Eerweerde heer & vriend,
Ik heb bij geval een zeldzaam boekske onder handen gekregen voor 8 dagen, te weten de Dichtwerken van onzen Brugschen Olivier de Wree, dien gij zeker beter kent als ik. Onder die werken is een stuk van 228 Alexandrinen, geheeten Bachus Cort-ryk.[1] t Is, in een zeer vermakelijke gedaante en in prachtigen stijl, le faux duc de Bourgogne.[2] Wilt gij het hebben voor R. d. H., ik zal 't u zenden, zoo als 't gaat en staat zonder een stip te veranderen; laat mij weten, zoo haast gij kunt, anders ben ik het kwijt, het behoort de biblioth. univers. gandav.
Dat ware in afwachtinge van dat zuidbevelandsch dingen.[3] t Spijt mij dat uw drukker geen å, ů enz. in zijn drukkerije en heeft; met zijne å enz. staat dat zeer wijd uiteen. Zulke letterteekens zijn gemakkelijk te krijgen.
Wat zoudt gij zeggen van nu p2en dan een brokke
Frieschverwig vlaamsch?
dat ware eene vertalinge, zoo na bij de woorden mogelijk, van de eene of de andere kluchte uit Halbertsma's rimen ind teltsjes = rijmen en vertelderkes? Dat zou Winkler aanstaan, en zoo kreegen wij misschien de begeerte in 't werk om friesch te leeren, en tusschen friesch en vlaamsch, het hoog hollandsch eene duchtige nepe te geven?
Wat dunkt u?
Blijve ulieden toegenegen







