<Resultaat 654 van 2896

>

p1
Mijn achtbaren Heer
Mijnheer Emile Lauwers student
in de Augustinenstr. tot Leuven.[1]

 
p2
Achtbare Heer & Vriend,[2]

't Is wel dat het stuk nagezien wordt; gij hebt bij plaatsen 4 reken[3] teenegâre[4] overgeschrikkeld en onvertaald gelaten; andere reken teenemaal verkeerd verstaan, etc. etc. etc.

Ik hebbe den No van uw huis vergeten...![5]

ik ben al aan canto XV exclus.[6]

tracht ievers te weten wat pemican[7] bediedt.[8]

Ik peize op een bladzij of twee voorreden met uitleg etc., wat dunkt u?

de volgende copie moet wederom deure end deure wel nagezien zijn; bij zoo verre dat men heele capitels,[9] dweers deure luide op kan lezen zonder stooten of haperen en dat iedereen het niet alleen en verstaat, maar gesmaakt om zoo te zeggen; dan zal 't oprecht een edel stuk zijn en de Vlamingen veel deugd doen, hope ik.

Blijve ulieden zeer genegen afgevrochte
GuidoG

P.S. Hoeverre zijt gij al herschreven? Hiermêe de tweede zende.

Noten

[1] Op deze briefkaart schreef Lauwers kladnotities voor een brief aan Gezelle. Hij schreef deze regels van boven naar onder op de adreszijde, te beginnen vanaf de rechterrand, dwars door de poststempels en Gezelles adressering heen. Nadien doorstreepte Lauwers telkens één van deze notities, wellicht als hij dit afgehandeld had of als antwoord benut in zijn nieuwe brief aan Gezelle.
Lauwers wou zichzelf eraan herinneren dat hij een postzegel ter waarde van 10 centimes in zijn envelop aan Gezelle moest stoppen. Of een muntstukje van 10 centimes. Zo kon Gezelle makkelijk antwoorden en hoefde hij hiervoor geen onkosten te doen of op zoek te gaan naar een postzegel. Deze 50 centimes dienen als vergoeding voor verzendingskosten van het pakket van Lauwers’ verbeterde vertaling. Dit toneelwerk was het resultaat van een samenwerking tussen Emiel Lauwers, Kamiel Marichal en Julius Delbeke. Het zou een uitgave worden van de ’West-Vlaamsche Gilde’ (Sint-Lutgarde) en die zou hiervoor borg staan. Hiervoor waren inschrijvingen nodig, blijkt uit een brief van Lauwers aan Marichal van vrijdag 29 november 1878, regels 42 tot 44, in K. Platteau, Guido Gezelles vertaling van The Song of Hiawatha van Longfellow en de doorwerking daarvan in zijn poëzie. Tilburg, 1999, p. 285 ‘Cassius & Brutus’ verwijst naar Lauwers' vertaling van een fragment uit Shakespeares werk Julius Caesar, De vertaling verscheen als: E. Lauwers, Cassius jaagt Brutus op tegen Caesar. In: Rond den Heerd: 14 (9 februari 1879) 11, p. 83. Lauwers houdt zich dus aan Gezelles voorschriften in de briefkaart aan E. Lauwers van 30/01/1879: ”Ware 't niet beter de aanvangletters geen hoofdletters maken“. De ‘enz.’ wijst waarschijnlijk op een consequent gebruik in de schrijfwijze, in de insprongen per verzenblok e.d.. Lauwers stelt voor om zijn uitgeschreven, drukklare tekst onmiddellijk naar Hugo Verriest te sturen. Maar Gezelle had in zijn vorige briefkaart aan E. Lauwers van 30/01/1879 geëist dat hij ”de volgende copie deure en deure” opnieuw wou nazien. Lauwers voelde hier niet veel voor en had wellicht liever schot in de zaken gekregen. Verriest mocht volgens hem nu de definitieve druk van start laten gaan bij Van Der Ghinste in Ieper. Maar Gezelle zal daarmee niet akkoord gaan in zijn antwoordbrief. Antwoord op de vraag hier in de briefkaart: ”tracht ievers te weten wat pemican bediedt.” Het valt op dat Gezelle dit woord niet vond in woordenboeken en ook niet in de ’Vocabulary’ van Longfellows uitgave van The Song of Hiawatha. Gezelle benutte een David Bogue-uitgave (1855) zonder ’Vocabulary’ en geen Dürr-uitgave van 1856 mét deze lange lijst met woordverklaringen. Lauwers benutte een uitgave van 1874: een J. Dicksuitgave uit London en daarin stond ook de ’Vocabulary’. Sic. Zie brief van Gezelle 16993: ”Ware ik als gij, ik zou willen slag om slinger dichten tegen Calderon, reke voor reke, rijm voor rijm, klank voor klank; dat kan het Vlaamsch wel, kunt ge ’t gij? ’ t Is ’t proeven weerd en fabricando fabri fimus flandri---- Flandri138------ ”
[2] Emiel Lauwers had hard gewerkt op zijn vertaling van Hiawatha tijdens de vakantie en de eerste maanden dat hij in Leuven verbleef (september-oktober-november). In een brief aan zijn vriend Camiel Marichal lichtte hij dit toe, op 7 januari 1879, en zijn brief verschaft meteen véél achtergrondinformatie. Hij had contact gehad met Emiel Demonie, die de voorzitter was van de West-Vlaamsche Gilde, en die gilde zou Lauwers’ vertaling uitgeven. Zij zouden werken met inschrijvingen op de komende vertaling. Daartoe moest er een ’prospectus’ komen met enkele vertaalde fragmenten als propagandamiddel. In zijn brief aan Camiel spoort Lauwers hem aan ’zoo veel inschrijvingen mooglijk’ te verzamelen. Emiel Demonie, priester-leraar aan het kleinseminarie, zou instaan voor deze ’voordruk’. Lauwers mikte op 400 ’afdruksels’ en hij wenste er 10 van te krijgen en zou die aan Guido Gezelle en Hugo Verriest toesturen uit dankbaarheid voor hun hulp. Verriest slaagde erin om bij de drukker Van de Ghinste in Ieper zo’n voordrukje te laten verschijnen, hij getuigde hierover bij Caesar Gezelle. Het werd een klein exemplaar van 10 bladzijden op 5 blaadjes recto verso, met daarin de ’Binnenleidinge’ en Zang ’I. De Paaispijpe’. Eén proefdrukje bevindt zich in het Guido Gezellearchief (nr. 1958 K).

