, hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief8647
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|16918
Inhoud
IncipitMr Pastor Deman O.L.V. Kortrijk
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.