<Resultaat 2869 van 2896

>

p1

Eerweerde Heer en Vriend

Zal den vertelderboek[1] geern zien, maar de heidensche moeten wel nagezien worden; het laatste van Woen en Thor[2] was geheel mis, Woen en Thor zijn twee oppergoden, die als ze uitgingen ievers eenen leegeren Pieter van eenen God mêenamen gelijk Laai of Hel.

Wij zijn van gedacht hier onzen speel- en liederboek voor vlaamsche gezelschappen congregatien etc. uit te geven Als het lukt mag het n° zoovele van R. d. H. zijn?[3]

Van mijne dichten[4] hebt gij eene farde in die oude boekcouverten; ik heb hier en daar nog een Mr Verriest heeft er en sommige andere ik zou ze moeten naarzien en God weet hoe geern kon ik zulke dingen van ambtswege te doen krijgen.p2Zal ik nooit meer mogen of kunnen?

Als ik ooit iets overdrukke in de Vrijheid zal mij aan uwe voorweerden onderwerpen.[5]

De 5 nos komen regelmatig de 35 exempl. R. d. H. zijn altijd uit en heel in slunsen gelezen[6]

Ja, als 't u belieft zendt de preuven van uwe conferentie[7]

Heel wel te vreden dat V. d. B. of 't zij wie ook den spiritus uitgeve;[8] Titel zou kunnen zijn Koorn uit het Kaf of verzamelinge van dit dat etc. die verschenen zijn in verschillige gazetten. Ik zou de stukken onderscheiden met eenen letter bijv. G. G. - K. d. W.

Daar zijn uwe antwoorden

Mag ik nu vragen?

Weet gij niets te vinden over Cortr-ac, Torn-ac, Du-ac etc.? ac Kelt. = water; wat is Curtr?p3Mr Pastor van O. L. V. belast mij u te zeggen dat hij absluit moet eene Reliquie hebben van B. Margriete à-la-coque tegen eersten vrijdag in Maerte;[9] wilt gij hem eene in zetten en zenden Hij zal u zegt hij eene authentikeerbare in de plaatse terug geven van de zelfste zalige.

Ik wil wel Mr Decortens dagboek verspreiden maar hoe gedaan zonder den boek

Waar blijven de Dolaards toch ik en heb er geen exemp. van en de bibliotheke van R. d. H. is voor mij een geheel ingebeeld wezen, geen sine nomine truncus[10] maar een sine trunco nomen.[11]

Gaat gij van 't Idioticon niet spreken? 'k Weet nog iets van P. Marcus ab Aviano met de expositie te Weenen zoudt gij moeten iemand p4belasten zijn graf te gaan zien te Weenen; waar het te zien is staat op een van de twee prentjes die de capucinen bewaren 't Ware de moeite weerde:

R. d. H. n° -

P. Marcus ab Aviano

te zien uitkomen met portrait. 't Is hij die gezeid heeft: Kortrijk zal vele zien maar weinig lijen.

Blijve als vooren

G.