Gezelle gaf tal van bemerkingen op 30 januari 1879 op dit drukje en vroeg Lauwers toen om de tekst opnieuw uit te schrijven. Dat deed hij en stuurde Gezelle zijn herschreven tekst. Op 7 februari 1879 schrijft Gezelle aan Lauwers deze briefkaart en geeft vergetelheden en verkeerde vertalingen aan.

[3] Regels, verzen.
[4] Samen.
[5] Guido Gezelle was het vergeten dat het nummer 12 was, waar Emile Lauwers als student verbleef in de Augustijnenstraat te Leuven.
[6] Gezelle is bezig met een revisie van de herschreven tekst van Lauwers, hij heeft al 14 Zangen doorgenomen en zal Zang XV beginnen.
[7] Gedroogd buffelvlees. Gezelle had een uitgave van Longfellows werk waarin géén woordenlijst achteraan stond (wellicht de David Bogue-uitgave 1855); Lauwers had een andere, (Dicks-uitgave, 1874) latere uitgave waarin ook b.v. ’pemican’ gedefinieerd werd
[8] Lauwer noteert het antwoord op de de rectozijde van de briefkaart: ”pemican = meat of the deer or buffalo, dried and pounded”.
[9] Hoofdstukken.

Register

Correspondenten - personen

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamLauwers, Emiel; Rik (pseudoniem)
Datums° Ingelmunster, 23/10/1858 - ✝ Kortrijk, 29/05/1921
GeslachtMannelijk
Beroeparts
BioEmiel Lauwers was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare samen met Albrecht Rodenbach. Hij kreeg er les van Hugo Verriest met wie hij het tijdschrift De Nieuwe Tijd oprichtte. Samen met Verriest was hij in 1886 betrokken bij Gezelles vertaling van The Song of Hiawatha. Hij studeerde geneeskunde te Leuven en vestigde zich in 1888 als chirurg te Kortrijk, en was er werkzaam aan het Heilig-Hartziekenhuis. In 1896 stichtte hij samen met Alfons Depla en Roose een nieuwe ziekenhuis (Sint-Antoniusinstituut). Hij was ook vertaler van Duitse en Engelse geneeskundige werken.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; medewerker Biekorf

Briefschrijver

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefontvanger

NaamLauwers, Emiel; Rik (pseudoniem)
Datums° Ingelmunster, 23/10/1858 - ✝ Kortrijk, 29/05/1921
GeslachtMannelijk
Beroeparts
BioEmiel Lauwers was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare samen met Albrecht Rodenbach. Hij kreeg er les van Hugo Verriest met wie hij het tijdschrift De Nieuwe Tijd oprichtte. Samen met Verriest was hij in 1886 betrokken bij Gezelles vertaling van The Song of Hiawatha. Hij studeerde geneeskunde te Leuven en vestigde zich in 1888 als chirurg te Kortrijk, en was er werkzaam aan het Heilig-Hartziekenhuis. In 1896 stichtte hij samen met Alfons Depla en Roose een nieuwe ziekenhuis (Sint-Antoniusinstituut). Hij was ook vertaler van Duitse en Engelse geneeskundige werken.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; medewerker Biekorf

Naam - persoon

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamLauwers, Emiel; Rik (pseudoniem)
Datums° Ingelmunster, 23/10/1858 - ✝ Kortrijk, 29/05/1921
GeslachtMannelijk
Beroeparts
BioEmiel Lauwers was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare samen met Albrecht Rodenbach. Hij kreeg er les van Hugo Verriest met wie hij het tijdschrift De Nieuwe Tijd oprichtte. Samen met Verriest was hij in 1886 betrokken bij Gezelles vertaling van The Song of Hiawatha. Hij studeerde geneeskunde te Leuven en vestigde zich in 1888 als chirurg te Kortrijk, en was er werkzaam aan het Heilig-Hartziekenhuis. In 1896 stichtte hij samen met Alfons Depla en Roose een nieuwe ziekenhuis (Sint-Antoniusinstituut). Hij was ook vertaler van Duitse en Engelse geneeskundige werken.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; medewerker Biekorf
NaamVerriest, Hugo