Noten

[1] Adolf Duclos lipe met plannen rond om een bloemlezing verhalen, liederen en gedichten uit Rond den Heerd te bundelen en uit te geven.
[2] F., Hoe dat Woen met Thor wandelen gingen. In: Rond den Heerd: 8 (22 december 1873) 4, p.27-30.
[3] Aantekening in kantlijn van Adolf Duclos “N°18”. Hiermee wordt de reeks ”Bibliotheke Rond den Heerd” bedoeld. Van het project zou echter niets in huis komen. In 1874 verscheen Prente-boek voor jonge Vlamingen als achttiende nummer bij Dezuttere in Brugge.
[4] Het was inmiddels elf jaar geleden sinds Guido Gezelle laatste dichtbundel verschenen was. De gedichten waar Adolf Duclos het over heeft, zouden gebundeld worden in Liederen, Eerdichten en Reliqua (1880). In 1873-74 speelden ze met het idee om dit als een deel van de Bibliotheke rond den Heerd uit te geven.
[5] Guido Gezelle had gevraagd om de Cortracena uit Rond den Heerd te mogen overnemen in de Kortrijkse krant De Vrijheid.
[6] Dit gaat over de 5 abonnementen van de katholieke volksbibliotheek te Kortrijk, waarvoor Guido Gezelle verantwoordelijk was.
[7] Adolf Duclos gaf op 10 maarte 1873 een lezing in Oostende voor de Kring der goede vrienden, die uitgegeven zou worden onder de titel De oude kuste van Vlaanderen (1873). Hij vroeg Guido Gezelle om de drukproeven na te zien.
[8] Guido Gezelle liep met plannen rond om een compilatie te maken van de liederen en vertellingen, die in kranten als Reinaert de Vos en ’t Jaer 30 verschenen waren. Hij had deze verzameld in een plakboek en dacht aan de titel ’Spiritus’. Adolf Duclos had hem gevraagd om die uit te geven in de reeks Bibliotheke Rond den Heerd.
[9] Onderstreping in rood potlood.
[10] Vertaling Paul Thoen (Latijn): tronk zonder naam. Deze woordspeling steunt op Vergilius' Aeneïs II, 557-558, over het achtergelaten lijk van de Trojaanse koning Priamus: "Hier ligt op de kust een enorme tronk: een hoofd afgerukt van de schouders en een lichaam zonder naam."
[11] Vertaling Paul Thoen (Latijn): een naam zonder lichaam (letterlijk tronk).

Register

Correspondenten - personen

NaamDuclos, Adolf Juliaan
Datums° Brugge, 30/08/1841 - ✝ Brugge, 06/03/1925
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor; kanunnik, ere-kanunnik, leraar; historicus; auteur, redacteur; diocesaan inspecteur
BioAdolf Duclos, zoon van Desiderius Duclos, apotheker en een van de stichters van de katholieke partij in 1860, en Hortencia Bogaert, wier vader en grootvader de stichters waren van de 'Gazette van Brugge', werd geboren in de Kuipersstraat te Brugge. Hij liep school in het atheneum te Brugge, het college te Ieper en het Brugse Sint-Lodewijkscollege. In oktober 1860 ging hij naar het kleinseminarie in Roeselare (filosofie 1861), en volgde een jaar later een priesteropleiding aan het grootseminarie in Brugge. Daar ontmoette hij Guido Gezelle. Hij ontving zijn priesterwijding te Brugge op 10/06/1865 van Mgr. Faict. Hij ging lesgeven aan het college van Torhout (17/09/1865), en werd vanaf 1868 ondersecretaris en bewaarder van de relikwieën in het bisdom. In 1871 volgde hij Guido Gezelle op als redacteur van het tijdschrift Rond den Heerd. In 1874 was hij stichtend voorzitter van de Gilde van Sinte-Luitgaarde. In 1875 was hij ook betrokken bij de stichting van het Brugse Davidsfonds. Belangrijk was ook zijn betrokkenheid als bestuurslid en voorzitter van de Société Archéologique de Bruges, de voorloper van het Brugse Gruuthusemuseum. Hij was ook de auteur van historische werken en actief bij de organisatie van Brugse stoeten en processies. Vervolgens werd hij erekanunnik van de Brugse kathedraal (29/08/1884), pastoor in Pervijze (25/11/1889) en pastoor in Ieper (21/07/1897). Op 20 mei 1903 keerde hij naar Brugge terug als kanunnik van de Brugse kathedraal. Op 13 december 1910 werd hij diocesaan inspecteur van de bisschoppelijke colleges, en was ten slotte werkzaam als kanunnik-cantor (13/12/1911).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; medewerker en uitgever van Rond den Heerd; Gilde van Sinte-Luitgaarde; oud-leerling kleinseminarie Roeselare
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefontvanger

NaamDuclos, Adolf Juliaan
Datums° Brugge, 30/08/1841 - ✝ Brugge, 06/03/1925
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor; kanunnik, ere-kanunnik, leraar; historicus; auteur, redacteur; diocesaan inspecteur
BioAdolf Duclos, zoon van Desiderius Duclos, apotheker en een van de stichters van de katholieke partij in 1860, en Hortencia Bogaert, wier vader en grootvader de stichters waren van de 'Gazette van Brugge', werd geboren in de Kuipersstraat te Brugge. Hij liep school in het atheneum te Brugge, het college te Ieper en het Brugse Sint-Lodewijkscollege. In oktober 1860 ging hij naar het kleinseminarie in Roeselare (filosofie 1861), en volgde een jaar later een priesteropleiding aan het grootseminarie in Brugge. Daar ontmoette hij Guido Gezelle. Hij ontving zijn priesterwijding te Brugge op 10/06/1865 van Mgr. Faict. Hij ging lesgeven aan het college van Torhout (17/09/1865), en werd vanaf 1868 ondersecretaris en bewaarder van de relikwieën in het bisdom. In 1871 volgde hij Guido Gezelle op als redacteur van het tijdschrift Rond den Heerd. In 1874 was hij stichtend voorzitter van de Gilde van Sinte-Luitgaarde. In 1875 was hij ook betrokken bij de stichting van het Brugse Davidsfonds. Belangrijk was ook zijn betrokkenheid als bestuurslid en voorzitter van de Société Archéologique de Bruges, de voorloper van het Brugse Gruuthusemuseum. Hij was ook de auteur van historische werken en actief bij de organisatie van Brugse stoeten en processies. Vervolgens werd hij erekanunnik van de Brugse kathedraal (29/08/1884), pastoor in Pervijze (25/11/1889) en pastoor in Ieper (21/07/1897). Op 20 mei 1903 keerde hij naar Brugge terug als kanunnik van de Brugse kathedraal. Op 13 december 1910 werd hij diocesaan inspecteur van de bisschoppelijke colleges, en was ten slotte werkzaam als kanunnik-cantor (13/12/1911).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; medewerker en uitgever van Rond den Heerd; Gilde van Sinte-Luitgaarde; oud-leerling kleinseminarie Roeselare