Datums° Deerlijk, 25/11/1840 - ✝ Ingooigem, 27/10/1922
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; auteur; leraar; directeur kloostergemeenschap; schooldirecteur; pastoor
BioHugo Verriest was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare (1854-1859). Hij kreeg er gedurende negen maanden les van Gezelle. Hij volgde filosofie in 1860 en zijn priesterwijding volgde op 17/12/1864. Hij werd leraar aan het Sint-Lodewijkscollege (09/06/1864) en aan het kleinseminarie te Roeselare (19/09/1867). Hij onderwees zijn leerlingen in de geest van Gezelle. Hij figureerde als spilfiguur binnen de Blauwvoeterij, dit ook als redacteur van het studententijdschrift De Vlaamsche Vlagge, het medium van de Blauwvoeterij. Vervolgens was hij directeur van de Zusters van Liefde in Heule (25/08/1877) en superior van het college te leper (13/06/1878). Hij was pastoor te Wakken (19/09/1888) en Ingooigem (19/06/1895). In 1906 werd hij lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal-en Letterkunde. Hij was een spilfiguur in de Vlaamse Beweging en een zeer vurig spreker. Als auteur schreef hij romantisch-impressionistische gedichten, talrijke artikels en biografieën o.m. van Guido Gezelle, Stijn Streuvels en Albrecht Rodenbach.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellezanter (WDT); correspondent; medestichter van Biekorf; oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamShakespeare, William
Datums° Stratford-upon-Avon, rond 23/04/1564 - ✝ Stratford-upon-Avon, 23/04/1616
GeslachtMannelijk
Beroeptoneelschrijver; dichter; acteur
VerblijfplaatsEngeland
BioWilliam Shakespeare studeerde waarschijnlijk aan de Stratford Grammar School, waar Latijnse grammatica en literatuur een belangrijk onderdeel vormde van het curriculum. Op 18-jarige leeftijd trouwde hij met Anne Hathaway, met wie hij drie kinderen kreeg. Omstreeks 1588 vertrok hij naar Londen, waarna het nog vier jaar duurde voor hij succesvol werd als acteur en schrijver. Hij zou er tot de volgende acteergezelschappen hebben behoord: Lord Strange's Men, Lord Admiral's Men, The Earl of Pembroke's Men en The Earl of Sussex’s Men. Later werd hij mede-eigenaar van The Lord Chamberlain's Men. Shakespeare wordt doorgaans beschouwd als de eerste moderne toneelschrijver. Hij schreef tragedies, historische stukken en komedies; in totaal 38 toneelstukken. Zijn werken worden nog steeds vertaald, opgevoerd, verfilmd… Daarnaast was ook zijn poëzie heel populair: hij schreef 154 sonnetten en een aantal langere gedichten.
Links[wikipedia]
NaamCalderón de la Barca, Pedro
Datums° Madrid, 17/01/1600 - ✝ Madrid, 25/05/1681
GeslachtMannelijk
Beroeptoneelschrijver; dichter; soldaat; priester; hofkapelaan
VerblijfplaatsSpanje
BioPedro Calderón de la Barca werd in 1600 in Madrid geboren en volgde er onderwijs aan het jezuïetencollege. Daarna studeerde hij rechten in Alcalá de Henares en Salamanca, maar zijn interesse ging naar toneel. Als veertienjarige schreef hij zijn eerste toneelstuk, het eerste van ca. 200 toneelstukken. In 1622 verwierf hij bekendheid als dichter. Vanaf 1623 werkte hij in opdracht van koning Filips IV voor het koninklijk theater. Na militaire dienst in Italië, de Spaanse Nederlanden en Catalonië werd hij door de koning onderscheiden en betrokken bij hofactiviteiten. Het verlies van een geliefde en zijn priesterwijding in 1651 gaven zijn werk een religieuzer en mystieker karakter. Als hofkapelaan bleef hij toneelstukken schrijven, waarin trouw, geloof en eer centraal stonden. Calderón overleed in 1681 in Madrid, waarmee een einde kwam aan de Gouden Eeuw van de Castiliaanse letteren.
Links[wikipedia]

Titel - ander werk

TitelKarel de Goede, graaf en martelaar, drama in vijf bedrijven en verzen
AuteurMarichal, Camiel; Delbeke Julius; Lauwers, Emiel
Datum1878
PlaatsRouselare
UitgeverDe Meester

Titel[07/02/1879], Kortrijk, [Guido Gezelle] aan Emiel Lauwers
EditeurKarel Platteau
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenKarel Platteau, Gezelle Guido aan Lauwers Emiel, Kortrijk (Kortrijk), [07/02/1879]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
Verzender[Gezelle, Guido]
OntvangerLauwers, Emiel
Verzendingsdatum[07/02/1879]
VerzendingsplaatsKortrijk (Kortrijk)
AnnotatieDatum en plaats gereconstrueerd op basis van de poststempel ; adressant gereconstrueerd op basis van het handschrift.
Fysieke bijzonderheden
Drager papiersoort: recto met adres; recto verticaal en verso horizontaal beschreven
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden op adreszijde: gedrukte postzegel, afgestempeld
Toevoegingen op recto rechts verticaal in de zijrand: kladnotities en vragen i.v.m. vertalen Hiawatha voor een brief aan Gezelle. Nadien doorstreepte Lauwers telkens één van deze notities, wellicht als hij dit afgehandeld had of als antwoord benut in zijn nieuwe brief aan Gezelle. (inkt (?), hand Emile Lauwers)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief8743
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.16995
Inhoud
Incipit't Is wel dat het stuk nagezien wordt; gy hebt by
Tekstsoortbriefkaart
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.