Naam - persoon

NaamDe Waele, Karel
Datums° Roubaix, 15/02/1824 - ✝ Klerken, 05/05/1894
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor pastoor
VerblijfplaatsFrankrijk
BioKarel De Waele, zoon van Charles en Colette Samaille, werd geboren te Roubaix op 15 februari 1824. Op 6 juni 1850 begon hij zijn carrière als leraar aan het college van Menen. Op 21 december 1850 werd hij tot priester gewijd te Brugge. Vervolgens diende hij als onderpastoor in Dudzele bij de Sint-Pietersbandenkerk vanaf 12 september 1851 en in Ledegem bij de Sint-Pieterskerk vanaf 3 december 1859. Op 17 december 1875 werd hij pastoor in Noordschote bij de Sint-Barnabaskerk en op 23 april 1884 pastoor in Houthulst bij de Sint-Janskerk. Hij overleed te Klerken op 5 mei 1894. De Waele correspondeerde met Guido Gezelle en maakte deel uit van diens zantersnetwerk.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter (WDT)
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamVerriest, Hugo
Datums° Deerlijk, 25/11/1840 - ✝ Ingooigem, 27/10/1922
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; auteur; leraar; directeur kloostergemeenschap; schooldirecteur; pastoor
BioHugo Verriest was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare (1854-1859). Hij kreeg er gedurende negen maanden les van Gezelle. Hij volgde filosofie in 1860 en zijn priesterwijding volgde op 17/12/1864. Hij werd leraar aan het Sint-Lodewijkscollege (09/06/1864) en aan het kleinseminarie te Roeselare (19/09/1867). Hij onderwees zijn leerlingen in de geest van Gezelle. Hij figureerde als spilfiguur binnen de Blauwvoeterij, dit ook als redacteur van het studententijdschrift De Vlaamsche Vlagge, het medium van de Blauwvoeterij. Vervolgens was hij directeur van de Zusters van Liefde in Heule (25/08/1877) en superior van het college te leper (13/06/1878). Hij was pastoor te Wakken (19/09/1888) en Ingooigem (19/06/1895). In 1906 werd hij lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal-en Letterkunde. Hij was een spilfiguur in de Vlaamse Beweging en een zeer vurig spreker. Als auteur schreef hij romantisch-impressionistische gedichten, talrijke artikels en biografieën o.m. van Guido Gezelle, Stijn Streuvels en Albrecht Rodenbach.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellezanter (WDT); correspondent; medestichter van Biekorf; oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamCristofori, Carlo Domenico; Marcus van Aviano; Marcus d'Aviano
Datums° Aviano, 17/11/1631 - ✝ Wenen, 13/08/1699
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; prediker
VerblijfplaatsItalië; Oostenrijk
BioMarcus van Aviano was de geestelijke naam van Carlo Domenico Cristofori, een Italiaanse kapucijnerbroeder uit de 17e eeuw. In 1676 voerde hij een mirakelgenezing uit, waarna zijn faam groeide. Zo werd hij adviseur van keizer Leopold I van het Heilig Roomse Rijk. Voorts oefende hij grote invloed uit als begeesterend prediker, maar ook op politiek vlak door te bemiddelen bij conflicten. In 2003 werd hij zalig verklaard.
Links[wikipedia]
BronnenNieuw Nederlands Biografisch Woordenboek, deel 9, p. 35 (https://resources.huygens.knaw.nl/retroboeken/nnbw/#source=9&page=25&view=imagePane)
NaamVandenberghe, Honoretius Livinus Laurentius; Vandenberghe-Denaux, Honoré
Datums° Poperinge, 11/11/1830 - ✝ Brugge, 19/03/1917
GeslachtMannelijk
Beroepdrukker; uitgever
BioHonoretius Vandenberghe werd op 11 november 1830 te Poperinge geboren als zoon van Philippus Jacobus Vandenberghe (°1798) en Bibiana Barbara Walle (°1800). In 1859 huwde hij met Paulina Theresia Denaux (1823-1901). Op 31 december 1860 stonden ze ingeschreven in het Brugse bevolkingsregister op het adres Gruuthusestraat 4. In 1862 startte hij zijn drukkerij, en vanaf 17 juli 1864 drukte hij het politieke weekblad ‘’t Jaer 30’ in samenwerking met Guido Gezelle en Antoon Wemaer. Vanaf 1865 drukte hij eveneens de Franse tegenhanger ervan: ‘Le Franc de Bruges’, en dit tot 1876. In juni 1870 werd ‘’t Jaer 30’ overgenomen door Amand Delplace en ging de krant onder de naam ‘’t Jaer 70’ verder. Vandenberghe bleef als drukker actief tot 1892. Hij stierf op 19 maart 1917 in de Nieuwstraat.
Relatie tot Gezelledrukker
Bronnen https://nl.geneanet.org/; https://www.archiefbankbrugge.be/archiefbank; A. Van den Abeele, Drukkers en uitgevers in Brugge (1800-1914)
NaamDe Man, Albert Joseph
Datums° Veurne, 11/01/1816 - ✝ Brugge, 13/04/1885
GeslachtMannelijk
Beroeponderpastoor; pastoor; kanunnik
BioAlbert De Man werd op 11 januari 1816 te Veurne geboren als zoon van leraar Albertus Josephus De Man en Maria Theresia Ryckeboer. In 1840 ontving hij zijn priesterwijding te Brugge. In 1841 werd hij coadjutor te Klerken en even later onderpastoor te Ieper. Daar nam hij ontslag op 7 april 1851 om de maand erop in Diksmuide aan de slag te gaan. Vanaf 12 september 1851 was hij bestuurder van de zusters redemptoristinnen te Brugge. Tien jaar later werd hij pastoor te Zerkegem, gevolgd door pastoorsposten in Poperinge (1864) en Kortrijk (11/12/1872). Op 17 september 1874 werd hij kanunnik van de kathedraal te Brugge. Vanaf 31 mei 1876 was hij penitencier, en op 13 april 1885 overleed hij in zijn huis in de Mariastraat.
Links[odis]
Bronnen https://nl.geneanet.org/; https://www.archiefbankbrugge.be/archiefbank;

Naam - instituut/vereniging

NaamKatholieke volksbibliotheek Kring Pius IX, Kortrijk
BeschrijvingIn Kortrijk bestond een Katholieke volksbibliotheek bij de kring Pius IX, Doorniksestraat 24. Die werd beheerd door een genootschap onder de titel "Werk van Goede boeken en van het oud papier te Kortrijk". Gezelle was vanaf 1873 bestuurder ervan.

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelDe doolaards in Egypten
Links[gezelle.be]
TitelLiederen, eerdichten et reliqua
Links[gezelle.be]
TitelRond den Heerd. Een leer-en leesblad voor alle lieden.
Links[gezelle.be]

Titel - ander werk

TitelWestvlaamsch idioticon
AuteurDe Bo, Leonard Lodewijk
Datum1873
PlaatsBrugge
UitgeverGailliard
TitelDe Vrijheid (periodiek)
Datum1863 - 1875 [?]
PlaatsKortrijk
Uitgever[s.n.]
TitelDagboek der heiligen behelzende een kort begrijp van de levens der heiligen en kortbondige meditatiën voor al de dagen van het jaar
AuteurDe Corte, J.B.
Datum1872
PlaatsBrugge
UitgeverVandenberghe-Denaux
TitelDe oude kuste van Vlaanderen
AuteurDuclos, Adolf
Datum1873
PlaatsBrugge
UitgeverDezuttere

Titel[05/02/1873 t.p.q. - 20/02/1873 t.a.q.], Kortrijk, [Guido Gezelle] aan [Adolf Juliaan Duclos]
EditeurKoen Calis
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2025
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenKoen Calis, Gezelle Guido aan Duclos Adolf Juliaan, Kortrijk (Kortrijk), [05/02/1873 t.p.q. - 20/02/1873 t.a.q.]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2025 Available from World Wide Web: link .
Verzender[Gezelle, Guido]
Ontvanger[Duclos, Adolf Juliaan]
Verzendingsdatum[05/02/1873 t.p.q. - 20/02/1873 t.a.q.]
VerzendingsplaatsKortrijk (Kortrijk)
AnnotatieT.p.q. en t.a.q. gereconstrueerd op basis van de datering van brieven nr. 4961 en 4964, deze brief valt ertussen; adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie ; adressant gereconstrueerd op basis van het handschrift; plaats gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Gepubliceerd inBrieven van, aan en over Gezelle II, p.147-148 (124b); Gedichten, gezangen en gebeden en Kleengedichtjes II, p.16 (citaat)
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 dubbel vel, 210 mm x 134 mm
papier, wit
papiersoort: 4 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden papier met reliëfstempel: Papier Postal 4 Grammes Breveté
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Antwoord op Duclos' brief van 5/2 73 (inkt, hand P.A.) ; idem rechts: Einde 1872 of begin 1873 ; idem in de linkermarge: in R.d.H 22 Dec 1872 Vergelijk Bladwijzer (potlood, onbekende beide hand); markeringen in de tekst (rood potlood, onbekende hand)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief8648
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.16919
Inhoud
IncipitZal den vertelderboek geern
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.